Notaris Antoni van Riemsdijk hield op 15 april 1823 een boedelinventarisatie van alle nagelaten onroerende en roerende goederen van Cunera Alberta Mulder, de overleden echtgenote van Roelof van Langen. Zij was op 17 januari 1823 overleden te stad Hardenberg. Tot de vaste goederen (onroerende goederen) behoorde de katersteede het Hansjes of Bartholdinks, te Aane, aan en ten zuiden de zogenaamde Hogt aldaar gelegen en bestaande uit derzelver bouwmanswoning numero 23 (aktenr. 276).

Overijsselsche courant, d.d. 3 oktober 1823.

Enkele maanden later hield notaris Antoni van Riemsdijk een openbare veiling van een groot aantal onroerende goederen, op verzoek van weduwnaar Roelof van Langen. Onderdeel van die veiling was de katerstede het Hansjes of Bartholdink te Ane, bestaande in een woonhuis, grond en wheere, genummerd 23. Het werd als 18e kavel in veiling gebracht, maar niet verkocht (omdat ’t geboden bedrag kennelijk te laag was) (aktenr. 333, perceel 14a). Het jaar erop komt de katerstede voor in een boedelinventaris (aktenr. 362).

In 1832 was het huis en erf eigendom van de erfgenamen van Hendrika Christina van Langen, weduwe van Jetzo van Voss te Hattem. Zij waren in 1804 getrouwd. Van Voss was op 23 februari 1827 te Hattem overleden. Zijn weduwe stierf daar op 19 november 1830. De katerstede was geregistreerd als sectie F-151 op legger nr. 457, maar is inmiddels verdwenen. Het lag aan de huidige Anereschweg.

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832 (sectie F-151).

Notaris Willem Swam verleed op 29 december 1840 de transportakte betreffende de verkoop en overdracht van de katerstede Stroijans, sectie F-151 te Ane, bemeijerd door Roelof Nijmeijer, door de erfgenamen van het echtpaar Van Voss-van Langen:
– Carel Godefroy de Moen, fabrikant te stad Ommen, echtgenoot van Agatha Sofia van Voss;
– Simon van Velzen, predikant bij de afgescheidene gemeente te Amsterdam, weduwnaar van Alyda Lucia van Voss;
– Jan Christoffel van Voss, sergeant-majoor te Padang op Sumatra’s westkust in de Oost-Indiën.

De nieuwe eigenaar was Roelof Hurink, schoolonderwijzer te Ane en echtgenote Judechien Loshaar en mede-eigenaren. Zij betaalden 3500 gulden voor de boerderij en annexe landerijen (aktenr. 967).

In 1865 volgde een boedelscheiding waarna het Bartelink eigendom werd van landbouwer Gerrit Loshaar en diens vrouw Egberdina Hulsebosch (zie algemeen register hypotheken 23/91).

Notaris Swam verbleef op 21 december 1866 op het erve van de weduwe Loshaar-Hulzebosch. Die dag werd de boedel geïnventariseerd. Tot de onroerende goederen behoorde o.a. de boerderij, het Stroijans genaamd, gelegen te Ane, bestaande in een woonhuis met grond en wheere, sectie F-151, groot 9 roeden en 10 ellen. Dit is bijzonder, want deze naam komt verder nooit voor in Ane. De onroerende goederen waren bezwaard met een hypotheek ten bate van Meijer Bromet te Stad Hardenberg ad 2500 gulden, mr. Albertus Slingenberg te Coevorden ad 1900 gulden. Daarnaast had de fam. o.a. nog een schuld van 600 gulden aan dokter Frans Willem van Riemsdijk wegens bewezen diensten en geleverde medicamenten aan de overleden Gerrit Loshaar (aktenr. 3024).

Op 28 mei 1867 verleed notaris Swam te Gramsbergen een transportakte op verzoek van Egberdina Hulzebosch, weduwe van Gerrit Loshaar te Ane, als moeder en voogdes van haar vijf minderjarige kinderen, en op verzoek van Hendrik Kelder en Willemina Loshaar. Zij verklaarden een som van 3450 gulden – de gedeeltelijke opbrengst van twee publieke veilingen (gehouden op 26 februari en 28 mei 1867) – over te dragen aan de kooplieden Philip Meijer en David Meijer Bromet te Hardenberg, aan de weduwe Hendrina Meijer Frank-Salomonson te Coevorden, aan landbouwer Gerrit Timmerman te Ane en aan notaris mr. Albertus Slingenberg te Coevorden. Met de terugbetaling van het geld werd o.a. een hypothecaire obligatie van 6 april 1864, verleden voor notaris Slingenberg, afbetaald (aktenr. 3037).

Notaris Willem Swam verleed op 8 februari 1868 een hypotheekakte, op verzoek van Egberdina Hulsebosch, weduwe van Gerrit Loshaar te Ane, en van Willemina Loshaar en echtgenoot Hendrik Kelder aldaar. Zij verklaarden gezamenlijk 200 gulden schuldig te zijn aan mr. Albertus Slingenberg, notaris te Coevorden. Als onderpand stelden ze een woonhuis met grond en where, het Stroijans genaamd, sectie F-151 (aktenr. 3053).

Via een verkoop in 1870 (73/51; zie hulpregister hypotheken no. 4, deel 228, nr. 119) en in 1871 (73/18) ging de eigendom over op landbouwer Gerrit Jan Timmermans te Ane die een en ander in 1871 liet afbreken.

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1871.
Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1880.