Kopieboek van de uitgaande brieven van het gemeentebestuur van Ambt Hardenberg

24 december 1872 t/m 31 december 1873

Datum: Omschrijving: Adressering:  
411 24-12-1872 Medische politie. In voldoening aan uw apostillaire dispositie den 20e dezer, nr. 3873, heb ik de eer onder terugzending van het daarbij gevoegde adres van D. Roos, koopman te Coevorden, vergunning verzoekende tot den invoer langs het grenskantoor Venebrugge van 5000 stuks drooge schapenvellen, herkomstig uit de Pruisische gemeente Lingen, en hem daartoe te verlenen een termijn van vier weken, te berigten, dat het mij voorkomt een termijn van vier weken daartoe te lang is, aangezien zulks gevoeglijk in veertien dagen kan geschieden. Daar overigens uit het overgelegd certificaat blijkt dat te Lingen geen ziekte onder de schapen heerst, nog in de laatste drie maanden geheerst heeft, zoude mijns inziens den invoer der bedoelde vellen kunnen worden toegestaan, onder dezelfde voorwaarden als vermeld bij Uw besluit van den 4edecember jl., nr. 3689/3697, waarbij ontheffing van de verbodsbepaling van art. 1 van het Koninklijk Besluit d.d. 8e december 1870 (staatsblad nr. 194) ten behoeve van A. Lobstein is verleend. Commissaris des Konings
412 24-12-1872 Inzending aangifte volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870, van J. v.d. Sanden namens de erven Mr. J.A. van Roijen. Gedeputeerde Staten
413 24-12-1872 Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den rijksveldwachter A.D. Schut en den gemeenteveldwachter P. Snoeijer alhier, tegen Hendrik Hagedoorn en Lucas Jansen, wonende aan de Dedemsvaart in deze gemeente, wegens verwonding van Jacob Vrielink, mede aldaar wonende. Officier van Justitie te Deventer
414 24-12-1872 Het proces-verbaal mij gezonden bij Uw missive d.d. 20 nov. jl. nr. 2032, heb ik de eer hierbij dienovereenkomstig verbeterd terug te zenden. Bij nader onderzoek bleek dat het mij dat hetzelve toevallig onder andere stukken was geraakt. Officier van Justitie te Deventer
415 24-12-1872 Onder terugzending van het request en bijlage van L. Nijhuis, arbeider wonende te Ambt Hardenberg, ten fine van berigt en consideraties in mijne handen gesteld bij Uw apostille d.d. 21 dezer, nr. 1102, heb ik de eer te berigten dat mij omtrent Lambertus Nijhuis vroeger nooit iets ten nadeligs is ter ooren gekomen, terwijl zijne ouders als zeer rustige ingezetenen bekend staan, die zich deze zaak zeer aantrekken. Uit dien hoofde zijn mijne consideraties strekkende dat hem vermindering van straf worde verleend. Officier van Justitie te Deventer
416 24-12-1872 Naar aanleiding van een bekomen aanschrijving van heren Gedeputeerde Staten van Overijssel, begeleidende een afschrift van een brief van den heer Hoofdingenieur van den Waterstaat in deze provincie waaruit blijkt dat de kettingbalk bij de brug aan het Jachthuis slecht is en herstelling vereist, verzoeken wij U als eigenaar dier brug onverwijld tot de herstelling over te gaan, ten einde gevaar te voorkomen. ..
417 27-12-1872 Kennisgeving van aankomst van Roelof Wemmenhove der lichting 1871. Burgemeester van Deurne
418 27-12-1872 Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Jan Snijder, plaatsvervanger van Albert van Keulen, uit Uwe gemeente, der lichting 1871, op den 20 december jl. aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met voornemen zich in de gemeente Gramsbergen te vestigen. Burgemeester van Zwollerkerspel
419 28-12-1872 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen eene aangifte volgens art. 38 der wet van den 26 mei 1870, wegens stichting van een gebouw van J.H. Imessche, vervener, wonende in deze gemeente. Gedeputeerde Staten
420 30-12-1872 Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van den raad dezer gemeente, d.d. 28 dezer, houdende verhoging der jaarwedde verbonden aan de hulponderwijzerbetrekking in de school van den hoofdonderwijzer De Vries te Dedemsvaart. Gedeputeerde Staten
421 30-12-1872 Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van den gemeenteraad van den 28edezer, betrekkelijk de verkoop van het oude schoolgebouw te Bergentheim. Wij doen deze vergezeld gaan van een besluit van den raad van dezelfde dagtekening waarbij wordt verklaard, dat gemeld schoolgebouw niet meer voor de openbare dienst is, terwijl wij op zondag den 29edezer dat besluit ter algemene kennis gebracht hebben, met uitnodiging om zoo daartegen bezwaren bestaan, die bezwaren schriftelijk binnen 14 dagen, mede te delen. Gedeputeerde Staten
422 30-12-1872 Burgemeester en Wethouders van Ambt Hardenberg brengen bij deze ter kennis van den heer J.P. Koppelle, hoofdonderwijzer te Slagharen, dat de raad dezer gemeente op het door hem ingediende adres, houdende verzoek hem een woning te bouwen, met het oog op de financiële toestand der gemeente, afwijzend heeft beschikt. J.P. Koppelle, hoofdonderwijzer te Slagharen
423 30-12-1872 Burgemeester en Wethouders van Ambt Hardenberg, hebben de eer bij deze ter kennis te brengen van de heren W. de Visser c.s., ingezetene aan de Dedemsvaart, dat de raad dezer gemeente op het door hen ingediende adres, houdende verzoek om verhoging der jaarwedde verbonden aan de betrekking van hulponderwijzer in de school te Dedemsvaart, heeft besloten gemelde jaarwedde met f. 50,- te verhogen en alzo te bepalen op f. 400,- W. de Visser c.s. te Dedemsvaart
424 31-12-1872 .. ..
425 31-12-1872 In voldoening aan hetgeen is vervat in Uwe Excellenties oproeping den 24edezer nr. 85, hebben wij de eer te berichten dat door ons geen nadere memories of bewijsstukken, inzake van het beroep ingesteld door de firma Lobstein en Polak te Hardenberg, van dezerzijds beschikking van 10 juli 1872, waarbij hun vergunning is geweigerd tot oprichting ener blooterij van schapenvellen, zijn in te zenden. Zijne Excellentie Minister van Staat, vice-president van den Raad van State te ’s-Gravenhage
       
1 01-01-1873 In voldoening aan uw aanschrijving d.d. 24 oktober 1854, heb ik de eer mede te delen dat er in het afgelopen kwartaal op mijn last geen vreemdelingen over de grenzen van het rijk zijn uitgeleid geworden, noch voor zover mij bekend binnen deze gemeente hebben verkeerd. Procureur-generaal, fung. Directeur der Rijkspolitie te Zwolle
2 01-01-1873 In voldoening aan Uw besluit den 1 november 1870, nr. 3597/3270, heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen de presentielijst voor de vergaderingen van het College van Zetters voor ’s Rijks directe belastingen over 1872. Commissaris des Konings
3 03-01-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Hendrik Overweg te Rheeze in deze gemeente, wegens het dragen van een verborgen wapen. Officier van Justitie te Deventer
4 03-01-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen het door mij opgemaakte proces-verbaal van den plaats gehad hebbende moord te Sibculo, waarvan ik U bereids heb kennis gegeven. Het proces-verbaal is niet dadelijk door mij ingezonden, veronderstellende U zich op de door mij ingezonden kennisgeving naar hier zoude begeven. De beide hoofdschuldigen Gerrit Jan Boshove en Arend Jan Leemhuis, waartegen de meeste bewijzen zijn ingebracht, heb ik doen arresteren en een bevel tot voorlopige aanhouding tegen hen verleend. Morgen zal ik hen vroegtijdig naar Deventer doen transporteren. Het visum-repertum opgemaakt door de heren geneeskundigen F.W. en G.W. van Riemsdijk gaat mede hierbij. Officier van Justitie te Deventer
5 04-01-1873 Onder terugzending van stukken mij ten fine van bericht in handen gesteld bij Uw apostille den 1ejanuari jl., nr. 11, heb ik de eer te berichten dat de vijf eerste ondertekenaren van het certificaat van goed gedrag, gevoegd bij het adres van L. Nijhuis, zijn ingezetenen der gemeente Avereest, en zover ij bekend ter goeder naam en faam bekend staan, de overige ondertekenaren zijn ingezetenen dezer gemeente die naar mijn inzien die verklaring niet zouden hebben gedaan, indien zij niet van de waarheid derzelve overtuigd waren. Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel
6 04-01-1873 In voldoening aan art. 26 der wet op de nationale militie, heb ik de eer U hierbij te doen geworden het inschrijvingsregister der lichting voor de nationale militie van 1873, benevens de daaruit opgemaakte alfabetische naamlijst in duplo. Commissaris des Konings
7 05-01-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut, door wie nog nader onderzoek is gedaan inzake de plaats gehad hebbende moord te Sibculo. Officier van Justitie te Deventer
8 06-01-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand december 1872 Inspecteur Geneeskundig Staatstoezicht
9 07-01-1873 Pensioensbijdrage voor de onderwijzers: H. Kuik de Vries, J. Klouwen, A. Bouwhuis, H. van ’t Laar, F. aan het Rot, G.J. Broekroelofs, G. Kelder, W.E. Timmerman, G.J.H. Dorgelo, G.W. Kastein, J.P. Koppelle, J. Jeuring. Gedeputeerde Staten
10 09-01-1873 Bij deze heb ik de eer ter voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek U toe te zenden een uittreksel uit de akten van overlijden van Geertje Harms Poorte, domicilie hebbende in Uwe gemeente. Ambtenaar van den burgerlijke stand te Weststellingwerf
11 10-01-1873 .. ..
12 11-01-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 28 december 1847, hebben wij de eer te berichten dat gedurende het jaar 1872 uit deze gemeente geen landverhuizing heeft plaatsgehad. Commissaris des Konings
13 11-01-1873 Diligencediensten. In voldoening aan uw besluit d.d. 17 januari 1856, hebben wij de eer te berichten dat er in deze gemeente geen kantoren van diligencediensten zijn gevestigd, doch dat er een diligence deze gemeente dagelijks passeert, behalve des zondags van het station Dedemsvaart naar Hardenberg vice-versa. Dezelve passeert deze gemeente des morgens circa zeven uur van Hardenberg naar Dedemsvaart en des namiddags circa drie uur van Dedemsvaart naar Hardenberg. Gedeputeerde Staten
14 11-01-1873 Geen mutaties in het personeel der beambten van politie. Commissaris des Konings
15 11-01-1873 In het afgelopen jaar zijn geen verordeningen afgekondigd tegen wier overtreding straf is bedreigd. Gedeputeerde Staten
16 11-01-1873 Geen veranderingen in de instellingen van weldadigheid. Gedeputeerde Staten
17 13-01-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee processen-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier. 1etegen Meeuwes Arends, Arend Arends, Hendrik Arends, Laurens Mink en Andries Brunemeijer alhier, wonende te Dedemsvaart in deze gemeente, wegens toegebrachte verwondingen aan Barteld Gort, arbeider ook aldaar wonende. 2etegen Meeuwes Arends, wonende te Dedemsvaart in deze gemeente, wegens het toebrengen van slagen aan de personen Jacob Kats en Lambert Hartman, wonende te Zuidwolde. Officier van Justitie te Deventer
18 14-01-1873 Rustende schutterij officieren. Wij hebben de eer U mede te delen dat voor zoveel deze gemeente betreft, in het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren hebben plaatsgehad. Commissaris des Konings
19 14-01-1873 Op Uw schrijven van den 13edezer, nr. 97, heb ik de eer nevensgaande geboorte-extract van E.G. Wendels te doen toekomen. Officier van Justitie te Deventer
20 15-01-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 31 december 1872, nr. 4807/3293, hebben wij de eer mede te delen dat tegen de onttrekking aan den publieke dienst van het oude schoolgebouw te Bergentheim geen bezwaren zijn ingebracht. Gedeputeerde Staten
21 16-01-1873 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat Arend Arends en Hendrik Arends, waarvan geboorte-extracten werden gevraagd bij Uw missive van den 15e dezer, niet in deze gemeente zijn geboren, volgens het bevolkingsregister zijn beide geboren te Nijeveen (Drenthe). Arend den 14emaart 1858 en Hendrik den 29emaart 1860. Officier van Justitie te Deventer
22 16-01-1873 Verslag van de landbouw over 1872. Commissaris des Konings
23 17-01-1873 Op den 9ejanuari jl. onder nr. 10 is door ons aan U ingevolge art. 50 van het Burgerlijk Wetboek toegezonden een overlijdensextract van Geertje Harms Poorte waardoor ons ingevolge Uw schrijven van den 10 januari nr. 23/35 werd bericht dat Jan Jurjens Groenewoud ten uwen geen woonplaats en voorlang naar Ambt Hardenberg was vertrokken doch nu volgens den 15 januari 1873 te Wolvega afgegeven getuigschrift van woonplaatsverandering is het ons echter gebleken dat genoemde J.J. Groenewoud wel in Uwe gemeente woonplaats had, waarbij wij andermaal het overlijdensextract overmaken. Ambtenaar van den burgerlijke stand te Weststellingwerf
24 20-01-1873 Inzending bewijs van inschrijving voor de nationale militie t.b.v. Alexander Dorgelo, zich in dienst bevindende bij het 1eregiment infanterie. Commissaris des Konings
25 21-01-1873 Onder terugzending van het proces-verbaal mij geworden bij Uw missive d.d. 17edezer, nr. 30, heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een proces-verbaal van het gehoorde van Pieter Stouw. Burgemeester van Gramsbergen
26 21-01-1873 Aangifte grondbelasting van Jan Blokzijl, schipper alhier. Gedeputeerde Staten
27 22-01-1873 Bij Uw kantbeschikking van 18ejanuari jl. nr. 298, wordt in mijne handen gesteld een adres van C. Piek c.s, ingezetenen dezer gemeente, verzoekende om daarbij aangevoerde redenen, de plaatsing van een rijksveldwachter nabij het Jagthuis (Jachthuis) te Lutten. Onder terugzending heb ik de eer te berichten dat de ten adresse beweerde baldadigheden niet van dien aard zijn dat daarvoor versterking van politie vereist wordt. De veldwachter Snoeijer in het midden van adressanten wonend, is voldoende actief, terwijl de rijksveldwachter te Heemse gestationeerd, geacht moet worden, mede in de behoefte daar ter plaatse te kunnen voorzien, een en ander laat evenwel niet na, dat versterking van politie in deze zo uitgebreide gemeente alleszins wenselijk is. Commissaris des Konings
28 22-01-1873 .. ..
29 22-01-1873 Aangifte grondbelasting van J.E. Centen, landbouwer alhier, wegens herbouw van een woning. Gedeputeerde Staten
30 23-01-1873 .. ..
31 23-01-1873 .. ..
32 23-01-1873 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat ten gevolge het heersen der roodvonk te Dedemsvaart, Lutten en Slagharen, wij het nodig geoordeeld hebben mede op het advies van den geneesheer aldaar, de scholen in die wijken voorlopig voor de tijd van 14 dagen te doen sluiten. Schoolopziener in het 6edistrict te Eerde
33 24-01-1873 .. ..
34 25-01-1873 Hiernevens hebben wij de eer U tere goedkeuring aan te bieden een raadsbesluit d.d. heden, tot het aangaan ener geldlening ter bestrijding der kosten van onderstand nog aan andere gemeente verschuldigd, groot achthonderd gulden, voorkomende op de begroting over 1873 in ontvangst onder art. 11 benevens het plan dier geldlening. Gedeputeerde Staten
35 25-01-1873 Aangezien U nog steeds in gebreke blijft de door ons voorgeschoten kosten van onderstand ten behoeve van personen in Uwe gemeente domicilie van onderstand hebbende, over de jaren 1866, 1867, 1868, 1869 en 1870 ten bedrage van f. 117,90 te voldoen, zo verzoeken wij U nogmaals dringend ter voorkoming ener gerechtelijke vervolging, die schuld voor den 15e februari e.k. te willen vereffenen. B&W van Aengwirden
36 25-01-1873 .. ..
37 25-01-1873 Betaling uit de post voor onvoorziene uitgaven der begroting over 1873. Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van den raad dezer gemeente tot betaling uit hoofdstuk IV in uitgaaf der begroting over 1873, een som van f. 478,55 wegens vorderingen competerende den geneesheer H.T.M. Koster te Lutten aan de Dedemsvaart. Gedeputeerde Staten
38 27-01-1873 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat de kennisgeving mij geworden bij Uw missive van en 23edezer, nr. 207, aan Lambertus Nijhuis is uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer
39 27-01-1873 Het oorspronkelijk reglement beurtveer Meppel, Avereest, Ambt Hardenberg thans van de drukker terug ontvangen hebbende, heb ik de eer U bij deze te doen toekomen. Burgemeester van Meppel
40 29-01-1873 Brug over de Dedemsvaart. In voldoening aan Uw besluit d.d. 19 december 1872, nr. 4611/3201, hebben wij de eer te berichten dat aan de brug over de Dedemsvaart bij het Jachthuis in deze gemeente de vereiste herstelling heeft plaatsgehad. Gedeputeerde Staten
41 31-01-1873 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen afschrift van het proces-verbaal van opneming der gemeentekas op den 30edezer. Gedeputeerde Staten
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
42 01-02-1873 Inzending aangiften tot ontginning van J.B. en H.J.M. Minke en van H. en B. Juurlink. Gedeputeerde Staten
43 03-02-1873 Ingevolge Uw verzoek bij brief van 30 januari jl. nr. 148, heb ik de eer mede te delen dat Roelof Thijs, zoon van Derk Thijs en van Jantje van Trappen alhier, voor de lichting van 1868 heeft geloot, en heeft tot plaatsvervanger gesteld Jan Cornelis van den Boom, ingelijfd den 28 juli 1868 bij het 8eregiment infanterie, 2ebataillon. Burgemeester van Hoogeveen
44 03-02-1873 In antwoord op Uw missive d.d. 29 januari jl. nr. 19, hebben wij de eer mede te delen dat ook wij van gevoelen zijn dat er tussen de gemeenten Ambt Ommen en Ambt Hardenberg behoorlijke aansluiting van grenzen bestaat. B&W van Ambt Ommen
45 04-02-1873 .. ..
46 05-02-1873 Inzending opgaaf overledenen over januari 1873. Inspecteur te Kampen
47 06-02-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 1edezer, nr. 278, heb ik de eer hierbij in te zenden een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, betreffende de door U bij gemelde missive gedane vraagpunten inzake Boshove. Officier van Justitie te Deventer
48 06-02-1873 Bij deze neem ik de vrijheid U namens den milicien Johannes Hendrikus Finkers, behorende tot Uw regiment, en thans met verlof in deze gemeente, te verzoeken uithoofde van het heersen ener besmettelijke ziekte in het huisgezin van gemelde milicien, zijn verlof met 14 dagen te willen verlengen, ten einde zijn familie in hun ziekte te kunnen bijstaan. Een verklaring van den geneesheer heb ik de eer tevens hierbij over te leggen. Commanderend officier van het 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
49 07-02-1873 In antwoord op Uw schrijven van den 4edezer, nr. 1, hebben wij de eer mede te delen dat ook wij van gevoelen zijn dat de grenzen onzer gemeenten geacht kunnen worden goed aan te sluiten. B&W van Zuidwolde
50 08-02-1873 In voldoening aan Uw kantbeschikking d.d. 6edezer, nr. 365, hebben wij de eer onder terugzending der daarbij gevoegde missive van den minister van Staat, voorzitter der afdeling voor de geschillen van bestuur, het daarbij verlangde verzoekschrift van de firma Lobstein en Polak tot oprichting ener huidenblooterij, bij deze aan U te doen toekomen. Gedeputeerde Staten
51 08-02-1873 Naar aanleiding van art. 25 Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U mede te delen dat het door mij in het register van geboorten over den jare 1871 acte numero 204 op den kant der acte de navolgende aantekening is gesteld: ‘Bij de voltrekking van hun huwelijk ter gemeente Stad Hardenbergh op den dertigsten januari 1873 hebben Gerrit Jan Zweers en Fennigien Hamberg dit kind voor het hunne erkend en gewettigd’. Officier van Justitie te Deventer
52 11-02-1873 Onder overlegging van bijgaande verklaring van den geneesheer H.T.M. Koster alhier, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Johannes Hendrikus Finkers, behorende tot Uw regiment, waarvoor bij mijn schrijven van den 6edezer nr. 48 een verlenging van verlof is verzocht, thans zodanig ziek is, dat het hem niet mogelijk is, de terugreis naar zijn korps op dit ogenblik te aanvaarden. Commanderend officier bij het 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
53 14-02-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 31 mei 1867 heb ik de eer te berichten dat in deze gemeente geen verenigingen tot oefening in de wapenhandel bestaan. Commissaris des Konings
54 14-02-1873 Benoeming van een hulponderwijzer. Bij deze hebben wij de eer te berichten dat de raad in zijne vergadering van heden U heeft benoemd tot hulponderwijzer aan de school van den hoofdonderwijzer H.K. de Vries te Dedemsvaart, op eene jaarwedde van vierhonderd gulden, en zulks met ingang van den 15e maart e.k. Het zal ons aangenaam zijn per omgaande te mogen vernemen of de benoeming al of niet door U wordt aangenomen. Gedeputeerde Staten
55 15-02-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 30 januari jl. nr. 326/226, hebben wij de eer hierbij aan U te doen toekomen een nader besluit van den raad dezer gemeente, betreffende het aangaan ener geldlening. Gedeputeerde Staten
56 15-02-1873 Onder terugzending van stukken hebben wij de eer te berichten dat door de firma Lobstein en Polak geen ander stuk, houdende aanvraag om vergunning tot oprichting ener blooterij van huiden dan het weder hierbij teruggaande, is ingediend. Gedeputeerde Staten
57 18-02-1873 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat het stuk, ontvangen bij Uw missive d.d. 14edezer, nr. 385, aan den belanghebbende Lambertus Nijhuis is uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer
58 18-02-1873 Aanvragen om bewijzen van werkelijke dienst of extract stamboek. 5e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch. Lambertus Nijhuis, Gerrit Mink, B.H. Brinker, B. Kosse, J.H. Stortman, S. Seinen, H. Goorhuis, B.H. Sassen, G. Schollink en W.H. Hofsink.  
59 18-02-1873 Als voren. 1eregiment infanterie te Groningen: Hermannus Kieft.  
60 18-02-1873 Als voren. 8eregiment infanterie te Utrecht: H.B. Haverkort en W. Gasman.  
61 18-02-1873 Als voren. 3eregiment vestingartillerie te Nijmegen: Evert Wind.  
62 18-02-1873 Als voren. 4eregiment infanterie te Gouda: Hendrik Jan Olsman.  
63 18-02-1873 Als voren. 4eregiment huzaren te Zutphen: Jan Otter.  
64 19-02-1873 Ik neem de vrijheid Uwe Excellentie beleefdelijk te verzoeken mij wel met enige spoed te willen doen toekomen een extract stamboek van ieder der hieronder vermelde personen welke stukken volgens art. 53 der militiewet nodig zijn ter erlanging van vrijstelling wegens broederdienst ter zake van de militie. 1eBerend Logtmeijer, zoon van Wolter Logtmeijer en van Wichertje Hiltbrink, deze persoon is den 17 juli 1856 te Weltevreden overleden. 2eArend Logtmeijer, zoon van Wolter Logtmeijer en van Wichertje Hilbrink, gemelde persoon is den 2eoctober 1866 te Groningen overleden als gepensioneerd soldaat van het Oost-Indische leger. Zijne Excellentie den Minister van Koloniën
65 19-02-1873 Op Uw schrijven van de 18edezer nr. 414 heb ik de eer U het gevraagde overlijdensakte van Jan Hansman en de geboorte-extracten van Jan Hendrik Alerink en Berend Aalderink te doen toekomen. Officier van Justitie
66 03-03-1873 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 1edezer, nr. 494, heb ik de eer te berichten dat Jan Geert Brumlever volgens ingewonnen informatie zich thans in deze gemeente bevindt. Officier van Justitie
66a 20-02-1873 Bij Uw missive van 14edezer nr. 155, wordt mij verzocht ter kennis van G.A. Heitbrink te brengen dat het gevraagde stuk getuigschrift van woonplaatsverandering niet door U kan worden verstrekt aangezien de getrokken persoon in het bevolkingsregister Uwer gemeente ambtshalve is geroyeerd, op grond dat hij meer dan een jaar Uwe gemeente verlaten en zich naar deze gemeente begeven heeft, zonder dat in dat tijdbestek door of vanwege hem aanvraag om bewijs van domicilieverandering is geschiedt. Naar aanleiding van art. 19a van het besluit van 5 mei 1870 (staatsblad nr. 73) verneem ik echter dat het getuigschrift van verandering van werkelijke woonplaats op de gedane aanvrage alsnog moet worden afgegeven, en verzoek ik U mij hetzelve te willen doen toekomen. Burgemeester van Steenwijkerwold
67 20-02-1873 Aanvraag om een extract stamboek ten dienst der nationale militie van Berend Valkman. Commandant 1eregiment infanterie te Groningen
68 20-02-1873 Politie. Naar aanleiding van Uw schrijven van 28 januari jl. nr. 322/263 heb ik de eer te berichten dat de raad dezer gemeente geen redenen gevonden heeft tot uitbreiding van eigen personeel van politie, waarvan de kosten met het oog op de financiële toestand der gemeente bezwaarlijk zouden te dragen zijn, en dat de veldwachter Jansen niet tegenstaande zijn 69 jarige ouderdom nog vlug, ijverig en bekwaam is, zodat de raad geen redenen vindt hem uit de dienst te ontslaan. Bij mijn rapport van 22 januari jl. nr. 27, waarbij te kennen gegeven wordt, dat versterking van politie voor deze uitgestrekte gemeente alleszins wenselijk is, meende ik het verzoek van adressanten om plaatsing van een rijksveldwachter aan te bevelen. Commissaris des Konings
69 22-02-1873 Aanvraag om een extract stamboek ten dienste der nationale militie ten behoeve van Bernardus Kaptein, plaatsvervanger voor Willem Snel der lichting 1857. Commanderend officier van ‘t 2eregiment vestingartillerie te Utrecht
70 22-02-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aangifte volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870 van Jan Blokzijl, schipper wonende alhier,  wegens bijbouw van een gebouw. Gedeputeerde Staten
71 22-02-1873 Onder overlegging van bijgaande verklaring van den geneesheer H.T.M. Koster alhier, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Roelof Brandt behorende tot Uw regiment, thans met verlof in deze gemeente, ernstig ziek is, zodat hij niet op den bepaalde tijd bij zijn corps kan terugkomen. Commanderend officier van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
72 24-02-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 14 mei 1834 hebben wij de eer te berichten dat er in deze gemeente geen andere brandblusmiddelen voorhanden zijn dan brandhaken. Als vroeger merken wij op dat zo er werd overgegaan tot het aanschaffen van brandblusmiddelen, men niet zou weten op welke punten dezer uitgestrekte gemeente die geplaatst zouden moeten worden. Gedeputeerde Staten
73 25-02-1873 Onder terugzending van stukken bij Uw apostille d.d. 20 februari jl., om berichten in onze handen gesteld, hebben wij de eer te berichten dat de pensioensbijdrage a f. 0,67½ verschuldigd door den met 1 augustus 1872 eervol ontslagen onderwijzer K. van der Veen, abusievelijk was vergeten te verantwoorden, en hebben wij de eer alsnog een kwitantie van storting tot gemeld bedrag hiernevens te voegen. Gedeputeerde Staten
74 25-02-1873 Heb de eer U te berichten dat de alfabetische registers der akten van den burgerlijke stand gereed zijn. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
75 27-02-1873 .. ..
76 27-02-1873 In voldoening aan uw besluit d.d. 9 januari jl. hebben wij de eer mede te delen dat de grenzen dezer gemeente, ofschoon niet overal zichtbaar afgebakend, goed aansluiten aan die der aanliggende gemeenten. Gedeputeerde Staten
77 27-02-1873 .. ..
78 27-02-1873 In voldoening aan Uw besluit van 10 juni 1854 hebben wij de eer hiernevens in te zenden een opgave der krankzinnigen, buiten de daarvoor bestemde gestichten in deze gemeente aanwezig. Commissaris des Konings
79 28-02-1873 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen de staat der verrichte vaccinaties en der gevallen van kinderpokken in deze gemeente gedurende het jaar 1872. De opgaven der verrichte vaccinaties zijn volstrekt door de geneesheren F.W. van Riemsdijk en H.T.M. Koster, terwijl van den geneesheer G.W. van Riemsdijk bericht is ontvangen over gemeld jaar geen vaccinaties te hebben verricht. Inspecteur van het geneeskundig bestuur te Kampen
80 28-02-1873 Naar aanleiding van art. 78 van het Koninklijk Besluit d.d. 2 mei 1862, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Roelof Brand der lichting van 1872 uit deze gemeente, ingelijfd bij het 5eregiment infanterie, thans met tijdelijk verlof alhier aanwezig, op den 27edezer in deze gemeente is overleden. Commissaris des Konings
81 28-02-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Roelof Brand, behorende tot uw regiment, thans met tijdelijk verlof in deze gemeente, op den 27edezer alhier is overleden. Commanderend officier van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
82 01-03-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen de lijst met de daarbij behorende bewijsstukken tot het verkrijgen van vrijstelling van de dienst der nationale militie. Kolonel militiecommissaris in Overijssel
83 01-03-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den rijksveldwachter A.D. Schut alhier, wegens een in deze gemeente plaats gehad hebbende brand op den 25edezer. Officier van Justitie te Deventer
84 03-03-1873 Inzending verslag betreffende het lager onderwijs over 1872. Schoolopziener Overijssel
85 04-03-1873 Naar aanleiding van hetgeen was vervat in de circulaire van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 27 januari jl. nr. 254, heb ik de eer onder overlegging van een gelegaliseerd geneeskundig attest te berichten dat de loteling Hendrikus Bril uit deze gemeente der lichting 1873, lotingsnummer 65, door gebreken werkelijk verhinderd wordt voor de militieraad te verschijnen. De loteling bevindt zich ten huize zijner ouders te Heemse in deze gemeente. Militieraad te Zwolle
86 05-03-1873 Inzending opgaaf der overledenen gedurende februari 1873. Inspecteur te Kampen
87 07-03-1873 Onder toezending van nevensgaande lijst van voorgevallen veranderingen in het personeel van hoofd- en hulponderwijzers enz. aan de openbare lagere scholen, hebben wij de eer U mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van de 6edezer de onderwijzer Jacob Klouwen op zijn verzoek wegens benoeming tot hulponderwijzer te Kerkenbosch, gemeente Zuidwolde, eervol uit zijn betrekking van onderwijzer aan de openbare school te Brucht heeft ontslagen, met ingang van den 7edezer. Gedeputeerde Staten
88 07-03-1873 Wij hebben de eer U bij deze mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van de 6edezer de onderwijzer aan de openbare school te Brucht, Jacob Klouwen, op zijn verzoek eervol ontslag uit die betrekking heeft verleend, met ingang van heden, en zulks wegens benoeming tot hulponderwijzer te Kerkenbosch, gemeente Zuidwolde. Schoolopziener Overijssel
89 07-03-1873 Wij hebben de eer U bij deze mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van de 6edezer de onderwijzer aan de openbare school te Brucht, Jacob Klouwen, op zijn verzoek eervol ontslag uit die betrekking heeft verleend, met ingang van heden, en zulks wegens benoeming tot hulponderwijzer te Kerkenbosch, gemeente Zuidwolde Inspecteur van ’t lager onderwijs te Zwolle
90 07-03-1873 In voldoening aan hetgeen is vervat in Uw besluit d.d. 23e januari jl. nr. 187/154, hebben wij de eer U hierbij ter goedkeuring aan te bieden een besluit van de raad dezer gemeente d.d. 6edezer, houdende goedkeuring der verkoop van het oude schoolgebouw te Bergentheim. Gedeputeerde Staten
91 08-03-1873 Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger Hendrikus Lodewikus Reuvers, lichting 1871, op heden aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met voornemen zich in Uwe gemeente te vestigen. Bij aankomst verzoek ik daarvan, overeenkomstig de bestaande voorschriften, bericht. Burgemeester van Emmen
92 11-03-1873 Bij deze neem ik de vrijheid U te verzoeken het hiernevens gevraagde certificaat betreffende Arend Logtmeijer, overeenkomstig bijgaande kantbeschikking van den militieraad in Overijssel te willen doen verbeteren, en mij de stukken daarna zo spoedig mogelijk te willen doen terugzenden. Zijne Excellentie den Minister van Koloniën te ’s-Gravenhage
93 11-03-1873 Ingevolge Uw missive van den 13efebruari jl. heb ik de eer te berichten dat de milicien Johannes Hendrikus Finkers nog niet genoegzaam hersteld is om de reis naar zijn korps te ondernemen, en wordt dientengevolge het vereiste geneeskundig attest hierbij aan U ingezonden. Commanderend officier bij ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
94 14-03-1873 Ingevolge Uw schrijven van de 6edezer nr. 187, heb ik de eer te berichten dat de daarbij bedoelde goederen van de overleden milicien Roelof Brand op heden aan U zullen worden verzonden, volgens de staat der in te zenden goederen ontbreken er twee paar sokken en een haarkam die naar de verklaring zijner ouders ook niet aanwezig waren bevonden. Hoofd administratie van het 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
95 15-03-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, contra Hendrik Hendriks Vonk, arbeider te Kloosterhaar in deze gemeente, wegens overtreding der jachtwet. Officier van Justitie
96 15-03-1873 In voldoening aan Uw missive heb ik de eer mede te delen dat volgens het bevolkingsregister alhier den notaris Van der Muelen is geboren te Zutphen op den 22edecember 1820. Officier van Justitie
97 17-03-1873 .. ..
98 18-03-1873 Naar aanleiding van art. 99 der wet op de nationale militie heb ik de eer hiernevens aan U in te zenden een bezwaarschrift tegen de uitspraak van de militieraad van Albert Nijeboer, loteling uit deze gemeente. Gedeputeerde Staten
99 18-03-1873 .. ..
100 20-03-1873 Inzending verslag betrekkelijk het armwezen. Commissaris des Konings
101 21-03-1873 In deze gemeente zijn geen banken van lening, zieken- en begrafenisbussen en spaarbanken Gedeputeerde Staten
102 21-03-1873 Ingevolge Uw missive d.d. 19edezer nr. 14, hebben wij de eer mede te delen dat zich voor de tijdelijke waarneming der school te Brucht heeft aangemeld Harmen Roelofs, landbouwer aldaar, vroeger onderwijzer te Holthone, gemeente Gramsbergen, bezittende blijkens bijgaande akte, den derden rang, op zijn verzoek eervol aldaar ontslagen. Gemelde Roelofs is een welgesteld landbouwer, oud 51 jaren, op wiens gedrag niets valt aan te merken, en komt het ons voor hij wel de nodige bekwaamheid bezit de school te Brucht tijdelijk waar te nemen. Ook hebben ingezetenen te Brucht hun verlangen daartoe aan ons te kennen gegeven. Indien er dus voor de tijdelijke waarneming door gemelde Roelofs bij U geen bezwaren bestaan, dan stellen wij voor die te doen aanvangen den 1e april a.s. op de jaarwedde van f. 300,- voor genoemde school vastgesteld. Schoolopziener in Overijssel
103 24-03-1873 .. ..
104 24-03-1873 .. ..
105 24-03-1873 .. ..
106 27-03-1873 Met verwondering en leedwezen ontvingen wij van U de kennisgeving dat na den laatste maart a.s. geen lijkschouwingen door U voor de gemeente meer zullen verricht worden, om redenen dat de beloning maandelijks door de gemeente daarvoor verstrekt wordende, volstrekt in geen verhouding staat tot de daarvoor te verlenen diensten. Aangenaam zou het ons dus zijn van U te mogen vernemen hoeveel die beloning dan zou moeten bedragen, ten einde daaromtrent een voorstel aan de raad te kunnen doen, kunnende het dagelijks bestuur hierin niet beslissen. Dr. H.T.M. Koster
107 27-03-1873 In voldoening aan uw kantbeschikking van den 24edezer nr. 920,  heb ik de eer onder terugzending van het daarbij gevoegde verzoekschrift van Gerrit Jan de Vries, landbouwer wonende te Laar, Ambt Neuenhaus, Koningrijk Pruisen, te berichten dat genoemde De Vries voor omstreeks drie jaren dit rijk heeft verlaten en zich met der woon in Pruisen heeft gevestigd, dat hij is Nederlander van geboorte en thans voornemens is zich weder in dit Rijk in deze gemeente te vestigen, waartegen geen bezwaren bestaan. Voorts dat de invoer zijner goederen en vee langs het grenskantoor Holtheme zal plaats hebben. Commissaris des Konings
108 31-03-1873 Ten einde stagnatie in het verrichten der doodsschouw te voorkomen, zij dienende dat wij voorlopig genoegen nemen in het door U gedane voorstel om tegen een beloning van twintig gulden per maand de doodsschouw te verrichten in dat gedeelte der gemeente zoals die tot dusverre door U is waargenomen. Wij behouden ons echter voor indien de raad zijne goedkeuring hieraan mocht weigeren, zulks elke maand te kunnen doen ophouden. De heer H.T.M. Koster, geneesheer te Lutten
109 31-03-1873 In voldoening aan Uw missive van de 10edezer, heb ik de eer hiernevens in te zenden: 1eeen verklaring van de geneesheer G.W. van Riemsdijk, betreffende het onderzoek van de loteling Hendrikus Bril, in zijne woning. 2ede schriftelijke eed van voornoemde geneeskundige. 3eeen declaratie in triplo. 4ede lastgeving. Militieraad in Overijssel
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
110 01-04-1873 Geen veranderingen in het kader der officieren der rustende schutterij Commissaris des Konings
111 01-04-1873 Voor de zeemilitie heeft zich vrijwillig aangemeld de loteling Frederik Derks, lotingsnummer drie. Kolonel militiecommissaris in Overijssel
112 01-04-1873 .. ..
113 01-04-1873 In het afgelopen kwartaal zijn geen vreemdelingen over de grenzen van het rijk uitgeleid. Procureur-generaal, fung. Directeur der Rijkspolitie te Zwolle
114 02-04-1873 In voldoening aan Uw kantbeschikking van de 27emaart jl. nr. 1048, hebben wij de eer onder terugzending van het daarbij in onze handen gestelde adres van B.H. Geugies, kleermaker te Venebrugge in deze gemeente, te berichten dat gemelde B.H. Geugies zich voor enige dagen bij ons vervoegde, te kennen gevende dat zekere Albert Stegink, die zich sedert enige tijd ten zijnen huize bevond, krankzinnig was geworden en niet meer wilde werken, zodat hij hem niet langer in huis kon hebben, tenzij hij daarvoor werd schadeloos gesteld of dat aan Stegink onderstand werd verleend. Wij gaven hem daarop te kennen dat hij zich om onderstand te verkrijgen moest wenden tot het diaconiebestuur der Hervormde gemeente te Hardenberg van welk kerkgenootschap volgens zijn verklaring Stegink lid is, en dat wij omtrent zijn toestand een onderzoek zouden instellen. Het is ons na gedaan onderzoek gebleken dat Stegink in de laatste tijd niet al te wel bij ’t hoofd was geweest, doch niet in die mate dat hij als gevaarlijk voor de openbare rust en veiligheid kan beschouwd worden. Thans verricht hij weer zijn gewone veldarbeid, zodat wij geen termen vinden om aan hem onderstand of aan adressant schadeloosstelling te verlenen. Gedeputeerde Staten
115 03-04-1873 Armwezen: L. Mulder B&W van Lonneker
116 03-04-1873 Armwezen: J.H. Finke B&W te Coevorden
117 03-04-1873 Armwezen: J.H. Wellen. B&W van Zuidwolde
118 03-04-1873 .. ..
119 03-04-1873 .. ..
120 03-04-1873 .. ..
121 04-04-1873 .. ..
122 05-04-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand maart 1873. Inspecteur te Kampen
123 07-04-1873 .. ..
124 08-04-1873 Ingevolge Uw missive d.d. 7edezer nr. 245, hebben wij de eer hierbij twee afzonderlijke bevelschriften aan U  te doen toekomen. Voorts moeten wij U doen opmerken dat Geertje Zweers alhier geheel onbekend is en waarschijnlijk te Stad Hardenberg geboren en armlastig zal geweest zijn, alwaar onderscheidene personen van dien naam woonachtig zijn. B&W van Kampen
125 10-04-1873 De burgemeester van Ambt Hardenberg brengt bij deze ter kennis van G.J. de Vries, landbouwer te Laar, Ambt Neuenhaus in Pruisen, dat aan hem bij besluit van de heer Commissaris des Konings in de provincie Overijssel d.d. 8eapril 1873 ontheffing is verleend van verbodsbepaling van art. 1 van het Koninklijk Besluit van 8edecember 1870, ter zake van den invoer van een zwartbonte koe en pink, in dit rijk, voor den tijd van veertien dagen, ingaande heden, met bepaling dat de invoer moet plaats hebben langs het grenskantoor van Holtheme, met vertoning aan de rijksambtenaren aldaar ven een verklaring afgegeven door het hoofd van het bestuur der plaats van herkomst, dat aldaar geen besmettelijke ziekten onder het vee is heersende, nog in de laatste drie maanden geheerst heeft. Aan G.J. de Vries, landbouwer te Laar
126 10-04-1873 Idem Aan de Rijksambtenaar te Holtheme
127 12-04-1873 Neme de vrijheid U nevensgaande stukken te doen toekomen, met beleefd verzoek mij wel te willen inlichten of er bij U ook bezwaren mochten bestaan om op dezelve een huwelijk te kunnen voltrekken. President der Arrondissementsrechtbank te Deventer
128 12-04-1873 Aantal kiezers voor de Tweede Kamer: 111; voor de Provinciale Staten: 111 en voor de Gemeenteraad: 205. Commissaris des Konings
129 16-04-1873 Tengevolge oproeping in de nieuwsbladen heeft zich een sollicitant opgedaan voor de vacante school te Brucht, waarvan wij de eer hebben de stukken hiernevens aan U te doen toekomen. Daar het niet waarschijnlijk is, er zich meerdere sollicitanten zullen aanmelden, stellen wij U voor deze aan een examen te onderwerpen en bij voldoende bekwaamheid hem aan de raad ter benoeming voor te dragen. Schoolopziener in ‘t 6edistrict van Overijssel te Eerde
130 18-04-1873 Naar aanleiding van art. 167 der gemeentewet, hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift ener op heden door de raad dezer gemeente vastgestelde verordening op het vervoer van lijders aan een besmettelijke ziekte. Gedeputeerde Staten
131 18-04-1873 Onder overlegging van bijgaande verklaring van den geneesheer H.T.M. Koster te Lutten in deze gemeente, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien J.H. Finkers, thans met verlof in deze gemeente, nog niet genoegzaam van zijn ziekte hersteld is, om naar zijn corps terug te keren. Commanderend officier van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
132 18-04-1873 .. ..
133 18-04-1873 Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van de raad dezer gemeente d.d. heden, houdende verhoging der jaarwedde verbonden aan de betrekking van onderwijzer der school te Baalder. Gedeputeerde Staten
134 18-04-1873 Betaling uit de post van onvoorziene uitgaven. Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van de raad dezer gemeente, d.d. heden, tot betaling uit hoofdstuk IV der begroting over 1873, een som van f. 25,- wegens toegelegde gratificatie aan de hoofdonderwijzer H.K. de Vries te Dedemsvaart. Gedeputeerde Staten
135 19-04-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aangifte volgens art. 38 der wet van 26 mei 1870, ingediend door A. ten Kate te Dedemsvaart. Gedeputeerde Staten
136 21-04-1873 Op verzoek van de belanghebbende heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen, afschrift der notariële akte vermeld in art. 72 der militiewet, betreffende de overeenkomst van plaatsvervanging bij de nationale militie, tussen Albert Odink en Jan Harm Hakkers, voor de loteling Egbert Odink uit deze gemeente, getrokken hebbende nr. 50. Militieraad in Overijssel
137 21-04-1873 .. ..
138 22-04-1873 In antwoord op Uw schrijven van de 20edezer nr. 1230, heb ik de eer te berichten dat zover mij bekend de persoon van Lambertus Nijhuis alhier nimmer enige blijken van verstandsverbijstering heeft getoond. Ook heb ik mij geïnformeerd bij personen die hem meer dagelijks konden gadeslaan, die verklaren ook nimmer iets van dien aard aan hem te hebben bespeurd. Directeur der cellulaire gevangenis te Utrecht.
139 22-04-1873 Inzending verslag dezer gemeente over het jaar 1872. Gedeputeerde Staten
140 23-04-1873 .. ..
141 23-04-1873 .. ..
142 24-04-1873 Naar aanleiding van hetgeen is vervat in Uw missive d.d. 18e dezer, hebben wij de eer te berichten dat het gezonden getal buitenvellen van de verklaringen betreffende koepokinentingen en van lijders aan kinderpokken voor deze gemeente onvoldoende zijn, aangezien alhier drie geneeskundigen de praktijk uitoefenen. Commissaris des Konings
143 24-04-1873 Kennisgeving van vertrek van Jan Hendrik Grevelman der lichting 1870. Burgemeester van Vriezenveen
144 25-04-1873 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Rutger Berends van de lichting 1871 uit Uwe gemeente, ingelijfd bij het 5eregiment infanterie, op heden alhier is overleden. Burgemeester van Avereest
145 25-04-1873 Naar aanleiding van art. 78 van het Koninklijk Besluit d.d. 2 mei 1872, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Rutger Berends van de lichting 1871 uit de gemeente Avereest, ingelijfd bij het 5e regiment infanterie, op heden alhier is overleden. Commanderend officier van het 5eregiment infanterie te ‘s-Hertogenbosch
146 25-04-1873 Idem. Commissaris des Konings
147 26-04-1873 Inzending aangifte vrijdom grondbelasting van J. Koning Gedeputeerde Staten
148 26-04-1873 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen het benodigde materieel voor de verklaringen wegens verrichte koepokinentingen en wegens behandelde lijders aan koepokken. Tevens vestigen wij Uw aandacht op de wettelijke en administratieve voorschriften aan de binnenzijde van de omslag vermeld, alsmede op het nodeloze van de na 30 april afgegeven, niet met de wettelijke modellen overeenkomende verklaringen. Voorts brengen wij U in herinnering hetgeen is vervat in de 2 alinea’s van art. 7 der wet van den 1e juni 1865, betreffende de inzending voor 1 februari van de duplicaten der in het vorige jaar afgegeven verklaringen omtrent inenting van in deze gemeente wonende personen. Dr. F.W. van Riemsdijk te Hardenberg
149 26-04-1873 Als voren. Dr. G.W. van Riemsdijk
150 26-04-1873 Als voren. Dr. Koster te Lutten
151 26-04-1873 In voldoening aan art. 30 van het Burgerlijk Wetboek en overeenkomstig art. 13 alinea 2 van Zijne Majesteits Besluit van den 3enovember 1861 nr. 94, heb ik de eer U te zenden een doodextract van Fredrikus Rotman, alhier overleden den 28emaart 1873. Ambtenaar van de burgerlijke stand te Stad Ommen
152 28-04-1873 Inzending notariële akte overeenkomst van nummerverwisseling tussen Derk Flierman en Gerrit Jan Altena. Militieraad in Overijssel
153 29-04-1873 Inzending aangifte vrijdom van grondbelasting van J.W. Vredenberg. Gedeputeerde Staten
154 29-04-1873 Ingevolge art. 175 der gemeentewet hebben wij de eer U hiernevens te doen toekomen een verordening op het vervoer van lijders aan ene besmettelijke ziekte naar het ziekenhuis of naar hunne woning in de gemeente Ambt Hardenberg. Kantonrechter te Ommen
155 29-04-1873 Als voren. Officier van Justitie te Deventer
156 29-04-1873 Als voren. President der Arrondissementsrechtbank te Deventer
157 29-04-1873 Als voren. Procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof in Overijssel
158 29-04-1873 Als voren. President van ’t provinciaal gerechtshof in Overijssel
159 29-04-1873 Als voren. Ambtenaar van ’t openbaar ministerie bij ’t Kantongerecht te Ommen
160 29-04-1873 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen 12 stuks tabellen bevattende het getal leerlingen op 15 april jl. in de openbare scholen in deze gemeente. Gedeputeerde Staten
161 30-04-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, ten verzoeke van B.H. Geugjen, kleermaker wonende te Venebrugge in deze gemeente, wegens bedreiging van brandstichting door Albert Stegink, arbeider wonende ten huize van genoemde Geugjen. Tevens moet ik U mede delen dat het mij voorkomt de zaak niet zo gevaarlijk is als zij wordt voorgesteld. Door de geneesheer G.W. van Riemsdijk te Hardenberg werd mij medegedeeld dat de broeders van gemelde Stegink zich ook reeds bij hem hadden vervoegd ten einde hem te onderzoeken en voor krankzinnig te verklaren, dat hij daaraan niet had kunnen voldoen, uithoofde hem niet was gebleken hij daaraan lijdende was, doch hem beschouwde als idioot. Naar mijn oordeel zoeken zij op de een of andere wijze van hem ontslagen te worden ten einde hem niet meer ten hunnen laste te hebben. Officier van Justitie te Deventer
162 30-04-1873 Inzending proces-verbaal van opneming der gemeentekas. Gedeputeerde Staten
163 30-04-1873 Onder terugzending der bijlagen in mijne handen gesteld bij Uw kantbeschikking van 28edezer, nr. 1275, betreffende de oprichting door den landbouwer Groote Balderhaar te Balderhaar in het Ambt Neuenhaus, koningrijk Pruisen, van een nieuwe schaapskooi in de nabijheid van een aldaar bestaande oude schaapskooi, binnen den afstand van 376,7 meter of 100 rijnlandsche roeden van de rijksgrenzen, alwaar ingevolge art. 5 van het grenstraktaat geen nieuwe gebouwen mogen worden opgericht, heb ik de eer te berichten dat naar mijn inzien geen bezwaren bestaan tegen de oprichting van een nieuw gebouw, op aangeduide plaats, uitsluitende zullende dienen tot opstalling van schapen, en aangezien geacht kan worden het zeer in het belang van genoemde grensbewoner is, dat hem de vergunning naar de gevraagde oprichting worde verleend, voornamelijk voor mestwinning zijn mijne consideraties strekkende het verzoek in te willigen. Commissaris des Konings
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
164 01-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen twee stuks aanvragen om grote jachtakten met schietgeweer en 13 stuks aanvragen ter bekoming van visakten. Ten aanzien der aanvragers van jachtakten kan worden medegedeeld dat zij meerderjarig zijn en niet in de termen vallen dat hen een akte behoort te worden geweigerd. Commissaris des Konings
165 03-05-1873 Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen een paspoort van den in Uwe gemeente verblijf houdende Cornelis Bouwhuis, met verzoek dezelve aan den belanghebbende te willen doen uitreiken, en mij daarvan de verzekering te willen geven. Burgemeester van Stad Ommen
166 03-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen 2 paspoorten van de in Uwe gemeente verblijf houdende miliciens Hendrik Otter en Derk Langemaat, met verzoek dezelve aan de belanghebbenden te willen doen uitreiken en mij daarvan de verzekering te willen geven. Burgemeester van Gramsbergen
167 03-05-1873 Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen een paspoort van den in Uwe gemeente verblijf houdende Jan Hendrik Kampman, met verzoek dezelve aan de belanghebbende te willen doen uitreiken, en mij daarvan de verzekering te willen geven. Burgemeester van Ambt Ommen
168 03-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een oproepingsbrief ter aflevering en inlijving bij de militie, van Jan Hendrik Peters, thans wonende in Uwe gemeente, met beleefd verzoek dezelve wel aan den belanghebbende te willen doen uitreiken. Burgemeester van Ambt Ommen
169 03-05-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door B.S.A. Piepmeijer en D. de Vries, commiezen van ’s rijks belastingen te Venebrugge in deze gemeente, ter zake van invoer van twee koebeesten (runderen) uit het koningrijk Pruisen, in strijd met de verbodsbepaling van act. 1 van het Koninklijk Besluit van 8 december 1870. De in beslag genomen koeien zijn alhier door de voormelde ambtenaren opgebracht en heb ik dezelve voorlopig doen opstallen. De eigenaar of eigenaren die met nog meerdere koeien in allerijl zijn voortgedreven, zijn niet bekend. U beleefd te verzoeken mij wel te willen mede delen of nu daar er geen eigenaar van het vee bekend is, dadelijk tot de verkoop moet worden overgegaan dan of nadere machtiging moet worden afgewacht. Officier van Justitie te Deventer
170 05-05-1873 Inzending lijst van overledenen april 1873. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht
171 05-05-1873 Oproepingsbrief Hendrik Jansen bij de militie ter inlijving. Burgemeester van Den Ham
172 06-05-1873 In voldoening aan hetgeen is vervat in het besluit van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 21 april jl., heb ik de eer U hiernevens te doen geworden, een dubbel van den staat der manschappen begrepen in het aandeel dezer gemeente, in de lichting voor de nationale militie van het jaar 1873. Majoor provinciaal adjudant te Zwolle
173 06-05-1873 Naar aanleiding van art. 37, 2elid der wet van 20 juli 1870, heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de commiezen van ’s rijks belastingen B.S.A. Piepmeijer en D. de Vries te Venebrugge, wegens twee in beslag genomen koeien ter zake van invoer uit Pruisen, in strijd met de verbodsbepaling van art. 1 van het Koninklijk Besluit van 8 december 1870, met verzoek op gemeld proces-verbaal de vereiste machtiging tot de verkoop der koeien te willen stellen. Kantonrechter te Ommen
174 06-05-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat het examen voor de school te Brucht zal plaatshebben op woensdag den 21 mei a.s. des voormiddags ten negen uur in de openbare school te Heemse in deze gemeente. Daar U de enige sollicitant is, zal het examen bestaan door van 9 tot ½ 11 onderwijs aan de leerlingen van den onderwijzer te Heemse te geven en na half elf enkele vakken van het lager onderwijs nog nader met U te bespreken. Ik nodig U alzo uit op voorschreven tijd en plaats tegenwoordig te willen zijn. T. Ebels, hulponderwijzer te Ansen
175 08-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Herman de Groot, Lambertus Kokhuis, Gradus ten Have en Albertus Mulsteeg, veenarbeiders wonende te Langeveen, gemeente Tubbergen, wegens mishandeling van Albertus Voorhuis, arbeider wonende te Bergentheim in deze gemeente. Officier van Justitie
176 08-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt dor de gemeenteveldwachter Pieter Snoeijer alhier, tegen Anna Aleida Luttel, weduwe van H.H. Vonke, arbeidster, wonende te Slagharen in deze gemeente, wegens het verbergen in hare woning van geldswaarden, papier, hetwelk door haar was gevonden te Coevorden en aldaar was verloren door Jan Derk Kamps, landbouwer wonende te Heesterkante in Hannover, koninkrijk Pruisen. Officier van Justitie
177 09-05-1873 Naar aanleiding van hetgeen is vervat in sub d. van het besluit van den heer Staatsraad Gouverneur dezer provincie van 12 april 1845, hebben wij de eer mede te delen dat door het gemeentebestuur zijn benoemd tot tegenschatters voor de personele belasting dienst 1873/1874 Albertus Hamhuis, timmerman te Heemse, en Jan van Dijk, opzichter te Dedemsvaart. Commissaris des Konings
178 10-05-1873 Onder dankbetuiging voor het aan mij verleende verlof heb ik de eer U mede te delen dat ik op mijn post ben geretourneerd en mijn functies heb hervat. Commissaris des Konings
179 12-05-1873 Naar aanleiding van Uw schrijven van gisteren, heb ik de eer te berichten dat U bij missive van 5edezer, nr. 23 (hierbij teruggaande) hebt voorgesteld het examen voor Brucht te houden op 14 mei e.k. en is alzo den sollicitant tegen den 21eopgeroepen. Geen nader bericht van U ontvangende zal ik het er voor houden laatstgemelde dag voor het examen bepaald blijft. Schoolopziener te Eerde
180 12-05-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week bij mij is aangegeven een aangetaste door roodvonk. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht
181 12-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, op verzoek van den veenarbeider Jan Karnon, wonende te Vledder, thans werkzaam in deze gemeente, tegen Egbert Marinus, veenarbeider wonende te Noordwolde, thans werkzaam in de gemeente Gramsbergen, wegens mishandeling van gemelde Jan Karnon. Officier van Justitie te Deventer
182 12-05-1873 Kennisgeving van aankomst van Jan Snijders der lichting 1871. Burgemeester van Gramsbergen
183 12-05-1873 Inzending ter registratie van een proces-verbaal van verkoop van 2 stuks koeien. Ontvanger der registratie te Ommen
184 13-05-1873 Aanvraag vrijdom grondbelasting door J.H. Fritslin, namens de weduwe F.J.A. Fritslin (M.C.L. Eggers) wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
185 13-05-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 24 april jl. hebben wij de eer hiernevens aan U te doen toekomen een besluit van den raad dezer gemeente d.d. 12 mei jl. betreffende het instellen van jaarmarkten in de gemeente Avereest. Gedeputeerde Staten
186 13-05-1873 Kennisgeving van aankomst van Jasper Lubbers der lichting 1870. Burgemeester van Avereest
187 14-05-1873 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 13edezer heb ik de eer op te geven dat het bevolkingscijfer dezer gemeente op den 31 december 1872 bedroeg: 7322. Eene kom bestaat hier niet. Controleur der directe belastingen te Ommen
188 14-05-1873 Kennisgeving van vertrek van Hendrik van den Belt der lichting 1871. Burgemeester van Ambt Ommen
189 14-05-1873 Kennisgeving van aankomst van Jacobus Hubertus Hendriks der lichting 1870. Burgemeester van Zuid-Schrawoude
190 15-05-1873 .. ..
191 15-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen het proces-verbaal van verkoop van uit Pruisen ingevoerd vee d.d. 12 mei jl., het proces-verbaal van inbeslagneming door de rijksambtenaar gaat mede hierbij terug, de twee koeien hebben opgebracht: f. 101,- Officier van Justitie
192 15-05-1873 Dadelijk na mijn terugkomst alhier nam ik kennis van Uw missive d.d. 1edezer, en heb zoveel mogelijk informatie ingewonnen betrekkelijk de daarin vermelde Albert Stegink. Mij is meegedeeld dat gezegde Stegink wel idioot doch niet krankzinnig was en hoegenaamd niet gevaarlijk, en ook de geneesheer G.W. van Riemsdijk te Hardenberg heeft zwarigheid gemaakt een attest af te geven waaruit zou blijken dat gezegde Stegink aan krankzinnigheid lijdende was. Ik geloof derhalve dat het moeilijk zal zijn gezegde Stegink in het krankzinnigengesticht te plaatsen. Officier van Justitie
193 19-05-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een kwitantie van de milicien Frederik doldersum ad f. 5,67 zijnde het bedrag hem aankomende als saldo tegoed. Ik neem beleefd de vrijheid onder overlegging van het bewijs van ontslag en zakboekje U te verzoeken mij gemeld bedrag na aftrek der kosten, wel per postwissel te willen doen toekomen. Hoofd administratie van het 8eregiment infanterie te Utrecht~
194 19-05-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 12edezer, mij toegezonden door den heer burgemeester van Den Ham, heb ik de eer te berichten dat de persoon Gerrit Heideveld werkzaam is bij den heer Van der Sanden aan het Almelose Kanaal in deze gemeente, en volgens verklaring van genoemde Van der Sanden aldaar wel blijven zal tot in het begin der maand juli a.s. Officier van Justitie te Deventer
195 19-05-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week een aangetaste door roodvonk bij mij is aangegeven. Inspecteur van ’t geneeskundig staatstoezicht te Kampen
196 19-05-1873 .. ..
197 21-05-1873 In gevolge art. 50 Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U te doen toekomen een overlijdensextract van Dina van der Kamp in uwe gemeente woonachtig. Ambtenaar van de burgerlijke stand te Nieuwleusen
198 21-05-1873 In voldoening aan uw apostillaire dispositie d.d. 12edezer, nr. 1453, en onder terugzending der daarbij in mijn handen om bericht en consideratie gestelde bijlage, heb ik de eer mede te delen dat ik de personen van Albert Wijnholt en Berend Jan Bosch voor mij heb doen verschijnen, ten einde te beoordelen, in hoeverre zij geschikt zouden zijn om als onbezoldigde veldwachters te fungeren. Ik heb hen ten dien einde een proces-verbaal laten afschrijven hetwelk ik ter beoordeling aan U hierbij overmaak. Alleen reeds de omstandigheid dat beide personen blijken geven van weinig ervaring in de schrijfkunst, terwijl ook hunne verstandelijke ontwikkeling niet zeer hoog staat deed mij de vrijheid nemen U te adviseren het J. Hilberink niet toe te staan. Commissaris des Konings
199 23-05-1873 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van den 21edezer U heeft benoemd tot hoofdonderwijzer der school te Brucht in deze gemeente, op een jaarwedde van f. 300,- benevens f. 40,- voor het gemis van vrije woning. Het zal ons aangenaam zijn ten spoedigste van U het bericht te mogen ontvangen dat de benoeming door U wordt aangenomen. De in functie treding is bepaald op 15 juni e.k. T. Ebels, hulponderwijzer te Ansen (bij Ruinen)
200 23-05-1873 .. ..
201 24-05-1873 Aangifte vrijdom grondbelasting van Anthonius Hendrikus Geerdes, vervener te Ambt Hardenberg, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
202 24-05-1873 .. ..
203 24-05-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden twee stuks processen-verbaal. Het eerste opgemaakt door den veldwachter W. Arends te Ommerschans en het tweede door de hier gestationeerde veldwachter Schut, en zulks in zake ene feitelijke aanranding tegen de eerbaarheid waaraan zekere Jentje Euverman van zijde van zekere Derk Overweg zou hebben blootgestaan. Ofschoon de verdachte Overweg na enig ontkennen heeft toegegeven dat hij het feit had bedreven, komt het mij toch voor, dat ingeval dat de bekentenis wordt herroepen het bewijs moeilijk zal zijn te leveren, wijl ik geen getuigen heb kunnen opsporen en die waarschijnlijk ook niet zullen worden gevonden als hebbende het feit plaatsgehad midden in een uitgestrekt heideveld verre verwijderd van enige woning. Over het gedrag van de klaagster zijn zeer uiteenlopende berichten ontvangen. Zo werd mij o.a. heden nog medegedeeld dat hare zedelijkheid niet op een zeer hoog peil stond. Officier van Justitie te Deventer
204 24-05-1873 Zekere Lambertus Nijhuis door het provinciaal hof van Overijssel in het afgelopen jaar veroordeeld tot een jaar cellulaire gevangenisstraf, milicien der lichting van 1870, moest als zodanig op den 7ejuni e.k. ter jaarlijkse inspectie verschijnen. Bij het onderzoek der registers van verlofgangers door de heer militiecommissaris heeft hij de bemerking gemaakt dat er ten aanzien van gezegde Nijhuis een extract vonnis waarbij hij veroordeeld was aan hem moest worden overlegd. Ik neem dientengevolge de vrijheid U beleefd te verzoeken om zo het kan aan mij te willen overmaken bedoeld extract vonnis, ten einde de heer militiecommissaris in zijn verslag melding kan maken van de redenen waarom Nijhuis niet aan de jaarlijkse inspectie heeft deelgenomen. Procureur-generaal bij het Gerechtshof in Overijssel
205 24-05-1873 .. ..
206 27-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen het door U verlangde extract vonnis, waarbij L. Nijhuis verlofganger der lichting van 1870, is veroordeeld tot een jaar cellulaire gevangenisstraf. Kolonel militiecommissaris in Overijssel
207 27-05-1873 Ingevolge de bepalingen heb ik de eer U te doen toekomen een overlijdensakte van Koop ter Horst, in Uwe gemeente woonachtig. Ambtenaar van den burgerlijke stand te Gramsbergen
208 27-05-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aangifte tot bekoming ener kleine visakte van Herm Nijhuis, landbouwer te Dedemsvaart in deze gemeente. Commissaris des Konings
209 28-05-1873 In voldoening aan uw missive d.d. 24edezer, heb ik de eer te berichten dat op het zedelijk gedrag der onbezoldigde gemeenteveldwachters voorgedragen personen Albert Wijnholt en Berend Jan Bosch, niets valt aan te merken, en de benoeming ook uit anderen hoofde niet is te ontraden. Commissaris des Konings
210 29-05-1873 .. ..
211 30-05-1873 Ingevolge Uw verlangen mij medegedeeld bij uw briefje van 29e dezer, heb ik de eer de verlofpas van den milicien Klaas Oord hierbij te retourneren. Ik verzoek zo spoedig mogelijk bericht welke dagtekening door U op het register van verlofgangers wordt gesteld als de dag van aankomst ten uwent. Het verlangde bewijs van woonplaatsverandering gaat hierbij. Burgemeester van Zwolle
212 31-05-1873 In voldoening aan uw besluit d.d. 21edezer, heb ik de eer U te doen toekomen een kwitantie van storting bij den heer betaalmeester te Zwolle, groot f. 125,16 wegens bijdragen in de pensioenen van voormalige onderwijzers. Gedeputeerde Staten
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
213 03-06-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week drie aangetasten door de roodvonk bij mij zijn aangegeven. Inspecteur van ’t geneeskundig staatstoezicht te Kampen
214 03-06-1873 .. ..
215 04-06-1873 Ten gevolge van Uw schrijven van 31 mei jl. heb ik mij gisteren naar Bergentheim begeven, ten einde bij Frederik Bladder persoonlijk inlichtingen in te winnen, aanzien de vraag of hij al dan niet moet geacht worden Nederlander te zijn. Ik verneem bij mijne komst te Bergentheim, dat gezegde Bladder op maandag jl. een aanval van beroerte had gehad, terwijl hij bezig was de deuren van de sluis voor zijn woning te openen, waardoor hij in het water stortte en met moeite daaruit werd gehaald. Tijdens het toeval heeft gezegde Bladder door zich daarop te bijten, zijne tong zodanig gewond, dat hij moeilijk te verstaan was, en verkeerde hij ook overigens in een lijdende toestand. Door den heer Van der Sanden ben ik echter geïnformeerd dat gezegde Bladder te Condé in Frankrijk zoude zijn geboren, dat hij ongeveer 54 jaren oud was, dat zijn vader en moeder hebben gewoond te Ommerschans, alwaar zijn vader als veteraan de betrekking van veldwachter bij de toenmalige maatschappij van weldadigheid bekleedde. Bladder had geloot voor de nationale militie in de gemeente Avereest ten jare 1837 of daaromtrent. Dat hij voor licht waarschijnlijk in de omstandigheid, dat een gedeelte der landerijen toebehorende en bewerkt door de toenmalige maatschappij van weldadigheid in die gemeente zijn gelegen. De plaatsing van den vader van Bladder als veteraan veldwachter bij de maatschappij van weldadigheid maakt het zeer waarschijnlijk dat die behoort heeft tot de Nederlandse krijgsmacht. Ik zal Bladder nog doen aanzeggen dat zo hij als getuige wordt gedagvaard, hij ter terechtstelling die stukken mede brengt waaruit zijn hoedanigheid van Nederlander kan blijken, ik betwijfel echter zeer of hij in het bezit daarvan is. Procureur-generaal bij het provinciaal gerechtshof te Zwolle
216 04-06-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut, inzake ene mishandeling die Lucas Martens zoude hebben ondergaan van Gerrit Jan Flierman en Harmen Breukelman. Alle de genoemde personen wonen ter stede Hardenberg en schijnt deze zaak samen te hangen met een andere twist die aldaar is voorgevallen en waarbij de vader van de beklaagde Gerrit Jan Flierman in het aangezicht moet zijn verwond. Officier van Justitie te Deventer
217 05-06-1873 Naar aanleiding van Uw schrijven van 30 mei jl. heb ik de eer te berichten dat ik mij op zaterdag den 14edezer des voormiddags te tien ure bij Schultman te Heesterkant zal bevinden. Mijnerzijds heb ik de onderhoudsplichtigen der Radewijkerbeek doen aanzeggen om die tegen die tijd in schouwbare toestand te hebben. Ambt Hauptmann te Neuenhaus
218 07-06-1873 Heden ontvang ik van T. Ebels te Ansen het bericht dat hij bedankt voor de op hem uitgebrachte benoeming als onderwijzer te Brucht. Wij zullen derhalve onmiddellijk weer sollicitanten moeten oproepen en heeft er zich mij reeds een aangemeld, die tegenwoordig hulponderwijzer te Vriezenveen is. Schoolopziener te Eerde
219 07-06-1873 Inzending lijst der overledenen maand mei. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen
220 09-06-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week vier door de roodvonk aangetaste personen bij mij zijn aangegeven. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen
221 09-06-1873 Ik heb de eer U mede te delen dat bij ’s Konings Besluit van 23 mei l.l. nr. 16, met inachtneming der gewone bepalingen ten aanzien van kruisband en contraseijn vrijstelling van port is verleend voor de briefwisseling, welke ten uitvoering van art. 6 der wet van 1 juni 1865 gevoerd wordt tussen de geneeskundigen ter eenre en de besturen der gemeenten, waarin zij  hunne praktijk uitoefenen, ter andere zijde, met bepaling dat, om op het genot van bovengemelde vrijstelling te kunnen aanspraak maken, de brieven op het adres zijn te voorzien van de navolgen door den afzender ondertekende aanwijzing: Ter uitvoering van art. 6 der wet van 1 juni 1865. Dr. H.T.M. Koster te Lutten
222 09-06-1873 Als voren. Dr. F.W. van Riemsdijk
223 09-06-1873 Als voren. Dr. G.W. van Riemsdijk
224 11-06-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 7edezer, nr. 1741/1431, heb ik de eer te berichten dat voor mij, omtrent den daarbij bedoelde persoon Gerrit Jan Meijerink, ten aanzien zijner soliditeit en moraliteit niets kan worden medegedeeld, aangezien genoemde persoon woonachtig in de gemeente Den Ham, bij mij onbekend is. Overigens bestaan er bij mij geen bezwaren dat hij tot onbezoldigd veldwachter voor deze gemeente wordt benoemd. Commissaris des Konings
225 14-06-1873 Inzending proces-verbaal G.J. van Dordt, onbezoldigd rijksveldwachter te Den Ham, wederrechtelijk wegvoeren van drie schapen door zekere Vrielman te Itterbeck. Officier van Justitie te Deventer
226 16-06-1873 .. ..
227 16-06-1873 .. ..
228 16-06-1873 In voldoening aan hetgeen was vervat in Uw missive d.d. 11 juni jl., heb ik de eer te berichten dat Zwaantje Bruinewoud alhier ten vorige jare op den 14 december is gehuwd met Roelof Steenbergen. Bij dit huwelijk werd een kind gewettigd, hetwelk den 20 juli 1872 was geboren. Het gerucht ging dat gezegde Steenbergen niet zoude zijn de vader van dat kind, hetgeen ook waarschijnlijk is. Steenbergen is wegens lichamelijke gebreken uit de dienst bij de nationale militie ontslagen en ook al naar gerucht ten gevolge van een syfilitische ziekte, waaraan hij zeer moet geleden hebben. Naar ingewonnen informatie moet hij ook iemand zijn op wiens gedrag nogal wat te zeggen valt. Hij moet zijn klederen hebben verkocht en zijn vrouw hebben verlaten. Van oplichterij en geld opnemen op den naam van anderen kwam mij niets ter oren. Ik geloof dat de redenen waarom Zwaantje Bruinewoud echtscheiding vraagt, mede in verband staat tot de redenen waarom haar man Roelof Steenbergen uit de dienst bij de nationale militie is ontslagen. Officier van Justitie te Deventer
229 16-06-1873 In antwoord op Uw schrijven heb ik de eer mede te delen dat ik mij bij vernieuwing heb gewend tot de geneesheer dr. G.W. van Riemsdijk te Stad Hardenberg, met de vraag of hij een bewijs kon afgeven dat Stegink aan krankzinnigheid leed. Gemelde geneesheer maakt zwarigheid dusdanig bewijs af te geven op grond dat hij hem Stegink niet voor krankzinnig hield. Stegink zoude naar zijn mening idioot zijn. Ik heb betrekkelijk Stegink nog de volgende informatie kunnen inwinnen. Ten vorige jare had hij een betrekkelijk grote partij veenboekweit, alsmede een zekere hoeveelheid aardappelen verbouwd. Hij ging in kwartier bij zekere B.H. Geugies en heeft die met zijn huisgezin gedurende de winter die voorraad opgeteerd. Thans nu er niets van Stegink is te halen en de levensmiddelen ten einde zijn, wil gezegde Geugies hem niet langer in huis hebben, noch hem voedsel geven. Naar het zeggen van Stegink moet hij ook door Geugies zijn geslagen. De kortste wijze om van Stegink af te komen ware gewis hem in een krankzinnigengesticht te doen opnemen. Dat de diaconie der hervormde gemeente Stegink niet wil ondersteunen en zich van hem afmaakt is geheel overeenkomstig de gewoonte van die instelling. Zodra de boekweit die Stegink dit jaar heeft uitgezaaid zal zijn ingeoogst zullen de klachten over hem wel tijdelijk ophouden en zou men U mijns inziens ook niet lastig zijn gevallen. Zoo hetzij van gemeentewege, hetzij van de diaconie te Stad Hardenberg aan Geugies voor Stegink een ondersteuning werd gegeven. De brief welke gevoegd was bij Uw bovenaangehaald schrijven gaat hierbij terug. Deze is geschreven door zekere Kropveld te Hardenberg die er werk van maakt rekwesten enz. te schrijven en de zaken welke zulks ten gevolge kunnen hebben opspoort. Officier van Justitie
230 19-06-1873 .. ..
231 19-06-1873 .. ..
232 19-06-1873 .. ..
233 19-06-1873 .. ..
234 19-06-1873 In voldoening aan hetgeen is vervat in de aanschrijving van de heer Commissaris des Konings d.d. 26 mei 1858, heb ik de eer mede te delen dat het zich laat aanzien, het jachtveld in deze gemeente voor het aanstaande jachtseizoen niet ruim van wild zal voorzien zijn. De oorzaak hiervan moet voornamelijk gezocht worden in het vele wild dat jaarlijks door stropers gedood wordt, waardoor de voortteling aanmerkelijk verminderd. Schadelijk gedierte wordt niet in diermate aangetroffen dat het noodzakelijk is ter beteugeling daarvan maatregelen te nemen. Commissaris des Konings
235 19-06-1873 In antwoord op Uw schrijven van d.d. 17edezer, nr. 296, heb ik de eer te berichten dat de verlofpas van den milicien Bernardus Zeeman alhier niet berustende is. Bij zijn vertrek naar Uwe gemeente heeft hij ter secretarie alhier wel gevraagd of zijn paspoort nog niet was afgekomen, doch zijn verlofpas heeft hij niet voor zijn vertrek ter visering aangeboden. Gemelde Zeeman is de zoon van een scharenslijper, en staat alhier zeer ongunstig bekend, gedurende zijn diensttijd is hij meermalen gestraft geworden, zo wegens diefstal als het niet voorhanden hebben zijner militaire kledingstukken bij de jaarlijkse inspectie, en is het dus zeer begrijpelijk hij op de bewaring van zijn verlofpas evenmin prijs heeft gesteld. Burgemeester van Emmen
236 19-06-1873 Na de 9ejuni geen nieuwe gevallen van roodvonk. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht
237 19-06-1873 Het mij toegezonden bevel om zich in hechtenis te begeven, heb ik den betrekkelijke Kars Bruins gisteren uitgereikt. Hedenmorgen vervoegde hij zich ter secretarie met het verzoek of ik bij U pogingen wilde aanwenden ten eersten dat hem tot het ondergaan der straf uitstel werd gegeven tot in het laatst der volgende week, en ten tweeden dat hem vergund worde de straf te Ommen te ondergaan. Bruins heeft nog kleine kinderen en zoude hij gaarne maatregelen nemen opdat die gedurende zijne afwezigheid verzorgd werden. Hij is weduwnaar. Mag ik U beleefd verzoeken mij te willen inlichten of het verzoek van Bruins voor inwilliging vatbaar is. Officier van Justitie te Deventer
238 19-06-1873 Onder terugzending van het proces-verbaal mij toegezonden bij Uw schrijven van de 17edezer nr. 1157, heb ik de eer te berichten dat ik heden Gerrit Jan Pullen heb gehoord, die mij mede deelde dat de schapen waarvan in het bovengenoemde proces-verbaal melding wordt gemaakt, toebehoorden aan de persoon die dezelfde heeft weggehaald. Zodat zulks meer gebeurd, ontvangen de kleine landbouwers van de grote schaaphouders gedurende de zomer enige schapen, die tegen het genot van mest moeten gevoed en verpleegd worden en schijnt zulks ook het geval te zijn geweest met Gerrit Jan Pullen. Gerrit Jan Pullen verklaarde mij tevens dat hij de zaak waarvoor zijne goederen in beslag zijn genomen had geschikt. Officier van Justitie te Deventer
239 19-06-1873 Onder terugzending der brief, gevoegd geweest bij Uw schrijven d.d. gisteren nr. 1185, heb ik de eer te berichten dat het mij wenselijk voorkomt dat aan Theresia Brinker, op grond dat in den brief vermelde redenen zo mogelijk uitstel wordt verleend tot het ondergaan der haar opgelegde gevangenisstraf, totdat haar man J.G. Brumlever uit de hechtenis zal zijn teruggekeerd. Naar ingewonnen informatie wordt haar zoon thans beter behandeld en geloof ik dat er geen termen bestaan hem in een krankzinnigengesticht te doen opnemen. Officier van Justitie te Deventer
240 23-06-1873 .. ..
241 23-06-1873 .. ..
242 25-06-1873 Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen een overlijdensextract van Harm Scholten, in Uwe gemeente woonachtig. Ambtenaar van de burgerlijke stand te Avereest
243 28-06-1873 In antwoord op Uw missive d.d. 27edezer nr. 1062, heb ik de eer te berichten dat het lijk van den verslagenen Hansman op den zesden dag na het overlijden is begraven. Procureur-generaal in Overijssel
244 28-06-1873 Onder terugzending van bijgaande staat wegens stichting van gebouwde eigendommen, heb ik de eer U te berichten dat bij het college van zetters daarop geene bemerkingen zijn gerezen. Controleur der directe belastingen te Ommen
245 28-06-1873 .. ..
246 30-06-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Hendrik Hazelaar, schaapherder bij Hendrik Veltink, landbouwer te Dedemsvaart, wegens het doen weiden en grazen  van schapen op een perceel weiland aldaar, toebehorende aan de heer J.A. baron van Ittersum te Heemse. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongerecht te Ommen
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
247 01-07-1873 Wij hebben de eer aan U mede te delen dat voor zoveel deze gemeente betreft, in het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren van de rustende schutterij hebben plaats gehad, als bedoeld bij besluit den 23 oktober 1868. Commissaris des Konings
248 01-07-1873 In het afgelopen kwartaal geen vreemdelingen over de grenzen des rijks uitgeleid, noch binnen de gemeente verkeerd. Procureur-generaal fung. Directeur der Rijkspolitie te Zwolle
249 02-07-1873 Heden vervoegde zich bij mij de persoon Jacobus Hubertus Hendriks, milicien verlofganger der lichting 1870, uit de gemeente Bergeijk, provincie Noord-Brabant, onder vertoon van bijgaande brief. Genoemde verlofganger is den 16 april jl. naar deze gemeente vertrokken uit de gemeente Zuid-Schrawoude en heeft zich op den 14 mei jl. alhier aangemeld en is op dien dag in het register van verlofgangers alhier ingeschreven, waarvan onmiddellijk aan de burgemeester van gemelde gemeente, bij brief van 14 mei jl. nr. 189 is kennis gegeven. Daar gemelde verlofganger het onderzoek op den 7 juni jl. te Ommen heeft bijgewoond, neem ik de vrijheid U in zijn belang beleefd te verzoeken, daarvan een bewijs aan mij te willen doen toekomen of den heer militiecommissaris in Noord-Brabant er van in kennis te willen stellen. Militiecommissaris in Overijssel
250 04-07-1873 Inzending opgaaf van overlijden over de maand juni 1873. Inspecteur te Kampen
251 05-07-1873 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 4edezer nr. 111, heb ik de eer te berichten dat de milicien verlofganger Klaas Oordt, der lichting 1870, uit deze gemeente, op den 30emei jl. aan mij heeft kenbaar gemaakt dat hij voornemens was zich te Zwolle te vestigen, alwaar hij zich volgens bericht van den heer burgemeester dier gemeente op den 31e daaraanvolgende heeft aangemeld. Hij is ingelijfd bij het 5e regiment infanterie, 3ecompagnie, 1ebataljon. Kolonel militiecommissaris in Overijssel te Zwolle
252 05-07-1873 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat de collecte in deze gemeente gehouden heeft opgebracht een som van f. 44,79 welk bedrag op heden per postwissel aan U is verzonden. Commissie der gewapende dienst te Deventer
253 07-07-1873 Tot ons leedwezen hebben wij de eer U mede te delen dat de heer Jan ter Wielen, lid van den raad dezer gemeente, op den 1ejuli jl. is overleden. Gedeputeerde Staten
254 07-07-1873 Pensioensbijdragen voor de onderwijzers: H.K. de Vries, J.P. Koppelle, J. Jeuring, A. Bouwhuis, H. van ’t Laar, F. aan het Rot, G.J. Broekroelofs, G. kelder, W.E. Timmerman, G.J.H. Dorgelo, G.W. Kastein en J. Klouwen. Gedeputeerde Staten
255 07-07-1873 Ten einde in het Algemeen Politieblad te kunnen worden opgenomen, heb ik de eer Uwe Excellentie het volgende mede te delen. Op vrijdag den 27 juni jl. heeft zekere Theresia Brumlever de woning harer ouders te Slagharen in de gemeente Ambt Hardenberg verlaten. Zij is 12 jaar oud en armoedig gekleed in een rode borstrok, zwarte muts, zwarte rok en klompen, en kenbaar aan het rode hoofdhaar. Er wordt verondersteld dat zij zich onder de gemeente Gramsbergen, Coevorden of Dalen ophoudt en met bedelen in haar onderhoud voorziet. Bij ontdekking wordt door den burgemeester van Ambt Hardenberg verzocht bericht en opzending. Minister van Justitie te ’s-Gravenhage
256 08-07-1873 Wij hebben de eer U uit te nodigen een dag te bepalen waarop de kostenloze vaccinatie ten uwent kan verricht worden. Het ware ons aangenaam zo U die dag kon bepalen in het midden der week, tussen den 20e en 27edezer maand. Wijders zouden wij gaarne een opgave ontvangen hoeveel het honorarium zal moeten bedragen voor de vaccinatie, gedurende een uur. De heer Dr. H.T.M. Koster te Lutten
257 08-07-1873 Wij hebben de eer U mede te delen dat wij de heer Dr. F.W. van Riemsdijk hebben gesproken over het doen van de kostenloze vaccinatie. Wij zullen daartoe alhier gelegenheid geven in het gemeentehuis of in een ander door heren doktoren aangewezen lokaal. In dien zin is ons door genoemde heer Van Riemsdijk geantwoord dat hij die vaccinatie niet alleen wenst te doen, maar aan U de helft wenst over te laten. Onzerzijds stelden wij voor dat gezegde heer Dr. F.W. van Riemsdijk nog in dit kwartaal en U in het volgende de vaccinatie zou verrichten. Onze vraag is nu of U met ons voorstel genoegen kunt nemen en zo ja, ons op te geven welk honorarium er per vaccinatie van een uur zal behoren bepaald te worden. De heer Dr. G.W. van Riemsdijk te Hardenberg
258 11-07-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee processen-verbaal, opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier. 1etegen Hendrik Geertman, schaapherder te Bergentheim. 2etegen Albert Boezeman, schaapherder, mede aldaar wonende, wegens het doen lopen en grazen van schapen op weiland en akkers bezaaid met boekweit, gelegen in het Bruchterveld in deze gemeente, in huur en gebruik bij J.H. Nijzink, landbouwer te Brucht. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongerecht te Ommen
259 11-07-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, ten verzoeke van G.F. Zwarts, huisvrouw van D.J. Witzand, commies bij ’s rijksbelastingen te Sibculo, tegen Jan Vlugger en Femia Kamerhuis, huisvrouw van Jan Hendrik Vlugger, landbouwer aldaar, wegens mishandeling van genoemde G.F. Zwarts. Officier van Justitie te Deventer
260 11-07-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 9edezer, nr. 1860, heb ik de eer te berichten dat Jan Hendrik Alerink, loteling der lichting 1873 dezer gemeente, bij de opkomst ter inlijving achtergebleven, uithoofde hij zich als beschuldigd van manslag in gevangenschap bevond, thans naar ik vernomen heb, door het Provinciaal Gerechtshof van Overijssel is veroordeeld tot één jaar cellulaire gevangenisstraf. Commissaris des Konings
261 12-07-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 11edezer nr. 126, heb ik de eer mede te delen dat de daarbij bedoelde L. Nijhuis behoord tot het 5eregiment infanterie, 1ecompagnie, 1e bataljon. Kolonel militiecommissaris in Overijssel
262 12-07-1873 Inzending proces-verbaal der kinderen B. Theusink. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerecht Ommen
263 14-07-1873 .. ..
264 15-07-1873 .. ..
265 15-07-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee aangiften vrijdom grondbelasting van Jan Waterink, landbouwer alhier, wegens het stichten van een woonhuis en ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
266 16-07-1873 Ingevolge art. 16 der Gemeentewet hebben wij de eer U te doen geworden, afschrift van het proces-verbaal van stem opnemen der op den 15e dezer gehouden verkiezing van vijf leden van de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten
267 17-07-1873 Onder terugzending der bijlage gevoegd geweest bij Uw missive d.d. 12e dezer nr. 1338, heb ik de eer in voldoening daaraan U hierbij te doen geworden het proces-verbaal van het gehoorde van Jan Vlugger. Tot mijn leedwezen kan ik de verlangde geboorteakte van gezegde Jan Vlugger hierbij niet overmaken. Ik heb de 10-jarige tafels en de registers nagezien en hoewel de vader van Jan Vlugger, beweert dat hij in deze gemeente is geboren, geloof ik niet dat zulks het geval is. Wat de zaak zelf betreft, ben ik van mening dat die al heel weinig te beduiden heeft, en dat de aanleidende oorzaak der twist ligt bij de klaagster. Het is overigens ook niet te veronderstellen dat een kind van 13 jaar een volwassen vrouw zou mishandelen. Officier van Justitie
268 17-07-1873 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 10edezer, 2eafd. nr 2628 hebben wij de eer te berichten. 1e dat het voetpad hetwelk adresante wensen dat op kosten der gemeente zou worden gemaakt of onderhouden loopt van de westelijke zijde langs de zogenaamde Schuinesloot en dat dat voetpad wordt doorsneden door onderscheiden wijken welk diende om van de aan de genoemde Schuinesloot gelegen veenslagen de turf af te voeren. Dat in der tijd de Schuinesloot en de wijken door particulieren zijn aangelegd, en er ook op kosten van particulieren indertijd vonders over de bedoelde wijken zijn daargesteld en onderhouden. Dat voor 1872 er geen sprake was van de gemeente met het onderhoud dier vonders te belasten, terwijl thans nu door verwaarlozing die vonders in een slechte toestand zijn, belangstellenden gaarne de vernieuwing derzelve ten laste der gemeente zouden willen brengen, dat het niet kan worden aangenomen het onderhoud van werken door particulieren daargesteld in hun eigen belang, zodra die verwaarloosd zijn ten laste der gemeente te brengen. En eindelijk dat het voetpad langs de Schuinesloot niet voorkomt op de legger der wegen en voetpaden, hebbende het gemeentebestuur nimmer enige daad van beheer ten aanzien van gezegd pad gedaan. Redenen waarom wij de vrijheid menen te nemen Uwe vergadering aan te raden aan adressanten te kennen te geven dat ook Uwe vergadering in deze niet tussen beide kan treden en hen ook daarop te wijzen dat zo aan hun verlangen werd voldaan in die zin dat zo het onderhoud van het pad langs de Schuinesloot met de daarin bevindende vonders ten laste der gemeente werd genomen, alle eigenaren van wijken waarover vonders liggen eveneens zouden verlangen dat de gemeente het onderhoud der vonders overnam. Gedeputeerde Staten
269 18-07-1873 Kennisgeving van vertrek van den verlofganger Gerrit Schollink der lichting 1871. Burgemeester van Gramsbergen
270 18-07-1873 .. ..
271 18-07-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat op heden alhier is gehuwd Reinder Regts, milicien der lichting van 1869, loteling uit deze gemeente, behorende tot het 8eregiment infanterie. Hoofd administratie van ‘t 8eregiment infanterie te Utrecht
272 18-07-1873 .. ..
273 19-07-1873 De milicien verlofganger der lichting 1870, afkomstig uit de gemeente Avereest, vervoegde zich ter mijner secretarie, inlichting vragende of hij ook begrepen was onder de verlofgangers die tegen of in de maand augustus onder de wapenen moeten komen. Hij was op den 25 februari 1869 gehuwd alzo, alvorens hij plichten ten aanzien der militie te vervullen had, was bevreesd dat zijn huwelijk niet bij de militairen of burgerlijke autoriteit bekend zijnde,  hij tot het opkomen onder de wapenen zoude worden genoodzaakt. Hij stelde mij nevensgaand bewijs van zijn huwelijk ter hand, mij verzoekende dat stuk aan U te doen geworden, en tevens niet tegenstaande ik hem opmerkzaam maakte op de bepaling dat de verlofganger die voor den 1 augustus e.k. waren gehuwd niet in de oproeping waren begrepen, mij verzoekende mij voor hem tot U te wenden met het verzoek dat hij buiten oproeping mocht blijven. Commissaris des Konings
274 22-07-1873 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 17edezer, nr. 2732, hebben wij onder terugzending der daarbij in onze handen gestelde stukken de eer te berichten: dat voor enige dagen zekere Jantje Mol, bijzit van Frederik Vinke, zich ter secretarie vervoegende te kennen gevende dat gezegde Frederik Vinke was ziek en hulpbehoevend en voor dien persoon ondersteuning verlangde uit de burgerlijke fondsen der gemeente. Dat wij dit verzoek om ondersteuning hebben afgewezen daar ons de volstrekte onvermijdelijkheid dier ondersteuning niet was gebleken. Gedeputeerde Staten
275 23-07-1873 Ik heb de eer U te verzoeken de milicien verlofganger W. Gasman, behorende tot deze gemeente, doch woonachtig in Uwe gemeente, te willen oproepen in werkelijke dienst, en wel tegen den 8eaugustus aanstaande des voormiddags 8 uur, plaats van opkomst te Zwolle op de Turfmarkt. Burgemeester van Coevorden
276 23-07-1873 Als voren, de milicien P.N. Dekker Burgemeester van Avereest
277 23-07-1873 Als voren, de milicien K. Oordt Burgemeester van Zwolle
278 23-07-1873 Als voren, de milicien G. Fraterman Burgemeester van Steenwijkerwold
279 23-07-1873 Als voren, de milicien P. Bosch Burgemeester van Ambt Ommen
280 23-07-1873 Als voren, de milicien J. Kok Burgemeester van Avereest
281 23-07-1873 Als voren, de milicien W. Booij Burgemeester van Zuidwolde
282 23-07-1873 Als voren, de milicien J.A. Roelink Burgemeester van Dalen
283 23-07-1873 Als voren, de milicien A. Gort Burgemeester van De Wijk
284 23-07-1873 Als voren, de milicien H.A. de Vries Burgemeester van Leeuwarden
285 23-07-1873 .. ..
286 23-07-1873 Aanvraag uittreksel vonnis J.H. Alerink. Procureur-generaal
287 24-07-1873 Bij deze heb ik de eer U te verzoeken mij wel men enige spoed te willen berichten of de milicien verlofganger J.H. Hendriks uit Uwe gemeente, thans in deze gemeente wonende, ook in werkelijke dienst moet worden opgeroepen. Burgemeester van Bergeijk
288 24-07-1873 Kennisgeving van vertrek van de verlofganger Hermannes Kieft der lichting 1871. Burgemeester van Gramsbergen
289 24-07-1873 .. ..
290 24-07-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen twee aanvragen tot bekoming van kleine visakten van A.H. Geerdes en J. Kooij Commissaris des Konings
291 25-07-1873 In deze gemeente zijn geen bewaar- en kleinkinderscholen. Gedeputeerde Staten
292 25-07-1873 Alhier is gehuwd Albert Holleboom, milicien der lichting 1869, loteling uit deze gemeente, behorend tot het 8eregiment infanterie. Commissaris des Konings
293 25-07-1873 .. ..
294 25-07-1873 In antwoord op Uw schrijven van de 23edezer nr. 368, en met terugzending van de daarbij gevoegde missive van den heer burgemeester van Roermond, heb ik de eer te berichten dat ook door mij gelijke brief aan genoemde burgemeester is ontvangen, waarop ik dadelijk heb doen onderzoeken of Zeeman zich ook in deze gemeente ophield, en vernam ik dat hij zich in de vorige week twee dagen ten huize van zijn vader had opgehouden, doch reeds weder vertrokken was, voorgevende naar Groningen te gaan om aldaar werk te zoeken, zodat de openbare kennisgeving en aanzegging alhier niet aan hem is kunnen worden gedaan, doch is zulks ter gewone plaats geschiedt. Burgemeester van Emmen
295 25-07-1873 Naar aanleiding van Uw schrijven den 18edezer nr. 3830, heb ik de eer te berichten dat Bernardus Zeeman, milicien verlofganger der lichting van 1867 uit Uwe gemeente, alhier op het register van verlofgangers voorkomt, doch in de maand april jl. is vertrokken naar de gemeente Emmen, zonder echter zijn verlofpas voor vertrek te laten viseren. Daar Zeeman zich van tijd tot tijd in deze gemeente vertoond, heb ik onmiddellijk doen onderzoeken of hij zich ten huize van zijn vader die alhier woonachtig is, bevond, en vernam ik dat hij zich in de vorige week aldaar twee dagen had opgehouden, doch reeds weer vertrokken was, voorgevende naar Groningen te gaan, om aldaar werk te zoeken, waarop evenwel geen staat is te maken, daar hij gewoonlijk niet anders doet dan het land af te lopen. De oproeping bij openbare kennisgeving en aanzegging is dus door mij aan hem niet kunnen worden gedaan, doch is zulks ter gewone plaats gedaan. Burgemeester van Roermond
296 25-07-1873 .. ..
297 25-07-1873 .. ..
298 25-07-1873 .. ..
299 25-07-1873 Inzending proces-verbaal contra Willem baron van Ittersum wegens overtreding der jachtwet. Officier van Justitie
300 26-07-1873 Inzending extract vonnis J.H. Alerink, een jaar correctionele gevangenisstraf. Commissaris des Konings
301 26-07-1873 Onder terugzending van het stuk gevoegd bij Uw apostille van 25 dezer nr. 1881, heb ik de eer te berichten dat het mij mede wenselijk voorkomt dat de brievenbus thans geplaatst aan de toren te Heemse worde verplaatst. Dat het naar mijn mening niet in het belang van het publiek is dat de bedoelde bus gesteld wordt ten plaatse voorgesteld door den brievengaarder Koeslag (op de hoek van de afweg naar Dedemsvaart). Naar mijn oordeel moet die bus in de buurtschap Heemse blijven en wel zo na mogelijk in de nabijheid der kerk. Ik stel U ten dien einde voor de bus te plaatsen bij het huis van J.J. Schriebels, verver te Heemse, tegenover het huis van den heer J.A. baron van Ittersum. Des gevraagd zal genoemde J.J. Schriebels wel geen zwarigheid maken toe te staan dat de bus tegen de muur zijner woning wordt bevestigd. Inspecteur der posterijen
302 28-07-1873 .. ..
303 28-07-1873 Inzending aanvraag ener jachtakte van Hendrik Altena Commissaris des Konings
304 28-07-1873 In voldoening aan Uw circulaire van den 2eoktober 1866, hebben wij de eer te berichten dat het zich laat aanzien de oogst van de hier verbouwd wordende gewassen niet ongunstig zal zijn, uitgenomen rogge die door de vorst welke in de maand mei viel, veel heeft geleden, waardoor de opbrengst beneden het middelmatige zal zijn. Zand- en veenboekweit laat tot heden toe niets te wensen over, evenzo gerst en haver. Aardappelen staan vrij goed en verneemt men van aardappelziekte tot hiertoe weinig of niets. Vlas staat zeer goed. De hooioogst die hier bijna is afgelopen, is wat kwaliteit betreft uitmuntend, de kwantiteit is echter minder dun dan het vorige jaar. Commissaris des Konings
305 28-07-1873 .. ..
306 28-07-1873 Naar aanleiding van het voorgeschrevene bij provinciaal blad nr. 54 van 1866, heb ik de eer mede te delen dat op het inschrijvingsregister voor de nationale militie over het voorgaande jaar, lichting 1873, voorkomen 81 personen. Commissaris des Konings
307 29-07-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een door mij opgemaakt proces-verbaal ten verzoeke van Christiaan Mink, schoenmaker te Dedemsvaart in deze gemeente, wegens hem toegevoegde scheldwoorden door Leo Denneboom, arbeider mede aldaar wonende. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
308 30-07-1873 Ingevolge art. 16 der Gemeentewet hebben wij de eer U bij deze te doen toekomen een afschrift van het proces-verbaal van stemopneming der op den 29edezer gehouden verkiezing van vier leden van de gemeenteraad, zijnde de twee eersten en laatstgenoemden aftredende leden. Gedeputeerde Staten
309 31-07-1873 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van het proces-verbaal van opneming der gemeentekas d.d. heden. Gedeputeerde Staten
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
210 02-08-1873 Krankzinnigen. Onder terugzending van nevensgaand proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter Schut alhier, en van een verklaring van den geneesheer Dr. G.W. van Riemsdijk te Hardenberg, neem ik de vrijheid U te verzoeken te willen bevorderen dat de in bedoeld verbaal en verklaring genoemde persoon van Hendrik van den Poll kan worden opgenomen in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer. Waar de bewoners der buurtschap Bergentheim nog al last hebben van gezegde Van den Poll zoude het mij zeer aangenaam zijn Uw machtiging benodigd voor de opname met enige spoed werd toegezonden. President ter Arrondissementsrechtbank te Deventer
211 02-08-1873 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat door de burgemeester alhier aan de heer president der arrondissementsrechtbank machtiging is aangevraagd tot plaatsing in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer, van den krankzinnigen Hendrik van den Poll, wonende in deze gemeente. Aangezien gemelde krankzinnige evenmin zijne betrekkingen niet in staat zijn de kosten van verpleging in genoemd gesticht te dragen, nemen wij de vrijheid U te verzoeken dat de plaatsing moge geschieden op den voet omschreven in Uw besluit van 28 maart 1850, nr. 852/593, terwijl wij naar aanleiding van Uw besluit van 8 januari 1857, nr. 96/74, te kennen geven dat voor het geval ons verzoek wordt voor dadelijke inwilliging mocht vatbaar zijn, wij den krankzinnigen in de laagste klasse en voor rekening der gemeente in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen wensen te doen verplegen, onder genot ener provinciale wekelijkse bijdrage van f. 0,75 en een rijksbijdrage van f. 39,- ’s jaars, totdat den lijder onder het getal der volgens het provinciaal contract te verplegen krankzinnigen te Deventer kan worden opgenomen. Gedeputeerde Staten
212 02-08-1873 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te willen inlichten of van het indertijd in Pruisen gesloten huwelijk tussen L.M. Polak en Denneboom, de eerste gewoond hebbende in Uwe gemeente en de laatste te Emmelenkamp, huwelijksafkondigingen hebben plaats gehad. In geval die afkondiging is verzuimd is het huwelijk onwettig en wenste gezegde Polak opnieuw te trouwen. Burgemeester van Coevorden
213 05-08-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand juli 1873. Inspecteur te Kampen
214 05-08-1873 Kennisgeving van aankomst van den verlofganger Albert Kooij der lichting 1872. Burgemeester van Ruinen
215 05-08-1873 Bij beschikking van den heer president der arrondissementsrechtbank, a costij is machtiging verleend tot de opname van Hendrik van den Poll alhier, in het onder uw beheer staand gesticht voor krankzinnigen. Daar de patiënt zelf en zijn vader onvermogend zijn de kosten van verpleging te voldoen, zal gezegde H. van den Poll voor rekening dezer gemeente moeten worden opgenomen en stellen wij die aansprakelijk voor de rigtige betaling der verplegingskosten. Ik neem de vrijheid U beleefd te verzoeken mij met spoed te willen melden of de opneming op vrijdag aanstaande kan plaats hebben, casu-quo zal de krankzinnige alsdan worden opgezonden. Bestuurders van ’t geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer
216 05-08-1873 Onderstand Willem Goudbeek B&W van Zalk en Veecaten
217 06-08-1873 Naar aanleiding van art. 16 der gemeentewet hebben wij de eer U mede te delen dat de alhier gekozene leden van de gemeenteraad hunne benoeming hebben aangenomen. Gedeputeerde Staten
218 06-08-1873 Kennisgeving van aankomst van de verlofganger Heinrich Herman Albers der lichting 1872. Burgemeester van ’s-Hertogenbosch
219 08-08-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger L. Nijhuis der lichting van 1870 uit deze gemeente, behorend tot het 5e regiment infanterie, door het provinciaal hof van Overijssel is veroordeeld tot een jaar cellulaire gevangenisstraf, welke straf hij thans ondergaat, en alzo niet onder de wapenen kan komen, waartoe hij tegen de 9e dezer was opgeroepen. Daar gemelde verlofganger om voornoemde redenen ook niet kon verschijnen bij het gewone onderzoek der in de maand juli jl. gehouden, is toen een extract van het vonnis waarbij hij is veroordeeld, aan de heer kolonel militiecommissaris ingezonden. Commissaris des Konings
220 08-08-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een door mij opgemaakt proces-verbaal ten verzoeke van J.H. Creemers alhier, wegens weigering van betaling der tol- en bruggelden over de brug te Oelen of Ruinen Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
221 11-08-1873 .. ..
222 13-08-1873 .. ..
223 13-08-1873 .. ..
224 15-08-1873 .. ..
225 15-08-1873 .. ..
226 16-08-1873 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de rekening van ontvangst en uitgaaf dezer gemeente over het dienstjaar 1872 met de daartoe behorende bescheiden, zoals dezelve door de raad dezer gemeente is vastgesteld in deszelfs vergadering van den 31 juli jl. Gedeputeerde Staten
227 16-08-1873 Naar aanleiding van art. 78 van het Koninklijk Besluit van de 2e mei 1862 heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Gerrit Jan Westenberg der lichting 1872 uit deze gemeente, behorende tot het 5eregiment infanterie, op den 16edezer (heden) alhier is overleden). Commissaris des Konings
228 16-08-1873 Idem. Commandant officier van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
229 19-08-1873 .. ..
230 20-08-1873 Aangifte vrijdom grondbelasting door J.B. Bolks wegens ontginning van woeste grond. Gedeputeerde Staten
231 20-08-1873 De raad van Ambt Hardenberg, onderzocht hebbende de bij hen ingekomen geloofsbrieven der bij de verkiezing van 15 juli en de herkiezing van 29 juli jl. benoemde leden van den gemeenteraad, met namen Roelof Waaijman, Lubbert Stoeten, Hendrik Bruggeman, Jan Willem Timmerman en Gerrit Jan Odink. Gedeputeerde Staten
232 21-08-1873 Idem Gedeputeerde Staten
233 21-08-1873 Ter voldoening aan de missive van zijne excellentie den Minister van Binnenlandse Zaken, d.d. 28 december 1860 nr. 198, hebben wij de eer U mede te delen dat op den 18edezer alhier is geboren: Himpje, waarvan de ouders genaamd Jurjen Hartman en Hendrika Margaretha Dorgelo, in Uwe gemeente woonachtig zijn. B&W van Avereest
234 21-08-1873 We hebben de eer U mede te delen dat op den 21 augustus jl. alhier is geboren Albert, waarvan de ouders genaamd Willem Yzerman, schipper, en Willemina Johana Kettelarij, in Uwe gemeente woonachtig zijn. B&W van Deventer
235 22-08-1873 Ik heb de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger H. Pouwels zich tot heden niet bij mij heeft aangegeven. Tevens moet ik U doen opmerken dat gemelde verlofganger geen loteling uit deze gemeente is, en alhier niet bekend. Commissaris des Konings
236 22-08-1873 .. ..
237 22-08-1873 Kennisgeving van aankomst van Albertus Godeke der lichting 1872; de verlofpas is uitgereikt den 11ejuli 1873. Burgemeester van Stad Hardenberg
238 22-08-1873 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat de stukken mij geworden bij Uw missive d.d. 21edezer nr. 1436, aan den belanghebbende K. Bruins op heden zijn uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer
239 23-08-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 21 augustus jl. nr. 3219/2305, hebben wij de eer mede te delen dat de bij dezerzijds missive van den 2e dezer nr. 211, gevraagde subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van verpleging van den krankzinnige Hendrik van den Poll alsnog wordt verzocht. Gedeputeerde Staten
240 23-08-1873 Inzending aangifte van vrijdom van grondbelasting van A. Koers. Gedeputeerde Staten
241 26-08-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Joseph Kolker en Bernard Joseph Hagemeijer, beide te Slagharen, wegens gepleegde baldadigheden ten huize van Andries Heitbrink, tapper aldaar. Officier van Justitie te Deventer
242 26-08-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag ter bekoming ener jachtakte, van den heer J.A. baron van Ittersum te Heemse. Commissaris des Konings
243 26-08-1873 Hierbij heb ik de eer U terug te zenden het proces-verbaal mij geworden bij Uw missive d.d. 23 dezer nr. 1448, voorzien van het verlangde renvooi. Officier van Justitie te Deventer
244 26-08-1873 Inzending proces-verbaal tegen J. Timmer en J. Tekkelenburg. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
245 27-08-1873 Kennisgeving van aankomst van Klaas Deuzeman, der lichting 1871. Burgemeester van Gramsbergen
246 29-08-1873 Naar aanleiding ener missive van den heer Commissaris des Konings in deze provincie d.d. 21edezer, nr. 2644/3277, heb ik de eer U mede te delen dat bij beschikking van Z.E. den Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 16edezer nr. 189, 9eafd., is bepaald dat het bureau voor vaccinatie en revaccinatie der afdeling Haarlem en omstreken, der Nederlandse Vereniging tot Bevordering der Koepokinenting, aanspraak heeft op het genot van vrijstelling van briefport voor de aanvraag en verzending van koepokstof volgens het Koninklijk Besluit van 13e maart 1868 nr. 79. Voorts dat de geneeskundigen en heelmeesters onder de gewone bepalingen van kruisband en contreseign en met bijvoeging op het adres van de woorden ‘versterking van koepokstof’ kosteloos met dat bureau kunnen corresponderen. Dr. H.T.M. Koster te Lutten
247 30-08-1873 Onder overlegging van een geneeskundig attest van den geneesheer G.W. van Riemsdijk te Hardenberg, neem ik de vrijheid U namens de milicien Kamphuis die zich thans met een verlof van vier dagen alhier bevind, te verzoeken gemeld verlof met zes dagen te willen verlengen, aangezien de vader van gezegde milicien zodanig ziek is dat het zich laat aanzien zijn einde spoedig daar zal zijn. Heer commandant officier van het 1eregiment infanterie te Leeuwarden
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
248 02-09-1873 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat de heer Albert ten Kate, lid van de raad dezer gemeente, naar aanleiding van art. 18 der gemeentewet op heden als zodanig zijn ontslag aan de raad dezer gemeente heeft ingezonden. Gedeputeerde Staten
249 02-09-1873 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te zenden een extract stamboek van ieder der hieronder vermelde personen, tot uw regiment behorende: Hendrik Waaijerink. Commanderend officier van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
250 03-09-1873 De alhier gestationeerde rijksveldwachter A.D. Schut heeft mij onderscheidene malen geraadpleegd over het verkrijgen van een andere woning daar hij het thans door hem bewoonde huis zal moeten verlaten. In de nabijheid van Stad Hardenberg is geen woning te verkrijgen en naar ingewonnen informatie evenmin daar ter plaatse. In de buurtschap Heemse in de nabijheid der kunstweg naar Ommen zal in het voorjaar een huisje disponibel zijn, en zoude Schut dat gaarne betrekken zo hij daartoe van U vergunning kan bekomen. De omstandigheden dat Schut thans geen andere woning kan huren, en ook wijl hij mij zulks heeft verzocht doet mij de vrijheid nemen zijn verzoek te ondersteunen, hetgeen hij mij ter hand stelde en dat U hierbij ontvangt. Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof te Zwolle
251 05-09-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand augustus 1873. Inspecteur te Kampen
252 08-09-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter H. Buddenberg, tegen Jan Brandt, wonende in het Beerzerveld, gemeente Ambt Ommen, wegens het doen weiden van schapen op gronden toebehorende aan de Overijsselse Kanaalmaatschappij. Ambtenaar van het Openbaar Ministier ten Kantongerechte Ommen
253 09-09-1873 Ter voldoening aan het 2elid van art. 4 der wet van 10 april 1869, heb ik de eer U kennis te geven dat door mij is verlof verleend tot het begraven van het lijk van Klaasje Seinen, vrouw van Berend Boerties in de begraafplaats der hervormden in Uwe gemeente. Burgemeester van Hoogeveen
254 12-09-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 7 augustus jl. hebben wij de eer mede te delen dat de voornaamste visserij in deze gemeente bestaat in snoek, baars, blei, voorn, meun en paling of aal, voor welke vissoort voornamelijk wordt gebezigd de zegen of treknet, uitgezonderd voor paling of aal, waarvoor men de aalfuik of aalkorf bezigd. Ook word ook enkel gebezigd de gebbe (stokwade). Verboden vistuig komt hier niet voor. Daar de visserij hier niet wordt uitgeoefend als middel van bestaan is het onmogelijk ook bij benadering het getal der gevangen vissen op te geven. De meeste personen die van tijd tot tijd de visserij uitoefenen zijn slechts voorzien van een kleine visakte. Gedeputeerde Staten
255 15-09-1873 Onder overlegging van een verklaring van de geneesheer H.T.M. Koster alhier, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Kolmer aan wien een verlof naar deze gemeente is verleend voor den tijd van twee dagen, zodanig ziek is dat hij niet op de bepaalde tijd bij zijn korps kan terugkomen. Commanderend officier bij ‘t 8eregiment infanterie te Arnhem
256 16-09-1873 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 12edezer nr. 43/1432, hebben wij de eer U te verzoeken dat de voor rekening dezer gemeente verpleegd wordende Hendrik van den Poll op vrijdag den 19edezer worde ontslagen, en zal zich op gemelde dag de oom van den patiënt, Albertus van den Poll, bij U aanmelden voorzien van de nodige kledingstukken om vervolgens onder diens geleide naar zijn woonplaats terug te keren. Bestuurders van ’t krankzinnigengesticht te Deventer
257 16-09-1873 Kennisgeving van vertrek van Gerrit Veldsink der lichting 1870. Burgemeester van Stad Hardenberg
258 17-09-1873 Kennisgeving van vertrek van Klaas Oordt der lichting 1870. Burgemeester van Zwolle
259 22-09-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de gemeenteveldwachter Pieter Snoeijer alhier, tegen Harm Hendrik Staarman, eigenlijk genaamd Kleine Staarman, landbouwer te Dedemsvaart, wegens het doen grazen ener koe op een stuk grasgrond toebehorend aan Tieme Schuurhuis aldaar. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij ’t Kantongerecht Ommen
260 22-09-1873 In voldoening aan punt 2 van Uw besluit d.d. 8ejanuari 1857, nr. 96/74, hebben wij de eer te berichten dat de voor rekening dezer gemeente in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer verpleegde Hendrik van den Poll op den 19edezer als hersteld uit gemeld gesticht is ontslagen. Gedeputeerde Staten
261 22-09-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 19edezer, heb ik de eer te berichten dat het huis sectie M nr. 772, staande aan de Dedemsvaart, ten name Frederik Stuiver, nog niet is weggebroken. Ontvanger der registratie te Ommen
262 23-09-1873 Wij hebben de eer U mede te delen dat de verkiezing van een lid voor de gemeenteraad in plaats van de heer A. ten Kate, die als zodanig zijn ontslag heeft genomen, alhier is bepaald op dinsdag den 21e oktober aanstaande. Gedeputeerde Staten
263 23-09-1873 Kennisgeving van aankomst van Gerrit Schippers der lichting 1869. Burgemeester van Vriezenveen
264 23-09-1873 In voldoening aan hetgeen was vervat in Uw missive d.d. 10 juli jl. nr. 2506/1946, hebben wij de eer mede te delen dat naar ons oordeel ingevolge art. 7 der wet van 4 december 1872 door uwe vergadering moet worden bepaald of het gemeentebestuur verplicht is een gelegenheid tot afzondering van lijders aan besmettelijke ziekten in te richten. Daar echter door de grote oppervlakte der gemeente en bij zeer verspreid wonende bevolking het moeilijk zal zijn het punt aan te wijzen waar die inrichting behoord te worden geplaatst, menen wij U ook met het oog op het gesprokene in de Tweede Kamer der Staten-Generaal te mogen verzoeken deze gemeente die verplichting niet op te leggen een inrichting als waarvan sprake is, tot stand te brengen. Gedeputeerde Staten
265 23-09-1873 Kennisgeving van aankomst van Jasper Lubbers der lichting 1870. Burgemeester van Avereest
266 23-09-1873 Kennisgeving van aankomst van Hendrik Jan Veltman der lichting 1870. Burgemeester van Gramsbergen
267 23-09-1873 Kennisgeving van aankomst van Gerrit Mink der lichting 1870. Burgemeester van Ambt Ommen
268 24-09-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen: 1. een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier tegen Hendrik Jan en Derk Jan Nijman, Roelof en Albert Jan Eggengoor en Evert Beenen, landbouwers wonende te Radewijk in deze gemeente, wegens verregaande verwonding van Berend Welleweerd, landbouwer te Heemse in gemelde gemeente. 2eeen proces-verbaal van verhoor der getuigen. 3eeen proces-verbaal van verhoor van verdachten. Officier van Justitie te Deventer
269 25-09-1873 Kennisgeving van aankomst van Teunis Mulder der lichting 1870. Burgemeester van Holten
270 26-09-1873 Kennisgeving van aankomst van Fredrik Schepers der lichting 1870. Burgemeester van Hellendoorn
271 26-09-1873 .. ..
272 27-09-1873 .. ..
273 29-09-1873 Kennisgeving van vertrek van Jacobus Hubertus Hendriks der lichting 1870. Burgemeester van Bergeijk
274 29-09-1873 Naar aanleiding van Uw schrijven van de 26edezer heb ik de eer te berichten dat in het daarbij door U gedaan voorstel om op donderdag den 2eoktober aanstaande de grensschouw te verrichten, door mij genoegen wordt genomen, en hoop U alsdan des morgens ten 10 uren op de bepaalde plaats te Venebrugge te zullen aantreffen. Ambtsvoogt Baake te Emlichheim
275 30-09-1873 Door tussenkomst van de onbezoldigde rijksveldwachter Van Faassen ontvangt u hierbij een door hem in beslag genomen geweer en een haas en zulks naar aanleiding van art. 48 der jachtwet. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen
276 30-09-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigd rijksveldwachter Engbert Rutger van Faassen, tegen J.H. Jonkeren, beide wonende te Rheeze in deze gemeente. Het in beslag genomen geweer en de geschoten haas heb ik den heer ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongerecht toegezonden. Officier van Justitie te Deventer
277 30-09-1873 Tengevolge van Uw missive d.d. 19 september jl. nr. 1615, heb ik de eer te berichten dat de heer W. baron van Ittersum heden de som van f. 13,- aan den ontvanger der registratie heeft overgemaakt. Daar die overmaking door mijne tussenkomst is geschied is die met zekerheid te constateren. Officier van Justitie te Deventer
278 30-09-1873 Verzoek om plaatsing van Lucia Leusink in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer. Bestuurders van het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
279 01-10-1873 In het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren van de rustende schutterij. Commissaris des Konings
280 01-10-1873 Het afgelopen kwartaal zijn geen vreemdelingen over de grenzen geleid. Procureur-generaal fung. Directeur der Rijkspolitie te Zwolle
281 01-10-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal door mij opgemaakt ten verzoeke van Hermannes Bras te Bergentheim, tegen Hendrik Jan Olsman, landbouwer aldaar, wegens mishandeling van gemelde H. Brasz. Voorts proces-verbaal van het gehorode van de verdachten en van de getuigen. Verder een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier ten verzoeke van Andries Heitbrink, tapper en smid te Slagharen, tegen Joseph Kolker, horlogemaker en Bernard Joseph Hagemeijer, arbeider, beide aldaar wonende, wegens gepleegde baldadigheden ten huize van Heitbrink. Officier van Justitie te Deventer
282 02-10-1873 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat op den 1edezer voor rekening dezer gemeente in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer is geplaatst Lucia Leusink, oud 24 jaren, dochter van de weduwe Hendrik Leusink, wonende te Slagharen in deze gemeente. Aangezien genoemde weduwe niet in staat is de kosten van verpleging in gemeld gesticht te dragen, nemen wij de vrijheid U te verzoeken dat de plaatsing moge geschieden op den voet omschreven in Uw besluit van 28 maart 1850, terwijl wij naar aanleiding van Uw besluit van 8 januari 1857 te kennen geven dat voor het geval om verzoek niet voor dadelijke inwilliging mocht vatbaar zijn, wij de krankzinnige in de laagste klasse en voor rekening der gemeente in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer wensen te doen verplegen, onder genot ener provinciale wekelijkse bijdrage van f. 0,75 en een rijksbijdrage van f. 39,- ’s jaars, totdat de lijderes onder het getal der volgens het provinciale contract te verplegen krankzinnigen te Deventer kan worden opgenomen. Gedeputeerde Staten
283 02-10-1873 In voldoening aan Uw missive heb ik de eer hiernevens aan U te doen toekomen een geneeskundige verklaring, betrekkelijk de verwonding van Berend Welleweerd, afgegeven door den geneesheer Dr. F.W. van Riemsdijk te Hardenberg. Voorts kan ik U mede delen dat er hier geen levensgevaar bestaat, en is het mij reeds voor een paar dagen gebleken dat de verwonde weder arbeid verricht. Officier van Justitie te Deventer
284 03-10-1873 .. ..
285 03-10-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 30 september jl. nr. 3022/2607, heb ik de eer mede te delen dat tegen de benoeming van Jan ter Wielen J.z., wonende te Brucht in deze gemeente, tot onbezoldigd veldwachter dezer gemeente bij mij geen bezwaren bestaan. Commissaris des Konings
286 04-10-1873 Ingevolge Uw verzoek heb ik de eer mede te delen dat alhier op den 14 april 1858 zijn gehuwd: Casper Jöster, als toen oud 36 jaren, geboren te Wadersloh, koningrijk Pruisen, zoon van Bernard Jöster en van Elisabeth Holskütter, en Maria Elisabeth Farwig, als toen oud 41 jaren, geboren te Merzen, ambt Fürstenau, koningrijk Hanover, dochter van Frans Farwig en Elisabeth Würsten. Burgemeester van Emmen
287 05-10-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand september 1873 Inspecteur te Kampen
288 06-10-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen de pensioenacte benevens een attestatie de vita van Klaas Alfing, wonende in deze gemeente, met beleefd verzoek het hem aankomende bedrag betaalbaar te willen stellen ten kantore van den heer ontvanger der directe belastingen te Hardenberg. Betaalmeester te Zwolle
289 06-10-1873 Zoals U bekend is, is den heer Willem baron van Ittersum door U machtiging verleend tot de betaling van een som van f. 13,- ten kantore van den ontvanger der registratie te Ommen, als boete enz. ener jachtovertreding. Dat geld heb ik reeds voor enige dagen ten kantore van gezegden ontvanger doen bezorgen, die evenwel zwarigheid tot de ontvangst maakte, wijl de heer Van Ittersum mij de machtiging niet ter hand had gesteld, en ik die derhalve niet kan overmaken. De heer Van Ittersum heb ik de machtiging doen afvragen ten einde die vooral nog aan den ontvanger der registratie te zenden, doch zei hij die verloren te hebben. Zou ik daarom U mogen verzoeken mij een nieuwe machtiging te zenden. Officier van Justitie te Deventer
290 06-10-1873 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat mij op heden ter kennis is gebracht, er zich in deze gemeente gevallen hebben voorgedaan van febris typhoidea. Bij het einde dezer week zal het getal aangetasten enz. nader door mij aan U worden opgegeven. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen
291 10-10-1873 Op verzoek van den heer Van Ittersum heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen de kwitantie wegens betaalde boete en confiscatie ten kantore van den ontvanger der registratie te Ommen Officier van Justitie te Deventer
292 11-10-1873 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een bevelschrift groot f. 28,- ter voldoening der verpleegkosten van den krankzinnige H. van den Poll, welk bedrag op heden pers postwissel zal worden overgemaakt met verzoek na ontvangst der gelden het bevelschrift voor voldaan getekend aan ons terug te willen zenden. Bestuurders van ’t krankzinnigengesticht te Deventer
293 11-10-1873 Bij deze heb ik de eer U ter kennis te brengen dat gedurende deze week als aangetast dor febris typhoidea zijn aangegeven 4 personen, overleden geene. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen
294 11-10-1873 Naar aanleiding van hetgeen was vervat in Uwe missive van den 9e dezer, heb ik de eer U hierbij voorlopig te doen geworden de tienjarige tafels betreffende de geboorten en overlijdensakten over de jaren 1863-1872. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
295 14-10-1873 Toezending proces-verbaal der grensbezichtiging. Ambtsvogt te Emlichheim
296 14-10-1873 .. ..
297 14-10-1873 Inzending aangifte ontginning woeste grond wegens vrijdom grondbelasting door Engbert Rutger van Faassen Gedeputeerde Staten
298 14-10-1873 Ingevolge Uw schrijven van den 14edezer nr. 1797 heb ik de eer U het gevraagde geboorte-extract van Derk Overweg te doen geworden. Officier der arrondissementsrechtbank te Deventer
299 16-10-1873 Onder terugzending der bijlagen, gevoegd geweest bij Uw missive d.d. 13edezer nr. 1773, heb ik de eer te berichten dat Hendrik Aalderink, wonende te Kloosterhaar, behoort tot de klasse van de minst gegoede landbouwers, hij bewoond een huis bijna geheel opgetrokken van zoden, en is hij pachter van de grond die hij bebouwt, en betaalt hij de pacht in natura, de in een vierde gedeelte der opbrengst der halmgewassen. Hij bezit geen vaste goederen en hebben zijn roerende goederen weinig waarde. Die roerende goederen bestaan uit twee a drie koeien en enige schapen. Hieruit volgt dat het boerenbedrijf van Aalderink niet groot kan zijn, en hij en zijn gezin derhalve mede door andere arbeid in hun onderhoud moeten voorzien. Het ware derhalve wenselijk dat aan de zonen van Aalderink vermindering der hun opgelegde straf verleend werd, daar zij als arbeidende mede konden werken tot de instandhouding van het gezin. Officier van Justitie te Deventer
300 17-10-1873 Onder terugzending van het stuk, gevoegd geweest bij Uw missive van den 16edezer nr. 1819, heb ik de eer te berichten dat alhoewel ik de wenselijkheid erken dat door het stationeren van een rijksveldwachter te Lutten aan de Dedemsvaart aan het verzoek van de adressanten voldaan wordt, het mij voorkomt dat de toestand overdreven wordt voorgesteld. Het is wellicht mogelijk dat er des zondagsavonds in de veelvuldige kroegen twisten en vechtpartijen ontstaan, over het algemeen geloof ik niet dat die zo ernstig zijn als men het wel laat voorkomen. Dat er twee ingezetenen op den weg zijn aangerand is niet ter mijner kennis gekomen, waarom ik dan ook niet kan aannemen dat aan de zaak veel gewicht gehecht moet worden. Een gemeenteveldwachter woont te Slagharen en is belast met de surveillance dier buurtschap en der buurtschap Lutten. De uitgestrektheid van het terrein dat dor die veldwachter bewaakt moet worden is zeer groot, en behoort er veel activiteit toe voornamelijk des zondags de veelvuldige kroegen en herbergen na te gaan. Het is U bekend dat de meeste strafzaken die voor Uw rechtbank tegen overtreders uit deze gemeente afkomstig, worden berecht, afkomstig zijn van slagharen en omstreken en betreffen die meest vechtpartijen en baldadigheden. Met het oog daarop komt het mij wenselijk voor dat er zo mogelijk aan het verzoek van de adressanten voldaan wordt, al ware het slechts in zoverre dat er te Slagharen of te Lutten aan de Dedemsvaart gedurende de aanstaande winter, tijdelijk een rijksveldwachter werd gestationeerd. Officier van Justitie te Deventer
301 18-10-1873 .. ..
302 20-10-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door den gemeenteveldwachter Pieter Snoeijer alhier, wegens het doen lopen en grazen ener koe op een stuk spurrieland van Tiemen Schuurhuis te Dedemsvaart. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij ’t Kantongerecht Ommen
303 20-10-1873 .. ..
304 22-10-1873 Wij hebben de eer U te berichten dat bij de verkiezing van een lid van den gemeenteraad de volstrekte meerderheid van stemmen zich op U heeft verenigd. Het afschrift van het proces-verbaal van stemopneming voegen wij hierbij, waarvoor wij verzoeken een regel te mogen ontvangen welks formulier U bij dezen mede zal geworden. Ingevolge van art. 13 eer gemeentewet zal door U binnen acht dagen moeten worden gedecoreerd of de benoeming door U wordt aangenomen. De heer C. Piek, benoemd lid voor de gemeenteraad van Ambt Hardenberg
305 22-10-1873 Ingevolge art. 16 der gemeentewet hebben wij de eer U te doen geworden een afschrift van het proces-verbaal van stemopneming der op den 21e dezer gehouden verkiezing van een lid van de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten
306 22-10-1873 Proces-verbaal van opneming der gemeentekas op 20edezer. Gedeputeerde Staten
307 23-10-1873 Ingevolge art. 16 der gemeentewet hebben wij de eer U mede te delen dat de op den 21edezer tot lid van de gemeenteraad gekozene C. Piek zijn benoeming niet heeft aangenomen, zodat naar aanleiding van art. 14 der gemeentewet een nieuwe stemming zal moeten plaats hebben, dewelke dor ons is bepaald op dinsdag den 4enovember a.s. Gedeputeerde Staten
308 23-10-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden het afschrift van een geboorteakte benevens een bewijs van voldoening aan de nationale militie betrekkelijk zekere Klaas Gerrit Woelders alhier. Uit de geboorteakte blijkt dat hij is de zoon van Hendrikje Otten, ongehuwd en tevens dat de vader Hendrikus Woelders hem als kind heeft erkend. Bij het opvolgend huwelijk van den vader schijnt er geen wettiging te hebben plaatsgehad. Bij den ambtenaar van den burgerlijke stand is de vraag gerezen onder welke naam Otten of Woelders de belanghebbende zal moeten worden getrouwd. Moet hij trouwen onder de naam van Otten dan komt die naam niet overeen met het bewijs van de voldoening aan de militie. Verzoek U beleefd mij te willen berichten en inlichten op welke wijs hiermede gehandeld zal moeten worden. Officier van Justitie te Deventer
309 23-10-1873 Stoomvaart tussen Zwolle en Coevorden. In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 2edezer, nr. 3779, hebben wij de eer onder terugzending der daarbij in onze handen gestelde bijlage het navolgende te berichten. Ofschoon wij het nuttig en voordelig achten dat de middelen van vervoer in het algemeen verbeterd en vermeerderd worden, komt het ons toch voor dat de nadelen aan een stoomboot op een kanaal als de Dedemsvaart niet opwegen tegen het voordeel daaraan verbonden. Die nadelen zullen bestaan: 1eIn de schade die aan het kanaal zelf wordt toebracht door het afkabbelen der vaartswallen enz. en hoewel het niet op onze weg ligt daarover te oordelen, menen wij toch de aandacht Uwer vergadering daarop te mogen vestigen. 2eIn de belemmering die de scheepvaart door de stoombootvaart zal ondervinden in de botsingen die er tussen de stoomvaart en de turfschepen onvermijdelijk zullen plaats hebben. De ondervinding op het kanaal der Overijsselse Kanalisatie Maatschappij heeft geleerd dat er botsingen kunnen plaats hebben met het gevolg dat er voor een zerke tijd de vaart wordt gestremd. 3eIn het ongerief dat de landbouw zal ondervinden, het zal bijv. moeilijk zo niet onmogelijk zijn met kleinere vaartuigen zand of mest te vervoeren zonder gevaar om bij het voorbijvaren der stoomboot omver geworpen te worden. Ook zullen die kleinere vaartuigen niet geladen voor de wal kunnen liggen zonder aan dat gevaar te zijn blootgesteld. 4eIn de mindere veiligheid van het verkeer op de wegen langs het kanaal voor paarden en rijtuigen. Die veiligheid laat thans door de zeilschepen te wensen over, door een stoombootvaart zal die zeker niet verbeteren. 5eIn het vermeerderd getal der middelen van vervoer. Hieraan bestaat tot nog toe minder behoefte, daar de gemeenschap met Zwolle voldoende wordt onderhouden door jaagschuiten en een beurtschip. Wat de regeling der dienst betreft zo als die blijkens tarief A zal plaats hebben zal de stoomboot in deze gemeente slechts op een plaats, bij de mand der Lutterhoofdwijk tot het opnemen en lossen van passagiers en vrachtgoederen aanleggen. Hierdoor wordt het belang der ingezetenen dezer gemeente, met name die van Slagharen en de bewoners der streek langs de Lutterhoofdvaart, al zeer klein, wegens de verre afstand op welke zij van de landingsplaats wonen. Ware de aanlegplaats bepaald bijv. bij de kerk te Slagharen, dan kon er enige sprake zijn van voordeel hetwelk de ingezetenen aldaar van de geprojecteerde stoombootvaart zoude kunnen genieten. Het nagaan van het tarief heeft bij ons aanleiding gegeven tot de navolgende bemerking: dat wel wordt bepaald welke vrachten er zullen verschuldigd zijn voor het tarief van Zwolle naar Coevorden en omgekeerd, maar niet voor het traject van de tussengelegen plaatsen onderling. Naar onze mening is zulks een leemte dien aangevuld dient te worden. Wij menen op grond van het bovenstaande de vrijheid te mogen nemen Uwe vergadering te adviseren het er toe te willen leiden dat de concessie voor de geprojecteerde stoombootvaart niet worde verleend. Mocht Uwe vergadering een ander gevoel zijn toegedaan, het er alsdan toe te willen brengen dat de aanlegplaats in deze gemeente worde bepaald bij de kerk te Slagharen en dat het tarief wordt aangevuld in den zin als wij boven bedoelen. Gedeputeerde Staten
310 25-10-1873 .. ..
311 25-10-1873 .. ..
312 25-10-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat alhier gedurende deze week drie personen zijn aangegeven als aangetast door typhus, overleden geene. Inspecteur te Kampen
313 27-10-1873 Onder overlegging van bijgaande verklaring van den geneesheer H.T.M. Koster te Lutten in deze gemeente, heb ik de eer U te berichten dat Johanna Helena Berg te Slagharen, gedagvaard om op morgen voor Uw rechtbank te verschijnen, door ziekte buiten staat is daaraan te voldoen. Officier van Justitie te Deventer
314 27-10-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen het proces-verbaal van de plaats gehad hebbende grensbezichtiging op den 2een 20e oktober jl. benevens de deswege door mij opgemaakte declaratie wegens reis- en verblijfkosten. Commissaris des Konings
315 27-10-1873 .. ..
316 29-10-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 27edezer nr. 3335/2880, heb ik de eer te berichten dat de burgemeester van Amsterdam mij bij brief van den 24eseptember jl. nr. 4822 heeft bericht dat de verlofganger Johannes Barends zich aldaar op den 20edier maand heeft aangemeld en in het register van verlofgangers is ingeschreven. Commissaris des Konings
317 30-10-1873 In antwoord op Uw missive d.d. 20edezer, nr. 1845, heb ik de eer onder terugzending der bijlage te berichten dat de aanranding waarvan in de bijlage sprake is, niet als zodanig kan beschouwd worden. Zekere timmerman Jan Nuis van Dijk, ging in den avond dat de aanranding zou hebben plaats gehad, met zijn vrouw langs de weg en ontmoette enige jongelieden die hem voor een kennis aanzagen. Bij die gelegenheid werd over en weer gesproken, wellicht enigszins luid, hetgeen ten gevolge had dat de winkelier P. van der Vecht buiten zijn woning kwam, om te zien wat er gaande was. Gezegde Van der Vecht moet zich toen in het gesprek gemengd hebben, hetgeen ten gevolg had dat men den draak met hem stak en eindigde de gehele zaak daarmede dat de jongelieden zich lachende verwijderden. Dit is alles wat ik omtrent de vermeende aanranding heb kunnen opsporen. Er zijn in deze gemeente twee veldwachters waarvan de een te Heemse en de andere te Slagharen woont. Gedurende de wintermaanden wordt er aan de Dedemsvaart nachtwacht gehouden door een persoon. In de buurtschappen wordt zonodig door de ingezetenen beurtelings nachtwachtdienst verricht, doch kunnen die uithoofde der uitgebreide ligging der huizen uit dien aard der zaak niet anders dan geheel onvoldoende surveillance uitoefenen. Een afdoende bewaking der gemeente zoals die in de steden kan geschieden is een onmogelijkheid. Officier van Justitie te Deventer
318 30-10-1873 .. ..
319 31-10-1873 .. ..
320 31-10-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 2edezer nr. 3845/2650, hebben wij de eer te berichten dat in de raadsvergadering van den 28e oktober jl. bij gelegenheid van de vaststelling der begroting over het dienstjaar 1874, dat besluit is ter tafel gebracht. De raad heeft toen de waarschijnlijkheid van een verhoging der jaarwedde van de gemeenteveldwachters erkend, doch meende dat thans die verhoging niet kon plaats hebben, dewijl de toestand der gemeentefinanciën zulks niet toelaat. Het merendeel der leden was geneigd den veldwachters bij ijverige plichtsbetrachting zo het blijken mocht dat zulks zonder bezwaar kon geschieden, in 1874 een gratificatie toe te kennen. Gedeputeerde Staten
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
321 01-11-1873 Ingevolge art. 25 BW heb ik de eer U mede te delen dat door mij op het geboorteregister der gemeente Ambt Hardenberg over den jare 1872 onder volgnummer 219 de navolgende kanttekening is gemaakt: bij de voltrekking van hun huwelijk ter dezer gemeente op den dertigste oktober 1873 hebben Seine Seinen en Wubbegje Snippe dit kind voor het hunne erkend en gewettigd. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
322 03-11-1873 Ter voldoening aan hetgeen was vervat in Uw missive d.d. 22 oktober jl. nr. 261, heb ik de eer te berichten: Het is mij voorgekomen dat Fredrik Bladder in die missive bedoeld, de zoon is van een vreemdeling die zich in de Nederlandse militaire dienst bevond. Die vader was een Duitser, blijkens informatie afkomstig uit Baden. Hij schijnt echter volgens het zeggen van Frederik Bladder niet in Duitsland geboren te zijn. Dat hij Duitser was heb ik vernomen van lieden die hem als veldwachter in de Ommerschans hebben gekend. Ten aanzien van de vraag of Bladder al dan niet Nederlander zou zijn, is er vroeger reeds een correspondentie gevoerd. Bladder weet echter te weinig bijzonderheden van zijne familie dan dat daaruit zoude kunnen worden afgeleid dat hij die hoedanigheid bezit. Ik houd mij van het tegendeel overtuigd. Hierbij voeg ik een opgave van Bladder zelf, die ook al weinig licht over de zaak verspreid. Lang heb ik gezocht naar het besluit van mijn ambtsvoorganger van 22 december 1856 nr. 792, waarbij aan Hendrik Bladder onderstand verstrekt wordt. Ik kon het echter niet vinden. Kantonrechter te Ommen
323 05-11-1873 Ingevolge art. 16 der gemeentewet hebben wij de eer U te doen geworden een afschrift van het proces-verbaal van stemopneming der op den 4e november jl. gehouden verkiezing van een lid van de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten
324 05-11-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand oktober 1873. Inspecteur te Kampen
325 07-11-1873 In voldoening aan Uw besluit d.d. 4edezer nr. 4306/2923, hebben wij de eer mede te delen dat de door ons gevraagde subsidie bij missive van den 2eoktober j.. nr. 282, ter tegemoetkoming in de kosten van verpleging van de krankzinnige Lucia Leusink, alsnog wordt verlangd. Gedeputeerde Staten
326 07-11-1873 .. ..
327 10-11-1873 Door deze heb ik de eer U mede te delen dat in de vorige week in deze gemeente aan tyfus is overleden één persoon, aangegeven als aangetast geen. Inspecteur geneeskundig staatstoezicht te Kampen
328 10-11-1873 Ik neem de vrijheid U beleefd te verzoeken mij een verlof tot afwezigheid gedurende veertien dagen ingaande woensdag den 12edezer toe te staan. Commissaris des Konings
329 10-11-1873 Onder terugzending der bijlagen gevoegd geweest bij Uw missive van de 4edezer nr. 839, heb ik de eer te berichten dat ik in de eerstvolgende raadsvergadering het voorstel zal doen om de politieverordening dezer gemeente te wijzigen, in dier voege dat de tapperijen ten tien uren des avonds moeten zijn gesloten, en zal ik U den uitslag der deliberatie mede delen. Procureur-generaal, fung. Directeur der Rijkspolitie te Zwolle
330 10-11-1873 .. ..
331 12-11-1873 .. ..
332 13-11-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 12edezer, nr. 2024, heb ik de eer te berichten dat Christiaan Mink en Hendrik de Lange op den 8eseptember jl. woonachtig waren in de buurtschap Dedemsvaart, alwaar zij nog wonen. Officier van Justitie te Deventer
333 18-11-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, op verzoek van J.H. Renneker, vervener te Slagharen, wegens ontvreemding van een korf met levende bijen. Officier van Justitie te Deventer
334 19-11-1873 Ingevolge art. 16 der gemeenteraad hebben wij de eer U hiernevens te doen toekomen het afschrift van het proces-verbaal van stemopneming der op den 18edezer gehouden verkiezing van een lid voor den gemeenteraad (bij herstemming). Voorts hebben wij de eer mede te delen dat de tot lid van den gemeenteraad gekozene Gerrit Richterink zijn benoeming heeft aangenomen. Gedeputeerde Staten
335 20-11-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 19edezer nr. 278, heb ik de eer het daarbij ontvangen certificaat van onvermogen in den door U voorgestelde zin veranderd terug te zenden. Kantonrechter te Ommen
336 20-11-1873 Onder dankbetuiging voor het mij bij Uw missive van 11 november jl. nr. 3536/3009 toegestane verlof, heb ik de eer te berichten dat ik gisteren weer in de gemeente ben teruggekomen en mijn functies heb hervat. Commissaris des Konings
337 20-11-1873 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 10edezer, nr. 3999, en onder terugzending der daarbij in onze handen gestelde bijlage, hebben wij de eer te berichten dat de rekwestrante zich noemende vrouw Honenkamp, zich voor enige tijd ter secretarie aanmeldende om ondersteuning, op grond dat hare woning was afgebrand. Wij hebben toen een onderzoek ingesteld naar de omstandigheid van gezegde vrouw Honenkamp, naar haar voorgeven zoude verkeren, en kwam het ons onnodig voor haar verzoek om onderstand in te willigen. Commissaris des Konings
338 21-11-1873 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Seine Seinen der lichting 1870 uit deze gemeente, behorende tot uw onderhebbend regiment, op den 30eoktober jl. alhier is gehuwd. Commandant van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
339 24-11-1873 .. ..
340 24-11-1873 Bij deze heb ik de eer U ter kennis te brengen dat in de afgelopen week in deze gemeente aan tyfus overleden is één persoon, aangegeven geene. Inspecteur te Kampen
341 25-11-1873 Vergunningaanvraag voor vissen onder het ijs voor Jannes Woelders. Commissaris des Konings
342 25-11-1873 Op het inschrijvingsregister voor de nationale militie, lichting 1874, komen 71 personen voor uit de gemeente Ambt Hardenberg Commissaris des Konings
343 26-11-1873 Zekere Jan Derksen, die U heeft geschreven over enige huwelijksstukken en waaromtrent door U aan mij om inlichting heeft gevraagd, wil huwen met zekere Jenna Drenthen, oud ongeveer twintig jaren. De vader van gezegde Jenna Drenthen, Albert Drenthen, is ten vorige jare naar Amerika vertrokken en is aldaar op den 21ejuni van dat jaar overleden, terwijl de moeder in 1868 te Gramsbergen stierf. Tot de voltrekking van het huwelijk van gezegde Jan Derksen zal nodig zijn de overlegging van de akte van overlijden van genoemde Albert Drenthen, en is men daartoe buiten staat. Ik verzoek U beleefd mij te willen inlichten op welke wijze in het gebrek van de overlijdensakte kan worden voorzien. Officier van Justitie te Deventer
344 29-11-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, wegens ontvreemding van goederen van Jan Kappers, winkelier te Slagharen, waarvan verdacht worden gehouden Arie en Poulus van Os aldaar. Officier van Justitie te Deventer
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
345 01-12-1873 Naar aanleiding van art. 48 der jachtwet heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen twee in beslag genomen hazen door de commiezen bij ’s rijks belastingen te Kloosterhaar en Sibculo, J.H.G. Eijkman, J. Dijkman en P. Bergkamp, waarvan het proces-verbaal op heden door mij aan den heer officier van justitie te Deventer is opgezonden. De haas is in beslag genomen van Jan Hendrik Luisman, landbouwer te Kloosterhaar, terwijl de andere door gemelde commiezen is gevonden in een zogenaamde loerhut in de nabijheid der plaats alwaar Luisman door hen werd bekeurd. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie te Kantongerecht Ommen
346 01-12-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de commiezen bij ’s rijks belastingen J.H.G. Eijkman, J. Dijkman en P. Bergkamp, gestationeerd te Kloosterhaar en Sibculo in deze gemeente. De in beslag genomen hazen heb ik aan de heer ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht toegezonden. Officier van Justitie te Deventer
347 01-12-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week alhier zijn aangegeven als aangetast door tyfus, twee personen, kinderen in het zelfde gezin waarvan vroeger ook reeds aangifte is gedaan. Overleden geene. Inspecteur te Kampen
348 02-12-1873 Ondertekening van stukken. In voldoening aan Uw missive d.d. 29e november jl. nr. 3145, heb ik de eer de daarbij ontvangen stukken, ondertekend door aannemer en borgen terug te zenden. De namen der borgen (voluit geschreven) zijn Hendrik Jan Hamberg en Gerrit Jan Jonkeren. Commissaris des Konings
349 02-12-1873 Aangifte vrijdom grondbelasting van Gerrit Nijkamp, landbouwer te Sibculo, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
350 03-12-1873 Burgemeester en Wethouders van Ambt Hardenberg; overwegende dat de onderwijzer Gerrit Jan Broekroelofs te Radewijk op verregaande wijze de plichten aan zijn betrekking verbonden verzuimd. Gelet op art. 22 der wet van den 13e augustus 1857, hebben goedgevonden gezegde onderwijzer Gerrit Jan Broekroelofs in de uitoefening zijner functie vanaf den 15edecember e.k. tot den 31edecember daaraanvolgende te schorsen en zulks zonder behoud van traktement.  
351 04-12-1873 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand november 1873. Inspecteur te Kampen
352 06-12-1873 Inzending geboorte-extract van J.H.J. van Limbeek. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerecht Meppel
353 06-03-1873 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Harm Wolf, arbeider te Dedemsvaart in deze gemeente, wegens diefstal van turf. Officier van Justitie te Deventer
354 07-12-1873 Verordeningen. Naar aanleiding van art. 167 der gemeentewet hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van een besluit van den raad dezer gemeente houdende wijziging van art. 25 der algemene politieverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van den 28ejuni 1856. (betreft sluitingstijd cafés, kroegen etc.) Gedeputeerde Staten
355 08-12-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week alhier zijn aangegeven als aangetast door tyfus, twee personen, in een zelfde gezin waar zich vroeger reeds een zelfde ziektegeval heeft voorgedaan. Inspecteur te Kampen
356 08-12-1873 Voor zoveel nodig hebben wij de eer U mede te delen dat de onderwijzer Gerrit Jan Broekroelofs te Radewijk, door ons na den districtschoolopziener te hebben gehoord, in zijne functie is geschorst van den 15e tot en met den 31edezer maand, zonder behoud van traktement. Gedeputeerde Staten
357 08-12-1873 Voor zoveel nodig hebben wij de eer U mede te delen dat de onderwijzer Gerrit Jan Broekroelofs te Radewijk, door ons na den districtschoolopziener te hebben gehoord, in zijne functie is geschorst van den 15e tot en met den 31edezer maand, zonder behoud van traktement. Inspecteur van ’t lager onderwijs in Overijssel
358 08-12-1873 Kennisgeving van aankomst van Ebel Harkes de Graaf, der lichting 1871 komende van Den Ham. Burgemeester van Ambt Ommen
359 08-12-1873 Kennisgeving van aankomst van Ebel Harkes de Graaf der lichting 1871. Burgemeester van Den Ham
360 09-12-1873 In antwoord op Uw missive d.d. gisteren nr. 2996/14, mij door tussenkomst van mijn ambtgenoot te Stad Hardenberg geworden, heb ik de eer te berichten dat de in dat schrijven vermelde J.H. Cremer woont te Heemse, gemeente Ambt Hardenberg. Naar mijn mening kan gemelde Creemer wel geacht worden te zijn bekwaam de door hem aangenomen werken te beheren, uit te leveren en de leveringen te doen. De borgen H.J. Hamberg en G.J. Jonkeren wonen te Stad Hardenberg en geloof ik die ook genoegzaam zijn gegoed om zo nodig op hen een som van f. 723,- te verhalen. De aannemer Cremer heeft mij verzekerd dat hij ongaarne afstand zou doen van zijn aanneming. Met de nodige reserve heb ik met hem over de zaak gesproken. Hoofdingenieur van den Waterstaat te Overijssel
361 15-12-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal van den alhier gestationeerde rijksveldwachter A.D. Schut ten laste van Arie en Poulus van Os, ter zake van ontvreemding van turf ten nadele van Josef Spies. Officier van Justitie te Deventer
362 15-12-1873 .. ..
363 15-12-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week bij mij zijn aangegeven als aangetast door difteritis drie kinderen, allen in één en hetzelfde huisgezin. Inspecteur van ’t geneeskundig staatstoezicht te Kampen
364 16-12-1873 Op den 13eseptember jl. is door U aan zekere Frederik Schepers vergunning verleend tot het aangaan van een  huwelijk. In het ons ter hand gestelde bewijs staat vermeld dat die persoon behoorde tot de lichting 1870 afkomstig is uit de gemeente Hellendoorn. Ik veronderstel dat zulks een schrijffout is, waarom ik de vrijheid neem U het bewijs van toestemming alsmede het bewijs van voldoening aan de nationale militie te doen geworden, met het beleefd verzoek om mocht de gemeente Hellendoorn abusief vermeld zijn, een ander bewijs van toestemming bij het bewijs van voldoening aan de militie te mogen terug ontvangen. Kolonel commanderend officier van ‘t 5eregiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
365 17-12-1873 .. ..
366 17-12-1873 .. ..
367 17-12-1873 .. ..
368 17-12-1873 .. ..
369 17-12-1873 .. .
370 17-12-1873 .. ..
371 17-12-1873 .. ..
372 18-12-1873 Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden: 1e een besluit van den raad der gemeente tot verandering van jaarmarkten in de gemeente. 2eeen besluit tot verhoging der jaarwedde van den onderwijzer Jan Jeuring te Collendoorn. Gedeputeerde Staten
373 18-12-1873 .. ..
374 19-12-1873 In voldoening aan hetgeen was vervat in Uw missive van den 17e dezer nr. 2248, heb ik de eer U hierbij te doen geworden het proces-verbaal van het gehoorde van Arie en Poulus van Os. Ik voeg hierbij twee extracten uit de registers van geborenen, betrekkelijk die beide personen, onder bemerking dat het mij voorkomt dat de jongste niet met het oordeel der onderscheid kan gehandeld hebben, terwijl de oudste een doorgetrapte knaap schijnt. Het huisgezin van Van Os is bij de justitie overigens wel bekend en ik geloof dat de vader de kinderen aanzet tot verschillende kleine diefstallen. Wenselijk ware het zo Arie van Os voor enige tijd onschadelijk gemaakt werd. Officier van Justitie te Deventer
375 21-12-1873 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week bij mij zijn aangegeven als aangetast door tyfus drie personen (in twee huisgezinnen), overleden geene. Inspecteur te Kampen
376 22-12-1873 Ten dienste der nationale militie verzoek ik U mij te willen doen toekomen een ongezegeld geboorte-extract van Arend Mandemaker, zoon van Klaas Mandemaker en van Hendrika Doldersum, volgens opgaaf in 1855 in Uwe gemeente geboren. Burgemeester van Avereest
377 22-12-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 20edezer nr. 2270 en 2277, heb ik de eer hierbij een tweede geboorte-extract van Arie van Os aan U te doen toekomen. Voorts heb ik de eer te berichten dat bij Paulus van Os geen andere kinderen inwonen dan die waarvan geboorte-extracten aan U zijn ingezonden. Officier van Justitie te Deventer
378 22-12-1873 .. ..
379 22-12-1873 .. ..
380 27-12-1873 Aangifte vrijdom grondbelasting van Jan Veneman, landbouwer alhier, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
381 27-12-1873 Naar aanleiding van een besluit van Gedeputeerde Staten dezer provincie d.d. 24edezer, een rapport betreffende de bij de jaarlijkse opneming der bruggen daaraan ontdekte gebreken, van den heer hoofdingenieur van den waterstaat in deze provincie, waaruit blijk dat de ophaalbrug bij het jachthuis te Dedemsvaart bij U in onderhoud, niet aan de vereisten voldoet, en wel dat de balans en priemen zo doorbuigen, dat een spantoestel daarop wenselijk is. De heer A. ten Kate te Dedemsvaart
382 27-12-1873 Naar aanleiding van een besluit van Gedeputeerde Staten dezer provincie d.d. 24edezer, een rapport betreffende de bij de jaarlijkse opneming der bruggen daaraan ontdekte gebreken, van den heer hoofdingenieur van den waterstaat in deze provincie, waaruit blijkt dat de leuningen der houten brug in de kunstweg Dedemsvaart bij U in onderhoud, dienen vernieuwd te worden. Gebr. Minke te Avereest
383 29-12-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door rijksveldwachter A.D. Schut alhier, op verzoek van den heer Willem baron van Ittersum, rijksontvanger te Venebrugge, tegen Gerrit Jan Bril, schaapherder wonende te Heemserveen, wegens het doen lopen en grazen van een kudde schapen op een perceel heide en bosgrond, gelegen te Heemse, in eigendom toebehorende aan den heer Jan Arent  baron van Ittersum aldaar. Ambtenaar van ’t openbaar ministerie ten kantongerechte Ommen
384 29-12-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, op verzoek van Jan Snippen, landbouwer te Slagharen, tegen Arie van Os aldaar, wegens diefstal van twee broden. Officier van Justitie te Deventer
385 29-12-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee processen-verbaal, opgemaakt door de gemeenteveldwachter Pieter Snoeijer, ten laste van Hendrik Stoeten en Jan Beltman. Beide processen-verbaal hebben betrekking op dezelfde zaak. Het zij opgemerkt dat Hendrik Stoeten waarvan in het ene proces-verbaal melding is gemaakt, wel in de klederen is gesneden, doch niet verwond is geworden. Officier van Justitie te Deventer
386 31-12-1873 Gedurende het jaar 1873 zijn geen personen overleden die waren opgenomen in een der beide Nederlandse Ridderorden. Commissaris des Konings
387 31-12-1873 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de gemeenteveldwachter G. van Laar te Stad Hardenberg, tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Ambt Hardenberg, tegen Hendrik Hakkers, schaapherder te Baalder in deze gemeente, wegens mishandeling van Willem Hutten, landbouwer mede te Baalder wonende. Officier van Justitie te Deventer
388 31-12-1873 In voldoening aan Uw missive d.d. 20edezer nr. 1118, heb ik de eer te berichten dat mij na gedaan onderzoek is gebleken dat Harm Hendrik Wellen, reeds ongeveer twintig jaren op de bedoelde gronden heeft gewoond en komt het mij voor dat de bewering van den heer Vos de Wael, dat die gronden reeds vroeger door de heer van Sonsbeek aan gemelde Wellen zouden zijn verkocht overeenkomstig de waarheid is. Officier van Justitie te Deventer