Vrijwillig rechterlijk archief Schoutambt Hardenberg, d.d. 21 april 1701: 
Ick, Johan Molckenbour met commissie van sijn konincklijcke majesteijt van Groot-Brittannien als erfstadthouder van de provintie Overijssel, indertijd Scholtus van den Herdenbergh, Heemse en Gramsberge, doe condt en certificere hiermede dat voor mij en naebenoemde cuernoten in den Gerighte erschenen sijn de welgeboren heer Pico Galenus van Sytzama en desselfs eheliefste vrouw Johanna Judit Blanckvoort, tutore marito, verclaerende wegens opgenomene en ter noege ontfangene penningen, opreght en deughdelijck schuldigh te weesen aen juffrouwen Antonia en Engelina Potcamps, de somma van tweeduisent en vijfhondert caroliguldens, deselve jaerlijcks belovende te verinteressen met ses percento met wanneer binnen drie maanden nae de verschijndagh de betalinge geschiet met vijf parcente sullen kunnen bestaan, waer van het eerste jaer interesse alsoo sal komen te verschijnen op den 23 april 1702 en soo voorts van jaer tot jaer, ter tijt van de aflosse van gedaghte capitaal toe, welcke sal kunnen en moeten geschieden wanneer daer van de loshoudinge een vierendeel jaers voor de verschijndagh aan de een of andere sijde sal sijn geschiet. Stellende sij heer en vrouw comparanten voor gedaghte capitaal en interessen tot een speciaal hypotheecq en onderpant hunne nae gespecificeerde goederen als negen daghwerck hoijlant het Hagh genaempt, aght dagwerck het Gagel genaempt, drie daghwerck de Klockebuil genaempt, het erve Egberts tot Reese, het erve Wolters tot Rese en het hoijlant de Brandehege, alles in desen carspel van den Herdenbergh gelegen. De jaerlijckse paghten en opkomsten van dien ter concurrenter somme van de jaerlijckse interessen aan de creditricen cederende en overdraegende. Daer dit aldus geschiede waren met mij Scholtus aen en over als cuernoten Jan Everts en Albert Dercks. Sonder argh of list en in waerheijts oirconde is desen van mij Scholtus gesegelt en geteijkent, neffens de onderteijkeninge en pitscappen van de welgeboren heer Pico Galenus van Sijtsama en mevrouw Janna Judit Blanckvoort. Actum op Blanckenhemert op den 21 april 1701.