Kopieboek van de uitgaande brieven van het gemeentebestuur van Ambt Hardenberg

1 Januari 1874 t/m 31 december 1874

Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
1 01-01-1874 In het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren van de rustende schutterij. Commissaris des Konings
2 01-01-1874 .. ..
3 01-01-1874 Er zijn in het afgelopen kwartaal geen vreemdelingen over de grenzen van het rijk uitgeleid. Procureur-generaal, fung. directeur der rijkspolitie te Zwolle
4 03-01-1874 .. ..
5 05-01-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende december 1873. Geneeskundig bestuur te Kampen
6 06-01-1874 Inzending verslag landbouwer 1873. Commissaris des Konings
7 07-01-1874 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen de som van f. 52,- wegens verpleegkosten van de krankzinnige L. Leusink over de laatste drie maanden van het jaar 1873., met verzoek het mede hier bijgaande bevelschrift voor voldaan getekend aan ons te willen retourneren. Voorts voegen wij hierbij een bevelschrift overgeschreven op zegel, van het vorige kwartaal, met verzoek dat stuk opnieuw voor voldaan te willen tekenen en het ongezegelde alsdan te willen vernietigen, waarvan abusievelijk een ongezegeld bevelschrift was opgemaakt. Tevens nemen wij de vrijheid U beleefd te verzoeken ons te willen mede delen of de patiënte reeds zodanig is hersteld dat zij geacht kan worden onschadelijk te zijn voor de publieke veiligheid. Het bedrag ad f. 52,- wordt heden per postwissel aan U verzonden. Bestuurders van het krankzinnigengesticht te Deventer
8 07-01-1874 Onder terugzending der stukken gevoegd geweest bij Uw missive den 3e dezer nr. 37, heb ik de eer U hierbij te doen geworden de ingevulde staat, betrekkelijk den sollicitant J. Smit alsmede een door hem opgemaakt proces-verbaal. Uit het proces-verbaal kan blijken dat gezegde Smit al zeer weinig ontwikkeld is en daarom niet in aanmerking kan komen voor een eventuele benoeming tot rijksveldwachter. Officier van Justitie te Deventer
9 08-01-1874 .. ..
10 08-01-1874 Gedurende het jaar 1873 hebben geen landverhuizingen uit deze gemeente plaats gehad. Commissaris des Konings
11 08-01-1874 In het afgelopen jaar hebben geen mutaties in het personeel der beambten van politie in deze gemeente plaats gehad. Commissaris des Konings
12 08-01-1874 .. ..
13 08-01-1874 .. ..
14 08-01-1874 .. ..
15 08-01-1874 .. ..
16 09-01-1874 Aangifte vrijdom grondbelasting voor A. ten Kate, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
17 09-01-1874 Bij het doen der inschrijving voor de nationale militie, is het mij gebleken dat zekere Gerrit Jan Kleinluchtenbelt, geboren den 26 juli 1854, zoon van Gerrit Kleinluchtenbelt en Willemina Olsman, verzuimd heeft zich ten vorige jare aan te geven en dientengevolge niet voorkomt op het inschrijvingsregister voor de lichting 1874. Tegen gemelde Gerrit Jan Kleinluchtenbelt heb ik ter dier zake een proces-verbaal opgemaakt hetwelk ik den heer officier van justitie heb doen toekomen. Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te willen berichten ten welken dage Lugtenbelt die tegenwoordig als knecht te Echteler dient, voor Gedeputeerde Staten zal worden gebracht. Commissaris des Konings
18 09-01-1874 Hierbij heb ik de eer U een proces-verbaal van Gerrit Jan Kleinluchtenbelt terzake van zijn verzuimde inschrijving voor de nationale militie te doen geworden. Ik doe deze vergezeld gaan van een extract uit het geboorteregister. Officier van Justitie te Deventer
19 12-01-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 8e dezer nr. 75, heb ik de eer hierbij aan U te doen toekomen een geneeskundig certificaat van Jan Smit. Officier van Justitie te Deventer
20 12-01-1874 .. ..
21 15-01-1874 Pensioenbijdragen voor onderwijzers: H.K. de Vries, J.P. Koppelle, J. Jeuring, A. Bouwhuis, H. van ’t Laar, F. aan het Rot, G.J. Broekroelofs, G. Kelder, W.E. Timmerman, G.J.H. Dorgelo en G.W. Kastein. Gedeputeerde Staten
22 15-01-1874 .. ..
23 16-01-1874 Aangifte vrijdom grondbelasting voor J. Mulder, grondeigenaar te Aveeest, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
24 17-01-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 10e dezer nr. 91, heb ik de eer te berichten dat volgens informatie G.J. Kleinlugtenbelt zich tussen den 1e en 31e januari 1873 niet in deze gemeente heeft bevonden, en sedert 1 mei 1871 dient als boerenknecht te Echteler. Daar deze plaats slechts even over de grenzen is gelegen, op ongeveer drie uren afstand van hier, had hij evengoed persoonlijk de aangifte kunnen doen, dan of hij zich in deze gemeente bevond. Officier van Justitie te Deventer
25 17-01-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 8e januari 1857, hebben wij de eer hiernevens in te zenden een declaratie in triplo wegens subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van verpleging van H. van den Poll en L. Leusink in het krankzinnigengesticht te Deventer over 1873, benevens afschriften der declaraties en van de bevelschriften tot betaling. Gedeputeerde Staten
26 17-01-1874 Ingevolge art. 25 van het BW heb ik de eer U mede te delen dat door mij op den kant der akte van geborenen dezer gemeente onder volgnummer 124 voor den jare 1872 de navolgende kanttekening is gemaakt: ‘Bij de voltrekking van hun huwelijk ter dezer gemeente op den zestiende januari 1874, hebben Wilhelm Korte en Maria Anna Gerlach dit kind voor het hunne erkend en gewettigd. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
27 17-01-1874 Op heden den zestienden januari 1874 is door Wilhelm Korte en Maria Anna Gerlach bij de voltrekking van hun huwelijk ter wettiging erkent hun kind genaamd Lamberta Margaretha, geboren te Emmen den 26e februari 1868, ingeschreven als dochter van Maria Gerlach. Hetwelk ik de eer heb U ter kennis te brengen, ten einde daarvan de nodige kanttekening in de geboorteregisters uwer gemeente plaats hebbe. Ambtenaar van den burgerlijke stand te Emmen
28 19-01-1874 .. ..
29 19-01-1874 .. ..
30 19-01-1874 .. ..
31 19-01-1874 .. ..
32 20-01-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 15e dezer nr. 117/101, hebben wij de eer mede te delen: 1e dat de ouders van Gerrit Jan Kleinluchtenbelt in de maand januari 1873 in deze gemeente woonden. Zij vestigden zich alhier blijkens een aantekening op het bevolkingsregister den 22e oktober 1872, komende uit de gemeente Gramsbergen. Het is aan geen twijfel onderhevig dat zij volgens de wet van 28 juli 1850 niet als ingezetenen beschouwd moeten worden. De vader Gerrit Kleinlugtenbelt is den 10e augustus 1823 te Den Ham geboren. 2e dat de ouders van Gerrit Jan Kleinlugtenbelt thans in deze gemeente te Radewijk wonen. 3e dat de nalatige aan de inschrijving het beroep uitoefent als boerenknecht. 4e dat volgens zeggen van den nalatige zelve en deszelfs vader hij lichaamsgebreken heeft (een stijve arm) die hem voor de dienst ongeschikt maakt. 5e dat naar onze mening het verzuim niet opzettelijk is begaan doch aan onwetendheid en nalatigheid moet worden toegeschreven. Gedeputeerde Staten
33 20-01-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 17e dezer, nr. 162, en onder terugzending van het daarbij gevoegde proces-verbaal, heb ik de eer te berichten dat Gerrit Kleinluchtenbelt de vader van Gerrit Jan Kleinlugtenbelt mij heeft verklaard dat zijn zoon Gerrit Jan sedert den 1 mei 1871 zich heeft bevonden te Echteler in Pruisen, alwaar hij nog als boerenknecht is dienende. Als redenen dat hij zijn zoon bij diens afwezigheid niet voor de militie heeft aangegeven, wordt door hem opgegeven dat hij vermeende hij nog een jaar de tijd had. Naar mijn mening is het verzuim niet opzettelijk begaan, doch moet aan onwetendheid en nalatigheid worden toegeschreven. Officier van Justitie te Deventer
34 22-01-1874 .. ..
35 24-01-1874 .. ..
36 27-01-1874 .. ..
37 27-01-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 17 december jl. nr. 4810/3316, hebben wij de eer hiernevens in te zenden het tabellarisch overzicht der geconcessioneerde wegen en water tolheffingen in deze gemeente. Nog wordt in deze gemeente tol geheven voor het passeren der brug over het veer ter Oelen van rijtuigen en voetgangers door ’s rijks domein, als mede voor het ophalen der klapbrug gelegen over het Overijssels Kanaal te Brucht bij J. ter Wielen, waarvan echter door ons de gevraagde opgaven niet kunnen worden verstrekt. Gedeputeerde Staten
38 28-01-1874 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag om schadelijk gedierte te mogen doden, van den heer Jan Arent baron van Ittersum, wonende te Heemse in deze gemeente, mede namens zijn bij hem inwonende zoon Willem baron van Ittersum, waaromtrent ik de eer heb te berichten dat de aanvragers zijn vallende in de termen bedoeld bij besluit van den heer Commissaris des Konings der 23e december 1859. Commissaris des Konings
39 29-01-1874 Bij deze heb ik de eer U de verzekering te geven dat de stukken ontvangen bij Uw missive d.d. 27e dezer nr. 230, aan den belanghebbende J. Smit zijn uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer
40 31-01-1874 Inzending proces-verbaal van kasopneming d.d. 30e dezer. Gedeputeerde Staten
41 31-01-1874 Heden werd mij een brief van U aangeboden die ik op grond dat dezelve met porto was bezwaard niet heb kunnen aannemen. De brief zal U alzo wederom ter hand komen, en neem ik de vrijheid daar U brieven meermalen reeds met port zijn bezwaard, daarover te reclameren. Ik veronderstel dat de inhoud der bedoelde brief loopt over zekere Denneboom die van hier is gevlucht en zich te Emlichheim heeft gevestigd. Is die veronderstelling juist, dan kan ik U aangaande die persoon het navolgende mede delen. Denneboom is van beroep slager en koopman. Hij kocht in het vorige jaar een partij Amerikaans spek, hetgeen hij hier, naar gezegd wordt, beneden de inkoopsprijs weer verkocht. Het gevolg hiervan was dat Denneboom zijn leverancier niet kon betalen, die hem daarom in rechten betrok en werd hij tot de betaling zijner schuld bij lijfsdwang veroordeeld. Toen Denneboom zou worden gevangen genomen is hij gevlucht en wijl hem dagelijks hier gevangenneming boven het hoofd hang is hij te rade geworden zich in Pruisen te vestigen. Van frauduleus bankroet is tot dusverre geen sprake, evenwel heeft hij zich naar mijne mening als koopman zo gedragen dat ik hem geen bewijs van goed gedrag mocht afgeven. Denneboom valt alzo tot dusverre nog niet in de categorie der misdadigers, hij moet slechts gegijzeld worden tot dat hij zijn schuld heeft betaald. Mijne weigering om Denneboom een bewijs van goed gedrag te geven steunt mede op de grond dat zulks zou dienen ter bekoming van een Geiversbeschein. In het bezit van dusdanig schein zou hij zijn zwendelarijen ten uwent kunnen voortzetten. De zaak gaat mij overigens als justitieel ambtenaar niet aan. Zij is van de competentie van de burgerlijke stand. Ambthauptmann te Neuenhaus
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
42 02-02-1874 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week bij mij zijn aangegeven als aangetast door tyfus, twee personen. Geneeskundig Staatstoezicht te Kampen
43 02-02-1874 Toezending ter uitreiking, kennisgeving nr. 79, grondbelasting aan: Arend Berends, Hendrik Berends, Hermanus Hendrikus Geerdes, Arend Berends, Berend Berends, Johan Bernard Minke, Arend Berends, Berend Berends, Hermanus Hendrikus Geerdes. Burgemeester van Avereest
44 02-02-1874 Als voren aan mr. R.J.B. van Sonsbeek. Burgemeester van Zwolle
45 02-02-1874 Als voren aan W.F. van der Muelen. Burgemeester van Goor
46 02-02-1874 Als voren aan S.J. Dam. Burgemeester van Den Ham
47 02-02-1874 Als voren aan Willem Ganzeboer. Burgemeester van Staphorst
48 03-02-1874 In voldoening aan het besluit uwer vergadering van 29 januari jl. nr. 15/182, hebben wij de eer te berichten dat voor zover ons bekend is, de provinciale veearts W. Mossel te Avereest nimmer in deze gemeente de veeartsenijkundige praktijk heeft uitgeoefend. De mening dat hij uit den aard der zaak onbekend moet zijn met de ziekten van rund- en wolvee, moet als de oorzaak daarvoor beschouwd worden. Ook reiskosten verbonden aan de bezoeken van genoemde veearts dat de veehouders bezwaar maken zijne assistentie in te roepen. Naar onze mening bestaan derhalve geen bezwaren de provinciale veearts W. Mossel te ontslaan. Gedeputeerde Staten
49 04-02-1874 Kennisgeving aankomst milicien Albert Veldstra der lichting 1869. Burgemeester van Zuidwolde
50 04-02-1874 Ter beantwoording van Uw missive d.d. 2e dezer nr. 274, heb ik de eer te doen strekken, dat de persoon van Jan Berend Korte en vrouw, bij mij bekend staan als lieden op wiens gedrag geen aanmerkingen zijn te maken. Zij behoren tot de arbeidende klasse en nimmer zijn zij op enige wijze met de justitie in aanraking geweest. Zij hebben tot dusverre door ijver en arbeidzaamheid steeds in hun eigen onderhoud kunnen voorzien, zonder iemand, of enige instelling van weldadigheid lastig te vallen. Bedoelde Korte woont op de grond toebehorend aan Poulus van Os, de vader van de verdachte knaap, en zou zulks eerder een reden zijn gezegde knaap te verschonen dan hem te bezwaren. Naar mijn mening kan aan de verklaring van Korte en vrouw geloof gehecht worden, terwijl ook die verklaring niet in strijd is, met de geruchten die ere ten aanzien van het huisgezin van Van Os vooral ook met betrekking tot diens zoon Arie, in omloop zijn. Officier van Justitie te Deventer
51 05-02-1874 .. ..
52 05-02-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 24 december jl. nr. 4776/3407, hebben wij de eer te berichten dat de gebreken aan de ophaalbrug bij ’t jachthuis te Dedemsvaart nog niet zijn hersteld, doch zijn volgens verklaring van de onderhoudsplichtigen A. ten Kate, de balanspriemen in bewerking, en zou de herstelling thans spoedig plaats hebben. Voorts dat de houten brug in de kunstweg Dedemsvaart, in onderhoud bij de gebroeders Minke, is hersteld. Gedeputeerde Staten
53 05-02-1874 Inzending opgave der overledenen der maand januari. Inspecteur te Kampen
54 06-02-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Arend Jan Leemhuis, arbeider te Sibculo, wegens mishandeling van Jan Schepers, arbeider te Kloosterhaar in deze gemeente. Officier van Justitie te Deventer
55 10-02-1874 Inzending proces-verbaal, tegen Hendrik Meijer, mishandeling Roelof Reinders. Officier van Justitie
56 10-02-1874 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat gedurende de vorige week in deze gemeente een persoon aan tyfus is overleden, aangetast geene. Inspecteur te Kampen
57 12-02-1874 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te zenden een bewijs van werkelijke dienst of een extract stamboek van Gerrit Jan Tibbe, tot uw regiment behorende, welke stukken volgens art. 53 der militiewet nodig zijn ter erlanging van vrijstelling wegens broederdienst terzake van de militie. Als voren van Jan Hendrik Beltman, Jan de Groot, Jannes Stellinga, Johannes Hendrikus Finkers en Hendrik Jan Derks. Commandant van ‘t 5e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
58 12-02-1874 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te willen zenden een bewijs van werkelijke dienst of een extract stamboek van Hendrik de Boer tot uw regiment behorende, welke stukken volgens art. 53 der militiewet nog zijn ter erlanging van vrijstelling wegens broederdienst ter zake van de militie. Commandant van ‘t 1e regiment vestingartillerie te Delft
59 12-02-1874 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te willen zenden een bewijs van werkelijke dienst of een extract stamboek van Johannes Fredrikus Buring tot uw regiment behorende, welke stukken volgens art. 53 der militiewet nog zijn ter erlanging van vrijstelling wegens broederdienst ter zake van de militie. Commandant van ‘t 8e regiment infanterie te Utrecht
60 12-02-1874 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij te willen zenden een bewijs van werkelijke dienst of een extract stamboek van Johannes Frederikus Buring tot uw regiment behorende, welke stukken volgens art. 53 der militiewet nog zijn ter erlanging van vrijstelling wegens broederdienst ter zake van de militie. Commandant van ’t regiment marechaussee te Maastricht
61 12-02-1874 Onder terugzending van bijgaand bewijs van werkelijke dienst, heb ik de eer te berichten dat zulks niet is de door mij bedoelde Hendrik de Boer. Aangezien het stamboeknummer niet kan worden opgegeven, als zijnde het zakboekje doorgehaald, voeg ik hierbij de verlofpas van de door mij bedoelde persoon en verzoek ik U beleefd het bewijs van werkelijke dienst van de daarbij vermelde Hendrik de Boer aan mij per omgaande te willen doen toekomen. Hoofd administratie van ‘t 1e regiment vestingartillerie te Delft
62 14-02-1874 Heden vervoegde zich ter mijner secretarie de buitengewone opzichter des waterstaats J. van Dijk alhier mij ter hand stellende inliggende stukken. Uit de aan die stukken gehechte apostille van de heer betaalmeester te Zwolle kan het Uwe Excellentie blijken waarom de verevening is geweigerd, waarvoor ik de vrijheid neem Uwe Excellentie namens de belanghebbende te verzoeken de declaratie zoals zulks door de heer betaalmeester verlangd wordt, aan de assignatie te willen doen aanhechten. Gaarne zou ik daarna die stukken terug ontvangen ten einde die weder aan den belanghebbende uit te reiken. Minister van Binnenlandse Zaken te ’s-Gravenhage
63 17-02-1874 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van den 16e dezer, de onderwijzer aan de openbare school te Collendoorn Jan Jeuring, op zijn verzoek een eervol ontslag uit die betrekking heeft verleend, met ingang van de 1e maart e.k. en zulks wegens benoeming tot onderwijzer te Nieuw-Buinen, gemeente Borger. Inspecteur van ’t lager onderwijs te Zwolle
64 17-02-1874 Als voren. Schoolopziener in Overijssel te Eerde
65 17-02-1874 Als voren. Gedeputeerde Staten
66 17-02-1874 .. ..
67 18-02-1874 Burgemeester en Wethouders van Ambt Hardenberg, gelezen een verzoekschrift van de firma Lobstein & Polak, vellenbloters te Heemse, om vergunning tot het daarstellen van twee looikuipen op hun grond, kadastraal bekend in sectie B nr. 4772, gezien het proces-verbaal van beleide informatie de commodos en de incomodo, door hen opgemaakt op den 14 februari 1874, waarbij M. Bruins, G.J. Bruins, D.J. Bruins en J. Slotman, alle eigenaren van percelen gelegen in de nabijheid van gezegd perceel sectie B nr. 4772, te kennen geven dat zij om redenen in dat proces-verbaal vermeld bezwaar hebben tegen de inwilliging van het verzoek der firma Lobstein & Polak. Overwegende dat in het verzoekschrift der firma Lobstein & Polak vergunning wordt gevraagd tot de daarstelling van twee looijkuipen welke daarstelling op zich zelve niet valt in de termen dat daarvoor ingevolge het bepaalde bij Koninklijk Besluit van de 31 januari 1824, staatsblad nr. 19, vergunning nodig is, en derhalve het verzoek moet worden beschouwd als inhoudende een aanvraag om vergunning tot het daarstellen ener huiden- en lederbereiderij, genoemd onder art. 5 van meergenoemd Koninklijk Besluit. Overwegende dat het van algemene bekendheid is, dat er aan de uitoefening ener huiden- en lederbereiderij voor de eigenaren der naburige percelen lasten zijn verbonden, voornamelijk bestaand in de onaangename lucht die de huiden en afval daarvan zo voor als tijdens de bereiding verspreiden. Hebben goedgevonden: het verzoek van de firma Lobstein & Polak niet in te willigen. Heemse, den 17 februari 1874. Firma Lobstein & Polak te Heemse
68 18-02-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 29 januari jl. nr. 236/180, hebben wij de eer hierbij in te zenden een besluit van de raad dezer gemeente d.d 16e dezer, betreffende het instellen van jaarmarkten in deze gemeente. Gedeputeerde Staten
69 18-02-1874 Zekere Hendrik Jan Nijman en diens zoon Derk Jan Nijman, zijn bij vonnis van 9 december 1873 voor Uw rechtbank veroordeeld ieder tot zes maanden cellulaire gevangenisstraf en is afwijzend beschikt op hun verzoek om gratie. Hen is het bevel ter hand gesteld om op den 23e februari e.k. de gevangenisstraf te komen ondergaan. Daar het boerenbedrijf voor H.J. Nijman met behulp van diens zoon uitgeoefend de tegenwoordigheid van een van beiden dringend vordert, heeft eerstgenoemde mij verzocht U te verzoeken hem zo mogelijk uitstel te verlenen tot het ondergaan der straf totdat zijn zoon die zal hebben ondergaan. Ik kan U de verzekering geven dat het zeer in het belang van het gezin van Nijman zoude zijn zo aan hun verzoek voldaan kon worden. Officier van Justitie te Deventer
70 19-02-1874 Betaling uit de post voor onvoorziene uitgaven wegens gratificaties aan de onderwijzers H.K. de Vries en J.P. Koppelle, elk ad f. 100,- Gedeputeerde Staten
71 20-02-1874 Reeds sedert enige tijd werd alhier vermist zekere Theresia Brumlever, wier ouders te Slagharen in deze gemeente wonen. Indertijd werd daarna onderzoek gedaan, en kwam ik tot de overtuiging dat de ouders bekend waren met de verblijfplaats van het kind en vernam ik later daarvan niets meer. De vader J.G. Brumleve en diens vrouw zijn niet overleden en hoewel niet zeer welvarend, doch ook niet behoeftig. Ingeval Theresia Brumlever herwaarts moet terug gevoerd worden, verzoek ik dat zij via Venebrugge in Ambt Neuenhaus worde uitgeleid, nadat mij enige tijd te voren de dag der uitleiding wordt bericht. Ik zal dan zorgen dat zij bij haar ouders wordt teruggebracht. Uw brief over deze aangelegenheid ontving ik gisteren van mijn ambtgenoot te Avereest Kreis Hauptmann te Lingen
72 21-02-1874 Ingevolge art. 25 Burgerlijk Wetboek, heb ik de eer U mede te delen dat door mij in het geboorteregister der gemeente Ambt Hardenberg over de jare 1872 onder volgnummer 233, de navolgende kanttekening is gemaakt: ‘Bij de voltrekking van haar huwelijk ter dezer gemeente op de 21e februari 1874, hebben Fredrik Schepers en Fennigje Schepers dit kind voor hunne erkend en gewettigd’. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
73 23-02-1874 Kennisgeving van vertrek van Ebels Harkes de Graaf der lichting 1871. Burgemeester van Den Ham
74 23-02-1874 Kennisgeving van vertrek van Ebels Harkes de Graaf der lichting 1871. Burgemeester van Ambt Ommen
75 24-02-1874 .. ..
76 24-02-1874 Ik neem de vrijheid U te verzoeken mij wel met enige spoed te willen doen toekomen een bewijs van werkelijke dienst van Alexander Dorgelo, zich in vrijwillige dienst bevindende en behorend tot uw regiment, ten einde gemeld stuk aan de militieraad te kunnen overleggen. Hoofd administratie van ‘t 1e regiment infanterie te Groningen
77 24-02-1874 .. ..
78 24-02-1874 .. ..
79 24-02-1874 In voldoening aan Uw marginale dispositie d.d. 16e dezer nr. 540, heb ik onder terugzending der daarbij in mijne handen gestelde bijlage, de eer te berichten dat de adressante, de weduwe G. Kleinheerenbrink in het adres haar omstandigheden overeenkomstig de waarheid heeft vermeld. Zij behoort tot de landbouwende stand die bij een klein boerenbedrijf zonder bijverdiensten onmogelijk kan bestaan. Zij is belast met het onderhoud van zes kinderen waarvan de oudste thans bij de nationale militie dient. Het behoeft geen betoog dat haar een weldaad bewegen zoude worden als haar zoon zo spoedig mogelijk konde gesteld worden in het genot van onbepaald verlof. Commissaris des Konings
80 26-02-1874 .. ..
81 26-02-1874 .. ..
82 26-02-1874 .. ..
83 26-02-1874 .. ..
84 26-02-1874 .. ..
85 27-02-1874 Ingevolge art. 25 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U mede te delen dat door mij in het geboorteregister der gemeente Ambt Hardenberg op de kant der acte nr. 222 over den jare 1872 de navolgende kanttekening gemaakt is: ‘Bij de voltrekking van hun huwelijk ter dezer gemeente op den 27 februari 1874 hebben Evert Schrotenboer en Hendrika Hubers, dit kind voor het hunne erkend en gewettigd’. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
86 28-02-1874 Het bewijs van werkelijke dienst van den zich in vrijwillige dienst bevindende milicien Alexander Dorgelo, bedoeld bij Uw schrijven d.d. 22e dezer, nr. 64, werd heden door mij ontvangen en haast ik mij hetzelve hiernevens aan U te doen toekomen. Kolonel militiecommissaris in Overijssel
87 28-02-1874 Bij deze heb ik de eer U de ontvangst te berichten van een bewijs van werkelijke dienst van de militair Alexander Dorgelo bij Uw missive d.d. 27e dezer 4e afdeling nr. 490. Commissaris des Konings
88 28-02-1874 Inzending afschrift van het verslag lager onderwijs over 1873. Schoolopziener
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
89 02-03-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 26 februari jl. nr. 737/497, hebben wij de eer te berichten dat de raad dezer gemeente in zijne vergadering van 6 december 1873 heeft goedgevonden het bij de verkiezing van den 18e november jl. benoemde raadslid Gerrit Rigterink als zodanig toe te laten. Gedeputeerde Staten
90 03-03-1874 Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden de door de raad in deszelfs vergadering van den 16 februari jl. vastgestelde kohier van de hoofdelijke omslag en der belasting op de honden alsmede het kohier der belasting op te brengen in natura (hand en spandiensten) over het dienstjaar 1874. Gedeputeerde Staten
91 04-03-1874 In antwoord op Uw missive d.d. 1e dezer nr. 167/155, heb ik de eer te berichten dat het mij wel wenselijk voorkomt dat aan de belastingschuldigen te Dedemsvaart, Lutten en Slagharen, enige faculiteit wordt toegestaan met betrekking tot de betaling der door hun verschuldigde belasting. De afstand b.v. van Slagharen naar Hardenberg bedraagt p.m. 2 uren en zijn er belastingschuldigen die om te Hardenberg te komen een grote afstand hebben af te leggen. Naar ik geïnformeerd ben houdt de ontvanger zich streng aan zijn kantooruren, hetgeen tengevolge heeft dat de belastingschuldigen meermalen een vergeefse reis doen. Men heeft mij verder medegedeeld dat de ontvanger slechts gepast geld aanneemt, hetgeen voor onderscheidene personen die niet weten wat zij zullen betalen, moeilijk is. Ik deel U deze bijzonderheden mede zoals ze mij ter oren zijn gekomen, zonder te willen oordelen in hoeverre die overtredingen worden verhaald. Evenwel geloof ik dat het in het belang der belastingschuldigen en dat der regelmatige betaling der belasting zoude bevorderd worden zo aan het verzoek van adressanten voldaan werd. Controleur te Ommen
92 04-03-1874 Kennisgeving van aankomst van Pieter Gort der lichting 1872. Burgemeester van De Wijk
93 04-03-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 28e februari jl. nr. 930, heb ik de eer te berichten dat de daarbij bedoelde Hendrik Prins, laatst woonachtig was in de gemeente Westerbork, en aldaar in het laatst van het jaar 1873 is overleden. Districtscommissie van het Fonds ter aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst te Zwolle
94 05-03-1874 Ter voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U te doen toekomen een overlijdensextract van den alhier overledenen en ten uwent woonachtigen Albertus Wemmenhove. Ambtenaar van den burgerlijke stand te Deurne
95 06-03-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand februari 1874. Inspecteur te Kampen
96 06-03-1874 Ingevolge art. 38 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U mede te delen dat door mij in het geboorteregister der gemeente Ambt Hardenbergh op den kant der acte nr. 83 over den jare 1854 de navolgende kanttekening is gesteld: ‘Bij behoorlijk geregistreerde acte van den 28e januari 1874, gepasseerd door de te Gramsbergen residerende notaris Hilbrand van Barneveld, en getuigen, heeft Hendrikus Weweler, winkelier, wonende te Lutten aan de Dedemsvaart, dit kind als zijn natuurlijk kind erkend.’ Deze kanttekening ook geplaatst bij de volgende akten: nr. 139 van het jaar 1856; nr. 206 van het jaar 1861; nr. 12 van het jaar 1859 en nr. 215 over het jaar 1864. Griffier der arrondissementsrechtbank te Deventer
97 06-03-1874 .. ..
98 06-03-1874 Aangevraagd een extract stamboek nummer 7861 van Mannes Schutte. Hoofdadministratie 3e regiment huzaren te Haarlem
99 06-03-1874 Onder terugzending der bijlage in mijne handen gesteld bij Uw missive d.d. 4e dezer nr. 481, heb ik de eer: - over te leggen de geboorteakten van adressanten - te berichten dat er naar mijne mening geen bezwaar bestaat dat de gevraagde dispensatie wordt verleend; ik beschouw het voorgenomen  huwelijk zeer in het belang van beide adressanten - dat zoals uit de hierbij overgelegde geboorte-extracten blijkt er tussen de adressant T.A.A. Schonermarck en degene met wie hij in het huwelijk wenst te treden in lijftijd een onderscheid bestaat van circa 22 jaren, dat uit geen omstandigheid de veronderstelling is af te leiden dat de adressant gebruik van ongeoorloofde of onbehoorlijke invloed heeft gebezigd om adressante over te halen tot het aangaan van een huwelijk, dt er geen betrekkingen van financiën bestaan die voor een der beide adressanten het huwelijk wenselijk of gevaarlijk zou kunnen doen zijn. Officier van Justitie te Deventer
100 06-03-1874 .. ..
101 09-03-1874 Bij deze heb ik de eer mede te delen dat gedurende de vorige week alhier een persoon door roodvonk is aangetast. Inspecteur te Kampen
102 09-03-1874 Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van de raad dezer gemeente, houdende verhoging der jaarwedde verbonden aan de onderwijzersbetrekking te Brucht. Gedeputeerde Staten
103 09-03-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 12e februari jl. nr. 4483/293 hebben wij de eer hiernevens aan U te doen toekomen het besluit van de raad dezer gemeente, betreffende de herziening van de jaarwedde van de gemeente-ontvanger. Gedeputeerde Staten
104 10-03-1874 .. ..
105 12-03-1874 Ingevolge Uw missive d.d. 7e dezer nr. 480, heb ik de eer hiernevens aan U te doen toekomen een bewijs van goed gedrag van H.H. Albers, alsmede het zakboekje en de verlofpas van dezelfde. Majoor commandant van het 3e regiment infanterie te Geertuidenberg
106 12-03-1874 Naar aanleiding van art. 99 der wet op de nationale militie heb ik de eer U hiernevens te doen toekomen twee bezwaarschriften tegen de uitspraak van de militieraad. - van Jan Lamberink te Lutten betreffende zijn zoon Hermannus Lamberink, loteling van dit jaar uit deze gemeente, getrokken hebbende nr. 13 - van Willem Reinink te Lutten betreffende zijn zoon Lambert Reinink, loteling van dit jaar uit deze gemeente, getrokken hebbende nr. 7 Gedeputeerde Staten
107 13-03-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 12e februari jl. nr. 1751, heb ik de eer de daarbij voorgelegde vragen, betreffende de werking der wet van 4 december 1872 (staatsblad nr. 134) te beantwoorden, als volgt:
  1. van de in art. 1 opgenoemde ziekten hebben zich in deze gevallen voorgedaan van tyfus en febris typhoidea, roodvonk en difteritis (enkele verspreide gevallen)
  2. van een der bevoegdheden, mij toegekend in art. 2 tot en met art. 5 is door mij geen gebruik gemaakt
  3. aan de bevoegdheid in art. 6 toegekend aan burgemeester en wethouders is geen gevolg gegeven
  4. overtredingen van art. 8 zijn mij niet bekend
  5. vervoer van lijders krachtens zinsnede 2 of 6 van art. 9 is door mij niet toegestaan
  6. alhier bestaat een plaatselijk verordening zoals bedoeld is in zinsnede 1 van art. 9
  7. zinsnede 5 van art. 9 is door mij niet toegepast
  8. gevallen waarin art. 10 van toepassing was, zijn niet voorgekomen
  9. zover mij bekend is art. 11 in geen opzicht overtreden
  10. art. 13 is niet toegepast
  11. overtredingen van art. 14-17 zijn mij niet bekend
  12. al de hoofden der scholen in deze gemeente hebben voor 15 januari 1874 de lijst bedoeld in art. 5 van het Koninklijk Besluit van 28 februari 1873 met de daarop vermelde verklaringen aan mij ingezonden; overtredingen van art. 17 der wet zijn door mij niet ontdekt
  13. elke drie maanden is alhier gelegenheid gegeven tot kosteloze inenting en herinenting, volgens art. 18 der wet, telkens in ’t begin van ’t kwartaal
  14. gevallen van overtreding van art. 19 zijn niet voorgekomen
  15. de bepaling van art. 20 is steeds opgevolgd
  16. ontsmetting heeft geen plaats gehad
  17. aan de bevoegdheid mij toegekend in art. 28 is geen gevolg gegeven
  18. van de zijde der ingezetenen hebben zich geen bezwaren of verzet opgedaan tegen de uitvoering der maatregelen bedoeld in art. 20 der wet
  19. van de zijde der geneesheren werd voldoende medewerking ondervonden
  20. van het nut der genomen maatregelen valt niet te vermelden.
Inspecteur te Kampen
108 14-03-1874 Aangifte vrijdom grondbelasting van G.H.J. Kleine Staarman, vervener alhier, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
109 14-03-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 23e februari jl. nr. 38, hebben wij de eer U mede te delen dat de raad dezer gemeente bij besluit van den 9e dezer, heeft bepaald dat de jaarwedde verbonden aan de onderwijzers-betrekking te Brucht zal bedragen f. 400,- welk besluit door heren Gedeputeerde Staten is goedgekeurd bij hun besluit van 12e dezer, 3e afd. nr. 920/588. Inspecteur van ’t lager onderwijs in Overijssel
110 14-03-1874 Als voren. Schoolopziener in ‘t 6e district, te Eerde
111 14-03-1874 Naar aanleiding van art. 99 der wet op de nationale militie, heb ik de eer  te doen toekomen een bezwaarschrift tegen de uitspraak van de militieraad van Wiete Egbertus Timmerman, onderwijzer te Lutten, betreffende zijn zoon Antonie Jacobus Marinus Timmerman, loteling van dit jaar uit deze gemeente, getrokken hebbende nr. 15. Gedeputeerde Staten
112 14-03-1874 In antwoord op Uw missive d.d. 11e dezer nr. 526, heb ik de eer te berichten dat de adressant Schönermarck zich zeker heeft vergist in de naamsvermelding der persoon met welke hij wenst te huwen. Met het gezin van Kars Bruins ben ik genoegzaam bekend om met zekerheid te kunnen mede delen dat uit het huwelijk van gezegde Bruins en Wandscheer slechts een dochter is geboren, die de naam Johanna heeft ontvangen, en ook dat er geen kind is overleden, dat dezelfde naam heeft gedragen. Dat de adressant gezegde Johanna Bruins zijn volle nicht noemt, is mijns inziens minder juist. Hij (de adressant) is gehuwd geweest met zekere Margaretha Bruins, de zuster van Kars Bruins, er bestaat alzo slechts een familiebetrekking door aanhuwelijking. Van deze Margaretha Bruins was Johanna de volle nicht. Officier van Justitie te Deventer
113 17-03-1874 Onder terugzending van het rekwest van J.H. Boers mij geworden bij Uw missive d.d. 6e dezer nr. 497, heb ik de eer met bijvoeging van een geneeskundig certificaat en een proef proces-verbaal de daarbij voorgestelde vraagpunten te beantwoorden: - dat adressants naam is Boers Jan Hendrik, geboren te Ambt Hardenberg den 19 september 1846 - ongehuwd, behorend tot de Nederlands Hervormde godsdienst - is niet in militaire dienst geweest - vroegere burgerlijke betrekking, landbouwer - tegenwoordige betrekking, landbouwer - maatschappelijk en zedelijk gedrag, trouw en eerlijkheid: goed - lezen schrijven: gebrekkig - verstaat geen andere moderne taal - voorkomen: goed, stevige lichaamsbouw, zonder gebreken - is niet in het bezit ener commissie van rijksveldwachter - is wel geschikt voor de velddienst in dienst de onbekwaamheid in het schrijven en stellen geen bezwaar, is tegen dienst in het algemeen Officier van Justitie te Deventer
114 17-03-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, ten verzoeke van Frederik Reins, arbeider te Radewijk, gemeente Ambt Hardenberg, tegen Siemen Telkamp, arbeider wonende te Bruchterveld in deze gemeente, wegens het hem ten laste leggen van diefstal van aardappelen te hebben gepleegd ten nadele van Jan Muis aldaar, benevens een proces-verbaal van verhoor. Officier van Justitie te Deventer
115 18-03-1874 Bij deze hebben wij de eer aan U te doen toekomen de stukken van de sollicitanten voor de vacante school te Colelndoorn, zijnde E. van Veen te Hoogeveen, G.J. Nijeboer te Holthone en W. Engels te Nieuwe-Pekela, terwijl mede nog een sollicitatie is ontvangen van P.H. Huis te Assen (zonder overlegging van stukken), welke brief in het ongerede is geraakt, die evenwel ook voor het te houden vergelijkend examen kan worden opgeroepen. Voorts de stukken van J. Kollen, hulponderwijzer te Deventer, sollicitant voor de vacante betrekking in de school van den hoofdonderwijzer H.K. de Vries te Dedemsvaart. Tevens verzoeken wij U de dag van het vergelijkend examen te willen bepalen en ons te willen berichten. Schoolopziener te Eerde
116 19-03-1874 Ingevolge Uw missive van de 18e maart, nr. 567, heb ik de eer hierbij aan U te doen toekomen een overlijdensextract van Margaretha Susanna Bruins, echtgenoot van T.A.A. Schönermarck. Officier van Justitie te Deventer
117 19-03-1874 U verschoning verzoekende voor het verzuim in de beantwoording van Uw missive d.d. 3e maart jl. nr. 11/365, heb ik de eer hierbij in te zenden het bewijs bij verandering van werkelijke woonplaats, indertijd door Frederik Bladder ingediend. Het zal U opvallen dat daarin de geboorteplaats van gezegde Bladder in het bewijs wordt vermeld, als zullende zijn Ommen hetgeen een bepaalde vergissing is. Daar Bladder reeds als kind met zijn ouders in Nederland is aangekomen kan hij niet zeggen of verzekeren dat zijn vader de verklaring bedoeld in art. 8 sub nr. 2 B.W. heeft afgelegd, hij zelf heeft zulks niet gedaan, althans niet in deze gemeente. Ik voeg hierbij een op mijne ambtseed opgemaakt proces-verbaal, constaterende de echtheid van het bewijs van verandering van woonplaats en tevens dat het betrekking heeft op Fredrik Bladder, als de persoon in kwestie. Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel
118 19-03-1874 In voldoening aan het besluit uwer vergadering d.d. 12e dezer nr. 828/570 hebben wij de eer hierbij in te zenden een raadsbesluit d.d. 6e december jl. betrekkelijk de toelating van G. Richterink als lid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van 15 december daaraanvolgende is gezegde toegelaten en heeft ook de gevorderde eden afgelegd. Wij verkeerden in de mening dat wij U de beslissing, waarbij Rigterink als lid van de raad was toegelaten in voldoening aan art. 31 der gemeentewet, hadden medegedeeld, in welke wij bleven tot de ontvangst van Uw besluit d.d. 12e dezer, nr. 828/570. Richterink heeft vervolgens de raadsvergaderingen van 15 december, 16 februari en 9 maart bijgewoond. In die vergaderingen werden de navolgende stukken behandeld:
  1. in de vergadering van de 15e december jl. Uw besluit van 4 december jl. nr. 4251/3192 houdende bemerkingen op de begroting. Verandering van jaarmarkten. Verhoging van de jaarwedde van de onderwijzer te Collendoorn
  2. in de vergadering van 16 februari jl., vaststelling van de kohieren van hoofdelijke omslag, der belasting op de honden en der belasting op te brengen in natura; ontslag van de hoofdonderwijzer te Collendoorn; een verzoek van enige ingezetenen der buurtschap Radewijk betreffende het gebruik van de kunstweg van Hardenberg naar de Hannoverse grenzen; verzoek van enige ingezetenen wonende in de buurtschap Brucht tot verplaatsing der school dier buurtschap; Uw besluit d.d. 29e januari jl., nr. 236/180 betrekkelijk het veranderen van een jaarmarkt; verzoek van de onderwijzer De Vries en Koppelle, respectievelijk te Dedemsvaart en Slagharen om een gratificatie; besluit om een stuk grond aan te kopen ter stichting ener nieuwe begraafplaats
  3. in de vergadering van de 9e maart jl., besluit tot verhoging der jaarwedde van de eventuele benoeming van een onderwijzer te Brucht; Uw besluit d.d. 12e februari jl. nr. 4483/293 betrekkelijk de herziening der jaarwedden van de gemeenteontvangers
Alle op die stukken en zaken genomen beslissingen werden bijna zonder deliberatie genomen. Wij moeten erkennen dat er in deze onzerzijds een verzuim heet plaats gehad en nemen beleefd de vrijheid te verzoeken te mogen worden ingelicht, op welke wijze dat verzuim zonodig hersteld kan worden.
Gedeputeerde Staten
119 20-03-1874 Aangifte vrijdom grondbelasting van R. Mulder, vervener te Avereest, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
120 21-03-1874 .. ..
121 23-03-1874 .. ..
122 23-03-1874 In voldoening aan de apostillaire dispositie Uwer vergadering van den 19e dezer maand, 3e afd., nr. 965, hebben wij onder terugzending van de daarbij in onze handen gestelde bijlagen de eer te berichten dat wij bij ons besluit van de 17e februari 1874, afwijzend hebben beschikt op een verzoek van de firma Lobstein & Polak om vergunning tot de daarstelling van enige looikuipen op hun grond, kadastraal bekend in sectie B dezer gemeente, nr. 4772, en zulks uit overweging dat wij het geheel eens waren met de personen die voor ons zijn verschenen om hun bezwaren tegen dat verzoek te kennen te geven. Wij voor ons zijn overtuigd dat het uitoefenen ener lederbereiding voor de bewoners der omliggende huizen onaangenaam moet zijn en heeft de ondervinding dan ook geleerd en zulks niet tegenstaande de firma Lobstein & Polak het tegendeel beweert, dat steeds in de nabijheid harer bloterij van schapenvellen een onaangename reuk wordt waargenomen. Die onaangename lucht kan geen andere oorsprong hebben dan in schapenhuiden die bewerkt worden en in derzelver afval. Ingeval de firma Lobstein & Polak wordt toegestaan nevens hare bloterij van schapenvellen een leerlooierij uit te oefenen, zullen er bij gevolg meerdere huiden worden verwerkt en er alzo meerder afval dier huiden, zij het dan ook tijdelijk, in hunne fabriek worden opgehoopt. De bewering dat door de bewoners der omliggende huizen bij de firma Lobstein & Polak geen klachten zijn ingebracht over de onaangename reuk, die in de nabijheid harer inrichting wordt waargenomen is te verklaren: zij zijn overtuigd dat zulks geheel doelloos zou zijn, zolang gemelde firma zich strikt houdt aan de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 8 april 1873, nr. 16. De bewering dat de fabriek geheel op zich zelve staat, is in zoverre juist dat die ten westzijde plusminus 1 meter van de daarneven staande huizen is gelegen. In hoeverre de bewering dat de fabriek of liever gezegd de plaats, alwaar men de looikuipen wenst te plaatsen, overeenkomstig de waarheid is, moge blijken uit de omstandigheid dat het fabrieksgebouw ongeveer 20 meters van de kunstweg van Ommen naar Hardenberg gelegen is, en de looikuipen op de ruimte tussen de fabriek en die kunstweg zou geplaatst worden. Met het oog op de ligging der fabriek zeer nabij de brug over de rivier De Vecht voor Stad Hardenbergh komt het ons ook niet wenselijk voor dat aan de firma Lobstein & Polak de gevraagde vergunning wordt verleend. In het proces-verbaal van beleide informatie de comodo en de incomodo, door ons opgemaakt den 14e februari jl. werd erdoor de comparanten op gewezen dat er gevaar zou bestaan voor de passagiers met paarden en rijtuigen in de nabijheid der fabriek, en nadere informatie bij deskundigen ingewonnen hebben die mening bevestigd, dat vele paarden bevreesd en onrustig worden door de lucht die in de nabijheid van leerlooierijen heerst, vooral zou de veiligheid der passage over de brug over de Vecht voor Stad Hardenbergh daardoor verminderen. Het is om deze redenen dat wij Uw vergadering menen te mogen verzoeken het daartoe te willen leiden dat ons besluit van 17 februari jl. blijven gehandhaafd. Gedeputeerde Staten
123 24-03-1874 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de stukken van een sollicitant voor de vacante school te Brucht, zijnde B.J. Snel, hulponderwijzer te Vriezenveen. Het examen zal gevoeglijk kunnen plaats hebben, gelijk met dat voor Collendoorn. Schoolopziener te Eerde
124 25-03-1874 .. ..
125 25-03-1874 .. ..
126 25-03-1874 .. ..
127 25-03-1874 .. ..
128 26-03-1874 .. ..
129 26-03-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 25e dezer nr. 616, heb ik de eer hierbij aan U te doen toekomen een extract uit het bevolkingsregister dezer gemeente, betreffende Thomas Pruim. Uithoofde de door U opgegeven datum van geboorte van Thomas Pruim niet overeenkomt met het bevolkingsregister voege hierbij tevens een extract van Thomas Duursma, zoon van Grietje Thomas Pruim, geboren in januari 1854, daar het mogelijk kan zijn dat deze de bedoelde persoon was, als zijnde ook in januari 1854 te Marum geboren. Officier van Justitie te Deventer
130 28-03-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, ten verzoeke van Harm Snijders, landbouwer te Baalder, tegen Egbert Roelofs en Gerrit Jan Bril aldaar, wegens het doen lopen en grazen van varkens op akkers bezaaid met rogge van voornoemde H. Snijders. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij ’t Kantongerecht Ommen
131 31-03-1874 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Jan Herm Kollen, van de lichting 1870, uit deze gemeente, behorende tot Uw onderhebbend regiment, op den 27e dezer maand alhier is gehuwd. Commandant van ‘t 5e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
132 01-04-1874 Hiernevens hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden een besluit van de raad dezer gemeente d.d. heden, tot het aangaan ener geldlening, groot hoogstens f. 1600,- almede een besluit houdende vaststelling van het plan dier geldlening. Gedeputeerde Staten
133 01-04-1874 In het afgelopen kwartaal zijn geen vreemdelingen over de grenzen van het rijk uitgeleid geworden. Procureur-generaal fungerend directeur der rijkspolitie te Zwolle
134 01-04-1874 In het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren der rustende schutterij. Commissaris des Konings
135 02-04-1874 Toezending bewijs van goed gedrag van Gijsbertus Fraterman. Majoor garnizoens-commandant te Zwolle
136 02-04-1874 .. ..
137 02-04-1874 Mededeling dat zich voor de zeemilitie heeft aangegeven de loteling Hendrik Stoevelaar, lotingnr. 11. Militiecommissaris
138 03-04-1874 Inzending gemeenteverslag over 1873. Gedeputeerde Staten
139 04-04-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand maart 1874. Geneeskundig bestuur te Kampen
140 04-04-1874 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de stukken van een sollicitant voor de hulponderwijzerbetrekking te Slagharen, met name B. Bencker te Hoedekenskerke. Schoolopziener in ‘t 6e district te Eerde
141 04-04-1874 Brand te Lutten. Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gisteren avond ongeveer ten 8 ure de woning van den landbouwer Gerrit Jan Schottert te Lutten geheel is afgebrand, waarbij het grootste gedeelte van de inboedel door de vlammen werd vernield, en mede een varken omkwam, terwijl het overige vee werd gered. Huis en inboedel waren tegen brandschade verzekerd. De oorzaak van den brand is niet bekend. Commissaris des Konings
142 06-04-1874 Begraafplaatsen. Wij menen te moeten terugkomen op onze missive d.d. 10 maart jl., 3e afd., nr. 758/539. Bij dat schrijven meenden wij dat de begraafplaatsen in deze gemeente alle zouden zijn ingericht overeenkomstig de voorschriften vervat in art. 18 der wet van 10 april 1869 (staatsblad nr. 65). Bij nader inzien komt het ons echter voor dat er naar aanleiding van dat wetsartikel dispensaties zullen behoren te worden aangevraagd, en wel:
  1. voor de burgerlijke begraafplaats te Heemse; deze is omheind door een hagedoorn heg van p.m. 1,5 meter hoog en zal er zorg voor gedragen worden dat de verdere opgroei tot de hoogte van twee meter, hetgeen binnen een niet al te lang tijdverloop is te wachten, geschiedde;
  2. voor een nieuwe burgerlijke begraafplaats door de gemeente aangelegd; deze begraafplaats tot nog toe niet in gebruik gesteld, is van de aangelegen landerijen gescheiden door een sloot ter breedte van 1,5 meter, ter diepte van een meter; aan de binnenzijde is een wal opgeworpen circa ¾ meter van het omliggende terrein; op deze wal zal een levende heining gepoot worden, van welk het te voorzien is dat die binnen twee jaren de hoogte van twee meter heeft bereikt; het hek naar die begraafplaats zal een hoogte hebben van twee meter;
  3. voor de begraafplaats te Sibculo; deze is omringd door een heg van dennen die de hoogte van twee meter over het algemeen wel bereikt heeft; waar zulks het geval niet mocht zijn is het ook te verwachten dat zulks binnen een jaar wel het geval zal zijn; het hek voor die begraafplaats zal worden vervangen door een ander ter voldoende hoogte.
Nog worden in de gemeente gevonden een begraafplaats der Israëlitische gemeente, welk bestuur wij reeds voor enige jaren hebben medegedeeld dat die niet aan de wettelijke vereisten voldeed, en werd ons door het kerkbestuur te kennen gegeven, dat er in die aangelegenheid zou voorzien worden. Mede is zulks het geval met de bijzondere begraafplaats der R.C. gemeenten te Slagharen en der Nederduitshervormde gemeente te Lutten, aangaande welke wij thans geen andere bijzonderheden kunnen mededelen, dan dat die zijn omgeven door sloten en heggen van eiken of essen hout, ter voldoende hoogte. Nogmaals zullen wij de besturen dier kerkelijke gemeenten opmerkzaam maken, dat zo die begraafplaatsen niet voldoende aan het voorgeschrevene bij art. 18 der aangehaalde wet, die zullen gesloten moeten worden. Wij nemen de vrijheid Uwe vergadering te verzoeken om te willen bevorderen dat ten behoeve der drie begraafplaatsen, de twee te Heemse en een te Sibculo, de door ons te vragen dispensatie worde verleend.
Gedeputeerde Staten
143 07-04-1874 Wij hebben de eer mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van 1 april jl. heeft benoemd tot hulponderwijzer te Dedemsvaart, Jan Kollen, thans hulponderwijzer te Deventer, met ingang van 15 mei a.s. Gedeputeerde Staten
144 07-04-1874 Idem  
145 07-04-1874 Idem  
146 07-04-1874 Kennisgeving van vertrek van Albert Holleboom der lichting van 1869. Burgemeester van Ambt Ommen
147 10-04-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut ten verzoeke van W.A. Veldhuizen en J.J. van Veen, tijdelijk als arbeiders in deze gemeente werkzaam, tegen Jan de Vries, mede alhier tijdelijk als arbeider verblijf houdende, wegens mishandeling van beide eerstgenoemden. Officier van Justitie te Deventer
148 11-04-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 9e en 10e dezer, nr. 743, 749, heb ik de eer mede te delen dat Derk Jan Nijman is milicien van de lichting van 1869, en ingedeeld bij het 8e regiment infanterie. Voorts dat Roelof Eggengoor en Klaas Hubers niet dienstplichtig zijn. Officier van Justitie te Deventer
149 13-04-1874 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week bij mij aangifte is gedaan van twee gevallen van roodvonk, waarvan een met dodelijke afloop. Beide gevallen kwamen voor in een gezin. Inspecteur te Kampen
150 14-04-1874 In voldoening aan het besluit Uwer vergadering van den 12 maart jl. nr. 4875/556, hebben wij de eer mede te delen dat wij reeds herhaalde pogingen in het werk gesteld hebben om een locaal te huren, ten einde zulks te doen strekken tot eene inrichting bedoeld bij art. 7 der wet van 4 december 1872 (staatsblad nr. 134). Tot dusverre zijn wij nog niet geslaagd. Aan de Dedemsvaart schijnt daartoe weinig vooruitzicht te bestaan, terwijl ook aan de aankoop van terrein op een punt waar een dusdanige inrichting aan het doel zou beantwoorden, groot bezwaar verbonden is. Wij zullen thans beproeven of er geen mogelijkheid bestaat aan het Kanaal der Overijsselse Kanalisatie Maatschappij, hetzij in de buurtschap Brucht, hetzij in de buurtschap Bergentheim een geschikt locaal te vinden, en Uwe vergadering zo spoedig doenlijk van de uitslag onzer bemoeiing mededeling doen. Gedeputeerde Staten
151 14-04-1874 .. ..
152 17-04-1874 Bij deze heb ik de eer U de verzekering te geven dat de stukken ontvangen bij Uw missive d.d. 11e april jl. nr. 663, aan den belanghebbende J.H. Boers te Sibculo is uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer
153 17-04-1874 Kennisgeving van aankomst van Albertus Hendrikus Nijenhuis der lichting 1872. Burgemeester van Gramsbergen
154 17-04-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 22 januari jl. nr. 307/229, hebben wij de er te berichten dat het thans niet is gebleken, sedert den inhoud van de missive van Z.E. den Minister van Binnenlandsche Zaken, den 16e januari jl. nr. 234, 9e afdeling, den veehouders in deze gemeente door ons ter kennis gebracht, er aankoop of invoer van Friesch vee heeft plaats gevonden, zodat geacht kan worden de veehouders aan den raad bij voornoemde missive gegeven, gehoor hebben gegeven. Commissaris des Konings
155 17-04-1874 In voldoening aan punt 2 van Uw besluit d.d. 8 januari 1857, 3e afd., nr. 96/74, provinciaal blad nr. 6, hebben wij de eer te berichten dat de voor rekening dezer gemeente in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Deventer verpleegde Lucia Leusing op den 14e december uit gemeld gesticht is ontslagen. Gedeputeerde Staten
156 18-04-1874 .. ..
157 18-04-1874 .. ..
158 18-04-1874 In voldoening aan uw apostillaire dispositie d.d. 8e april jl., nr. 1336, hebben wij de eer onder terugzending van het daarbij gevoegde adres van G.J. Bruins, het daarop betrekkelijk bericht van den raad dezer gemeente aan U te doen toekomen. Gedeputeerde Staten
159 20-04-1874 Onder terugzending ener lijst van voorgevallen veranderingen in het personeel der hoofd- en hulponderwijzers enz. hebben wij de er U mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijn vergadering van den 14e dezer heeft benoemd tot onderwijzer te Brucht, Berend Jan Snel, thans hulponderwijzer te Vriezenveen. Gedeputeerde Staten
160 20-04-1874 Idem  
161 20-04-1874 Idem  
162 20-04-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 11e dezer, nr. 1053/861, heb ik de eer hieronder op te geven de namen der buurtschappen tot deze gemeente behorend, als: wijk A (Heemse); wijk B (Brucht); wijk C (Bergentheim); wijk D (Sibculo); wijk E (Kloosterhaar); wijk F (Diffelen); wijk G (Rheeze); wijk H (Baalder); wijk I (Radewijk); wijk K (Venebrugge); wijk L (Collendoorn); wijk M (Collendoornerveen); wijk N (Heemserveen); wijk O (Rheezerveen); wijk P (Dedemsvaart); wijk Q (Lutten); wijk R (Slagharen). Commissaris des Konings
163 20-04-1874 Ten aanzien van H. Altena kan ik U mede delen dat ik hem wel geschikt houd voor de betrekking van veldwachter. Op zijn gedrag valt niets aan te merken, weliswaar heeft hij enige malen gevangenisstraf ondergaan wegens jachtdelicten, doch maakt hem zulks naar mijne mening niet ongeschikt om als veldwachter op te treden, daar het slechts subsidiaire straffen zijn geweest, die hij bij gebreke der hem opgelegde boeten onderging. Burgemeester van Gramsbergen
164 21-04-1874 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, Jan ter Wielen, tegen Jan Schutte, landbouwer te Brucht, wegens het doen lopen en grazen van schapen op een stuk roggeland aldaar, toebehorend aan Hendrikje Grendelman, weduwe van Jan ter Wielen te Brucht. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerecht Ommen
165 21-04-1874 .. ..
166 24-04-1874 .. ..
167 24-04-1874 .. ..
168 24-04-1874 Onder terugzending der bijlagen gevoegd geweest bij Uw missive d.d. 20e dezer, nr. 841, heb ik de eer te berichten dat het mij voorkomt dat bedoelde knaap die ik voor mij heb doen verschijnen, weinig verstandelijk is ontwikkeld. Het kwam mij voor dat hij hoegenaamd geen denkbeeld heeft gehad, dat er in de ontvreemding ten nadele van Bras te Gramsbergen gepleegd, enig kwaad stak. Dat hij de waarde van het ontvreemde niet heeft gekend, blijkt ook zonneklaar uit de wijze waarop hij die voorwerpen verkocht of verkwanselde. Het zoude te betreuren zijn als een kind voor een daad, waarvan hij noch de gevolgen noch de strekking begreep in een gevangenis werd opgesloten. Kan de zaak niet buiten vervolging blijven, uithoofde van ontoerekenbaarheid, dan zoude de opsluiting in een verbeterhuis wenselijk zijn, ofschoon zodanige detentie, voor een knaap als hij, wordt ontslagen toch altijd een fletrissure (brandmerk, smaad) blijft. Het komt mij voor dat degene die de waarde der ontvreemde voorwerpen kende en geen aangifte deed, dat die of gevonden of op een andere wijze in zijn bezit kwamen, strafbaarder is dan een kind dat die voorwerpen zag, die begeerde en de kans schoon ziende, die ontvreemde. Volgens informatie is de verdachte L. Bouwmeester, in de gemeente Gramsbergen geboren, zodat het geboorte-extract door mij niet kan worden overlegd. Officier van Justitie te Deventer
169 25-04-1874 .. ..
170 25-04-1874 Begraafplaatsen. Naar aanleiding van een besluit van heren Gedeputeerde Staten dezer provincie d.d. 23e dezer nr. 1562/1165, hebben wij de eer ter Uwer kennis te brengen namens den Koning vanwege den Minister, betrekkelijk het verzoek door U gedaan om ontheffing van de verplichting tot afsluiting van de onder Uw beheer staande begraafplaats, welke afsluiting wegens te lage heg niet aan art. 18 alinea 1 der wet van 10 april 1869 voldoet. Dat men de te lage heg slechts behoeft te laten opgroeien, tot de bij de wet voorgeschreven hoogte en geen ontheffing als gevraagd wordt, nodig is. Heren Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Lutten
171 25-04-1874 Idem R.C. Kerkbestuur te Slagharen
172 27-04-1874 .. ..
173 27-04-1874 Aanvraag vrijdom van grondbelasting voor G.H.J. Kleine Staarman, vervener te Dedemsvaart, wegens stichting van een gebouw. Gedeputeerde Staten
174 27-04-1874 Eene vroeger sollicitant ter vervulling der vacante school te Collendoorn, met name B.T. Huis te Assen, is bereid die school tijdelijk waar te nemen. Hij zoude dadelijk disponibel zijn. Ik heb hem geschreven zijne stukken zo spoedig mogelijk in te zenden. Zou U bij de schoolopziener Boom niet informeren willen betrekkelijk de geschiktheid van gezegde Huis. Is hij b.v. minder geschikt dan wordt zijne aanstelling tot tijdelijke waarnemer mijns inziens minder wenselijk. Benekers heeft een andere benoeming aangenomen. Schoolopziener te Eerde.
175 27-04-1874 Afsluiting van begraafplaatsen. Naar aanleiding van een besluit van heren Gedeputeerde Staten dezer provincie hebben wij de eer U bij deze aan te sporen om de onder Uw beheer staande begraafplaats, gelegen in deze gemeente, alsnog volgens de voorschriften der wet, af te sluiten of anders aan den Koning ontheffing te vragen van de verplichting tot afsluiting volgens de wet, tevens moeten wij U hierbij opmerkzaam maken, dat bij nalatigheid van dit een en ander de begraafplaats zal worden gesloten, wordende door Gedeputeerde Staten van ons op den 15 mei e.k. nader bericht verwacht in hoeverre hieraan gevolg is gegeven. Beheerders van het Israëlitische kerkhof te Ambt Hardenbergh
176 28-04-1874 Geen instellingen van weldadigheid. Gedeputeerde Staten
177 28-04-1874 Aantal kiezers voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal: 116, voor de Provinciale Staten: 116 en voor de Gemeenteraad: 213. Commissaris des Konings
178 28-04-1874 .. ..
179 28-04-1874 Onder terugzending der stukken, gevoegd geweest bij Uw missive d.d. 23e dezer nr. 854, heb ik de eer te berichten dat Jan Heijink is geboren te Ambt Hardenbergh op den 8e september 1819; aldaar woont te Diffelen; is gehuwd; heeft vier kinderen; is Nederduits Hervormd; kan lezen en schrijven, het laatste gebrekkig; niet anders dan gebrekkig een proces-verbaal kan opmaken; is Nederlander. Wijders dat Jan Heijink eene benoeming als onbezoldigd rijksveldwachter wel wil aannemen. Ik voeg hierbij een proces-verbaal door Jan Heijink geschreven, echter door een ander gesteld, wijl hij mededeelde nimmer een proces-verbaal gezien te hebben. Uit die proef kan genoegzaam blijken dat Heijink geen grote vorderingen in de schrijfkunst heeft gemaakt. Op zijn zedelijk gedrag vallen geen aanmerkingen te maken en zoude ik, daar de ingezetenen van Diffelen hem wenschen aangesteld te zien, ten einde voornamelijk te surveilleren op het laten inweiden van schapen door anderen op hunne weidegronden, en als er geen bezwaren bestaan tegen zijn benoeming uithoofde van zijn gebrekkig schrift, ik het wenselijk vond dat hem een commissie als onbezoldigd rijksveldwachter verstrekt werd. Officier van Justitie te Deventer
180 29-04-1874 In antwoord op Uw missive d.d. 28e dezer nr. 2/1319, heb ik de eer te berichten dat de bij die missive bedoelde Jan Stoffers niet zeer gunstig bekend stond. Als ik mij niet bedrieg is hij reeds meermalen met de justitie in aanraking geweest, wegens diefstal. De laatste maal dat ik van gezegde Jan Stoffers iets vernam, is reeds enige jaren verleden, en betrof zulks een mishandeling die zijn vader van hem onderging. Ik meen echter dat die zaak niet geleid heeft tot een veroordeling. Zeker is het evenwel dat hij Stoffers hier zeer slecht ter name en fame stond. Procureur-generaal in Drenthe
181 28-04-1874 Bij deze hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van een besluit van heren Gedeputeerde Staten dezer provincie d.d. 23 april jl. nr 1423/1157, met verzoek aan de inhoud daarvan gevolg te willen geven, door de onder Uw beheer staande begraafplaats alsnog volgens de voorschriften der wet af te sluiten, of anders aan den Koning ontheffing te vragen van de verplichting tot afsluiting volgens de wet. Het R.C. Kerkbestuur te Slagharen
182 28-04-1874 Bij deze hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van een besluit van heren Gedeputeerde Staten dezer provincie d.d. 23 april jl. nr 1423/1157, met verzoek aan de inhoud daarvan gevolg te willen geven, door de onder Uw beheer staande begraafplaats alsnog volgens de voorschriften der wet af te sluiten, of anders aan den Koning ontheffing te vragen van de verplichting tot afsluiting volgens de wet. Kerkvoogden der Hervormde Gemeente Lutten
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
183 01-05-1874 Opneming der gemeentekas per 29e april jl. Gedeputeerde Staten
184 01-05-1874 Aanvraag vrijdom grondbelasting door G. Hekman, winkelier te Rheeze, wegens bijbouw ener woning. Gedeputeerde Staten
185 01-05-1874 Onder terugzending van de brief gevoegd geweest bij Uw missive, d.d. 29e april jl., nr. 903, heb ik de eer te berichten dat gelijk naar waarheid in den brief wordt gezegd dat de huisvrouw van P. van Os gebrekkig is en wel enige oppassing behoeft. Ook is het waar dat er tegenwoordig voor P. van os iets te verdienen valt, zo hij namelijk wil arbeiden. Ingeval het verzoek van Van Os wordt ingewilligd vervalt voor hem een reden om zich van de arbeid te onthouden, en daardoor tevens de reden, om ondersteuning te vragen. Ik neem derhalve de vrijheid het verzoek van P. van os te ondersteunen. Officier van Justitie te Deventer
186 01-05-1874 In voldoening aan Uw apostillaire beschikking van de 27e april jl. nr. 1252, en onder terugzending der daarbij in onze handen gestelde bijlage, hebben wij de eer te berichten dat J.G. van Dragt, kapitein bij de rustende schutterij alhier, werkelijk deze gemeente en provincie gaat verlaten, en dat zulks de reden is dat hij zijn eervol ontslag als zodanig verzoekt. Er bestaan naar onze mening hoegenaamd geen bezwaren tegen de inwilliging van dat verzoek. Commissaris des Konings
187 01-05-1874 Onder terugzending der bijlagen gevoegd geweest bij Uw missive d.d. 29e april jl. nr. 905, heb ik de eer te berichten dat naar ik mij herinner de diefstal van berken rijs door K. Hubers alhier, is gepleegd onder omstandigheden die het mij moeilijk maken gunstig op zijn verzoek om gratie of vermindering van straf te adviseren. De diefstal geschiedde ten nadele van de heer Dr. F.W. van riemsdijk, die reeds dikwijls geklaagd had over kleine dieverijen van hout, waarom dan ook ten zijnen verzoeke een onbezoldigd gemeenteveldwachter werd aangesteld. Gemelde heer Van Riemsdijk gaf aan Hubers verlof om een a twee stokken te snijden, en maakte Hubert van die gelegenheid gebruik het berkenrijs te ontvreemden, terwijl alle pogingen in het werk gesteld werden om den onbezoldigde veldwachter, belast met het toezicht op het bosch, van het terrein verwijderd te houden, welke toeleg evenwel mislukte. Officier van Justitie te Deventer
188 02-05-1874 .. ..
189 04-05-1874 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de afgelopen week bij mij aangifte is gedaan van twee gevallen van roodvonk in een gezin. Inspecteur van ’t geneeskundig bestuur
190 04-05-1874 Kennisgeving van aankomst van Johannes Makkinga der lichting 1872. Burgemeester van Stad Ommen
191 04-05-1874 .. ..
192 05-05-1874 Ontslag uit den dienst der militie. Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen twee paspoorten voor de zich in Uwe gemeente bevindende miliciens Albert Holleboom en Pieter Bosch, met verzoek die aan hen te willen doen uitreiken, en mij daarvan de verzekering te geven. Burgemeester van Ambt Ommen
193 05-05-1874 Als voren van Jan Kok. Burgemeester van Avereest
194 05-05-1874 Als voren van Klaas Mensink Burgemeester van Oldebroek
195 05-05-1874 Als voren van Wilhelm Gasman Burgemeester van Coevorden
196 05-05-1874 Als voren van Albert Gort Burgemeester van De Wijk
197 05-05-1874 Als voren van Johannes Albertus Roelink Burgemeester van Dalen
198 05-05-1874 Als voren van Willem Booij Burgemeester van Zuidwolde
199 05-05-1874 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de stukken van den hoofdonderwijzer B.F. Huis, die zich voor de tijdelijke waarneming der school te Collendoorn heeft aangeboden, met verzoek ons daaromtrent Uw gevoelen te willen mededelen. Schoolopziener te Eerde
200 05-05-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand april 1874. Geneeskundig bestuur
201 05-05-1874 Kennisgeving van vertrek van Jan Hendrik Grevelman der lichting 1870. Burgemeester van Vriezenveen
202 06-05-1874 Onder terugzending van bijgaande brief van den heer burgemeester van Hasselt, heb ik de eer U mede te delen dat Anthony van der Vecht zich alhier niet ter inschrijving voor de schutterij heeft aangegeven, en niet op de algemene rol voorkomt. Burgemeester van Zwolle
203 06-05-1874 In voldoening aan Uw apostille d.d. 5e dezer, heb ik de eer onder terugzending van stukken, hierbij een verklaring over te leggen, wanneer de betrokken persoon in dit rijk is komen wonen. Commissaris des Konings
204 06-05-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, tegen Aleida Bouck, huisvrouw van Jan Harm Einhaus te Slagharen, wegens mishandeling van Christina van der Feltz, weduwe van Willem Coolloos, mede aldaar wonende. Officier van Justitie te Deventer
205 08-05-1874 Zekere B.F. Huis, hoofdonderwijzer, geeft voor sedert 17 januari jl. in Uwe gemeente te hebben gewoond of domicilie te hebben gehad. Hij was reizend agent van de Northern Pacific Spoorweg Maatschappij. Deze persoon wenst in deze gemeente te worden aangesteld als onderwijzer. Bij de overgelegde stukken ontbreekt echter een certificaat van goed gedrag, lopende over de tijd die hij te Rotterdam doorbracht. Mogen wij U beleefd verzoeken om dat certificaat met enige spoed te willen doen geworden en ons tevens met zo mogelijk enige informatie ten aanzien van zijn eerlijkheid enz. te willen verstrekken. B&W van Rotterdam
206 09-05-1874 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een afschrift van een besluit van heren Gedeputeerde Staten dezer provincie, d.d. 6 mei jl. nr 1797/1302, betrekkelijk de afsluiting der onder Uw beheer staande begraafplaats gelegen in deze gemeente. Kerkbestuur der Israëlitische gemeente te Hardenberg
207 11-05-1874 In antwoord op Uw missive d.d. 8e dezer nr. 330, heb ik de eer te berichten dat de vader van de door U bedoelde marechaussee J.F. Buring, alhier den 13e april jl. is overleden. Majoorcommandant der divisie koninklijke marechaussee van Limburg
208 11-05-1874 Ter regeling van dringende familieaangelegenheden enz. verzoek ik U beleefdelijk mij verlof tot afwezigheid toe te staan, ingaande woensdag den 13e dezer en eindigende woensdag den 27e daaraan volgende. Gedurende mijne afwezigheid die waarschijnlijk geen 14 dagen zal aanhouden, zal er behoorlijk in de functie van secretaris voorzien worden. Commissaris des Konings
209 13-05-1874 Terugzending paspoort van milicien Derk Jan Nijman. Commissaris des Konings
210 13-05-1874 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat Bernardus Kosse, milicien der lichting 1870 uit deze gemeente, en behorend tot Uw onderhebbend regiment, op heden alhier is gehuwd. Commanderend officier van het 5e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
211 14-05-1874 .. ..
212 14-05-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 19e februari jl. nr. 430, hebben wij de eer te berichten dat aan de bepaling bij art. 12 der wet van 4 december 1872 (staatsblad nr. 134) voor zoveel de algemene begraafplaatsen en de bijzondere te Lutten en Slagharen, is voldaan, terwijl op die te Sibculo een locaal in aanbouw is, en hebben kerkmeesters der Israëlitische gemeente te Hardenberg ons te kennen gegeven, dat de aanbesteding van het door hen in ter richten locaal op de onder hun beheer staande begraafplaats in deze gemeente reeds heeft plaats gehad en spoedig zoude gereed zijn. Commissaris des Konings
213 16-05-1874 Benoeming tegenschatters: Albertus Hamhuis en Jan van Dijk Commissaris des Konings
214 16-05-1874 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Hermannus Veltrop der lichting van 1870 uit deze gemeente, en behorend tot Uw onderhebbend regiment, alhier op de 13e februari jongstleden is gehuwd. Commanderend officier van het 5e regiment infanterie te ’s-H’bosch
215 16-05-1874 .. ..
216 17-05-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter Aart Daniel Schut, tegen Hendrik Jan van Tubbergen, kleermaker te Bruchterveld in deze gemeente, wegens het ontvreemden van een lap laken, ten nadele van Jan Kruithof, landbouwer mede aldaar wonende. Officier van Justitie te Deventer
217 19-05-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 16e dezer nr. 239/377, heb ik de eer mede te delen dat het bevolkingscijfer dezer gemeente bij den aanvang van dit jaar bedroeg: 7349. Een kom of agglomeratie bestaat hier niet. Controleur der directe belastingen te Ommen
218 19-05-1874 .. ..
219 20-05-1874 .. ..
220 20-05-1874 .. ..
221 23-05-1874 .. ..
222 23-05-1874 .. ..
223 26-05-1874 Kennisgeving van vertrek van Hendrik Jan Altena der lichting 1873. Burgemeester van Gramsbergen
224 27-05-1874 .. ..
225 29-05-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 24e dezer nr. 244, heb ik de eer onder terugzending van stukken aan U te doen toekomen een proces-verbaal van verhoor van Roelof Keijzer, scheepsjager wonende te Slagharen in deze gemeente. Officier van Justitie te Zwolle
226 29-05-1874 Overlijden van de burgemeester der gemeente. Ik vinde mij in de treurige noodzakelijkheid U bij deze kennis te moeten geven dat de burgemeester der gemeente, de heer H.N. van Roijen op gisterenmorgen den 28e dezer te Assen is overleden. Commissaris des Konings
227 29-05-1874 In antwoord op Uw missive d.d. 18e dezer, betreffende de schouw der Radewijkerbeek op 15 juni aanstaande, heb ik de eer te berichten dat ik mij op gemelde dag des morgens 10 uur op de voorgestelde plaats bij Schultman te Heesterkante zal bevinden. Ambthauptmann te Neuenhaus
228 30-05-1874 .. ..
229 30-05-1874 .. ..
230 30-05-1874 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 16 mei jl. nr. 1904, hebben wij de eer onder terugzending van het daarbij gevoegde adres van de kerkvoogden der Nederduitsch Hervormde gemeente te Lutten te berichten dat de afsluiting van de onder het beheer van adressanten staande begraafplaats, bestaat in een ijzeren hek op stenen voet, ter hoogte van ruim 1.50 meter, zoals ten requeste wordt opgegeven. Dat het overeenkomstig de waarheid is dat de fondsen dier kerkelijke gemeente niet bijzonder ruim zijn, zodat het stellen van een nieuwe afsluiting tot de bepaalde hoogte bezwarend voor haar zoude zijn. En in aanmerking nemende dat de begraafplaats overigens is omheind, door een heg van esschenhout ter voldoende hoogte en geheel afgelegen van den openbare weg, zo is ons advies strekkende om de gevraagde ontheffing te verlenen. Gedeputeerde Staten
231 30-05-1874 .. ..
232 30-05-1874 .. ..
232 30-05-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt en mij heden toegezonden door de onbezoldigde rijksveldwachter Jan Rink te Avereest, tegen Egbert Odink, arbeider, wonende te Rheezerveen, in deze gemeente, wegens jachtovertreding. Officier van Justitie te Deventer
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
234 01-06-1874 Aanvragen vrijdom van grondbelasting van J.B. Bolks, en F.J. Schutte, wegens stichting van gebouwen. Gedeputeerde Staten
235 01-06-1874 Kennisgeving van aankomst van Lucas Wolf, der lichting 1870. Burg. van Avereest
236 02-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter J. Heijink te Diffelen tegen Hendrik Hazelaar, schaapherder bij Hendrik Jan Nijman te Rheezerveen, wegens het doen lopen en grazen van een kudde schapen op een akker groenland behorend aan Berend Nijhuis, landbouwer te Diffelen. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
237 05-06-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand mei 1874. Inspecteur te Kampen
238 05-06-1874 .. ..
239 06-06-1874 Wij hebben de eer U bij deze mede te delen dat de raad dezer gemeente in zijne vergadering van de 5e dezer heeft benoemd tot tijdelijk wethouder der gemeente, de heer Gerrit Jan Odink. Gedeputeerde Staten
240 08-06-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 23e april jl., nr. 1423/1157, hebben wij de eer te berichten dat de beheerders der Israëlitische en R.C. begraafplaatsen en die der Hervormde gemeente te Lutten, dadelijk na ontvangst van gemeld besluit met den inhoud daarvan door ons zijn bekend gemaakt en hen aangespoord die begraafplaatsen alsnog volgens de voorschriften der wet af te sluiten of anders aan den Koning ontheffing te vragen van de verplichting tot afsluiting volgens de wet. Tengevolge daarvan is door de beheerders der R.C. begraafplaats te Slagharen dezelve thans volgens de wet afgesloten, en is door die van de Hervormde gemeente te Lutten, ontheffing aangevraagd, terwijl de beheerders der Israëlitische begraafplaats ons hebben te kennen gegeven dat door hen het daarstellen van een nieuwe afsluiting volgens de wet reeds was aanbesteed en spoedig gereed zoude zijn. Gedeputeerde Staten
241 08-06-1874 Volgens een bij mij ontvangen missive van de heer Commissaris des Konings in de provincie Overijssel, is den opgeroepen milicien verlofganger Johannes Barends, achtergebleven. Gemelde verlofganger is volgens Uw missive van de 24e september 1873 nr. 4822, direct op Uwe gemeente gedirigeerd, komende van zijn korps. Ik verzoek U mij wel ten spoedigsten de reden van dat achterblijven te willen mede delen. Burgemeester van Amsterdam
242 08-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de gemeenteveldwachter P. Snoeijer alhier, op verzoek van Jacob Booij, arbeider wonende te Lutten, tegen Jan Benjamins, arbeider mede aldaar wonende, wegens het doen lopen en grazen van drie geiten in de oogst staande rogge van gemelde Jan Booij. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
243 08-06-1874 Ik heb de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger der lichting 1871 uit deze gemeente, J. Kiefte, ten Uwent verblijf houdende, tegen den 19e juni a.s. in werkelijke dienst is opgeroepen. Burgemeester van Coevorden
244 08-06-1874 Ik heb de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger J.H. Stoud der lichting 1871 uit deze gemeente, ten Uwent verblijf houdende, tegen den 19 juni a.s. in werkelijke dienst wordt opgeroepen. Burgemeester van Den Ham
245 08-06-1874 Ik heb de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger der lichting 1871 uit deze gemeente, H. van de Belt, ten Uwent verblijf houdende, tegen den 19e juni a.s. in werkelijke dienst wordt opgeroepen. Burgemeester van Ambt Ommen
246 08-06-1874 Als voren aan de milicien verlofganger Wijtse Hoogeveen der lichting 1871. Burgemeester van Hoogeveen
247 08-06-1874 Als voren aan de milicien verlofganger Gerrit Schollink, der lichting 1871. Burgemeester van Gramsbergen
248 08-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een aangifte volgens art. 38 der wet van de 26e mei 1870, van A. de Vries te Dedemsvaart, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
249 09-06-1874 Ingevolge Uw missive den 7e dezer nr. 87, heb ik de eer de appellijst van de miliciens verlofgangers, welke op den 13e dezer aan het onderzoek moeten deelnemen, bij deze weder aan U in te zenden. Kolonel militiecommissaris te Zwolle
250 09-06-1874 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat door ons is besloten in overleg met den districtsschoolopziener de tijdelijke waarneming der vacante school te Collendoorn aan U op te dragen. De jaarwedde bedraagt f. 500,- Het zal ons aangenaam zijn U ten spoedigsten in functie treed. F.B. Huis, onderwijzer te Assen
251 10-06-1874 Kennisgeving van aankomst van Koop Kok der lichting 1872. Burgemeester van Gramsbergen
252 10-06-1874 Kennisgeving van aankomst van Koop Kok der lichting 1872. Burgemeester van Avereest
253 10-06-1874 Aangifte vrijdom van grondbelasting van G. Schepers, landbouwer alhier, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
254 10-06-1874 In voldoening aan hetgeen is vervat in de aanschrijving van den heer commissaris des konings d.d. 26 mei 1858, heb ik de eer mede te delen dat het zich laat aanzien het jachtveld in deze gemeente voor het aanstaande jachtseizoen niet ruim van wild zal voorzien zijn. De oorzaak hiervan moet voornamelijk gezocht worden in het veldwild dat jaarlijks door stropers wordt gedood, waardoor de voortteling aanmerkelijk verminderd. Schadelijk gedierte wordt niet in diermate aangetroffen dat het noodzakelijk is, ter beteugeling daarvan, maatregelen te nemen. Commissaris des Konings
255 10-06-1874 Ik heb de eer U mede te delen dat het paspoort mij geworden bij Uw missive d.d. 26e mei jl. nr. 503, aan de belanghebbende Gijsbertus Fraterman is uitgereikt. Burgemeester van Steenwijkerwold
256 11-06-1874 Onder overlegging van verklaringen van den geneesheer H.T.M. Koster te Lutten in deze gemeente, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Jan Harm Kollen, lichting 1870, en Albertus Hendrikus Nijenhuis, lichting 1872, door ziekte verhinderd worden, op den 13e dezer aan het onderzoek deel te nemen. Kolonel militiecommissaris te Zwolle
257 11-06-1874 Op den 23e februari jl. heeft de milicien verlofganger Ebel Harkes de Graaf der lichting 1871 alhier kennis gegeven dat hij deze gemeente wilde verlaten en zich in Uwe gemeente vestigen. Geen bericht van aankomst van U ontvangen hebbende verzoek ik U mij wel te willen berichten of hij zich bij U heeft aangegeven. Burgemeester van Den Ham
258 11-06-1874 In antwoord op Uw missive den 8e dezer nr. 1190, heb ik de eer te berichten dat ik de veldwachter die aan Derk de Groot de oproeping tot het ondergaan zijner gevangenisstraf heeft gebracht, wederom naar gemelde de Groot heb gezonden, ten einde te informeren waarom hij niet aan de oproeping heeft voldaan, aan wien de Groot heeft ten antwoord gegeven, dat hij niet kon vertrekken omdat het een drukke tijd was, en ook geen reisgeld had, en wanneer ze hem wilden hebben, dat ze hem dan maar moesten halen. Officier van Justitie te Deventer
259 11-06-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 6e dezer nr. 1690/1390, heb ik de eer te berichten dat blijkens kennisgeving van de heer burgemeester van Amsterdam de milicien verlofganger Johannes Barends der lichting 1870 uit deze gemeente aldaar den 20 september te voren is aangekomen, komende van zijn korps. Dat genoemde milicien verlofganger niet heeft voldaan aan de oproeping om onder de wapenen te komen kan aan hem niet worden verweten, daar ik tot mijn leedwezen heb opgemerkt dat dezerzijds abusievelijk verzuimd is, ingevolge de 2e alinea van art. 30 der voorschriften, provinciaal blad nr. 10 van dit jaar, aan den burgemeester van Amsterdam de last tot oproeping mede te delen. Waaromtrent ik U beleefdelijk verschoning verzoek. Commissaris des Konings
260 12-06-1874 Onder overlegging ener geneeskundige verklaring heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Evert Wind der lichting 1871 wegens ziekte verhinderd wordt op den 13e dezer aan het onderzoek deel te nemen. Kolonel militiecommissaris te Zwolle
261 15-06-1874 Kennisgeving van aankomst van A.A.H. Hertsenberg, milicien der lichting 1873. Burgemeester van Avereest
262 16-06-1874 Ingevolge Uw verzoek heb ik de eer hierbij een verbeterd proces-verbaal opgemaakt door de veldwachter Snoeijer, aan U te doen toekomen, benevens een proces-verbaal van verhoor der getuigen. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
263 16-06-1874 Aanvraag vrijdom grondbelasting t.b.v. L.E. Wind, vervener te Dedemsvaart, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
264 16-06-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 11e dezer nr. 1206, heb ik de eer onder terugzending van stukken te berichten dat Hendrik Altena is geboren te Ambt Hardenberg op den 15e juni 1843; is gehuwd, heeft 2 kinderen; is Nederduitsch Hervormd; is gedurende 15 maanden in militaire dienst geweest bij het regiment grenadiers en jagers, straf is hem niet opgelegd; heeft vroeger geen burgerlijke betrekking bekleed; op zijn maatschappelijk en zedelijk gedrag valt niets aan te merken, evenmin op zijn trouw en eerlijkheid; kan goed lezen en behoorlijk schrijven; verstaat geen andere moderne taal; heeft een zeer goed voorkomen, en heeft een flinke lichaamsbouw zonder gebreken; is niet in het bezit ener commissie van rijksveldwachter. Voorts voeg ik hierbij een proef proces-verbaal alsmede een geneeskundig certificaat omtrent zijn lichaamstoestand en gezondheid en kan ik U ten aanzien van rekwestrant mede delen dat ik hem wel geschikt acht voor de betrekking van rijksveldwachter, opziener der jacht en visserij. Op zijn gedrag valt niets aan te merken, weliswaar heeft hij een paar malen gevangenisstraf ondergaan wegens jachtdelicten, doch maakt hem zulks naar mijne mening niet ongeschikt om in de door hem verzocht wordende betrekking op te treden, daar het slechts subsidiaire straffen zijn geweest, die hij bij gebreke der hem opgelegde boeten onderging. Later is hij gedurende drie jaren voorzien geweest van een jachtakte. Uit een en ander kan worden afgeleid dat hij met jachtzaken niet onbekend is, en als opziener der jacht en visserij goede diensten zoude kunnen bewijzen. Officier van Justitie te Deventer
265 16-06-1874 Aanvraag ter bekoming eener kleine visakte van B.F.N.J. Keizer, rooms-katholiek kapelaan te Slagharen in deze gemeente. Commissaris des Konings
266 17-06-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 15e dezer nr. 91, heb ik de eer U hieronder opgave te doen der militaire kledingstukken van den milicien verlofganger Gerrit Schottert, der lichting 1872, behorende tot het 5e regiment infanterie die ten huize van zijne ouders door brand zijn vernield geworden, als: een blauwe pantalon, een mouwvest, een kwartiermuts, een onderbroek, een hemd, twee paar schoenen, een paar sokken, een halsdas, een kleerklopper, een knoopenschaar, een vetdoos, een schoenborstel, een kleerborstel, een slotborstel, een naaizakje, een postzak, een linnenzak voor miliciens, een haarkam, een paar broekdraagbanden, alsmede zijn zakboekje en verlofpas. Voorts dat wij de redenen waarom de verlofganger Heinrich Herman Albers niet bij het onderzoek aanwezig was, onbekend zijn.Gemelde verlofganger heeft reeds sedert enige tijd deze gemeente verlaten, zonder kennisgeving waar hij zich ging vestigen, doch ontving ik d.d. 7 maart jl. een schrijven van de heer majoor commandant van het 5e regiment infanterie te Geertruidenberg, met verzoek een bewijs van goed gedrag van gemelde H.H. Albers aan hem te willen doen toekomen, vermoedelijk heeft hij een vrijwillige verbintenis aangegaan, doch officieel is daarvan bij mij niets bekend. Kolonel militiecommissaris te Zwolle
267 17-06-1874 Als voren opgave der verbrande kledingstukken van Gerrit Schottert der lichting 1872. Commanderend officier van het 5e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
268 18-06-1874 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 16e dezer nr. 1830, heb ik de eer onder terugzending van stukken te berichten dat het uittreksel uit de staat model nr. 19, betreffende den milicien Jan Herm Moltman, terecht onder dien naam is opgemaakt, ten blijke waarvan een geboorte-extract van derzelven hiernevens gaat. Commissaris des Konings
269 18-06-1874 Bij deze nemen wij de vrijheid U beleefd te verzoeken de jaarlijkse collecte voor het fonds tot aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden die alhier in de loop der volgende week zal plaats hebben, op aanstaande zondag wel te willen aanbevelen. Ds. Visser te Lutten
270 18-06-1874 Als voren. Ds. Vos te Lutten
271 18-06-1874 Als voren. Ds. Op ’t Holt te Heemse
272 18-06-1874 Als voren. Ds. Callenbach te Hardenberg
273 18-06-1874 Kennisgeving van vertrek van Jan Harm Kollen der lichting 1870. Burgemeester van Gramsbergen
274 18-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier ten verzoeke van Gerrit Jan Schollink, schoorsteenveger te Dedemsvaart, tegen Leo Denneboom en Gerrit Sloothaak, wegens mishandeling van gemelde Schollink. Officier van Justitie te Deventer
275 18-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter Schut alhier, ten verzoeke van Tiemen Schuurhuis te Dedemsvaart, tegen Harm Hendrik Kleine Staarman, landbouwer aldaar, wegens het doen lopen van koeien op gronden van gezegde Schuurhuis, bezaaid met haver en gras. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
276 20-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee processen-verbaal opgemaakt door Jan Heijink, onbezoldigd rijksveldwachter alhier. 1e tegen Hendrik Hazelaar, schaapherder bij Hendrik Jan Nijman, landbouwer te Rheezerveen, in deze gemeente, wegens het doen weiden van schapen op grond bezet met russchen en gras, gelegen in het Diffelerveld, toebehorend aan de weduwe Gerrit Jan Warmink wonende te Diffelen; 2e tegen Janna Hakkers te Rheezerveen, wegens het doen weiden van schapen op grond bezet met heide gelegen in het Diffelerveld, toebehorend aan de weduwe Gerrit Vrielink, wonende te Diffelen. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
277 20-06-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 18e dezer, heb ik de eer U te berichten dat het Collegie van Zetters door mij tegen donderdag den 25e juni e.k. voor de classificatie der patenten zal worden bijeengeroepen. Controleur te Ommen
278 20-06-1874 Bij deze hebben wij de eer U mede te delen dat de tijdelijk waarneming der school te Collendoorn is opgedragen aan den hoofdonderwijzer B.F. Huis, die op maandag den 15e dezer in functie is getreden. Schoolopziener te Eerde
279 22-06-1874 Bij deze heb ik de eer U te berichten dat de kennisgeving op een door P. van Os te Slagharen ingediend rekwest om gratie, voor zijnen zoon Arie van Os, mij geworden bij Uwe missive d.d. 19e dezer, nr. 1246, aan den belanghebbende is uitgereikt. Officier van Justitie te Deventer
280 22-06-1874 In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 18e dezer, nr. 1852/1521, hebben wij de eer hierbij aan U te doen toekomen een lijst van niet-geëxamineerde veeartsen in deze gemeente. Commissaris des Konings
281 23-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter Schut alhier, tegen Evert Bouwhuis, knecht bij Jacobus Kollen te Lutten, wegens het afsteken van grond van enen openbare weg te Lutten in deze gemeente. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
282 23-06-1874 Kennisgeving van vertrek van Frederik Kamphuis der lichting 1870. Burgemeester van Gramsbergen
283 23-06-1874 Kennisgeving van aankomst van Hendrik Jan Veltman der lichting 1870. Burgemeester van Gramsbergen
284 23-06-1874 Kennisgeving van aankomst van Gerrit Mink der lichting 1870. Burgemeester van Ambt Ommen
285 23-06-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter Engbert Rutger van Faassen, tegen Gerrit Jan Overweg, schaapherder te Diffelen, wegens het doen lopen van een kudde schapen op de berm van de kunstweg van Ommen naar Hardenberg. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
286 23-06-1874 Aanvraag vrijdom van grondbelasting voor G. Schepers, landbouwer alhier, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
287 26-06-1874 In voldoening aan art. 30, 2e alinea van het besluit van den heer Commissaris des Konings in de provincie Overijssel van den 21e februari 1874, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien verlofganger Johannes Barends der lichting 1870 uit deze gemeente, behorende tot het 5e regiment infanterie, is opgeroepen om onder de wapenen te komen. Gemelde milicien had reeds den 20e mei jl. onder de wapenen moeten komen, doch is door omstandigheden (niet aan hem te wijten) achter gebleven. Blijkens missive van den heer Commissaris des Konings d.d. 25e dezer, nr. 1932/1603, moet voornoemde milicien nu alsnog ten spoedigste onder de wapenen komen, en behoord op zijn verlofpas te worden vermeld, dat de reden van zijn achterblijven niet aanhem is te wijten. Aangezien gezegde verlofganger volgens missive van den burgemeester van Amsterdam d.d. 13e juni jl. nr. 2760, thans in Uwe gemeente verblijf houdt, verzoek ik U hem van zijne oproeping in werkelijke dienst te willen doen kennis geven, en wel dat hij zich ten spoedigste bij zijn korps moet vervoegen.Tevens verzoek ik U mij te willen berichten of de verlofganger al dan niet, aan de oproeping heeft voldaan, daar hieromtrent door mij aan de heer Commissaris des Konings in deze provincie moet worden kennis gegeven. Burgemeester van Petten
288 26-06-1874 Bijgaand bevel tot het ondergaan van gevangenisstraf door A.J. Leemhuis werd mij heden ter hand gesteld door de burgemeester van Stad Hardenberg, daar Leemhuis in mijne gemeente woonachtig is. Aangezien aan dezelfde persoon op heden ook een bevel tot ondergaan van vijftien dagen cellulaire gevangenisstraf te Deventer is uitgereikt, alwaar hij zich ook binnen 8 dagen moet aanmelden, heb ik vermeend het bevel door U afgegeven te moeten terugzenden, aangezien hij de straf te Almelo nu later zal moeten ondergaan, als vallende die tegelijk met die van Deventer. Officier van Justitie te Almelo
289 27-06-1874 Begroting Gedeputeerde Staten
290 27-06-1874 In voldoening aan hetgeen is vervat in Uw missive d.d. 27e april jl. nr. 1014, heb ik de eer te berichten dat de daarbij ontvangene bewijzen van ontslag uit den dienst van de miliciens der lichting van 1869, aan de belanghebbenden zijn afgegeven. Commissaris des Konings
291 29-06-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 29e october jl. nr. 2895, heb ik de eer mede te delen dat de daarbij bedoelde J.H. Alerink, op den 27e dezer uit de gevangenis ontslagen in deze gemeente is teruggekeerd. Commissaris des Konings
292 30-06-1874 In voldoening aan hetgeen is vervat in Uw missive d.d. 25e dezer, nr. 1932/1603, heb ik de eer te berichten dat blijkens bericht van den burgemeester van Petten d.d. 28 juni jl. nr. 177, alwaar hij zich het laatst heeft gevestigd, Johannes Barends, milicien verlofganger der lichting 1870, uit deze gemeente, behorende tot het 5e regiment infanterie zijn verlofpas voor zijn vertrek naar het korps had doen afschrijven, met het voornemen zich op maandag den 29e juni in zijne garnizoensplaats aan te melden. Commissaris des Konings
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
293 01-07-1874 In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 24e oktober 1854, heb ik de eer mede te delen dat er in het afgelopen kwartaal op mijn last geen vreemdelingen over de grenzen des Rijks zijn uitgeleid geworden, noch voor zover mij bekend, binnen deze gemeente hebben verkeerd. Procureur-generaal fung. Directeur der rijkspolitie te Zwolle
294 01-07-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag ter bekoming eener grote jachtakte voor de jacht met schietgeweer van R. van Meerendonk, hoofd commies bij ’s Rijks belastingen wonende alhier. De aanvrager is meerderjarig, doch is het mij twijfelachtig of aan hem naar aanleiding van art. 14 der jachtwet een akte behoort te worden geweigerd, daar hij den rang heeft van hoofdcommies, overigens valt hij niet in de termen van uitsluiting. Commissaris des Konings
295 01-07-1874 In voldoening aan uw besluit d.d. 23 oktober 1868, hebben wij de eer mede te delen dat in het afgelopen kwartaal eervol wegens verandering van woonplaats, ontslag is verleend aan den kapitein bij het 4e bataljon 2e compagnie rustende schutterij, Jacob Gijsbert van Dragt. Commissaris des Konings
296 01-07-1874 In deze gemeente zijn geen bewaar- en kleine kinderscholen. Gedeputeerde Staten
297 03-07-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat alhier op den 2e juli 1874 geboren is, Johanna Hendrika Will, waarvan de moeder genaamd Maria Agnes Will in Uwe gemeente woonachtig is. B&W van Nederhorst den Berg
298 03-07-1874 .. ..
299 03-07-1874 .. ..
300 03-07-1874 .. ..
301 03-07-1874 .. ..
302 06-07-1874 Aanvraag vrijdom grondbelasting van G.H. Juurlink, landbouwer alhier, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
303 06-07-1874 Wij hebben de eer U te berichten dat de herstelling der gebreken van de ophaalbrug bij ’t Jachthuis (Jaaghuis) aan de Dedemsvaart, thans heeft plaats gehad. Gedeputeerde Staten
304 06-07-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende juni 1874. Inspecteur te Kampen
305 06-07-1874 Gedurende de afgelopen week is een geval van febris typhoidea aangegeven. Inspecteur te Kampen
306 07-07-1874 Pensioensbijdragen voor de onderwijzers: H.K. de Vries, J.P. Koppelle, J. Jeuring, A. Bouwhuis, H. van ’t Laar, F. aan ’t Rot, G.J. Broekroelofs, G. Kelder, W.E. Timmerman, G.J.H. Dorgelo, G.W. Kastein, J. Kollen en B.J. Snel.  
307 08-07-1874 De in deze gemeente gehouden collecte voor het fonds ter aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst heeft opgebracht de som van f. 38,69 Commissie fonds tot ondersteuning der gewapende dienst.
308 08-07-1874 Oproeping in werkelijke dienst voor de milicien verlofganger Hendrik Schonewille der lichting 1872, behorend tot het 5e regiment infanterie. Burgemeester van Hoogeveen
309 08-07-1874 Oproeping in werkelijke dienst voor de milicien verlofganger Jacobus Gustavus der lichting 1871, behorend tot het 3e regiment vestingartillerie. Burgemeester van Zwolle
310 08-07-1874 .. ..
311 13-07-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 8e dezer nr. 1375, heb ik de eer te berichten dat mij na gedane informatien, bij de ambtenaren van ’s rijksbelastingen in deze gemeente, is gebleken dat alhier geen sluikerij door kinderen wordt gepleegd, en alzo geacht kan worden alhier niet van toepassing te zijn. Officier van Justitie
312 13-07-1874 Aanvraag kleine visakte voor Jan Kooij, bakker te Dedemsvaart. Commissaris des Konings
313 13-07-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut alhier, ten verzoeke van Gerrit Jan Olsman, molenaar te Sibculo, tegen Jan Hendrik Evers, arbeider wonende te Vriezenveen, wegens poging tot mishandeling van gezegde Olsman door hem met een mes in de hand te volgen. Officier van Justitie te Deventer
314 14-07-1874 .. ..
315 16-07-1874 Aanvraag jachtakte voor J.B. Bolks. Commissaris des Konings
316 16-07-1874 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen de som van f. 100,- wegens subsidie over 1873 voor de weg van Avereest naar Heemse, het verzoek het mede hiernevens gaand bevelschrift voor voldaan getekend zo spoedig mogelijk terug te willen ontvangen. B&W van Avereest
317 19-07-1874 .. ..
318 19-07-1874 Wijziging van jaarmarkten te Stad Ommen Gedeputeerde Staten
319 20-07-1874 Wij hebben de eer U te berichten dat op verzoek van de burgemeester van Aengwirden d.d. 22 april jl. nr. 64/7, door ons den 24e daaraanvolgende een nieuwe gespecificeerde declaratie der voorgeschoten verplegingskosten aan het gemeentebestuur aldaar is toegezonden, waarop evenwel tot heden geen betaling is gevolgd. Gedeputeerde Staten
320 22-07-1874 Verwachtingen van de oogst; rogge laat niets te wensen over, terwijl zand- en veenboekweit veel geleden heeft van de vorst, alsmede door de aanhoudende droogte, zodat het zich laat aanzien den oogst niet gunstig zal zijn; aardappelen evenzo, door de aanhoudende droogte komt een groot gedeelte niet tot haren vollen wasdom beloofd een dun beschot; garst en haver vrij goed; vlas beloofd zeer weinig; de hooioogst die hier bijna afgelopen is, is wat de kwaliteit betreft voldoende, de kwantiteit middelmatig. Commissaris des Konings
321 22-07-1874 .. ..
322 22-07-1874 Ik heb de eer mede te delen dat over en in het voorgaande jaar (lichting 1874) alhier voor de nationale militie zijn ingeschreven 71 personen. Commissaris des Konings
323 28-07-1874 .. ..
324 28-07-1874 In antwoord op Uw missive d.d. 25e dezer nr. 342/556, heb ik de eer te berichten dat ik het zeer wenselijk zoude achten, dat de schoolgebouwen in de buurtschappen Radewijk, Brucht, Bergentheim en Rheeze kadastraal ten name dezer gemeente werden gebracht, ten einde niet belastbaar te worden gesteld. De bedoelde scholen zijn het eigendom der gemeente en de grond waarop zij staan feitelijk in het bezit van dezelve. Ingevolge het deswege door U gedane voorstel, neem ik de vrijheid te verzoeken, tot de overboeking, Uwe medewerking wel te willen verlenen. Controleur der directe belastingen te Ommen
325 28-07-1874 .. ..
326 29-07-1874 Opneming der gemeentekas. Gedeputeerde Staten
327 29-07-1874 Aanvraag vrijdom van grondbelasting voor Roelof Mulder te Avereest, wegens ontginning van woeste gronden. Gedeputeerde Staten
328 29-07-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 17e dezer, nr. 1971/1845, heb ik de eer te berichten dat Derk Overweg, loteling der lichting 1874, uit deze gemeente, tot heden alhier niet is teruggekeerd. Commissaris des Konings
329 29-07-1874 Kennisgeving van aankomst van Jan Snijder der lichting 1871. Burgemeester van Gramsbergen
330 29-07-1874 Kennisgeving van aankomst van Gosse Fraterman, lichting 1871. Burgemeester van Zwollerkerspel
331 29-07-1874 Kennisgeving van aankomst van Tiebe Fraterman, lichting 1871. Burgemeester van Steenwijkerwold
332 31-07-1874 Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen een bevelschrift ad f. 8,- ter voldoening der verpleegkosten van L. Leuzing over de tweede drie maanden van het jaar 1874, met verzoek hetzelve voor voldaan te willen tekenen en daarna aan mij terug te zenden. Het bedrag is heden door mij per postwissel aan U verzonden. Bestuurders van ’t Krankzinnigengesticht te Deventer
333 31-07-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door H. Kelder, onbezoldigd veldwachter te Sibculo tegen Derk Jan Rosink en Egbert Rosink aldaar, wegens het doen lopen en grazen van een kudde schapen op gronden van de erven Crul, gelegen te Sibculo in deze gemeente. Ambtenaar bij ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
334 03-08-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een aanvraag ter bekoming van een grote jachtakte met schietgeweer van J.H. Kleine Staarman, landbouwer te Slagharen. Commissaris des Konings
335 04-08-1874 In voldoening aan Uw besluit d.d. 30 juli jl. nr. 2277/2035, hebben wij de eer te berichten dat door de Israëlitische gemeente, ten aanzien hunner begraafplaats thans aan de voorschriften der wet van 10 april 1869, staatsblad nr. 65, is voldaan. Gedeputeerde Staten
336 04-08-1874 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 3 augustus jl. nr. 419, heb ik de eer het daarbij bedoelde geboorte-extract van Hendrik Jan Timmerman aan U te doen toekomen. Officier van Justitie te Zwolle
337 04-08-1874 Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat gedurende de vorige week bij mij een geval van tyfus is aangegeven, met dodelijke afloop. Inspecteur te Kampen
338 04-08-1874 De schoolgebouwen te Radewijk, Brucht, Bergentheim en Rheeze in deze gemeente staan nog steeds kadastraal bekend ten name der markten of buurtschappen, als die te Radewijk sectie D nr. 206, als school groot 0.01.20; te Brucht sectie F nr. 117, school en erf, groot 0.10.22; te Rheeze sectie K nr. 591, school en erf, groot 0.00.80; te Bergentheim sectie H nr. 1127, wegen, groot 3.03.15, op laatstgemeld perceel is thans een nieuw schoolgebouw alwaar ook de vorige die thans is afgebroken heeft gestaan. De bedoelde scholen zijn voor meer dan 30 jaren, door de gemeente gebouwd op gronden staande ten name der buurtschappen of markten, welke gronden destijds gratis aan de gemeente zijn afgestaan, als hebbende voor de marktegenoten geene waarde. Door de verdeling van die markten is de gemeente feitelijk in het bezit dier gronden gekomen. Ten einde nu te voorkomen dat de voornoemde scholen, tengevolge van de herziening der belastbare opbrengst van de gebouwde eigendommen, belastbaar worden gesteld, zo nemen wij de vrijheid Uw tussenkomst in te roepen ten einde gemelde scholen op naam van de gemeente Ambt Hardenberg worden gesteld. Bewaarder van de hypotheken van het kadaster te Deventer
339 05-08-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand juli 1874. Inspecteur te Kampen
340 05-08-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal, opgemaakt door de rijksveldwachter Schut, tegen H.J. Waterink, landbouwer te Anevelde, gemeente Gramsbergen, wegens het doen lopen van 9 stuks koeien in de te velde staande boekweit van H. Nijman te Baalder in deze gemeente. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
341 05-08-1874 Hierbij hebben wij de eer U te doen toekomen 5 aangiften van hoofdonderwijzers voor de vacante school te Collendoorn, als van: J.H. Starink te Deventer; B.F. Huis te Collendoorn; W. Richmand te Wapse; A. Hakkert te Minnertsga en G.J. Kappert te Rhenen. Aalleen van laatstgenoemde zijn de vereiste stukken ingekomen. De overigen zullen die bij het vergelijkend examen overleggen. Wij verzoeken U ons de dag voor het vergelijkend examen bepaald wordende, zo spoedig mogelijk te willen mede delen, ten einde de sollicitanten tijdig te kunnen oproepen. Districtsschoolopziener te Eerde
342 07-08-1874 In functie treding van de burgemeester. Wij hebben de eer U mede te delen dat de heer J. van Barneveld, op gisteren zijne betrekking heeft aanvaard. Commissaris des Konings
343 07-08-1874 Inzending gemeenterekening 1873. Gedeputeerde Staten
344 08-08-1874 Inzending proces-verbaal opgemaakt door A.D. Schut, ten verzoeke van H. Bruggeman, tegen H.J. Waterink te Anevelde, doen lopen van 9 stuks koeien in een weiland van Bruggeman te Baalder. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
345 08-08-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 4 augustus jl. nr. 2344/2008, heb ik de eer te berichten dat de voogd van den loteling A.H. Herting, aan mij heeft te kennen gegeven genoemde loteling door nummerverwisseling in de dienst te willen doen vervangen. Commissaris des Konings
346 10-08-1874 Inzending proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde veldwachter B.J. Bosch te Bergentheim tegen Diena Grooters, in dienst van Jan Harm Espeldoorn en J.H. Woelderink aldaar, wegens het doen weiden van vee in een perceel grasgrond toebehorend aan de markte van Bergentheim. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
347 11-08-1874 Bij deze heb ik de eer U te doen toekomen de bijzondere rol van de manschappen welke in het jaar 1874 van de algemene rol zijn overgenomen om ingelijfd te worden bij de rustende schutterij in deze gemeente. Majoor commandant van ‘t 4e bataljon rustende schutterij in Overijssel, te Heemse
348 11-08-1874 Opgave van personen voor de benoeming van zetters voor ’s Rijks directe belastingen. Commissaris des Konings
349 12-08-1874 Inzending proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut tegen H.J. Waterink, landbouwer te Anevelde, gemeente Gramsbergen, wegens het doen lopen en grazen van negen stuks koeien op de grond van Hendrik Bruggeman te Baalder. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
350 12-08-1874 Aangifte vrijdom grondbelasting van W. Brink, vervener te Avereest, wegens stichting van gebouwen. Gedeputeerde Staten
351 13-08-1874 .. ..
352 13-08-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 11 dezer nr. 2462/2083, heb ik de eer hierbij in te zenden de stukken vereist tot het stellen van een nummerverwisselaar door A.H. Herting, loteling der lichting van 1874 uit deze gemeente. Commissaris des Konings
353 13-08-1874 Inzending aangifte vrijdom grondbelasting voor Zwier Kosters, landbouwer alhier, wegens stichting van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
354 13-08-1874 Onder terugzending van het beschrijvingsbillet van A.H. Geerdes, mij geworden bij Uw brief van de 10e augustus jl. nr. 360/589, heb ik de eer te berichten dat mij na ingesteld onderzoek is gebleken, voormelde Geerdes het beroep van verhuurder van paarden en rijtuigen, klaarblijkelijk niet uitoefend. Het komt mij derhalve voor om de aanslag van deszelfs paard ambtshalve te verhogen tot de 3e klasse 1e soort, aangezien de aangever het vereiste getal hectaren bouw- en weiland in eigen gebruik heeft en het door hem gebezigde rijtuig is op veren. Controleur van ’s Rijks belastingen te Ommen
355 13-08-1874 Aanbieding acte van aanbesteding van te doene herstellingen aan de school te Slagharen, met verzoek de kosten daaraan te willen opgeven, die alsdan direct zullen worden overgemaakt. Ontvanger der registratie te Ommen
356 13-08-1874 Ik heb de eer mede te delen dat de bijzondere rol der schutterij over het jaar 1874 aan de heer commandant, door mij is verzonden. Commissaris des Konings
357 14-08-1874 Overeenkomstig de bestaande voorschriften heb ik de eer U mede te delen dat Herm ten Napel, milicien verlofganger der lichting 1870, uit deze gemeente, behorend tot Uw regiment, op de 31e juli jl. alhier is gehuwd. Commandant van ‘t 5e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
358 14-08-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat in plaats van de heer H.N. van Roijen, tot lid van de plaatselijke schoolcommissie alhier is benoemd J. van Barneveld. Om het examen voor de school te Collendoorn te houden op vrijdag den 28e augustus e.k. bestaan geen bedenkingen. Schoolopziener in ‘t 6e district van Overijssel, te Eerde
359 14-08-1874 Ik heb de eer ter kennis van U te brengen, dat ten gevolge van enige herstellingen aan het schoolgebouw te Slagharen, aldaar, vanaf den 19e augustus e.k. gedurende circa een maand, geen onderwijs kan gegeven worden. Schoolopziener in ‘t 6e district van Overijssel, te Eerde
360 15-08-1874 Ter beantwoording van Uw missive d.d. 14e dezer, nr. 359, heb ik de eer te berichten dat de afkondiging van de staat, bedoeld bij art. 15 der wet van 26 mei 1870 over het afgelopen jaar, in deze gemeente heeft plaatsgehad, den 2e februari 1874. Controleur der directe belastingen van het kadaster te Zwolle
361 17-08-1874 .. ..
362 18-08-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen twee aanvragen ter bekoming van grote jachtakten voor de jacht met schietgeweer. Commissaris des Konings
363 18-08-1874 Inzending proces-verbaal opgemaakt door rijksveldwachter Schut, ten verzoeke van Geert Meijers, landbouwer te Lutten, tegen Hendrik en Roelof de Lange, arbeiders mede aldaar wonende, wegens het uiten van scheldwoorden tegen voormelde Meijers, zijne huisvrouw Hendrikje Schotkamp, zijn zoon Hendrik Meijers en zijn vrouw Dina Drenth. Officier van Justitie te Deventer
364 20-08-1874 Inzending proces-verbaal opgemaakt door rijksveldwachter Schut, ten verzoeke van Jan Groote Balderhaar, landbouwer te Balderhaar in Pruisen, tegen Jan Geugies, landbouwer te Venebrugge, gemeente Ambt Hardenberg, wegens het doen lopen en grazen van vier stuks koeien op grond van gemelde Balderhaar, gelegen in het Bruchterveld in deze gemeente. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
365 20-08-1874 Onder toezending van bijgaande verklaring van den geneesheer H.T.M. Koster te Lutten in deze gemeente, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Antonie van Doorn, behorend tot Uw regiment, thans met verlof alhier, zodanig ziek is, dat hij niet op de bepaalde tijd naar zijn korps kan terugkeren. Commanderend officier van het 2e regiment infanterie te Grave.
366 22-08-1874 Inzending proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter Schut tegen Albert Overweg, landbouwer te Collendoorn, wegens het doen lopen en grazen van twee koeien op een perceel grasgrond, gelegen in het Collendoornerbroek, in eigendom toebehorend aan Gradus Lenters. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
367 22-08-1874 .. ..
368 22-08-1874 .. ..
369 22-08-1874 .. ..
370 25-08-1874 .. ..
371 25-08-1874 Onder terugzending der missive van de Kronanwaltschaft zu Meppen mij geworden bij Uw brief van de 19e dezer, nr. 1635, heb ik de eer hierbij over te leggen het proces-verbaal van verhoor van de verdachte Schwenne Kuhl, opgemaakt door de rijksveldwachter Schut. Officier van Justitie te Deventer
372 25-08-1874 Aangifte vrijdom van grondbelasting van B. Timmerman, landbouwer, wegens herbouw van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
373 25-08-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 20e dezer, nr. 260, hebben wij de eer te berichten dat de commissie van de Kunstweg Ommen-Hardenberg, over de verhoogde bijdrage ad f. 80,- voor deze gemeente, over het jaar 1874 op 1 october a.s. kan beschikken, en dat er bij het opmaken der begroting voor het jaar 1875 op zal gerekend worden, zulks ook over dat jaar zal kunnen geschieden. Commissaris des Konings
374 25-08-1874 Ingevolge aanschrijving van de algemene rekenkamer den 17e dezer, nr. 67, R moet door mij rekening en verantwoording worden ingezonden der alhier op den 12 mei 1873 gehouden verkoop van in beslag genomen vee, waarvan het proces-verbaal aan U is toegezonden bij dezerzijdse missive den 15e mei 1873, nr. 191. Ten einde genoemd proces-verbaal bij de rekening en verantwoording te kunnen overleggen, heb ik de eer U te verzoeken mij hetzelve wel te willen doen toekomen. Officier van Justitie te Deventer
375 26-08-1874 Ik heb de eer U hiernevens ter vervolging te doen toekomen een in dato 23e dezer, door den veldwachter P. Snoeijer opgemaakt proces-verbaal, contra J. Kosse, Jozef Kolker, Johannes Stortman, Jannes Korterink en Hendrikus Korterink ter zake van het in vereniging met elkander verwekken van nachtelijk burengerucht. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
376 28-08-1874 Aanvraag ter bekoming van een kleine visakte. Commissaris des Konings
377 29-08-1874 Schouw der grensstenen. Ter beantwoording van Uw missive van den 26e augustus jl. heb ik de eer te berichten dat ik, tot het doen van de schouw der grensstenen mij op maandag den 7 september e.k. des morgens te 10 ure, zal bevinden in Striepe bij de tapperij van Grobbe. Ambtshauptman te Neuenhaus
378 29-08-1874 Toepassing van gevangenisstraf. Ik heb de eer U hiernevens terug te zenden het bevel tot het ondergaan der gevangenisstraf van de veroordeelde J. de Vries, mij geworden bij Uw missive van den 27e dezer nr. 1679, onder mededeling dat die persoon van hier weder vertrokken is naar Weststellingwerf. Officier van Justitie te Deventer
379 29-08-1874 Aanvraag vrijdom van grondbelasting voor G.J. Schottert, landbouwer alhier, wegens herbouw van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
380 29-08-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 24e dezer nr 74, heb ik de eer U mede te delen dat de milicien Van Doorn niet dan met groot nadeel in zijne ziekte toestand naar de garnizoensinfirmerie te Zwolle kan worden vervoerd, ten blijke waarvan hierbij een verklaring van de geneesheer onder wiens behandeling hij zich bevindt, wordt overgelegd. Commanderend officier van het 2e regiment infanterie te Grave
381 31-08-1874 Brand te Radewijk. Bij deze heb ik de eer U mede te delen dat op zaterdag den 29e dezer, des middags omstreeks 12 uren, door een onbekende oorzaak brand is ontstaan, ten huize van den landbouwer Albert Leemgraven te Radewijk in deze gemeente, waardor het woonhuis benevens den gehelen inboedel, de ingeoogste veldproducten, twee varkens en twee schapen de prooi der vlammen werden. Alleen het huis was tegen brandschade verzekerd. Commissaris des Konings
382 31-08-1874 Afkondiging der wet omtrent het aanleggen van rivier- en waterwerken. Commissaris des Konings
383 31-08-1874 Onder terugzending van het adres en bijlagen van Evert Kremer, gericht aan Zijne Majesteit den Koning, om dispensatie van art. 88 nr. 1 van het Burgerlijk Wetboek, mij geworden bij Uw missive van den 29e augustus jl., nr. 1698, heb ik de eer te berichten: dat de belanghebbenden gunstig bekend staan; dat uit het eerste huwelijk een kind in leven is; dat de nabestaanden met het voorgenomen huwelijk genoegen nemen, en het voor het kind nuttig beschouwen; dat gedurende het bestaan van het vorige huwelijk tussen deze belanghebbenden geen onbetamelijke betrekking heeft plaatsgehad en eindelijk dat Johanna Hutten vroeger niet gehuwd is geweest. Officier van Justitie te Deventer
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
384 03-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden de bij Uw missive d.d. 6 augustus jl. nr. 419 bedoelde verklaringen betreffende de scholen te Radewijk, Brucht, Bergentheim en Rheeze met beleefd verzoek de overschrijving in de kadastrale te willen doen bewerkstelligen. Bewaarder der hypotheken van het kadaster te Deventer
385 03-09-1874 Naar aanleiding van art. 37 heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de commiezen A. Dorgelo en F.J. Aukes, gestationeerd te Hardenberg, wegens een in beslag genomen koe, ter zake van invoer uit Pruisen, in strijd met de verbodsbepalingen van art. 1 van het Koninklijk Besluit van 8e december 1870, met verzoek op gemeld proces-verbaal de vereiste machtiging tot de verkoop dier koe te willen stellen. Kantonrechter te Ommen
386 03-09-1874 In voldoening gaan Uw aanschrijving d.d. 17 augustus jl. nr. 67, heb ik de eer hiernevens in te zenden de rekening en verantwoording wegens de verkoop van in beslag genomen vee op den 12 mei 1873, benevens de daarop vermelde stukken. Algemene Rekenkamer der Nederlanden te ’s-Gravenhage
387 03-09-1874 Inzending aanvraag ter bekoming ener jachtakte, waaromtrent ik U moet doen opmerken dat de aanvrager is veroordeeld door de Krijgsraad in de 2e militaire afdeling te Middelburg, d.d. 14 juni 1870, tot vervallen verklaring van den militaire stand in vier jaren kruiwagenstraf. Commissaris des Konings
388 03-09-1874 .. ..
389 03-09-1874 Onder terugzending van de staat van schuldenaren, mij geworden bij Uw missive d.d. 29e augustus jl., nr. 2/429, heb ik de eer mede te delen dat de erven van Janna Otten, weduwe van Hendrik Jan Woelders, niet in staat zijn de op gemelde staat voorkomende vordering te betalen, en geen goederen bezitten waarop de kosten van ongeveer f. 50,- bij executie of lijfsdwang zijn te verhalen; en dat van de erven Jan Valkman en Sophia Venebrugge een persoon met name W. Jonker, in deze gemeente woonachtig is, die echter niet in staat is te kunnen betalen en evenmin goederen bezit waarop de kosten van executie of lijfsdwang kunnen verhaald worden. Ontvanger der registratie te Deventer
390 03-09-1874 Onder terugzending van den staat van schuldenaren mij geworden bij Uwe missive d.d. 29 augustus, nr. 2/429, heb ik de eer mede te delen dat de daarop voorkomende Berend ten Brinke, niets bezit en alzo niet in staat is de op de staat voorkomende vordering te betalen, noch op hem is te verhalen. Ontvanger der registratie te Deventer
391 03-09-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand augustus 1874. Inspecteur te Kampen
392 05-09-1874 .. ..
393 08-09-1874 Inzending extract uit het register van overledenen betreffende het overlijden van Derk Jan Hilbrink. Ambtenaar van de burgerlijke stand te Coevorden
394 08-09-1874 Benoeming van een secretaris. Wij hebben de eer U hiernevens in te zenden een besluit van de Raad dezer gemeente d.d. 8e dezer, houdende benoeming van de heer J. van Barneveld, burgemeester, tot secretaris dezer gemeente, met uitnodiging daarop de goedkeuring van Zijne Majesteit den Koning te verzoeken. Gedeputeerde Staten
395 09-09-1874 Ik heb de eer ter kennis van U te brengen dat ik door den Raad in zijne vergadering van gisteren, benoemd ben tot ambtenaar van den burgerlijke stand. Mijne naamtekening heb ik de eer hiernevens over te leggen met verzoek dezelve ter griffie uwer rechtbank te deponeren. Officier van Justitie te Deventer
396 10-09-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat het lid van den Raad dezer gemeente, de heer R. Waaijman, op den 6e dezer alhier is overleden. Gedeputeerde Staten
397 10-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens toe te zenden een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter Schut, ten verzoeke van J. ter Wielen contra J. Schutte, ter zake van belediging van een bedienend beambte in de uitoefening zijner functie. Officier van Justitie te Deventer
398 10-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden een proces-verbaal door mij opgemaakt ten verzoeke van Geert Jeurink contra A. Dorgelo, ter zake van het lossen van een pistoolschot in zijne woning. De opgegevene getuigen G. Berghuis en H. Braker, door mij gehoord verklaren wel een schot gehoord te hebben, doch weten niet of zulks in of buiten het huis is gelost. De vrouw van den beklager Geertje Twentker, kan het ten proces-verbaal vermelde bevestigen. Officier van Justitie te Deventer
399 10-09-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de commiezen bij ’s Rijks belastingen A. Dorgelo en F.J. Aukes, gestationeerd te Hardenberg, tegen Geert Jeuring, landbouwer wonende te Sibculo, wegens verhindering van werkzaamheden in de uitoefening hunner functie. Officier van Justitie te Deventer
400 10-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens een door de rijkscommiezen A. Dorgelo en F.J. Aukes opgemaakt proces-verbaal contra Jan Hendrik Heijink, ter zake van invoer van vee. Tevens heb ik de eer U mede te delen dat de in beslag genomen koe, door mij in het openbaar is verkocht en heeft opgebracht 15 gulden. Officier van Justitie te Deventer
401 10-09-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen drie exemplaren van het proces-verbaal der grensbezichtiging op den 7e dezer maand, met verzoek dezelve met uwe handtekening te willen voorzien en twee derzelve aan mij te willen terugzenden. Ambtshauptman te Neuenhaus
402 11-09-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigd veldwachter B. Ridderman te Ane, tegen Hendrikje Nijzink te Collendoorn in deze gemeente, wegens het doen lopen en grazen van zes stuks koeien in een perceel weideland gelegen te Collendoorn, en toebehorend aan Egbert Broekroelofs, landbouwer te Lutten. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
403 14-09-1874 Ingevolge Uw missive d.d. 9e september jl. nr. 405/653, heb ik de eer te berichten dat door mij zijn aangewezen en gemachtigd, om met den commies deurwaarder A. Dorgelo, in deze gemeente het onderzoek te verrichten bedoeld bij art. 35 der wet van 21 mei 1819, alsmede tot het doen van opnemingen bedoeld bij art. 36 der gemelde wet, ten eerste voor de buurtschappen Dedemsvaart, Lutten en Slagharen den gemeenteveldwachter Pieter Snoeijer, voor de overige buurtschappen de gemeenteveldwachter Derk Jan Jansen. Controleur der directe belastingen te Ommen
404 17-09-1874 Kennisgeving van aankomst van Roelof Wemmenhove der lichting 1871. Burgemeester van Deurne & Liessel
405 17-09-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 11e dezer nr. 1528, heb ik de eer te berichten dat Berend Welleweerd, vroeger in deze gemeente woonachtig, is verhuisd naar de gemeente Stad Hardenberg, alwaar hij volgens ingewonnen informatie ook is geboren op den 16 maart 1840. Zijn vader Gerrit Jan Welleweerd was geboren Hannoveraan en had zich te Stad Hardenberg gevestigd, alwaar hij op den 25 september 1835 is gehuwd. Procureur-generaal bij het Provinciaal Hof van Overijssel te Zwolle
406 17-09-1874 Bij missive van de Algemene Rekenkamer d.d. 14e dezer nr. 8, wordt ik uitgenodigd om bij de door mij ingezonden rekening en verantwoording, wegens de verkoop van het bij proces-verbaal van de 3e mei 1873, in beslag genomen vee, over te leggen, hetzij een ongezegeld afschrift van het eindvonnis, wegens de betrokken overtreding van het verbod van invoer, ofwel eene verklaring welke het genoemde document kan vervangen. Dientengenvolge verzoek ik U mij wel dusdanig stuk te willen doen toekomen. Officier van Justitie te Deventer
407 19-09-1874 In voldoening aan Uw missive d.d. 18e dezer, nr. 1857, heb ik de eer met terugzending der bijlage te berichten dat geene verdachten of beklaagden ter zake van het ingevoerde vee bekend zijn. Bij de inbeslagneming van het vee heeft de geleider of invoerder de vlucht genomen, en was hij de ambtenaren der belastingen door wie de in beslag neming is geschiedt, niet bekend. Officier van Justitie te Deventer
408 19-09-1874 De bij Uw missive van den 17e dezer mij gezondene drie exemplaren van het protocol betreffende de schouw der grensstenen, zijn door mij behoorlijk getekend, en heb ik de eer twee exemplaren nevens deze te doen retourneren. Ambtshauptman te Neuenhaus
409 19-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens ter vervolging in te zenden een proces-verbaal contra H.J. Nijman, ter zake van overtreding van art. 475 nr. 10 van het wetboek van strafrecht. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
410 19-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden een proces-verbaal opgemaakt contra Rabonus Jacobus jansen en Maria Geertruida Pilage, ter zake van diefstal van turf. Officier van Justitie te Deventer
411 19-09-1874 Ingevolge art. 15 der wet van 20 juli 1870, heb ik de eer U kennis te geven dat heden aan mij aangifte is gedaan, dat er ten huize van Hendrik Wierbos te Slagharen een paard verdacht wordt lijdende te zijn aan kwade droes. Ik heb het paard doen afzonderen en verzoek U wel den toestand te willen onderzoeken. Districtsveearts in de provincies Gelderland en Overijssel, te Arnhem
412 22-09-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat op den 18e september 1874 alhier is geboren: Aard, waarvan de ouders genaamd Willem de Lange en Johanna Hoogeboom, in Uwe gemeente woonachtig zijn. B&W van Kampen
413 22-09-1874 Aangifte vrijdom van grondbelasting van A. Berends, grondeigenaar te Avereest, wegens herbouw van een woonhuis. Gedeputeerde Staten
414 22-09-1874 In voldoening aan Uw apostillaire dispositie d.d. 17e dezer, nr. 3377, hebben wij de eer bijgaande stukken na van den inhoud daarvan kennis te hebben genomen, aan U terug te zenden. Gedeputeerde Staten
415 22-09-1874 Kennisgeving van vertrek van Gerrit Jan Tibbe, der lichting 1872. Burgemeester van Avereest
416 23-09-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 14e dezer, nr. 8, is door mij aan den heer Officier van Justitie het verzoek gedaan mij de door U bedoelde stukken te willen doen toekomen, waarop mij door gemelde Officier wordt medegedeeld, dat hij niet begrijpt hoe van hem een verklaring omtrent de bewuste zaak kan worden verlangd en wat die verklaring zou moeten inhouden. Tevens moet ik U doen opmerken dat de in beslagneming van het vee tegen onbekenden heeft plaats gehad. Algemene Rekenkamer der Nederlanden te ’s-Gravenhage
417 23-09-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 19e dezer nr. 196, heb ik de eer te berichten dat de bij de plaats gehad hebbende herijk der maten en gewichten, en het stempelen der weegwerktuigen in deze gemeente, voor zover mij bekend geen onregelmatigheden hebben plaats gehad, en ordelijk en zonder stoornis is afgelopen. Chef van het ijkwezen in Overijssel, te Zwolle
418 25-09-1874 Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen: 1. een door mij opgemaakt proces-verbaal ten verzoeke van Albert Arends, arbeider te Slagharen in deze gemeente, tegen Roelof Seinen, arbeider ook aldaar wonende, wegens het werpen met een steen; 2. een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A.D. Schut, wegens een plaats gehad hebbende vechtpartij te Heemse in deze gemeente, tussen onderscheidene personen daarin vermeld. Voorts moet ik U mede delen dat in laatstgemeld proces-verbaal voorkomen de personen met name Gerrit Schottert en Hendrik Jan Altena, respectievelijk tot het 5e en 2e regiment infanterie, lichting 1872 en 1873. Officier van Justitie te Deventer
419 28-09-1874 In voldoening aan Uw aanschrijving d.d. 13e augustus jl., nr. 3194/2220, hebben wij de eer mede te delen, dat aangezien de visserij in deze gemeente van zeer geringe omvang is, niet is kunnen worden nagegaan, of de bepaling aangekondigd door de heer Commissaris des Konings in nr. 2 van het Provinciaal Blad van dit jaar, gunstig of ongunstig heeft gewerkt. Gedeputeerde Staten
420 29-09-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden een proces-verbaal opgemaakt door de veldwachter P. Snoeijer, contra H. Gort, ter zake van het niet inleveren van een getuigschrift van woonplaatsverandering. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
421 30-09-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een supletoire register voor huwelijksaangiften der gemeente Ambt Hardenberg, dienst 1874. Alsmede een supletoire register voor huwelijksafkondigingen, derzelfde gemeente dienst 1874, met het beleefd verzoek beide registers geparafeerd en getekend terug te willen zenden. President der arrondissementsrechtbank te Deventer
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
422 01-10-1874 Benoeming van een hoofdonderwijzer. Wij hebben de eer U mede te delen dat de Raad tot hoofdonderwijzer aan de openbare lagere school te Collendoorn heeft benoemd, de heer J.H. Starink, thans hulponderwijzer te Deventer. De benoemde heeft ons medegedeeld dat hij met den 1e november e.k. zijn betrekking zoude aanvaarden. Schoolopziener in ‘t 6e district van Overijssel, te Eerde
423 02-10-1874 Ik heb de eer U mede te delen dat voor zover mij bekend, gedurende het derde kwartaal van 1874 in deze gemeente geen vreemdelingen zijn aanwezig geweest. De heer fungerend directeur van politie in Overijssel
424 02-10-1874 Wij hebben de eer aan U mede te delen dat voor zoveel deze gemeente betreft, in het afgelopen kwartaal geen veranderingen in het kader der officieren der rustende schutterij hebben plaats gehad, als bedoeld bij besluit d.d. 23 oktober 1868, prov.blad nr. 71. Commissaris des Konings
425 03-10-1874 Inzending der opgave der overledenen gedurende september 1874. Geneeskundig bestuur te Kampen
426 05-10-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen de suppletore registers voor huwelijksakten der gemeente Ambt Hardenberg, dienst 1874, met beleefd verzoek dezelve geparagrafeerd en getekend terug te willen zenden. President der arrondissementsrechtbank te Deventer
427 06-10-1874 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 5e oktober jl, nr. 1963, heb ik de eer te berichten dat er in mijne gemeente geen inrichtingen bestaan, waarin kinderen beneden de 10 jaar werkzaam zijn, zodat de wet van den 19e september 1874 voor het tegenwoordige alhier niet van toepassing is. Officier van Justitie te Deventer
428 07-10-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat op den 1e oktober jl. is overleden de heer Jan Arent baron van Ittersum, wethouder dezer gemeente. Gedeputeerde Staten
429 07-10-1874 In voldoening aan Uw besluit van 23 september jl. nr. 2899/2458, hebben wij de eer hiernevens in te zenden de bewijzen van ontvangst afgegeven door de heren J.B. Bolks en A. ten Kate, betreffende de akte hunner benoeming tot zetters van ’s Rijks directe belastingen, benevens de verklaringen dat die betrekking door hen wordt aangenomen. Commissaris des Konings
430 07-10-1874 Onder overlegging van de vereiste stukken heb ik de eer U te verzoeken mij te willen doen toekomen een bewijs van ongehoudenheid aan de Nationale Militie voor den persoon Albertus Zwiers. Commissaris des Konings
431 09-10-1874 Naar aanleiding van Uw missive den 8e dezer nr. 410, heb ik de eer te berichten dat de verlofganger J. Snijder zich op de 29e juli jl. alhier heeft aangegeven en op het register der verlofgangers is ingeschreven. Burgemeester van Zwollerkerspel
432 09-10-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat de verkiezing van drie leden voor de gemeenteraad ter voorziening in de vacatures ontstaan door het overlijden van de heren H.N. van Roijen en J.A. baron van Ittersum, aftredende in 1877, en van den heer R. Waaijman, aftredende in 1879, door ons is bepaald op dinsdag den 27e oktober e.k. Gedeputeerde Staten
433 10-10-1874 Kennisgeving van vertrek van Herm ten Napel, der lichting 1870. Burgemeester van Ambt Ommen
434 10-10-1874 Grensschouw. Ter beantwoording van Uw missive van den 8e oktober jl., haast ik mij U kennis te geven dat ik den brief voor ongeveer drie weken niet heb ontvangen, hetwelk oorzaak is dat deze onbeantwoord is gelaten. Tot het doen der vereiste schouw, stel ik thans voor vrijdag den 16e oktober e.k. en zal ik mij des voormiddags te tien ure bij het tolkantoor te Venebrugge bevinden. Het zal mij aangenaam zijn van U bericht te mogen ontvangen of U dien dag gelegen komt. Amtsvoogd Baake te Emlichheim
435 13-10-1874 Ter voldoening aan Uw apostillaire dispositie van de 9e oktober jl. nr. 3064, heb ik de eer de daarbij gevoegde stukken nevens deze terug te zenden, onder bijvoeging ener verklaring dat de persoon A. Zwiers in den jare 1869 in dit Rijk is komen wonen. Commissaris des Konings
436 13-10-1874 Ik heb de eer U hiernevens te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt ten verzoeke van D. Meijerink contra Jan Reinders te Anevelde, ter zake van overtreding van art. 475 nr. 10 conde penal. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
437 15-10-1874 Hiernevens hebben wij de eer U te doen toekomen een declaratie in duplo wegens betaalde daggelden aan manschappen der nationale militie ter inlijving en tot het houden van wapenoefeningen, opgeroepen. Commissaris des Konings
438 15-10-1874 Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigd rijksveldwachter J. Heijink te Diffelen tegen Hendrik Vrielink aldaar, wegens het doen lopen en weiden van schapen op den in den oogst staande gras in de marke van Diffelen. Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
439 17-10-1874 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 10 oktober jl. nr. 1996, heb ik de eer te berichten dat Buddenberg door mij gehoord mij heeft verklaard aan A. de Lange grond te hebben verhuurd om die te bebouwen, onder voorwaarde dat de huur op zekeren tijd moest voldaan worden, en indien zulks niet plaats had de gepote aardappelen door Buddenberg konden gerooid worden, dat de Lange in gebreke was gebleven op den gemelde termijn de huur te voldoen, Buddenberg van de bepaalde conditie had gebruik gemaakt, ten einde zich schadeloos te stellen. Ten nadele van Buddenberg of de Lange is mij overigens niets bekend. Het proces-verbaal zend ik nevens deze terug, benevens nog een proces-verbaal over dezelfde zaak, mij door de rijksveldwachter Schut ingediend. Officier van Justitie te Deventer
440 20-10-1874 Ik heb de eer U hiernevens te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A. Scheper te Ommen, tegen Klaas Sterken te Diffelen, ter zake van overtreding der wet op de jacht en visserij. Officier van Justitie te Deventer
441 21-10-1874 Grensschouw. Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen drie exemplaren van het proces-verbaal der grensbezichtiging op den 16e dezer, met verzoek dezelve met Uwe handtekening te willen voorzien en twee derzelve aan mij te willen terugzenden. Ambtsvoogd te Emlichheim
442 21-10-1874 Inkwartiering van manschappen. Ter voldoening aan Uwe Excellenties missive d.d. 10e dezer nr. 222, heb ik de eer hiernevens in te zenden de daarbij verlangde opgave, betreffende de inkwartiering van manschappen en paarden in deze gemeente. Generaal-majoor, buitengewoon adjudant des Konings, chef van den Generalen Staf te ’s-Gravenhage
443 22-10-1874 Ter voldoening aan Uw apostille d.d. 20e dezer, nr. 1713, en onder terugzending van de daarbij gevoegde lijst van getuigen inzake C. van Os, heb ik de eer te berichten dat de onder nr. 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 vermelde personen met name Joseph Spies, Karel Zeeman, Gesina Korte, Jan Kappers, Johanna Wijngaarden, Elisabeth Dreitzig en Geertje Mos, allen nog in deze gemeente woonachtig zijn. De onder nr. 6 vermelde Lucas van der Wal woont thans te Losser, terwijl de onder nr. 14 genoemde Maria Gesina Roelink den 29e oktober is gehuwd met Geert Oogjes, en met dezen zwervende is. Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel, te Zwolle
444 23-10-1874 Ik heb de eer ter Uwer kennis te brengen dat tot gecommitteerden voor de weg van Hardenberg naar Ommen door de raad dezer gemeente zijn aangewezen de heren J. van Barneveld en J.B. Bolks. Het bestuur over den kunstweg van Hardenberg naar Ommen, te Ommen
445 26-10-1874 .. ..
446 29-10-1874 Wij hebben de eer U hiernevens te doen toekomen afschriften van de processen-verbaal van opening der stembriefjes, welke alhier den 27e dezer zijn ingeleverd ter benoeming van drie leden voor de gemeenteraad. Tevens hebben wij de eer U te informeren dat de herstemming door ons is bepaald op dinsdag den 10e november e.k. Gedeputeerde Staten
447 29-10-1874 Ter beantwoording van Uw missive d.d. 27e dezer, nr. 224, heb ik de eer te berichten dat Herm ten Napel alhier is gehuwd op de 31e juli 1874. Burgemeester van Ambt Ommen
448 30-10-1874 Wij hebben de eer U hiernevens te doen toekomen 11 stuks tabellen betreffende de statistiek voor het lager onderwijs. Tevens hebben wij de eer U te informeren dat aan de school te Collendoorn wegens de bestaande vacature, in den laatsten tijd geen onderwijs is gegeven. Gedeputeerde Staten
449 30-10-1874 .. ..
450 30-10-1874 Ter voldoening aan de missive van Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandse Zaken, den 28e december 1860, nr. 198, hebben wij de eer U mede te delen dat op den 29e oktober 1874 alhier is geboren, Jantje, waarvan de ouders genaamd Albertus ter Haar en Hendrika Kotten, in Uwe gemeente woonachtig zijn. B&W van Zutphen
451 31-10-1874 Ik heb de eer U hiernevens te doen toekomen het proces-verbaal van de plaats gehad hebbende grensbezichtiging op den 7e september en 16e oktober jl. benevens de derwege door mij opgemaakte declaratie wegens reis- en verblijfkosten. Commissaris des Konings
452 31-10-1874 Ingevolge art. 181 der Gemeentewet hebben wij de eer hiernevens in te zenden, afschrift van het proces-verbaal van verificatie der gemeentekas. Gedeputeerde Staten
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
453 02-11-1874 Overlijden van een gepensioneerde van den staat. In voldoening aan het besluit van den heer gouverneur dezer provincie d.d. 13 januari 1819, prov.blad nr. 6, hebben wij de eer U mede te delen dat op den 1e oktober jl. te Utrecht is overleden, de heer Jan Arent baron van Ittersum, gepensioneerd rijksontvanger, wonende alhier. Genoemde overledene was ingeschreven in het grootboek van burgerlijke personen den 20 juli 1869 onder nr. 4418, tot een bedrag van f. 1157,- Het overlijdensextract hebben wij de eer tevens hierbij te overleggen. Commissaris des Konings
454 03-11-1874 Gisteren werd ter mijne kennis gebracht dat zekere Harm Bokking te Bergentheim lijdende was aan krankzinnigheid. Ik heb den toestand van den lijder doen onderzoeken en voeg de betrekkelijke stukken hierbij. Ter voorkoming van ongelukken en in het belang der openbare veiligheid acht ik het wenselijk dat bovengenoemde H. Bokkink in een gesticht voor krankzinnigen wordt opgenomen en neem de vrijheid U te verzoeken de nodige machtiging van de heer President uwer Rechtbank te vragen. Officier van Justitie te Deventer
455 04-10-1874 .. ..
456 04-10-1874 Onder terugzending der bijlage mij gezonden bij Uw missive d.d. 30 oktober jl. nr. 2099, heb ik de eer te berichten dat de namen der ouders van Anna Maria Theresia Brumlever zijn Jan Geert Brumlever en Theresia ten Brinke, dat volgens het bevolkingsregister voornoemde Anna Maria Theresia Brumlever is geboren in Pruisen, den 28e augustus 1861, dat de familie Brumleve alhier niet gunstig bekend staat en dat naar mijne informatie het meisje, naar haren stand, tamelijk verstandig is ontwikkeld. Officier van Justitie te Deventer
457 04-11-1874 Onbezoldigd rijksveldwachter. Onder terugzending der stukken mij geworden bij Uw missive d.d. 23e oktober jl. nr. 2066, heb ik de eer te berichten dat Gerrit Jan op de Woerd is geboren te Zwolle den 17 mei 1842, wonende te Lutten in deze gemeente, van beroep kleermaker. Dat hij is gehuwd met 3 kinderen en de Rooms Katholieke godsdienst belijdt en eindelijk dat hij is Nederlander. Een eigenhandig door hem geschreven proef proces-verbaal heb ik de eer hierbij over te leggen. Officier van Justitie te Deventer
458 05-11-1874 Ter voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een dood-extract van Jantje ter Haar. Ambtenaar van de burgerlijke stand te Zutphen
459 06-11-1874 Ingevolge art. 15 der wet regelende het geneeskundig staatstoezicht en de circulaires van Z.M. den Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 4 januari 1869, en 6 december daaraanvolgende, hebben wij de eer U te doen toekomen opgaven der overledenen in deze gemeente gedurende de maand oktober 1874. Inspecteur van ’t geneeskundig staatstoezicht te Kampen
460 09-11-1874 Inzending kohier van den buitengewone hoofdelijke omslag voor de gemeente over 1874, ter goedkeuring. Gedeputeerde Staten
461 09-11-1874 Wij hebben de eer U mede te delen dat op den 7e dezer in het krankzinnigengesticht te Deventer is opgenomen zekere Harm Bokking, wonende te Bergentheim in deze gemeente. Genoemde lijder is niet in staat de verpleegkosten te voldoen en zal de gemeente daarin behoren te voorzien. Wij nemen dientengevolge de vrijheid U te verzoeken de gemeente Ambt Hardenberg in het genot te willen stellen van de subsidies, omschreven in het besluit der Staten van de 13e november 1856, nr. 4. Gedeputeerde Staten
462 12-11-1874 Wij hebben de eer U hiernevens in te zenden een afschrift der processen-verbaal van opening der stembriefjes welke gisteren ter benoeming van drie leden voor de gemeenteraad zijn ingeleverd. Gedeputeerde Staten
463 13-11-1874 Inzending ter goedkeuring van de staat van begroting dezer gemeente voor het jaar 1875. Gedeputeerde Staten
464 13-11-1874 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 7e november jl., nr. 2159, heb ik de eer te berichten dat naar mijne informatie Anna Maria Theresia Brumlever is geboren te Brahms, Ambt Lingen. Officier van Justitie te Deventer
465 13-11-1874 Naar aanleiding van art. 78 van het Koninklijk Besluit van de 2e mei 1862 heb ik de eer mede te delen dat Antonie van Doorn, dienende als milicien bij Uw onderhebbend regiment der lichting van 1874, op den 8e dezer maand alhier is overleden. Commanderend officier van het 2e regiment infanterie te ’s-Hertogenbosch
466 13-11-1874 Als voren. Commissaris des Konings
447 14-11-1874 Ter voldoening aan Uw apostille d.d. 17 september jl. nr. 3384, hebben wij de eer te berichten dat de voorgeschoten onderstandkosten aan J. Beesteheerde door de gemeente Den Ham eerlang door ons zal worden voldaan. Gedeputeerde Staten
448 20-11-1874 .. ..
449 25-11-1874 Ter voldoening aan Uw missive d.d. 11e november jl. nr. 2854, heb ik de eer te berichten dat Hendrik Roelofs in het inschrijvingsregister der Militie dezer gemeente van dit jaar niet voorkomt. Naar mijne informatie is de familie Roelofs in 1872 van hier vertrokken vermoedelijk naar Amerika. Commissaris des Konings
450 25-11-1874 .. ..
451 25-11-1874 .. ..
452 26-11-1874 Aangifte vrijdom van grondbelasting voor gebouwde eigendommen. Gedeputeerde Staten
453 26-11-1874 .. ..
454 30-11-1874 Dispensatie van art. 74 der gemeentewet. Ten gevolge van de moeilijkheden om geschikte kamers te bekomen in de nabijheid van het gemeentehuis ben ik genoodzaakt mijne woonplaats elders te kiezen. Ik neem dientengevolge de vrijheid de tussenkomst uwer vergadering in te roepen, om Zijne Majesteit den Koning te verzoeken mij vergunning te verlenen mijne woonplaats tijdelijk te Stad Hardenberg te mogen vestigen. Gedeputeerde Staten
455 30-11-1874 Ter voldoening aan Uw besluit d.d. 11 december 1862, heb ik de eer te berichten dat op het inschrijvingsregister der nationale militie voor de lichting van 1875 dezer gemeente voorkomen: 83 personen. Commissaris des Konings
456 30-11-1874 Wij hebben de eer U hiernevens in te zenden een lijst van voorgevallen veranderingen in het personeel der hoofdonderwijzers te dezer gemeente, ten aanzien der inkomsten, naar welke de bijdragen voor hun pensioen te berekenen zijn. Gedeputeerde Staten
457 30-11-1874 Naar aanleiding ener missive van de heer Commissaris in deze provincie, d.d. 26 november jl., nr. 3512/2974, hebben wij de eer U hiernevens in te zenden een afschrift van het Koninklijk Besluit d.d. 20 november jl., nr. 28, waarbij aan U eervol ontslag wordt verleend als 1e luitenant van het 4e bataljon rustende schutterij in Overijssel. De heer Willem baron van Ittersum te Heemse
Nr: Datum: Omschrijving: Adressering:
458 03-12-1874 Inzending opgave der overledenen gedurende de maand november 1874. Geneeskundig bestuur
459 05-12-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden twee bij mij ingekomen processen-verbaal van den rijksveldwachter Schut, betrekkelijk twee plaats gehad hebbende branden. Officier van Justitie te Deventer
460 07-12-1874 Naar aanleiding van Uw missive d.d. 17 november jl. nr. 881, heb ik de eer te berichten dat de goederen van den overleden milicien A. van Doorn op bijgaande factuur vermeld, heden door mij aan Uw adres zijn verzonden. Tevens heb ik de eer U mede te delen dat de nabestaanden in de begrafeniskosten hebben voorzien. Het zal mij aangenaam zijn het de familie nog aankomende bedrag te ontvangen. Hoofd administratie van het 2e regiment infanterie te Grave
461 09-12-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden de naamstaat der schutterplichtigen van den 1e ban dezer gemeente. Kolonel militie commissaris in de provincie Overijssel
462 09-12-1874 Onder overlegging der vereiste stukken heb ik de eer U te verzoeken mij te willen doen toekomen een verklaring van ongehoudendheid van militaire plichten voor de persoon Herman ten Bruggencate. Commissaris des Konings
463 09-12-1874 Onbezoldigd veldwachter. Ter voldoening aan Uw apostille van den 8e dezer nr. 3628, en onder terugzending van het daarnevens gevoegde stuk heb ik de eer te berichten dat der bij mij geen bedenkingen bestaan tegen het verlenen van eervol ontslag aan H. Kelder, uit zijne betrekking van onbezoldigd veldwachter dezer gemeente. Commissaris des Konings
464 12-12-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden een gisteren bij het gemeentebestuur ingediende aangifte ter bekoming van vrijdom van grondbelasting van gebouwde eigendommen. Gedeputeerde Staten
465 12-12-1874 Voldoende aan Uw missive d.d. 9 december jl. nr. 3644/3082, heb ik de eer te berichten dat het paspoort van D.J. Nijman op heden door mij aan den belanghebbende is uitgereikt. Commissaris des Konings
466 14-12-1874 Onderzoek der geloofsbrieven. Wij hebben de eer U hiernevens in te zenden een besluit van de raad dezer gemeente d.d. 12 december jl. nr. 131, houdende goedkeuring der geloofsbrieven van de nieuw benoemde raadsleden. Gedeputeerde Staten
467 16-12-1874 Ik heb de eer U kennis te geven dat in mijne gemeente in het gehucht Slagharen de pokken zijn uitgebroken. Vermoedelijk is de besmetting uit Emlichheim overgebracht. De heer Landphysicus Dr. Köhler te Neuenhaus
468 17-12-1874 Ter voldoening aan art. 50 van het Burgerlijk Wetboek heb ik de eer U te doen toekomen een extract uit het register van overlijdens betreffende Aaltje Krikke, woonplaats gehad hebbende in Uwe gemeente. Ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Avereest
469 17-12-1874 Ik heb de eer U mede te delen dat zich in mijn gemeente in het gehucht Slagharen in een huisgezin gevallen van pokken hebben voorgedaan. Vijf personen waren door die ziekte aangetast, twee lijders zijn overleden. Vermoedelijk is de ziekte uit Emlichheim overgebracht. Commissaris des Konings
470 22-12-1874 Ik heb de eer U hiernevens in te zenden registers voor de burgerlijke stand dezer gemeente voor den jare 1875 met beleefd verzoek dezelve na kanttekening en waarmerking aan mij  te willen doen retourneren. Voorzitter van de arrondissementsrechtbank te Deventer
471 28-12-1874 Benoeming ener wethouder. Wij hebben de eer U mede te delen dat de raad in zijn vergadering van de 24e dezer tot wethouder heeft benoemd de heer L. Stoeten. Gedeputeerde Staten
472 28-12-1874 Wij hebben de eer U hiernevens in te zenden twee besluiten van de raad dezer gemeente d.d. 24e dezer nr. 14/3 en 14/4, houdende a. verhoging der jaarwedde van hulponderwijzers en b. vaststelling der begroting voor 1875. Gedeputeerde Staten
473 28-12-1874 Ter voldoening aan Uw besluit d.d. 17e december jl. nr. 4856/3284, hebben wij de eer te berichten dat de heren C. Piek, A. Koers en H. Kelder G.z. binnen den bij de wet gevorderde termijn het bericht aan ons hebben uitgeleverd dat zij hunne benoeming tot leden van de gemeenteraad aannamen. Gedeputeerde Staten
474 31-12-1874 Ik heb de eer U hiernevens te doen toekomen twee ingekomen processen-verbaal als – een opgemaakt door den gemeenteveldwachter P. Snoeijer contra H. Karsten en G. Fraterman ter zake van slagerij en – een opgemaakt door de rijkscommiezen F.H. Schmidt en C. Muller, contra Hermen Hendriks ter zake van overtreding der jachtwet. Officier van Justitie te Deventer