In het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg wordt deze akte bewaard, gedateerd 26 februari 1782:
Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hiermede dat voor mij en keurnoten, die waren Arend Sierink en Jan Holtman, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen zijn Lambert Hekman en deszelvs huisvrouw Geertien Harmssen, tutore marito, woonagtig te Brugt; en verklaarden zij comparanten wegens opgenomene en aan haar verstrekte penningen opregt en deugdelijk schuldig te wezen aan de heer Barend van Borne, burgermeester der stad Hardenbergh, een capitale somma van 900 car. guldens ad twintig stuivers het stuk. Aannemende en belovende zij comparanten dezelve jaarlijks en alle jaaren tot de aflosse toe te zullen verrenten met vier gelijke guldens van ieder honderd gerekend, zullende het eerste jaar interesse hiervan wezen vervallen op den eersten maij 1700 drie en tachentigh en zo vervolgens tot de aflosse continueren. Verklarende zij comparanten onder renuntiatie van alle exceptien die dezen mogten contrarieren, daarvoor niet alleen tot een generaal verband te verbinden haare personen en goederen, geene uitgezonderd, maar ook bij dezen daarvoor tot een speciaal hijpotheecq en onderpand te verbinden en te stellen haar comparanten eigendommelijke en door haar zelvs bewoond wordende keuterplaatse Hekmans genaamd, bestaande in het woonhuis met den gooren bij ’t huis, een stuk lands, den Ruvenkamp genaamd, groot drie schepel, een schepel lands mede op den Ruvenkamp, het Kromme Stukke, groot drie schepel, het Bergjen groot twee schepel, een stuk land op den Holtkamp groot zeven spind, een stug agter den Voskamp, groot twee schepel, anderhalf dagwerk hooijland het Vliertien, een half dagwerk hooijland het Hoekjen genaamd, een hoekje land de Kule genaamd, en een half vierendeel whaare in de Brugter markte, te zamen gelegen in en onder de boerschap Brugt in dit Schoutampt; ten einde om in geval van onverhoopte misbetalinge zo van capitaal als renten, als dan het bovengemelde capitaal van 900 guldens met de onbetaalde interessen daaraan ten allen tijden kost en schadeloos te kunnen en mogen verhalen. In kennisse der waarheid is dezen door mij verw. Scholtus voornoemd, met de comparanten getekend en door mij gezegeld, en omdat zij comparanten geen zegels en hadden zo hebbe op haar verzoek dezen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh, den 26 februarij 1700 twee en tachentigh.
Lambert Hendriks, afkomstig uit Arriën bij Ommen, was op 5 mei 1776 te Hardenberg getrouwd met weduwe Geertjen Herms.

Bij de aanvang van het kadaster in 1832 werd ’t Hekman, gelegen op de Bruchter Esch, geregistreerd onder sectie F no. 151 op legger 140 ten name van landbouwer Asse Hekman en echtgenote Jentjen Imberg. Zij waren op 31 oktober 1802 te Heemse getrouwd.

Legger 140/8: Sectie F-151. Huis en erf. Huisnr. B-9.

Legger 140/18: In 1896 werd de oude boerderij gesloopt en iets ten noorden op dezelfde kavel werd nieuwbouw gerealiseerd. Over op:

Legger 140/19: Nieuwe sectie F-1951. Huis, erf en tuin. In 1906 verkoop. Over op:
Legger 6514/14: Eigendom van de drie broers Jan Hendrik, Jan en Hendrik Jan Langejans (allen voor 1/3e) (zie register van overschrijving hypotheken, deel 506, nr. 149). Alle drie waren ze geboren in Brucht als kinderen van Hendrik Jan Langejans en Jennichjen Nijsink. In 1910 lieten zij de nog maar vijftien jaar oude woning afbreken. Over op:

Legger 6514/19: Erf en tuin. In 1910 ruiling. Over op:
Legger 5584/78: Eigendom van Hendrik Richterink. In 1935 verenigd met het perceel waarop de boerderij van ’t erve Rigterink staat. Over op:
Legger 8804/3: Nieuwe sectie F-2886.