Kadastraal archief, toegang 145 (bewaarders van de hypotheken en het kadaster), inv.nr. 7393 (‘Registers Hypotheken no. 4’. Registers van overschrijving van akten van eigendomsovergang van onroerende goederen en van de vestiging van zakelijke rechten daarop, met uitzondering van het recht van hypotheek, met verwijzing naar deelnummer van het ‘Algemeen Register’ en daarbinnen nummer van het vak, 1838-1959), aktenr. 66:

Dagregister deel 41, nummer 1048. Den eersten april 1886. Heden den zestienden maart achttienhonderd zesentachtig zijn voor mij Gerard de Meijier, notaris ter standplaats Heemse, gemeente Ambt Hardenberg, in tegenwoordigheid van de na te noemen getuigen verschenen:
1. Lubbigje Hilberink, zonder beroep, wonende te Ane, gemeente Gramsbergen, weduwe van Evert Meilink.
2. Roelof Meilink, landbouwer, wonende te Ane gemeld.
3. Aaltje Meilink, ongehuwd, meerderjarig en zonder beroep mede aldaar woonachtig.
4. Egbert Meilink, landbouwer, wonende te Holtheme, gemeente Gramsbergen, als onder de tegenwoordige wet in algeheele gemeenschap van goederen gehuwd met Jennigje Meilink, en
5. Jan Hendrik Meilink, landbouwer, wonende te Anerveen, gemeente Gramsbergen.

Welke comparanten te kennen geven dat de comparante Lubbigje Hilberink, onder de tegenwoordige wet zonder huwelijkscontract en derhalve in algeheele gemeenschap van goederen met wijlen haren voornoemden echtgenoot Evert Meilink is gehuwd geweest. Dat hij zonder testament te hebben gemaakt op den negentienden januari 1865 te Ane voormeld is overleden, tot zijn eenige erfgenamen volgens de wet achterlatende zijne vier kinderen, de comparanten Roelof, Aaltje en Jan Hendrik Meilink, en Jennigje Meilink, echtgenoote van den comparant Egbert Meilink, allen uit zijn huwelijk met de comparante Lubbigje Hilberink geboren. Dat de huwelijksgemeenschap tusschen de comparante Lubbigje Hilberink en wijlen haren voornoemden echtgenoot bestaan hebbende, waartoe zij voor de helft en de overige comparanten voor zich en in kwaliteit elk voor een-achtste gedeelte of tezamen voor de wederhelft gerechtigd zijn tusschen hen nog in onverdeeldheid wordt bezeten. Dat zij comparanten die onverdeeldheid wenschen te doen ophouden en bij deze acte tot de scheiding en verdeling van dien gemeenschappelijken boedel willen overgaan. En verklaarden de comparanten dat die gemeenschappelijke boedel is zamengesteld uit de navolgende:

Baten
a. Onroerende goederen, allen gelegen in de gemeente Gramsbergen:
1. Een huis met schuur en varkenshok, bouw- en hooilanden, gras- broek- en heidegronden, kadastraal bekend sectie F nummers 39, 1673, 1674 enz. Door de comparanten met onderling goedvinden geschat op eene koopwaardeel van f. 16.200,-
enz…
11. Twee huizen en erven met bouw-, gras- en broekgrond, hooiland, broek- en heidegrond, kadastraal bekend sectie A nummers 377 t/m 383, 385, 386, 1807, sectie F nummers 4, 1622, 1623, 1602, 1604, 2206, 2207, 2403, 2404, 575, 587 en sectie C nummers 837 t/m 842, 909 t/m 911, tezamen groot 14 hectaren, 69 aren, 80 centiaren, als voren geschat op f. 8.110,-
enz…

Als nu tot de scheiding en verdeeling overgaande verklaarden de comparanten toe te bedeelen:

I. Aan den comparant Roelof Meilink:
De onroerende goederen hiervoor onder de baten van den te verdeelen boedel vermeld, onder letter a nummers 1 t/m 8, ter gezamentlijke waarde van f. 18.280,-
enz.