Kopieboek van de uitgaande brieven van het gemeentebestuur van Ambt Hardenberg

7 november 1870 t/m 31 december 1871

Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
756 07-11-1870 Proces-verbaal contra W.H. Hofsink. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter L. v.d. Wal en den gemeenteveldwachter G. van Laar contra Willem Hendrik Hofsink, boerenknecht wonende te Bergentheim in den gemeente, wegens overtreding der jachtwet. Officier van Justitie te Deventer
757 07-11-1870 Naar aanleiding der bestaande voorschriften, heb ik de eer U mede te delen dat de miliciens Klaas Bakker en Jan van der Weide behorende tot het 1eregiment infanterie, lichting 1867, op den 5 dezer alhier zijn gehuwd. Commanderend officier van het 1e regiment infanterie te Groningen
758 07-11-1870 Burgerlijke stand. Op heden den vijfden november 1870 is door Klaas Bakker en Pieternella Langemaat bij de voltrekking van hun huwelijk de wettiging erkend van hun kind Helena, geboren den 2 oktober 1870, ingeschreven als dochter van Pieternella Langemaat. Hetwelk ik de eer heb U E.A. ter kennis te brengen, ten einde daarvan de nodige kanttekening in de geboorteregisters uwer gemeente plaats hebben. Burgemeester en Ambtenaar v.d. Burgerlijke Stand te Gramsbergen
759 08-11-1870 Declaraties wegens verstrekte onderstand aan Hs. Blankvoort ad f. 11,95 – besluit 4 oktober 1869. B&W van Stad Ommen
760 09-11-1870 Hierbij heb ik deer U te doen toekomen een zakboekje van de milicien verlofganger David Broek, die zich thans in uwe gemeente bevind, met verzoek hetzelve aan den belanghebbende te willen doen uitreiken. Burgemeester van Kampen
761 09-11-1870 Als voren voor B.G. Meijer te Emmen. Burgemeester van Emmen
762 09-11-1870 Opgave van verhuizingen. Naar aanleiding der missive van Z.E. den Minister van B.Z., d.d. 14 mei 1869, 2e afdeling nr 164 heb ik de eer U te doen toekomen opgave der kennisgevingen van verhuizing of van vestiging in deze gemeente over het drie maandelijks tijdvak van 1 augustus 1870 tot 1 november 1870. Ontvanger der directe belastingen te Hardenberg
763 09-11-1870 Schutterij. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen de naamstaat bevattende de schutterplichtigen van den 1eban, rustende schutterij in deze gemeente. Kolonel Militie te Zwolle
764 10-11-1870 Nationale militie. In voldoening aan het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 11 december 1862, 4eafdeling no. 3821, heb ik de eer mede te delen dat op het inschrijvingsregister der nationale militie voor de lichting 1871 dezer gemeente een en tachtig personen voorkomen. Commissaris des Konings
765 11-11-1870 Burgerlijke stand. Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen een suppletoir register voor huwelijksakten der gemeente Ambt Hardenbergh dienst 1870 met beleefd verzoek ons dat register geparafeerd en getekend terug te willen zenden. Heer President der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
766 11-11-1870 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Jan Kuipers der lichting 1867 behorende tot het 1eregiment infanterie op heden alhier is gehuwd. Commanderende Officier van het 1e regiment infanterie te Groningen.
767 14-11-1870 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden de declaraties wegens voorgeschoten onderstand aan de vrouw en kinderen van Pouwel van Os in 1870 ad f. 53,50 – ontvangen bij uw missive d.d. 12 dezer no. 1111. B&W van Tiel.
768 14-11-1870 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden de declaratie wegens voorgeschoten onderstand aan G. Schokker in het 1ehalf jaar 1869 ad f. 5,- - ontvangen bij uw missive d.d. 10 dezer, no. 1079/385. B&W van Haskerland.
769 14-11-1870 Kadaster. Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen een kennisgeving van het kadaster, met beleefd verzoek dezelve aan den belanghebbende te willen uitreiken. Burgemeester van Ambt Ommen.
770 14-11-1870 Kadaster. Als voren 1 stuks Burgemeester van Avereest.
771 14-11-1870 Kadaster. Als voren 5 stuks Burgemeester van Gramsbergen.
772 14-11-1870 Burgerlijke stand. Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen een in duplo suppletoir register voor aangiften van geboorten der gemeente Ambt Hardenbergh dienst 1870 met beleefd verzoek om die registers geparafeerd en getekend terug te willen zenden. Heer President der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
773 14-11-1870 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 11 dezer nr. 1139 en onder terugzending van het daarbij om bericht en consideratie in mijne handen gestelde rekwest van G.H. Schonewille, huisvrouw van J.H. Vos alhier, heb ik de eer te berichten: dat zo ver ik weet gemelde G.H. Schonewille alvorens hij het feit pleegde waarvoor zij door Uw rechtbank is veroordeeld, nimmer met de justitie in aanraking is geweest, en hier steeds als eerlijk bekend stond. Wat betreft het verzoek om gratie of vermindering van straf meen ik dat zulks meer met het oog van hare hoge jaren en haar vroeger goed gedrag zou kunnen worden ingewilligd, maar niet wegens de weinige schade die de eigenaar van het ontvreemde varken heeft belopen, noch wegens de omstandigheid dat het varken onbeheerd op de weg rondliep. Het zou mijns inziens gevaarlijk zijn zo het onbeheerd rondlopen van vee, het geen ontvreemd wordt een verzachtende omstandigheid opleverde. Officier van Justitie te Zwolle.
774 17-11-1870 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een enkel suppletoir register voor huwelijksakten welke abusievelijk was terug gebleven, het vorige dat bij mijn missive van 11 dezer nr. 765 U reeds was toegezonden, met beleefd verzoek dezelve nu in duplo geparafeerd en getekend ons terug te willen zenden. President der arrondissementsrechtbank te Deventer.
775 17-11-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een zakboekje van den milicien Hendrikus Hoekman, uit deze uwe gemeente vertrokken, met beleefd verzoek hetzelve aan den belanghebbende te willen uitreiken. Burgemeester van Ambt Ommen.
776 17-11-1870 Als voren van Herman Denneboom. Burgemeester van Beilen.
777 19-11-1870 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den gemeenteveldwachter P. Snoeijer alhier contra Jan Geert Brumlever, landbouwer te Slagharen in deze gemeente, wegens het ontvreemden van een touw en zeel ten nadele van Jan Snippe aldaar. De overtuigingsstukken zullen door mij ter griffie der rechtbank worden ingezonden. Officier van Justitie te Deventer.
778 19-11-1870 Ingevolge Uw schrijven d.d. 18 dezer heb ik de eer U mede te delen dat bij mijne missive van den 11 november jl. nr. 765 het eerste dubbel suppletoir register voor huwelijksakten is gezonden. Den 14 november, nr. 772 is door mij gezonden het in duplo suppletoir register voor aangaven van geboorten, den registers waren in het door U bedoelde bordpapier ingepakt, en dezelve door U aan mij in datzelfde papier teruggezonden. Den 17 november, nr. 774 was het ander dubbel der huwelijksakten in dit papier ingepakt en door mij ook weer is terugontvangen, zodat door mij het suppletoir bij missive van den 11 november, nr. 765 toegezonden door mij niet is terug ontvangen. Ten overvloede voege hierbij drie zegels voor een register zo in het onverhoopt geval het vorige niet mocht terug komen, het terug ontvangene voege tevens weder hierbij. President der arrondissementsrechtbank te Deventer.
779 21-11-1870 Den architect Koch te Zwolle is opgedragen het bestek enz. der school te Bergentheim te vervaardigen. Men is het eens over de plaats waar de school zal worden gebouwd. Zodra wij die den genoemde architect tot spoed aanspoorden ons de stukken zal hebben gezonden, zullen wij dien aan U ter inzage zenden. Schoolopziener Mr. L.J. van Riemsdijk te Heerenveen.
780 21-11-1870 Grensbezichtiging. Naar aanleiding van Uw schrijven en dat van het Koninklijk Ambt Neuenhaus, heb ik de eer U voor te stellen de bezichtiging der rijksgrenzen te doen plaats hebben op vrijdag den 25edezer maand. Ik stel verder voor om des middags te 11 uren op de Belt (Venebrugge) te samen te komen en van daar te gaan naar de Striepe indien zulks mogelijk is. In de buurtschap Radewijk wordt thans te veel water gevonden om in de nabijheid der grensstenen te komen, terwijl ook tussen Balderhaar en Striepe het wel ondoenlijk zal zijn de grensstenen op te nemen. Wat mij betreft heb ik bij gelegenheid alle grensstenen reeds gezien daar ik veronderstelde dat men van Pruissche zijde dit jaar de grensbezichtiging achterwege wilde laten. Zoo ik geen bericht ontvang zal ik vrijdag aanstaande ter bepaalden ure op de Venebrugge bij den kastelein aldaar te vinden zijn. Den heer Ambtsvoogd Bauke te Emlichheim.
781 21-11-1870 De hulponderwijzer Arendshorst alhier heeft een eervol ontslag aangevraagd. – Hij is werkzaam in de school van De Vries te Lutten aan de Dedemsvaart. Een oproeping voor sollicitanten heeft plaatsgehad en zend ik U hierbij de voorlopig bij mij ingekomen stukken van Andries Frederikus Cremer te Assen, Johannes Strating te Zuidlaren en W. Kruiger te Dalen. Zo spoedig mogelijk zullen wij U een aan de Raad te doene voordracht doen geworden waarmee wij evenwel wensen te wachten in de veronderstelling dat er zich misschien nog meerdere sollicitanten zullen voordoen. Inmiddels wensen wij U gevoelen te kennen over de thans reeds ingekomen aanvragen en zouden wij de stukken gaarne zo spoedig mogelijk terug ontvangen. Schoolopziener L.J. van Riemsdijk te Heerenveen.
782 21-11-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een op heden bij mij ingediend proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter Van Faassen alhier ten laste van Hendrik Altena. Met betrekking tot de bekeurde meen ik te moeten mede delen dat die bekend staat als onverbeterlijk jachtstroper en reeds meermalen wegens jachtovertredingen is veroordeeld. Hij onderging in den loop dezes jaars nog een subsidiaire gevangenisstraf van 14 dagen ter dier zake. Officier van Justitie te Deventer.
783 21-11-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een pakket inhoudende een touw als overtuigingsstuk behorende bij proces-verbaal van den veldwachter P. Snoeijer alhier ten laste van J.G. Brumlever, hetwelk de heer officier van justitie bij Uw rechtbank zaterdag jl. werd toegezonden. Griffier bij de arrondissementsrechtbank te Deventer.
784 21-11-1870 Hiernevens heb ik de eer U voor voldaan getekend terug te zenden de declaratie wegens voorgeschoten onderstand aan A. Keizer in 1870 ad f. 27,50 – ontvangen bij uwe missive d.d. 19 dezer nr. 192. Burgemeester van Berkel.
785 21-11-1870 In voldoening van het geen was vervat in Uw besluit d.d. 27 oktober jl., 3eafdeling nr. 3526/2642 hebben wij de eer te berichten dat wij het na de intrekking der wetten van 29 florial, An X en 7 ventose an XII voor onze kunstwegen minder nodig achten dat er ter bescherming dier wegen maatregelen worden genomen als wordende daarover geen buitensporige zware vrachten vervoerd. Het vervoer dier vrachten heeft te water plaats. Wij kunnen ons die ontslagen rekenen van de beantwoording der vraagpunten onder nr. 1, 2 en 3 voorkomende in Uw boven aangehaald besluit. Wat het 4evraagpunt betreft delen wij als ons gevoelen mede dat wij de bepaling der breedte der wielvelgen alleszins nuttig oordelen, daar het bepalen der zwaarte der wagenvrachten door middel van weegbruggen, ter oorzake die grote kosten aan de daarstelling daarvan verbonden, wel ondoenlijk zal zijn. Wilde men overgaan tot de daarstelling van weegbruggen, dan dient men in het oog te houden, zal dat middel goed werken dat die op zeer vele punten moet worden aangetroffen, bijv. bij alle tolhuizen. Eene schatting der zwaarte der wagenvrachten, zoude kunnen worden opgedragen aan de tolgaarders, ten einde te bepalen of de vrachten al dan niet vervoerd moeten worden met wagens voorzien van smalle of brede velgen. Ten einde met enige juistheid een schatting der zwaarte der wagenvrachten te doen plaats hebben, zoude er ons inziens proeven kunnen genomen worden met betrekking tot de zwaarte van de kubiek inhoud der te vervoeren goederen. Men zoude bijv. de zwaarte kunnen bepalen van een kubiek el oer, turf, steen, keien enz. enz. Waardoor bij meting der lengte, breedte en hoogte der vrachten men ten minste approximatief het gewicht kan bepalen. Wat de breedte der wielvelgen betreft zoude die behoren te worden bepaald evenals die bepaald was in de afgeschafte wet. Gedeputeerde Staten van Overijsel.
786 22-11-1870 Nationale militie. Ik geeft U bij deze kennis dat de verlofganger Jan Kok der lichting 1869 op heden aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met voornemen zich in uwe gemeente te vestigen. Bij aankomst in uwe gemeente verzoek ik daarvan overeenkomstig de bestaande voorschriften, bericht. Burgemeester van Zuidwolde
787 22-11-1870 Zakboekjes miliciens. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee zakboekjes van de miliciens C. Bouwhuis en van H. van Faassen, uit deze naar uwe gemeente vertrokken, met verzoek die boekjes aan de belanghebbenden te willen doen uitreiken. Burgemeester van Avereest.
788 23-11-1870 Jacht. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter L. v.d. Wal alhier contra Gerrit Jan Derks en Pieter Tromp, wonende onder de gemeente Gramsbergen, wegens overtreding der jachtwet. Officier van justitie te Deventer.
789 24-11-1870 Gemeenterekening over 1869. In voldoening aan Uw besluit d.d. 10 november jl., 2eafdeling nr. 3046/2740, hebben wij de eer, met weder inzenden der daarbij gevoegde stukken, hiernevens een naar aanleiding van dat besluit genomen raadsbesluit in te zenden. Gedeputeerde Staten van Overijssel.
790 24-11-1870 Betaling uit de post van onvoorziene uitgaven. Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden drie besluiten van den Raad dezer gemeente d.d. 23 dezer, tot betaling uit hoofdstuk IV der begroting over 1870. 1eAan den geneesheer H.T.M. Koster alhier de som van f. 293,90 wegens geneeskundige behandeling van personen die alhier armlastig zijn over 1869. 2eAan den geneesheer F.W. van Riemsdijk te Hardenbergh de som van f. 70,- wegens geneeskundige behandeling van den alhier armlastigen J.H. van Buren. 3e Aan den geneesheer F.W. van Riemsdijk te Hardenberg de som van f. 40,- wegens het verrichten van lijkschouwing over de maand september, oktober, november en december 1869. Gedeputeerde Staten van Overijssel.
791 24-11-1870 Lager onderwijs. Ingevolge de bestaande voorschriften hebben wij de eer U mede te delen dat de Raad dezer gemeente den hulponderwijzer Gerrit Arendshorst te Lutten aan de Dedemsvaart op heden op zijn verzoek eervol uit die betrekking heeft ontslagen met ingang van den 1edecember e.k.. Het ontslag is aangevraagd wegens vertrek naar elders. Inspecteur van het lagere onderwijs te Zwolle.
792 24-11-1870 Als voren aan de schoolopziener. Schoolopziener.
793 24-11-1870 Lager onderwijs. Onder toezending van nevensgaande staat van voorgevallen mutaties in het personeel der hoofd- en hulponderwijzers enz. hebben wij de eer U mede te delen dat den Raad dezer gemeente op den 23 dezer met ingang van 1 december e.k. op zijn verzoek eervol uit zijn betrekking van hulponderwijzer te Lutten aan de Dedemsvaart heeft ontslagen Gerrit Arendshorst. Gedeputeerde Staten van Overijssel.
794 25-11-1870 Nationale militie. Naar aanleiding van hetgeen is vervat in het besluit van den heer Commissaris des Konings d.d. 13 september 1862, 4eafdeling nr. 2887, prov. Blad nr. 74, heb ik de eer hiernevens in te zenden een specifieke opgave van het aantal benodigde gedrukte stukken ten dienste der nationale militie. Commissaris des Konings.
795 25-11-1870 Nationale militie. Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Lucas Woelderink der lichting 1866, en uit deze gemeente, behorend tot het 1eregiment infanterie, op den 24 dezer alhier is gehuwd. Commanderend officier van het 1e regiment infanterie.
796 26-11-1870 In toedoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 25 dezer, 3eafd. nr. 4295, hebben wij de eer de daarbij gevoerde stukken, na kennisneming hiernevens terug te zenden. Commissaris des Konings.
797 26-11-1870 Grensbezichtiging. In gevolge onze afspraak ontvangt U mijn proces-verbaal van de grensbezichtiging op gisteren. Ik verzoek U de beide exemplaren te tekenen en mij het ene terug te zenden. Wijders voeg ik hierbij de beide ten vorige jare van uwe zijde opgemaakte protocollen met de opmerking dat wij de grenzen hebben geschouwd voor zover ik daarin de stenen niet heb doorgehaald. Wij zijn begonnen bij grenssteen nr. 111 en geëindigd bij nr. 102. Ik zal de beide protocollen terugverwachten. Ambtsvoogd Bauke te Emlichheim.
798 28-11-1870 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den gemeenteveldwachter P. Snoeijer alhier tegen Jacob Sloothake wegens overtreding der jachtwet. Officier van Justitie te Deventer.
799 28-11-1870 Geleiden van paarden. Naar aanleiding van uw besluit d.d. 13 augustus jl., 4eafdeling nr. 3023/2435, heb ik de eer hiernevens in triplo in te zenden de bij gemeentebesluit bedoelde declaratie wegens kosten gevallen op het geleiden van paarden. Commissaris des Konings.
800 28-11-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een zakboekje van den milicien Harm Tip, uit deze naar uwe gemeente vertrokken, met verzoek hetzelve wel aan den belanghebbende te willen doen uitreiken. Burgemeester van Dalen.
801 28-11-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een zakboekje van den milicien H.A. de Vries, uit deze naar uwe gemeente vertrokken met verzoek hetzelve wel aan den belanghebbende te willen doen uitreiken. Burgemeester van Zwolle.
802 29-11-1870 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een op heden door mij opgemaakt proces-verbaal ten verzoeke van Hendrikus Helmich, arbeider te Slagharen, wegens ondergane mishandeling door Johannes Bernardus Kleine Staarman, ook arbeider te Slagharen woonachtig. Officier van Justitie te Deventer.
803 30-11-1870 Ik heb de eer U te berichten dat de persoon van Dirk Johannes Vester, bedoeld bij uw missive d.d. 26 dezer nr. 315 A/26 zich nog in deze gemeente bevindt. Burgemeester van Rheden.
804 30-11-1870 Hierbij hebben wij de eer U alnog te doen toekomen de stukken van twee sollicitanten naar de vacante betrekking van hulponderwijzer te Lutten aan de Dedemsvaart met name Arie Hakkert te Zuidwolde en E. Wiering te Zuidlaren, met verzoek Uw gevoelen thans wel zo spoedig mogelijk te mogen vernemen. Schoolopziener van ‘t 6edistrict te Heerenveen.
805 30-11-1870 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat de kennisgevingen grondbelasting nr. 2, ontvangen bij uw missive d.d. 19 november jl., nr. 106/178 tussen den 21 en 28 dezer aan den belanghebbenden zijn uitgereikt. Controleur der directe belastingen en van het kadaster te Zwolle.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
806 01-12-1870 Hierbij heb ik de eer terug te zenden de getekende processen-verbaal der plaats gehad hebbende grensbezichtiging. Voor de voltooiing daarvan had ik mij verwijderd en kon de mijne derhalve niet tekenen. Ambtsvoogd Bauke te Emlichheim.
807 03-12-1870 Namens den belanghebbende Jannes Woelders, houder van nevensgaande grote visakte, neem ik de vrijheid U te verzoeken, aan hem vergunning te willen verlenen tot het vissen onder het ijs, waaromtrent ik de eer heb te berichten dat daartegen geen bezwaren bestaan. Commissaris des Konings.
808 03-12-1870 Grensbezichtiging. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen het proces-verbaal van de plaats gehad hebbende grensbezichtiging, benevens de deswege door mij opgemaakte declaratie wegens reis- en verblijfkosten. Commissaris des Konings.
809 05-12-1870 Nationale militie. Naar aanleiding van Uw missive d.d. 2 dezer nr. 323, en in voldoening aan de daaromtrent bestaande voorschriften, heb ik de eer U te berichten dat de milicien verlofgangers J. Kuiper, J.A. Lawant en H. Jansen, lotelingen der lichting 1867, 1866, 1867 uit uwe gemeente, zich in deze gemeente hebben gevestigd, en alhier in  het register der verlofgangers zijn ingeschreven. Volgens mededeling van den heer commissaris des Konings in deze provincie d.d. 13 oktober jl., 4eafdeling nr. 3104, is den 23 september l.l. met groot verlof van zijn corps vertrokken den milicien Hendrik Heeres, loteling der lichting 1866, deze persoon heeft zich met zijn verlofpas alhier niet aangemeld, ik verzoek U indien hij zich in uwe gemeente heeft gevestigd, mij daarvan mededeling te willen doen. Burgemeester van Avereest.
810 05-12-1870 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand november 1870. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
811 05-12-1870 Inzending uittreksel uit het register van overlijden over de maand november 1870. Commissaris des Konings.
812 08-12-1870 Militie, verlofgangers. In voldoening aan uw missive d.d. 6edezer, 4eafdeling nr. 4418/3592, heb ik de eer mede te delen dat de milicien verlofganger Bernardus Georgus Meijer der lichting 1866 uit deze gemeente den 5enovember 1869 van hier is vertrokken naar de gemeente Emmen (Drenthe) en heeft hij zich volgens mededeling van den burgemeester van Emmen d.d. 6 september jl. nr. 15, na zijn verlof van 4 september jl., wederom aldaar gevestigd, sedert dien tijd is alhier niets van hem vernomen. Commissaris des Konings.
813 09-12-1870 Declaratie wegens verstrekte onderstand ten behoeve van Anna Wasser. Wij hebben de eer bij deze aan U te doen toekomen de declaratie der voor rekening en ten laste uwer gemeente alhier verstrekte en voorgeschoten onderstand ten behoeve van Anna Wasser, weduwe Pilage, ad. F. 26,- ingevolge besluit van den heer burgemeester dezer gemeente van den 15 juni 1869, zijnde het besluit van 19 oktober 1869 berustende aan Ministerie van Binnenlandse Zaken. Wij nemen hierbij tevens de vrijheid U beleefdelijk te verzoeken om op de spoedige voldoening van gemelde declaratie de nodige orde te willen stellen. B&W van Weststellingwerf.
814 09-12-1870 Als voren, ad f. 40,- B&W van Weststellingwerf.
815 12-12-1870 Ingevolge Uw missive d.d. 9 dezer, nr. 726, heb ik de eer hiernevens in te zenden de daar bij bedoelde ransel en goederen van den milicien verlofganger H. Altena. Kolonel Commandant van het regiment grensjagers te ’s-Gravenhage.
816 12-12-1870 Nationale militie. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Kampman Jan Hendrik der lichting 1868 op heden aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met het voornemen zich in uw gemeente te vestigen. Bij aankomst in uwe gemeente verzoek ik daarvan, overeenkomstig de bestaande voorschriften, bericht. Burgemeester van Ambt Ommen.
817 12-12-1870 Lager onderwijs. Wij hebben de eer Uwe vergadering hierbij aan te bieden een voordracht ter vervulling der vacature van hulponderwijzer ter assistentie van den onderwijzer De Vries te Dedemsvaart met overlegging ener missive van den districtsschoolopziener. Aan den Raad van Ambt Hardenberg.
818 13-12-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den rijksveldwachter L. v.d. Wal alhier tegen Albert Stoeten, landbouwer te Heemserveen in deze gemeente, wegens het ontvreemden van turf. Officier van Justitie te Deventer.
819 14-12-1870 Lager onderwijs. Onder toezending ener lijst van voorgevallen veranderingen in het personeel der hoofd- en hulponderwijzers aan de openbare lagere scholen, hebben wij de eer U te berichten dat door den gemeenteraad in zijne vergadering van heden is benoemd tot hulponderwijzer in de school te Lutten aan de Dedemsvaart Andries Frederikus Cremer en zulks ingaande den 1ejanuari 1871. Gedeputeerde Staten van Overijssel.
820 14-12-1870 Lager onderwijs. Wij hebben de eer U mede te delen dat door den gemeenteraad in zijne vergadering van heden tot hulponderwijzer in de school te Lutten aan de Dedemsvaart is benoemd Andries Frederikus Cremer en zulks ingaande den 1ejanuari 1871. Schoolopziner 6edistricht van Overijssel.
821 14-12-1870 Als voren. Inspecteur van Lager Onderwijs in Overijssel, te Zwolle
822 15-12-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een op gisteren door mij opgemaakt proces-verbaal op verzoek van H. Wiegers en J.H. Eilers, arbeiders te Slagharen, wegens ontvreemding van turf door Hendrikje Nijkamp te Slagharen. Officier van Justitie te Deventer.
823 15-12-1870 Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden de declaratie wegens verstrekte onderstand aan A.F. Greven in 1870 ad f. 6,- ontvangen bij uw missive d.d. 10 dezer nr. 1492. B&W van Nieuw-Amstel.
824 15-12-1870 Ingevolge Uw missive d.d. 5 dezer, nr. 6316 heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een opgave van de woonplaats enz. van de daarbij bedoelde persoon mij verstrekt door een lid van de familie Staarman. Ontvanger der registratie te Ommen.
825 16-12-1870 Maximum van den onderstand. Naar aanleiding van art. 25 der armenwet hebben wij de eer U te doen geworden een besluit van den gemeenteraad, houdende vaststelling van het maximum van den onderstand die in 1871 aan armen kan worden verstrekt. Daar de raad geen verandering heeft gebracht in het maximum vastgesteld bij raadsbesluit van 1 december 1862, nemen wij beleefd de vrijheid U te verwijzen naar de aanwijzende staat, welke U bij onze missive van 3 december 1862 werd toegezonden. n.n.
826 16-12-1870 Armwezen. Hermannes Hudepohl. Heden is ter mijner secretarie overgebracht zekere Hermannes Hudepohl, welke gedurende dezen zomer van af de maand mei heeft gediend bij zekere landbouwer Hendrikus Schram te Steenwijksmoer in uw gemeente. Het kind oud 11 jaren, ouderloos, was door gezegde Schram overgebracht ten huize van zekere weduwe Hageman te Slagharen. Het is mij gebleken dat meer genoemde Schram zich om ondersteuning voor gezegde H. Hudepohl bij U heeft vervoegd en dat hem zoude gezegd zijn dat de knaap weder naar hier moest worden overgebracht. Met dergelijke handelwijze kan ik mij niet verenigen en verzoek U te mogen vernemen hoe er met betrekking tot de onderstand die H. Hudepohl zal moeten worden verstrekt behoord te worden gehandeld. Dezerzijds kan men in de overbrenging van Hudepohl niet berusten en zal de tussenkomst van hoger autoriteit moeten worden ingeroepen om de vraag te beantwoorden of art. 2 der wet van 1 juni 1870 op de hiervoor bedoelde wijze kan en mag worden gelezen. Burgemeester van Coevorden.
827 19-12-1870 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter P. Snoeijer alhier, tegen Albert Smit te Slagharen, wegens het nalopen met een mes in de hand van J.H. Eilers en H. Wiegers, tijdens dat deze personen zijne bijzit (in het proces-verbaal staat zijne vrouw) Hendrikje Nijkamp aangetroffen toen deze zich schuldig maakte aan diefstal van turf. Waarvan het proces-verbaal aan U is ingezonden bij mijn brief van den 15 dezer nr. 822. Officier van Justitie te Deventer.
828 19-12-1870 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 16 dezer nr. 2/1765 heb ik de eer te berichten dat van de daarbij bedoelde personen in deze gemeente woonachtig zijn: Siebold Arbeek, Peter Snoeijer, Gijs Schokker en Johannes Lawant. Voorts dat er waarschijnlijk van de overige personen in de gemeente Gramsbergen woonachtig zijn. Ontvanger der registratie te Zwolle.
829 22-12-1870 Armwezen. Hierbij heb ik de eer U voor voldaan getekend toe te zenden het bevelschrift strekkende ter voldoening van verleenden onderstand aan H. Benen in 1869 ad fl. 6,- ontvangen bij Uwe missive d.d. december 1870, nr. 1367 Burgemeester & Wethouders van Steenwijkerwold.
830 23-12-1870 Burgerlijke stand. Hierbij hebben wij de eer U te doen geworden de registers van den Burgerlijke Stand dienst 1871 met beleefd verzoek ons die registers geparafeerd en getekend terug te willen zenden. President der arrondissementsrechtbank te Deventer.
831 27-12-1870 Bij deze heb ik de eer U den goeden ontvangst te berichten ener order tot betaling groot f. 199,63 bij Uw missive d.d. 20edezer, 4eafdeling, nr. 4587/3718. Commissaris des Konings.
832 29-12-1870 Ingevolge Uw missive d.d. 24e dezer heb ik de eer hiernevens de kadastrale registers en plans dezer gemeente aan U ter bijwerking te doen toekomen. Bewaarder der hypotheken en van het kadaster te Deventer.
833 29-12-1870 Grondbelasting. Naar aanleiding van een besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 11 november jl., 5eafdeling, nr. 4105/3372, heb ik de eer U te verzoeken mij wel te willen doen toekomen: 10 stuks aangiften naar art. 38 der wet van 26 mei 1870/staatsblad nr. 82, betrekkelijk de grondbelasting voor de gebouwde eigendommen en 20 stuks aangiften, als voren, voor de ongebouwde eigendommen, vermoedelijk benodigd voor het jaar 1871. Controleur der directe belastingen te Ommen.
834 30-12-1870 Alvorens het bevelschrift bedoeld bij Uw missive d.d. 28 dezer nr. 372, terug te kunnen zenden, verzoek ik U mij wel de redenen te willen mede delen waarom het verschuldigde over 1869 ten bedrage van f. 130,- niet eerst worde voldaan. Burgemeester van Staphorst.
835 30-12-1870 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden het bevelschrift strekkende ter voldoening van verstrekte onderstand aan J. Hollegjen ad f. 19,- - ontvangen bij Uw missive van den 27edezer, nr. 281. B&W van Olst.
836 30-12-1870 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden het bevelschrift strekkende ter voldoening van voorgeschoten onderstand aan H. ten Napel ad f. 4,- ontvangen bij Uw missive d.d. 27edecember jl., nr. 243. B&W van Vollenhove (Ambt)
837 31-12-1870 Ridderorden. In voldoening aan het voorgeschrevene bij Uw circulaire d.d. 15 januari 1855, 3eafdeling, nr. 272/233 heb ik de eer te berichten dat er gedurende het jaar 1870 in deze gemeente geen personen zijn overleden die waren opgenomen in een der beide Nederlandse ridderorden. Commissaris des Konings.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
1 01-01-1871 Verkeer van vreemdelingen. In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 24 oktober 1854, heb ik de eer mede te delen dat er in het afgelopen kwartaal op mijn last geen vreemdelingen over de grenzen des Rijks zijn uitgeleid geworden, noch voor zo ver mij bekend binnen deze gemeente hebben verkeerd. Procureur-generaal fungerend directeur der Rijkspolitie te Zwolle.
2 01-01-1871 Wij hebben de eer om U mede te delen dat voor zo ver deze gemeente betreft in het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren hebben plaatsgehad, als bedoeld bij besluit d.d. 23 oktober 1868, prov.blad nr. 71. Commissaris des Konings.
3 02-01-1871 Onder terugzending van het proces-verbaal gevoegd geweest bij Uw missive van 21 november des vorigen jaars, nr. 1386, heb ik de eer te berichten dat Jan Geert Brumlever eerst voor een paar dagen ter dezer gemeente is teruggekomen.  De gezegde Brumlever is bijna altijd zwervende en heeft ook geweigerd zich ter secretarie ter vervoegen ten einde over de tegen hem ingebrachte klacht te worden gehoord. Hij gaf voor dat hij den veldwachter even goed als mij konde mede delen dat het touw in questie zijn eigendom was. Officier van Justitie te Deventer.
4 02-01-1871 Naar aanleiding van hetgeen was vervat in Uw missive d.d. 27 december des vorigen jaars, nr. 1468, heb ik de eer U hierbij te doen geworden een extract uit het geboorteregister betrekkelijk Jan Hollander. Wat de persoon zelf betreft kan ik geene inlichtingen geven als zijnde die hier geheel onbekend. Te Dedemsvaart heb ik informatie doen inwinnen, doch was aldaar niemand die mij ten aanzien van gezegde Jan Hollander inlichtingen konde geven, te vinden. Officier van Justitie te Deventer.
5 02-01-1871 Nationale militie. In voldoening aan art. 26 der wet op de nationale militie heb ik de eer U hierbij te doen geworden het inschrijvingsregister der lichting voor de nationale militie van 1871, benevens de daaruit opgemaakte alfabetische naamlijst in duplo. Voor zover is na te gaan zijn er geen ingeschrevenen overleden. Commissaris des Konings.
6 04-01-1871 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand december 1870. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen.
7 04-01-1871 Inzending uittreksel uit het register van overlijden over de maand december 1870. Commissaris des Konings.
8 04-01-1871 Landverhuizing. Ter voldoening aan Uw besluit d.d. 28 december 1847, medegedeeld bij provinciaal blad nr. 103 van dat jaar, hebben wij de eer te berichten dat gedurende het jaar 1870 uit deze gemeente geen landverhuizing heeft plaatsgevonden. Commissaris des Konings.
9 04-01-1871 Openbare middelen van vervoer. Ter voldoening aan Uw besluit van 13 januari 1830, prov.blad nr. 9, hebben wij de eer mede te delen dat in het afgelopen jaar bij ons geen klachten zijn ingekomen waarop de vergunde postwagen en diligencediensten zijn vervuld geworden. Gedeputeerde Staten.
10 04-01-1871 Instellingen van weldadigheid. In voldoening aan Uw besluit d.d. 24 augustus 1854, prov.blad nr. 82 van dat jaar, hebben wij de eer te berichten dat er geen veranderingen zijn voorgevallen in de lijst, houdende opgaaf der in deze gemeente aanwezige instellingen van weldadigheid. Gedeputeerde Staten.
11 04-01-1871 Stoomwerktuigen en stoomketels. Ter voldoening aan Uw besluit van 21 februari 1851, prov.blad nr. 29 van dat jaar, hebben wij de eer te berichten dat in deze gemeente geen stoomwerktuigen of stoomketels gevonden worden. Commissaris des Konings.
12 04-01-1871 Afgekondigde verordeningen. In voldoening aan Uw besluit d.d. 3 februari 1853, prov.blad nr. 16 van dat jaar hebben wij de eer te berichten dat erin het afgelopen jaar door ons een verordening is afgekondigd, tegen wier overtreding straf is bedreigd en wel op het begraven van lijken en op de begraafplaatsen in deze gemeente. Gedeputeerde Staten.
13 04-01-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden het bevelschrift strekkende ter voldoening van voorgeschoten onderstand aan H. Redder in 1870 ad f. 56,- ontvangen bij Uw missive d.d. 10 december jl.,nr. 204. B&W van Staphorst.
14 05-01-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden de declaraties wegens verstrekte onderstand aan M. de Jong en J. Jager in 1869 tezamen f. 102,55 ontvangen bij Uw missive van den 2edezer nr. 1. B&W van Ooststellingwerf.
15 06-01-1871 Militie. In voldoening aan Uw missive d.d. 5 dezer, 4eafdeling nr. 60, heb ik de eer het daarbij gevoegde inschrijvingsregister der militie van 1870, dienovereenkomstig verbeterd, hiernevens terug te zenden. Commissaris des Konings.
16 07-01-1871 Pensioensbijdragen voor onderwijzers. Ter voldoening aan art. 6 van het Koninklijk Besluit van den 24 maart 1858, nr. 14 en art. 3 van het Besluit uwer vergadering van 14 april 1858, hebben wij de eer hierbij te voegen een kwitantie van storting bij den heer betaalmeester te Zwolle ter som van f. 50,52½ ter voldoening der pensioensbijdragen door de onderwijzers van openbare lagere scholen in deze gemeente over het afgelopen halfjaar. Aan den voet dezer missive is gevoegd een specifieke aanduiding van de bedragen der onderscheidene onderwijzers: H. Hendriks, H.K. de Vries, J. Klouwen, A. Bouwhuis, H. van ’t Laar, F. aan ’t Rot, G.J. Broekroelofs, G. Kelder, H.E. Timmerman, G.J.H. Dorgelo, A.A. van Munster, G.W. Kastein en G. Arendshorst. Gedeputeerde Staten.
17 09-01-1871 Getal kiezers. In voldoening aan Uw besluit d.d. 5edezer, 2eafd. nr. 32/27, hebben wij de eer mede te delen dat het getal kiezers voor leden der tweede kamer na de sluiting der kiezerslijsten in 1851 in deze gemeente bedroeg 62. Dat de bevolking dezer gemeente op ultimo december 1850 bedroeg 5026. Gedeputeerde Staten.
18 09-01-1871 Getal kiezers. In voldoening aan punt 3 van Uw besluit d.d. 5edezer, 2eafdeling, nr. 32/27 hebben wij de eer mede telen dat het aantal kiezers voor leden der tweede kamer, die volgens den tegenwoordige census bij afschaffing der patentbelasting hunne bevoegdheid zouden verliezen voor den gemeente bedraagt 15 en voor den gemeenteraad 20. Gedeputeerde Staten.
19 11-01-1871 Bevolking. Ingevolge Uw besluit d.d. 10 december 1860, afd. statistiek nr. 324/263, hebben wij de eer hiernevens aan U in te zenden de bevolkingsstaat en bijlagen over het afgelopen jaar 1870. Commissaris des Konings.
20 11-01-1871 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan getekend terug te zenden het bevelschrift groot f. 222,85 strekkende ter voldoening van onderstandkosten over 1864 tot en met 1869, ontvangen bij Uwe missive d.d. 3edezer, nr. 450 B&W van Raalte.
21 12-01-1871 Pensioenen. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een attestatie de vita van de gepensioneerde weduwe J. Lenseling, wonende in deze gemeente, benevens de pensioenakte, met verzoek eerst gemeld stuk wel te willen betaalbaar stellen ten kantore van den ontvanger der directe belastingen enz. te Hardenberg. Volgens verklaring van de belanghebbende is het verzoek aan het departement van financiën om het pensioen ten Uwe kantore betaalbaar te doen stellen in tijds geschied. Betaalmeester te Zwolle.
22 13-01-1871 Mutaties in het personeel der beambten van politie. Ter voldoening aan Uw besluit van 30 december 1854, prov.blad nr. 125 heb ik de eer hiernevens in te zenden de opgave der mutaties welke in het afgelopen jaar in het personeel der beambten van politie hebben plaats gehad. Commissaris des Konings.
23 14-01-1871 Medische politie. Door deze hebben wij de eer U te verzoeken aan ons eenig materieel voor verrigte vaccinaties te willen doen toekomen, ten behoeve van drie geneeskundigen. Commissaris des Konings.
24 16-01-1871 Militie. In antwoord op Uw missive d.d. 13 dezer nr. 292a, heb ik de eer te berigten dat de daarbij bedoelde Frederik Bakhuis zich altoos voor de militie heeft doen inschrijven. Burgemeester van Tubbergen.
25 16-01-1871 Nationale militie. Naar aanleiding van act. 78 van het Koninklijk Besluit d.d. 8 mei 1862 (staatsblad nr. 46) heb ik de eer U mede te deelen dat de milicien verlofganger Bartel Klok, der ligting 1867 behoorende tot het 1eregiment infanterie op den 14edezer in deze gemeente is overleden. Commissaris des Konings.
26 16-01-1871 Als voren. Commanderende officier van het 1eregiment infanterie te Groningen.
27 16-01-1871 Nationale militie. Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Roelof Spijker der ligting 1866 behoorende tot het 1eregiment infanterie, op den 30 december jl. alhier is gehuwd. Commanderende officier van het 1eregiment infanterie te Groningen.
28 17-01-1871 In voldoening aan Uw apostille d.d. 16edezer, 3eafdeling nr. 320 en met terugzending van de daarbij gevoegde missive hebben wij de eer hierbij op te geven dat van het bedoelde materieel verlangd wordt: 6 titel- en 30 inlegvellen. Commissaris des Konings.
29 17-01-1871 Nationale militie. Zekere Jan Hendrik Niezink alhier, geboren ten jare 1852, wonende in de gemeente Tubbergen, vervoegde zich ter secretarie ten einde zich voor de nationale militie te doen inschrijven. De vader en moeder van gezegde Niezink zijn overleden, de toeziende voogd Hendrik Niezink is alhier woonachtig en is er in de plaats van de vader geen voogd benoemd. Daar nu de belanghebbende wel een toeziende voogd doch in waarheid geen voogd heeft is de vraag bij mij gerezen waar J.H. Niezink moet worden ingeschreven,  het zij hier of te Tubbergen. In het belang van J.H. Niezink neem ik de vrijheid U beleefd te verzoeken mij daaromtrent te willen inlichten. Commissaris des Konings.
30 17-01-1871 Naar aanleiding van hetgeen was vervat in Uw missive d.d. dezer, nr. 7, hebben wij de eer te berigten dat erin den loop des vorigen herfst door den Raad dezer gemeente is besloten tot de daarstelling van een nieuw schoolgebouw te Bergentheim. De teekening en bestek zonden wij den heer schoolopziener ter inzage en onmiddellijk daarop is hetzelve opgezonden aan Z.M. den Koning, vergezeld van een adres om subsidie naar aanleiding van art. 36 der Onderwijswet. De loop die de zaak moet hebben alvorens de subsidie wordt toegestaan is de navolgende: Ten fine van consideratie en advies wordt het bestek en teekening en request gesteld in handen van de Gedeputeerde Staten die die stukken wederom in handen stellen van een Hoofd-Ingenieur der Waterstaat en is het aan die beambte het bestek enz. goed te keuren. Die goedkeuring moet onvermijdelijk het toestaan der subsidie voorafgaan. Wat de termijn betreft waarop de geprojecteerde school in gebruik zal kunnen gesteld worden, die zal zooveel mogelijk bekort worden. U zal het derhalve met ons een zijn, dat zoo alvorens al de formaliteit die voor het toestaan der subsidie moeten voorafgaan niet in acht zijn genomen, er gevaar bestaat dat de subsidie niet wordt verkregen. Bij de vele uitgaven die de gemeente zich ten behoeve van haar lager onderwijs heeft moeten getroosten, o.a. de daarstelling van 3 nieuwe scholen in de laatst verloopen jaren, heeft de Raad dezer gemeente blijken gegeven dat haar de zorg voor het lager onderwijs na aan het hart ligt. De toestand der gemeentefinanciën is echter van dien aard dat wij het betwijfelen of de Raad dezer gemeente, het gevaar zal willen loopen dat de gevraagde subsidie voor de bouw der bedoelde school op grond van het niet vervallen der formaliteiten worde geweigerd, waardoor de gemeente eene aanzienlijke geldelijke schade zoude lijden. Wij zullen evenwel de Raad voorstellen met de bouw der school zoodra mogelijk aan te vangen en zoo die daartoe besluit maatregelen nemen dat de uitbesteding zoo spoedig mogelijk plaats hebbe. Het zoude ons echter leed doen, zoo er wordt overgegaan tot de sluiting der school te Bergentheim, wijl daardoor de kinderen van het onderwijs zouden zijn verstoken, terwijl ook hoewel wij toestemmen dat het schoollocaal bekrompen is, het onderwijs in de school te Bergentheim gegeven bij vergelijking van dat in andere scholen gunstig uitkomt. Inspecteur van het Lager Onderwijs in Overijssel.
31 19-01-1871 Nationale militie. Ter voldoening aan Uw missive, d.d. 16 dezer, 4eafdeling, nr. 297/219 hebben wij de eer hiernevens aan U in te zenden, het bewijs van inschrijving voor de nationale militie van Mannes de Gunst, zich bevindende in het Huis van Verbetering en Opvoeding voor Jongens te Alkmaar. Commissaris des Konings.
32 19-01-1871 Medische politie. In voldoening aan den inhoud van Uw missive d.d. 31 december jl., 3eafdeling, nr. 4785/3824, heb ik de eer te berigten dat er evenals vroeger thans ook noodzakelijkheid bestaat den grensbewoners dispensatie te geven van het verbod om vee in dit rijk in te voeren of ter weide te drijven, alsmede tot invoer van mest ter bemesting hunner in dit rijk gelegen landerijen. Naar mijne meening is het niet noodig dat er andere voorwaarden aan de vergunningen worden verbonden dan aan die welke vroeger door U zijn verleend. Commissaris des Konings.
33 20-01-1871 Nationale militie. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een geboorte-extract van Jan Hendrik Niezink, ten dienste der nationale militie. Deze persoon vervoegde zich alhier ten einde voor de militie te worden ingeschreven, doch daar hij geen ouders noch voogd heeft, zal hij dus moeten worden igneschreven in de gemeente waar hij woonachtig is. Hij woont te Geesteren in uwe gemeente als knecht bij Frederik Maathuis, in het belang van J.H. Niezink verzoek ik U hem wel te willen doen aanzeggen dat hij zich te Tubbergen voor de militie moet laten inschrijven en zal het mij aangenaam zijn van U berigt te mogen ontvangen of de inschrijving heeft plaats gehad. Burgemeester van Tubbergen.
34 20-01-1871 Medische politie. Onder toezending van het vereischte materieel hebben wij de eer U bij deze te herinneren aan het bepaalde in art. 7 der wet van 1 juni 1865 (Staatsblad nr. 60) betreffende het doen der opgaven van verrichte vaccinaties, die voor 1 februari van een jaar door U aan ons moeten worden gezonden. Dr. F.W. van Riemsdijk.
35 20-01-1871 Als voren Dr. G.W. van Riemsdijk.
36 20-01-1871 Als voren Dr. H.T.M. Koster
37 20-01-1871 Zekere Herman Hendriksen, geboren te Neuenhaus en te zamen wonende of gehuwd met Christina Borrink, houden zich tegenwoordig in deze gemeente op. De genoemde vrouw heeft naar ik geïnformeerd ben ten uwent voor eenige jaren gevangenisstraf ondergaan wegens diefstal. De man H. Hendriksen is mij totaal onbekend en zoude ik ten zijnen aanzien wel eenige inlichten willen ontvangen. Het gerucht zegt, dat Hendriksen ten uwent niet goed ter naam en faam stond. Alvorens die lieden alhier toe te laten zoude ik gaarne vernemen wat er van zij. Ambthauptman te Neuenhaus.
38 21-01-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratie wegens verstrekten onderstand aan H. Maat in 1870 groot f. 4,- ontvangen bij uwe missive d.d. 19 januari jl., nr. 6/43 B&W van Opsterland.
39 23-01-1871 Oost- en West Indische pensioenen. Naar aanleiding van Uw besluiten d.d. 5 en 29 maart 1867, nr. 1110/903 en 1499/1223 heb ik de eer U te verzoeken mij te willen doen toekomen 12 stuks attestatiën de vita voor Oost-West Indische pensioenen of gagementen. Commissaris des Konings.
40 23-01-1871 Verordeningen. Tot aanvulling onzer missive d.d. 4edezer, nr. 12, hebben wij de eer te berigten dat de daarbij vermelde verordening is afgekondigd den 27 maart 1870. Commissaris des Konings.
41 24-01-1871 In aantwoord op Uw missive d.d. 21 dezer, nr. 20, heb ik de eer te berigten dat de daarbij bedoelde stukken reeds door mij aan den vader van den belanghebbende zijn afgegeven, die voornemens was zich daarmede naar Zwolle te begeven. Garnizoenscommandant te Zwolle.
42 24-01-1871 Statistiek lager onderwijs. In voldoening aan Uw besluit d.d. 28 december 1861, 3eafd., nr. 520/3417 (prov.blad nr. 63), hebben wij de eer hiernevens in te zenden 12 stuks tabellen van het getal leerlingen op 16 januari jl. Gedeputeerde Staten.
43 24-01-1871 Verslag van den landbouw. Hiernevens hebben wij de eer aan U in te zenden het verslag van den landbouw over 1870. Commissaris des Konings.
44 26-01-1871 In voldoening aan hetgeen vervat was in het slot van Uw missive d.d. 19 januari jl., 4eafd., nr. 358/258 heb ik de eer te berigten dat bij mij van den burgemeester van Tubbergen de mededeling is ontvangen, dat de persoon van Jan Hendrik Niezink zich aldaar den 23edezer voor de nationale militie heeft doen inschrijven. Commissaris des Konings.
45 27-01-1871 Ingevolge verzoek van den heer Commandant der 4eCompagnie, 1ebataillon van het 1eregiment infanterie heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen eene kwitantie van den vader van de overledene milicien Bartel Klok, voorzien van een bewijs van erfregt, met verzoek mij het saldo tegoed ad f. 5,82½ te willen doen toekomen. Het zakboekje van den overledene gaat tevens hierbij. 1eLuitenant Kwartiermeester van de verenigde bataljon van het 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
46 27-01-1871 Ingevolge het verzoek vervat in Uw missive d.d. 25 dezer, nr. 22 heb ik de eer hiernevens aan U de daarbij bedoelde stukken te doen toekomen. Kapitein garnizoenscommandant te Zwolle
47 27-01-1871 Burgerlijke stand. Ik heb de eer U te doen toekomen de registers van de burgerlijke stand over 1870 vergezeld van de stukken behorend bij de huwelijkse acte. Officier der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
48 27-01-1871 Na kennisneming heb ik de eer U bijgaand afschrift eener missive van den heer Procureur Generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel terug te zenden. Kantonrechter te Ommen.
49 28-01-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratie wegens verstrekte onderstand aan J. Mulderij in 1870 ad f. 13,- ontvangen bij Uw missive d.d. 26edezer, nr. 56. B&W van Brummen.
50 28-01-1871 Burgerlijke stand. In voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U te doen toekomen een extract uit de registers van overlijden van Grietje Mink, binnen uwe gemeente gedomicilieerd. Ambtenaar der Burgerlijke Stand te Avereest.
51 29-01-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 26edezer, B nr. 106, heb ik de eer te berigten dat de persoon van Albertus Kluwer zich in deze gemeente bevindt ter buurtschap Kloosterhaar. Officier van Justitie te Deventer.
52 30-01-1871 Proces-verbaal van kasopneming. Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen afschrift van het proces-verbaal van opneming der gemeentekas op den 28edezer. Gedeputeerde Staten.
53 31-01-1871 Overeenkomstig Uw missive d.d. 30 dezer nr. 29, heb ik de eer hierbij een veranderd bewijs van toestemming betreffende persoon van Jacob Sloothaak aan U te doen toekomen. Kapitein Garnizoenscommandant te Zwolle.
54 31-01-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 21 dezer, nr. 6355, heb ik de eer te berigten dat het daarbij bedoelde huis van Frederik Stuiver nog op het perceel sectie M nr. 772 staat. Ontvanger der registratie te Ommen.
55 31-01-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden het bevelschrift strekkende ter voldoening van voorgeschoten onderstand in 1869 aan H. Redder ad. F. 130,80 ontvangen bij uw missive d.d. 28edezer, nr. 26. B&W van Staphorst.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
56 01-02-1871 Armwezen. Ingevolge uw missive d.d. 26e januari jl, nr. 134, hebben wij de eer hierbij voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratien wegens voorgeschoten onderstand aan J. van den Berg, J.K. Mennink en B. Schepers in 1866. Tevens gaan hierbij twee bevelschriften ter voldoening der door U voorgeschoten onderstand aan J.H. Wellen in 1869 en 1870 met verzoek dezelve te willen kwiteren en daarna terug te zenden. Wij verzoeken U den datum in het bevelschrift ad f. 16,- te willen open laten. B&W van Zuidwolde.
57 01-02-1871 Oefening in den wapenhandel. In voldoening aan Uw besluit d.d. 31 mei 1867, 4eafd., nr. 2419/1997 (prov.blad nr. 66) heb ik de eer te berigten dat in deze gemeente geen vereeniging tot vrijwillige oefening in den wapenhandel bestaat. Commissaris des Konings.
58 01-02-1871 School te Bergentheim. In voldoening aan hetgeen was vervat in Uw besluit van 26edezer, 2e afdeling, nr. 175/165, hebben wij de eer te berigten dat de Raad dezer gemeente op ons voorstel in den loop der afgeloopen zomer besloot in de buurtschap Bergentheim een nieuw schoollocaal te stichten, evenwel zich voorbehoudende nader te bepalen waar hetzelve geplaatst behoorde te worden. Het bestaande schoollocaal staat midden in de buurtschap Bergentheim, welke plats onder de tegenwoordige omstandigheden minder doelmatig geacht moet worden. De moeilijkheid evenwel om tot de doelmatigste plaats te belsuiten deed de uitvoering van het besluit tot stichting eenige vertraging ondergaan met betrekking mede tot het doen opmaken van het bestek enz. Dadelijk nadat die mogelijkheid door de definitieve bepaling der plaats was opgeheven is den architect Koch opgedragen zoo spoedig doenlijk met bestek en teekening gereed te zijn en zijn die stukken alsmede een adres aan Zijne Majesteit den Koning, waarbij de Raad toepassing van art. 36 der Onderwijswet vraagt, opgezonden. Het is Uwe vergaderng bekend hoe zwaar de gemeentefinanciën worden gedrukt door de kosten die er voor het lager onderwijs besteed moeten worden, en dat het ondoenlijk is zonder hulp over te gaan tot de stichting van het bedoelde schoollocaal. Het ligt in de reden dat er zoodrda mogelijk tot de aanbesteding zal worden overgegaan, maar is het minder geraden, met het bouwen te beginnen alvorens de zekerheid bestaat dat de gevraagde hulp verleend wordt, terwijl overigens het niet waarschijnlijk is dat de hulp verstrekt wordt zoo a priori het bestek niet is goedgekeurd door Uwe vergadering. Met het oog op hetgeen er door de gemeente reeds is gedaan ter bevordering van het lager onderwijs, zoo door het stichten van drie nieuwe scholen als door de noodzakelijke verhooging van jaarwedden van onderwijzers bij voorgekomene vacaturen, meenen wij U te mogen verzoeken bij het schooltoezigt te willen interveniëren opdat de school te Bergentheim niet worde afgekeurd en dientengevolge gesloten. Het daaruit voortspruitende nadeel voor de ter school gaande kinderen, zoude in geene deele worden opgewogen tegen het voordeel, indien er dan ook onmiddellijk konde overgegaan worden tot de stichting der nieuwe school en ook de gemeente gevaar liep een aanzienlijk verlies te lijden, zoo onverhoopt de subsidiën niet toegestaan werden, wegens het verzuim van formaliteiten. Commissaris des Konings
59 03-02-1871 Armwezen. Wij hebben de eer hiernevens aan U gekwiteerd terug te zenden de declaratie wegens verstrekte onderstand aan R. Eggens in 1870 ad f. 5,40 ontvangen bij Uw missive d.d. 31 januari jl., nr. 42. B&W van Hoogeveen.
60 04-02-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter L. van Assendorp te Gramsbergen, tegen Albert Kollen en Gerrit Dorgelo, arbeiders te Dedemsvaart in deze gemeente, wegens overtreding der wet op de bakkerij. Officier van Justitie te Deventer.
61 04-02-1871 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand januari 1871. Inspecteur te Kampen.
62 04-02-1871 Inzending uittreksel uit het register van overlijden over de maand januari 1871. Commissaris des Konings.
63 04-02-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen register en legger der patentschuldigen over het 3ekwartaal, nr. 1870/71 benevens de betrekkelijke declaratiën, met uitnoodiging naar aanleiding van act. 10 der wet van 5 april 1870 (staatsblad nr. 63), de daaromtrent te houdene vergadering van het College van Zetters tot regeling der aanslagen te komen bijwonen op donderdag den 9edezer des voormiddags ten elf ure. Controleur te Ommen.
64 06-02-1871 Wegen. In voldoening aan Uw circulaire d.d. 26 januari jl, 1eafd., statistiek nr. 6, hebben wij de eer U mede te deelen dat in deze gemeente bestaan vijf kunstwegen: 1. van Hardenbergh naar Ommen; 2. van Heemse naar Avereest; 3. van Avereest naar Coevorden; 4. van Hardenbergh naar de Hannoversche grenzen; 5. van Hardenbergh naar Gramsbergen. Op de vier eerstgemelde wegen wordt tol geheven, waarop drie tolboomen in deze gemeente staan en eene in de gemeente Stad Hardenbergh, wordende de tol op de sub 2 vermelde weg geheven door de gemeente Avereest. Aan de tolboom in deze gemeente op de weg sub 1 vermeld is de opbrengst gedurende het jaar 1870: f. 465,27 en aan de tolboom in deze gemeente op de weg sub 3 vermeld: f. 357,70. Commissaris des Konings.
65 07-02-1871 Ik heb de eer U bij deze kennis te geven dat de verlofganger Hendrik Jacobus Jansen der lichting 1869 zich op heden bij mij heeft aangegeven. Burgemeester van Zuidwolde.
66 08-02-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een bewijs van erfrecht benevens eene kwitantie ad f. 5,82½ met verzoek mij dat bedrag den erven van den overleden milicien Bartel Klok aankomende, te willen doen toekomen. 1eLuitenant-Kwartier-meester der verenigde bataljons van het 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
67 09-02-1871 Opgave van verhuizing. Naar aanleiding der missive van Z.E. den Minister van B.Z., d.d. 14 mei 1869, 2e afd., nr. 164, heb ik de eer U te doen toekomen opgave der kennisgevingen van verhuizing of van vestiging in deze gemeente, over het driemaandelijks tijdvak van 1 november 1870 tot 1 februari 1871. Ontvanger der directe belastingen te Hardenbergh.
68 11-02-1871 Paspoort. In voldoening aan Uw missive d.d. 21 januari jl, 4eafd., nr. 526/390, heb ik de eer te berichten dat het daarbij ontvangen paspoort ten behoeve van den milicien J. Hansman aan den belanghebbende is uitgereikt. Commissaris des Konings.
69 13-02-1871 Onder terugzending van den bevolkingstaat nr. 1 over 1870 benevens de daarbij gevoegde brief van den heer griffier bij de Arrondissementsrechtbank te Deventer, heb ik de eer te berichten dat de daarbij vermelde echtscheiding niet officieel ter mijner kennis is gekomen. Commissaris des Konings.
70 13-02-1871 Betrekkelijk H.C. Erley. In voldoening aan hetgeen vervat was in Uw apostillaire dispositie d.d. 10 dezer, 3e afd. nr. 662, en onder terugzending van de daarbij in onze handen gestelde bijlage, hebben wij de eer te berichten dat in het Algemeen Politieblad van dit jaar, bladzijde 39 sub nr. 25, de persoon van Erley voorkomt als over de grenzen des Rijks uitgeleid, met vermelding van enige omstandigheden ten zijnen aanzien o.a. dat hij ook reeds in 1863 over de Rijksgrenzen is gebracht. Het schijnt dat Erleij na zijne laatste uitleiding is teruggekomen en dat de Ambtenaar der Rijkspolitie van hogerhand de last hebben ontvangen op hem te letten en hem vindende hem terstond weder over de grenzen te brengen. Erley heeft in deze gemeente nimmer zijne woonplaats gehad en heeft hij alhier nimmer eene verklaring gedaan dat hij zich in deze gemeente wenste te vestigen. Ook geloven wij niet dat Erley eene dusdanige verklaring in eenige gemeente heeft gedaan, nocht dat hij zich gedurende vijf jaren aaneen in eenige gemeente heeft opgehouden. Erley staat bekend als een gevaarlijk sujet en landloper, waarom wij zijne verwijdering zeer wenselijk zouden achten. Naar wij verder geïnformeerd zijn, zoude Erley reeds vroeger in Pruissen tot tuchthuisstraf zijn veroordeeld en zich door ontvluchting aan het ondergaan dier straf hebben onttrokken, waardoor het waarschijnlijk wordt dat hij zich niet in zijne geboorteplaats heeft durven vertonen. Overigens was het den burgemeester dezer gemeente niet bekend dat Erley na zijne hierboven vermelde uitleiding zich weder herwaarts had begeven en is hij thans ook niet te Slagharen te vinden. Waarschijnlijk zwerft hij om en bij de Pruisische grenzen. Commissaris des Konings.
71 14-02-1871 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te zenden een bewijs van werkelijke dienst of een extract stamboek van ieder der hieronder vermelde personen, tot uw regiment behorende, welke stukken volgens art. 53 der militiewet, nodig zijn ter erlanging van vrijstelling wegens broederdienst ter zake van de militie. Betr. Jan Petter. Regiment veldartillerie te Arnhem.
72 14-02-1871 Als voren, betr. Koert Boertjes. 6eRegiment infanterie te Breda.
73 14-02-1871 Als voren, betr. Albert Meijerink en Johannes Fredericus Daman. 5eRegiment infanterie te ’s-Hertogenbosch.
74 14-02-1871 Als voren, betr. Klaas Bakker, Gerrit Jan Ballast, Jan Veltink, Lambert van den Berg, Gabe de Vries en Bartel Klok. 1eRegiment infanterie te Leeuwarden.
75 14-02-1871 Als voren, betr. Jan Mink, Hendrikus Hoekman, Klaas Mensink en Gerrit Schippers. 8eRegiment infanterie te Arnhem.
76 14-02-1871 Als voren, betr. Jan Hendrik Hankamp. Regiment grensjagers te ’s-Gravenhage
77 15-02-1871 Burgerlijke stand. Ik heb de eer U te berichten dat de alfabetische registers der akten van den burgerlijke stand gereed zijn. Griffier der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
78 15-02-1871 Tussen zondag en maandag nacht is de hond van Bolks weggelopen of gestolen uit een gesloten tuin te Zwolle toebehorende aan mr. S.J. van Royen aldaar. Die hond heeft een jaar gejaagd met den heer Van Pallant te Eerde en presumeer ik dat de hond weder naar Eerde is gelopen. Zekere jager Buddink te Ommen heeft ook met de hond gejaagd en kent hem. De hond is wit en bruin, langharig, goed behangen, heeft een lederen halsband om enz. Hebt de goedheid in Uwe buurt te informeren of daar ook een hond is komen aanlopen, en in dat geval hem door gezegde Buddink te doen herkennen. Natuurlijk worden de kosten van voeding enz. vergoed. Brigadier Majoor des Rijksveldwacht te Ommen.
79 16-02-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 14 dezer, nr. 73, heb ik de eer te berichten dat 1. Johannes Booi, echtgenoot van Femmigjen van der Weide, alhier is overleden den 2eapril 1852 waarschijnlijk dezelfde als de door U bedoelde Jan Arends Booij. 2. Femmechien van der Weide weduwe van Johannes Booi, hertrouwd met Lambert Hendriks Winter, weduwenaar van Roelofje Boer den 15 october 1853. 3. Berend Winter is alhier geboren den 2 september 1858. 4. Lambert Winters is alhier overleden den 24 mei 1862, de vrouw was genaamd Femmechien van der Weide. 5. Jentien Schram is alhier overleden den 14 april 1858. 6. Jacobje Jacobs Meester is alhier overleden den 1eapril 1865. Burgemeester van Avereest.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
96 01-03-1871 Brand te Lutten. Ik heb de eer U mede te deelen dat heden morgen omstreeks zes uur het woonhuis van den landbouwer J.H. Beltman te Lutten geheel is afgebrand, als mede het grootste gedeelte van den inboedel, met uitzondering van het vee, hetwelk is gered. De oorzaak van den brand is niet bekend. Huis noch inboedel waren tegen brandschade verzekerd. Commissaris des Konings.
97 03-03-1871 Nationale militie. In voldoening aan Uw marginale dispositie d.d. 2e dezer, 4eafdeling, nr. 870 en onder terugzending der daarbij in mijne handen gestelde bijlage heb ik de eer te berigten dat requestrant Wijtse Hoogeveen in dit jaar in deze gemeente voor de nationale militie heeft geloot, en dat hem nr. 51 ten deele is gevallen. Naar alle waarschijnlijkheid zal hij tot de dienst bij de nationale militie verpligt zijn. De weduwe Hoogeveen mij bekend zijnde, kan ik ten aanzien van haren toestand mede deelen dat zij veelal ziekelijk is en derhalve doorgaans buiten staat te arbeiden.  Het huisgezin der weduwe Hoogeveen bestaat uit twee dochters en een zoon te weten de requestrant. Wat het verzoek betreft om vrijstelling van de dienst op grond van te zijn de kostwinnende zoon eener weduwe, hierin zal wel niet getreden kunnen worden, als gevende de wet daartoe geene aanleiding. Konde echter na zijne inlijving aan requestrant, ingevolge art. 127 der wet ontheffing der werkelijke dienst worden toegekend, zulks zoude ik in het belang van het gezin der weduwe Hoogeveen allezins wenschelijk achten. Commissaris des Konings.
98 04-03-1871 Inzending opgave der overledenen over de maand februari Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
99 04-03-1871 Inzending uittreksel uit het register van overlijden februari Commissaris des Konings.
100 06-03-1871 Ingevolge Uw verzoek heb ik de eer U hierbij te doen toekomen het zakboekje van den milicien Jan Aalderts Lawant. Detachementcommandant 1eregiment infanterie te Zwolle.
101 06-03-1871 Wij hebben de eer U hierbij te doen toekomen een extract uit de naamlijst van kinderen die in 1870 de openbare scholen in deze gemeente hebben bezocht, daarop komen dertien kinderen voor uit uw gemeente. Wij verzoeken U het daarvoor verschuldigde schoolgeld ten bedrage van f. 32,50 aan ons te willen overmaken. B&W van Vriezenveen.
102 07-03-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 28 februari jl., B nr. 245, heb ik de eer te berigten dat de alhier gestationeerde Rijksveldwachter L. van der Wal en de leden van zijn gezin door een der alhier praktiserende geneesheren kosteloos zijn gevaccineerd. Officier van Justitie te Deventer.
103 07-03-1871 Nationale militie. Naar aanleiding van het geen is vervat in de circulaire van den heer Commissaris des Konings in deze provincie, d.d. 27 januari jl., nr. 347, hebben wij de eer onder overlegging van een geneeskundig attest, U mede te delen dat de loteling der ligting van dezen jare, Hendrik Hendriks uit deze gemeente, getrokken hebbende nr. 50 en die wegens gebreken aanspraak op vrijstelling vermeent te hebben, door ziekte verhinderd wordt voor den militieraad te verschijnen. De loteling bevindt zich ten huize zijner moeder de weduwe H. Hendriks te Lutten aan de Dedemsvaart in deze gemeente. Militieraad te Zwolle.
104 09-03-1871 Militie. In voldoening aan uw missive d.d. 6edezer, 4e afd., nr. 912/744, heb ik de eer te berigten dat de loteling W. Hoogeveen, niet de eenige zoon is zijner moeder weduwe. Genoemde loteling heeft drie broeders doch zijn die niet bij de weduwe inwonende. Commissaris des Konings.
105 10-03-1871 Verordeningen. Naar aanleiding van art. 167 der Gemeentewet hebben wij de eer U te doen toekomen een verordening tegen de uitbreiding der pokziekte en het schoolgaan der kinderen die niet gevaccineerd zijn, in de gemeente Ambt Hardenbergh. Gedeputeerde Staten.
106 10-03-1871 Betaling uit den post van onvoorziene uitgaven dienst 1870. Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een raadsbesluit d.d. heden, tot betaling uit hoofdstuk IV der begrooting dienst 1870, eener som van f. 16,- verschuldigd aan de gemeente Zuidwolde wegens voorgeschoten verpleegkosten aan J.H. Wellen in 1869. Gedeputeerde Staten.
107 11-03-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 10edezer, heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een geboorte-extract van Egbert van der Weide, zijnde Gepke Olm (Holm of Ollam) in de geboorteregisters alhier niet te vinden. Gedeputeerde Staten.
108 11-03-1871 In de Raadsvergadering van gisteren is ter tafel gebragt Uw voorstel betrekkelijk de vaccinatie en revaccinatie der ingezetenen dezer gemeente. Dat voorstel mij mondeling gedaan door den heer Dr. G.W. van Riemsdijk hield in, de vaccinaties te verrigten tegen eene tegemoetkoming van f. 75,- en elk uwer en eene schadeloosstelling voor reiskosten ad f. 15,- weshalve de kosten daarvan voor het gedeelte der gemeente alwaar door U wordt gepraktiseerd f. 180,- zoude bedragen. De Gemeenteraad heeft gemeend in dat voorstel niet te kunnen treden, doch overtuigd van het nut der vaccine besloten de kosten dier operatie van onvermogenden ten laste der gemeentekas te doen komen en zulks tot een bedrag van f. 0,40 voor reden dusdanig verrigte kunstbewerking. Wijders heeft de Raad eene verordening vastgesteld houdende 1. het verbod om kinderen op de openbare scholen toe te laten die niet gevaccineerd zijn en zullen zij om het tegendeel te bewijzen een bewijs daarvan van een erkend geneeskundige moeten overleggen. 2. Dat indien er pokziekte uitbreekt daarvan onmiddellijk kennis gegeven moet worden enz. Het zal wel geen vertoog behoeven dat de aanvraag om gevaccineerd te worden door den maatregel aanmerkelijk zal toenemen en zoude ik U daarom willen voorstellen van de verrigte vaccinaties eene lijst te willen houden en die bijv. wekelijksch aan mij te doen geworden, om als dan voor de ten koste der gemeente gedane vaccinaties onmiddellijk te kunnen voldoen. Natuurlijk zullen wij gezamenlijk moeten oordelen over het al dan niet onvermogend zijn dergene die door U gevaccineerd zijn. Ik ben overtuigd dat door de Raad de billijkheid ten aanzien der onderhavige zaak genoegzaam is in acht genomen, en hoop dat de hierboven omschreven regeling Uwe goedkeuring zal wegdragen. Medicinae doctors F.W. & G.W. van Riemsdijk.
109 13-03-1871 In voldoening aan Uw marginale dispositie d.d. 11edezer, nr. 696 en onder terugzending van het daarbij in mijne handen gestelde adres van Jan Willem Wenink, heb ik de eer te berigten dat adressant tot heden aan zijne verpligtingen als verlofganger heeft voldaan. Commissaris des Konings.
110 13-03-1871 In voldoening aan uw beschikking d.d. 13edezer, heb ik de eer onder terugzending der bijlagen te berigten dat het verschil in de namen voorkomende in het bewijs van ontslag uit de dienst en het getuigschrift model nr. 10, ontstaat door dien de eerst vermelde Hermanes Siwes, in de geboorteregisters van de gemeente Avereest abusievelijk is ingeschreven als zoon van Berend Hendrik Siebert en Josephina Catharina Blatter, terwijl de andere drie zonen die in deze gemeente zijn geboren, in de geboorteregisters zijn vermeld als: 1. Hendrik, zoon van Hendrik Siwes en van Josephina Blades, 2. Johan, zoon van Hendrik Siwes en van Josephina Bladders, 3. Martinus, zoon van Hendrik Siewes en van Josephina Bladders. Militieraad te Zwolle.
111 16-03-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 13 dezer, heb ik de eer te berigten dat de persoon van J.H. Schonekamp voor eenigen tijd te Kampen, alwaar hij student is aan de Theologische School, ongesteld is geworden en zich thans alhier bevind. Dat volgens zijne verklaring die ongesteldheid echter niet van dien aard is, dat hij vermeend daarop vrijstelling van de dienst te kunnen verkrijgen, en uit dien hoofde niet voor den militieraad is verschenen, doch is hij voornemens ingevolge art. 126 der militiewet ontheffing van de werkelijke dienst voor één jaar aan te vragen. Militieraad in Overijssel.
112 16-03-1871 Mutaties met militiepligtigen. Naar aanleiding van Uw missive d.d. 10 dezer, nr. 935/782 heb ik de eer mede te deelen dat de daarop voorkomende A.J. Snijders geen milicien uit deze gemeente is. Commissaris des Konings.
113 17-03-1871 Burgerlijke stand. Op Uw schrijven d.d. 16edezer, heb ik de eer U de alphabetische tafels op de acten van den burgerlijken stand der gemeente Ambt Hardenbergh over den jare 1870 te doen geworden. Griffier der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
114 17-03-1871 Met verzoek het verzoek dat te willen legaliseren heb ik de eer U hierbij te doen geworden een huwelijksconsent opgemaakt door de notaris Van der Muelen alhier. Dat consent gratis op certificaten van onvermogen opgemaakt zijnde meen ik geene zwarigheden te mogen maken het U onder kruisband te doen geworden op gelijke wijze zoude ik hetzelve gaarne terug ontvangen. Griffier bij de Arrondissementsrechtbank te Deventer.
115 18-03-1871 De geboorte-extracten verzocht bij Uw missive d.d. 16edezer nr. 72, heb ik de eer U hierbij te doen geworden. Ambtenaar van het O.M. bij het Kantongerecht te Hoogeveen.
116 20-03-1871 Militie. Ingevolge art. 99 der Militiewet heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen een bezwaarschrift tegen de uitspraak van den militieraad in deze provincie, van H.J. Nijenhuis, landbouwer te Rheeze, vader van den loteling Teunis Nijenhuis, die bij de loting nr. 65 heeft getrokken. Gedeputeerde Staten.
117 20-03-1871 In voldoening aan uw missive d.d. 13edezer, heb ik de eer hierbij in te zenden: 1. Een verklaring opgemaakt door den heer H.T.M. Koster, geneeskundige te Lutten, omtrent de toestand van den loteling Hendrik Hendriks. 2. Een schriftelijke eed. 3. Een declaratie in triplo. 4. De lastgeving aan gemelde geneeskundige. Militieraad te Zwolle.
118 21-03-1871 Plaatselijke belasting. Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden de door den Raad in deszelfs vergadering van den 10 dezer vastgestelde kohieren van den hoofdelijken omslag en de belasting op de honden, alsmede het kohier der belasting op te brengen in natura. Het op de vaststelling der bovengemelde kohieren betrekkelijke raadsbesluit gaat mede hierbij. Gedeputeerde Staten.
119 21-03-1871 Rooster van Aftreden Collegie van Zetters. In voldoening aan Uw besluit d.d. 1 november 1870, hebben wij de eer U hieronder mededeling te doen van de rooster van aftreding van de leden van het Collegie van Zetters, in den gemeente: Albert Koers, ultimo december 1871; Jan Stoeten E.zn, ultimo december 1872; Jan Berend Bolks, ultimo december 1874; en Albert ten Kate, ultimo december 1874. Commissaris des Konings.
120 22-03-1871 Hierbij heb ik de eer aan U in te zenden een aangifte volgens act. 38 der wet van 26 mei 1870, van L.E. wind te Lutten, ter bekoming van vrijdom van grondbelasting wegens gebouwde eigendommen. Gedeputeerde Staten.
121 22-03-1871 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 19 dezer, heb ik de eer U te verzoeken mij wel te willen mede deelen op welke wijze de uitrusting en randsel van miliciens, moeten worden opgezonden, aangezien zulks niet met of ten minste moeilijk onder kruistand of in paket kan geschieden. Administrateur der veldbataillons van het 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
122 22-03-1871 Ingevolge Uw verzoek bij missive d.d. 20 dezer, no. 91 heb ik de eer hieronder op te geven het bedrag der jaarwedden van den verschillende onderwijzers in deze gemeente. Burgemeester van Dalfsen.
123 23-03-1871 Wij hebben de eer U beleefd te verzoeken bijgaand bevelschrift wegens voldoening van verleende onderstand voor voldaan te willen teekenen, in plaats van het mede hierbijgaande op den 2 februari jl. door U gekwiteerd, aangezien het besluit tot betaling uit den post voor onvoorziene uitgaven eerst op den 10 dezer is genomen, en de betaling alzoo op den 2 februari jl. nog niet kon geschieden. B&W van Zuidwolde.
124 25-03-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 24edezer, hebben wij de eer te berichten dat de magtiging bedoeld bij act. 121 der Gemeentewet, betreffende het op te rigten vast veer tusschen deze gemeente en Meppel tot heden door ons niet is aangevraagd, doch voornemens zijn die aanvrage binnen korten tijd te verzenden. B&W van Meppel.
125 27-03-1871 Kiesverrigtingen. Ingevolge art. 73 der Wet van 4 juli 1850 heb ik de eer bij deze aan U in te zenden de bij mij ontvangen opgave van den Rijksontvanger bedoeld bij art. 7 der Gemeentewet. Gedeputeerde Staten.
126 27-03-1871 Naar aanleiding van art. 32 der Kieswet heb ik de eer U te doen toekomen een afschrift der kiezerslijst voor leden der Tweede Kamer der Staten Generaal. Gemeentebestuur der Stad Almelo.
127 27-03-1871 Naar aanleiding van art. 32 der Kieswet heb ik de eer U te doen toekomen een afschrift der kiezerslijst voor leden der Provinciale Staten. Gemeentebestuur van Stad Ommen.
128 27-03-1871 Wij hebben de eer U te verzoeken ons wel te willen toen toekomen, het onderstaande materiaal ten behoeve der geneeskundigen wegens verrigte vaccinatiën. 100 inlegvellen. Commissaris des Konings.
129 28-03-1871 Ingevolge Uw missive d.d. 19 en 21 dezer, nr. 146 en 158, heb ik de eer te berigten dat de daarbij bedoelde uitrustingen van de miliciens Lambert van den Berg en Bernardus Georgus Meijer, op heden zijn verzonden in een pak, te weten van Lambert van den Berg: 1 randsel, 1 laken pantalon, 1 mouwvest, 1 kwartiermuts, 1 kapot, 2 paar schoenen, 1 schoenzakje, 2 hemden, 2 onderbroeken, 2 paar sokken, 1 paar handschoenen, 1 linnen pantalon, 2 handdoeken, 1 rokzakje, 1 naaizakje, 1 kleerborstel, 1 schoenborstel, 1 slotborstel, 1 vetdoos, 1 haarkam, 1 zakboekje, 1 kleerklapper, 1 knoopschaar, 1 paar broekdraagbanden, 1 eetketeltje, 1 spijslepel, 1 linnen zak, 1 schaal en van Bernardus Georgus Meijer: 1 randsel, 1 laken pantalon, 1 mouwvest, 1 kwartiermuts, 1 kapot, 1 paar schoenen, 1 paar schoenzakjes, 2 hemden, 2 onderbroeken, 2 paar sokken, 1 paar handscheonen, 1 linnen pantalon, 2 handdoeken, 1 rokzakje, 1 naaizakje, 1 kleerborstel, 1 schoenborstel, 1 slotborstel, 1 vetdoos, 1 haarkam, 1 kleerklopper, 1 knoopschaar, 1 paar broekdraagbanden, 1 eetketeltje, 1 linnen zak, 1 schacot, 1 halsdas, 1 poetszak. Administrateur der veldbataillon 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
130 29-03-1871 Verordeningen. Ingevolge art. 175 der Gemeentewet hebben wij de eer U hiernevens te doen toekomen eene verordening tegen de uitbreiding der pokziekte en het schoolgaan van kinderen die niet gevaccineerd zijn. Kantonrechter te Ommen.
131 29-03-1871 Als voren. Officier van Justitie te Deventer.
132 29-03-1871 Als voren. President der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
133 29-03-1871 Als voren. Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel.
134 29-03-1871 Als voren. President van het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel.
135 29-03-1871 Als voren. Ambtenaar van het O.M. te Ommen.
136 31-03-1871 Militie. Ingevolge art. 72 van het Koninklijk Besluit van 8 mei 1862, heb ik de eer hierbij aan U in te zenden eene naamlijst in duplo, model nr. 24, benevens eene aanvraag om ontheffing van de werkelijke dienst van één jaar, van J.H. Schonekamp, student aan de Theologische School te Kampen, alsmede een bewijs afgegeven door de Rector der gemelde school. Commissaris des Konings.
137 01-04-1871 Verkeer van vreemdelingen. In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 24 october 1854 heb ik de eer mede te deelen dat er in het afgeloopen kwartaal, op mijn last geene vreemdelingen over de grenzen des Rijks zijn uitgeleid geworden, noch voor zoover mij bekend binnen deze gemeente hebben verkeerd. Procureur-generaal fung. Directeur des Rijkspolitie te Zwolle.
138 01-04-1871 Rustende schutterij, officieren. Wij hebben de eer aan U mede te deelen dat voor zoo veel deze gemeente betreft, in het afgeloopen kwartaal geene veranderingen in het kader der officieren hebben plaats gehad, als bedoeld bij besluit d.d. 23 october 1868. Commissaris des Konings.
139 01-04-1871 Reclame tegen den aanslag in den hoofdelijken omslag. Hiernevens hebben wij de eer naar aanleiding van Uw apostillaire dispositie d.d. 23e maart jl., nr. 682, U te doen geworden een besluit van den Raad dezer gemeente d.d. 31 maart jl., betrekkelijk de daarbij in ’s Raads handen gestelde reclame van Hendrik Wevers, tegen zijne aanslag in den Hoofdelijken Omslag voor het jaar 1871. Gedeputeerde Staten.
140 03-04-1871 Bij deze heb ik de eer U te berigten dat de extractarresten mij geworden bij Uw apostille d.d. 30 maart jl. nr. 493 op de daarvoor bestemde plaatsen ter dezer gemeente zijn aangeplakt. Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel te Zwolle.
141 03-04-1871 Verlofganger. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger uit Uwe gemeente Jan Johannes Jutstra der ligting 1866, zich op heden bij mij heeft aangegeven. Burgemeester van Westerbork.
142 03-04-1871 Kennisgeving overlijden van den loteling Hendrik Hendriks. Commissaris des Konings.
143 04-04-1871 Inzending opgave der overledenen over de maand maart 1871. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
144 04-04-1871 Inzending uittreksel uit het register van overlijden over de maand maart 1871. Commissaris des Konings.
145 04-04-1871 Proces-verbaal. Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter L. v.d. Wal en de gemeenteveldwachter P. Snoeijer alhier, ten verzoeke van P.W. Dam, verveener te Lutten, contra Aart de Rooi aldaar, wegens diefstal van turf. Officier van Justitie te Deventer.
146 04-04-1871 Militie, aankomst verlofganger. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger uit Uwe gemeente, Hendrik Otter, der ligting 1868, zich op heden bij mij heeft aangegeven. Burgemeester van Avereest.
147 04-04-1871 Pensioenen. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen eene attestatie de vita van de gepensioneerde Neeltje Urich, weduwe van J. Lenseling, benevens de pensioenacte, met verzoek eerstgemeld stuk ten kantore van de ontvanger der directe belastingen enz. te willen betaalbaar stellen. Betaalmeester te Zwolle.
148 04-04-1871 Militie. Onder toezending eener acte van overlijden heb ik de eer U mede te deelen dat de loteling Hendirk Hendriks der ligting 1871 bij de loting getrokken hebbende numero 50, op den eersten dezer is overleden. Militieraad.
149 05-04-1871 Instellingen van weldadigheid. In voldoening aan hetgeen was vervat in Uw besluit van 18 januari 1855, nr. 108/99 (prov.blad nr. 9), hebben wij de eer te berigten dat in deze gemeente geen banken van leening, zieken en begraafnisbussen, spaarbanken of spaarkassen worden gevonden. Gedeputeerde Staten.
150 06-04-1871 Militie. Bij deze heb ik deer U te berigten dat ingevolge Uwe missive van den 31 maart jl., nr. 72, de daarbij omschreven kleedingstukken van den milicien Roelof Spijker op heden aan het opgegeven adres zijn verzonden. Het zakboekje gaat hiernevens. Majoor-Commandant van het 1ebataillon 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
151 06-04-1871 Militie. Bij deze heb ik de eer U te berigten dat ingevolge Uwe missive d.d. 31 maart jl. nr. 10, de daarbij omschreven kleedingstukken van den milicien Lucas Woelderink aan het opgegeven adres zijn verzonden. Het zakboekje gaat hiernevens. Majoor-Commandant van het 1ebataillon 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
152 07-04-1871 Zeemilitie. In voldoening aan hetgeen vervat is in Uw circulaire d.d. 15 februari jl, nr. 553, hebben wij de eer te berigten dat zich in deze gemeente geene lotelingen vrijwillig voor de zeemilitie hebben aangemeld. Commissaris des Konings.
153 07-04-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 31 maart jl, nr. 452, heb ik de eer onder terugzending van het daarbij gevoegde proces-verbaal U te doen toekomen een proces-verbaal van verhoor van den verdachte Hendrik Heitbrink. Voorts heb ik de eer te berigten dat Hendrik Heitbrink reeds vroeger gevangenisstraf heeft ondergaan. Officier van Justitie te Deventer.
154 08-04-1871 Bij deze heb ik de eer U te berigten dat de peresoon van Hendrik Wittendorp bedoeld in Uw missive van den 7edezer, nr. 514, in de geboorteregisters dezer gemeente niet is te vinden. Officier van Justitie te Deventer.
155 11-04-1871 Rooster van aftreding College van Zetters. In voldoening aan Uw missive d.d. 6edezer, hebben wij de eer hierbij verbeterd terug te zenden de rooster van aftreding van Zetters voor ’s Rijks Directe Belastingen. Commissaris des Konings.
156 14-04-1871 Ingevolge Uw missive d.d. 5edezer nr. 6425/3 heb ik de eer onder terugzending de daarbij ontvangene staten de volgende inlichtingen te geven, omtrent de daarop voorkomende personen: D.J. Brink, nr. 61, overleden den 22 augustus 1869; Harm Hendrik Wuite, nr. 241, vertrokken naar Gramsbergen den 25enovember 1867; Antonie Keizer, nr. 287, overleden den 26efebruari 1871; Hendrikus Blankvoort, nr. 397, 420, 431, overleden den 28ejanuari 1870; J.P. Kleijs, nr. 412, vertrokken naar Avereest den 27eoctober 1869; Evert Schuurman, nr. 424 en 433, overleden den 4eaugustus 1870; Gerit ten Napel, nr. 437 en 488, vertrokken naar Den Ham den 18e maart 1871; G.J. van der Scheer, nr. 443 en 444, vertrokken naar Noord-Amerika; Hermannus Dumel, nr. 481, vertrokken naar Ambt Ommen den 9e mei 1870. Voorts heb ik de eer te berigten dat er in den toestand der overige schuldenaren geene verandering is gekomen. Ontvanger der registratie te Ommen.
157 14-04-1871 Jagt en visscherij. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen 10 stuks aanvragen ter bekoming van kleine vischacten terwijl tot heden geen aanvragen om jagtacten hebben plaats gehad. Commissaris des Konings.
158 15-04-1871 Voldoende aan Uw verzoek bij missive d.d. 13edezer, nr. 234/255, heb ik de eer mede te deelen dat de bevolking dezer gemeente op 31 december 1870 bedroeg: 7354. Eene kom bestaat hier niet. Controleur te Ommen.
159 15-04-1871 Abonnement Staatsblad. Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een kwitantie wegens storting groot f. 4,- wegens abonnement op het Staatsblad over 1871 en register op hetzelve van 1870. Commissaris des Konings.
160 17-04-1871 Bevolking. In voldoening aan Uw circulaire d.d. 18emaart jl, nr. 36, heb ik de eer te berigten dat zich in deze gemeente geene Britsche onderdanen bevinden. Commissaris des Konings.
161 19-04-1871 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter L. van der Wal, tegen Johannes Vugteveen te Dedemsvaart in deze gemeente, wegens het wederregterlijk wegvoeren van eenige meubelen uit het huis zijner ouders, aldaar. Officier van Justitie te Deventer.
162 19-04-1871 Geestelijken. In voldoening aan het geen voorgeschreven bij provinciaal blad nr. 124 van 1834, hebben wij de eer U hierbij te doen toekomen een opgaaf der geestelijken bij de onderscheidene godsdienstige gezindheden in deze gemeente. Commissaris des Konings.
163 21-04-1871 Betaling uit den post van onvoorziene uitgaven dienst 1870. Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een Raadsbesluit d.d. 20edezer tot betaling uit hoofdstuk IV der begrooting dienst 1870, eener som van f. 30,94½ aan de gemeente Gramsbergen, wegens voorgeschoten verpleegkosten over de jaren 1867 en 1868. Gedeputeerde Staten.
164 22-04-1871 In voldoening aan de circulaire van den heer Commissaris des Konings in deze provincie, d.d. 6 februari 1867, 3eafd., nr. 7611/542, hebben wij de eer U hiernevens te doen toekomen een afschrift van het hoofdstuk medische politie uit het gemeenteverslag over 1870. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen.
165 22-04-1871 Benoeming van Tegenschatters voor de personele belasting dienst 1871/1872. Wij hebben de eer U door dezen kennis te geven dat U door den Raad dezer gemeente in zijne vergadering van den 20edezer, zijt benoemd tot Tegenschatter voor de personele belasting, dienst 1871/1872, en zulks naar aanleiding van act. 29 lid 2 der wet van 29 maart 1833, staatsblad nr. 4. Albertus Hamhuis te Heemse.
166 22-04-1871 Als voren. Jan van Dijk te Dedemsvaart.
167 22-04-1871 Benoeming van Tegenschatters voor de personele belasting dienst 1871/1872. Naar aanleiding van hetgeen is vervat in sub. D van het besluit van den heer Staadsraad Gouverneur dezer provincie van 12 april 1845, provinciaal blad nr. 40, hebben wij de eer mede te deelen dat door den Raad dezer gemeente in zijne vergadering van den 20edezer, zijn benoemd tot tegenschatters voor de personele belasting dienst 1871/1872: Albertus Hamhuis, timmerman te Heemse, en Jan van Dijk, opzigter te Dedemsvaart. Commissaris des Konings.
168 22-04-1871 Kennisgeving als voren. Controleur te Ommen.
169 24-04-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 20edezer, nr. 616, heb ik de eer onder terugzending van het daarbij ontvangene proces-verbaal contra J. Vugteveen, U te doen toekomen een proces-verbaal van verhoor van den verdachte. Getuigen zijn niet op te sporen. Officier van Justitie te Deventer.
170 24-04-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee processen-verbaal, opgemaakt door L. van der Wal, wegens het doen loopen en grazen van schapen op in den oogst staande heidegrond en opgaande dennen te Rheezerveen in deze gemeente. 1etegen G.J. Wemekamp, schaapherder te Rheezerveen; 2etegen Derk Overweg, schaapherder te Rheeze. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
171 24-04-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een zakboekje van den milicien verlofganger J.J. Bosch, mij ter uitreiking gezonden door de majoor-commandant van het korps. Blijkens Uw missive d.d. 17efebruari jl., nr. 1091, heeft gemelde verlofganger zich in uwe gemeente gevestigd,en heb ik de eer U te verzoeken hem hetzelve wel te willen doen geworden. Burgemeester van Zwolle.
172 24-04-1871 Statistiek lager onderwijs. In voldoening aan Uw besluit d.d. 28 december 1861, nr. 520/3437, hebben wij de eer hiernevens in te zenden 12 stuks tabellen van het getal leerlingen op 17 april jl. Gedeputeerde Staten.
173 24-04-1871 Ter voldoening aan het 2elid van act 4 der wet van 10 april 1869, Staatsblad nr. 65, heb ik de eer U bij deze kennis te geven dat door mij op heden verlof is verleend tot het begraven van het lijk van Jan Papmeijer, oud 2 maanden, overleden te Venebrugge in de begraafplaats der Hervormden in uwe gemeente. Burgemeester van Stad Hardenberg.
174 25-04-1871 Bijgaande stukken betreffende de plaatsvervanging van den loteling Roelof Altena heb ik de eer hiernevens aan U te doen toekomen. Militieraad te Zwolle.
175 26-04-1871 Verslag betrekkelijk de werking der wet van 28 juni 1854, staatsblad nr. 100. Naar aanleiding van hetgeen was vervat in het provinciaal blad nr. 81 van 1854, hebben wij de eer hiernevens aan U te doen toekomen een verslag betrekkelijk de werking der wet van 28 juni 1854. Commissaris des Konings.
176 27-04-1871 Gemeenteverslag. Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen twee exemplaren van het uitvoering en beredeneerd verslag van den toestand der gemeente over het jaar 1870. Gedeputeerde Staten.
177 27-04-1871 Getal kiezers. In voldoening aan Uw besluit der 27emaart 1868, nr. 1223/905, hebben wij de eer mede te deelen dat het getal kiezers na de herziening der kiezerslijsten is als volgt. Voor leden der Tweede Kamer der Staten Generaal: 111. Voor leden der Provinciale Staten: 111. Voor leden van den Gemeenteraad: 191. Commissaris des Konings.
178 28-04-1871 Onder terugzending van bijgaande stukken heb ik de eer U mede te deelen dat de buurtschap Daarle is gelegen onder de gemeente Hellendoorn. Officier van Justitie te Almelo.
179 29-04-1871 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van het proces-verbaal van opneming der gemeentekas op den 27edezer. Gedeputeerde Staten.
180 29-04-1871 Militie. Ik geef U bij dezen kennis, dat de verlofganger Albert Moes der ligting 1869 op den dag van heden aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met het voornemen zich in Uwe gemeente te vestigen. Bij aankomst in Uwe gemeente verzoek ik daarvan overeenkomstig de bestaande voorschriften, berigt. Burgemeester van Hoogeveen.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
181 02-05-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een oproepingsbrief voor de nationale miltie, voor de persoon van Jan Kiefte, met beleefd verzoek dezelve aan den belanghebbende wel te willen doen uitreiken, hij is molenaarsknecht bij Scholten in uwe gemeente. Burgemeester van Coevorden.
182 02-05-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een oproepingsbrief voor de nationale militie, voor de persoon van Hendrik Lutterman, den 27e februari jl, naar uwe gemeente verhuisd, met beleefd verzoek dat stuk aan den belanghebbende te willen doen uitreiken. Burgemeester van Ambt Ommen.
183 03-05-1871 Grondbelasting. Hiernevens heb ik de eer U in te zenden drie aangiften tot bekoming van vrijdom van grondbelasting, volgens act. 38 der wet van 26 mei 1870 (staatsblad nr. 82) van de weduwe H. Geerdes en kinderen te Avereest. Gedeputeerde Staten.
184 04-05-1871 Nationale militie. In voldoening aan hetgeen vervat is in het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 27 april jl, nr. 1192, heb ik de eer U hierbij te doen geworden een dubbel van den staat der maanschappen begrepen in het aandeel dezer gemeente in de ligting voor de nationale militie van het jaar 1871. Luitenant-kolonel, provisioneel adjudant te Zwolle.
185 04-05-1871 Nationale militie; paspoort. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een paspoort voor den in Uwe gemeente zich bevindende milicien Hendrik Heeres, met verzoek dat stuk aan denzelven te willen doen uitreiken, en mij daarvan berigt te willen zenden. Burgemeester van Avereest.
186 04-05-1871 Als voren, twee paspoorten voor H.J. Dorgelo en B. van Born. Burgemeester van Zwolle.
187 04-05-1871 Als voren, een paspoort voor Gabe de Vries. Burgemeester van Steenwijkerwold.
188 04-05-1871 Als voren, een paspoort voor Herman Denneboom. Burgemeester van Beilen.
189 04-05-1871 Als voren, een paspoort voor H.H. Albers. Burgemeester van Onstwedde.
190 04-05-1871 Als voren, een paspoort voor Geert van Dijk. Burgemeester van Zuidwolde.
191 04-05-1871 Lager onderwijs. De hulponderwijzer J. Cremer heeft zijne eervol ontslag aangevraagd. Hij heeft eene betrekking aangenomen te Beilen. U hiervan kennis gevende verzoeken wij dat door Uw tussenkomst eene oproeping van sollicitanten in de nieuwe bijdragen voor het lager onderwijs worde opgenomen. De jaarwedde is f. 300,- Schoolopziener te Heerenveen.
192 05-05-1871 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand april. Inspecteur te Kampen.
193 05-05-1871 Inzending uittreksel uit het register van overlijden over de maand april 1871. Commissaris des Konings.
194 08-05-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 1 mei jl., en met terugzending van het daarbij gevoegde proces-verbaal, heb ik de eer U hierbij een proces-verbaal van verhoor van Hendrik Jan Reurink te doen toekomen. Officier van Justitie te Deventer.
195 09-05-1871 Lager onderwijs. Naar aanleiding van Uw besluit d.d. 4edezer, nr. 1388/1067, hebben wij de eer mede te deelen dat het geenzins der aandacht van den Gemeenteraad is ontsnapt, dat de hulponderwijzer A.A. van Munster onder tijdelijke toepassing van art. 20 der wet van 13 augustus 1857 (staatsblad nr. 103) slechts voor de tijd van drie jaren als onderwijzer der school te Collendoorn konde werkzaam zijn. Inmiddels heeft gezegde A.A. van Munster met goed gevolg het examen van hoofdonderwijzer afgelegd zoodat naar onze meening er geene nieuwe benoeming behoeft plaats te hebben. Mogt de meening van U nmet ons gevoelen in strijd zijn, dan verzoeken wij beleefd daarvan onderrigt te mogen worden en zullen wij onmiddellijk alle zoodanige stappen doen als noodig zal zijn om de zaak naar Uw meening te regelen. Gedeputeerde Staten.
196 09-05-1871 Door deze heb ik de eer U mede te deelen dat de persoon gesignaleerd in het Algemeen Politieblad onder nr. 428, genaamd Lambertus Tormijn op heden op mijn last is gearresteerd en door mij naar Ommen is opgezonden. Officier van Justitie te Deventer.
197 10-05-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 9edezer, nr. 754, heb ik de eer te berigten dat Willem Dam, wonende te Lutten, op gisteren bij de Nationale Militie is ingelijfd, doch bij mij nog niet bekend bij welk regiment. Zoodra zulks ter mijner kennis komt, zal ik U daarvan in kennis stellen. Officier van Justitie te Deventer.
198 12-05-1871 Instellingen van weldadigheid. In voldoening aan Uw besluit van 24 augustus 1854, nr. 2528/1859, hebben wij de eer te berigten dat er in deze gemeente geen andere instellingen van weldadigheid bestaan dan bedoeld worden bij act. 2 litt b, der wet van 28 juni 1854, en dat naar onze meening derhalve het opgemelde besluit voor deze gemeente niet van toepassing kan worden geacht. Gedeputeerde Staten.
199 13-05-1871 Lager onderwijs. Onder toezending van nevensgaande staat van voorgevallene mutatiën in het personeel der hoofd- en hulponderwijzers enz., hebben wij de eer U mede te deelen dat de Raad dezer gemeente op heden met ingang van den 15edezer, op zijn verzoek eervol uit zijne betrekking van hulponderwijzer te Lutten aan de Dedemsvaart heeft ontslagen Andries Fredericus Cremer. Gedeputeerde Staten.
200 13-05-1871 Lager onderwijs. Ingevolge de bestaande voorschriften hebben wij de eer U mede te deelen dat den Raad dezer gemeente, den hulponderwijzer Andries Fredericus Cremer, te Lutten aan de Dedemsvaart, op heden op zijn verzoek, eervol uit de betrekking heeft ontslagen, met ingang van den 15e dezer. Het ontslag is aangevraagd wegens vertrek naar elders. Inspecteur van ’t lager onderwijs in de provincie Overijssel te Zwolle.
201 13-05-1871 Als voren. Schoolopziener 6edistricht van Overijssel, te Heerenveen.
202 15-05-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen afschrift van het verslag van den toestand van het lager onderwijs gedurende het jaar 1870 in deze gemeente, benevens de daarbij behoorende tabel E. De plaatselijke schoolcommissie te Ambt Hardenberg. Schoolopziner 6edistricht van Overijssel, te Heerenveen.
203 16-05-1871 Nationale militie; ontslag uit de dienst. In voldoening aan Uw circulaire d.d. 24 april jl., nr. 116, heb ik de eer te berigten dat de daarbij ontvangen bewijzen van ontslag uit dienst, van de miliciens der ligting 1866 aan de belanghebbenden zijn uitgereikt. Commissaris des Konings.
204 17-05-1871 Nationale militie. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen 4 stuks quitantien, van gepasporteerde miliciens alhier, benevens derzelver zakboekjes, als van H. Ekkelenkamp, ad f. 5,76; van L. Holtink, ad f. 7,06½; van G. Godeke ad f. 11,45 en van L. van den Berg, ad f. 9,73; tezamen f. 34,00½ Ik neem beleefd de vrijheid U te verzoeken mij dat bedrag te willen doen toekomen per postwissel na aftrek der kosten. Commanderend officier van het 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
205 17-05-1871 Nationale militie. Hierbij heb ik de eer U te doen geworden eene quitantie van den gepasporteerden milicien H. Altena, groot f. 2,87 benevens het zakboekje van denzelven. Ik neem beleefd de vrijheid U te verzoeken mij dat bedrag per postwissel te willen doen toekomen, na aftrek der kosten. Commanderend officier van het regiment grensjagers te ’s-Gravenhage.
206 19-05-1871 Onderzoek der verlofgangers. In voldoening aan het geen is vervat in het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie, d.d. 4 mei 1871, nr. 1510/1245, heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen de registers model nr. 26 over de jaren 1867, 1868, 1869 en 1870, benevens eene appellijst. Kolonel militie commissaris in Overijssel te Zwolle.
207 19-05-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, op verzoek van L.G. Zandink tegen Hendrik Bunskoek te Avereest, wegens het stuk snijden van een jas. Officier van Justitie te Deventer.
208 20-05-1871 Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Jan Hendrik Kampman, der ligting 1868, zich op heden bij mij heeft aangegeven. Burgemeester van Ambt Ommen.
209 20-05-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door A.D. Schut, rijksveldwachter alhier, op verzoek van F. Boensma, tapper wonende in deze gemeente, wegens gepleegde baldadigheden door Jan Kosse te zijnen huize. Officier van Justitie te Deventer.
210 20-05-1871 Hiernevens hebben wij de eer U aan te bieden een besluit van den Raad dezer gemeente d.d. 13 mei jl., houdende verzoek om magtiging om met het gemeentebestuur van Meppel in overleg te kunnen treden omtrent een verzoek van Arend Kreuzen, schipper alhier, om te worden aangesteld als beurtschipper tusschen genoemde plaats en deze gemeente. Gedeputeerde Staten.
211 22-05-1871 Onderzoek der verlofgangers nationale militie. Ik heb de eer U bij deze mede te deelen, dat alnog nadat de registers model nr. 19, aan U waren ingezonden, alhier op den 20edezer is aangekomen uit de gemeente Ambt Ommen, de verlofganger Jan Hendrik Kampman, der ligting van 1868 uit deze gemeente. Kolonel militie Commissaris in Overijssel.
212 22-05-1871 Ten vervolge op mijne missive d.d. 10 dezer nr. 197, heb ik de eer te berigten dat Willem Dam bij de militie is ingelijfd bij het 5e regiment infanterie, 3ebataillon in garnisoen te Geertruidenberg. N.N.
213 22-05-1871 Nationale militie. Ik heb de eer U te berigten dat het paspoort voor den milicien G.W. Kastein mij gezonden bij Uw missive d.d. 20edezer nr. 325 op heden aan den belanghebbenden is uitgereikt. Burgemeester van Winterswijk.
214 24-05-1871 Nationale militie; verlofgangers. Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U bij deze kennis te geven dat de milicien verlofganger Albert Moes der ligting 1869 uit uwe gemeente zich gevestigd heeft in de gemeente Hoogeveen. Burgemeester van Avereest.
215 24-05-1871 Jagt en visscherij. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen: 6 stuks aanvragen om groote jagtacten met schietgeweer en een aanvraag ter bekoming eener groote vischacte. Ten aanzien der aanvragers der jagtacten kan worden medegedeeld dat zij meerderjarig zijn en niet in de termen vallen dat hen naar aanleiding van act. 14 der Jagtwet eene acte behoord te worden geweigerd. Commissaris des Konings.
216 25-05-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratie wegens voorgeschoten onderstand aan J.J. Kroes in 1869 ad f. 4,80 ontvangen bij Uwe missive d.d. 23 dezer, nr. 118. B&W van Nijeveen.
217 25-05-1871 Orders tot betaling. Bij deze heb ik de eer U den goeden ontvangst te berigten eener order tot betaling groot f. 19,50 bij Uw missive d.d. 23e dezer, 4eafd., nr. 1720/1426. Commissaris des Konings.
218 25-05-1871 Bij deze heb ik de eer U den goeden ontvangst te berigten der postwissel groot f. 28,09 bij Uwe missive d.d. 22 dezer, nr. 197. Commanderend officier van het 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
219 25-05-1871 Jagtacten. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen eene aanvraag ter bekoming eener groote jagtacte met schietgeweer van Evert Bruins alhier. Ten aanzien van den aanvrager kan worden medegedeeld dat hij meerderjarig is, en niet in de termen valt dat hem naar aanleiding van act. 14 der Jagtwet eene acte behoord te worden geweigerd. Commissaris des Konings.
220 26-05-1871 Wegen en voetpaden. Te voldoening aan act. 17 van het Reglement op de wegen en voetpaden in deze provincie en aan het voorgeschrevene bij Uw besluit van 30 juli 1862, nr. 3042/2047 hebben wij de eer te berigten: a. dat de materieele toestand der wegen en voetpaden in deze gemeente benevens de daarin gelegen werken voldoende is; b. dat er geen verandering in den toestand der wegen en voetpaden die eene wijziging van de leggers hebben teweeg gebracht, zijn voorgevallen; c. dat er geene overtredingen der reglementen op de wegen en voetpaden zijn geconstateerd; d. dat er geen vergunningen krachtens het meer genoemde reglement zijn verleend. Gedeputeerde Staten.
221 26-05-1871 Afkondiging der rupsenwet. In voldoening aan hetgeen is vervat in het provinciaal blad nr. 82 van 1856 hebben wij de eer mede te deelen dat de wet van 26 ventose jaar IV is afgekondigd en dat de schouw heeft plaatsgehad. Commissaris des Konings.
222 26-05-1871 Hulponderwijzer. Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de stukken van twee sollicitanten naar de vacante betrekking van hulponderwijzer te Dedemsvaart, met name Jacob Snijder te Suameer en Willem Rijst te Spier, gemeente Beilen; met verzoek om Uw gevoelens daaromtrent te willen mededeelen. Schoolopziener 6edistrict in Overijssel te Heerenveen.
223 30-05-1871 Jagtacten. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag ter bekoming eener groote jagtacte met schietgeweer van Barteld Mastenbroek alhier. Ten aanzien van den aanvrager kan worden medegedeeld dat hij is meerderjarig, en niet valt in de termen dat hem naar aanleiding van act. 14 der jagtwet eene acte behoord te worden geweigerd. Commissaris des Konings.
224 30-05-1871 Pensioenen, onderwijzers. Ingevolge Uw besluit d.d. 11edezer, 3eafdeling, nr. 1451/1121, hebben wij de eer hiernevens in te zenden eene quitantie van storting groot f. 100,- wegens aandeel der gemeente in verleend onderwijzerspensioen. Gedeputeerde Staten.
225 30-05-1871 Vertrek verlofganger. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Wilhelm Gasman der ligting 1869 op heden mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten met het voornemen zich in Uwe gemeente te vestigen. Bij aankomst in Uwe gemeente verzoek ik daarvan overeenkomstig de bestaande voorschriften, berigt. Burgemeester van Coevorden.
226 31-05-1871 Processen-verbaal. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen drie processen-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, wegens het doen loopen en grazen van vee op gronden toebehoorende aan den heer H.L. Crull te den Belt (Hannover), gelegen in het Baalderveld in deze gemeente, tegen: 1. Gerrit Jan Meijer, koeherder wonende bij den landbouwer Zweer de Weert de Den Belt, voornoemd; 2. Albert Ulst, koeherder wonende bij den landbouwer Berend Jan Vos, te den Belt voorschreven; 3. Geert Olthof, landbouwer, wonende in het Baalderveld, gemeente Ambt Hardenberg. Ambtenaar bij het Openbaar Ministerie te Ommen.
227 31-05-1871 Radewijkerbeek. In antwoord op Uw geëerde van 27 mei jl., heb ik de eer te berigten dat wat mij betreft geen bezwaar bestaat de Radewijkerbeek op zaterdag den 10edezer gemeenschappelijk te inspecteren. Koninklijk Preussische Ambt Neuenhaus.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
228 01-06-1871 Vertrek verlofganger. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Arend Kroeze der ligting 1867, op heden aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met het voornemen zich in Uwe gemeente te vestigen. Bij aankomst in Uwe gemeente verzoek ik daarvan, overeenkomstig de bestaande voorschriften, berigt. Burgemeester van Gramsbergen.
229 05-06-1871 Opgave der overledenen over de maand mei 1871. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
230 05-06-1871 Inzending uittreksel uit het register van overlijden over de maand mei 1871. Commissaris des Konings.
231 06-06-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratien wegens verstrekten onderstand aan A. Wasser in 1869 en 1870, tezamen f. 66,- ontvangen bij Uwe missive d.d. 2e dezer nr. 662/455. B&W van Weststellingwerf.
232 06-06-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratien wegens verleenden onderstand aan J. van Gelderen en J.M. Opman in 1870, tezamen f. 37,- ontvangen bij Uwe missive d.d. 30 mei jl. nr. 1777. B&W van Leeuwarden.
233 06-06-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Derk Jan Hankamp, landbouwer wonende in het Baalderveld in deze gemeente, wegens het doen loopen en grazen eener kudde schapen in een perceel heide en grasgrond aldaar, toebehoorende aan den heer H.L. Crull te den Belt (Hannover). Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongerecht te Ommen.
234 06-06-1871 Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden het bevelschrift groot f. 32,50 wegens schoolgeld van kinderen uit Uwe gemeente over het jaar 1870. Burgemeester van Vriezenveen.
235 07-06-1871 Bij deze heb ik de eer U te berigten dat de beschikking mij geworden bij Uw missive d.d. 2edezer, nr. 892, aan den belanghebbende P. van Os is uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer.
236 07-06-1871 Staat van het jagtveld. In voldoening aan hetgeen was vervat in de aanschrijving van den heer Commissaris des Konings d.d. 26 mei 1858, nr. 1920, heb ik de eer mede te deelen dat het zich laat aanzien, het jagtveld in deze gemeente voor het aanstaand jagtsaisoen goed van wild voorzien zal zijn. Schadelijk gedierte wordt niet in dier mate aangetroffen dat het noodzakelijk is tot het beteugelen daarvan maatregelen te nemen. Commissaris des Konings.
237 08-06-1871 Oost- en West Indische pensioenen. Attestatien de vita. Naar aanleiding van Uw missive d.d. 20emaart jl., nr. 968/790, heb ik de eer U te verzoeken mij van de daarbij bedoelde attestatie de vita voor pensioen 10 stuks te willen doen toekomen. Commissaris des Konings.
238 08-06-1871 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 22 mei jl, nr. 122, heb ik de eer te berigten dat de milicien Gerhardus Godeke de bij gemelde missive bedoelde goederen wenscht terug te ontvangen, de vracht voor zijne rekening nemende. Hij verzoekt dezelve te willen adresseren aan D.J. Jansen, veldwachter te Heemse, gemeente Ambt Hardenberg. Majoor Commandant van het 1ebataillon 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
239 08-06-1871 Als voren de milicien Holtink, missive 27emei nr. 68. Majoor 3ebataillon 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
240 11-06-1871 Onder terugzending der bijlage gevoegd geweest bij Uw missive d.d. gisteren, nr. 913, heb ik in voldoening aan den inhoud daarvan de eer mede te deelen dat Paulus van Os, indertijd in hechtenis is genomen door den Rijksveldwachter van Avereest, beschuldigd van diefstal onder nog al bezwarende omstandigheden. Zijne vrouw en dochter onder dezelfde verdenking liggende werden toen mede gearresteerd. Naar ik meen bleef er een klein kind onverzorgd achter, hetwelk door de weduwe Spijker, eigentlijk Aleida Eilers, werd opgenomen en verzorgd. Het scheen mij toen toe dat Paulus van Os aan gezeide weduwe Spijker opdroeg voor zijne woning te zorgen, en zal de aanwezige roerende goederen wel naar hare woning in de onmiddellijke nabijheid gebragt hebben. Minstens heeft er nadat Paulus van Os uit de gevangenis was ontslagen eene restitutie plaats gehad, ten overstaan van mijnen toenmaligen veldwachter Van den Berg. Partijen schijnen toen met de gemaakte schikkingen genoegen genomen te hebben. De zaak evenwel reeds lang geleden zijnde kan ik mij geene meerdere bijzonderheden herinneren, doch komt het mij voor dat de klagte van P. van Os zijn oorsprong heeft in een later ontstane oneenigheid tusschen hem en de meergenoemde weduwe Spijker en dat een zekere Jan Kappers, een zeer berucht sujet en zaakwaarnemer, Van Os heeft aangezet tot het doen eener klagte. Gezegde Kappers is dan ook de schrijver en steller van het stuk. De woning van P. van Os bestaande uit eene van zooden opgezette hut, is het buiten twijfel, dat de hoeveelheid houtwerk die daaruit ontvreemd zoude zijn, zeer gering moet zijn. Betrekkelijk de kruiwagen waarvan mede in de brief van Van Os melding word gemaakt en die door zekere Juurlink zoude zijn weggenomen, is door mijne tusschenkomst eene dispositie van den heer procureur-generaal aan Van Os uitgereikt, inhoudende als ik mij goed voorstel, dat hij de kruiwagen in kwestie konde terugkrijgen, doch dat hij daarvoor de tijd had laten voorbij gaan. Die dispositie ontving ik bij Uwe missive van den 2edezer, nr. 892. De geheele zaak komt mij voor van weinig beteekenis te zijn en zooals ik boven schreef te zijn voortgevloeid uiteene veete tusschen Van Os, W. Bouck, de weduwe Spijker en Juurling bestaande. Officier van Justitie te Deventer.
241 09-06-1871 Zettersvergadering. In antwoord op Uw missive d.d. 8edezer, nr. 337/361, heb ik de eer te berigten dat het voorstel om op maandag den 12edezer des namiddags ten 2 uur de vergadering van zetters te houden tot regeling der patent aanslagen, door mij wordt goedgekeurd, zullende heeren zetters door mij tegen dien tijd worden opgeroepen. Controleur der directe belastingen te Ommen.
242 12-06-1871 Naar aanleiding van Uwe missive d.d. 22 mei jl., nr. 123, heb ik de eer te berigten dat de milicien Lambert van den Berg de bij opgenoemde missive bedoelde goederen wenscht terug te ontvangen, de vracht voor zijne rekening nemende. Hij verzoekt dezelve te willen adresseren aan D.J. Jansen, veldwachter te Heemse, gemeente Ambt Hardenberg. Majoor Commandant van het 1ebataillon 1eregiment infanterie te Leeuwarden.
243 12-06-1871 Onderzoek der verlofgangers. Bij deze heb ik de eer U mede te deelen dat na de inzending der registers aan U op den 19 mei jl. de volgende veranderingen op dezelve zijn gekomen, als: 1. alhier aangekomen op den 20 mei jl. van Ambt Ommen, Jan Hendrik Kampman, milicien der ligting van 1868 uit deze gemeente; 2. vertrokken op den 30 mei jl. naar Coevorden Wilhelm Gasman, milicien der ligting van 1869, uit deze gemeente; 3. vertrokken op den 1 juni jl. naar Gramsbergen Arend Kroeze, milicien der ligting van 1867 uit deze gemeente. Nog is alhier op heden aangekomen van Gramsbergen Egbert Jan Kleinebuul der ligting 1867 uit de gemeente Gramsbergen. Kolonel militie commissaris in Overijssel.
244 12-06-1871 Af- en overschrijving, begrooting 1870. Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een besluit van den Raad dezer gemeente d.d. heden, waarbij is besloten tot af- en overschrijving van eenige posten in uitgaaf der begrooting over het dienstjaar 1870. Gedeputeerde Staten.
245 12-06-1871 In voldoening aan Uw besluit d.d. 11 mei jl., nr. 1461/1130, hebben wij de eer U hierbij ter goedkeuring aan te bieden een besluit van den Raad dezer gemeente d.d. heden, houdende bepaling van de jaarwedde van den hoofdonderwijzer aan de openbare school te Collendoorn, dhr. A.A. van Munster. Gedeputeerde Staten.
246 12-06-1871 Collecte voor het fonds ter aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden. Wij hebben de eer U mede te deelen dat de jaarlijksche collecte voor het fonds ter aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden voor dit jaar in deze gemeente zal plaatshebben in de loop der volgende week en verzoeken wij U beleefdelijk die collecte op aanstaande zondag wel aan Uwe gemeente te willen aanbevelen. Weleerwaarde zeer geleerde heer A. Piper, predikant te Heemse.
247 12-06-1871 Als voren. W. de Visser, predikant te Lutten.
248 12-06-1871 Als voren. J.H. Vos, predikant te Lutten.
249 12-06-1871 Als voren. H. op ’t Holt, predikant te Heemse.
250 12-06-1871 Vrijdommen grondbelasting. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen acht stuks aangiften volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870 (staatsblad nr. 82) van H.N. van Roijen namens de erven Mr. J.A. van Roijen ter bekoming van vrijdom van grondbelasting wegens gebouwde eigendommen. Gedeputeerde Staten.
251 14-06-1871 Bij deze heb ik de eer U te berigten dat den Raad dezer gemeente niet genegen is het tractement voor de nieuw te benoemen hulponderwijzer te vermeerderen, doch zullen nogmaals sollicitanten worden opgeroepen op een jaarwedde van f. 300,-. De brief van den heer schoolopziener in het 1edistrict van Friesland heb ik de eer hierbij tevens terug te zenden. Schoolopziener 6edistrict van Overijssel te Heerenveen.
252 15-06-1871 Geboorte-extracten. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen drie geboorte-extracten, bedoeld bij Uwe missive d.d. 13edezer. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongerecht te Assen.
253 15-06-1871 In antwoord op Uw missive van 13 dezer, nr. 83, heb ik de eer te berigten dat ik ten behoeve van Bernardus zeeman geen certificaat van goed gedrag kan afgeven, ik meen in 1869 wegens diefstal veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf welke hij te Assen heeft ondergaan. Kapitein garnizoenscommandant te Zwolle.
254 17-06-1871 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 15edezer, nr. 2010, hebben wij de eer onder terugzending van stukken te berigten, dat de leening aangegaan voor het bouwen van drie nieuwe scholen in deze gemeente bestaat uit 8 aandeelen van f. 500,- en een van f. 200,- tezamen f. 4200,- waarvan in 1870 het aandeel a f. 2,-- is uitgeloot bij het opmaken der begrooting had de uitlooting nog geen plaats gehad, zoodat daarvoor f. 500,- op dezelve werd uitgetrokken, door de uitloting nu van f. 200,- kan op tot. 48 aflossing van schuld f. 300,- worden afgeschreven. Gedeputeerde Staten.
255 17-06-1871 Verhaal van kosten van onderstand. In voldoening aan Uw besluit d.d. 8edezer, nr. 1779/1359, hebben wij de eer te berigten dat de afdoening der door de gemeente Emmen voor onze gemeente voorgeschotene kosten van onderstand, tot heden uit gebrek aan fondsen achterwege gebleven, doch dat wij voornemens zijn die schuld uit de dienst 1871 te voldoen. Gedeputeerde Staten.
256 17-06-1871 Armwezen. Hierbij heb ik de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratie wegens voorgeschoten onderstrand aan H.J. Sloothaak in 1870, ad f. 10,- ontvangen bij Uwe missive d.d. 14edezer ,nr. 2174a/609. B&W van Schoterland.
257 19-06-1871 Aanvraag om verlof. Naar aanleiding van art. 75 der Gemeentewet heb ik de eer U te verzoeken mij een verlof tot afwezigheid toe te staan gedurende elf dagen, ingaande woensdag den 21edezer en eindigende zaterdag 3 juli. Het is mijn voornemen mij naar Lipspringe in Pruissen te begeven. Gedurende mijne afwezigheid zal er behoorlijk voorzien worden in het secretariaat der gemeente. Commissaris des Konings.
258 20-06-1871 Aanmaning tot voldoening van de voorgeschotene onderstandskosten aan C. Schuurhuis 1864 ad f. 3,00. Ambt Ommen.
259 20-06-1871 Als voren aan A. Keizer, 1869 Berkel.
260 20-06-1871 Als voren aan W. Goudbeek, 1869 Zalk.
261 20-06-1871 Als voren aan J.W. Vinkers, 1869 Groningen.
262 20-06-1871 Als voren aan A. Frantsen, 1870 Doniawerstal.
263 20-06-1871 Als voren aan F.K. Zeeman, 1865, 1869 en 1870. Utrecht.
264 20-06-1871 Als voren aan J.E. Kamps, 1870. Westerbork.
265 20-06-1871 Als voren aan C.H. de Jong, 1870 en J. Jager, 1870. Ooststellingwerf.
266 20-06-1871 Als voren aan G. Leuink, 1869 Tubbergen.
267 20-06-1871 Als voren aan H. Top, 1869, F. Stetjans, 1869 en J. Slooijer, 1870. Den Ham.
268 20-06-1871 Als voren aan wed. J. Drenth, 1866, 1867, 1868, 1869 en 1870,  J.L. Vos, 1869 en A. Krol, 1869. Aengwirden.
269 20-06-1871 Als voren aan J.J. Bouwhuis, 1870 Schoterland.
270 20-06-1871 Als voren aan W. Feijer, 1868 Kampen.
271 20-06-1871 Als voren aan C. Wielink, 1868, 1869 en W. Wessels, 1869 IJsselmuiden.
272 20-06-1871 Als voren aan J. Hofmans, 1869, 1870, E. Wichers, 1869, 1870, C. Daniels, 1869, 1870, E. Spalink, 1869, 1870, kinderen weduwe Poolman, 1869, L. Drenth, 1869, 1870, J. Snijder, 1870, Klaasje Jansen, 1869, C. Groen, 1869 Avereest.
273 20-06-1871 Als voren aan B.J. van Dam, 1868, weduwe B.J. van Dam, 1870, K.J. Groenendaal, 1870. Haskerland.
274 20-06-1871 Als voren aan D.J. Hendriksen, 1869 en 1870. Wierden.
275 20-06-1871 Overeenkomstig het bepaalde in de 2ealinea van act. 56 der wet van 28 juni 1854 (staatsblad nr. 100), hebben wij de eer hierbij aan U in te zenden afschriften van op heden door ons aan de gemeentebesturen van Ambt Ommen, Zalk, Wierden, Avereest, IJsselmuiden, Kampen, Den Ham en Tubbergen ingezonden aanmaningen tot voldoening van nog verschuldigde kosten van onderstand. Gedeputeerde Staten van Overijssel.
276 20-06-1871 Als voren aan de gemeenten Haskerland, Schoterland, Aengwirden, Ooststellingwerf en Doniawerstal. Gedeputeerde Staten van Friesland.
277 20-06-1871 Als voren aan de gemeente Utrecht. Gedeputeerde Staten van Utrecht.
278 20-06-1871 Als voren aan de gemeente Groningen. Gedeputeerde Staten van Groningen.
279 20-06-1871 Als voren aan de gemeente Westerbork. Gedeputeerde Staten van Drenthe.
280 20-06-1871 Als voren aan de gemeente Berkel. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.
281 20-06-1871 Armwezen. Naar aanleiding van Uw missive d.d. 10edezer, nr. 14/47 hebben wij de eer te berigten dat de afdoening der nog door ons verschuldigde kosten van onderstand tot hiertoe door gebrek aan fonds is achterwege gebleven, doch dat wij voornemens zijn die schuld uit de dienst 1871 te voldoen, en overeenkomstig Uw vroeger gedane voorstel met het ons competerende te verrekenen. B&W van Utrecht.
282 20-06-1871 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij met eenigen spoed te willen melden of de persoon van Bernardus Zeeman op welken betrekking heeft uw missive d.d. 13edezer, nr. 83, zich noch te Zwolle bevindt, dan wel of hij eene vrijwillige verbintenis bij het Nederlandsch Indische leger heeft aangegaan. De man zal ten gevolge van een order afgegeven door den heer kolonel militie commissaris wegens het niet verschijnen ter inspectie eene provoost straf ondergaan. Zoo het U mogt bekend zijn waar zich Zeeman op houdt, zoude ik zulks gaarne vernemen. Kapitein Garnizoens Commandant te Zwolle.
283 20-06-1871 Nationale militie. De order tot provoost arrest, mij geworden bij Uwe missive d.d. 13 juni jl., nr. 105, is van mijnentwege aan den vader van den betrokkenen milicien Bernardus Zeeman uitgereikt, maar heb ik tot dus verre niet vernomen of hij zich in arrest heeft begeven. Eenige dagen voor de te Ommen gehoudene inspectie vervoegde zich gemelde Zeeman ter secretarie, alwaar hij verzocht om een certificaat van goed gedrag, willende hij vrijwillig dienst nemen bij het Nederlandsch Indische leger. Dat certificaat konde ik niet afgeven daar Zeeman ten vorigen jare, door de Regtbank te Assen wegens diefstal tot gevangenisstraf is veroordeeld. Niettegenstaande Zeeman niet voorzien was van een bewijs van goed gedrag, begaf hij zich toch naar Zwolle en ontving ik dien ten gevolge een schrijven van den heer kapitein commandant van het garnizoen aldaar, waarbij mij op nieuw het gezegde bewijs werd gevraagd. In antwoord op dat schrijven melde ik den heer kapitein commandant voornoemd, de redenen die mij noopten het bewijs van goed gedrag niet uit te reiken en heb ik verder van die zaak noch van Bernardus zeeman niets vernomen. Het is mij onbekend waar Zeeman zich thans ophoudt. Hij is een zwerver en naar hij zegt heeft hij geene zijner kleederen of equipementsstukken in zijn bezit. Hij geeft voor dat hem die zijn ontstolen. De eer hebbende dit een en ander aan U te melden neem ik de vrijheid te verzoeken dat ik worden ingelicht hoe te handelen, zoo Zeeman zich hier weder mogt vertooonen. Kolonel militie commissaris van Overijssel te Zwolle.
283a 24-06-1871 In voldoening aan Uwe missive d.d. 13 dezer, nr. 105, heb ik de eer U hierbij terug te zenden de provoost order van den verlofganger B. Zeeman. Kolonel militie commissaris te Zwolle.
284 24-06-1871 In voldoening aan Uwe missive d.d. 10 dezer, nr. 944, heb ik de eer de daarbij bedoelde opgave betreffende de pokziekte aan U te doen toekomen. Geneeskundig Inspecteur te Kampen.
285 24-06-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen drie processen-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen K. Geitenbeek, Jennigje Nijhuis en Jan Prinsen, wegens het doen loopen en grazen van vee op grond van anderen. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongeregt te Ommen.
286 26-06-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door den onbezoldigde Rijksveldwachter E.R. van Faassen alhier, tegen Hendrik Jan Lammerink, landbouwer wonende te Stegeren, gemeente Ambt Ommen, wegens het laten loopen en weiden van een kudde schapen op in de oogst staand gras in de bermen der kunstweg van Ommen naar Hardenberg. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongeregt te Ommen.
287 26-06-1871 Declaratie wegens verstrekten onderstand ten behoeve van W.C.A. Koolloos, geneeskundige hulp 1870 ad f. 13,90, besluit 20 juni 1870. B&W van Leiden.
288 26-06-1871 Als voren, E.J. Schuurman, 1870 ad f. 11,- besluit 10 juni 1870. B&W van Avereest.
289 26-06-1871 Als voren, A. Vigelant, 1870 ad f. 9,- besluit 9 juni 1870. Hoogeveen
290 26-06-1871 Als voren, J.E. Kamps, 1870 ad f. 21,50 besluit 8 juni 1870. Westerbork.
291 26-06-1871 Als voren, Trijntje de Jong, weduwe Bruinewoud, 1870 ad f. 20,70 besluit 25 maart 1870. Opsterland.
292 26-06-1871 Als voren, Jan Holligjen, 1870 ad f. 11,30 besluit 10 februari 1870. Olst.
293 26-06-1871 Als voren, W. Goudbeek, 1870 ad f. 11,- besluit 8 februari 1870. Zalk.
294 26-06-1871 Als voren, J.J. Blaakhert, 1870 ad f. 13,20 besluit 7 december 1869. Poortvliet.
295 26-06-1871 Als voren, Hermpje de Wind of Wind, weduwe K. Heerschap, 1870 ad f. 43,- besluit 1 december 1869. Giethoorn.
296 26-06-1871 Als voren, C.H. de Jong, 1870 ad f. 23,15 besluit 27 november 1869. Ooststellingwerf.
297 26-06-1871 Als voren, Geert Kreeft, 1870 ad f. 40,90 besluit 4 october 1869. Hoogeveen.
298 26-06-1871 Als voren, J. van Gelderen, 1870 ad f. 19,90 besluit 18 september 1869. Leeuwarden.
299 27-06-1871 Aanmaning tot voldoening van de voorgeschoten onderstandskosten aan W.C.A. Koolloos (geneeskundige hulp), 1870 ad f. 13,90. Leiden.
300 27-06-1871 Als voren, E.J. Schuurman, 1870 ad f. 11,- Avereest.
301 27-06-1871 Als voren, A. Vigelant, 1870 ad f. 9,- Hoogeveen.
302 27-06-1871 Als voren, J.E. Kamps, 1870 ad f. 21,50 Westerbork.
303 27-06-1871 Als voren, Trijntje de Jong, weduwe Bruinewoud, 1870 ad f. 20,70 Opsterland.
304 27-06-1871 Als voren, Jan Holligjen, 1870 ad f. 11,30. Olst.
305 27-06-1871 Als voren, W. Goudbeek, 1870 ad f. 11,- Zalk.
306 27-06-1871 Als voren, J.J. Blaakhert, 1870 ad f. 13,20 Poortvliet.
307 27-06-1871 Als voren, Harmpje de Wind of Wind, weduwe K. Heerschap, 1870 ad .f. 43,- Giethoorn.
308 27-06-1871 Als voren, C.H. de Jong, 1870 ad f. 23,15 Ooststellingwerf.
309 27-06-1871 Als voren, G. Kreeft, 1870 ad f. 40,90 Hoogeveen.
310 27-06-1871 Als voren, J. van Gelderen, 1870 ad f. 19,90 Leeuwarden.
311 28-06-1871 Declaratie wegens verstrekten onderstand aan J. Hofmans, geneeskundige hulp 1870 ad f. 10,30 (besluit 3 maart 1870). B&W van Avereest.
312 28-06-1871 Als voren, de vrouw van A. van de Riet, 1870 ad f. 26,60 (besluit 16 maart 1870). B&W van Wierden.
313 28-06-1871 Als voren, Antonie Keizer, 1870 ad f. 5,20 (besluit 15 maart 1870) Berkel.
314 28-06-1871 Aanmaning tot voldoening van de voorgeschoten onderstandskosten aan A. van de Riet, geneeskundige hulp ad f. 26,60 (1870), besluit 16 maart 1870. Wierden.
315 28-06-1871 Als voren aan A. Keizer, 1870 ad f. 5,20 (besluit 15 maart 1870). Berkel.
316 29-06-1871 Onder dankbetuiging voor het aan mij verleenden verlof heb ik de eer U te berigten dat ik heden op mijne standplaats ben geretourneerd en mijne functie heb hervat. Commissaris des Konings.
317 30-06-1871 Armwezen. Naar aanleiding uwer missive d.d. 29edezer, nr. 211, hebben wij de eer te berigten dat weliswaar bij dezerzijdsch schrijven d.d. 30 juni 1870 nr. 445 aan U is medegedeeld, dat de aanmaning bij onze missive d.d. 27 juni 1870 nr. 359 abusivelijk was geschiedt. Bij missive d.d. 28 juni 1870 nr., 395 zonden wij U echter nog eene declaratie wegens geneeskundige hulp aan A. Keizer ad f. 2,70 en bij missive d.d 29 juni 1870 nr. 425 deden wij de daartoe betrekkelijke aanmaning, waarop dus bovengemeld schrijven 30 juni 1870 nr. 445 geen betrekking kon hebben, van gemeld bedrag ad f. 2,70. Tot heden geene betaling geschiedt zijnde, verzoeken wij U beleefdelijk op de spoedige voldoening daarvan order te willen stellen. B&W van Berkel.
318 30-06-1871 Nationale militie. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Albert Meijerink der ligting 1870 op heden aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met het voornemen zich in Uwe gemeente te vestigen. Bij aankomst in Uwe gemeente verzoek ik daarvan, overeenkomst bestaande voorschriften, berigt. Burgemeester Ambt Ommen.
319 30-06-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratie ad f. 13,90 wegens verstrekten onderstand aan W.C.A. Koolloos in 1870, ontvangen bij Uwe missive d.d. 28edezer, nr. 335. B&W van Leiden.
Nr.: Adres: Omschrijving: Adressering:
320 01-07-1871 Militie. Kennisgeving van vertrek van den verlofganger Frederik Kamphuis der ligting 1870. Burgemeester van Stad Hardenberg.
321 01-07-1871 Verkeer van vreemdelingen. In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 24 october 1854, heb ik de eer mede te deelen dat erin het afgeloopen kwartaal op mijn last geene vreemdelingen over de grenzen des Rijks zijn uitgeleid geworden, noch voor zoo ver mij bekend binnen deze gemeente hebben verkeerd. Procureur-generaal fungerend directeur der Rijkspolitie te Zwolle.
322 01-07-1871 Rustende schutterij, officieren. Wij hebben de eer aan U mede te deelen dat voor zooveel deze gemeente betreft in het afgeloopen kwartaal geene veranderingen in het kader der officieren hebben plaats gehad, als bedoeld bij besluit d.d. 23 october 1868, provinciaal blad nr. 71. Commissaris des Konings.
323 01-07-1871 Pensioenen. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen eene attestatie de vita van de alhier wonende gepsnsionneerde N. Urich, weduwe J. Lenseling, benevens derzelver pensioenacte, met verzoek eerstgemeld stuk te willen betaalbaar stellen ten kantore van den ontvanger der directe belastingen te Hardenbergh. N.N.
324 04-07-1871 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden het bevelschrift ad f. 13,20 strekkende ter voldoening van verleenden onderstand aan J.J. Blaakhert over 1870. B&W van Poortvliet.
325 04-07-1871 Hierbij heb ik de eer U een verbeterd proces-verbaal te doen toekomen, thans opgemaakt door de onbezoldigde Rijksveldwachter Teunis Dieters te Brucht, tegen Jan Prinsen aldaar, wegens het laten loopen en grazen van twee geiten op de boorden van het Overijsselsch Kanaal. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
326 05-07-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de bevelschriften strekkende ter voldoening van voorgeschoten verpleegkosten ten behoeve van H. Blankvoort in 1869 en 1870, ten gezamentlijke bedrage van f. 70,55 ontvangen bij Uwe missive d.d. 30 juni jl., nr. 217. B&W van Stad Ommen.
327 06-07-1871 In voldoening aan Uw circulaire d.d. 10 juni jl., nr. 944, hebben wij de eer mede te deelen dat na 31 mei tot 30 juni jl., in deze gemeente door de pokziekte zijn aangetast: a. gevaccineerden: 1; b. ongevaccineerden: 1; dat zijn overleden a. gevaccineerden: 2; ongevaccineerden: 2. Een der overledenen was gehervaccineerd. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht te Kampen.
328 08-07-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 6edezer, nr. 1136, heb ik de eer te berigten dat tot heden aan Uw missive van den 21 juni jl, nr. 1028 geen gevolg is kunnen gegeven geworden, aangezien Jan Geert Brumlever niet in de gemeente aanwezig is, volgens informatie zoude hij zich buitenslands hebben begeven en niet voor het laatst dezer maand terug keren. Officier van Justitie te Deventer.
329 10-07-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden het bevelschrift groot f. 11,30 strekkende ter voldoening van verpleegkosten ten behoeve van Jan Holligjen in 1870, ontvangen bij Uwe missive d.d. 6edezer, nr. 360/182. B&W van Olst.
330 10-07-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratien wegens voorgeschotene verpleegkosten ten behoeve van B. van Dam in 1868, tezamen f. 43,70 ontvangen bij Uwe missive d.d. 4 dezer nr. 383/231. B&W van Haskerland.
331 11-07-1871 Visscherij. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag ter bekoming eener kleine vischacte, van Hendrik Nijhuis, wonende alhier. Commissaris des Konings.
332 13-07-1871 Ingevolge Uw missive d.d. 12edezer, nr. 342, heb ik de eer te berigten dat de daarbij bedoelde Andries Deurnink, in de geboorteregisters dezer gemeente niet voorkomt. Kolonel Buitengewoon Adjudant des Konings, Commandant van het 7e regiment infanterie te Utrecht.
333 13-07-1871 Pensioensbijdragen voor onderwijzers. Ter voldoening aan act. 6 van het Koninklijk Besluit van den 24 maart 1858 (staatsblad nr. 14) en act. 3 van het Besluit Uwer vergadering van 14 april 1858 (provinciaal blad nr. 34), hebben wij de eer hierbij te voegen eene quitantie van storting bij den heer betaalmeester te Zwolle, ter som van f. 50,25 ter voldoening der pensioensbijdragen door de onderwijzers van openbare lagere scholen in deze gemeente over het afgeloopen half jaar. Aan den voet dezer missive is gevoegd eene specifieke aanduididing van de bijdragen der onderscheidene onderwijzers: H. Hendriks, H.K. de Vries, J. Klouwen, A. Bouwhuis, H. van ’t Laar, F. aan ’t Rot, G.J. Broekroelofs, G. Kelder, W.E. Timmerman, G.J.H. Dorgelo, A.A. van Munster, G.W. Kastein en A.F. Cremer. N.N.
334 13-07-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 10 dezer nr. 126, heb ik de eer hierbij in te zenden een certificaat van onvermogen van Bernardus Zeeman, die geheel buiten staat is de kosten van verpleging en voeding in het Huis van Bewaring te Ommen aan hem verstrekt, te kunnen voldoen. Kolonel Militie Commissaris in Overijssel.
335 13-07-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 12edezer, heb ik de eer U het daarbij bedoelde certificaat van overmorgen ten behoeve van Bernardus Zeeman te doen toekomen. Kantonrechter te Ommen.
336 14-07-1871 Ik heb de eer U mede te deelen dat op heden door mij per post in verzonden een postwissel groot f. 38,27 zijnde het bedrag van de opbrengst der in deze gemeente gehouden collecte ter ondersteuning van het fonds voor de gewapende dienst in de Nederlanden. Districtscommissie gewapende dienst te Deventer.
337 17-07-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 14edezer, nr. 1195, en met terugzending van het schrijven van H. Heitbrink, daarbij 2 maanden uitstel van gevangenisstraf verzoekende, heb ik de eer te berigten dat het mij voorkomt daartoe geen termen van overwegend belang bestaan, mijns inziens zoude het huisgezin van Heitbrink wanneer hem uitstel van gevangenisstraf werd verleend, tot kort voor den winter als dan veel meer aan armoede worden bloot gesteld, dan wanneer hij die straf thans ondergaat. Officier van Justitie te Deventer.
338 17-07-1871 Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden het bevelschrift groot f. 39,60 strekkende ter voldoening van voorgeschoten verpleegkosten ten behoeve van G. Leuink in 1869, ontvangen bij Uwe missive d.d. 15edezer, nr. 398. Burgemeester van Tubbergen.
339 17-07-1871 Ingevolge Uw missive d.d. 13edezer, nr. 162, hebben wij de eer de declaratie van voorgeschoten verpleegkosten ten behoeve van J.E. Kamps hiernevens gewijzigd terug te zenden, voor zoover betreft de daartoe genomene besluiten. B&W van Westerbork.
340 17-07-1871 Kennisgeving van aankomst van den milicien verlofganger Joseph Mozes Denneboom, ligting 1870. Burgemeester van Avereest.
341 17-07-1871 Aanvrage om verlof tot afwezigheid. Ten einde mij naar Lipspringe te begeven, neem ik de vrijheid U te verzoeken me een verlof tot afwezigheid gedurende 14 dagen te verleenen, ingaande zaterdag den 22e dezer en eindigende zaterdag den 5eaugustus e.k. Gedurende mijne afwezigheid die waarschijnlijk geen 14 dagen zal duren, zal er behoorlijk voorzien worden in het secretariaat. Commissaris des Konings.
342 19-07-1871 Ter voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U te doen toekomen een overlijdensextract van Egbert Hutten, woonachtig in Uwe gemeente. Ambtenaar van den Burgerlijke Stand te Munstergeleen, provincie Limburg.
343 19-07-1871 Verkiezing van Raadsleden. Ingevolge act. 16 der gemeentewet hebben wij de eer U te doen geworden afschrift van het proces-verbaal van stemopneming der op den 18edezer gehoudene verkiezing van vier leden van den Gemeenteraad. Gedeputeerde Staten.
344 19-07-1871 Verkiezing. Ingevolge art. 12 der Gemeentewet hebben wij de eer U hiernevens te doen toekomen een afschrift van het proces-verbaal van opening der stembriefjes die ter benoeming van vier leden van den Gemeenteraad van Ambt Hardenbergh op den 18edezer zijn ingeleverd. Het bureau van stemopneming ter verkiezing van leden voor den Gemeenteraad van Ambt Hardenbergh. E. Broekroelofs jr., benoemd lid van den Gemeenteraad van Ambt Hardenbergh, te Lutten.
345 21-07-1871 Verhaal van kosten voor onderstand. In voldoening aan Uw besluit, d.d. 19 juni jl, nr. 2172/1601, hebben wij de eer te berigten dat de afdoening der dor de Gemeente Zwolle ten laste van onze Gemeente voorgeschotene kosten voor onderstand, tot heden uit gebrek aan fonds is achterwege gebleven, doch dat wij voornemens zijn die schuld uit de dienst 1871 te voldoen. Gedeputeerde Staten.
346 21-07-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 11 dezer, nr. 1174, heb ik de eer te berigten dat de daarbij bedoelde veenarbeiders zich niet in deze gemeente bevinden en volgens de door mij ingewonnen informatie ook in dit jaar alhier niet zijn geweest. Wel zouden zij zich in het vorige jaar in deze gemeente hebben opgehouden, doch kan ik niet te weten komen werwaarts zij zich toen hebben begeven. Officier van Justitie te Deventer.
347 21-07-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een bevelschrift ad f. 100,- wegens subsidie voor den weg van Avereest naar Heemse, ter voldoening daarvan gaat mede hierbij: 1 bankbillet a f. 60,-, 2 muntbilletten ad f. 10,- en 1 coupon a f. 20,- is tezamen f. 100,- Met verzoek het bevelschrift voor voldaan geteekend terug te willen zenden. Burgemeester van Avereest.
348 21-07-1871 Militie. Aankomst van verlofganger. Ik heb de eer U te berigten dat de milicien verlofganger Fredrik Schepers, ligting 1870 der gemeente Hellendoorn, zich op den 11edezer bij mij heeft aangemeld en in het register van verlofgangers alhier is ingeschreven. Burgemeester te Den Ham.
349 22-07-1871 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratie wegens verpleegkosten van Trijntje de Jong, weduwe Bruinewoud in 1870 ad f. 20,70 ontvangen bij Uwe missive van den 20e dezer, nr. 6/469. B&W van Opsterland.
350 25-07-1871 Nationale militie. Naar aanleiding van het voorgeschrevene bij provinciaal blad nr. 54 van 1866, heb ik de eer mede te deelen dat op het inschrijvingsregister over en in het voorafgaande jaar ligting 1871, voorkomen eenentachtig personen, zonder aftrek der overledenen. Commissaris des Konings.
351 25-07-1871 Diligencedienst. In voldoening aan Uw besluit d.d. 17 januari 1856, provinciaal blad nr. 9, hebben wij de eer te berigten dat er in deze gemeente geene kantoren van diligencediensten zijn gevestigd, dat er twee diligences deze gemeente passeren, van het station Dedemsvaart op Hardenbergh, eene des namiddags circa vier ure van Dedemsvaart naar Hardenbergh, en des voormiddags circa acht ure van Hardenbergh naar Dedemsvaart, behalve des zondags; de andere des avonds circa negen ure van Dedemsvaart naar Hardenbergh en van Hardenbergh naar Dedemsvaart des namiddags circa een uur, behalve des vrijdags, wanneer de laatste alhier des morgens circa vijf ure doorrijdt van Hardenbergh naar Dedemsvaart. Gedeputeerde Staten.
352 25-07-1871 Wij hebben de eer U te berigten dat de herinnering aan de wet van 1e maart 1815, staatsblad nr. 17, bij afkondiging derzelve op den 16e dezer in deze gemeente heeft plaats gehad. Gedeputeerde Staten.
353 26-07-1871 Vrijdom van grondbelasting. Hiernevens heb ik de eer U in te zenden eene aangifte volgens art. 38 der wet van den 26 mei 1870 (staatsblad nr. 82) van Berend Teusink, landbouwer wonende alhier. Gedeputeerde Staten.
354 26-07-1871 Overlijden van een gepensioneerde. In voldoening aan het besluit van Z.E. den Gouverneur dezer provincie, d.d. 13ejanuari 1819, provinciaal blad nr. 6 van dat jaar, hebben wij de eer U mede te deelen, met bijvoeging van een extract ui het register van overlijdens, dat de gepensioneerde van den staat, Gerrit Jan Averink, op den 25e dezer alhier is overleden. Het pensioen is ingeschreven onder de hoofdafdeling Pensioenen vroeger geloopen hebbende ten laste van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Nummer van het certificaat van inschrijving: 1867. Jaarlijksch bedrag van het genoten pensioen: f. 343,- Commissaris des Konings.
355 26-07-1871 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Marten Heuver, zonder beroep wonende te Heemse, in deze gemeente, wegens diefstal van dennentakken ten nadeele van H. Woelders aldaar. Officier van Justitie te Deventer.
356 27-07-1871 Statistiek lager onderwijs. In voldoening aan Uw besluit d.d. 28 december 1861, nr. 520/3437, hebben wij de eer hiernevens in te zenden 12 stuks tabellen van het getal leerlingen op 17 juli jl. Gedeputeerde Staten.
357 27-07-1871 Militie. Kennisgeving van vertrek van den verlofganger J.H. Kampman der ligting 1868. Burgemeester van Ambt Ommen.
358 28-07-1871 Aan mijn voornemen om gedurende 14 dagen afwezig te zijn, waartoe U mij bij brief van 20 juli jl. verlof verleende, heb ik door onverwacht opgekomen omstandigheden geen gevolg kunnen geven. Dientengevolge heb ik de eer U onder dankzegging voor het mij verleende verlof te berigten dat ik gisteren in de gemeente ben teruggekomen en mijne functie heb hervat. Commissaris des Konings.
359 29-07-1871 Tabellen, opgaven der instellingen van weldadigheid. In voldoening aan Uw besluit d.d. 8 april 1868, nr. 360/958, hebben wij de eer hiernevens in te zenden vijf stuks tabellen betreffende de instellingen van weldadigheid in deze gemeente, benevens drie daartoe betrekkelijke nota’s. Gedeputeerde Staten.
360 29-07-1871 Ingevolge act. 45 der voorschriften nopens het opmaken der gemeenterekening, gevoegd bij Uw besluit van 30 maart 1854, hebben wij de eer hiernevens in te zenden afschrift der afkondiging, waarbij het aanbieden, het ter nederleggen en het verkrijgbaar stellen der rekening ter openbare kennis is gebragt. Gedeputeerde Staten.
361 29-07-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 27edezer, nr. 370, heb ik de eer te berigten dat de naam Deurnink niet in de geboorteregisters dezer gemeente voorkomt, ook is door mij nog geinformeerd of die naam voorkomt in de geboorteregisters van de naburige Stad Hardenbergh, doch is aldaar evenmin te vinden. Kolonel Buitengewoon Adjudant des Konings, Commandant van het 7e regiment infanterie te Utrecht.
362 31-07-1871 Verhaal van kosten voor onderstand. In voldoening aan Uw missive d.d. 27edezer, hebben wij de eer te berigten dat de voldoening der door de gemeente Groningen ten laste van onze gemeente voorgeschotene kosten voor onderstand, tot heden door gebrek aan fonds is achterwege gebleven, doch dat wij voornemens zijn die schuld uit de dienst 1871 te voldoen. Commissaris des Konings.
363 31-07-1871 Betaling uit hoofdstuk IV in uitgaaf der begrooting over 1871. Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een Raadsbesluit d.d. 29edezer, tot betaling uit hoofdstuk IV in uitgaaf der begrooting over 1871, eener som van f. 120,- aan den geneesheer Frans Willem van Riemsdijk te Hardenberg, wegens het verrigten van lijkschouwingen over 1870. Gedeputeerde Staten.
364 31-07-1871 Jagt. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag ter bekoming eener groote jagtacte met schietgeweer voor Jannes Schuldink alhier. Ten aanzien van den aanvrager kan worden medegedeeld dat hij is meerderjarig en niet valt in de termen dat hem naar aanleiding van act. 14 der Jagtwet eene acte behoord te worden geweigerd. Commissaris des Konings.
365 31-07-1871 Heden is voor mij gebragt de persoon van Jan Geert Brumlever, gesignaleerd op bladzijde 623 van het algemeen politieblad van dit jaar onder nr. 897. Ik heb die persoon onmiddellijk ter verdere expeditie naar Ommen doen transporteren, en heb de eer U hiervan kennis te geven. Officier van Justitie te Deventer.
366 31-07-1871 Onder terugzending van het proces-verbaal mij geworden bij Uwe missive d.d. 27edezer, nr. 1266, heb ik de eer U hierbij te doen ontvangen een proces-verbaal van het gehoorde van M. Heuver en G.J. Schutte. Het komt mij voor dat de zaak van zeer weinig beteekenis is en zoude uithoofde der hooge jaren van de beklaagde M. heuver gaarne zien dat die niet wordt vervolgd. Officier van Justitie.
Nr.: Datum: Omschrijving: Adressering:
367 01-08-1871 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen afschrift van het proces-verbaal van opneming der gemeentekas op den 31 juli jl. Gedeputeerde Staten.
368 02-08-1871 Ingevolge act. 12 der Gemeentewet hebben wij de eer U hiernevens te doen toekomen afschriften der processen-verbaal van opening der stembriefjes die ter benoeming van vier leden van den Gemeenteraad van Ambt Hardenbergh op den 18 juli en den 1eaugustus jl. zijn ingeleverd. Het bureau van stemopneming. Dhr. A. ten Kate benoemd lid van den Gemeenteraad.
369 02-08-1871 Verkiezing van Raadsleden. Ingevolge act. 16 der Gemeentewet hebben wij de eer U te doen geworden, afschrift van het proces-verbaal van stemopneming der op den 1edezer alhier gehoudene verkiezing (bij herstemming van twee leden van den gemeenteraad). Voorts hebben wij de eer mede te deelen dat de gekozenen (ook bij de eerste stemming) hunne benoeming hebben aangenomen. Gedeputeerde Staten.
370 02-08-1871 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter Schut alhier, wegens het ontvreemden van een schaap ten nadeele van J.H. Vlugger, waarvan de vermoedelijke dader zoude zijn Jan Hendrik Heijink, arbeider te Sibculo. Officier van Justitie te Deventer.
371 05-08-1871 In voldoening aan Uw circulaire d.d. 10 juni jl, nr. 944, hebben wij de eer mede te deelen dat gedurende de maand juli jl. in deze gemeente door de pokziekte zijn aangetast: a. gevaccineerden: 1; b. ongevaccineerden: 1; dat zijn overleden: a. gevaccineerden: 1; ongevaccineerden: 1. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht te Kampen.
372 08-08-1871 Betrekkelijk de voogdijstelling Jan Averink. Kantonregter te Ommen.
373 09-08-1871 Overlijden van een gepensioneerde. In voldoening aan het besluit van Z.E. den Gouverneur dezer provincie, d.d. 13ejanuari 1819, hebben wij de eer U mede te deelen, met bijvoeging van een extract uit het register van overlijden, dat de gepensioneerde van den staat, Teunis Waterink, op den 8edezer alhier is overleden. Het pensioen is ingeschreven onder de hoofdafdeling Binnenlandsche Zaken, pensioen verleend krachtens act. 25 der wet op het lager onderwijs van 13 augustus 1857. Nummer van het certificaat van inschrijving: 359. Jaarlijksch bedrag van het genoten pensioen f. 150,- Commissaris des Konings.
374 09-08-1871 Jagt. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen eene aanvraag tot bekoming eener groote jagtacte met schietgeweer van Hendrik Altena. Ten aanzien van den aanvrager kan worden medegedeeld dat hij is meerderjarig en niet valt in de termen dat hem naar aanleiding van act. 14 der Jagtwet eene acte behoord te worden geweigerd. Commissaris des Konings.
375 10-08-1871 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaraties wegens verstrekten onderstand aan A. Frantsen, weduwe Stouw over 1870 ad f. 5,25 ontvangen bij Uwe missive d.d. 7e dezer. B&W van Doniawerstal.
376 10-08-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee processen-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter Schut alhier. 1eTegen Jan ten Brinke, zoon van Wolter ten Brinke te Heemse, wegens het doen loopen en grazen op een met gras begroeide wal, gelegen langs een akker bezaaid met rogge en gerst te Heemse, toebehoorende aan D.J. Jansen, veldwachter aldaar. 2eOp verzoek van den heer W.L. Crull te Den Belt (Pruissen) tegen Zwier de Weert aldaar, wegens het doen loopen en grazen van zes stuks koeijen in een perceel heide en grasgrond onder opzicht van Gerrit Jan Meijer, koeherder van gemelden De Weert. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongeregt te Ommen.
377 13-08-1871 Plaatselijke belasting. Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden het door den Raad in deszelfs vergadering van den 29e juli jl., vastgestelde 1esuppletoir kohier van den hoofdelijken omslag. Het op de vaststelling van voornoemd kohier betrekkelijk Raadsbesluit gaat mede hierbij. Gedeputeerde Staten.
378 13-08-1871 Naar aanleiding van hetgeen was vervat in Uw missive van 9e dezer, heb ik de eer U te berigten dat ik de aldus genaamde weduwe Spijker, eigenlijk Aleida Eilers, heb gehoord en van het gehoorde een proces-verbaal heb opgemaakt, hetwelk U hierbij ontvangt. Ik ben er bepaald van overtuigd dat A. Eilers geene goederen in bezit heeft afkomstig of toebehoorende aan P. van Os, en is het ook niet de eerste maal dat Van Os over de zaak bemoeijlijkt. Het is mijns inziens een buren- en familietwist, waarvan zekere J. Kapers gebruik maakt om een kleinigheid voor het schrijven van een rekwest te verdienen, zoo hij al niet Van Os aanzet om A. Eilers te verdenken van ontvreemding, waaraan hij zich misschien zelf heeft schuldig gemaakt. Gemelde Kapers scheen, tijdens dat het gezin Van Os in hechtenis was, de achtergeblevene zaken van Van Os te besturen, en is de renommé van Kappers van dien aard, dat men hem overal toe in staat acht. Officier van Justitie te Deventer.
379 14-08-1871 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te zenden een extract stamboek van Mannes Schutte, nummerverwisselaar met Gerrit Jan Odink uit de dienst ontslagen den 27eapril 1855, stamboeknummer 7861. Commanderend Officier van het 3eregiment Huzaren te Haarlem.
380 14-08-1871 Schutterij. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen de bijzondere rol van de manschapen welke in het jaar 1871 van de algemeene rol zijn overgenomen, om ingelijfd te worden bij de rustende schutterij dezer gemeente. Majoor Commandant van het 4ebataillon rustende schutterij in Overijssel, te Heemse.
381 17-08-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Gerrit Olthof, wonende in het Baalderveld in deze gemeente, wegens het doen loopen en grazen van vier koeijen in een perceel heide en grasgrond toebehoorende aan den heer Crull te Den Belt (Pruissen). Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
382 18-08-1871 Jagt. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen eene aanvraag tot bekoming eener groote jagtacte met schietgeweer van den heer W. baron van Ittersum. Ten aanzien van den aanvrager kan worden medegedeeld dat hij is meerderjarig en niet valt in de termen dat hem naar aanleiding van act. 14 der Jagtwet eene acte behoord te worden geweigerd. Commissaris des Konings.
383 18-08-1871 Gemeenterekening over 1870. Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de rekening van ontvang en uitgaaf dezer gemeente over het dienstjaar 1870 zooals dezelve door den Raad der gemeente is vastgesteld in deszelfs vergadering van den 29ejuli jl. Gedeputeerde Staten.
384 19-08-1871 Nationale militie. Volgens mededeeling van den heer Commissaris des Konings in deze provincie is in den loop der maand juni jl, met groot verlof van zijn korps vertrokken de milicien H. ten Napel, loteling der ligting van 1870 uit deze gemeente. Die persoon heeft zich niet met zijn verlofpas bij mij aangemeld. Waarschijnlijk heeft hij zich in Uwe gemeente gevestigd en had mij hiervan mededeeling moeten zijn gedaan, overeenkomstig provinciaal blad nr. 6 van 8163, in verband met provinciaal blad nr. 5 van 1864. Ik verzoek U mij hieromtrent te willen inlichten. Burgemeester van Den Ham.
385 19-08-1871 Ingevolge Uw verzoek bij missive d.d. 18edezer, nr. 217, heb ik de eer de daarbij bedoelde afschriften hiernevens aan U te doen toekomen. Burgemeester van Staphorst.
386 21-08-1871 Schutterij. In voldoening aan Uw besluit d.d. 16 juli 1870, hebben wij de eer mede te deelen dat de bijzondere rol der schutterij over het jaar 1871 aan den heer Commandant is verzonden. Commissaris des Konings.
387 21-08-1871 Visscherij. Hierbij heb ikd e eer U te doen toekomen eene aanvraag ter bekoming eener kleine vischacte van Egbert Victor Heitbrink, voor zijnen minderjarigen zoon Bernardus Heitbrink, wonende alhier. Commissaris des Konings.
388 21-08-1871 Geloofsbrieven. Naar aanleiding van art. 31 der Gemeentewet hebben wij de eer U hierbij te doen toekomen een besluit van den Gemeenteraad d.d. heden, waarbij de bij de verkiezing van 18 juli en 1 augustus jl. verkozene leden van den Gemeenteraad als zoodanig zijn toegelaten. Gedeputeerde Staten.
389 21-08-1871 Geloofsbrieven. In voldoening aan art. 31 der Gemeentewet hebben wij de eer U namens den Raad mede te deelen dat U heden als lid van dien raad zijt toegelaten, om als zoodanig zitting te nemenmet den eersten dingsdag in september. E. Broekroelofs jr.
390 21-08-1871 Ingevolge de bestaande voorschriften heb ik de eer U bij deze kennis te geven dat de milicien verlofganger Arend Kroeze, der ligting 1867, uit deze gemeente, zich heden bij mij heeft aangemeld en in het register van verlofgangers is ingeschreven. Burgemeester van Gramsbergen.
391 22-08-1871 Waterwerken. In voldoening aan het besluit van den heer Gouverneur dezer provincie, d.d. 31 juli 1843, hebben wij de eer te berigten dat de afkondiging der wet van 24 februari 1806, omtrent het aanleggen van waterwerken, in deze gemeente heeft plaats gehad. Commissaris des Konings.
392 22-08-1871 Wij hebben de eer U bij deze mede te deelen dat den Raad dezer gemeente op het door U ingediende adres, om verhooging der toelage voor het gemis van vrije woning en tuin, afwijzend heeft beschikt. J. Klouwen te Brucht.
393 24-08-1871 Door tusschenkomst van den heer Burgemeester van Stad Hardenbergh ben ik in het bezit gekomen van Uw brieven van 14 en 23 dezer, nr. 286 en 294. Een onderzoek zal worden ingesteld of zich Jan Jansen in deze gemeente ophoudt, daar hij op het bevolkingsregister niet voorkomt. Behoudens beter gevoelen geloof ik echter dat het doelmatiger zoude zijn de moeder der kinderen op te sporen daar de vader zich waarschijnlijk wel niet met het onderhoud er kinderen zal willen belasten. Ik zal U echter terstond van mijne bemoeijingen in dezen berigt doen geworden. Burgemeester van Zuidwolde.
394 25-08-1871 Door deze heb ik de eer U te berigten dat de beschikking mij geworden bij Uw missive d.d. 23edezer nr. 1421, aan den belanghebbende Poulus van Os is uitgereikt geworden. Officier van Justitie te Deventer.
395 25-08-1871 Verlofganger. In antwoord op Uw schrijven van 22edezer, nr. 309, heb ik de eer te berigten dat de milicien verlofganger Fredrik Schepers zich op 11 juli jl. bij mij heeft aangemeld. Burgemeester te Hellendoorn.
396 31-08-1871 Jagt en visscherij. Hierbij heb ik de eer U te doen geworden eene heden bij mij ingekomene aanvrage om een kleine vischacte. Commissaris des Konings.
Nr. Datum: Omschrijving: Adressering
397 01-09-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter A.D. Schut alhier ten laste van T. Bril en diens huisvrouw R. Schonewille wegens het ontvreemden van takken ten nadeele van J.B. Bolks. Officier te Deventer.
398 04-09-1871 Inzending proces-verbaal A.D. Schut tegen B.H. Goegien, weiden eener koe. Openbaar Ministerie te Ommen.
399 04-09-1871 Armwezen. In voldoening aan Uw besluit d.d. 24 augustus jl., hebben wij de eer de daarbij ontvangene ongenummerde tabel ingevuld overeenkomstig het daarbij gevoegde schrijven van Z.E. den Minister van Staat van Binnenlandsche Zaken, weder om in te zenden. Gedeputeerde Staten.
400 04-09-1871 Armwezen. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 24 augustus jl., en onder terugzending der daarbij gevoegde tabellen hebben wij de eer te berigten: 1. dat wel in 1869 voor rekening van het Rijk in onderstand is opgenomen de persoon van A. Wasser, doch werd bij Koninklijk Besluit van 15 november 1870 nr. 19 verklaard dat het domicilie van onderstand van Anna Wasser, weduwe van J.H. Pilage, tijdens zij in bedeeling werd opgenomen was het dorp Wolvega, gemeente Weststellingwerf zoodat de voldoening door het Rijk ten gevolge van genoemd Koninklijk Besluit kwam te vervallen. Wij hebben dientengevolge vermeend dat de verpleegde Anna Wasser behoord in kolom 9 rubriek ondersteunden, en kolom 3 rubriek uitgaven. 2. dat het aanzienlijk verschil in het bedrag der collecten over 1869 en 1870, kolom 11 der tabel nr. 10, Hervormde Gemeente Heemse, is toe te schrijven, volgens ingewonnen informatie, aan onderscheidene in 1870 ontvangene giften, niet begrepen in kolom 10 der tabel. Commissaris des Konings.
401 05-09-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 4edezer, en met terugzending van den daarbij gevoegden staat van schuldenaren, heb ik de eer te berigten dat de daarop voorkomende persoon van Berend ten Brinke nog in leven en in deze gemeente woonachtig is. Genoemde Berend ten Brinke bezit geene onroerende goederen, en hebben zijne roerende goederen niet die waarde dat daarop de kosten van executie of van lijfsdwang zijn te verhalen. De mede op den staat voorkomende Everdina Ophof, huisvrouw van eerstgenoemde, is overleden. Ontvanger der registratie te Deventer.
402 06-09-1871 Benoeming van eene wethouder. Wij hebben de eer U mede te deelen dat den Raad dezer gemeente in zijn vergadering van den 5edezer, tot wethouder heeft benoemd de heer J.A. baron van Ittersum, die zijne benoeming heeft aangenomen. Gedeputeerde Staten.
403 06-09-1871 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand augustus 1871. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
404 06-09-1871 Grondbelasting. Naar aanleiding van Uw missive d.d. 5edezer, heb ik de eer de daarbij bedoelde verklaring hiernevens aan U te doen toekomen met terugzending der aangifte en bijlagen van L.E. Wind. Controleur der directe belastingen te Ommen.
405 06-09-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden het proces-verbaal van het gehoorde van A. & A. Veneman inzake de mishandeling die G.D. van der Wijk zoude hebben ondergaan van C. Lenten en zulks naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 1edezer, nr. 1470. Het proces-verbaal van den rijksveldwachter J.G. Veldkamp ontvangt u hierbij terug. Officier van Justitie te Deventer.
406 08-09-1871 In antwoord op Uw schrijven van den 4edezer heb ik de eer te berigten dat het door U gedane voorstel om op den 23edezer de grensbezigting te verrigten en de schouw over de Radewijkerbeek door mij wordt goedgekeurd, en zal ik mij op voormelden dag op de voorgestelde plaats bij Scholtman bevinden, des morgens ten 9 ure. Amtshauptman te Neuenhaus.
407 11-09-1871 Schoolgebouw te Bergentheim. In voldoening aan Uw besluit d.d. 17 augustus jl., nr. 2862/1985, hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden het door den Raad dezer gemeente vastgestelde bestek, begrooting en plan van een daar te stellen schoolgebouw te Bergentheim. Gedeputeerde Staten.
408 11-09-1871 Zekere persoon Adrianus Christianus Mulder, in uwe gemeente geboren op 28 december 1812, heeft zich alhier gevestigd en is voornemens naar ik geïnformeerd ben te huwen. Hij is kleermaker van beroep en heeft 8 jaren als soldaat gediend waarna hij een zwervend leven leidde. Er gaat een gerucht dat gezegde Mulder ten Uwent is gehuwd en gaarne zoude ik daarvan de zekerheid ontvangen. Ik neem derhalve de vrijheid te verzoeken dat in de tienjarige tafels der Burgerlijke Stand worde nagezien of het gerucht waarheid betreft om voor te komen dat er een dubbel huwelijk gesloten wordt. Als de 10-jarige tafels vanaf 1832 worden geraadpleegd kan de zaak tot waarheid gebragt worden. Burgemeester van Dockum.
409 12-09-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een door den Rijksveldwachter alhier opgemaakt proces-verbaal ten laste van G. Lenters te Collendoornerveen, wegens het weiden van vee op eens anders grond. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
410 12-09-1871 Opgaven betreffende het lager onderwijs. In voldoening aan Uw besluit d.d. 6edezer, 3eafd., nr. 3222/2160, hebben wij de eer de daarbij bedoelde opgaven aan U te doen toekomen. Gedeputeerde Staten.
411 13-09-1871 Grondbelasting. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee aangiften volgens act. 38 der wet van 2demei 1870 (staatsblad nr. 82) van Hendrik Veurink, landbouwer te Brucht in deze gemeente. Gedeputeerde Staten.
412 14-09-1871 Nationale militie. In antwoord op Uw missive d.d. 13edezer, nr. 185, heb ik de eer te berigten dat de milicien verlofganger Harm de With zich bij mij niet heeft aangemeld. Burgemeester van Ambt Ommen.
413 14-09-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de bevelschriften strekkende ter voldoening van voorgeschoten onderstand van J.E. Kamps in 1870 tezamen f. 27,50 ontvangen bij Uwe missive d.d. 12edezer, nr. 198. B&W van Westerbork.
414 18-09-1871 Bewaar- en kleinkinderscholen. Naar aanleiding van Uw besluit d.d. 14e dezer, 3eafdeling, nr. 3291/2226, hebben wij de eer te berigten dat in deze gemeente geene bewaar- en kleinkinderscholen worden aangetroffen. Gedeputeerde Staten.
415 18-09-1871 Armwezen. Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 14edezer, nr. 226, hebben wij de eer U te verzoeken ons tot het voldaan der verschuldigde verpleegkosten van J.P.B. Hendrikson uitstel te willen verleenen tot in het laatst van dit jaar. Door gebrek aan fonds worden wij verhinderd die schuld vroeger te voldoen. B&W van Zuidhorn.
416 21-09-1871 Grondbelasting. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen drie aangiften volgens art. 38 der wet van den 26emei 1870, als: twee van den heer J.A. baron van Ittersum en een van G.H. Juurlink. Gedeputeerde Staten.
417 21-09-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de Rijksveldwachter alhier tegen G.J. Meijer te Den Belt (Pruissen), wegens het doen loopen en grazen van vijf koeijen in een perceel heide en grasgrond van den heer H.L. Crull, gelegen in het Baalderveld. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
418 22-09-1871 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U bij deze mede te deelen dat de milicien Frederik Doldersum der ligting van 1868 uit deze gemeente, behoorende tot het 8eregiment infanterie, op heden alhier is gehuwd. Hoofd Administratie van het 8eregiment infanterie te Utrecht.
419 22-09-1871 Betrekkelijk Adrianus Christianus Mulder. Burgemeester van Hoogeveen.
420 25-09-1871 Onder terugzending van het adres van Jan Willem Wenink, milicien verlofganger der ligting van 1869 uit deze gemeente, daarbij verzoekende hem te willen vergunnen om zich voortdurend buitenslands te mogen ophouden, ten fine van berigt in mijn handen gesteld bij Uw apostille d.d. 23e dezer,  4eafdeling, nr. 3071, heb ik de eer te berigten dat er mijns inziens geene bezwaren bestaan om aan adressant opnieuw voor den tijd van zes maanden die vergunning te verleenen. Commissaris des Konings.
421 27-09-1871 Gisteren des middags ten 12 ure was ik ingevolge afspraak bij de grenssteen nr. 99, en heb circa 2½ uur in een nabijgelegene woning op den heer Baake gewacht, ten einde de grens te bezigtigen. Te half drie ben ik langs de Balderhaar naar de Belt gegaan en vond aldaar het rijtuig van den heer Baake. Voor ik mij verwijderde was ik van gedachte dat de heer Baake door het slechte weder was verhinderd te komen en speet het mij naderhand, dat ik niet langer gewacht heb. De grenssteen nr. 100 ligt omver zooals de heer Baake zal hebben gerapporteerd. Het komt mij voor dat de verbranding van het houten raam aan moedwil moet worden toeschreven en verdenk ik de lieden, die de sloot langs de grens, beginnende ongeveer bij Balderhaar en eindigende juist bij de steen nr. 100, het houtwerk in brand gestoken te hebben. Er kan niet gedacht worden aan een toeval bij veenbranden, daar op het veen in de nabijheid der steen geen spoor van vuur voorhanden is. De sloot is gegraven door de eigenaren van het veen gelegen in het Koningrijk Pruissen. Ik geef U in overweging een onderzoek in te stellen wie aan de bedoelde sloot hebben gearbeid en zoo mogelijk de zaak strafregterlijk te doen vervolgen. Mijnerzijdsch zal ook een onderzoek worden ingesteld. De steen dient in alle geval te worden opgerigt en is het de vraag hoe zulks met de minste kosten te doen en ook zoo dat die door moedwil of toeval niet weder omver valt. Het proces-verbaal der grensbezigtiging op 23 september jl., ontvangt U hierbij met verzoek de drie exemplaren door den heer Bauke te doen teekenen en mij er twee terug te zenden. Het proces-verbaal der schouw op gisteren zal ik inrigten als of wij die tezamen hadden bewerkstelligt. Er is echter tusschen Balderhaar en de Belt een nieuw huis in aanbouw dat naar het mij voorkomt te kort aan de grens staat. Dit moet echter nog nader nauwkeuriger onderzocht worden en ontvangt U daarna dat proces-verbaal. Amtshauptman te Neuenhaus.
422 27-09-1871 Grensbezigtiging. Overeenkomstig art. 43 van het Grenstractaat tusschen Nederland en Hannover van 1824, heb ik gisteren de Rijksgrens tusschen de Striepe en de Belt bezigtigd en bevonden dat de grenssteen nr. 100, staande in de scheidsloot in het veen van Itterbeek en Balderhaar, omver ligt. Die steen stond op vier palen en een eikenhouten raam, welke palen en raam zijn verbrand. Aan de oprigting der bedoelde grenssteen zullen kosten verbonden zijn, daar er een nieuw raam en nieuwe palen zullen benoodigd zijn. Ik heb de eer U een en ander mede te deelen met beleefd verzoek mij te willen inlichten, hoe te handelen met de oprigting der bedoelde grenssteen en ten aanzien der kosten die daaraan zijn verbonden. Commissaris des Konings.
423 28-09-1871 De verklaring verleent bij Uw schrijven d.d. 27eseptember jl., nr. 318, heb ik de eer hiernevens aan U te doen toekomen. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
424 28-09-1871 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 22edezer, nr. 1597, heb ik de eer onder terugzending van de daarbij ontvangene processen-verbaal inzake Aaltie Okken, een proces-verbaal van het gehoorde van Hendrik Luchtmeijer aan U te doen toekomen, en onder mededeeling dat mij geene opkoopers van dergelijke vouwmessen als het gestolene in deze gemeente bekend zijn. Officier van Justitie te Deventer.
425 29-09-1871 Grensbezigtiging. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen het proces-verbaal in triplo van de grensbezigtiging op den 26edezer, met verzoek dezelve te teekenen en mij twee exemplaren daarvan terug te willen zenden. Ambtshauptman te Neuenhaus.
426 29-09-1871 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter alhier, wegens een in den avond van den 24e dezer plaats gehad hebbende vechtpartij tusschen Derk ten Broeke, molenaarsknecht te Lutten in deze gemeente, en Leendert Weelink, voerman wonende te Avereest. Officier van Justitie te Deventer.
427 29-09-1871 Beurtveer tusschen Meppel, Avereest en Ambt Hardenbergh. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 14edezer, 3e afdeling, nr. 3310, en onder terugzending der daarbij gevoegde stukken hebben wij de eer hiernevens in te zenden een besluit van den Raad dezer gemeente, houdende verzoek om magtiging tot regeling der oprigting van een beurtveer tusschen Meppel, Avereest en deze gemeente. Gedeputeerde Staten van Overijssel.
428 29-09-1871 Betaling uit den post onvoorziene uitgaven. Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden: 1. een besluit van den Raad dezer gemeente tot betaling uit hoofstuk IV in uitgaaf der begrooting van 1871 eener som van f. 73,70 aan de gemeente Stad Ommen en eene som van f. 281,26 aan de gemeente Avereest wegens voorgeschotene verpleegkosten in de jaren 1868, 1869 en 1870. 2. een besluit als voren, om te betalen aan de gemeente-ontvanger J.A. Nijzink alhier de som van f. 9,90½ wegens in 1870 betaalde zegelgelden ten behoeve der gemeente. Gedeputeerde Staten.
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
429 02-10-1871 Verkeer van vreemdelingen. In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 24 october 1854, heb ik de eer mede te deelen dat er in het afgelopen kwartaal op mijn last geene vreemdelingen over de grenzen des Rijks zijn uitgeleid geworden, noch voor zoover mij bekend, binnen deze gemeente hebben verkeerd. Procureur-Generaal van Rijkspolitie te Zwolle.
430 02-10-1871 Rustende schutterij; officieren. Wij hebben de eer U mede te deelen dat voor zoover deze gemeente betreft, in het afgelopen kwartaal geene veranderingen in het kader der officieren hebben plaats gehad, als bedoeld bij besluit d.d. 23 october 1868. Commissaris des Konings.
431 02-10-1871 Met terugzending van het schrijven van P. van Os te Slagharen, mij geworden bij Uwe missive d.d. 29edezer, nr. 1649, heb ik de eer te berigten dat mij van de daarbij bedoelde zaak niets bekend is, en ter secretarie alhier geene schriftelijk proces-verbaal of aanklagte ten gemelden Van Os is ingekomen. Officier van Justitie te Deventer.
432 03-10-1871 Burgerlijke stand. Ter voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek, heb ik de eer U te doen toekomen het overlijdensextract van Gerritdina Kremer, woonachtig in uwe gemeente. Ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Avereest.
433 04-10-1871 Naar aanleiding eene bij mij ingekomene missive van den heer Commissaris des Konings in deze provincie, over de omver geworpene grenssteen nr. 100, heb ik de eer U te verzoeken om zooals wij hebben afgesproken, eene begrooting der kosten te willen doen opmaken met betrekking tot het weder oprigten der bovenbedoelde steen. Ik neem verder de vrijheid te verzoeken met eenige spoed de processen-verbaal der gehoudene grensbezigtiging te mogen terug ontvangen. Ambtshauptman te Neuenhaus.
434 04-10-1871 Grondbelasting. Inzending eener aangifte volgens art. 38 der wet van den 26 mei 1870 (staatsblad nr. 82) van J.H. Woelderink, landbouwer te Brucht. Gedeputeerde Staten.
435 05-10-1871 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand september. Inspecteur te Kampen.
436 05-10-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 4edezer heb ik de eer te berigten dat de volgorde der op te nemen perceelen het beste alzoo kan worden geregeld: 1. sectie B, 2 sectie C, 3 sectie D, 4 sectie E, 5 sectie F, 6 sectie H, 7 sectie G, 8 sectie I, 9 sectie K, 10 sectie L en 11 sectie M. Bij Uw bovenaangehaalde missive wordt ik uitgenoodigd eene vergadering van zetters te beleggen en wordt de tijd wanneer aan mij overgelaten. Het zal U niet onbekend zijn dat deze gemeente zeer uitgestrekt is en dat er met de opneming dagen kunnen gemoeid zijn. Ik zal derhalve met de convocatie der zetters moeten wachten, totdat ik U heb gesproken en het plan der opneming heb beraamd. Misschien ware het beste dat U begon met sectie L en M op te nemen, als liggende die stukken meer op Uwe route aan de Dedemsvaart en zoude de zetter Ten Kate, die tevens logementhouder is, U kunnen assisteren. U zal waarschijnlijk 16edezer uit Zwolle vertrekken per spoor, en bij Ten Kate logerende konde den 17e opneming van sectie L en M, alsmede sectie B geschieden. Deze sectie of liver de op te nemen percelen liggen nogal betrekkelijk op weinig afstand van elkander, zoo zulks Uw goedkeuring weg draagt zal na bekomen berigt den zetter Ten Kate informeren den 17edezer gereed te zijn om U te vergezellen. Controleur der directe belastingen van het kadaster te Zwolle.
437 05-10-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal van het gehoorde van D. ten Broeke inzake eene mishandeling door hem zullende zijn ondergaan door L. Welink en zulks naar aanleiding van Uw missive d.d. 30 september jl., nr. 1657. Ik neem de vrijheid betrekkelijk de zaak U het navolgende mede te deelen. Het komt mij voor dat er van zijde des klagers provocatie heeft bestaan, wijl hij den beklaagde zoude hebben toegevoegd: ‘pak eens uit dan zullen wij zien wie het meeste geld heeft’, en dat daarop van zijde van den beklaagde de uitdaging is gevolgd om naar buiten te gaan. Klaarblijkelijk gaf Ten Broeke aan den uitdaging gehoor, hetgeen blijkt uit de omstandigheid dat hij zijn jas en pet in de tapperij van Venebrugge achterliet. Ten Broeke verkeerde naar zijn zeggen in een beschonken toestand en hoewel het zoo goed als zeker is dat Welink hem heeft geslagen is het zeer quaestieus of hij de verwonding aan den schouder niet daarna, bijvoorbeeld door te vallen, heeft gekregen, te meer daar de Rijksveldwachter Schut hem ontmoette nadat de vechtpartij was afgeloopen en niet heeft bespeurd dat Ten Broeke aan den schouder iets mankeerde. Wijders ben ik geïnformeerd dat ten huize van de moeder van Ten Broeke, nadat hij aldaar te huis was gebragt een hevige twist heeft plaatsgehad en is het mogelijk dat hij daarbij de verwonding aan de schouder heeft bekomen. Ten Broeke zelf schijnt zich over hetgeen er na de vechtpartij is gebeurd niet te willen of kunnen uitlaten, en geeft als reden daarvoor aan dat hij in beschonken toestand verkeerde, hetgeen dan trouwens ook door den Rijksveldwachter Schut is gezien. Betrekkelijk de toestand waarin Ten Broeke thans verkeerd is mij door den heer Dr. Van Riemsdijk medegedeeld, dat die gunstig is te noemen en dat hij met eenige dagen zijne dagelijksche bezigheden zal kunnen hervatten, altijd met in achtzaaming der noodige voorzigtigheid. Ten slotte meen ik nog te moeten mededeelen dat Ten Broeke te Hardenberg niet zeer gunstig bekend staat. Officier van Justitie te Deventer.
438 07-10-1871 Naar aanleiding van hetgeen was vervat in Uw schrijven d.d. gisteren, nr. 9062, heb ik de eer te berigten dat Bernardus Zeeman alhier bekend staat als zeer liederlijk en van en gedrag zoo slecht dat zulks bijna niet te beschrijven is. Te lui om te werken zwerft hij veelal bedelend om, het laatst vergezeld van een vrouw, wier naam mij is ontschoten. Naar ik meen is hij vroeger reeds veroordeeld wegens diefstal en zulks door de regtbank a costy. Ook ben ik geïnformeerd dat Zeeman in het naburige Koningrijk Pruissen zich aan diefstal heeft schuldig gemaakt naar ik meen voor de hierboven bedoelde veroordeeling. Het laatst kwam ik met hem in aanraking in den loop dezer zomer ter gelegenheid der inspectie der miliciens verlofgangers. Alle de kleeren en equipementstukken van Zeeman waren verdwenen en naar hij zeide gestolen. Om zich van de inspectie te excaseren begaf Zeeman zich naar Zwolle, ten einde zich vrijwillig bij het Nederlandsch Indische leger te engageren. Hij werd evenwel niet aangenomen. Niet lang daarna vernam ik dat Zeeman zich te Assen in hechtenis bevond en misschien ook bestond er tusschen het voorgenomene engagement en de in hechtenis neming eenig verband. In een woord er valt betrekkelijk Bernard Zeeman niets te berigten dan hetgeen zijn karakter en gedrag in een ongunstig daglicht stelt. Procureur-Generaal in Drenthe.
439 09-10-1871 Wij nemen de vrijheid bijgaand besluit aan U terug te zenden met de bemerking dat in hetzelve waarschijnlijk eene schrijffout is begaan, het besluit van den Raad tot betaling aan de gemeente Avereest bedraagd f. 281,26 terwijl in het besluit van U de som van f. 354,96 is uitgedrukt. Gedeputeerde Staten.
440 10-10-1871 Grensbezigtiging. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen, het proces-verbaal van de plaats gehad hebbende grensbezigting op den 23 en 26 september jl., benevens de deswege door mij opgemaakt declaratie wegens reis- en verblijfkosten. Commissaris des Konings.
441 11-10-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de Rijksveldwachter A.D. Schut, tegen de weduwe Jan Bouwhuis te Heemse, wegens het laten loopen engrazen van drie koeijen op akkers bezet met knollen, spurrie, boekweit en aardappelen, toebehoorende aan Derk Jan Jansen, en Hendrik Kampman aldaar. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
442 13-10-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 2edezer nr. 70, hebben wij de eer te berigten dat W. Goudbeek nog steeds in de positie verkeerd dat er niets op is te verhalen. Hij woont in een klein huisje waarbij een weinig woeste grond, van de heer van Ittersum alhier, en moet met hard werken in zijn onderhoud voorzien, is weduwenaar en heeft een blinde dochter thuis die dezen zomer voor rekening onzer gemeente is verpleegd geworden in het gesticht voor minvermogende ooglijders te Utrecht. B&W van Zalk.
443 13-10-1871 Naar aanleiding van hetgeen is vervat in het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie, d.d. 11 november 1870, nr. 4105/3372, provinciaal blad nr. 45, heb ik de eer U te verzoeken mij te willen doen toekomen het navolgende aantal exemplaren van aangiften, volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870 als vermoedelijk voor het volgende jaar benoodigd. Voor gebouwde eigendommen: 20. Voor ongebouwde eigendommen: 20. Controleur der directe belastingen te Ommen.
444 17-10-1871 Armwezen. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 16e dezer, nr. 3304, hebben wij de eer onder terugzending van stukken te berigten dat de voldoening der door de gemeente Zuidlaren ten behoeve van onze gemeente voorgeschotene kosten van onderstand, tot heden door gebrek aan fonds is achterwege gebleven, doch dat wij voornemens zijn die schuld uit de dienst 1871 te voldoen. Commissaris des Konings.
445 17-10-1871 In antwoord op Uw missive d.d. 6edezer, nr. 2/2587, heb ik de eer te berigten dat de persoon van Ambrozius Martinus Dopmeijer wonende in deze gemeente, niet zoodanig gegoed is om de verplegingskosten tot het indienen eener memorie van aangifte te dragen. Hij is gewoon arbeider en woont in een gehuurd arbeidershuisje van den heer Berends te Avereest, bezit voor zoover mij bekend geen vaste goederen en hebben zijn roerende goederen weinig waarde. Ontvanger der Registratie te Zwolle.
446 20-10-1871 Pensioenen. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen. 1. De bewijzen van pensioeninschrijving van de overledenen G.J. Averink en T. Waterink, nr. 1867 en 359. 2. De ongelegaliseerde doodextracten der beide overledenen. 3. De verklaringen van geregtigheid der erfgenamen. 4. Een blanco zegel van 21 cent voor de quitantie betreffende het pensioen van G.J. Averink. Met verzoek mij de quitantien ter onderteekening te willen doen toekomen ten einde daarna het bedrag voor de belanghebbenden in ontvangst te doen nemen. Betaalmeester te Zwolle.
447 23-10-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den veldwachter P. Snoeijer alhier op verzoek  van J. van Zwolle te Dedemsvaart tegen Hendrikje Nijzink te Collendoornerveen in deze gemeente wegens het laten loopen en grazen eener kudde schapen op een perceel heidegrond van voornoemden J. van Zwolle. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
448 23-10-1871 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 21edezer nr. 639/697, heb ik de eer te berigten dat door mij zijn aangewezen en gemagtigd om met de commies deurwaarder der directe belastingen A. Dorgelo, in deze gemeente het onderzoek te verrigten bedoeld bij art. 35 der wet van 21 mei 1819 (staatsblad nr. 34) alsmede tot het doen der opnemingen bedoeld bij art. 36 der Gemeentewet. 1. Voor de buurtschappen Dedemsvaart, Lutten en Slagharen den gemeenteveldwachter Pieter Snoeijer. 2. Voor de overige buurtschappen der gemeente veldwachter Derk Jan Jansen. Controleur te Ommen.
449 23-10-1871 Grondbelasting. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een aangifte volgens art. 38 der wet van den 26emei 1870 wegens herbouw van een woonhuis door Arend Kreuzen. Gedeputeerde Staten.
450 23-10-1871 Statistiek lager onderwijs. In voldoening aan Uw besluit d.d. 28 december 1861, nr. 520/3437 hebben wij de eer hiernevens in te zenden 12 stuks tabellen van het getal leerlingen op 15 october jl. Gedeputeerde Staten.
451 24-10-1871 Armwezen. Wij hebben de eer U thans de verrekening voor te stellen der verpleegkosten van G. Lammerink, W.H. Ekkel en D. van Eijken over 1869 en 1870 ad f. 255,44 als: Hofmans 1869 f. 7,50 – E. Wichers 1869 f. 6,00 – C. Daniëls 1869 f. 15,00 – E. Spalink 1869 f. 17,00 – kinderen wed. Poolman 1869 f. 1,29 – L. Drenth 1869 f. 36,00 – C. Groen 1869 f. 24,70 – E.J. Schuurman 1870 f. 11,00 – J. Hofmans 1870 f. 10,30 – denzelfden 1870 f. 3,75 – J. Snijder 1870 f. 36,00 – E. Spalink 1870 f. 9,00 – C. Daniëls 1870 f. 9,00 – L. Drenth 1870 f. 63,50 – E. Wichers 1870 f. 5,40. Een totaal van f. 255,44. Het resterend bedrag ad f. 25,82 hebben wij de eer hiernevens te voegen. Voorts verzoeken wij U ons bij de terugzending van het bevelschrift te willen doen toekomen, afschriften der besluiten waarbij de weduwe Ekkel en D. van Eijken in onderstand zijn opgenomen. B&W van Avereest.
452 24-10-1871 Armwezen. Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen de som van f. 70,55 bij U is reeds ontvangen f. 3,15 – totaal a f. 73,70 ter voldoening van de hierbij gaande declaratien wegens verstrekten onderstand aan M. Lubbers, wed. D.J. Hamhuis over 1868, 1869 en 1870, met verzoek het bevelschrift voor voldaan geteekend terug te mogen ontvangen. Tevens verzoeken wij U een aan afschrift van het besluit waarbij de verpleegde in onderstand is opgenomen te mogen ontvangen. B&W van Stad Ommen.
453 24-10-1871 Onderwijs. In voldoening aan Uw besluit d.d. 4edezer, nr. 3584/2370 hebben wij de eer te berigten dat er in de verschillende scholen in deze gemeente de navolgende landkaarten aanwezig zijn. 1. te Heemse de kaarten van het Westelijk en Oostelijk halfrond, van Europa, van Nederland en van Overijssel. 2. te Rheeze een kaart van Nederland. 3. te Diffelen een kaart van Overijssel. 4. te Bergentheim een kaart van Nederland. 5. te Baalder een kaart van Europa en Nederland. 6. te Radewijk een kaart van Overijssel. 7. te Collendoorn een kaart van het Oostelijk en Westelijk halfrond, van Europa en Nederland. 8. te Dedemsvaart een kaart der Nederlandsch Indische bezittingen, van Europa, Nederland en Overijssel. 9. te Slagharen een kaart van Nederland. 10. te Brucht een kaart van Nederland. In de school te Lutten zijn wel kaarten aanwezig doch verkeeren die in minder goeden toestand, terwijl in de school te Sibculo geen kaarten voorhanden zijn. De aangelegenheid der landkaarten in de scholen heeft reeds aanleiding gegeven tot eene correspondentie met den heer schoolopziener en werd dezerzijds den heer berigt dat er wat betreft de aanschaffing der kaarten successievelijk in de behoefte zoude voorzien worden. Wat betreft het aanschaffen der kaarten is men steeds te rade gegaan met de onderwijzers als de bevoegde personen om te oordelen ten eersten welke en ten tweeden in hoeverre kaarten noodig zijn. Het is toch overbekend dat ten plattenlande slechts in den regel zeer jonge kinderen de scholen bezoeken, aan wie de aardrijkskunde niet kan onderwezen worden, en voor zooverre er kinderen van meerdere jaren en ontwikkeling te schole gaan, zijn de kaarten naar ons oordeel in voldoende getal aanwezig, als te Heemse, Collendoorn en Dedemsvaart. In andere scholen als die te Diffelen, Radewijk en Sibculo, achten wij het bijna onnodig en uithoofde der schoolgaande kinderen en de mindere ontwikkeling des onderwijzers, kaarten aan te schaffen, daar laatstgenoemden die waarschijnlijk toch niet zouden gebruiken. De som, benoodigd om opeens alle kaarten aan te schaffen is ook nog al aanzienlijk en is daaraan in de laatste jaren betrekkelijk veel geld besteed. De meeste kaarten zijn dan ook nieuw. Er zal evenwel zorggedragen worden zooveel mogelijk in de bestaande behoefte te voorzien. Gedeputeerde Staten.
454 26-10-1871 Grondbelasting. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een aangifte volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870, van P. van Haeringen te Avereest. Gedeputeerde Staten.
455 27-10-1871 Gremeentebegrooting over 1872. Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden de begrooting van inkomsten en uitgaven voor het dienstjaar 1872, vergezeld van een memorie van toelichting, alsmede afschrift van het besluit van den Raad, d.d 26edezer, waarbij de begrooting wordt vastgesteld en verdere bescheiden. Gedeputeerde Staten.
456 27-10-1871 Geldleening. Wij hebben de eer bij deze U ter goedkeuring aan te bieden een Raadsbesluit d.d. 26edezer, tot het aangaan eener geldleening ter bestrijding der kosten van onderstand door deze gemeente nog aan andere gemeenten verschuldigd, zoals die som op de begrooting over 1871 in ontvangst onder art. 11 voorkomt, benevens het plan dier geldleening. Gedeputeerde Staten.
457 27-10-1871 Armwezen. Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden het bevelschrift strekkende ter voldoening van voorgeschotene onderstand over 1869 en 1870. De door ons te veel gezonden f. 8,30 kunnen wij bij gelegenheid wel eens terug ontvangen. B&W van Avereest.
458 28-10-1871 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 24edezer, nr. 386, heb ik de eer hiernevens in te zenden een relaas van het verhoor der getuigen Harm Jacobs Sloothaak en zijne vrouw Margje Diphoorn inzake contra Hendrikje Nijzink. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
459 30-10-1871 Tabellen, instellingen van weldadigheid. In voldoening aan hetgeen was vervat in Uw besluit d.d. 8eapril 1868, nr. 360/958, hebben wij de eer hieronder op te geven het getal exemplaren der verschillende tabellen der instellingen van weldadigheid, voor het volgende jaar benoodigd, als 4 stuks tabel ongenommerd en 10 stuks tabel model nr. 10. Gedeputeerde Staten.
460 31-10-1871 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van het proces-verbaal van opneming der gemeentekas d.d. heden. Gedeputeerde Staten.
461 31-10-1871 Aanvraag om verlof. Naar aanleiding van art. der Gemeentewet heb ik de eer U te verzoeken mij een verlof tot aanwezigheid gedurende 14 dagen te verleenen ingaande heden. Dringende aangelegenheden roepen mij naar Assen en zijn die de oorzaak dat ik eerst heden het verloof aanvraag. In de vervulling van de functien van secretaris zal behoorlijk voorzien worden. Commissaris des Konings.
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
462 02-11-1871 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter A.D. Schut alhier op verzoek van Hermannus ten Brinke te Sibculo in deze gemeente contra Jan Herm Altena mede aldaar wonende, wegens het inslaan van een glasruit ten huize van Ten Brinke voormeld. Officier van Justitie te Deventer.
463 02-11-1871 Ordonnancie van betaling. Bij deze heb ik de eer U de ontvangst te berigten der ordonnancie van betaling groot f. 3,41 wegens teveel gestorte gelden voor vestiging en verdere kosten ten behoeve van bedelaars en andere personen in de gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over 1870, bij Uw missive d.d. 28eoctober jl., nr. 3429/2982. Commissaris des Konings.
464 03-11-1871 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen twee quitantien betreffende de pensioenen van G.J. Averink en T. Waterink met beleefd verzoek dezelve ter kantore van den ontvanger der directe belastingen enz. te Hardenberg te willen betaalbaar stellen en mij daarna die stukken te willen doen terugzenden. Betaalmeester te Zwolle.
465 04-11-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 30 october jl. nr. 1177 en onder terugzending van het daarbij gevoegde proces-verbaal contra G.J. Boswal eigentlijk genaamd G.J. Boshove, heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een proces-verbaal van verhoor van den verdachte en getuige Derk Jan Hansman, zijnde de andere getuige Frederik Bos woonachtig in de gemeente Vriezenveen. Voorts heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter A.D. Schut alhier ten verzoeke van G.J. Boshove en Hendrikje Broene, wonende te Sibculo in deze gemeente contra Derk Kerkdijk, boerenknecht mede aldaar wonende. Officier van Justitie te Almelo.
466 06-11-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 3edezer, nr. 184, heb ik de eer onder terugzending van het daarbij gevoegd proces-verbaal hiernevens aan U te doen toekomen een relaas van het gehoorde van J.H. Altena. Officier van Justitie te Deventer.
467 06-11-1871 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand october 1871. Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
468 07-11-1871 Bij deze hebben wij de eer U te doen toekomen een verklaring ten aanzien der schutterlijke positie van J.H.W. Eikens, uit deze naar Uwe gemeente verrokken. B&W van Zwolle.
469 07-11-1871 Rijksgrenzen. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 13eoctober jl. en onder terugzending der daarbij in mijne handen gestelde stukken, heb ik de eer U hierbij te doen geworden eene nota van kosten tot wederoprigting der grenssteen nr. 100, opgemaakt door den te Neuenhaus woonachtigen timmerman C. Mecklenburg. Die kosten zijn geraamd op 10 Thaler Pr.Ct. of nagenoeg f. 18,- Nederlandsch en is bovengenoemde timmerman Mecklenburg genegen het werk daarvoor te verrigten. Gedeputeerde Staten.
470 09-11-1871 Ingevolge Uw missive d.d. 7edezer nr. 81, heb ik de eer U hierbij te doen geworden eene opgave van overledenen in deze gemeente, minderjarige kinderen nalatende, loopende van 22 october 1870 tot en met den 8edezer. Voorts heb ik de eer mede te deelen dat over hetzelfde tijdvak de volgende tweede huwelijken hebben plaatsgehad van ouders die minderjarige kinderen hebben, als: 1eBerend Veldsink, tweede huwelijk met Zwaantjen Roelofs op 9 februari 1871. 2eHendrik Batterink, tweede huwelijk met Zwenne Koel op 16 maart 1871. 3e Henderkien Lemmen met Gerrit Jan Heijink op 17 maart 1871. 4e Egbert Meijerink, tweede huwelijk met Mientjen Mollen op 20 april 1871. 5eHendrik Jan Middendorp, tweede huwelijk met Hendrikje Waterink op 27 april 1871. 6eJan Veltink, tweede huwelijk met Janna Koerts op den 19 mei 1871. 7eDerk Jan van Faassen, tweede huwelijk met Aaltjen Weerts op den 19 mei 1871. 8eWessel Dorgelo, tweede huwelijk met Miena Schollink op den 9 augustus 1871. 9eWillem Hendrik Rundervoort, tweede huwelijk met Jennigjen Bosch op 15 september 1871. 10eEgbert Broekroelofs, tweede huwelijk met Aaltjen van Faassen op 4 october 1871. 11eGeugje Kooij, tweede huwelijk met Willemina Krange, weduwe van Berend Sloot, beide minderjarige kinderen hebbende. N.N.
471 11-11-1871 Ingevolge de hierbij gaande aanschrijving van den heer Officier van Justitie te Almelo d.d. 6edezer nr. 1201, heb ik de eer U bijgaande stukken te doen toekomen met verzoek de getuige Frederik Bos wonende in Uwe gemeente, te willen hooren en daarna de stukken aan gemelde heer Officier terug te willen zenden. Burgemeester van Vriezenveen.
472 13-11-1871 Schutterij. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen de naamstaat bevattende de schutterpligtigen van den 1eban, rustende schutterij in deze gemeente. Kolonel Militie Commissaris te Zwolle.
473 13-11-1871 Nationale militie. In voldoening aan het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 11 december 1862, nr. 3821, heb ik de eer mede te deelen dat op het inschrijvingsregister der nationale militie voor de ligting 1872 dezer gemeente een en zeventig personen (71) voorkomen. Commissaris des Konings.
474 15-11-1871 Grondbelasting. Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen eene aangifte volgens art. 38 der wet van den 26emei 1870 van de erven Mr. J.A. van Roijen. Gedeputeerde Staten.
475 18-11-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door de Rijksveldwachter A.D. Schut alhier contra Jan Peters op verzoek van Ernst Gommer te Heemse wegens het laten loopen en grazen van twee koeijen op een perceel grasgrond bij voormelden E. Gommer in huur en gebruik. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
476 20-11-1871 Schutterij. Naar aanleiding van Uw missive d.d. 17edezer nr. 4671 hebben wij de eer te berigten dat de daarbij bedoelde schutterpligtige Frans Heinrich Smidt in de registers der schutterij alhier is overgeschreven. B&W van Amsterdam.
477 20-11-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den Rijksveldwachter A.D. Schut van hetgeen hem nog naderhand bekend is geworden in zake contra Jan Harm Altena te Sibculo wegens het inslaan van glasramen in de woning van Hermannus ten Brinke aldaar. Officier van Justitie te Deventer.
478 21-11-1871 Van zijde mijner regering heb ik de magtiging bekomen tot de wederoprigting van de grenssteen nr. 100. De kosten daaraan verbonden zullen niet meer mogen bedragen dan 10 Thaler en zal de timmerman Mecklenburg wel bereid zijn daarvoor het werk aan te nemen. Ik verzoek U derhalve gezegden Mecklenburg het werk op te dragen en mij te willen berigten wanneer ik ter plaatse moet komen om bij de plaatsing der steen tegenwoordig te zijn. Eene spoedige afdoening der zaak komt mij wenschelijk voor. De eigenaar der getimmertens aan de grenzen is aangezegd voor 1 december e.k. de in strijd met het grenstractaat opgerigte schuren weg te ruimen. Dit laatste strekt tot antwoord op Uw schrijven d.d. 15edezer. N.N.
479 22-11-1871 Inzending geboorte-extract van Jan Pranger. Officier van Justitie te Deventer.
480 23-11-1871 Naar aanleiding van Uw brief van 21edezer nr. 1954 en dien van den heer Officier van Justitie te Zwolle d.d. 20edezer nr. 1314, welke hierbij teruggaat, heb ik de eer te berigten dat ik koopman Bruins alhier heb gehoord, die mij mededeelde dat hij in de nacht van 14/15 dezer met de postkar van Zwolle naar Heemse is medegereden en dat op de hoogte van Boschwijk die postkar is aangerand door twee personen. Die personen hadden terstond de vlucht genomen toen gezegde Bruins hen aansprak. Daar het zeer duister was had Bruins hen niet kunnen herkennen. Een der aanranders had het paard bij de kop gegrepen terwijl de andere de hand aan de kar sloeg. Waarschijnlijk zijn de aanranders op de vlugt gegaan toen zij bemerkten dat de postillon niet alleen was. Officier van Justitie te Deventer.
481 23-11-1871 Naar aanleiding van een missive van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 21 dezer, nr. 3650/3171, hebben wij de eer U heirbij ter betaling aan te bieden eene voor voldaan geteekende declaratie wegens betaalde reis- en verblijfkosten ad f. 14,55 aan een oud-strijder der citadel van Antwerpen bij gelegenheid van de ter aardebestelling van op gezegde citadel gesneuvelde officieren. Administrateurs van het detachement van het 1eregiment infanterie te Zwolle.
482 23-11-1871 In voldoening aan het slot van Uw missive d.d. 21edezer, nr.3650/3171 hebben wij de eer het daarbij ontvangene adres van Jan van Dijk aan U terug te zenden. Commissaris des Konings.
483 23-11-1871 Hierbij hebben wij de eer U voor voldaan geteekend terug te zenden de declaratien wegens verstrekten onderstand aan C.M. de Jong en J. Jager in 1870 tezamen f. 54,65 bedragende, ontvangen bij Uwmissive d.d. 21edezer nr. 256. B&W van Ooststellingwerf.
484 24-11-1871 Hiernevens heb ik de eer om U in te zenden twee aangiften volgens art. 38 der wet van den 26 mei 870, van L. Jonkeren, landbouwer alhier. Gedeputeerde Staten.
485 25-11-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal door mij opgemaakt ten verzoeke van Hendrikje Keesemaat,  huisvrouw van Gerrit Drogt, arbeidster te Dedemsvaart, tegen Emanuel Israël de Bruin, Joseph Israël de Bruin en Carel Denneboom, wegens het doen weiden van schapen op een met rogge bezaaid stuk land, in gebruik en huur bij voormelden Gerrit Drogt. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongerecht te Ommen.
486 25-11-1871 Ingevolge Uw missive d.d. 22 november jl. nr. 1960, heb ik de eer onder terugzending van het daarbij gevoegde proces-verbaal U hiernevens te doen toekomen een proces-verbaal van het gehoorde van Derk Zweers. Officier van Justitie te Deventer.
487 25-11-1871 Nationale militie. Naar aanleiding van het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 13 september 1862, heb k de eer hiernevens in te zenden eene specifieke opgave van het aantal benoodigde gedrukte stukken ten dienste der nationale militie. Commissaris des Konings.
488 28-11-1871 Grondbelasting. Hiernevens heb ik de eer U te doen geworden twee aangiften volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870, van Gerrit Jan Waterink, landbouwer alhier. Gedeputeerde Staten.
489 29-11-1871 Verlofganger nationale militie. Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Herm ten Napel der ligting 1870 zich op heden bij mij heeft aangegeven. Burgemeester te Den Ham.
490 29-11-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 14edezer heb ik de eer betrekkelijk den daarbij bedoelden persoon te berigten dat die is genaamd Frederik Bladder, van beroep veenbaas, wonende te Bergentheim, gemeente Ambt Hardenbergh, geboren den 2eoctober 1818 te Condé in Frankrijk. Zijn vader was dertijds soldaat in Hollandsche dienst. Hij is gehuwd en heeft vijf kinderen, is niet in militaire dienst geweest, als zijnde vrijgeloot. Hij was vroeger arbeider en heeft thans het opzicht over de arbeiders in eene veenderij. Kan behoorlijk lezen en schrijven en is wel in staat een proces-verbaal op te maken. Verder kan ik U mede deelen dat hij voor zoover mij bekend, is eerlijk en trouw, en komt het mij voor hij wel de noodige geschiktheid heeft om tot onbezoldigd rijksveldwachter te worden benoemd. Officier van Justitie te Deventer.
491 30-11-1871 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 28edezer, heb ik de eer U mede te deelen dat op den 13 maart 1842 alhier is geboren Jan Drenth, zoon van Thijs Drenth en van Euphemia Margaretha Roeling. Burgemeester te Venlo.
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
492 04-12-1871 Inzending opgave der overledenen in deze gemeente gedurende de maand november 1871 Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht.
493 04-12-1871 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 30 november jl., nr. 4256, heb ik de eer na daarvan kennis te hebben genomen, hierbij terug te zenden eene missive van den heer Inspecteur van ’t Lager Onderwijs in deze provincie, betreffende het gebruik van schoolkaarten. Gedeputeerde Staten.
494 04-12-1871 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 2edezer, nr. 25, heb ik de eer te berigten dat op den 29edecember 1870 alhier een getuigschrift van woonplaatsverandering is afgegeven aan Willemina Johanna Bruins, naar Amsterdam, waarschijnlijk is dit de door U bedoelde Maria Bruins, welke laatste naam alhier niet in het bevolkingsregister voorkomt. Volgens informatie is zij nog steeds te Amsterdam woonachtig, thans bij den heer Abelever op het Cingel, van beroep makelaar in tabak. Ambtenaar van den Burgerlijken Stand te Amsterdam.
495 09-12-1871 Op den 8 december 1871 is door Hendrik Otter en Aaltje Niks bij de voltrekking van hun huwelijk ter wettiging erkend Margje, geboren in de gemeente Avereest op den dertienden october 1871 ingeschreven als dochter van Aaltje Niks. Hetwelk ik de eer heb ter Uwer kennis te brengen, ten einde daarvan de noodige kantteekeninge in het geboorteregister Uwer gemeente plaats hebbe. Ambtenaar van den Burgerlijken Stand te Avereest.
496 09-12-1871 Ontvangst berigt 2 stuks kohiers dienst 1871/1872 patentregt. Controleur te Ommen.
497 09-12-1871 Berigt dat er in de maand januari zal overgegaan worden tot de afdoening der pretentie. B&W van Emmen.
498 09-12-1871 Berigt dat Roelof Visscher zich hier niet ophoudt. Ambtenaar Openbaar Ministerie Kantongerecht Ommen.
499 13-12-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden de bij Uwe missive d.d. 30 november jl. nr. 2015 verlangde proeve van een proces-verbaal van F. Bladder. De vertraging is toe te schrijven aan de afstand op welke gezegde Bladder van mijne secretarie woont en de slechte wegen. Officier van Justitie te Deventer.
500 13-12-1871 Armwezen. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 11 dezer, nr. 1833, hebben wij de eer te berigten dat er tot heden geen termen gevonden zijn om D.L. Hof alhier te ondersteunen en dat hem overeenkomstig art. 22 der wet van 28 juni 1854 op zijne aanvraag om onderstand die is geweigerd. Commissaris des Konings.
501 13-12-1871 Rijksgrenzen. In antwoord op Uw missive d.d. 9edezer, heb ik de eer te berigten dat ik mij geheel vereenig met het voorstel om het oprigten der grenssteen nr. 100 uit te stellen tot tijd en wijle het weder beter en de wegen meer practicable zullen zijn. Naar ik onderrigt ben is reeds een der schaapkooijen van welke in Uw boven aangehaalde brief wordt gesproken, weg geruimd en zal de andere spoedig volgen zoo zulks niet reeds heeft plaatsgehad. U zal kunnen begrijpen dat het onder de tegenwoordige omstandigheden hoogst moeilijk is op het terrein de zaak te onderzoeken hetgeen echter zoo spoedig mogelijk zal plaats hebben. Ambt hauptman te Neuenhaus.
502 14-12-1871 Heb de eer U mede te deelen dat alhier binnen deze gemeente op den 12 december 1871 is geboren Jan, zoon van Jurrien Jan Snippe, oud 27 jaren, schipper wonende te Hoogeveen, en van deszelfs huisvrouwe Hendrikje Jacobs Benjamins. Ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Hoogeveen.
503 16-12-1871 Hiernevens heb ik de eer ingevolge Uw missive d.d. 14edezer, nr. 238, nadat het daaropgestelde renvooi door mij geteekend is, aan U terug te zenden de attestatie de vita van Neeltje Urich, weduwe J. Lenseling. Betaalmeester te Zwolle.
504 16-12-1871 Nationale Militie. Kennisgeving aankomst van den verlofganger Gerrit Mink. Ambt Ommen.
505 16-12-1871 Als voren, Berend de Hoop. Ambt Ommen.
506 16-12-1871 In voldoening aan Uw missive d.d. 14edezer, nr. 3002, heb ik de eer U mede te deelen dat de bedoelde Frederik Bladder behoort tot het Nederlandsch Hervormd Kerkgenootschap. Officier van Justitie te Deventer.
507 16-12-1871 Armwezen. Terugzending declaratie voor voldaan geteekend ad f. 15,90 – W. Goudbeek, 1869. Burgemeester van Zalk.
508 18-12-1871 Lager onderwijs. Betrekkelijk de sollicitant Hammeka naar de vacante hulponderwijzersplaats te Dedemsvaart. Schoolopziener 6edistrict.
509 18-12-1871 Inzending proces-verbaal, contra R. Truin te Hardenberg, verwekker van nachtelijk burengerucht. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen.
510 18-12-1871 Armwezen. In antwoord op Uw missive d.d. 28 october, nr. 20/5 hebben wij de eer te berigten dat het ons niet mogelijk is in deze maan de verschuldigde verplegingskosten af te doen, doch kan U er bepaald op rekenen dat dezelve zoo niet vroeger dan toch voor 1emaart 1872 zullen worden gekweten. B&W van Utrecht.
511 19-12-1871 Bouwen in de nabijheid der rijksgrenzen. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 5edezer, nr. 3783, en onder terugzending van het daarbij in mijne handen gestelde adres van B.H. Geugien en Gerrit Ekkel alhier, heb ik de eer te berigten dat de adressanten werkelijk woningen hebben gebouwd op minder dan 376.7 meter of 100 Rhijnlandsche roeden afstand van de rijksgrenzen en derhalve in strijd met art. 5 van  het grenstractaat. Bij mijn proces-verbaal van grensbezigtiging van 26 september jl. U toegezonden bij mijne missive van 10 october, daaraanvolgende nr. 440, constateerde ik, dat er zich twee schaapskooijen van zoden opgezet binnen de afstand van 367.7 meter van de grenzen bevonden doch ontsnapten toen de gebouwen van de adressanten aan mijn aandacht. Bij een later onderzoek bevond die gebouwen, waarvan een dat van Geugien nog in aanbouw was. Dadelijk heb ik beide adressanten doen waarschuwen en het laatste laten bevelen hunne getimmertens te amoveren. Het is derhalve onjuist dat adressanten beweren, dat zij niet gewaarschuwd zijn en is het ook zeker dat beide welk bekend zijn geweest met de bepalingen van het grenstractaat. Naar mijn bescheiden meening zullen derhalve de bedoelde gebouwen behooren te worden geamoveerd. Eene andere vraag is het hoe de eigenaren in geval zij niet vrij willen tot de opruiming dier gebouwen willen overgegaan, daartoe te geraken en zal zulks wel met zwarigheden gepaard gaan, voor het geval men de regtsgeldigheid van het grenstractaat ontkend, hetzij op grond dat het niet bij de wet is vastgesteld, het zij dat er wordt aangevoerd dat het tegenwoordig niet meer van toepassing kan zijn als gesloten met het voormalige Koninkrijk Hannover. Mogten echter die zwarigheden niet wegen, dan zoude ik U om deer wille der menschelijkheid willen adviseren de wegruiming der bedoelde gebouwen te adfourneren tot een beteren saisoen. Commissaris des Konings.
512 20-12-1871 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door mijnen gemeenteveldwachter P. Snoeijer inzake eene verwonding welke door zekeren Joseph Kolker aan zekeren Geert Spijker zoude zijn toegebragt, alsmede een proces-verbaal opgemaakt door mijzelf houdende klagte van opgezegden Kolker wegens eene mishandeling die zoude hebben ondergaan van meergenoemden Spijker en B.J. Hagemeijer. Het is duidelijk dat het hier eene zaak geld en hebben naar mijne meening beide partijen schuld. De verwonding die Geert Spijker is toegebragt is naar de verklaring van den veldwachter Snoeijer eene gesnedene en heeft niet te veel te betekenen, wijl Spijker maandag ochtend volgende op de avond waarop hij gewond werd, zich naar de geneesheer Koster heeft begeven. De omstandigheid ook dat Snoeijer heeft gezien dat Kolker een gat in de jas had, doet veronderstellen dat hij niet op Spijker heeft geschoten. Het pistool waarvan in de verbalen sprake is, is in mijn bezit en zoo het als overtuigingsstuk moet dienen, zal ik het direct inzenden. Het komt mij overigens voor dat van de zijde van Spijker de zaak zeer overdreven wordt vorogesteld, en heb ik den rijksveldwachter Schut opgedragen die nader te onderzoeken, na afloop waarvan ik U zoo spoedig mogelijk den uitslag zal mededeelen. Officier van Justitie te Deventer.
513 20-12-1871 Burgerlijke Stand. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen de registers der Burgerlijke Stand dienst 1872 met beleefd verzoek mij die registers geparapheerd en geteekend te willen terugzenden. De heer President der Arrondissementsrechtbank te Deventer.
514 21-12-1871 Gemeenterekening over 1870. In voldoening aan Uw besluit d.d. 14e dezer, nr. 3002/3016, hebben wij de eer met wederinzending der daarbij gevoegde stukken, hiernevens een naar aanleiding van dat besluit genomen raadsbesluit in te zenden, alsmede een ongezegeld raadsbesluit waarbij de ontvangsten en uitgaven voorloopig worden vastgesteld en verdere verbeterde stukken. Gedeputeerde Staten.
515 21-12-1871 Lager onderwijs. Onder toezending van nevensgaande staat van voorgevallen mutatien in het personeel der hoofd en hulponderwijzers enz., hebben wij de eer U mede te deelen dat in de raadsvergadering van heden den in die lijst genoemden A.A. van Munster op zijn verzoek met ingang van 1 januari 1872 een eervol ontslag uit zijne beetrekking van hoofdonderwijzer te Collendoorn is verleend. Gedeputeerde Staten.
516 21-12-1871 Lager onderwijs. In de raadsvergadering van heden is op zijn verzoek eervol ontslag verleend aan den  hoofdonderwijzer der school te Collendoorn, A.A. van Munster, met ingang van 1 januari 1872 en hebben wij de eer U hiervan kennis te geven. Schoolopziener 6edistrict.
517 21-12-1871 Als voren. Inspecteur van ’t lager onderwijs.
518 23-12-1871 Inzending nader proces-verbaal inzake Kolker en Spijker, mishandeling. Officier van Justitie te Deventer.
519 28-12-1871 Berigt dat de kennisgeving aan G. van Tebberen is uitgereikt. Procureur-generaal te Zwolle.
520 28-12-1871 Inzending van nog een exemplaar der begrooting 1872 en kennisgeving dat aan art. 213 der wet is voldaan. Gedeputeerde Staten.
521 30-12-1871 Diefstal van turf. Inzending eener klagte contra J. Meijering, huisvrouw van G.J. van Faassen. Officier van Justitie te Deventer.
522 30-12-1871 Nadere inlichting betrekkelijk F. Bladder en diens vader J. Bladder. Officier van Justitie.
523 31-12-1871 Berigt dat er gedurende het jaar 1871 geene personen zijn overleden die waren opgenomen in een der beide Nederlandsche ridderorden. Commissaris des Konings.
524 31-12-1871 De registers en de kadastrale plans zullen zoo spoedig mogelijk ter bijwerking worden ingezonden. Met het oog op de ingekomen kennisgeving en het ter inzage leggen van het register der plans gehad hebbende veranderingen, kan zulks niet voor februari a.s. geschieden. Tegen de kosten van bijwerking ad f. 54,36 bestaat geen bezwaar. Bewaarder der hypotheken.