in bewerking. . .

Marke Heemse en Collendoorn

Transcriptie en verklaring: Dinah Hesselink-Zweers
 

blz. 1)

Copia
Dit is het Markenboek van Heimse
únde Collendooren soe als dat selve in
Anno 1551 Bij den samptlicken Erffgenamen
aengenomen van Heimse únde Collendooren van
Articulen tot articulen bewilleget únde Eint
licken ingegaen hebben omme dat 't selvige
tot walvaert der Erffgenamen únde Ingeseten
van Heemse ende Collendooren toe voldoen
únde naer toe volgen.

Anno 1551 des Dincxsedages nae Pincxsteren
sinnen die semptlicken vnde gemeijne Erffge
namen van Heemse vnde Collendooren ein
drachtelicken vergadert únde toesamen
gecomen, Omme Wederomme opterichten
únde to maecken, eine Nije Cedule ofte
Marckenboeck, tot nutte únde Walvaert
der voorgenoempten Erffgenamen únde
Ingesetenen der voorß Marricken boeck by
den Erffgenamen van Heemse únde Col
lendooren opgerichtet unde gemaecket
in Anno 1526 unde oock daer bevoorens
dermits datselvige in derscheijden Erff
genamen handen geholden unde gebrui
cket unde bewaeren sinnen waer
dorch

 

blz. 1)

Kopie
Dit is het markeboek van Heemse en Collendoorn zoals het anno 1551 door de gezamenlijke erfgenamen van Heemse en Collendoorn is aangenomen en van artikel tot artikel is goedgekeurd met als doel dat dit de erfgenamen en ingezetenen van Heemse en Collendoorn welvaart zal brengen.

Anno 1551 dinsdags na pinksteren zijn de gezamenlijke en gemeenschappelijke erfgenamen van Heemse en Collendoorn eendrachtig vergaderd en tezamen gekomen om opnieuw een nieuwe cedule of markenboek samen te stellen en te maken, d at zal dienen tot nut en welvaart van voorgenoemde erfgenamen en ingezetenen. Het genoemde markenboek is door de erfgenamen van Heemse en Collendoorn opgesteld en gemaakt anno 1526 en ook daar voor.
Doordat het in handen van diverse erfgenamenen is geweest die het hebben gebruikt en bewaart, is er

 

blz. 2)

dorch grote misbruicken unde nae
delicheijt der voorgenoemten Erffgenamen
gevolliget unde dagelicx bevonden wor
den Soe sinnen wy samptelicken unde
algemeine Erffgenamen van Heemse unde
Collendooren eindrachtelicken overcomen
únde ingegaen dat nu voortaen dit
tegenwoordige Marckenboeck únde
dese naevolgende articulen, binnen
der voorß Marricken voordeel
únde mitte voorgenoempten Erffgena
men únde Ingesetten der voorß Marricke
geholden únde bewaert sall worden jn
handen van die Blanckvoorts únde Be
rent Alders ofte bij gebreck Hoeres by
anderen der Maricken Ingesetten Erff
namen únde anders nerrigens wel
cker Marricken boeckein meninge
als boven in handen van Lubbert Blan
ckevoort gedaen, omme te bewaeren
tot voordeel der algemienen Erffge
namen van Heemse únde Collendooren
únde voortaen bij geenen buijten Erff
genamen sall geholden worden, Soe
sinnen op dach voorß die samptelicken
Erffgenamen van Heemse únde Collendooren
eindrechtelickes

 

blz. 2)

groot misbruik en nadeel van de voorgenoemde erfgenamen ontstaan en dagelijks ondervonden. Daarom zijn wij als gezamenlijke en algemene erfgenamen van Heemse en Collendoorn samen overeengekomen dat vanaf heden het tegenwoordige markenboek en de navolgende artikelen van kracht zijn. Afgesproken dat het beter is voor de marke dat het in bewaring wordt gegeven in handen van de Blanckvoorts en Berent Alders. Als deze er niet zijn dan aan andere ingezeten erfgenamen van de marke en nergens anders. Daarmee het markenboek na bovenstaande instructie overgedragen aan Lubbert Blanckvoort om te bewaren tot voordeel van de algemene erfgenamen van Heemse en Collendoorn. Het zal voortaan niet meer bij buiten de marke wonende erfgenamen mogen worden bewaard. Zo zijn op deze dag de gezamenlijke erfgenamen van Heemse en Collendoorn eendrachtig

 

blz. 3)

eindrechtelickes ouercoemen dese naevolgende
puncten únde articulen, omme die selvigen
onverbrockelicken to onderholden E cette a a

1. Inden eersten dat op jder waer in die Mar
ricke van Heemse únde Collendooren sall
mogen geholden worden Viertich Schaepe
únde jder Bourschap enich ledige waer
únde niet meer als bij een tonne biers.

2. Dat Niemant sijne Schaepe op Marsch
drijven ofte weijden sall wijders dan tot
middels Maij, únde soe veer eimants sol
ckes lenger dee dan weß tot middel Meij
die breecket jder tijt van ellicker kop
pele Schaepe een halff pont tot behoeft
der Erffgenamen, Únde weert saecke
dat oock emant Schaepe boven sijn
getall hielde die breecket aen ellicker
Schaepe soe vaecken die getelt worden,
denen Olden Vlemschen, Únde die Schape
die in die voorß Marricke dorch aenvoe
den van Jonge Lammer over den ge
bruickelicker tall bevonden worden, die
selvigen sollen alle Jaere op Petri ofte
Gregorij als bij pena van jder Schaep toe
schutten op Vier stuijvers die bevonden
worden

 

blz. 3)

overeengekomen de navolgende punten en artikelen, om die zelf onverberekelijk te onderhouden etcetera.

artikel 1. Ten eerste dat op ieder waardeel in de marke van Heemse en Collendoorn veertig schapen mogen worden gehouden en in elke buurtschap nog een lege waar en niet meer op straffe van een ton bier (waarschijnlijk is in elke buurtschap nog een leeg waardeel te verdelen).

artikel 2. Dat niemand zijn schapen op de Marsch mag drijven of weiden na midden mei, en als iemand dit langer deed die verbeurt elke keer van elke koppel schapen een half pont (geldstuk) te betalen aan de erfgenamen. En als iemand meer schapen houdt dan is toegestaan dan betaalt hij voor elk schaap, zo vaak dit wordt gezien, elke keer een oude Vleemse (geldstuk). Wanneer het aantal schapen in de marke door de geboorte van lammeren vermeerdert en boventallig worden, dan moet elk jaar op sint Petri of Gregori een boete worden betaald van vier stuivers per schaap dat in bewaring is genomen.

 

blz. 4)

worden boven het getall.

3. Item Niemant sall eenige ongewaerde
beesten ofte peerden holden ofte aennemen
in die voorschrevene Marricke wijders
als ein gewaerde des Winters voedet
als ein gewaerde des Winters voedet
únde Hem selvest is toebehoerende als bij
ein tonne biers.

4. Item Niemant sall placken meijen ofte
sooden stecken over dat Meerwater
ander sijdt nae die Hoffstede als bij
pena van een tonne biers.

5. Item is oock eintelicken overcommen
únde verdraegen, dat Niemant enige
Torff sall mogen graeven ofte Vercoo
pen aen Emant die in die voorß Mar
ricke van Heemse únde Collendooren
niet woonachtich únde gewaert is
als bij die pena van twee golt gul
den. Dan jder Gewaerde sall mogen
Vercoopen aen sijnen Smidt únde Snijder
ofte Schroer daer sie dagelicx mede han
delen únde hanteren twee Voeder Torff
jder alle Jaer eens.
Item

 

blz. 4)

artikel 3. Eveneens zal niemand enige ongewaarde (van keuterboeren / kotters) koeien of paarden houden of aannemen in de marke, niet meer dan een gewaarde 's winters voert en aan hem zelf toebehoord op straffe van een ton bier.

artikel 4. Eveneens zal niemand plaggen maaien of zoden steken verder dan het Meerwater richting Hofstede bij straffe van een ton bier.

artikel 5. Eveneens is ook besloten dat niemand turf zal mogen afgraven of verkopen aan iemand buiten de marke Heemse en Collendoorn op straffe van een boete van twee golt gulden.

Een gewaarde mag wel verkopen aan de smid en kleermaker waar ze dagelijks mee van doen hebben en wel elk met een maal per jaar twee voer turf.

 

blz. 5)

6. Item oock sint Voerwaerden, dat men beijde
Havermarsche seijen sall, elcker HaverMarsch
sijne tijdt únde Jaeren daer toe dienende, únde
weerts saecke datter oock eenich Meijer
weere die Sijne Jaeren niet seijen wolde
soe mach die Landtheer dat wel selver
seijen, het genige Hem toecomt to seijen,
nochtans de Meijer sall die seij Jaeren nao
berlicke únde gebuerlick vreden sonder
wederseggen únde oft oock die Meijer
luijden in die voorß Marricke van Heem
se únde Collendooren mit gelijcken voor
nemen gene van die voorß Havermars
sche wolden seijen, únde daer dorrich die
LandtHeeren aen Haere pacht únde garff
cooren vernadeelt worden des sollen
die voorß Meijerluiden geene macht
hebben buijten believen van Haere sem
ptelicke LandtHeeren.

7. Item men sall alle Jaeren setten die Mar
ricken Geswaren, die twee toe Heimse
únde eene toe Collendooren die welcke bij
dien Erffgenamen en Marricken richter in
Eedes verbondt ande plicht sall bevollen wor
den, als bij die pena van Tijn golt gulden
alle die ongewaerden Beesten únde peerden
voort

 

blz. 5)

artikel 6. Eveneens zijn voorwaarden dat men de beide havermarsen moet bezaaien. Elke havermars op zijn eigen tijd en jaar. Mochten er meiers (pachters) zijn die niet op de vastgestelde jaren wil zaaien dan mag de landheer het zelf doen en de opbrengst nemen. Maar de meijer moet wel zoals gebruikelijk de afrastering verzorgen (vreên). Als niemand van de meiers uit de marke Heemse en Collendoorn de voornoemde havermars wil bezaaien en dat daardoor de landheer nadeel ondervindt in de pacht of korengarve dan zullen ze niet mogen weigeren zonder toestemming van hun gezamenlijke landheren.

artikel 7. Eveneens zal men elk jaar de marke 'gezworenen' kiezen. Twee in Heemse en een in Collendoorn. Zij zullen voor de erfgenamen en markenrichter de eed afleggen en beloven hun plicht te doen. Op verzuim staat een boete van tien golt gulden. Ze moeten alle ongewaarde

 

blz. 6)

voort Swijne únde Schaepe gaende in die
voorß Marricke to schutten jder Beest ofte
peert voort Schaepe únde Swijne op Vier
Olden Vleemschen van Welcker schutgelde de
Schutters dat derdendeell sollen genieten únde
die semptlicke Bourluijden sollen van die
schuttinge genieten die twee deelen des
sollen alle die Ingesetene huisluijden den
Geswaeren tot allen tijden daer des die
noodt vordert schuldich únde geholden we
sen toe helpen schutten únde dat ongewaer
de Vehe van alle Vier gevoetede dieren un
de Beesten helpen op drijven bij een pena
van een golt gulden, únde vande geschutte
de Beesten, dat sinnen Peerden, Koebee
sten Verckens oft Schaepen gaende onge
waert in die Marricke van Heemse únde Col
lendooren jder voet een Vleems únde in
de binnen Landen dubbelt Schutgelt
de eene helffte voor den Schutters die
ander helffte voor ende tot voordell van
den Eijgenaer des Landes daer die onge
waerde beesten als voorß uijtgeschuttet
worden, únde de gewaerde Beesten Peer
den, voort Swijne únde Schaepe, daervan
Emant

 

blz. 6)

koeien, paarden, varkens en schapen schutten met een schutgeld van vier oude Vleemsen (geldstukken), hiervan mogen ze zelf een derde houden en de gezamenlijke boeren krijgen de rest. Alle ingezetenen moeten de schutters helpen schutten door het 'ongewaarde' vee van viervoetigen helpen opdrijven op straffe van een golt gulden. Van elk dier krijgt men een Vleems per voet en in de binnenlanden geldt een dubbel schutgeld. Een helft is voor de schutters en de rest voor de landeigenaar waar de beesten van ongewaarden worden gevonden en in bewaring worden genomen.

 

blz. 7)

Emant mochte beschadiget wesen aen gras
ofte weijde sollen worden geschuttet jder voor een
Vleems, únde die oock int cooren worden bevon
den únde geschuttet des sall die genige den
schaden betalen tot kentenisse van twee onpar
tijdige Mannen, dien die geschutte Beesten
toebehooren, únde daer oock solcken schaeden
geschieden dorch onbetamelicken Vrede soe sall
die genige, die den quade Vrede, Tuijnen,
ofte Slooten toebehoren, soe wal den schaeden
betalen als die genige dien die geschutten
de Beesten toebehooren, alles oock tot ken
tenisse en discretie van onpartijdigen, die men
daertoe mach roepen.

8. Item sollen oock gene ongewaerden in Heem
scher únde Collener Marricke Visschen met
netten ofte Vissche Corven, als bij verbuerte
ende verlos der selviger netten únde Vis
schecorven, Het welcke die Ingesetten únde
Geswaeren wal ernstelick willen betrach
ten únde opsicht hebben, únde de Gewaerde
sollen inde voorß Marricke bij wassent
Water Hoere Visschen Waeren, únde die
Korver open laten únde net toesetten,
ofte

 

blz. 7)

Mocht er schade zijn geleden aan gras of weide dan bedraagt de boete voor de in bewaringname een Vleems en als de dieren in het koren worden gevonden en daarna gevangen gezet dan zullen onpartijdige mannen zeggen aan wie die beesten toebehoren. Als er schade ontstaat doordat de omheining niet in orde is dan zullen degenen die de ondeugdelijke omheining, tuinen of sloten toebehoren de schade betalen, samen met degenen die de geschutte beesten toebehoren. Hierbij mag men een beroep doen op onpartijdige mannen.

artikel 8. Een ongewaerde mag niet vissen met net of viskorf. Werd hij gesnapt, dan werden beide verbeurd verklaard. Tegelijk wordt in dit artikel de bepaling opgenomen dat geen vis aan een kotter of ongewaerde mag verkocht worden! Op straffe van 1/2 pont ( geldstuk).

 

blz. 8)

ofte die Geswaeren sollen deselvige netten
ofte Korver daer uijt trecken únde verdrin
cken op een vaene biers, únde die Gewaerde
sollen oock geene Ongewaerden veroorlo
ven toe visschen inder voorß Marricke
als bij verbuerte jeder een ½ (vierdenhalven?) pont groot.
Noch oock Hoere Visschewaeren aen gee
ne ongewaerde veraliemeren bij ver
lies des Visschewaeres, Únde die Voegel
poel in den sijden Mars hoerende in de
Waere van den Olden hoff toe Collendoer
die sall niet langer toegedijckt mogen
weesen, dan wes Sancta Gegrorius ofte
middels Meerte, als bij eene halve
tonne biers.

9. Item dat niemant buijten consent
únde toelatinge der gemene Inge
setten der voorß Marricke enige Heijde
sall aensteecken, ofte Veldt brandt inde
voorß Marricke sall maecken, ofte doen
aensteecken, als bij de peene van
Tijn golt gulden, únde soe sollickes
geschiede, van eenige denstboden ofte
Kinderen, daer ouer sollen die selven
boeten

 

artikel 9. Niemand mag heide- of veenbrand stichten zonder toestemming van alle ingezetenen! Er stond de enorme boete van 10 golt gulden op. En als het kinderen of dienstboden deden, dan moesten de ouders of de eigenaren der dienstboden betalen!

 

blz. 9)
boeten únde den brocke betalen, wiens Kin
deren ofte Dienstboden sullckes gedaen oft
noch doen mogen.

10. Iten sollen oock die Ingesetten únde Ge
swaeren neerstichlick toesien únde opsicht
hebben, dat niemant anders in Heemser
venne únde Collendervenne eenighe
Torffcuijlen sall hebben ofte maecken dan
rechtgaende op Ende dale, únde ordente
licke graeven nae goetduncken des Mar
ricken richters únde den Geswaeren, als
bij die pena van een tonne biers, únde de
Ongewaerden Brincksitters in Heemser
únde Collender Marcke die sollen niet
wijdtes int voorß Torffvenne Torff grae
ven als Hen dorrich den Erffgenamen
únde Marckenrichters gewesen únde toe
gestaen wort als bij verlies een tonne
Biers.

11. Item dat oock geen Meijer ofte Huisman
in die voorgenoempte Marricke meer
placken sall mogen meijen dan Hij dat
haer daer uijt halet, Únde gene gemeijde
placken

 

blz. 9)

artikel 10. Bij het turfsteken moest men de turfgaten netjes afwerken. Boete 1 ton bier. De ongewaarden (op de Brink) mochten alleen met permissie turf graven.

artikel 11. Er mogen geen gemaaide plaggen op het veld blijven liggen. Boete 1 ton bier. De keuterboeren mogen alleen plaggen maaien met permissie.

 

blz. 10)

placken liggen laten, bijde pena van
een tonne biers, únde die ongewaerden
sollen geene placken mogen meijen,
dan dorrich toelatinge der Erffgenamen
únde Marrickenrichter, bij verboerte
een tonne biers.

12. Item die gemiene Erffgenamen van Heem
se sinnen overcommen, dat de gemiene
Buiren van Heemse sollen alle Jaeren
drieweecken nae Paeschen Haere dijcken
maecken in den Esch als bij een pena van
een tonne biers, sollen oock alle Biesten
in únde uijt Heemser Esch gaende wes
tot die Esch latens toe met jocke únde tou
we in únde uijt geleijdet worden, als bij
pena van een tonne biers, Sollen oock de
Inwonners van Heemse únde Collendooren
in jder Buijrschap twee Wroegers hebben
omme alles to wroegen únde to schutten,
dat gene dat schade doet in Cooren ofte
gras, dat sinnen dan Biesten Peerden
Schape ofte Swijne, als oock den onduch
tigen vrede als Tuijnen únde Slote toe
wroegen tendes hoeren Eede, únde die
wroeger

 

blz. 10)

artikel 12. De buren van Heemse (dat zijn dus de boeren en kotters!) zullen 3 weken na pasen de dijken in de es maken. Zoniet, dan verliezen zij 1 ton bier. Elke buurtschap krijgt 2 "wroegers" om te schutten. Dat wil zeggen om de "beesten, peerden, schapen ende zwijnen" op te sluiten in de schutstal en zo de boete te innen, zoals zij bij "haren eede" dat bevestigd hadden.

 

blz. 11)

wroeger sall wesen nae willecoer derselvigerens
Inwonneren van Heemse únde Collendooren, únde
die voorß wroege oock onder Hem hebben te
genieten.

13. Item oock zinnen die gemene Erffgenamen
met malcanderen verdragen dat die Marcken
Richter personelicken ofte sijnen genoechsamen
Volmechtiger alle maenden eenmael buijten
costen der Erffhenamen in die Marcke
van Heemse únde Collendooren sall erschij
nen, omme alles toe besichtigen wes tot der
voorß Marcke schadelick únde profijtelick
mach wesen, ende nae vereijschinge der sae
cken nootdruft ein noodtholting aen
te schrijven.

14. Item is oock bij den semptlicken Erffge
namen ingewilliget, dat soe wanneer
de Marckenrichter gewoontlicke Holtspreaecke ofte
noodtholtingh will holden, dat die Meijer
luijden jder sijnen LandtHeeren acht dagen
toe voorens daer van sall toe weten doen
únde dat sulckes is geschiet blijck únde
schijn aen den Marckenrichter to ver
toonen, als bij verbuerte een tonne
biers.

 

blz. 11)

artikel 13. Elke maand zal de Markerichter inspectie houden. Vindt hij bij die bezichtiging wat schadelijk is voor de marke, dan mag hij een spoedvergadering (noodholting) uitschrijven.

artikel 14. zegt, dat de meier van het erf zelf de datum en het uur van de markevergadering, minstens acht dagen van te voren aan zijn landheer moet meedelen. Er moet hiervan een schriftelijk bewijs worden vertoond aan de markenrichter. Bij verzuim een boete van 1 ton bier. In bijzondere gevallen mag de markenrichter samen met de Blankvoorts en Berent Alders ook zelf beslissingen treffen tot heil van de gemeenschap 'en dit zal rechtsgeldig zijn, net alsof de erfgenamen er zelf bij tegenwoordig waren'.

 

blz. 12)

biers. Sall oock die MarckenRichter mach
hebben tot vermijdinge der moeijten únde de
Erffgenamen costen die extraordinarius sae
cken dienende tot walvaert der Erffgenamen
únde der voorß Marricken met de Blancke
vort únde Berent Alders uijttoerichten, het
welcke soo volcomen sall wesen ofte de
Erffgenamen 't samender handt tegenwoordich
weeren.

15. Item sollen oock gene ongecrampede Swijne
ofte Varckens wesen in die voorß Marcken
van Gregorius wes Martini inden Winter
bij brocke van een olden Vleemschen jder
Swijn, soe vaecken die ongecrampt ge
vonden worden tot profijt des Marcken
richters.

16. Iten noch hebben die algemiene Erffge
namen van Heemse únde Collendooren
wall arnstelick bewilliget únde verdragen,
dat die Meijerluijden van Heemse únde
Collendooren alle Jaeren Haere Woninge
únde Landen sollen verbetteren met eijcken
únde willegen poeten, soe op Haer LandtHeeren
gront als oock inde Marcke soe als een
jder

 

blz. 12)

artikel 15. verbiedt het houden van "ongekrampte" varkens in de zomer in de gehele markte. Elk varken moest dus in de neus een ijzeren kram hebben, zodat het de grond niet kon omwroeten. Na sint Maarten (11 nov. ) mocht dit wel! Boete 1 olde Vleemsche voor elk zwijn.

artikel 16. Het 16de art. bewijst, dat men ook toen reeds met het milieubeheer bezig was. T rouwens alle artikelen wijzen op een grote zorg voor zuinig omgaan met de aanwezige grondstoffen (hout, veen, grond), maar art. 16 zegt ' t letterlijk, dat alle meyerluyden (-boeren) eiken en wilgen moeten poten. Maar daarbij mogen zij geen "weegen of steegen bekrencken (-beschadigen) om aan jonge lten te komen!! Wat een natuurbeschermers bij de gratie Gods. Straf 1 groot pond! Dat het landschap in N. O. Overijssel tot vandaag toe zo fraai is gebleven, komt mede door deze kleine maar zeer waardevolle bepalingen.

 

blz. 13)

jder die golegentheijt daertoe best deenste
lick mach wesen, dan nochtans dat niemant
enige graevens ofte dijcke sall mogen mae
cken omme eijcken telligen oft willigen toe
potten die eene op ofte aen des anderen tuine
únde Landen, toe benadelen ofte beschadigen
noch oock geene wegen ofte stegen
te bekrencken únde beengen als bij die
pena van een pont grootte.

17. Item oock is bij den semptelicken Erffgenamen
overcomen. dat niemant eenige aengra
vinge sall mogen doen, van Landen in die
Marcke van Heemse únde Collendooren,
buijten 't consent der gemiene Erffge
namen, únde daer Emant uijt sonderlinge
gelegentheijt ofte noodtsaeckelicken etwas
wolde aengraven, daer ouer sall die
genige die solckes doet den gemienen
Erfgenamen vergoedinge doen, oder de
andere Erffgenamen sollen daertegen ge
lijckheijt van Landen mogen genieten
dan niemant sall sulckes mogen doen
aen Emants anderen Landt.

18. Item die semptlicken únde gemiene
Erffge

 

blz. 13)

artikel 17. is alleen in 't belang van de Heren geweest en niet in die van de gebruikers van de grond! Want er wordt hier een verbod gelegd op het doen van "aengravongen. " Wij zouden tegenwoordig zeggen je mag niet onginnen. Of wat cultuurgrond is, blijft het, maar alle bos-, heide- en veengrond blijft ook zoals het daar ligt. Er is een complete lijst in 't Rijksarchief uit 1749 bewaard gebleven, waaruit blijkt, hoe later dit gebod met voeten is getreden en er ontzettend tegen deze wet gezondigd is. Alleen al het verbieden ervan in 1551 duidt erop, dat dit "kwaad" (??) toen reeds om zich heen greep!

artikel 18. We willen bij art. 18 iets langer stilstaan om de belangrijkheid ervan. Het gaat over de toenmalige rampzalige zandverstuivingen, die dikwijls hele gebieden voor tientallen jaren totaal vernielden. In de marken van het Ommer kerspel heb ik reeksen van middelen [gelezen om dit kwaad te beteugelen. Ook in dezelfde eeuw als waarin wij nu art. 18 vinden. In Eerde bij Ommen ligt nog één zo'n zandverstuiving als een overblijfsel uit die eeuwen. Hij wordt de Sahara genoemd! Maar nu in 1551 de tyrannie van dat stuifzand in onze streken. De vergadering geeft Lubbert Blankvoort uit Collendoorn volmacht om alle mogelijke en denkbare middelen te gebruiken om die zandverstuivingen te bedwingen. Blankvoort mag daartoe alle inwoners van Heemse en Collendoorn oproepen om te helpen. En wie weigert, mag hij naar eigen goeddunken straffen. Nou, dat heb ik nog nooit in de Markeboeken uit welke buurtschap ook, gelezen! Maar het stáát er! Voor de velde diensten aan de marke gedaan, zullen de Erfgenamen Lubbert Bl. "bevreedigen ende vergoedingen doen. "

 

blz. 14)

Erffgenamen van Heemse únde Collendooren
hebben met Lubbert Blanckevoort over
comen omme die groote gevaerlicke
Santstuve die in Onse Marcke soe
grooten schade brenget, soe voele moge
lick te dempen únde te verwinnen
waertoe Blanckevoort die semptlicke
Buiren únde Inwonners van Heemse
únde Collendooren sall mogen gebruij
cken, mit sulcke middelen únde gele
gentheijt als daertoe op den besten mo
gen dienstelicken únde bequaem
wesen, únde die doertoe onwillich be
vonden worden, mit sulcken straffe
únde pena to dwingen als behoort,
únde Blanckevoort goetduncket waer
in wij semptlicken Erffgenamen tot
stuir der voorß Santstuue Blancke
voort in alles volcomen macht ge
ven, gelijck wij seluen tegenwoordich
weeren únde van allen diensten únde
voordelen die Blanckevoort aen ons
únde onse Marricke bewijset, daer
voor beloven wij Blanckevoort toe
bevredigen únde vergoedinge toe doene.
Item

 

blz. 14)

 

blz. 15)

19. Item soe sinnen die voorß Erffgenamen
overcomen, soe voor emant in die voorß
Marcke were die durch aenvoeden van jonge
Lammer op Michaelis meer schapen hadde
als sijn waertall weere únde die selvige
niet conde vercoopen, den selven sollen mo
gen ongeschuttet gaen, wes Gregorij ofte
middels Meerte.

20. Item die semptelicke Erffgenamen van
Heemse únde Collendooren sinnen eendrach
telick overcomen, dat niemant in die
voorß Marcke ofte torffvenne te ge
lijcke meer torffsteeckers ofte gravers
sall hebben ofte gebruijcken, als eenen
torffgraver ofte twee ten hoochsten
als bij een pena van drie golt guldens.

21. Item die gemiene Erffgenamen van Heem
se únde Collendooren hebben omme sonder
linge beweechnisse Esken Eskens únde
Anna sijn huisfrouwe gegont únde toe
gestaen eenen gaerden te mogen
aenvreden op den Brinck voor des pastoors
hoff toe Heemse, soe als die selve
plaetse

 

blz. 15)

artikel 19. is weer ten gunste van de boer, want wie in de herfst zijn lammeren niet had kunnen verkopen, mag ze boven het getal der waere, dat was 40, houden tot midden maart.

artikel 20. mogen de bezitters van veengrond niet meer dan 2 "torfgraavers" in 't veld hebben. Straf 3 gold gulden.

artikel 21. hebben we al ergens behandeld, want nu wordt aan Esken Eskens toegestaan als brinksitter te mogen bouwen op de brink voor "des Pastoers Hoff" en wel voor zo lang hij leefde.

 

blz. 16)

plaetse Esken voorß únde sijn huisfrouw
bijde Blanckevoorts únde Berent Alders
sall gewesen únde uijtgepaelt worden
omme haer leventlanck te gebruicken
únde niet langer, buijten consent der Erff
genamen van Esken kinderen ofte Erff
genamen.

22. Item noh [noch] hebben die Erffgenamen van
Heemse únde Collendooren bewilliget
dat het Marckengerichte alle Jaer sall
ommegaen, únde alle Erffgenamen in de
voorß Marcke sollen jder van haer guet
geholden wesen dat Marckengerichte toe
bedienen, únde ofte het mochte gebueren dat
onnodich weere alle Jaeren Marckengerichte
to holden, soe sal die genige sijn tijdt únde
buerte weder wezen dat Marckengerichte
aen tovangen naest aen den gearriveert nae
den sonnen ommeganck, daer dat leste
Marckengerichte geholden is wall tover
staene dat niemant vant voorß Marcken
gerichte te bedienen vrij ofte exempt sal
wesen, dan jder Erffgename voorß sijn Jaer
ofte desselven Volmachtiger.

23. Item noch sint de Erffgenamen over
comen

 

blz. 16)

artikel 22. regelt het aftreden van de Markerichters. In Heemse en Collendoorn wordt besloten om elk jaar een nieuwe te kiezen. Wat een verschil met b. v. Bergentheim, Ane en 't Laar, waar de Heer van Gramsbergen permanent markerichter was.

artikel 23. waarin aan Jan Bulks ook voor zijn leven wordt vergund een huisje te mogen zetten op de markegrond. Maar als de buren klachten hebben over zijn vee, dan wordt het onmiddellijk afgebroken, zonder pardon!

 

blz. 17)

comen únde durch beede goeder luijden sie
vergunt hebben Jan Bulcsx mit sijn huijs
vrouwe hendrick ein stede omme toe setten
een huis oer levent lanck ende niet langer,
ende dan nae den tijden wederomme aff toe
breecken, ten waer met wille des Erffgena
men, daerenboven en sullen sij geene
schaede doen, den buiren mit enige Beesten
únde Weert dat daer enige clachte over
queme, sollen Sie verwillecoert hebben,
dat huis weder afftebreecken.

Item dit sinnen die Incompsten
hoorende in die Marricke van Heemse
únde Collendooren, van sulcke parce
len als volget.

Item die Boesemere doet Jaerlicx twee
dalers.

Item dat Eeckelcampien doet Jaerlicx achte
stuijvers.

Item Johan Schrijvers op den Brinck voor
die eerste brugge gift van sijn gaerden
Jaerlicx tijn stuijver únde voor sijn uijt
drift vijff witten.

Item Johan Schroeder toe Heemß gift Jaer
licx

 

Dit zijn de inkomsten van percelen horend in de marke van Heemse en Collendoorn.

De Boesemeer brengt twee dalers per jaar op.

Het Eikelkampje acht stuivers. Johan Schrijvers op de Brink voor de eerste brug geeft voor zijn tuin jaarlijks tien stuivers en voor zijn drift vijf witten.

Johan Schreur te Heemse geeft jaarlijks van een hoekje tuingrond aan het Spaanskamp en van de uitdrift samen negen stuivers.

Fenne Mages geeft voor de tuin jaarlijks acht stuivers.

Gosen Mebeeke's gaarden doet jaarlijks twee riders.

Femme woont op de tuin, tussen Aaftink en Reinink en betaald voor uitdrift viereneenhalve stuiver.

De scheper Geert woont aan de kant van de Hulzeburg op de tuin van Oostendorp en geeft zes stuivers voor de uitdrift.

Johan Bolks betaald over de tuin, die de erfgenamen hen toegestaan hebben, vier stuivers.

Evert Schoenmaker betaald de tuin en de uitdrift waar Asse Assies op woonde, twaalf stuivers.

Er zijn nog 3 lege schape waeren, twee in Heemse en 1 in Collendoorn. Ze brengen jaarlijks 24 stuivers op per waere.

 

blz. 18)

licx van den hoeckien goerden landers gele
gen aen Spaencamp únde sijn uitdrift negen
stuijvers.
Item Fenne Mages goerden doet Jaerlicx
achte stuijvers.
Item Goossen Meijbecken goerden doet
Jaerlicx twee Ridders.
Item Femme op den Goerden tusschen Aff
tinck en Renninck woonachtich, van uijtdrift
vierdehalve stuijver.
Iten Scheper Geert woonachtich op gene
sijt den Hulseburch op Oostendarpinck goer
den Ses stuijver van uijtdrift
Item Johan Bullickes vanden goerden die
hem die Erffgenamen toegestaen hebben Jaer
licx vier stuijvers.
Item Evert Schoemaecker van den goorden
únde uijtdrift daer Asken Askens op placht te woonen
twaelff stuijvers.
Item van drie ledige Schape waeren,
die twee toe Heemß únde eene toe Col
lendooren doen Jaerlicx vierentwintich
st

   
 

blz. 19)

stuijvers jder waere.
Item noch gift Willem in die Herberge voor
eene Schape waer eenen daler.
Item Heijle op den Goerden toe Collendooren
voor uijtdrift Seß stuijvers.
Item Greetken op den Brinck voor die eerste
Brugge bruicket van den Erffgenamen van
Heemß únde Collendooren omme Godes
wille hoer goerden únde wooninge.

Anno 1554 Dincxstdages nae Sacramenti
hebben die algemiene únde samptlicke
Erffgenamen van Heemße únde Collendoo
ren ingegaen únde verdragen dat tot
walvaert der voorß Erffgenamen únde die
Marricke van Heemse únde Collendooren
alle Jaeren op jder waere inder voorß Mar
ricke sollen worden gepottet vier eijcken
telligen diewelcke Lubbert Blanckevoort
van den Erffgenamen ofte haere meijers
sollen worden behandet omme die selve
durch den ingesetten der voorß Marricke
op den

 

Willem in de herberg geeft nog een daler voor een schapewaere.

Heile op de gaarde in Collendoorn betaald voor uitdrift zes stuivers.

Greetje op de Brink voor de eerste brug gebruikt van de erfgenamen van Heemse en Collendoorn om Gods wil haar gaarde en woning.

In 1554 op dinsdag na Sacramenti hebben de algemene en gezamenlijke erfgenamen van Heemse en Collendoorn een verdrag aangegaan dat tot welvaart van de eerder genoemde erfgenamen en van de marke Heemse en Collendoorn zal zijn.

Elk jaar zullen voor elke waere in de marke vier eikentelgen moeten worden gepoot. Lubbert Blankvoort zal deze via de erfgenamen of hun meijers ontvangen om deze door de ingezetenen van de marke op de beste plek in de marke te laten poten. De telgen zullen met doornen omwonden worden zodat de beesten ze niet kunnen bederven. Als de ingezeten in gebreke blijven moeten zij de boete van een ton bier betalen.

De erfgenamen hebben ook toegestaan dat alle watergangen in de marke elk jaar eenmaal schoongemaakt worden. De Vogelpoel, die behoort in de waere van de Oldenhof te Collendoorn waar Lubbert Blankvoort woont, mag zijn water niet errder lossen in de Lee, dan veertien dagen voor St. Michiel. Ook zal de dijk aan de oostzijde van de Vogelpoel niet hoger worden gemaakt dan vier zoden dik. Er mogen ook geen ongewaerden vissen noch enige korven of viswaeren hebben in het Meerwater of De Lee tot aan de Veerbrug.

 

blz. 20)

op den bequemsten inden voorß Marricke
te laten poeten únde die telligen met
doornen te laten bewinden únde van den
verderff der beesten laten bewaeren
doch die voorseijden Ingesetten bij ver
buerte únde broecke eene tonne biers.
Is oock bij den samptlicken únde allge
mene Erffgenamen bewilliget únde over
gegeven dat alle die watergangen inde
Marricke van Heemse únde Collendooren
alle Jaeren einmael schoone únde claer
sollen opgemaeckt worden únde den Voe
gelpoell hoorende inde waer toe den
Oldenhoff toe Collendooren daer Lubbert
Blanckvoort op woont sall niet worden
inde Leea gestouwet ofte gedijcket
dan viertijn dagen voor Michaelis únde
sall oock den Dijck aen die Voegelpoel
aen die oosterzijdt niet hooger als
vier soden hooge gemaecket worden
únde sollen oock gene ongewaerden vis
schen noch oock enige corver ofte vis
sche waeren hebben int Meerwater
ofte Leea wes aen die verbrugge
dan

  etc. etc. nazien
 

blz. 21)

dan allenigens die Gewaerden van Heem
se únde Collendooren die hoere Korver
únde Visschewaeren niet enger dan soeven
voet wijt onder únde boven achte voet wijt
als bij die pena van eenen halven kern
wijns únde sollen oock die inwonners
van Heemse únde Collendooren alle jae
ren neerstich opbouwen únde maecken
goede bouritten únde waterleijdinge
dorch die leechten van Heemse únde Col
lendooren Marricke daar des de gele
gentheijt eijsschet únde nodich is als bij de
pena van twee golt guldens

Anno 1555 is oock den convente van
Albergen toegestaen eene kalverweijde
aen des conventes landt aen den ooster
einde bij lanck den roevekamp aan den
wech ofte stege waer tegen die erffge
namen van Collendooren únde Heemse
jder nae quota ter gelegende tijt oock
weder sollen genieten dan is bij den
samptlicken erffgenamen eindtlick
beslaten bewilliget únde ingegaen
dat niemant enige aengravinge van
Landen

   
 

blz. 22)

Landen sall mogen doen ofte maecken
wijders als aen sijn selves landt únde
niet aen des anderen landt ofte tuijnen
ofte sal weder mogen ingedijckt worden
únde soe emant enige aengravinge aen
sijn selves landt deede omme uijt oorsae
cke des sall diegenige die solckes gedane
den voorß erffgenamen voldoen offt oock
daer tegens pro quota aen hoere tuine
únde landt mogen aengraeven dan soe
voele angaet eijcken telligen únde wil
ligen potten únde potteldijcken to mae
cken in die voorß Marricke sall een
jder mogen doen únde genieten dat
ghemant sall daermede emant benae
delen ofte verkorten aen wegen ofte
stegen únde oock niemant aen sijn
landt daer met te beschadigen ofte
vercorten únde sall oock sulckes niet
gedaen worden in't ruime van die
marcke dan aen hoecken únde plaetsen
daer des totten besten vordell únde
minsten schaden mach geschieden der
voorß Marcken.

Anno

   
 

blz. 23)

Anno 1557 post diem Lamberti heeft Lub
bert Blanckevoort op believen der Erffgena
men van Heemse únde Collendooren geoorlo
vet Kalman ten Hardenberg met sijne
adherenten únde met hulpers toe visschen
int Colner Meerwater dan niet toe be
schadigen die genegen die hoere toeslae
en Korver únde vissche waren int Meer
water hebben voor welcker visschen voorß
Kalman belovet bij het verlos van sijne
vissche netten den Erffgenamen van Heemse
únde Collendooren op die holtspraecke
toe verdragen únde toe voldoen

Des dincxsedages nae Sacramente
Anno 65 op dach voorß heeft Meister
Johan Oostendarp Conincklicke Maije
steit Commissarius dat holtgerichte van
Heemse únde Collendooren gesetten un
de die geswaren als Derck ten Hulsebus
Roloff ten Oostendarpinck, Lubbert
Cupper uijt belastinge der Erffgenamen
van Heemse únde Colner, bij hoeren
Eede wall erenstlicken belastet vnde
vermanet

   
 

blz. 24)

vermaenet, únde dat bij die pena van een
tonne Bremmers biers, dat die voorß Ge
swaren met neerstigheijt dit sonder versuimen
ofte simulatien, die peerden únde bee
sten comende over die Lea ofte reidt
aen die Heemser únde Colner zijdt, hoe
rende den Borgeren van Hardenborch vnde
anderen ongewaerden, sollen schutten
únde die broecke als jder voet een
stuijver toe schutgelt sollen ider schut
tinge onfangen únde niet quijtgeven
als bij een tonne biers verbreucket
toe hebben únde op den naesten Marcken
únde Holtgerichte sollen die Geswaeren
bij hoeren Eede verclaren wat vaecke únde
wanneer Sie geschuttet hebben únde
inde binnen Landen in die voorß Mar
ricke dubbelt schutgelt únde in 't Saet
ofte Kooren sall die schade únde schut
gelt betaelt worden tot kentenisse
van onpartijdige Mannen.
Is oock op den selven dach bij den
Erffgenamen únde Marricken richter
bewilliget, dat niemant uijt die Mar
ricke van Heemse únde Colner sall mo
gen

   
 

blz. 25)

gen vercopen enigen Torff aen Onge
waerden, niet meer als twee voeder Torffs
aen den Smit, únde twee voeder Torffs
aen den Schroer ofte Snijder, daer Sie
dagelicx mede hanteren bij pena een
tonne biers Voorß únde alle andere punc
ten die hier bevoorens bij den Erffge
naemen overcommen zijn blijven in
hoere volle weerden, Is oock op dach
voorß toegelaeten bij den Erffgenamen
dit tegenwoordige Jaer dat Willem in
die Herberge sall geven voor die Boe
semaer twee Jochems dalers únde voor
Eckelcampien agt stuivers, Fem
me Mages voor hare goorden vier
stuivers, die Schoemaecker voor
den goorden achte stuiver, Hendrick
Bulckes vierdenhalven stuiver, voor
den goerden, Hendrick die Wijse
únde Willem Wiltfanck borgeren in
den Hardenberch sinnen dit Jaer met
den Erffgenamen van Heemsse únde
Colner verdragen dat Sie mogen
Visschen in Colner Meerwater, daer
voor Sie sollen geven een Coninges
daler

   
 

blz. 26)

daler met een goede portie varssche vissch
Femme op den goerden toe Colner, toe
weijde gelt Ses stuivers, Gooßen Me
becke voor den goerden únde weijde
vijfftijn stuiver, Johan Schrijver
op den Brick achte stuiver, Griete
op den Brinck vierdenhalven stuiver,
Scheper Geert toe Heemse Ses stuiver
voor weijdegelt, Johan Schroer toe
Heemse Vier stuivers van een hoeckien
Landes in sijn goerden, Egbert Sche
per tot weijdegelt Vierdehalve stuiver
Coernoeten des voorß Holt en Marcken
Gerichte Herman van Welvelt, Lub
bert Blanckevoort.

Des Dincxsedages nae Sacramenti
Anno 66 heeft Lubbert Blancke
voort dat Holt únde Marcken Gerichte
gesetten van wegen des Conventes
Sibkeloe, die Geswaren Derck ten Hul
sebus, Roloff ten Oostendarpinck,
Lubbert Kuper toe Colner.
Op

   
 

blz. 27)

Op dach voorß sinnen die voorß Geswae
ren bij hoeren Eede aengesecht únde
verclaert hebben dat Sie hebben ghe
schuttet Wiltfanges peerden borger in
den Hardenberch, Únde oock Tonnis Liefers?
peerden, hebben oock Johan Kuijpers peer
den Borger inden Hardenberch geschuttet,
met meer ander peerden uijt den Harden
berch ouer de Reit ofte Leea geschuttet,
únde dat Schutgelt betaelt verclaren
oock wall Voerluijden peerden van Nijen
huis op Hardenberger mersch geschuttet te
hebben únde dat schutgelt ontfangen, Op
dach voorß is op den Erffgenamen van Heem
se únde Colner ernstlick bewilliget
únde jngelaten, dat die schutters ofte
Geswaren bij hoeren Edelicken plichte
sollen die ongewaerde biesten únde
Peerden schutten, neffens den dat die
Erffgenamen únde Ingesetten der voorß
Marricke die ongewaerde biesten únde
Peerden seluest mogen schutten ofte
den Geswaren bevelen tot schutten bij
pena een tonne bremmer biers,
Insgelijcken oock dat in maniere als
bouen verhaelt alle vreemde biesten
únde

   
 

blz. 28)

únde peerden van den voorseijden mersch
sullen worden geschuttet ider voet een
stuiver únde inde binnen Landen dubbelt
schutgelt, Is oock verwilliget geene On
gewaerde biesten ofte peerden in die
voorß Marcke ongeschuttet te laten,
noch gene ongehuedede biesten ofte Swijne
bij pena als bouen únde oock geschuttet
te worden jder voet een stuiver sollen
oock die Schape van den Marsch blijven
nae older gewoonten únde alle an
dere puncten sollen blijven únde ge
holden worden nae die bewillinge ender
ordonnantie gemaecket in Anno 51
Op dach voorß hebben die Bricksitters
hoer goorden huijr weijdegelt den
Erffgenamen voldaen, als oock Willem
jnde Herberge van die Buesemer únde
Eckelcampien hebben oock Willem
Wiltfanck únde Hendrick Wijse borge
ren ten Hardenberch betaelt hoere huire
vant Visschen int Meerwater met
daer bij die varssche Vissche únde is oock
Willem Wiltfanck bij den Erffgenamen
Weder gegont únde toegestaen toe
visschen

   
 

blz. 29)

visschen met sijne Helpers dit tegenwoor
dige Jaer int voorß Meerwater voor een Co
ninges daler met daer bij ein portie var
sche vissche de Erffgenamen op die Verga
deringe des MarckenGerichtes mede te
leveren, dan sollen met visschen voor
Emants Gewaerde vissche korver, Coer
noten des Holts únde Marcken Gerichtes
Geerlich Lambertßen . . . uwe Blanckevoort
die nije Geswaeren Hendrick Volckerinck,
Willem inde Herberge, Berent ten Hamhuis.

Eoden die Anno 1566 Is oock bij den
semptelicken Erffgenamen van Heemße
únde Colner eindrachtelicken ouercomen
únde jngegaen, dat vermogens die ordon
nantie Anno 1551 bij den voorß Erffge
namen gemaecket únde eintlick over
comen onder dat verbont únde pena
van eenen haluen kern wijns, dat die
Marckenrichters van Heemse únde Colner
jder in sijn Jaer alle maent persoonli
cken geholden to Wezen inde voorß Mar
cke toe comen ofte emant tolmachtich
van den Ingesetene Erffgenamen der
voorß Marricken neeme gueden únde
ernstlicken opsichte únde sorrighe toe
hebben

   
 

blz. 30)

hebben Wes die voorß Marcke voorder
lick únde schadelick mach wezen, únde
daer die noot des vijffchet ofte ervordeaen
machte tot bewaringe der Marcken
walvaert enen nootholtinvh aentoe
stemmen únde oock goede opsicht alle
maenden bij den Geswaren únde ernste
licke vermaninge te doen van hoere
schuttinge únde aenteeckeninge te holden
van hoere schuttenge, únde noot neerstich
heijt die voorß Geswaren tot bewarin
ge der voorß Marcken welvaert aenge
wendet wort únde Voe die gelegentheijt
met den Torffvennen únde placken meijen
voort met den Gewaerden únde Onge
waerden biesten únde peerden, Schae
pen únde Verckens geholden wort.
Op dach voorß hebben die semptlicken
Erffgenamen deser voorß Marcken Lubbert
Blanckevoort daer toe Volmechtiget únde
bewilliget Omme van wegen der voorgeß
Erffgenamen únde des Marckenrichters
affwezent in alles dat beste tot wel
vaert der voorgeß Marcken to behartigen
únde aen to wenden, únde in tijt der
noodt

   
 

blz. 31)

noodt sinnen nootholtincen aentoradende [?]
Voorts oock die Incompsten der voorß
Marcken tot voordeel der genen met
Erffgenamen in to vorderen únde toe ont
fangen, Op dach voorß hebben die Erff
genamen van Heemse únde Collendooren
den Convente van Albergen toe gestaen
eene Schuirenplaetse voor Hamhuis
ses-huis aen die stege toe Collendooren
met daer bij een hoeckien Landes aen
Hamhuis hoff gelegen 't endes aen die
Schuiren plaetse streckende wes aen
den Ham únde die Schuire ofte Schoppe
sall aende stege geen affdack ofde
Kubbinge hebben, omme den wech únde
stege daer met niet to beengten ofte be
letten.

Anno 1571 [?] des Dincxsedages nae Sacra
menti heeft die E. E. Herman van
Welveldt dat Marckengerichte gesetten
van Heemse únde Collendooren met sijne
Coernoten die E. E. Johan
Blanckevoort Hermannus Bonian
die

   
 

blz. 32)

die Geswaeren Johan Hesselinck únde
Johan Renninck toe Heemse únde Johan
Oedinck toe Collendooren, die welcken
hebben verclaert dat Sie alle wel
cken tweemael die Ongewaerde
Beesten gaende inde Marricke van
Heemse únde Collendooren geschuttet
hebben, hebben oock alle die vreembde
Peerden gaende op Hardenberger Marsch
Jaers vermogens geschuttet hebben
oock die Schaepen geschuttet gaen
de nae middels meij op den Hae
ver Marsch.
Voerner is bij den Erffgenamen
van Heemse únde Collendooren verdra
gen únde bewilliget dat het punct van
Torffgraven sall alnoch geholden wor
den dat een jder sal sijne Torffkuilen
holden únde graven recht op únde
dale int Torffvenne únde die onge
waerden Cotters sollen blijven voor int
Venne únde graven oock opwerts
únde dale als bij die pene eene
tonne

   
 

blz. 33)

tonne Bremmers biers Sollen oock geene
Bieste meer inde voorß Marcke wezen
únde geweijdet worden Wijders als een
jder des Winters can holden únde voederen
Únde alle andere vrembde beesten únde
peerden sollen worden geschuttet op
Vier stuijvers, únde een jder geoorlovet
wezen to schutten Wie alsulcke Bieste
ofte ongecrambde Varckens in die voorß
Marricke vindt, únde sollen oock gene
Beeste ofte Swijne in die voorß Marcke
ongehoedet gaen, noch oock geenere
Koene in ofte uijt Heemser Esch gedre
ven wordet der wijlen dat Koenen
staende op den Lande ongejocket
als bij die pena eene tonne Brem
mers biers.
Op dach voorß hebben de Erffgenamen
van Heemse únde Collendooren Lub
bert Blanckevoort sijn huisfrouwes únde
Erffgenamen gegeven únde toegestaen
in Erffelicken Besitte únde gebruijcke
nae affsterven van Herman Geestes
únde niet eer achter Blanckevoort
hoff

   
 

blz. 34)

Hoff dat Goerencken únde plaetse
daer die olde Vrouwe Herman Geest
nu ter tijdt op woont, met dadt Brin
ckien daer bij gelegen, únde dat voor
die goede únde groote diensten únde
neerstichenden die gemelte Blancke
voort den Erffgenamen van Heemse
únde Collendooren bewesen int proces
tegens die van Hardenberch únde
voort die groote ernstvoldicheit únde
moeijten die welcke Blanckevoort toe
dienste der Erffgenamen van Heemße
únde Collendooren aengewont únde
bewezen in dat verdempen únde over
winnen der grooter únde gevaerlicken
Sandtstuue in Heemser únde Colner
Marcke gelegen únde is oock Blan
ckevoort achter den Waterinck goer
den daer Blanckevoorts willigen
dijck is bij dat binnen Landt eene
gloupen plaetse toegestaen des
sollen hier inne quijt únde toe niete
wezen alsulcke penningen als Blan
ckevoort voorß noch resten aen den
Erffgenamen

   
 

blz. 35)

Erffgenamen van Heemse únde Collen
dooren, van gedaene costen in saecken
tegen die van Hardenberch.
Eodem Die is dat Holt únde MarckenGe
richte gecomen op dat Convent van
Albergen nije Geswaren Roeloff ten
Oostendarp únde Roeloff ten Cromphoff
toe Heemße únde Albert toe Nijenhuis to
Collendooren.

Anno 73 Op Dincxsedages nae Sacra
menti heeft Geerlich Lambertß van
wegen des Convents van Albergen
dat MarckenGerichte van Heemse
únde Collendooren gesetten Coernoeten
Jacob van Uijtterwijck únde Willem
Smidt die Geswaren Roloff ten Oosten
darp únde Roeloff ten Krumhoff toe
Heemse únde Albert toe Nijenhuijs
toe Collendooren die Geswaeren heb
ben aengebracht dat Johan op dat
Holt heeft ettelicke Torff in Heem
ßer únde Collender Marcke gegra
ven daer Hie niet gewaert, daer
omme

   
 

blz. 36)

omme den Torff vervalllen den Erff
genamen únde MarckenRichter.
Op dach voorß heeft Lubbert Blan
ckevoort oock te kennen gegeven, de
schaeden die dagelicx geschiet únde ge
daen wort met Schaepen únde Bee
sten op den Santvreede, waer van
Blanckevoort vollencomen macht
hierbevoorents gegeven is, únde ook
Blanckevoort daer toe bewilliget,
goede opsicht to holden op den Sandt
vrede únde die Overtreders den
ordonnantien die bij den Erffgena
men van den Santvrede gemae
cket toe straffen Wellickes op dach
van huijden overmaels aen Lubbert
Blanckevoort ernstlicken begeert
únde versocht is, omme alsoe toe doene
únde bewaringe des Santvredes
wall toe betrachten.

Op Dincxsedach nae Sacramenti
Anno 75 heeft Willem Smidt dat
Holt

   
 

blz. 37)

Holt únde MarckenGerichte van Heem
ße únde Collendooren gesetten Coernoe
ten Jacob van Uijtterwijck únde Johan
van Lennep, die Geswaeren Berent
ter Veltschet Albert Hofftingz toe Heemße
Roeloff toe Rutenbarch to Collendooren.
Op dach voorß is bijden semptlicken únde
aenwesende Erffgenamen únde Marckenrich
ter den Geswaren bij hoeren Eede wall
ernstlick bevollen dese naevolgende puncten.
Eerstelicken dat die Geswaeren wall
naerstelick sollen schutten alle ongewaerde
Beesten, Peerden, Schaepen únde Verckens
gaende in Heemßer únde Collender Mar
cke, jder stucke op vier stuijvers
únde inde binnenLanden dubbelt schut
gelt, únde geene schutgelde quijt te
geven, buijtent consent únde willendes
Marckenrichters bij pena eenen golt
gulden.
Ten tweeden dat die Geswaren wall
vlijtelicken sollen opsicht hebben dat die
van Hardenberch únde geene onge
waerden in Heemßer únde Collender
Marcke sollen visschen als bij pena
únde broecke den achsten articull
int

   
 

blz. 38)

int Marckenboeck is inholdende.
Ten derden dat gene Beesten Peer
den ofte Schaepen op den Sandtvre
den sollen gaen, als bij pena van
schutgelt jder stucke vier stuiver boven
den broecke den Lubbert Blanckevoort
daer van toe compt.
Ten vierden dat niemant eenigen
Torff uijt die Marcke boven die or
donnantie der Erffgenamen uijt die
voorß Marcke sall vercoopen als bij pena
daer toe staende, vermogens den vijfften
articull int Marckenboeck.

Ten vijften sollen die Geswaeren neer
stelick toesien únde aenbrengen aen den
Marckenrichter alle maenden het genige
den Geswaeren duncket schadelick te we
sen inde die voorß Marcke únde oft
den Marckenrichter ofte sijnen volmech
tigen des maents eenmael in die voorß
Marcke niet erschene vermogens die
ordonnantie daer van gemacket in den
Dertijnden articull, soe sollen die Geswa
ren gaen bij die naeste ingesetten Erff
genamen únde den toe kennen geven
wes

   
 

blz. 39)

wes die gelegentheijt der voorß Marcke
wert vorderen tot nutte únde Walvaert
der Erffgenamen únde den gemenen Inge
setten.
Ten Sesten dat die Geswaren vlijtelick
sollen toe sien, dat geene vreemde peer
den ofte Beesten geweijdet worden op
den sijden marsch, daer die van Harden
berch hoere Driftwaer op hebben únde
anders niemant als alleen die van Heemse
únde Collendooren, die daer toe Eij
genaers únde die rechte grontHeeren
sinnen únde wes op den voorß mars
ongewaert in maten als boven bevon
den wort sall worden geschuttet jder
voet een stuiver.
Ten Soevenden sollen die ge
voerlicke waterleijdinge in die Mar
cke van Heemße únde Collendooren
alle Jaer eens claer únde schone
opgemaeckt worden bij pena van
twee golt gulden.

Anno 76 Op Dincxsedages nae
Sacra

   
 

blz. 40)

Sacramenti heeft Johan Blanckevoort
dat Holt únde MarckeGerichte van Heem
ße únde Collendooren gesettten únde gehol
den van wegen der provisoeren van 't
Hillige Geest toe Swolle Coernoeten
Lambert Monnia únde Willem Holter
man Op dach voorß sinnen die Geswa
ren aengesocht die welcke verclaeren
op den eersten poinct geordonneert
haer bevoorens in Anno 75 dat Sie alle
dat ongewaerde Vehe toe weten Bee
sten únde Peerden voort Schaepen
únde Swijne nae hoeren vermoegen
geschuttet únde dat Schuthelt ontfan
gen únde niet quijt gegeven.
Op dat Tweede puncte verclaren die
Geswaren dat sie oock alle onghe
waerde Visschecoruer die Sie in de
Marcke van Heemße únde Collendooren
hebben connen becomen ofte vmde
op getagen únde aende Herberghe in
Heemße verdroncken únde den Weert
die selue Visschecorver in handen ge
daen verclaren oock wall etlicke
met waden in die voorß Marcke uijt
den

   
 

blz. 41)

den Hardenberch gevisschet die Hem vae
cke met die visschewaden ontloepen.
Verclaren oock hoer beste toegesien
aen den Sandtvrede gedaen te hebben
únde dat Lubbert Blanckevort vaecke
mwt sij gegaen únde den Sandtvrede
besien, únde hebben inde hollen heijde
laten voeren daer dat Sant sijn stuij
ven mochte hebben.
Op den Vierden punct verclaeren
die Geswarden dat Sie niemant ge
vonden die Torff nijt der voorß Mar
cke bouen der Erffgenamen ordon
nantie gevoert, dan die onderschulte
heeft daer ettelicken Torff gehaelt,
únde gesacht, dat hij wolde die Erffge
namen únde Marckenrichter toe
vreeden stelllen.
Vanden Vijften punct is geenen
misbruick geweest.
Vnde vermogens den Sesten punct
hebben die Geswaeren geschuttet,
die

   
 

blz. 42)

die ongewaerde peerden gaende op den
Hardenberger merse ofte Sijden mersche
dan sinnen oock well ettlicke vrembde
voerluiden met hoere peerden gaendt
op den voorß mersch den Geswaeren
ontjacht.
Op den Soevenden punct vercla
ren die Geswaeren dat daer niet
is ingedaen.
Dye Geswaren Willem Warmelinck
Willem inde herberge toe Heemße
Albert to Nijenhuis toe Collendooren.
Op dach voorß is den Geswaren bij
hoeren Eede bevollen te doen, únde
in alles goede opsicht toe holden op
alle die puncten hier bevoorents bij
den Erffgenamen van Heemße únde
Collendooren gemaecket.

Anno 77 des Dincxdages nae Sacra
menti heeft Lubbert Blanckevoort
van wegen des Convents van Sibbe
loe dat holt únde marckenGerichte
gesetten

   
 

blz. 43)

gesetten van Heemße únde Collendooren,
Coernoten Jacob van Uijtterwijck, Herman
vander Lippe.
Op dach voorß sinnen die Geswaeren
aengeeijschet, omme verclaringe toe doene
van't genige soe in die voorß Marcke
van Heemße únde Collendooren gemisbruij
cket is.
Die Geswaeren verclaeren dat Sie
met neersticheit hebben geschuttet in
die marcke van Heemße únde Collen
dooren die Ongewaerden peerde únde
Beesten, únde oock die angerechtiget
waeren in den Sijden marsch, únde
hebben dat Schutgelt daer van ont
fangen vier stuivers jder beest únde
peerdt op die marcke únde dub
belt Schutgelt op die binnen
Landen, únde daer van die Eijge
naers des Landes únde gebruickers
die eene helfte van't Schutgelt heb
ben ontfangen, verclaren oock dat
Sie wall enige VisscheKorver opge
tagen

   
 

blz. 44)

tagen únde verdroncken, hoorende
den Ongewaerden, únde oock sinnen
wall enige úijt den Hardenberch
met hoere visschenetten ontloopen
die inde voorß Marricke waeren
visschen.
Op dach voorß is nochmaels bij den
Erffgenamen van Heemße únde
collendooren bewilliget, dat gene Sche
pers met den Schapen in Heem
ßer únde Collender marcke wijders
in't groenlant sollen mogen hoeden
ofte weijden, wijders als den delúen
wort gewesen únde úijtgesticket
als bij die pena dat die Schepers
sollen geschattet worden jder tijt op
een tonne biers.
Voort sollen oock alle andere púncten
únde articúlen soe hier in dit mar
ckenboeck begrepen únde bewilli
get sinnen tot Walvaert der Erffge
namen únde Ingesetten van Heem
ße únde Collendooren geholden únde
achtervolget

   
 

blz. 45)

achtervolget worden, all bij pena únde
broecken daertoe staende.
Oock sollen die Geswaren goede op
sicht holden, dat niemant úijt den
Hardenberch enigen Cleij únde gront
van den Sijden marsch sall halen ofte
voeren inden Hardenberch, únde soe
veer sollickes geschiede, sollen die Geswa
ren den marcken richter solckes alle maen
den to kennen geven, wie die geni
gen sinnen die welckegenigen Cleij ofte
Aerde úijt den Sijden mersch wes in
den Hardenberch búijten willen en
consent der Erffgenamen gehaelt únde
gevúert hebben, únde die Marcken
richter sal daer op eene nootholtingh
únde bijeencompste der Erffgenamen
mogen aenschrijven omme sollicken
moetwillen únde onbehoorlickheiden
to straffen, met die gelegentheijt
daer toe diennende, únde bij den
overcomen wort, nije Geswaren
Johan Renninck únde Johan Hesse
linck toe Heemße, to Collendoren Johan
Odinck.

Anno

   
 

blz. 46)

Anno 79 des Dincxsedages nae Sacramen
ti heeft Lubbert Blanckevoort dat Holt
únde MarckenGerichte gesetten van Heem
ße únde Collendooren, Coernoeten Poúwel
Blanckevoort únde Willem Holterman,
Op dach voorß hebben die Geswaeren ver
claringe gedaen dat Johan Geertß únde
Willem van Stegeren Borgeren in den
Hardenberch Kleij gehaelt ofte laten
halen úijt den Sijden marsch únde oock ette
licke aerde, seggen die Geswaren oock
mede dat Sie die ongewaerder beesten
únde peerde, voort Swijne in die Marcke
van Heemße únde Collendooren hebben ge
schúttet, únde dat schútgelt daervan ont
fangen, ingelijcken oock die vreembde Voer
lúijden peerden, gaends op den Sijden
mars, únde verclaren oock dat well
vreembde Voerlúiden peerden, hem die
peerden úijt den Sijdenmars ontjacht
hebben, daer van geen schútgelt geco
men.

Op dach voorß hebben Johan Geerts
únde Willem van Stegeren Borgeren
binnen den Hardenbarch met den
Erffgenamen van Heemße únde Collen
dooren

   
 

blz. 47)

dooren verdragen van hoer Kleij únde Sant
voeren úijt den Sijden marsch, oock mede
noch ettelicken Kleij únde Sant ofte
Aerde, úijt den voorß Sijden marsch toe
mogen halen, dan niet wijders als hem
des bij den Marckenrichter sall toege
staen worden, daer van den mercken
richter bij den aenwesenden Erffgena
men consent únde ordonnantie sall wor
den gegeven.

Eodem Die hebben die Brincksitters
únde die genigen die van den Erff
genamen Landt únde goerdens int
gebrúick heben, hoere húire ofte
pacht betaelt, únde die selúige pacht
heeft die marckenrichter van wegen
der Erffgenamen voor hoere gedaene
verteringe betaelt aen Willem in
die Harberge toe Heemße, die nije Ge
swaeren Roloff ten Oostendarpinck únde
Derck ten Húlsebúsch toe Heemße, Geert
Heckman toe Collendooren.

Op desen voorß dach is bij den aenwe
sende Erffgenamen van Heemße únde
Collendooren bewilliget únde overcomen
dat

   
 

blz. 48)

dat die Geswaeren deser voorß Mar
cken alle maenden in die Marricke
van Heemße únde Collendooren den
Marckenrichter sollen aenspreecken únde
toe kennen geven van die misbrúicken
in die marcke van Heemße únde Collen
dooren mogen geschieden, únde daer
van die marckenrichter opteeckinge
sall doen únde den Erffgenamen ten
naesten Marckengerichte alle tijt
daer van tekennen doen, únde soe
veer die voorß Geswaeren hier in ver
súnnen mochten wesen sollen Sie jder
tijdt gebroecket hebben, ein golt gulden,
vnde oock die Marckenrichter alle maenden
in die voorß Marricke niet erschijnet,
ofte sijnen Volmechtiger sall die Mar
ckenrichter vervallen wesen in die
pena daer toe staende als nempt
licken eenen halven kan wijns, únde
soe veer dan enige beswaernissen
deser voorß Marcken mochten voor
vallen, die welcke die Marckenrichter
met toe doen der voorß Marcken
Ingeseten Erffgenamen
niet

   
 

blz. 49)

niet conde tot nutte unde walvaert der
voorß Erffgenamen unde Marcke uijt
richten, soe sall die Marckenrichter eene
bijcompste unde vergaringe der voorß
Erffgenamen in die Marcke van Heemse
unde Collendooren mogen dorch die Ingesetten
Meijerluijden verwittigen unde
aenschrijven, omme alles soe voele moegelicken
tot walvaert der Erffgenamen
unde Ingesetten der Marcken van Heemße
unde Collendooren toe verrichten.
Vorner is bewilliget unde overcomen,
dat alsulcke drie ledige Schaepewaren
als in die Marcke van Heemße
unde Collendooren toe weten: eene to
Collendooren, twee toe Heemße geordonneert
sinnen omme die selvigen
tot voordeel der Erffgenamen toe verpachten,
dat die voorß Schaepewaren
aen anders niemant sollen worden
verpachtet ofte gebruicket, dan alleeneich
bij den Ingesetten der voorß Marcken,
als bij die pena van een halff
pont verbroecket to hebben. Insgelijcken
dat die heeren waer oock bij niemant
anders sall worden gebruicket,
als

   
 

blz. 50)

als bij den Trecker in den Opslach
die voorß heerenwaer gepachtet unde
die selvige aen Niemant anders toe Verpachten,
ofte verloven toe gebruicken
vermits die misbruicken daer bij gepleget
sinnen, dat die voorß Heerenwaer,
tot naedeel der voorß Erffgenamen
bij verscheijden persoonen worden
gebruicket nochtans bij eenen gepachtet
was.

Oock is bij den Aenwesenden Erffgenamen
nochmaels bewilliget unde
beslaeten, dat ider Meijerman in die
voorß Marcke sijn Landtheeren goet
unde Willigenholt toe paeten vermogens
die ordonnantie bij den voorß
Erffgenamen gemaecket in Anno 54.
unde dat bij die pena daer toe
staende.

Unde hebben die samptlicke Erffgenamen
van Heemße unde Collendooren
bewilliget unde avergegeven
dat een ider tot die beste gelegent
heijt

   
 

blz. 51)

heijt in die voorß Marcke sall mogen
potten unde pateldijcke maecken, sonder
enige wegen toe te potten ofte vercleijnen
bij pena van drie golt gulden.

{dat men de Marckte niet benadele met timmeren)
Is oock bij den voorß Erffgenamen overgegeven
soe veer Emant op die voorß
Marcke enich timmer, huisen, schuijren,
Schapeschotte begeerde toe setten, dat sulckes
niet sall mogen geschieden, op wegen unde
stegen, die men van olts gewoontlick is
te gebruijcken, ofte noch nodich sinnen
te gebruijcken, als bij een pena van een
pont groot gebroecket te hebben.

{geen holt van de Marckte te mogen houwen als met consent der erfgenamen)
Sall oock niemant enich holt hart ofte
weeck in die voorß Marcke staende
houwen, ofte oock houwen laten, buijten believen
der Erffgenamen, bij die pena van
een tonne biers ider tijt verbroecket
toe hebben.

Unde voerner alle puncten in den Marckenboecke
begrepen bij den Marckenrichter
alle maenden tot walvaert der voorß
Marcken unde Erffgenamen wall arnstlick
sollen beneersticht worden, vermogens
den selven inholt.

   
 

blz. 52)

Op dach als voorß heeft Herman van
Welvelde versocht van den Erffgenamen
van Heemße unde Collendooren een hoecxken
Landes toe Collendooren, het welcke die
voorß Erffgenamen Herman van Welvelde
gegunt unde toegestaen hebben.
Finis.

   
 

blz. 53)

Dit sinnen die Opcompsten
van den Erffgenamen van Heimßen
unde Collendooren soe men
voor dese tijt noch weet anno
teert Anno 1604 den 13 Junij.

Voor eersten den Goerden op den
Brinck is verpachtet voor Soevent
unde Viertich stuijvers sJaeres, aen
Lambert Derckß waer van die eerste
pacht nu verschijnt, te betalen
op die tegenwoordige Holtspraecke
aen den Marckenrichter.

Ten anderen Herman Smidt op den
Bringh, voor sijn stede daer sijn tim
mer op staet, sall Jaerlicx geven
Anderhalve golt gulden.

Item die stede unde drift daer zalige
Johan Schrijver plecht up to woonen,
op den Bringh voor den Hardenberch,
is bij den Erffgenamen geordonneert,
dat die Jaerlicx sall geven eenen
golt gulden van xxviij brabantse stuijver,
oock voor dit tegenwoordige Jaer
een golt gl

   
 

blz. 54)

een golt gulden, sall rede betalen,
alles tot revocatie unde wederseggen
van den Erffgenamen. Sall nu
voordan geven xxxviij stuivers Anno
1615 alsoe geaccordeert.

Item die Scheper tot Collendooren,
gift des Jaers voort gene dat hij van
der Marcken bruijcket xvj stuijvers.

Item die Gebruicker van dat hoeckien
van za. Lamberts Schroers goerden
tusschen Joffer Peter Uijtterwijcx goerden,
gelegen, daer van sall die Gebruijcker
desselven geven Jaerlickes op die
Holtinge toe Heemßen vijff stuijver bra.
dit is aende Capitein van Uijtterwijck
vercoft ende lange betaelt.

Willem Janßen die olde Scheper tot
Collendooren, sall den Erffgenamen Jaerlicx
geven opten Holtingh van sijne
woninge ende goerden, wesende der  
Erffgenamen gront, und vant Venne
ende drifft, van't gene hie alriede
gewoont heeft, unde vordan noch woonen
mochte

   
 

blz. 55)

mochte, twee golt gulden Jaerlicx op die
holtspraecke.

Den 12 Julij 1624 heeft hie betaelt van
twee Jaeren die hie alriede verwoont hadde,
Vier golt gulden, welcke vier golt gl.
geimploijeert zinnen op dach der holtspraecke
tot verteringe bij den Erffgenamen
gedaen, hier voor verhaelt.

Engbert Janßen sall nu voordaen geven
van sijn Stede van't Huijs ende drift, als
oock van't Venne, Jaerlicx Twintich stuijvers
aensiende sijnen soberen staet, ende nichts
op die Marcke toe drijven heeft ad revocandum
daernae 4½ golt gl.

Anno 1628 hebben die Erffgenamen Herman
Smit vergunt enigen Torff t stecken
int Venne alleene voor dit Jaer, daer hie
den binnen Erffgenamen van to vreeden
gestelt heeft en contentement daervan
gedaen.

Anno 1628 hebben die binnen Erffgenamen
Johan Smidt vergunt enigen torff door
die Meijeren hem thoe steecken int Venne,
alleene voor dit Jaer, daer hie den Erffgenamen
voor't vreden gestelt, unde
daarvan

   
 

blz. 56)

daer van betaelt tot oeren contentement.

Anno 1629 hebben die Erffgenamen Jan
Smidt vergunt enigen Torff door de
meijeren t'laten steecken, voor dit Jaer
daer hie den Erffgenamen van gegeven
unde betaelt tot oeren contentement.

([in de kantlijn] van Graven den torf)
Anno 1630 hebben die Erffgenamen Esken
Lambertß toe Marrijenbarch sijn dochterman
vergont enigen Torff t'stecken int
Venne, alleene voor dit Jaer, daer hie den
Erffgenamen van toe vredengestelt heeft,
tot oeren contentement.

Anno 1632 hebben die binnen Erffgenamen
Johan Smit ten Hardenberch vergunt, soe
hie secht hem die Buijten Erffgenamen
oock toegestaen ende vergunt, enigen
Torff toe stecken in't Venne, ende dat
door eenen Graver Vier ader Vijff daghe,
alleene voor dit Jaer, daer hie aengenomen
en belavet heeft den Erffgenamen
daer voor voll toe doen tot oeren contentement.

   
 

blz. 57 (1)

Etlicke Onser Heeren Erffgenamen
Landen soo bewust unde van den
Huijsluijden aengegeven.

Die Buesemeer met den Eckelcamp
unde Sijdemarsch gebruijcket Lubbert
unde Steven Blanckevoort.

Naewes goerden heeft Lubbert Blanckevoort.

Za. Luijken oppen Brinchs goerden, heeft
Lambert Derckß in pacht.

Herman Meebecken Camp ofte Toeslach
bruicket Herman voorß.

Den Achtersten Costeverlaren bruijcken
die Van Uijtterwijck, unde dat stucke van
der Marcken affgevredet tot een Goerden
van za. Pouwel Blanckevoort.

Toe Collendooren een Toeslach, bruijcket
Blanckevoort aldaer.

   
 

blz. 58 (2)

Copia Vera

Anno 1602 des volgenden naesten dincxdaechs
nae Sacramenti heeft der Edele unde
Erentfeste Lubbert Blanckevoorts dat Marckenrecht
gesetten aen und aver Heimsen
und Collendooren. Coernoeten Hendrick Campherbeecke
unde Arent Tonnißen unde is bij
den absenten Erffgenamen genoechsaem
schriftelicke volmacht getoont, daer die
aenwesende Erffgenamen met toe vreden
zijn geweest, unde sinnen tot Geswaren
gestalt tot Heemßen Henrick Warmoltingh
unde Johan Hesselingh tot Collendooren
Hendrick Hamhuis, dessen is op erlacht,
dat Sij vlijtich sollen schutten der
Marcken beste doen, unde alle weecken
tweemael ofte ten minnesten eens
die Marcke aversien bij pena van een
halve tonne Bremmer biers, unde ofte
oock emant weijgerich sich schutten te
laten oder den broecke te betalen,
sollen Sij die Naberen toe hulpe roepen,
die em helpen sollen, bij pena alse baven,
unde is wijders bij den Erffgenamen gehandelt,
uijtgesprooken, geordineert, als volght.

Inden eersten is bij den Erffgenamen
gestatueert

   
 

blz. 59 (3)

([in de kantlijn] van den torf)
gestatueert unde ordonneert, dat geene
huijsluijden buijten der Marcken voorß sollen
enigen Torff vercoopen, ofte voor een ander
buijten der Marcken gesetten, doen
stecken ofte laeten veuren meer dan van
oldes gebruijckelick bij pena van een tonne
Bremmer biers.

(van de Cutters pene)
Ten anderen dat geene cotters sollen
enigen Torff steecken ofte graven laten
baven in 't Venne, tot naedeel van den
Bouwluijden, dan sollen beneden in't Venne
blijven, daer em die Schultus ofte Marckenrichter
wijsen sall, nae older gewoonte,
bij pena van een bremmer biers.
Ten derden heeft die Edele Lubbert Blanckevoort
dat Marckenrichtersampt huijden
geresigneert, unde is bij advijs der Erffgenamen
weder gecoren Jan van Gronningen
in plaetse sijns Jonckers van
Aßewijn unde dit voor een Jaer, unde daer
nae salt ommegaen nae older gewoonte.
alternatis vicibus.

Ten vierden is bij den Erffgenamen gevordert
ende geresolveert, aengaende der
Kercken toe Heemßen omme Reeckeninge
unde

   
 

blz. 60 (4)

unde Reliqua der goederen te hebben van
den Edele Lubbert Blanckevoort alse beshere
Kerckmeister gewesen, waer op
Blanckevoort voorß oppet aenholden der
Erffgenamen aengenamen unde belavet
heeft, derselven opcompst unde ontfangh
Reeckeninge unde Reliqua te
([in de kantlijn] NB) doen den 20 Julius desses tegenwoordigen
Jaers Seßhondert twee
unde wes dan nae gedane Reeckeninge
bevonden wort, die eene
den anderen schuldich te zijn, sall datelick
voldaen unde betaelt worden.
Oorkonde onsere handen hier onder geschreven.
Actum als baven.

Concordeert unde accordeert
dese copia met zijn principaell,
de verbo ad verbum ges bij mij Rodolphum
p Heimsensem (dan die onderteeckeninge
feijlet hier noch aen)
dieselve mach men uijt sijn principaell
hier bij doen.
Onderstunt
Lubbert Blanckevoort
Johan van Groningen in absent sijn principael den Joncker
Joest van Welvelde
Peter van Oostendarp
Arent Crull schultus
Arent Tonnissen
Geert Coster wegen den Rentmr. Jorgen Sticke.
[feijlet = mankeren]

   
 

blz. 61 (5)

Copia
Anno 1603 heeft der Achtb. unde fromme
Johan van Gronningen wegen sijn
Joncker Asewijn, dat Marckenrecht
gesetten aen unde aver Heimsen unde
Collendooren. Coernoten Mons. Beecke
unde Rentmr. Sticke, unde is bij den
anderen absenten Erffgenamen genoechsaem
volmacht getoont daer die aenwesende
Erffgenamen met vredich geweest,
unde sint tot schutters gestalt, tot Heimsen
Derck Mebecke unde Herman Hulsebusch
tot Collender Ruitenberch, desen is
op erlacht dat sie vlijtich sollen schutten
der Marcke beste doen unde alle wecke
een ofte tweemael der Marcken aversien,
bij pena een halve tonne Bremmer
biers, unde off sich iemant weijgerich
maeckte schutten te laten, ofte den
bruecke te betalen, sollen sie die
nabuiren toe hulpe roepen, die em
helpen sollen, bij voorß pena. Ende
is wijders bij den Erffgenamen gehandelt
uijtgesproocken unde geordineert alse
volget.

Then eersten is bij den Erffgena
men

   
 

blz. 62 (6)

([in de kantlijn] van torf steken en vervoeren)
men gestatueert unde geordineert,
dat gene Huisluiden buijten der Mar-
cken voorß sollen enigen Torff vercopen
ofte voor een ander buijten der Mar-
cken gesetten doen steecken ofte
laten vueren, meer dan van oldes
gebruijckelick, bij pena een Tonne
Bremmer biers.

([in de kantlijn] van het graven der kotters)
Thom anderen dat gene Cotters sollen
enigen Torff steecken offte graven
laten baven in't Venne tot naedeel
van den Bouwluijden, dan sollen be-
neden oppet Venne blijven, daer em
die Schultis ofte Marckenrichter
wijsen sall, nae older gewoonten, bij
pena een tonne Bremmer biers.

Thom Derden heeft die Achtbare unde
Vromme Johan van Gronningen dat
Marckenrichters ampt Huijden gere-
signeert, unde is bij advijs der Erff-
genamen weder gecooren der Achtbare
Arent Tonnißen unde dit voor een
Jaer, unde daer nae sall ommegaen
nae older gewoonte alternatis vicibus
Then

   
 

blz. 63 (7)

Then Vierden, js noch bij den Erffgena-
men gevordert unde geresolueert a novo,
aengaende der Kercke toe Heemßen,
omme Reeckeninge unde Reliqua
der Kercken Gueder toe hebben van
([in de kantlijn] NB)
den Edele Lubbert Blanckevoort als besheer
Kerckmeijster gewesen, waer van de
dach der Reeckeninge aengestelt
is op dach Jacobi wesenden den 25e
Julij, daer van nu Blanckevoort insinu-
atie gedaen sall worden.

Then Vijfften hebben die Erffgenae-
men geordonneert, dat die Goerden
op ten Brinck, sall verpacht worden
met voorgaende Kerckenspraecke
nu op Jacobi dach alse voorß.

Then Sesten dat alle gebruickers
van desse nabeschreven Landen haer schijn
unde Bescheijt den 25 Julij sollen jnbren-
gen, bij verlos derseluen, als to weten
([in de kantlijn] NB)
vande Buesemeer mith den Eckelcamp
unde sijde Marsch, Mages Goerden,
Meebecken Toeslach, Costverloeren
bij za. Schulten huis, den Toeslach toe
Collendooren bij Blanckevoort gebruicket
Giestes

   
 

blz. 64 (8)

Giestes goerden, unde bi Ruijtenborch
Schaepe schots stede, waervan een jder
jnsinuatie gedaen sall worden.

([in de kantlijn] 40 Scape)
Ten Soevenden is oock bij den Erff-
genamen resoluveert, alleene voor
dit loopnde Jaer, dat die Meijerlui-
den op Hoer Waertall sollen mogen
drijven 40 Schaepe, unde niet eer in
den Esch ofte opten Marsch sollen
drijven, wijders alse van oldes
gebruijckelick, bij pena een tonne
Biers.

([in de kantlijn] So wel Somers als s winters een verkenhierde)
Ten achsten dat die Jngesetten
soe wall 't Somers alse sWinters eenen
Vercken hierder sollen holden bij pena
voorß.

Then Negenden, sollen die van Col-
lendooren geholden sijn tegen aenstaen-
de Jacobi dach voorß op der Erffge-
namen oncosten alle schijn unde
([in de kantlijn] NB)
bescheijt soe Sij mogen becommen
tusschen den Vrede van Ane unde
Collendooren, voor den Erffgena-
men jntobrengen, daer op die
Erffge

   
 

blz. 65 (9)

Erffgenamen versien sollen nae rechte.

Thom Tijnden sollen oock die gebruijckeren
van des Jofferen Schuirstede
unde dat hoeckien van zalige Lambert
Schroers tegens den bestembden Jacobi
dagh voor den Erffgenamen erschijnen
unde daer van haer bescheijt
inbrengen. Actum als baven.
Onderstont. Herman van der Beecke,
Joest van Welvelde, J. Sticke, Hen
rick Campherbeecke, Anthoni Oistendorp,
Arent Krull, Arent Tonnissen,
Johan van Gronningen. Voorder
stont. Accordeert mit zijn prin
cipaell bekenne Rodolphus tot Heim
ßen pastor.

   
 

blz. 66 (10)

Copia. Noitholting 1603.
Op den Noitholtingh aver Heimßen
unde Collendooren den 25 Julij Anno 1603.
Is, a novo, weder bij den Erfgenamen
geordonneert unde gestatueert,
dat alle die articulen soe op den
naesten voorleden Holtingh bij den
Erffgenamen geordineert zinnen ge-
weest, alse inde Marckencedull bij
den Marckenrichter berustende is,
sall expresselick wall geholden worden,
unde dat bij pena daerinne ver-
haelt.

Wijders is noch op Huiden bij den
Erffgenamen, a novo, gestatueert, dat
den Edele unde Erentfesten Lubbert
Blanckevoort, als Huiden aver Viertijn
daghe wesende den 8 Augusti sall aen
den Schultes jnbrengen sijn Reecke-
ninge unde Reliqua van der Kercken
([in de kantlijn] NB)
toe Heimßen unde Whemen goede-
ren, unde oock alle Schijn unde Be-
scheijt van alle die Landen soe sijn Edele l.
van der Marcken gebruijcket soe
alse

   
 

blz. 67 (11)

alse genoemet in die voorige nae-
sten Holtings Marckencedull, Omme
volgendes van den Schultes aen die Ge-
deputeerden te verwittigen, als nemp-
lick Johan van Welvelde, Johan van der
Marssche, Gerhardt Loese, Jurgen Sti-
cken unde Hendrick Campherbeecken
unde alsoe der Edele unde Erentfeste Lub-
bert Blanckevoort bij den jongesten
verleden Holtingh gepretendeert,
dat hij omme de absentie der Gede-
puteerden der Reeckeninge Onco-
sten gedaen heff soe die Erffgena-
men behooren to betalen, unde dan die
wijle Mons. Blanckevoort van desen
dach waerop die Erffgenamen gecom-
pareert, genoechsaem jnsinuatie ge-
daen unde doch niet met sijn Ree-
ckeninge gecompareert, sall oock ge-
lijckfals geholden zijn dese Huijden
desen dach die oncosten te betalen.

Voorts aengaende Herman Mee-
beecken Toeslach, heeft Hij Huij-
den dessen dachs genoechsaem Schijn
unde Bescheijt getoont daer met
die aenwesende Erffgenamen een
goet

   
 

blz. 68 (12)

goet genoegen gehadt, bij bescheijde
nochtans, dat Herman voorß bij die Li-
miten soe em bij den Erffgenamen
gewesen blijven sall, unde deselue niet
averschrijden.

Oock aengaende den Costverloeren, heb-
ben die Erffgenamen van den za. Schulten
bescheijt getoont, is niet bij den Erffgena-
men geapprobeert, dan sall bij den Erff-
genamen in oogenschijn genomen worden.

Is oock, a novo, op den Negenden arti-
cull der vooriger naester Marckence-
dull geordineert unde gestatueert,
dat die van Collendooren soe Haer Vehe
ofte Haeve van die van Aenen mochte
geschuttet worden, comende int Vlier
liggende aen Collender Broeck, dat
Sij dat selue met rechte sollen mogen
([in de kantlijn] NB)
weder aentasten, unde stellen Haer
ten Rechte, all waer den Erffgenamen
voor Haer willen intreden.

Voorts js der Erffgenamen Goerden
opten Brinck Huijden van den seluen
Erffgenamen verpachtet, den Ersamen
Lambert Derckßen den tijt van
Seß

   
 

blz. 69 (13)

Seß Jaeren voor - 47 stuijvers Jaerlicx.

Is oock geordonneert aengaende des
Jofferen Schuirstede, oock dat Hoeckien
van za. Lambert Schroers Goerden,
dat Sie beijde op die naeste bijcompst
der Gedeputeerden, daer van Haer schijn
unde bescheijt sollen inbrengen, Actum
Heimssen Anno et Die ut supra. Onder-
stont. Johan van Welvelde,
Arent Tonnissen, J. Sticke Renthmr. ,
Arent Crull S+T+H+ [Schout te Hardenberg], Gerhardt Loese, Hen-
rich Campherbeecke, Johan van Gron-
ningen, ondergeß beholtlick de actie
van Collender dorff Ick consente-
ren. Voorder stont. accordiert
met sijn principael bekenne
Ick Rudolph Pastor to Heimssen.

Anno 1604 Den 13 Junij heeft der
achtbare unde Vrome Arent Ton-
nißen dat Markenrecht gesetten, aen
unde aver Heimßen unde Collendoren.
(unde sijne Marckenrichter ampt ge-
resigneert aen Mons. Herman ter
Becke

   
 

blz. 70 (14)

Becke. ) Coernoten Mons. Becke unde
Rentmeijster Sticke, unde is bij den an-
deren Erffgenamen absenten, genoech-
saem Volmacht getoont, daer die aenwe-
sende Erffgenamen mit vredich zinnen
geweest, unde zint tot Schutters ge-
stalt, toe Heimßen Hendrick Volckerdingh
unde Albert Aerningh, tot Collendooren
Johan Oedingh, desen is operlacht, dat
Sij vlijtich sollen schutten der Marcken
beste doen, unde alle wecken die Mar-
cken een ofte tweemael aversehen
bij pena een halue tonne bremmer
biers, unde off sich Jemant weijgerich
maeckede schutten te laten ofte den
Broecke te betalen, sollen Sij die
Naberen te hulpe roepen die em
helpen sollen, bij voorß pena. Vnde is
wijders bij den Heeren Erffgenamen
gehandelt, uijtgesproocken unde geordon-
neert, alse volget.

Inden eersten js bij den Erffgena-
men gestatueert unde geordineert,
dat alle die articulen sie in die
naeste Holtinghe opgerichtet, sollen
in allen floir gaen, unde stricte
in allen, vnde van een Jeder
geh

   
 

blz. 71 (15)

geholden worden.

([in de kantlijn] dit raekt Hermen Smits huijs op den Brink)
Opten seluen voorß dach, is Herman
Smidt op den Brinck verdragen
met den Heeren Erffgenamen aengaen-
de den gront daer sijn Timmer op staet
unde sijn uijtdrift unde weijde, daer voor
Hij rede als nu voort tegenwoordige
Jaer, datelick geven sall twee golt gls. ,
den gulden tot 28 bra. sts. unde voorts
die aenstaende Jaeren jder Jaer ander-
halff golt gulden op die Holtinghe
toe Heemßen aen den Marckenrichter
toe betalen, dit allen tot believen unde
wederseggen der Heeren Erffgenamen.

Item noch is bij den Erffgenamen geac-
cordeert, dat die Huisstede unde drift
opten Brinck, daer za. Johan Schrijver
plecht op te wonnen, voor dit tegen-
woordige Jaer sall geven datelick op
die Holtinge een golt gulden,
unde voorts alle volgende Jaren
voor jder Jaer een golt gulden, alles
bij believen unde wederseggen der
Heeren Erffgenamen.

Is noch geordonneert bij den Erffge-
namen

   
 

blz. 72 (16)

namen dat die Scheper toe Collen-
der sall van nu voortaen Jaerlickes
betalen twaelff stuijv. brab. , voor't ge-
ne dat Hij die Marcken genott, Wor-
van Hij ten achteren is drie Jaeren,
Jaerlickes Seß stuijv. macket Ach-
tijn stuijv. die Hij nu int geriede
sall betalen.

Item van dat Hoeckien van den goer-
den tusschen za. Lambert Schroers unde
des Jofferen Peters Uijtterwijcks goerden
daer van is bij den Erffgenamen
geordineert, dat die bruijcker dessel-
ven Jaerlicx sall geven Vijff stuijvers
alles bij provisie unde revocatie van
den Erffgenamen. Actum Heimssen
Anno et Die ut supra. Was on-
dergeteeckent. Herman van der
Beecke, Lubbert Blanckevoert, Ste-
ven Blanckevoert, Joerigen Sticke,
Arent Crull, Arent Tonniß, Joannes
Rudolphus Hardenborch Heimsensium pa-
stor wegen der Wedemen [Wheeme] aldaer.

   
 

blz. 73 (17)

Copia Holting 1605.
Alsoe die Holtspraecke aver Heim-
ßen unde Collendooren (soe geholden
plecht te worden des naesten Dincx-
dages nae Sacramenti) is bij den
Erffgenamen opgeschurtet besh op Huij-
den den 25 Junij Anno 1605, soe is
datß. Marckenrecht aver Heimßen un-
de Collendooren geholden, unde geset-
ten bij den Heeren Schulten Arnolt
Crull alse Marckenrichter vanwe-
gen Mons. Herman Ter Beecke, un-
de sint Coernoten geweest der Edele
und Erentfeste Steffanus Blan-
ckevoort unde Johan van Gronningen
Rentemeister wegen sijn Joncker der
Edele unde Erentfeste Statius van Ase-
wijn, unde is bij den seluen aenwesenden
Erffgenamen dat Marckenrecht ge-
slaten, unde in forme van articulen
gestellet alse volget.

Unde zint tom eersten ter presentie
der Erffgenamen gecompareert Johan
van Gronningen in plaetse van Joncker
van Asewijn, Lubbert unde Stephanus
Blanckevoort, Bruijn van Uijtterwijck,
Arnoldt Crull Schultz. voor Absenten
alse

   
 

blz. 74 (18)

alse Welevelt unde Jorgen Sticke,
daer voor interveneert Stephanus
Blanckevoort, voor Oostendarp unde
Herman van der Beecke, unde den Pro-
visoeren vant Gasthuis den Heijligen
Geest, daer voor interveniert die
Schultes Arnolt Crull, alse oock
voor Arent Tonnißen.

([in de kantlijn] breuke van een tonne bremer bier voor H. Smit)
Alsoe Herman Smit opten Bring
den anderen articull van die naestbeschre-
ven Marckencedull int Torff grae-
ven to buijten heeft gegaen, soe is bij
den Heeren Erffgenamen omme gestem-
met unde gestatueert, dat Herman
Smit sall dit mael inde broecke
van een tonne bremmer biers ver-
vallen zijn, unde daer toe verlies van
den Torff, unde hier met em 't ghe-
bruicke der Marcken opgesecht ten
weer dan dat Hij wijder met den Erff-
genamen accordeert.

Is oock bij den Heeren Erffgenamen
gestatueert, dat alle die articulen,
soe op die naeste Holtspraecke ver-
vatet unde beschreven, sollen in allen
floir blijven unde van een Jeder
geh

   
 

blz. 75 (19)

geholden worden.

Is oock geordonneert, dat niemant
buijten der Marcken sall Torff verco-
pen, steecken of steecken laten, off
buijten der Marcken laten vueren,
wijder als nae der Marckencedull
van oldes gewoontlick, bij pena van
een tonne bremmers biers, unde ver-
los den Torff.

Oock sollen die Cotters niet wijder
in't Venne Torff graeven, alse in die
voorige Marckencedull geordineert,
bij pena daer bij gestatueert.

Is oock gestatueert, dat nae olden
gebruijck sollen die Huisluijden een
Vercken-Heerden, oock eene guste
biesten Hierden Holden, nae olden gebruijck,
beveell oock der vooriger Marckence--
dulle, alse bij pena daer op gestatu-
eert, een tonne Bremmer biers.

Sinnen oock dit Jaer tot nije Geswa-
ren Schutters gestellet alse tot Heim-
ßen Hendrick Warmolting unde Rottger
Veltsinge

   
 

blz. 76 (20)

Veltsing, tot Collendooren Geert Nije-
sing, dessen is Eedes plicht op erlacht
dat Sij sollen vlijtich schutten der Mar-
cken beste doen unde wall toe sien
dat geen gront gesteecken worde
uijt der Marcken, ofte daer uijt gevoe-
ret, unde sollen Sij luijden ten minsten
des Weckes tweemaell die Marcken
aversien, unde Schutten, soe wall aver dat
Eerden voeren, van die van Harden-
berch, alse dat schutten.

Heeft oock der Agtbare Arnolt Crull Schul-
tes dat MarckenRicht van wegen Mons.
Herman van der Beeck nu geresigneert
in handen van den Edele unde Erentfesten
Gerhardt van Oostendarp.

Alsoe overst Herman Smith, alse
delinquent bevonden vermogens den
voorigen articull, soe is nochtans
dit maell (omme dat Herman gra-
tie is begerende) unde dat der Erff-
genamen jttelicke voor hem inter-
cederende, omme reden van desen,
bij den angewesen Heeren Erffgena-
men geordineert, dat Herman Smit
voorß

   
 

blz. 77 (21)

voorß voor dit loopende Jaer, die Mar-
cke sall bruijcken van nu aen tot
aen die naestcompstige Holtsprae-
cke Anno 1606, daer voor Herman dan
aen handen des Marckenrichters op die
naeste Holtinge sall geven drie golt
gulden, den gulden tot xxviij stuijvers
Onderstont. Arent Crull van wegen
Herman van der Beecke als Marken-
richter. Lubbert Blanckevoort, Steven
Blanckevoorth voor Hem, alse oock van
wegen Joffer Maria van Welvelde,
unde den Rentemeister van Sibkeloe
unde Albergen den E Jorgen Sticke.
Johan van Gronningen in affwesent
sijn Jonckers. Arent Krull voor Hem
selueß, unde mede van wegen unde
uijt begeerte van Oostendarp,
Hulsebusch unde Reijningh. Rudolph
Pastor tot Heimssen voor unde van
wegen der Wedemen aldaer.

Anno 1606 was geen Holtingh
Vte

   
 

blz. 78 (22)

Marckencedull Anno 1607.
Copia
Anno 1607 den 23 junij heeft der Achtbare
Joannes Custodis wegen den Erffge
namen van Oostendarp dat Marcken
richt ofte Holting gesetten unde ge
holden aver Heimßen unde Collendooren
Bijsitters off Coernoten geweest der
Edele unde Erentfeste Steven Blancke
voort unde Arent Tonnißen, in forma
unde manieren naebeß. unde heeft
hier met Joannes voorß dat Marcken
recht geresigneert unde avergegeven
in ende aen handen des Erbar. Hee
ren Rentemeijsters van Sibkeloe.

1. Eirstelicken is bij den Marckenrich
ter unde den aenwesenden oock Ab
senten oere Volmachten geordineert
unde statueert dat voor all goede
opsicht gedragen sall worden inde
Schuttinge soe vaecke als Hem des
voor den Schulten unde Blancke
voort sall aengesecht zijn, bij pena
van een tonne biers unde een lijck
teecken daer off brengen aen den
Schultis, dat Sij geschuttet heb
ben

   
 

blz. 79 (23)

ben ter Weecken tweemaell.

2. Dat oock gene beesten ofte Swijne
in der Marcken sollen gaen sonder
Hierde unde Cramme un de daer
enige Bieste ofte swijne hierdeloes
([in de kantlijn] NB) in der Marcke bevonden
worde, sollen die selue van
des Schutters geschuttet worden, ider
stucke op een kanne biers soe vaecke
des bevonden wort sonder Hierde.

3. Dat oock niemant buijten der Mar
cken gesetten eenigen Torff sall gra
ven ofte graven laten unde uijt
([in de kantlijn] NB) der Marcken wech voeren, bij pena
van een Tonne Bremmers biers un
de verbuerte van den Torff.

4. Dat oock gene Ingesetten van
Heimße unde Collendooren enigen
Torff sollen graven ofte graven
([in de kantlijn] NB) laten omme te vercoopen allent
bij pena van een tonne Bremmer
biers, uijtgenomen den Schroer ende
Smidt een vour ten sij dan met
consent der Erffgenamen unde Mar
ckenrichter, unde daer alriede enigen
Torff

   
 

blz. 80 (24)

Torff gesteecken weere, alse baven
verhaelt sollen commen unde maecken
affdracht van stonden aen bij ver
buerte van den Torff unde een tonne
Bremmer biersn unde dat oock nie
mant van den Ingesettenen die een
den anderen baven ofte beneden sijn
Cuijle sall mogen graven ofte enig
behinderinge doen, unde daer alriede
sulckes gedaen weere, sollen die selve
de eene den anderen weder wijcken
unde ruijmen ingelijcken bij een ton
ne Bremmer biers.

5. Item dat oock alle die genne, soe
enige goerdens driften oder anders
in die voorß Marcke van die Erffge
namen gehuiret hebben, sollen ge
holden wezen alle Jaer op dach
der Holtspraecke te betaelen, ofte van
haer pacht versteecken wezen.

6. Dat oock niemant enige Bieste,
Peerde, Schape ofte Swijne, van
die ongewaerde sall mogen aen
nemen, omme in die voorß Marcke
te

   
 

blz. 81 (25)

te weijden, soe wall binnen alse buijten
bij pena van een tonne Bremmer biers.

7. Dat oock niemant buijten der Mar
cken gesetten eenige Eorde ofte
Kleij sall steecken ofte graven la
([in de kantlijn] NB) ten, unde uijt der Marcke in den
Hardenberch voeren, alse bij pena
van een pont groot verbuert te
hebbe, soe vaecken des bevonden
wort, van elcke reijse.

8. Item dat oock die huijsluiden van
Heimßen unde Collendooren, sollen
maecken haere stege unde wege,
alse oock den Kerckvrede unde Esch
frede [scheijde] nae older gewoonte, unde dat
in die tijt van Viertijn dage want
die Erffgenamen alsdan die Vre
de unde wech sollen besichtigen,
ende boete van een tonne biers
sollen invorderen, bij gebreck van
maecken.

Únde sint tot Schutters gestelt
tot

   
 

blz. 82 (26)

tot Heimßen, der Eers. unde Vromme
Arent Tonniß unde Hendrick Olij-
slager toe Collender, Geert Ruij
tenbergh.

Heeft oock dit Jaer, der Eerb. Joan
nes Custodis dat Marckenrecht
geresigneert aen den Achtb. Heeren
Rentemeister [Johan] Jorgen Sticke. Onder-
stont Joannes Custodis alse Mar-
ckenrichter in plaetse van die
Erffgenamen van Oostendarp. Steven
Blanckevoirt als oock mede van Wege
Wellevelth. Arent Krull voor Hem
selffs. Bruin van Uijtterwijck.
Arent Krull wegen Hulsebusch, Ruit
mingh unde Sibbekeloe. Arent
Tonnißen voor Hem unde den Edele
Erentfeste Herman van der Beecke.

Anno 1608 vaceerde dat Hol-
tingh.
Anno

   
 

blz. 83 (27)

Anno 1609 Opten 20 Junij heeft der
Achtbare vnde Vromme Heere Rentemeij-
ster van Sibkeloe unde Albergen, Jor-
gen Sticke, dat Holtgerichte gesetten,
aver Heimsen unde Collendooren, Bij-
sitters, der Edele unde Erentfeste Steven
Blanckevoort unde der Achtbare Ar-
noldt Krull Schultis, in manieren
beschreven alse volget.

1. Sinnen die aenwesenden Heeren
Erffgenamen, mit der absenten Haere
schriftelicke oock persoonlicke Vol-
machten, vredich geweest.

2. Geswaeren Schutters gestelt tot Heim-
ßen Johan Hesselingh unde Herman
Hulsebusch, toe Collendooren Johan Oe-
dingh, dessen is bij Eedes plicht op er-
lacht, der Marcken beste te doen,
vlijtich te schutten, unde jnsonderheijt
ooge unde acht te hebben oppet
Cleij unde Soon steecken, unde Wech-
vueren der van Hardenberch, alles
nae die voorige Marckencedull in den
eersten articull verhalet.

3. Wort noch ter avervloeth bij den
Heeren

   
 

blz. 84 (28)

Heeren Erffgenamen geordineert den
eersten verhaelden articull der naester
geholden Holtspraecke, in allen te ach-
tervolgen, bij pena van een tonne brem-
mer biers, bij den Schutters verbuert.
Vnde dat die Schutters sollen vlijtich
opsicht dragen, oppet Torff steecken
nae luijt der voriger naeste Marcken-
cedull, in den Derden articull verhaelt.

4. Verclaren die Geswaren daer op dat
Claes Baecke enigen Torff, tegen dese
ordonnantie heeft laten graven, daer
van verclareren die Heeren Erffgena-
men, dat Claes voorß sall kommen bij den
Erffgenamen unde maecken affdracht
van dien, ofte die Torff sall bij den
Erffgenamen aengetastet worden.

5. Alsoe Derck Thijß onwilligh is te
betalen den Jaerlicxen golt gulden
van Lubbert Leeffert Schrijvers Huisstede,
opten Bringh, oock der Erffgenamen
gront, soe daer bij gebruijcket, Soe
is Hier op bij den Heeren Erffgenamen
geresolueert, dat den Eijgenaer een Ge-
richtelicke Wete sall worden gesonden,
omme

   
 

blz. 85 (29)

omme den uijtganck to vol-
doen, bij gebreck van dien, willen die Erff-
genamen dat Huis bij Gerichtelicken op-
slach vercoopen, unde dat Derck Tijes
den aendeel van't Huis opter Erffge-
namen gront staende niet sall ge-
bruicket worden van Derck voorß,
ofte sall bruijcken laten, unde solckes
Gerichtelicken laten verbieden.

6. Opten Sesten articull der vooriger
naester Holtspraecken, (omme gene
Beesten van den Ongewaerden mo-
gen aengenomen worden opter
Marcken, soe binnen alse buijten)
ordineren die Heeren Erffgenamen
dat dese articull noch in weerden
sall blijven.

7. Desgelijcken oock, sall die Soevende
articull der naester gedane Holt-
spraecke (van't Cleij graeven) in
eeren geholden worden, unde
sall hier op vlijtich unde scharp bij den
Geswaren gelettet worden, unde soe
vaecken hier tegen bevonden, sollen't
aenbrengen aen't Gerichte, unde
nae

   
 

blz. 86 (30)

nae dessen vorhaelden articull ge-
straffet worden.

8. Opten Achten articull der vorige
naester Holtspraecken (van wegen
unde stegen, oock Kerckvrede te
maecken) is nu, a novo, bij den Heeren
Erffgenamen resolueert, dat een jder
sijn pãnt aen den Kerckhoff, sall mae-
cken met een Rije-Thuin van drie
posten unde drie Rijen.

9. Heeft dat Marckenrecht dit Jaer
der Achtbare Heere Rentemeijster
Sticke geresigneert aen de Hee-
ren provisoer van 't Heijlige
Geest unde dat H. Cruits to Zwolle
alse noemptlicken Rudoph Amsinck.
Onderstont. Georgen Sticke Mar-
ckenrichter, Stephanus Blanckevoirt,
Arnolt Krull Shultz met den an-
deren aengewesen Heeren Erffgena-
men.
Anno

   
 

blz. 87 (31)

Holting 1610
Anno 1610 opten 13 Junij Heeft die Mar-
ckenrichter, der Achtbare unde Vromme
Roloff Amsingh als Erffgenaam ende
Provisoer van't Gasthuijs H. Geest
und H. Cruits toe Swolle, dat Mar-
ckenrecht gesetten aver Heimßen
unde Collendooren, Coernoten der Edele
unde Erentfeste Steven Blanckevoort
unde Jorgen Sticke, unde is van
den absenten Erffgenamen genoech-
same Volmacht getoont, daer mede
die aenwesende Heeren Erffgenamen to
vreden geweest.

Heeft oock der Achtbare Monsr. Am-
sinck dat Marckenrecht geresigneert
aen handen van den Achtbare unde Vrommen
Heeren Rentmeister Jorgen Sticke.

Sinnen tot Schutters gestelt tot
Heimsen, alse Albert Hoffstede un
Hendrick Volckeringh tot Collendooren
Geert Nijesing tot Collendooren.

Deßen is bij eedes plicht op erlacht
der Marcken beste te doen des Wee-
ckes tweemael der Marcken aversien
flijtich schutten, opsicht oppet Venne,
oppet

   
 

blz. 88 (32)
oppet Torff steecken Eerden gra-
ven unde wechvuiren, te hebben,
alles bij pena een tonne Brem-
mer biers. Vnde is wijders bij den
aenwesenden Heeren Erffgenamen
uijtgesproocken, gehandelt unde sta-
tueer, alse volget.

1. Inden eersten is bij den Eerffgena-
men geordonneert, Dat alle Onge-
waerde Peerden, Biesten unde Var-
cken, sollen vanden Marcken geschut-
tet worden nae olden gebruijck,
([in de kantlijn] NB)
oock alle ongewaerden Gansen soe
in schade bevonden, sollen doodge-
slagen, unde oppen Tuijn gehangen
worden, hier bij geordineert, dat
die Schutters tweemael des Weckes
Haer diligentie hier in bruijcken
sollen, bij pena 1 Tonne Bremmer
biers.

2. Is oock geordineert bij den Heeren
Erffgenamen op dato Huijden dat
alle vremde uijtheemse peerden,
Biesten unde Swijne opten Mars-
sche unde Groenlanden bevonden tusschen
den

   
 

blz. 89 (33)
den Herdenberch unde die Lhee sol-
len geschuttet worden, unde ofte
die Geswaren sich beswarich vunden
int schutten der Vremden, sollen em
die Gemiene Huisluijden van Heemsen
unde Collendooren tehelpe comen, unde
helpen schutten indien nodich, unde
van ider voet t'nemen een stuff.

3. Is bij den Heeren Erffgenamen oock
gestatueert, dat alle die voorige
articulen soe bij den Heeren Erffge-
namen van Anno 7. 8. 9. gestatueert,
sollen confirmiert zijn, in allen fleur
gaen, vast geholden unde in allen ge-
hoorsaemlick achtervolget worden, alse
voorß.

4. Is oock op Huijden bij den Heeren
Erffgenamen den Scheper tot Col-
lendooren 't genne dat Hij vander Mar-
cken gebruijcket, ditmael voor dit
loopende Jaer vergunnet voor
8 stuijver, die Hij nu auer een
Jaer opten dach van de Holtsprae-
cke betalen sall, dan vant verle-
den Jaer, sall Hij moeten die
Twaelff

   
 

blz. 90 (34)
Twaelff stuijver contenteren.

Op dato van Huijden heeft ge-
huiret van den Heeren Erffgena-
men Geert Willen Schrijvers wo-
ninge opten Bringh, staende op
ter Erffgenamen gront, oock daer-
bij die Drifte in der Marcke van
sijn egen Beesten, oock dat Torff
stecken int Venne tot sijn eijgen
nootdruft, unde dat voor dit loopen-
de een Jaer, waervoer Geert voorß
aen den Heeren Erffgenamen, nu
aver een Jaer, sall geven unde be-
talen, op dach der Holtspraecke, twee
golt gulden, jder 28 stuijver.
Holtingh

   
 

blz. 91 (35)
Holtingh Anno 1611
Anno 1611 Den 4 Junij Heeft der
Achtbare und fromme Heer Rente-
meister Jurgen Sticke dat Mar-
ckenrecht gesetten aen unde aver
Heimsen unde Collendooren. Coernoten
unde Bijsitters der Edele unde Erent-
feste Steven Blanckevoorts unde
der Achtbare unde fromme Roloff
Amsingh unde is van den Absenten
Erffgenamen genoechsame Volmacht
getoont, daer unde die aenwesende
Heeren Erffgenamen to vreden ge-
weest. Heeft oock der Erbare
Jurgen Sticke Renthemeister, dat
Marckenrecht geresigneert, aen
handen van den Edele und Erentfeste
Bruin van Uijtterwijck unde sint
Schutters gestelt tot Heimsen, Rut-
ger Veltsingh unde Hendrick Wal-
moltingh tot Collender Johan ten
Hamhuis, desen is bij Eedes plicht
op erlacht, der Marcken beste to
doen, des Weeckes tweemael der
Marcken ouertesien, flijtich te schut-
ten, opsicht oppet Venne te nemen,
oppet Torffsteecken, Eerden, Soe-
den, unde Cleij graeven, bij namen op die van
Hardenberch

   
 

blz. 92 (36)
Hardenberch, te achten unde vlij-
tich opsicht te doen, alles bij verlies,
een jder een Tonne bremmer biers.
Vnde is wijder bij den Heeren Mar-
ckenrichter unde Erffgenamen gehan-
delt, unde geordineert, alse volget.

1. Is bij den Heeren Erffgenamen ge-
statueert, Dat alle Ongewaerde
peerden, Biesten, unde Vercken,
sollen vander Marcken geschuttet
worden, vnde sollen die Schutters
tweemaell des weeckes schutten,
Sollen oock die Schutters vlij-
tich opsicht doen opten Marsch, tus-
schen die Lee ende den Hardenberch,
unde op die Groenlanden, die Vrem-
de peerden unde Biesten schutten,
jder voet op een stuijver. Vnde
ofte sich die Geswaeren beswaerden
in't schutten der vremder peerden
unde Beesten, sollen em die Huis-
luijden van Heemßen unde Collen-
dooren toe hulpe comen.

2. Is oock gestatueert, Dat alle
die voorige articulen van Anno 7. 8. 9.
vnde

   
 

blz. 93 (37)
vnde 10 geordineert, sollen confir-
meert zijn, unde flijtich geholden
worden.

3. Is oock gestatueert Dat die In-
gesetten van Heimßen, nae olden
gebruick sollen Oer Biesten
met Jocken uijtte unde jnnedrij-
ven unde sall em jder sijn biesten
op sijn eijgen binnen landen weij-
([in de kantlijn] NB)
den unde tuijren met Jucken, daer
op die Esch Geswaeren vlijtich sien
sollen, bij pena van een halue
Tonne Biers. Welverstaende,
Dat dit voorß sall aengaen, ten
naesten der Biesten uijtganck
Anno 1612 vnde alsdan bij den Mar-
ckenrichter unde Jngeseten Erff-
genamen, sollen die Geswaeren
Esch schutters gestellet worden.

4. Sall oock die Marckenrichter,
ofte sijnen Volmechter, alle maent
die Marcken visitieren, omme
der Marcken besten te doen,
vnde soe die Marckenrichter
solckes niet en dede, sall verbuert
hebben een Tonne Bremmer biers,
omme goede informatie te nemen
vermogens

   
 

blz. 94 (38)
vermogens die Ordonnantie bij
den Heeren Erffgenamen Anno
([in de kantlijn] NB)
-65 vnde 66 gestatueert.

5. Noch is op dato van desen van
Mons. Steven Blanckevoort aen-
genomen, met genoechsaeme Do-
cumenten, van die aengevrede
Landen toe Collender soe sijn Edele
L. aengevredet, to bewijsen, dat
sijn E. L. zalige Vader die voorß
Landen gecoft, vnde vanden Erff-
genamen toegestaen. Oock sijn
vlijtich te doende, omme dat olde,
([in de kantlijn] NB)
sijns zalige Vaders Kerckenboeckien
te soecken, unde soe gevonden
mocht worden, sall sijn Edele L. dat
selue Boeck unde Reeckeninge
den Heeren Erffgenamen verant-
woorden vnde toonen.

6. Heeft oock Mons. Steven Blan-
ckevoort aengenommen sijn beste
([in de kantlijn] NB)
Documenta van die aengeslagen
Landen tho Collendooren voorß in tho-
ebrengen aenden Heeren Erffge-
namen

   
 

blz. 95 (39)
namen vnde Marckenrichter tus-
schen dit vnde die naeste Holtinge
aenstaende Anno 1612, bij verlies
een Ancker wijns.

7. Is oock ditmael, a novo op die voorige ordi-
nantie der Heeren Erffgenamen
Marckencedull vervattet, aengaen-
de van dat Torffgraven, dat die
Cotters van Heimsen sollen voor in't
Venne blijven unde graven.
Actum Heimsen, op Dach vnde
Jaer, alse baven.
Was ondergeteeckent met
verscheijden handen.
George Sticke.
Anna van Wachtendonck
weduwe van Assewijn
Johan van Welvelde
Steven Blanckevooth
Roloff Amsinck voer Hem
seluen und voer het Hillige Geest
Arent Thoeniß
Arent Crull V S V T V H V [*Schultes*Ten*Hardenberg*]
Vte

   
 

blz. 96 (40)
Holtingh Anno 1612
Anno 1612 Den 16 Junij Heeft der
Edele vnde Eruntf. Bruijn van Uijt-
terwijck dat Marckenrecht gese-
ten aen unde aver Heimsen
unde Collendooren, Coernoeten
der Edele vnde Erentfeste Hel-
mich van Oostendarp vnde der
Achtbare Roloff Amsingh, vnde
is van den absenten Erffgena-
men genoechsaeme Volmacht ge-
toont, daeremit die aenwesende
Heeren Erffgenamen vredich ge-
weest, Heeft oock der Edele vnde Erentfeste
Bruin van Uijtterwijck dat Mar-
ckenrecht geresigniert (wegen
den H. Renthemeister Jorgen
Sticke) aen den Achtb. Lambert
toe Marrijenberch. Schutters ge-
stelt tot Heimsen Albert Hen-
ricksen unde Geert Frijlingh
toe Collendooren, Geert Ruijdtming.
Desen is bij Eedes plicht operlacht
flijtich to schutten, alles nae olden ge-
bruijck, oock nae ordonnantie
der vooriger Marckencedull ge-
daen Anno 1611.
Is

   
 

blz. 97 (41)
Is verner bij den Heeren Erffgenamen
gestatueert, Dat die Marckence-
dulen, avergeven bij den Heeren Erff-
genamen Anno 11. 10 vnde 9. sollen
vlijtich van den Huisluijden, Schutters
vnde Geswaeren, geobserveert worden.

Dat oock die Beesten vnde Peer-
den soe die Schutters ofte anderen
schutten, sollen die seluen aen't Schut-
schot tot Heimsen brengen.

Is oock gestatueert, Dat die
Geswaeren voorß sollen vlijtigh
oppesicht nemen op der Marcken
([in de kantlijn] NB)
Holdt, soe Eijcken alse Damholth,
bij namen in den Dambusch, dat daer
geen Holth gehouwen worde, vnde soe
vaecke emant bevonden worde,
Holt gehouwen hebbende, dat die-
selue sall alle reijse verbuerth hebben
een halue Tonne biers.

Heeft oock der Edele vnde
Erentfeste Lubbert Blanckvoorth
(wegen sijn Vader Steven Blancke-
voort) in plaetse vant Kercken
boeck, Marckenboeck vnde sijn bescheijt
vnde

   
 

blz. 98 (42)
vnde sijn Bewijs, van die aenge-
vrede Landen, Twee Copien van
twee brieven, vnde een Copie uijt
dat olde Marckenboeck gebrocht,
waeremith sich die Heeren Erffge-
([in de kantlijn] NB)
namen niet laten bevreden, unde
begeren alnoch dat Monsuir Blan-
ckevoort, tegens die naeste noot-
holtingh (diewelcke allene om die
voorß seacke sall aengestellet wor-
den) dat Marckenboek vnde Ker-
ckenboeck sal aen den Heeren Erffge-
namen to brengen. Neffens die
principale Brieven van die ge-
toonde Copien. Oock soe sijn Edele
noch meer bewijs hadde, dat hij't
solckes oock wille bijbrengen, die
saecke van den Ancker Wijnes, wort
opgeschortet.

Heeft oock der Edele Arent Blan-
ckevoort enige Reeckenschap inge-
brocht, welcke sall bij den Heeren
Erffgenamen gevisiteert worden, der
Kercken aengaende.

De noodtholtingh voorß, sall vanden
Heeren

   
 

blz. 99 (43)
Marckenrichter aengestellet worden,
alse nempelick den naesten aencom-
pstigen deses Jaers, 14 dagh Julij
Vnde sollen optenseluen nootholdtin-
ges dach bij Opslach verpachtet worden
([in de kantlijn] NB)
solcke Visscherijen soe Heeren Erffge-
namen van Heemsen vnde Collendoo-
ren gemeen hebben. Actum
Heimsen Anno et Die ut supra.
Onderstont. Wegen den Rente-
meister Jorgen Sticke sijn prin-
cipaell. Was ondergeteeckent
Lambert Oilberts. Anna van Wach-
tendonck Weduwe van Aesswijn. Roloff
Amsinck voor Hem seluen als mede voor
het Hillige Geest. Bruno van
Uijtterwijck. Helmich van Oostendorp.
Arent Crull.

Noodtholtingh Anno 1612.
Anno 1612 Den 30sten Julij, Js die
Noodtholtingh auer Heemse vnde
Collendooren geseten vnde ge-
holden bij den Erbaren vnde Vrommen
Jorgen Sticke Rentemeijster
als

   
 

blz. 100 (44)
als Marckenrichter, Coernoeten Roe-
loff Amsinck vnde Egbert Albertß
wegen sijner Vrouwen van Asewijn,
vnde is bij den Heeren Marcken-
richter vnde aenwesende Erffgenamen
a novo, aengaende de cause belan-
gende van Steven Blanckevoort
wegen het bewijs van sijn aenge-
vrede Landen uijt der Marcke toe
vertoonen unde in tho brengen, als
([in de kantlijn] NB)
oock dat Marcken ende Kerckenboeck
volgents sijne voorgaende beloften.

Soe hebben die Erffgenamen
naegevraget, ende nochmaels
deselue aengeeijscheijt, dan niet
daer van toe voorschijne gecomen
Sonder wordt, moetwilliger wijse
([in de kantlijn] NB)
geholden, tot wederwille van
den Erffgenamen, diewijle het
die Heeren van Zwolle eergisteren,
noch in handen gehadt hebben, ende
Blanckevoort sich desen Huijdigen
morgen, weder geapsenteert,
vnde uijtgereden is, soe Jsset
datte

   
 

blz. 101 (45)
datte markenrichter Sticke vnde
Roeloff Amsinck van wegen het
Hillige Geest binnen Swolle
als oock mede voor Hem selues,
hier van uijtdruckelick willen
protesteren, ende protestieren
mits deses, van alle schaden, Jnter-
esse van Costen, soe tot enigen
tijden hierop gedaen, ende noch
gedaen mogen worden, vnde dat
Blanckevoorth evenwel sall schul-
dich unde geholden zijn, t'selue
intobrengen, als oock Reeckenin-
ge unde Reliqua toe doene, van
die Kercke toe Heemse, vnde
([in de kantlijn] NB)
dat Hij Blanckevoort, oock sall
daer neffens averleveren aen
handen der Erffgenamen, den
Kelck met sijn annexen ofte
anders, soe Blanckevoort noch
in verwaeringe heeft, der Ker-
cken tot Heemsen gehoorende,
willende solckes aen haere prin-
cipalen Heeren unde Meisteren
remonstreren.

Die andere aenwesende Erff-
genamen

   
 

blz. 102 (46)
genamen beclagen sich des oock
wall seer, aen den Marckenrichter,
Dat Blanckevoort achtervolgende
sijn voorige Beloften, op die Hol-
tinge aengenomen, nicht achter-
volget, unde alle die Documenten
nicht ingebracht heeft, ende als
noch sich absenteert jn to brengen,
vnde willen oock mits desen daer
van protesteren, dat Blancke-
([in de kantlijn] NB)
voort idtselue, tot geenen tijden
voordell, ofte possessie sall strecken.

Dem nae soe is bij den Erff-
genamen oock geordonneert,
vnde gestatueert, dat die
Pastoor tot Heemse, Arent
Tonniß sall insinueren, dat
Hij sall sich gevast maecken,
tegens den naesten Holtingh
Anno 1613, omme sijn Reeckeninge
vnde Reliqua toe doene, van
wegen sijne administratie
der Kercken tot Heemse, vnde
dat men oock morgen den 31 Julij
vooreerst

   
 

blz. 103 (47)
vooreerst tot waerschouwinge
sall wederomme inwarpen ende
lijcken, 't gene Blanckevoort op die
Lhee, bij langes den Marsch, onge-
buirlicken oppet nije heeft opgegra-
([in de kantlijn] NB)
ven, blijvende dannoch die rest in
terminis, als boven verhaelt Actum
Heimsen Anno et Die ut supra [Jaar en dag als boven]. Was
ondergeteeckent met verscheijden
handen. Georgi Sticke. Roloff Am-
sinck voor het Hillige Geest binnen
Swoll und voor Hem seluen. Eg-
bert Albertß van wegen die frouw
van Assewijn. Arent Krull,
voorder stont. Monsr. Mouke, heft
oock (durch sijnen Meijer Hesse-
lingh) mondelicken laten bege-
ren, dat der Achtbare Arent Krull
Schults, voor em in sijn saecke,
sall doen unde jntervenieren, toe
der Marcken besten.

Anno 1613 Den 16 October Heeft
der Achtbare und Vromme Jur-
gen Sticke Rentmeister, Dat
Marckenrecht geseten, aen
vnd

   
 

blz. 104 (48)
vnd aver Heemsen vnde Collen-
dooren. Coirnoeten der Achtbare Roe-
loff Amsinck vnd der Edele Bruin
van Uijtterwijck. Veltschutters tot
Heemsen Arent Tonniß vnde
Wolter Hesselingh, to Collendooren
Johan Oedingh, desen is bij Eedes
plicht op erlecht, vlijtich toe schutten
unde goede opsicht te hebben,
alles nae olden gebruijck, oock
nae inholt der vooriger Marcken
Cedulen Annis prioribus 10, 11, 12,
vunde nu 1613.

Inden eersten is dan bij den aenwe
senden Erffgenamen gestatueert,
dat die van Heemse sollen Esschewroe-
gers henvoorder altoes setten vnde
hebben, alse dit Jaer sall zijn
Albert Aerningh vnde Hen-
drick Volckeringh, desen is
operlacht, vlijtich in den Esch
opsicht te hebben, te schutten
vnde dat die beesten, tegen
den tijt, sollen met Jucken
vnde tuideren, uijt vnde in
([in de kantlijn] NB)
gedreven

   
 

blz. 105 (49)
gedreven worden, oock geweijdet
jder op sijn binnen Landen, bij pena
een jder een halue tonne
Biers, vnde soe vaecke die Eschschut-
ters hierinne suinich gevonden, unde
solckes niet doen wolden, sollen
selvest vervallen zijn, in pena
van een halue tonne biers.

Is oock geordineert, dat ider Vier-
voetich Biest gewroeget, des da-
ges sall zijn op een stuijver, des nach-
tes dubbelt, oppet Seijlandt oock
dubbelt, vnde daer enbaven den
schaden te betalen

Heeft oock op huijden der Achtbare
Jurgen Sticke, dat Marckenrecht
geresigneert aen den Edele Helmich
van Oostendarp.

Is oock gestatueert, Dat soe
verre emant van den nabuir
huisluijden, eetwes seege dat
schaedelick weere in den Essche,
't weere jn tuijren, Jucken, quaden
vrede

   
 

blz. 106 (50)
vreede, ofte die Eschhecken apen
gelaten, sollen solckes den Wroegers
aendienen, unde soe dan lijckewell
den Wroegers hierinne niet deden
sollen Sie verbuert hebben een
halve tonne Biers.

Ende alsoe die Erffgenamen huij-
den ten dage eenpaerlick geresol-
veert weeren, den opgegraven wall, vnde
vrede, soe Blanckevoort tendes die
Buesemeer weder opgemaecket,
datelick in to warpen vnde neder
([in de kantlijn] NB)
te smijten, gelijck die Erffgenamen
Anno Twaelve gedaen hebben,
Soe is het, Dat die Edele Steven
Blanckevoort aengenommen
heeft, unde belaevet mits desen
indien unde soe verre hij Blancke-
voort sijn Edele niet genoechsaem
conde bewijsen, dat het strijdige
unde opgegravene Landt, niet
met in sijn Edele limiten is, soe
will sijn Edele t'sulue, sulves doen
nederleggen, vnde insmijten,
ende dat binnen die tijt van
een vierdelen Jaers, nae dato
deses

   
 

blz. 107 (51)
deses, buijten der Erffgenamen costen
unde lasten, nochtans dat den
Erffgenamen oock vrij sall staen,
ere noodtdruft daer tegens oock
in to brengen, vnde sall die Holt-
spraecke voortaen nae olden ge-
woonte, precise geholden worden.

Volgents soe hebben die Erffge-
namen geordineert vnde ge-
constitueert,den Schultes
Arent Krull, omme van den
Edele Steven Blanckevoorts, 't
ontfangen alsoedane Kelck en
([in de kantlijn] NB)
andere Ornamente, soe bij sijn
Edele sijn berustende, die Kercke
tot Heemse toebehoorende, ende
dat bij Jnventarien, allet tot be-
hoeft van den Erffgenamen, 't welck
Blanckevoort sijn Edele oock alsoe
versocht heeft, vnde aengenamen,
mits dat die Schultus sijn Edele daer
van recipisse sall geven, wadt
bij Hem van Blanckvoort ont-
fangen wordt.

Hebben oock die Erffgenamen ge-
ordineert

   
 

blz. 108 (52)
ordineert, dat Arent Tonnißen ter
naester bijcompst der Erffgenamen,
absolute unde vollencomene Ree-
ckeninge vnde Reliqua
sall doen, wegen sijner Administra-
tie ende bedieninge der Kercken-
guederen van Heemse, vnde sollen
([in de kantlijn] NB)
alsdan die Kercken Landen, bij
openbare Opslach wederomme
oppet nije verpachtet worden.
Was ondergeteeckent met ver-
scheijden handen. Georgi Sticke Marck-
rickenrichter. Steven Blanckevoort.
Arent Krull. Roloff Amsinck voor
Hem seluen, als mede voor Jonker
van Weleveldt, Oostendarp vnd
het Hillige Geest binnen Swoll.
Bruijn van Uijtterwijck. Arent
Thoenessen. Arent Blanckevoort.
Rottger van Armeloe. Egbert Al-
berts van wegen mijn Vrouw
van Aessewijn.
Anno

   
 

blz. 109 (53)
Anno 1615 Den 12 Septembris heeft
die E Roloff Amsinck dat mar-
ckenrecht geseten, aen vnde auer
Heimsen vnde Collendooren van we-
gen die E Helmich van Oosten-
darp. Coernoten die E. E. Gijsbert
van Ittersum vnde Arent Tonnisß,
Veltschutters toe Heemsen gestelt,
Herman Hulsebusch unde Hendrick
Volckerdingh, toe Collendooren
Geert Nijesingh. Desen is oper-
lacht bij Eedes plicht, vlijtich to
schutten, vnde goede opsicht to
hebben, alles nae olden gebruijck, oock
nae jnholt der voorigen Marcken-
Cedulen Annis prioribus 10, 11, 12,
13 vnde mi Ao. 1615.

Inden eersten is dan bij den aen-
wesenden Erffgenamen gestatueert,
Dat die van Heemsen sollen
Eschwroegers hebben vnde setten,
alse dit Jaer sall zijn Rottger
Veltsingh vnde Hendrick War-
meltingh, desen is operlecht, vlijtich
in den Esch opsicht te hebben,
te schutten alles nae inholdt
den

   
 

blz. 110 (54)
den articull Anno 1613 bij den
Erffgenamen gestatueert vnde
beslooten.

Heeft op huiden die Achtbare Roe-
loff Amsinck van wegen Hel-
mich van Oostendarp, dat Mar-
ckenricht geresigneert aen Arent
Crull Schultis.

Ende alsoe die Erffgenamen
Anno 1613 geresolueert weeren,
den opgegrauen Wall vnde Vre-
de, soe Blanckevoort 't endes de
([in de kantlijn] NB)
Buesemeer weder opgemaeket
doemaels in to warpen, gelijck
Anno 1612 die Erffgenamen ge-
daen hadden, daer op Steven
Blanckevoort sijn E doemaels
belovet vnde aengenomen to
bewijsen nae dato Den 16 October
1613 jn een vierdell Jaers
dat sijn E daer toe gerechtiget
weer, oft selffs alsdan woll
laten insmijten buijten der Erff-
genamen costen, Diewijle dan
daer van weijnich gebleecken,
Soe

   
 

blz. 111 (55)
Soe hebben die ondergeschreven
Erffgenamen eenpaerlick ge-
stemmet vnde besloten, den Vre-
de weder avermaels neder toe
werpen.

Ende alsoe die van Reedze eenen
pael gelecht tegens die van Heem-
se, aengaende die Marcke, egener
authoriteit, soe is bij den Erffgena-
men besloten, ende met gelijcker
stemmen aver een gecomen, dat
den gelechten pael weder van
([in de kantlijn] NB)
daer gebracht unde gevoert sal
worden op Oer limiten, luijt Cont-
schoppe daervan zijnde, ter tijdt
sich die Erffgenamen van Reedze
unde Heemse naerder mogen ver-
lijcken, datter instantie van die
Vrouw van Aessewijn alse Mar-
ckenrichtersche to Reedze versocht
ter naerder Holtspraecke te sollen
geschien.

Volgents soe is oock belevet
vnde versproocken, dat die van
Lutthen nicht door Collender Esch
sollen vaeren, bij Sommer tijt,
ten

   
 

blz. 112 (56)
ten weere Sie genoechsaem con-
den bewijsen daer toe gerechtiget
te zijn.

Volgents soe is noch gestatueert
ende beslooten eenpaerlicken, dat
alle die geene soe vermenen ge-
waert te zijn, alse oock die Drift
in die Marcke van Heemse vnde
Collendooren, het sij dan Cotters
Brincksitters vnde anderen, die
sollen ten naesten Holting daer
van bij brengen, segule unde brie-
ve ofte andere Documenten, schijn
vnde Bescheijt, ofte sollen daer van
versteecken zijn unde blijven.

Is oock geordineert unde ge-
statueert, Dat gene meijers
meer Schaepe op die Waere
sollen holden unde gaen laten alse
([in de kantlijn] NB)

Viertich Schaepe, allent bij ver-
buerte een halue tonne biers
voor die eerste reijse, unde soe
sie daerent bouen bevonden wor-
den sollen die Schaepe verbuert
wezen die buijten het getall
bevonden

   
 

blz. 113 (57)
bevonden worden, vnde niet eer
inden Esch ofte opten Marsch
sollen drijven, wijders als van ol-
des gebruijckelick, bij pena van
een Tonne biers.

Is oock geordineert vnde beslooten,
Dat niemant enige Ganse sall
holden, sonder sich die selue quijt-
maecken, to Sancte Marten, bij
([in de kantlijn] NB)
verbuerte van die Ganßen.
Was ondergeteeckent met verscheij-
den handen. Arent Krull alse Mar-
ckenrichter. Ghijsbert van Ittersum
als Coernoet van wegen het Hillig
Kruiße. Arent Thoeniß. Roeloff Am-
sinck. Lambert Oilberts tot Marrienborch
wegen Renthemeister Sticke, als
Volmachtiger. Jacob Roeloffs Proef-
fesoer van't Heijlighe Ghest.

Post dato soe sinnen die Erffgenamen
Den 13 December eenpaerlick gegaen
nae die Bosemeer vnde aldaer
dat strijdige plaetsken van Lant,
in oogenschijn genommen, soe
is

   
 

blz. 114 (58)
is nae visie geaccordeert, dat Blan-
ckevoort dat Landt beholden sall, ende
([in de kantlijn] NB)
soe wijt alse dat selue nu opgegra-
ven is, bij langes die Lhee vnde
nu tegenwoordich ingesmeten is,
mits deme dat het water die Lehe
bij den seluen sall blijven om op te
ruijmen.
([in de kantlijn]
Dat het woort Seluen
staet geschreven op een plaetse
daer een ander woort uijt-
geschraept is, ende niet accor-
derende mette neffensstaende
letters gelijck mede niet
accorderende die vervolgende
woorden. Om op te ruijmen.
Quod attestor
Joan. Buis, secret.
Swolle den 12 Meij 1612 [?])

Demna soe sinnen die Erffgenamen
van daer gegaen opten Marsch,
achter die Hoffstede, alwaer die Erff-
genamen bevonden hebben, dat
Blanckevoort eenen dubbelden dijck
([in de kantlijn] NB)
hadde doen opgraven, tot grooten
naedeel der Marcken, soe is een-
paerlick gestemmet dat Blan-
ckevoort ten naesten Holtingh sall
bij brengen, dat die opgegravene
Wall in Anevelder unde Ahner
Marcke gelegen is, ofte den Erff-
genamen willen denseluen sonder
enige dissimulatie alsdan doen neder
warpen, sonder dattet Blanckevoort
possessie sall strecken, unde sall
Blanckevoort, jn middels sulcx
gerichtelick geinsinueert worden.
Was ondergeteeckent met
ver-

   
 

blz. 115 (59)
verscheijden handen. Arent Krull
alse Marckenrichter. Johan van Wel-
velde. Ghijsbert van Ittersum van
wegen het Hillig Kruiße. Roeloff
Amsinck voor mij selffs als mede
voor die Weduwe Oostendarps.
Jacob Roeloffß wegen het Heijlige
Geest. Arent Thoeniß voor hem-
selven als oock Volmechtiger van
([in de kantlijn] NB)
Bruin van Uijtterwijck. Lam-
bert Oelberts to Marrienborch wegen
Renthemeister Sticke, alse volmach-
tiger.

Anno 1618 Den 15 Julij heeft die
E Arent Krull dat Marckenrecht
geseten aen unde aver Heimsen vnde
Collendooren, Coernoten die Edele
Erentfeste Steven Blancke-
voort unde Bruino van Uijtterwijck,
die wijle dan die Erffgenamen
in geringen getall gecompa-
reert ende bevonden sinnen, soe
is nochtans bij den seluen ge-
ordineert als volget.
Inden eersten

   
 

blz. 116 (60)
Inden eersten soe heeft Arent
Krull Schultis dat Marckenrecht
resigneert aen die Edele Er. Jof-
frouw van Aessewijn. Ende tot
Schutters gestelt tot Heimsen,
Albert Hendrickß vndeRottgerVelt-
singh, tot Collendooren, Luicken
Derckßen, Desen is bij Eedes pligt
op erlecht vlijtich toe schutten alles
nae olden gebruick, oock nae
ordonnantie der vooriger Mar-
ckencedulen gedaen in alle voorige
Jaeren herwerts tot deser tijt in
oer waerden.

Is verner bij den Erffgenamen
gestatueert dat die Marcken-
cedulen ouergeven bij den Heeren
Erffgenamen in voorgaende Jaeren
vnde sullen vlijtich van den Huisluij-
den, Schutters vnde Geswaren, ge-
observeert worden, ende well neer-
stelicken letten vpde Ongewaer-
den tho schutten daer Sie het selues
sien offt van anderen gesecht mocht
worden, ende die Geschutte Peerde
ofte

   
 

blz. 117 (61)
ofte Beesten niet loß laeten,
sonder schuttgelt, bij pena van een
halue tonne biers, dat oock nie-
mant van buijten enigen Torff
sall graeven ofte aen die selue ver-
coopen bij gelijcke pene van een
halue tonne biers.

Item Dat oock een jder met sijne
Bieste ofte Koene in den
Esch up sijn eijgen landt sall hoeden
ende weijden, unde dieselue jn ende
uijt Joecken (NB), daer die Esch schut-
ters als Geert Frijlinck vnde Her-
man Aefftinch van den Erffge-
namen daer toe gestelt goet op-
sicht van sollen dragen bijde pena van
een halue tonne bier, oock gene
peerden in den Esch drijven ofte la-
ten hoeden, wijders als van oldes ge-
bruijckelick, bij pena als voorß.

([in de kantlijn]
niemant enig privelege
minders als
een halve
ware)
Item, Dat alle Ongewaerden sollen
Jaerlicx van Veene vende Gresgelt
geven, tot kennisse der Erffgena-
men, ende sall oock niemant voor
gewaert geholden worden onder een
vierendeell waers (NB), Sollen oock
geene

   
 

blz. 118 (62)
geene plaggen aen dese sijde van
den Swolschen wech gemeijt wor-
den, noch oock geen Schaepe gaen
bij een halue tonne biers.

Item, Dat oock den torff in die
Limiten van Heemße vnde Collen-
dooren gesteecken bij Ongewaer-
den, als nemptelick bij Johan oppet
Holt, sollen die van Heemse vnde
Collendooren, aen des Schultenhuijs
als Marckenrichter brengen, hier-
van heeft Johan mith mij als
Marckenrichter geaccordeert vnde
verdragen (nae dato) ende te-
vreden gestelt.

Versocht Johan van Gronningen
als Volmachtich der Vrouw
van Aßewijn, dat den Schultis
dat Marckenrecht in oer Edelh.
plaetse bes ten naesten Holting
sall verwaren, oock als mede ten
versoecke van Erffgenamen ge-
schiet. Was ondergeteeckent met
verscheijden handen. Arent Krull,
Johan van

   
 

blz. 119 (63)
Johan van Gronninghen van wegen
die frouwe van Asewijn Steven
Blanckevoort. Bruno van Uijtterwijck
Arent Blanckevoort.

Ten seluen dage is Heckhuis op
den Brinck mith die Erffgenamen
verdragen van sijn Stede vnde
voort van sijn Drift vnde Veene,
daervoor Hie den Erffgenamen
Jaerlicx sall geven Vijff oort gel [gol?]-
des op die Holtspraecke, vnde van
die Jaren alriede gepasseert
sall Hie nu voort betalen, tot die huijdigen
dages costen, die sich belopen
Twee Daler xviij stuijver, dese
heeft Hie op den Holtingh beth.

Den 8 Julij 1624 Js bij den Erff-
genamen goetgevonden, dat Eng-
bert Janßen nu voordan Jaerlicx
geven sall anderhalue Carelus
gulden. 1 Daler.
Anno

   
 

blz. 120 (64)
Anno 1624 Den 8en Julij.
Alsoe Huijden ten dage die Holt-
spraecke te holden auer Heemsse
vnde Collendooren was uijtgekon-
diget, avermits die Groote mis-
bruijcke soe in die Marcke ge-
pleget wort, in't Torffsteecken,
Cleijgraven, ende gront, als oock
van jnvall der Hardenberger bie-
sten, waer ouer die Marcke groo-
telicx is vernadelet geworden,
door dien gene Holtspraecke
't zedert Anno 1618 geholden is,
Soe hebben die aenwesende
Erffgenamen omme sulckes
voor te comen, vnd nodich
was, daer inne te versien, goet
gevonden vnde geordineert alse
volghet. Vnde tot Marckenrich-
ter geset die Edele Erentfeste
Isaack van Uijtterwijck.

Vnde tot Schutters gestelt,
Johan Warminck, Roloff Evertß
tot Heimse, vnde tot Collendooren
Johan Hamhuis, Ende tot Esch schut-
ters Evert Roebertß, Henrick Reij-
ninck

   
 

blz. 121 (65)
ninck, Dese wort bij Eedes plicht
operlecht, vlijtich toe schutten alle
weecke eens, vnde soe vaecke alse
bevonden muchten vnde oock nae
ordonnantie van alle voorgaende
Marckencedulen, ofte Holtingen
soe voor desen geholden ende gedaen
zinnen, sullen in vollen weerden
zijn vnde blijven.

Item verner gestatueert, Dat
gene ongewaerde Biesten vnde
Peerden ouer die Lhee sollen mogen
comen ofte gaen, uijt den Har-
denberch, als oock anderen, daer
over comende, sollen bij den Schut-
ters datelick geschut vnde opge-
haelt worden, als oock alle uijt-
heemse Peerde vnde Bieste,
voorts oock die Varcken soe opden
Sijdenmarsch bevonden worden,
oft comen muchten, vnde van
jder Peert vnde Beest thoe
schutgelt nemen van den voet
eenen stuijver, vnde van jder
Varcken eenen stuijver, vnde
daer die Schutters sulcx niet
en

   
 

blz. 122 (66)
en deden, vnde goede opsicht had-
den, sollen die Schutters verbuert
hebben, ider eenen golt gulden,
voor die eerste reijse, die ander
reijse dubbelt.

Item, Dat oock gene Ongewaer-
den enigen Cleij sollen steecken
ofte steecken laten, bij pene
van eene halue tonne biers, voor
die eerste reijse, vnde daer be-
vonden mochte worden, dat de
schaede grooter worde, vant
steecken als eener halue ton-
ne biers weerdich, sall dan
tot kennisse der Erffgenamen
staen, unde daer van affdracht
maecken, vnde daer die Ge-
swaeren hier op gene goede
achtinge nemen, vnde sulcx
niet tho kennen geven, sall die
broecke tot Oeren laste
staen, als voorß is.

Item, voorder geresolueert, goede
opsicht

   
 

blz. 123 (67)
opsicht to holden, dat gene Uijtheemsen
en Ongewaerden enigen Torff sollen
steecken ofte steecken laten, noch
([in de kantlijn] NB)
oock aen Emants mogen Vercoo-
pen, bij pene van een halue tonne
Biers, en verboerte van den Torff,
voor die eerste reijse, de ander reijse
dubbelt, vnde van den Erffgenamen
affdracht maecken sollen.

Item, Dat oock niemant Hij sij ge-
waert ofte Ongewaert, nu voordan
enige Heijde sall trecken ofte trecken
([in de kantlijn] NB)
laten, sonder consent des Marcken-
richters ende Erffgenamen, bij pene
van een halue tonnen biers, Vnde dat
oock niemant enige Ongewaerde
Peerde ofte Beeste sall mogen
aennemen vnde inde Marcke lae-
ten gaen, ofte op sijne ware aen Uijt-
heemsen verhuijren, bij pena van een
Tonne Biers.

Item, Dat sich oock niemant sall ver-
drijsten enich Holt tho houwen uijt
der Marcke, het sij Dannen, Eecken,
ofte anders, soe wel van den Landt-
heeren grondt ofte Goet, noch oock
gene

   
 

blz. 124 (68)
geene plaggen meijen, ende geene
Schaepe laeten gaen aen dese sijde
van den Swolschen wech bij pene
in den voorighen articul verhaelt,
jngelijcken oock geene Schaepe op
den Havermarsch houden ofte laten
([in de kantlijn] NB)
gaen, wijders als van oldes gebruij-
ckelick, te weten middels Meij, bij ge-
lijcke pene, welverstaende dat gene
plaggen sollen gemeijt worden, aen
dese sijde van dat Cleijne Rijtien,
daer die Kulen gegraven zinnen.

Voorder is oock geordonneert en
bewilliget, Dat sich niemant onder-
staen noch verdrijsten sall, die bieste
en Koene te laten hoeden, tusschen
die gasten, oft oppet roggen lant,
voor ende alleer die Rogge 't samen
vant Landt ofte uijt den Esch wech
gevoert is, bij pene van een tonne
biers, vnde bij wat Hierden sulcx ge-
schiede, sollen die Olderen ende Broothee-
ren daer voor respondieren, en die broe-
cke betalen. Actum ahm 8en Julij 1624.

Alsoe Scheper Hendrick toe Collen-
dooren alse Cotter Torff gesteecken hadde
int Venne, en denseluen aen Hardenberger
Ver

   
 

blz. 125 (69)
Vercoft, daer voor auermits sijne on-
vermogentheijt die Erffgenamen voor
dit mael hem mith een Car. gulden
hebben die broecke quijt gelaten, den
hie daervan betaelt heeft, mith noch
Ses stuijver van sijn sittell gelt van
Anno 1624.

Den 22 Junij 1637 Hebbe Ick Jan
Crull Schultes in plaetse van mijn
zalige Vader Arent Crull als Marcken-
richter in sijn leven, met Lieffert
Janssen als Veltschutter den plaggen-
sicht affgenomen van Splijtloffs
Soone Hendrick ende Herman We-
linck tot Reese, soe wij een Vour
(NB) plaggen vanden Wagen gesmetten, soe
sij in die Rijte, effen achter den swar-
ten plas, aen den Swolschen wech
achter Hulsebus camp van den smal-
len einde naet Hecke gemeijt ende
opgeladen hadden.

Denseluen Drieentwintichsten Junij
([in de kantlijn] NB)
1637, heeft Splijtloffs Soone Hen-
rick sijn plaggensicht gelosset, ende
daer voor gegeven een Vaene biers
12 stuijvers.
Den

   
 

blz. 126 (70)
Den seluen Dito Den 22 Junij 1637.
Hebbe Wij voorß Stuten Derckß van
Reese sijn Schaepe geschuttet achter
Werminghs camp tegen die Stege
tusschen Veltsingh ende Wermingh cam-
pe, soe die selue nae dat Wij Seß
Schaepe daeraffgenommen Den 23 Junij
(NB) 1637 gelosset ende veraccordeert voor
een Rijcxdaler. Was ondergetee-
ckent Johan Krull. S.

Den 6 Julij 1638 Is Jonker Willem Blan-
ckevoort als Volmachtiger van die
Erffgenamen van Reese met Laurens
Hollander als substitueerde Richter
gecomen, ende die plaggen sichten
soe den 22 Junij 1637, Splijtloffs
Sohn Hendrick ende Herman Wee-
linck tot Reese affgenomen onder
cautie versocht te lossen, soe isset
dan dat Splijtloffs Sohn Hendrick
Den 23en Junij 1637 sijn plaggensicht
weder gelosset ende daer voor ge-
geven een vaene biers - 12 stuijvers
Welcke affgenomen sicht ende voor den
gelosseden Sicht ontfangene penningen
die

   
 

blz. 127 (71)
die Edele Willem Blanckevoort onder
cautie weder gelichtet, op conditie
datter eerster gelegentheijt een bijeen-
compste van die Erffgenamen van
Heemse ende Reese beraemt mach worden,
om die plaetse daer die Sichte genomen
zijn, in oogenschijn te nemen, vnde soe
dan ten averstaen van Onpartidigen
mach bevonden worden, dat die van Heem-
se die sichten in Haer Marcke gecregen
ende genomen hebben, sall Blanckevoort
voorß dieselue Sichten weder inbrengen,
ofte die Erffgenamen van Heemse daer voor
contenteren. Actum ut supra. Was onder-
geteeckent. Laur. Hollander Substitu-
eerde Richter.

Copia
Opten 15 Augusti 1637 Sijn die
samptelicke Erffgenamen Heemse vnde
Collendooren bij afflijvicheijt van den
overledenen Markenrichter Arent
Krull vergadert geweest ende gere-
solveert als volget.

Eerstelick hebben die voorß Erffge-
naemen jn plaetse van den Overledenen
Marckenrichter

   
 

blz. 128 (72)
Marckenrichter surrogeert ende weder
tot eenen nijen Marckenrichter gecooren
den Erentfesten ende Hoochgeleerden Willem
Marrienberch Borgermeister der Stadt
Deventer als Rentemeister van Sibke-
loe ende Albergen, ende dat voor den
tijt van drie achtereenvolgende Jaren,
als wanner het Marckenrichterschap bij
buerten ende alternatis vicibus [afwisselend] sall
omme gaen.

Wijders sijn die Edel. Wilhelm Blancke-
voort ende den E Schultis Johan Crull,
gecommitteert omme te maecken een
perfect Register van die Kerckengoe-
deren, die selue toe Verpachten ende te
administieren tot voordeel van die Ker-
cke, ende die pachten ende Opcompsten
daer van comende, doer Anthonis Crull
laten collectieren, die daervan sall hebben
te genieten, gelijck andere Collecteurs
in gelijcke saecken genieten, ende sollen
die gene soe wegen dese Kercken Goe-
deren Reeckeninge te doen schuldich zijn
geholden wesen, daer van Reeckeninge ende
([in de kantlijn] NB)
Reliqua te doen.

Noch is den Heere Marckenrichter ge-
authoriseert omme perfecte informatie
te

   
 

blz. 129 (73)
te nemen van die nijes aengegravene
Toeslagen, omme bij die gemiene Erff-
genamen nae verhoor van die Gein-
teresseerde op een noodtholtingh daer op
gedisponeert te worden, naer innehouden
van die resolutie, soe int oude Marcken-
boeck bevonden wort, ende oock op den
([in de kantlijn] NB)
jonghst geholdenen Holtingh is geconfir-
meert.

([in de kantlijn]
van die Inner-
lijck gedeelten
te deelen)
Noch is bij deliberatie voorgeslagen, off
het niet soude dienstich wesen datte
Innerlicke gedeelten van der Marcke,
door den Landtmeter wierden gemeten,
ende Caerte daervan gemaeckt, omme
voorts te resoluieren tot Deijlinge van
die voorß jnnerlicke gedeelten, 't welck
bij d' aenwesende Erffgenamen voor goet
gevonden is.

([in de kantlijn]
Van den Hae-
vermarsch)
Noch is geresolueert, Dat men opten
aenstaende nootholtingh den Havermars
soe eertijts gedeelt is geweest, ende
nu tot naedeel van die Erffgenamen
in haer pacht ende garstkooren, bij die
meijers wederom geweijdet wordt, int
gemeen de facto weder nae een elx
waertall werde gedeilt, ende dat in
conformiteit vande oude (NB) Marckenrechten
Voorts

   
 

blz. 130 (74)
Voorts zijn gecontinueert tot Ghe-
sworens Lieffert Janßen ende Berent
Hulsbusch uijt Heemse, ende Hendrick Ruij-
tenberch uijt Collendooren, die bij hant-
tastinge in Eedes plaetse aengeno-
men hebben, haer aenbevolen ampt,
getrouwelick ende als eerlijcke luijden
te bedienen.

Voorts heeft den Schultes Johan
Crull voorgestelt ende versocht, dat
hem een Toeslach mochte worden aengewesen
ende geaccordeert, waer op geresolveert
diewijle die Erffgenamen gemeint zijn
d'Jnnerlicke gedeelten van die Mar-
cke te deilen, dat alsdan d'Erfgenamen
op die petitie van den Schultis be-
hoorlick sall gelettet werden, ende
sijn Dienst in goede acht genomen,
oock aen Hem contentement gege-
ven worden.

Eerstlick zijn die resolutien op den
Jonghst geholdene Lottingh geconfir-
meert ende geapprobeert, ende int
besonder goetgevonden, Datte Geau-
thoriseerden op het stuck van den Sij-
delmars

   
 

blz. 131 (75)
-delmarsch noopende die jndrifte van
die vanden Hardenberch goede achtinge
willen nemen, ende daer tegens nae
behooren ijueren, Actum ut supra.
Oorconde d' Onderteickeninge van d'
aenwesende Erffgenamen ende was met
verscheijden handen ondergeschreven.
W. Blanckevoort
J. Wijfferdingh
S. Blanckevoort
S. Johan Krull
(gekantelde A met uitstekende streep) Dit is het Marck
van Lambert ter Mer-
rijenberch, uijt den nae-
me van den Rente-
meister van Sibkeloe
ende Albergen.
Wessell van Ulsen als
Provisoer des H. Geest to Zwol

Voorderstont
Dat dese Copie met sijn originele
onderteickeninge alsoe van woort
tot woort accordeert, attestere
Ick. Was getekent. W. Marienburgh.

Opten 28 Julij 1641 Holtspraecke
geholden to Heemse in Jan Volckerincx
huis, Præsentibus Borgermr. Beeck
als Gesubstitueerde Marckenrichter
Willem Blanckevoort, Arent Blan-
ckevoort, Lieutenant Boldewijn
Blanckevoort

   
 

blz. 132 (76)
Blanckevoort, Steven Blancke-
voort, Commijs Wijfedingh, Victor Wa-
rensberch Rentmr. van Joffr. van Ase-
wijn, Wessell van Ulsen ende Egbert
Albertß als Provisoeren van't H. Geests
Gasthuis, ende Anthonis Crull.

Die Erffgenamen hebben om redenen
wederomme gecontinueert tot Mar-
ckenrichter den Heere Camener Marien-
burgh, voor den tijt van drie Jaeren,
als mede gecontinueert die Geswoo-
rens voor desen gestelt.

Die voorß Erffgenamen beneffens eni-
ge andere Erffgenamen vande buijrschappen
gehoorende tot Heemser Kercke, hebben
gestelt tot Kerckmeisters den Heere
Marrienburch unde Jonker Willem Blanck-
voort, die de oude Reeckeningen sollen
([in de kantlijn] NB)
hebben to suijveren, ende voortaen alle
Jaer Reeckeninge doen van die Kerck-
licke vnde Pastorije goederen, gebruij-
ckende daer toe een collecteur tegens
behoorlicke beloninge.

Wijders persisteren d'Erffgenamen
bij

   
 

blz. 133 (77)
bij Haer voorige resolutie te weten dat
die gene soe tot noch toe tegens die uijt-
gegravene Toeslagen, niet genoeten heb-
ben, in gelijckheijt van dien, sollen genie-
ten, daer toe gecommitteert zijn die Heere
([in de kantlijn] NB)
Marckenrichter Jonker W. Blanckevoort ende
die Provisoeren van't Heilige Geest Gasthuijs.

([in de kantlijn]
Van den Havermarsch)
Geresumeert den Voorslach van den Hae-
vermarsch te deilen nae waertall, js
men eenpaerlick daer bij verbleven,
ende tot bevorderinge van dien gecom-
mitteert die Heere Marckenrichter ende
Jonker Willem Blanckevoort, die metten
eersten den Landtmeter daer toe sollen
mogen gebruijcken.

Geresolueert dat men alle uijtheemse
ende niet gewaerde, sall holden uijt
([in de kantlijn] NB)
die Heemser ende Collender Veenen, ende
dat niemant eijgener authoriteit, emants
sall vergunnen eenigen Torff daer
inne te steecken, tegens enige entgelt-
tenisse, oft dat nae behooren daer inne
sall worden versien.

Tot Eschwroegers gestelt Jan Janssen
Vincke

   
 

blz. 134 (78)
Vincke ende Herman Aeftinck, die well
scherpelick sollen hebben te letten datter
geene Beesten in den Esch comen, soe
langhe daer Saet inne staet, die peer-
den soe bij nachte daerinne bevonden
worden, te schutten, daer van des nachts
te nemen een Schillinck, ende des dages
van ider voet een stuijver, Ende wie
het Hecke apen laet staen, sall verbue-
ren Drie stuijvers, ende sollen die Ouders
voor Haer Kinderen, ende elck voor sijn
Maechden ende Knechten responsabell we-
sen.

Anno 1642 Den 10 Meij nae dien die
Heere Marckenrichter Marrienburch
eene Bijeencompste der 't samptelicken
Erffgenamen van Heemse ende Collendoo-
ren op huijden dato voorß hadde uijtge-
schreven, Sijn dieselue gecompareert
jn die Kercke to Heemse, alwaer die
voorß Marckenrichter Het Holt ende Mar-
ckengerichte geseten met die Edele
Erentfeste Jonker Isaack van Uijtterwijck
Capitein ende Jonker Willem Blanck-
voort als Coernoten. Ende is die
([in de kantlijn] 1)
Marckenrichter, versoeckende van
sijnen

   
 

blz. 135 (79)
sijnen dienst te worden ontslaegen al-
noch voor een Jaer gecontinueert, ende
sijn E in derseluer absentie geadjungeert
Jonker Willem Blanckevoort.

([in de kantlijn] 2)
Die Kerckmeisteren hebben rapport ge-
daen van die opgenomene Reeckeninge
der Kercken goederen tot Heemße ge-
daen bij die Weduwe ende Erffgenamen
van die zalige Schulten Arent ende
Joan Crull van wegen die Jaeren 1617
1618 ende naevolgende tot het Jaer
1635 incluis, ende js het slot van die voorß
Reeckeningen den Erffgenamen voorge-
lesen, ende bij dieselue aengenomen ende
geapprobeert, Soe nochtans dat die
Vijfftich Daler bij den zalige Schultus
Crull int Jaer 1626 Den 24 Maij uijt-
gedaen aen Lieffert Janßen, nu die suc-
cesseuren ende nijen meijer Albert Roe-
loffs, des voorß Liefferts Weduwe ge-
trouwt hebbende, sijn opgesecht, om die
selue met die achterstedige renthen van
den voorß 26 Jaere aff tot Meij 1641 toe-
comenden Sint Jacob ouer een Jaer aenden
Kerckmeisteren uijttekieren ende te beta-
len, 't welck die voorß Albert alsoe te
doen

   
 

blz. 136 (80)
doen oock heeft aengenomen, blijvende
inmiddels des voors. Schultis Erffgenamen
daer voor te responderen geholden.
3. (Haevermarsch)
Is voorts geresumeert die resolutie
int jaer 1637 genomen over het deijlen
van den Havermarsch daer bij die Erffgenamen
hebben gepersisteert ende
den Marckenrichter met twee naestgesetene
Erffgenamen gecommitteert
om ter eerster gelegentheijt den
voorß Havermarsch door een Gesworen
Landtmeter te laten meten,
ende deijlen, in soe vele gedeelten
als die waertallen van die Marckte
Heemse ende Collendooren sich sollen
comen te bedragen, sollen tot dien einde Kerckenspraecken worden
gedaen, waer bij een jder soe vermeent in die
voorß Marckte te zijn gewaert
werde geciteert, om binnen acht
weecken daernae sich aen den Marckenrichter
ofte Gecommitteerden
aen te geven ende haer Schijn ende
Bescheijt te vertoenen. Ende zijn
dese navolgende Erven voor gewaerde
bekant ende aengenomen.
(Specificatie der gewaerde Erven in Heemse ende Collendooren)
Hulsebusch, Volckerinck, Cromhavinck,
Aerninck

   
 

blz. 137 (81)
Aerninck, Veldtsinck, Warminck, Pa
storije, Bolckes off Oostminck, Kesstinck,
Reijninck, Hesselinck, Oostendarpinck,
Spaenscamp ende die Herberge elck
een halve waer. In Ccllendooren sijn voor
gewaerde Erven aengenomen die Hoffstede
voor een halve waere, Oedinch een heele,
Hamhuis eene ware, Nijsinck ende Heck
mans anderhalve waere, den Oldenhoff
toe Collendooren eene waere, Ruijten
berch eene waere. Ende alsoe Jonker Splijt
loff pretendeerde een halve waere
totten Hoppengaerde, daer van d'ande
re Erffgenamen gene Kenniße hadden,
sall die voorß Jonker Splijtloff binnen
den voorß tijt van acht weecken beter
bewijs daer van bij brengen.

4. . (Die 47 gl ende 60 ggl van zalige Arent Thonnißen)
Capitein van Uijtterwijck presen-
teerende die onder sijn Edele staende 47 gl.
van Arent Tonnißen met die Sestich
golt guldens datelick aen den Erffgena
men van die Kercke toe Heemsse te
tellen, met twee Jaeren Interesse toe
samen maeckende Eenhondert en vier
en viertich gulden twee stuijvers sijn
deselve bij den Erffgenamen geassigneert
om aen den Schultus Holt te worden betaelt
in

   
 

blz. 138 (82)
in minderinge ende tot affkortinge
van sijn gedaene oncosten tot die
reparatie vande Weme.

5. Ende zijn voorts mede de hondertvijff
entachtentich gulden viertijn stuijvers,
soe die zalige Schultes Jan Crull, ende
die Twintich gulden soe de weduwe
van zalige Schultes Arent Crull bij die
voorß Reeckeningen aen die Kercke tot
Heemse schuldich gebleven, geaßigneert
aen den voorno. Schulten, om aen den
selven te worden betaelt in minderinge
sijner voorß gedaene oncosten die 't
selve oock aengenomen.
(Verpachtinghe der Weeme)

6. De Erffgenamen van Heemßer Kercke
hebben met den Schultus Holt
verspraecken ende veraccordeert, dat
hij die Weeme met huis ende hoff
sall bewonen ende gebruijcken den tijt
van Seß Jaeren op Petri 1643 eerst
aen to gaen, daer voor Jaerlicx tot behoeff
der Kercke betalende Achtijn
gulden, mits dat hij't voorno. huis
en den hoff in goede rackheijt dicht
ende in goede vredinge sall holden
buijten costen der Erffgenamen.
Also

   
 

blz. 139 (83)
7. Alsoe die Schulte Holt tot reparatie
ende verbeteringe van die voorß Weeme,
groote costen heeft gedaen, worden die
Jonker Willem Blanckevoort ende Rentmr.
Victor Warensburch gecommitteert om
die Reeckeninge daer van op te nemen
ende te vereffenen.

8. Op 't kennen geven dat die van't
Stedeken Hardenberch die Meijeren van
Heemße ende Collendooren die Schaepen
ende Ganßen geschut opten Sijenmars waer toe die van 't Stedeken niet en
zijn berechticht, als hebbende alleen t'
recht van weijden, sijn bij den Erffgenamen
versocht ende gecommitteert Jonker
Willem Blanckevoort ende Victor Warensburch
Rentmeister, omme met den Borgermeisteren
van Hardenberch deswegen
te spreecken, ende haer E. te Vermanen
om sulcx niet meer te laten geschieden,
oft dat anders is.
(Bollenhorsten)

9. Aengaende die Bollenhorst, sollen
die belechte contschappen de weduwe
van de zalige Schultes Joan Krull ten
handen worden gestelt, omme daerop
haere verclaringe te doen oft Sie die
pantpenningen will ontfangen, ende
die voorß Bollenhorst ofte Maethe
daerteg

   
 

blz. 140 (84)
daer tegens te verlaten ofte niet,
omme daer nae voorders bij den Erffge-
namen daer op te worden gedelibereert
ende gedisponiert.

([in de kantlijn] 2)
10. Ende heeft die Heere Capitein Uijt-
terwijck bekent d'andere Bollenmate
van den Erffgenamen te besitten ende
holden in pantschap, waer van sijn Edele
op den eerstvolgenden Holtingh aen-
genomen die Brieven te vertoonen.

([in de kantlijn]
Een verckenshierden
te stellen)
11. Tot verhoedinge van schaede sollen die
meijeren eenen Verckens hierden
stellen, om die Verckens ende guste
Biesten te hoeden, bij verbuerte van
een halue Tonne biers, te betalen bij den
genen soe hiertoe onwillich sollen bevon-
den worden.

([in de kantlijn]
Geene Peerden Biesten
oft Schapen in den Esch
te laten kommen)
12. Noch is goetgevonden ende verdragen
dat henvorders niemant sijne Peerden
sall door den Esch drijven, ofte oock door
andere Landen, dan dieselue aen den
anderen gecoppelt hebbende, bij die pene
van een Tonne biers. ende sollen gene
Biesten oft Schaepe in den Esch gedre-
ven worden, ofte kommen mogen
soe

   
 

blz. 141 (85)
soe lange het Saet aen den garst op 't
Landt staet, op pene van een Tonne
biers, soe hier tegens mochte doen, waer
toe neffens die Schutters ofte Geswa-
rens jder een die opsicht mach nemen
ende schuttinge doen, ende sall die Ge-
schuttede bouent voorß bier tot schutgelt
geven van jder Biest twee stuijvers.

([in de kantlijn]
Geswarens gestelt
ende wat haer officie sij)
Die Geswarens Berent Hulsebusch
ende Albert op Bolckes uijt Heemsen
ende Hendrick Ruijtminck voorgebadet
zijnde, hebben verclaert haer best ge-
daen te hebben in schutten ende verwae-
ren van die Marcke, Ende sijn voorts
tot Geswaerens gestelt ende gecontinu-
eert in Heemsse Berent Hulsebus ende
Albert Roloffs op Bolcx, in Collendooren
Geert Nijsinck ende Johan Hamhuis, die
welcke met hanttastinge in Eedes plaet-
se hebben aengenomen alle Ongewaerden
te schutten sonder oochluijckinge, ende
den Torff soe tegenwoordich van ongewaer-
den gesteecken, te vercoopen, oock
vlijtich in achtinge nemen datter hen-
voorder geen Torff van Ongewaerde
worde gesteecken, alleen die Pre-
dicant ende die Coster, jder tot Haer
eijgen noodtdruft, doch niet meer
als acht dachwerck, uijtgenomen.
Soe

   
 

blz. 142 (86)
([in de kantlijn]
Wie Torff mach
steecken ende vercopen)
Soe en sollen oock die Gewaerden
niet meer Torffs mogen vercoopen
als twee Voeder nae olden gebruick,
ende sollen die Meijeren ende Gewaer-
de nabuiren, den voorß Geswaerens
die hant hier toe bieden, ende in alles
des versocht zijnde, helpen tot der Mar-
cken beste, bij pene van een Ton-
ne biers, bij die gene soe sich hier toe
weijgerich ende onwillich stelden, te be-
taelen.

([in de kantlijn]
Toeslagen)
14. Hier nae zijn die samptelicke aenwesende
Erffgenamen gegaen ende uijtgesien
waer jder Gewaerde, soe noch niet
aengegraven, eenen Toeslach solden
maecken, gelijck die Jonckeren Blan-
ckevoort, Jonker van Uijtterwijck ende Commijs Wijfer-
dingh ende Hamhuis voor desen all ter
([in de kantlijn] Hulsebusch)
neuge gedaen, Ende is volgents Hul-
sebusch toegestaen ende gewesen een Vier-
cant stuck landes achter Volckerinck
ende Hulsebusch landt, van den Buijten-
sten graeven van Volckerincks camp
tot opte Cuijle, lijnrecht daer tegens
gaende nae Reze, ende van daer slincks
omme tot opte grootste Tellege
staende op't einde van die Gae-
gelweijde.
Den

   
 

blz. 143 (87)
(Volckerinck, Veltsinck ende Cromhoff)
Den Drie meijeren van Sibkeloe
Volckerinck, Veltsinck ende Cromhoff
js daer boven gewesen en toegestaen
aen te graeven van Volckerincx camp
boven aen langs aen voorß camp en
't geene Hulsebusch toe gelegt tot da
ren aen den Santwech inde struvellen
tegent einde van die Pastorijencamp
tot aen Rezer Marcke ende van daer
dwers aver op een Elssen boomken
tot aen den wech.

(Werninck)
Werninck [vvolckerink]is toegestaen van den
Hoeck van Wernincks camp langes
den wech tot aen't hoechtien bij den
legen wech tot op't hecke van Wernincks
camp.

(Spaenscamp) Tot Spaenscamp toegeleget van die
dijcken, tellege, willege, Veldewaerts in tot aen
die Coule langhs Hulsebus ende Volcke
rincks wech, tot in die tweede Coule,
van daer recht aver tot inde leechte,
en van daer voort op ten hoeck van
den voorß Spaenscamp.

(Kreijennest ofte Herberge)
Voort Kreijennest oft d'Herberghe
voor

   
 

blz. 144 (88)
voor een halue waere sall voorß
Toeslagh van Spaenscamp verlenght
worden, tot aenden wech comende uijt-
tet Velt, soe dat die wech onbespijrt sall
blijven.

([in de kantlijn] Aeftinck)
Voor die Vrouw van Gramsberghe toe-
gestaen langhs Aefftinghs camp tot aen
Oostendarps camp, waeraen 't Menne
gat sall wat op nae Swolle aen ver-
lecht worden, tot aen den hoeck bij den
wech.

([in de kantlijn] Hesselinck)
Hesselinck is toegestaen achter
Hesselincks camp, van Splijtloffs Eij-
ckelcamp, te Veldewaert in, ouer den
wech, tot aent andere einde van den Vß
Camp.

([in de kantlijn] Hamhuijs)
Voorts is Hamhuis Toeslach gevisiteert
ende toegestaen tot aen den Lutterwech
gaende nae den Hardenberch.

([in de kantlijn] Oedingh)
Aen't Erue Oedinck is toegestaen
een streppel groenlandt uijttet
waterlanges sijn weijdelandt, tot om-
trent 30 voeten van den Haevermarsch
tot aen den wech gaende uijt sijne
Stege nae den Haevermarsch.
Van

   
 

blz. 145 (89)
Van daer gegaen op een stucken
Groenlandes soe eertijts bij den zalige
Schultes Arent Crull begeert, stre-
ckende van den Clockenbuil tot aen
den langenvoort, dat welcke Capitein
van Uijtterwijck versocht aen te gra-
ven voor sijn Edele derde waere, waertoe
enige aenwesende Erffgenamen deden
consentieren, doch sich op die naeste
ende complete vergaderinge beroe-
pende.

Noch is Jonker Splijteloff uijt
gunste toe gestaen een stuck
aen te graeven, naest aen der
Schultinnen Crulls Toeslach bae-
vent Huijs op den Eijckelcamp,
tot aen den wech gaende nae't
Dorp Heemsse.

Noch heeft Capitein van Uijtter-
wijck versocht een stuckien landts
groot omtrent Drie Spint ge-
seijs, gelegen tusschen Veltsincx
gaerden, ende sijn Edele Landt, 't
welck mede bij enige presente
Erffgenamen geconsenteert, doch
mede uijtgestelt tot die
naeste

   
 

blz. 146 (90)
naeste Holtingh.
Aldus gedaen opten voorß 10den dach
van Meij Anno 1642. Was on-
dergeteeckent met verscheijden
handen. W. Marienburgh als Mar-
ckenrichter. W. Blanckevoort. Bolde-
wijn Blanckvoert. Victor Warensberch
Rentmr. tot Gramsb. Cattrijna
Lovinck wedewe Kruls. Lubbert Blan-
ckevoort. Lucas Splijtloff.

Anno 1643 Den 8 Augusti Sijn de
samptelicke Erffgenamen van Heem-
ße ende Collendooren door den Mar-
ckenrichter geconvociert ende
hebben geresolueert als volght.

Eerstelicken is het Marcken-
Richterschap getransporteert
van den E. Rentmeister Mar-
rienburgh aen den E. Boldewijn
Blanckevoort ende aengenomen
oock mede aengenomen (nae
bij gebr

   
 

blz. 147 (91)
bij gebrachte Bewijsdommen)
die halue waere op den Hoppen-
gaerden, ende daer op toegeslaegen
eenen Toeslach liggende langes sijnen
Eckelcamp, waer aen het Erue
Bolckes sijnen Toeslach sall nemen,
eens soe breet als den Hoppen-
gaerden, ende in die lenghte daer
mede respondieren, oock mede die
Schultinne Kruls toe-gestaen
aen-toe-graeven een hoecksen 't en-
des Schoemaeckers goerden, soe
Haer zalige man belaevet was,
op die Holtspraecke geholden in Anno
Duijsent Seßhondert Soevenende
Dartich [1637].

Voorts soe men sie ghemaecket
js Van Uijtterwijcks Toeslach 'ten-
des den Clocken-buijel, oft
men den seluen soude toestaen
oft niet, Js sulcx uijtgestelt
tot den naesten Holtinck, ende
ter begeerte van den WelEdele
Boldewijn Blanckevoort uijt
den naem van den WelEdele
Jsaack

   
 

blz. 148 (92)
Jsaack van Uijtterwijck ende heft
sijn Weledele aengenomen ende be-
loeft 't selue niet te sullen stre-
cken tot præjuditie der Erffge-
naemen naemaels dan daer in
toe doen als het Haer E. sall goet
duncken.

Noch hebben die aenwesende
Erffgenamen Vijff Contschappen,
door den gewesenen Marcken-
Richter in gebracht zijnde, ont-
fangen, waer van aen die Schul-
tinne sall Copia vergunt wor-
den, om op den aencompstigen
Holtingh, antwoort te geven,
waervan die Viere aengaen
die Bolle-maete ende die Vijffte
den Schoemaeckers goeren.

([in de kantlijn] Van de Herberghe wort de halve waer ontseght. )
Alsoe hier bevooren op den lesten
Holtingh den WelEdele Jsaack van
Uijtterwijck heeft aengegeven, een
halue waere toe behooren tot de
Herberge, ende in het olde Marcken-
boeck

   
 

blz. 149 (93)
boeck folio septimo bevonden wort,
dat die Herberge een Schaepen
waer voor een Daler gepacht
heeft, wort des wegen die halue
waere Uijtterwijck voorß ontsecht.

Oock mede geresolviert, dat
het Marckenboeck sall gecopieert
worden sampt die Sententie van
den Herdenberger Mersch gepro-
nuncieert int Jaer 1563 Den 28en
Junij ende sall die voorß Copie
altijt inde Marcke verblijven.

Oock heeft die voorige Marcken-
Richter die Reeckenschap van der
Marcken opcompsten ouerge-
geven in handen van den WelEdele
Willem V Blanckvoort ende Victor
Waerensberch, om te revideren [?] van
41-42 oock mede te vervorderen
die Reeckeninge van den Schultes
wegens die Weeme.

Die Geswooren worden geconti-
nueert ende hebben aengebracht dat
Jan Sloot eenige voeren Cleijs
ende

   
 

blz. 150 (94)
ende Cuijpers Jacob een voer, waer
voor sij van den Marckenrichter sol-
len aengesien worden, uijt den Har-
denberger Marsch gegraven hebben.
Aktum ut supra. Coernoeten den
WelEdele Willem Blanckvoort ende
den Edele Victor Warensborgen ter
presentie der ondergeschreven Erff-
genamen. Was ondergeteeckent
met verscheijden handen. Boldewien
Blanckevoert. W. Marrienburgh. W. Blancke-
voort. Victo Warensberch. Lubbert Blan-
ckevoirt. Lucas Splijtloff.

Den 13 Julij 1652, Heeft die
Edele Boldewijn Blanckvoort tot
Heems als Marckenrichter het Ge-
richt geseten in presentie van
dese naebeschreven Erffgenamen, ende
js geresumiert het gene in die
voorleden Holtspraecke is gedaen,
en daer op geresolueert.
Dat Capitein Uijtterwijck den
Toeslach bij die Boosewaere sall
beholden

   
 

blz. 151 (95)
beholden op sijn Waertall.
Ende wort die Coop van die Vel [?]-
schede Anno 1624 geschiet ende alhier
vertoont, geapprobeert, mits, dat
Hij die 90 C. gl. ter tijdt der losse
toe, tegens 5 sall verrenten.

Sall oock het hoeckien bij die Vel-
sinthooren beholden voor een ancker
Wijns.

Item Johan Blanckvoort het hoeckien
achter het Rotmersgoor voor een
ancker Wijns.

Belangende die Veenen, js ge-
resoluiert, Dat die Erffgenamen van
Heems sich int Veen sollen vervoegen,
ende een plaetse uijtsien Waer sij
op jder waere 30 Roeden tot min-
neste schaede connen krijghen,
ende dien volgents het selue in
presentie van die Jngeseten Erff-
genamen bij lottinge deelen. Ende
wort verstaen, dat daer
geen meer waeren zijn, als in
dit boeck bekent zijn, tot dat
anders wort bewesen.
Van den

   
 

blz. 152 (96)
Van den Mars sall men ter nae-
ster Holtspraecke resolvieren.

Die Cotters wort die halue schult
quijt gescholden, mits dat Sij die
rest ende nae desen wel betaelen
offte sollen daer voor geexecuteert [gedwongen openbare verkoop van het onroerend goed]
worden.

Alsoe daer oock enige Boeckweijte
int Veene geseijt is, welcke die
van Reeze vermienen Haer te naer
te zijn, is veraccordeert, dat die
sall dese reijse ingevoert worden, ende
nae desen, daer niet weder geseijt
sonder prejudicie nochtans van d'een
off ander Parthije.

Die noch Gansen heeft in Heemß
sall sich dieselue in tijt van 14 quijt
maecken bij verbuerte derselver.

Niemant sall oock op verboeden plaet-
sen plaggen meijen, op daer toe staen-
de boete.

Voort sollen alle voorige pun-
ten und resolutien in volle weer-
de blijven.
Den

   
 

blz. 153 (97)
Den Marckenrichter ende Swaerens
worden gecontinueert. Ende sall men
alle drie Jaeren Holtspraecke holden.

Wort oock verstaen dat die Pastorie,
welcke boven op een waere staet,
maer een Drift ende geen gront
waere heeft.

Daer dit aldus Geschiede waeren
bij mij als Coernoeten Jan Blanck-
voort ende Capt. Uijtterwijck. Actum
ut supra. Presentibus. Was onder-
geteeckent. Boldewien Blanckvoort.
W. Blanckevort. Willem Blanckevort
van wegen Holthuesen. G. van Vil-
steren. J. van Uijtterwijck. Allert Blanck-
voort van wegen Gerrijt Blanckvoort
ende Albert van Dompseler. Jan Blanck-
voort. Steven Blanckvoort wegen ne-
ve Splijteloff. Victor Warens-
berch Rentmr. tot Gramsberch.
Willem Edelinck uijt den naeme van
Vrouw Holts.
Op huijden

   
 

blz. 154 (98)
Copia
Op Huijden Den 14 Aprill 1653
heeft die Edele Boldewijn Blanck-
voort als MarckenRichter ten huise
van Borgermr. Edelinck die Erffge-
namen geconvoceert ende heeft Jn
præsentie van dese naebeschreven
Erffgenamen een Nootholtingh gehol-
den. Coernoten de Heer van Grams-
berge ende Jonker Blanckvoort.

Ende is ten eersten geresumeert
die Holtspraecke van't Jaer 1652.

Ende is oppet poinct van Uijt-
terwijcken Coop van die Veltschede
bij die meeste Erffgenamen verstaen
dat Hij die selue niet in Coop maer
jn sijn Waertall sall beholden, ende sulcx
door dien, Sij bevinden dat zalige Capitein
Uijtterwijck Anno 42 bekent heeft bij
Hem ter nuege een Toeslach ontfan-
gen te zijn.

Waer tegens Capitein Uijtterwijck
doet protesteren, ende seijt dat men
Hem die Veltschede in Coop behoort
te laten, volgents die jonghste re-
solutie.

Oock worden Capitein Uijtterwijck
ende

   
 

blz. 155 (99)
ende Jan Blanckevoort geordon-
neert aen Borgermr. Edelinck toe
betalen elck een ancker Wijns, soe
Sij wegens aengraeven schuldich zijn,
Belangende die Veenen, daer sollen
die slachcedulen van toe boecke gebracht
worden.

Op het punct van den Mars, is gere-
solueert, dat men Hem sall meten,
delen nae bekende waeren, ende uijt-
graeven.

Waer tegens Uijtterwijcken een
schriftelick protest luijdende als
volght heeft overgelevert.

Hebben oock eenige stucken Waer me-
de Sij Waertall soecken te bewijsen
overgelevert, welcke die Erffgenamen
hebben aengenomen naer te sien ende
Hem weder te behandigen tegens den
eersten Septembris.

Alsoe oock Capitein Uijtterwijck ver-
socht Copia van't Marckenboeck,
sall hen dieselue gegont worden.

Die Hardenberger sollen gevraecht
worden, waerom Sij die Toeslagen
bij die Hoffstede hebben jngesmeten
ende

   
 

blz. 156 (100)
ende soe Sij daer van geen satis-
factie en doen, daer ouer geclaget
worden.

Men sall oock Jaerlicx int leste
van Meij Holtspraecke holden, ende het
Marckengerichte alle Jaer omme
gaen ende twee Jaer die Marcken-
Richter uijt Heemß ende het derde Jaer
een uijt Collendooren gecooren wor-
den, soe den Marckenrichter oock suim-
achtich weere ende geen Holtspraecke
uijt schreeft, sall het die olde Mar-
ckenrichter ende bij gebreck die Jnge-
setten Erffgenamen doen, ende eenen
nieuwen kiesen, sall oock den Mar-
ckenrichter alle Jaer Reeckenschap
doen. In Oorkonde der Waer-
heijt Hebben Wij dese onderteeckent.
Onderstont. Boldewijn Blanckevoort.
D. S. van Haefften genaemt Assewijn. Jan Blan-
ckevoort. W. Blanckevoort. Albr. van Domp-
seler. Willem Blanckevoort junior van wegen
Holthuijs ende Splijteloff. Johannes
Vockingius van wegen die Weduwe Crull Ca-
trina Loefftinck. Lubbert Blanckevoort
Willem Edelinck uijt den naem van Vrouw
Holts.

   
 

blz. 157 (101)
Copia
Alsoe die Jngesetenen des Carspels
Hardenberch (in sommige buijrschappen)
all eenige Jaeren voor desen hebben aenge-
vangen (ende daer noch bij continueren)
om eenige Boeckweijte in die Veenen te
seijen, ende dat (meerendeel) sonder goede
ordre, waer door die Veenen lichtelicken
conden verdorven ende tot Vene stuij-
ven wall mochten geraecken, Om dan
sulcx voor te comen, ende te dirigeren
dat het seijen in die Veenen mach strecken
tot bevorderinge van die Marcken, ende
oock mede tot walvaert van die Eijge-
naeren ende Huijsluijden. Soe ist,
Dat Wij ondergeschreven Erffgenamen
in der Marck van Heemß ende Col-
lendooren. Hebben goet gevonden
ende geordineert, vinden goet ende
ordinieren mits desen, Dat die van
Heemß unde Collendooren elck een
stucke Veens sollen nemen mogen,
in der seluer Marcke (aen malcan-
deren) elck aen sijn buijrschap naest
ende bequaemst gelegen, om te seijen,
Soe groot dat jn het selue stucke,
off parceel, een Jegelick op een
volle Waere (die minder nae adve-
nant) kan crijgen twintich off
Dertich

   
 

blz. 158 (102)
Dartich Roeden breet, ofte minder
die willens, ende een Jegelick Gewaer-
de, die sall sijn stucke Veenes off Roe-
tall, bij malcanderen nemen, ende van
onderen op beginnen te seijen, ende 't
selue op goede bequame groepen leg-
gen, op dat het water goeden afftoch
can hebben, ende alsoe sall een Je-
gelick sijn stucke Veenes (in der
seluer Marcke) recht op Venewaerts
in, mogen vervolgen om tot sijn
schoonsten gebruijcken, ende soe
het mochte gebueren, dat Jemant
van die Inwonderen derseluiger
Marcke voorß sijn gesaeijde landt
int Veene (het sij jnt geheel ofte
ten deele, ongesaeijt wolde laten
liggen, soe sall alsulcx uijtgeseijde
offte Dreessche landt, in Drie Jae-
ren daernae tusschen Paesschen ende
Sint Michiel met gene Schaepen
ofte biesten geweijdet mogen wor-
den, ofte sollen daer aff geschuttet
worden, ende 't Schutgelt betalen
moeten, ende worden Jonker Wilhem
Blanckvoort toe Collendooren met
den Marckenrichter neffens
die

   
 

blz. 159 (103)
die Jngesettene Erffgenamen ge-
authoriseert dese saecke ten goeden
einde te brengen ende effectueren.
Actum Den 4en Septembris Anno
1649. Onderstont. W. Blanckevoort.
Boldewijn Blanckevoort. Jacob van Uijtter-
wijck. Jan Blanckevoort. Gerrijt Blan-
ckevoort. Lubbert Blanckvoort van die
Hoffstede. G. van Vilsteren. Hendrick
Holt Schultis. H. Merrienburch Rentmeister.
Johan van Holthuijsen Anno 1649. Katrina Loe-
vinck Weduwe Kruls. Vorder stont
Collta. per me ende geteeckent Lauren-
tium Hollander S. I. H. [secretaris in Hardenberg]

Copia
Op Huijden Den 26 Octobris 1649
Hebben die Jngeseten Erffgenamen
van Heemße ende Collendooren in con-
formiteit ende uijt cracht van
seeckere acte van die samptelicke
Erffgenamen Den 4 Septembris 1649
onderteeckent, die van Collendooren
op jder waere 30 Roeden Veene
toe gedeelt, ende is het eerste
Loth

   
 

blz. 160 (104)
Loth Oostwaerts aft toe gevallen
die van Sibkeloe unde Albergen,
Het tweede die van die Hoffstede,
Het Derde die Luijtenant Blanckevoort
Het Vierde Jan Blanckevoort,
Ende is geaccordiert dat Jonker Willem
Blanckevoort tot die hoochte van de
anderslaegen gecomen zijnde, oock
nae Lutten sall opslaen, ende alsoe
het Vijfte maecken. Noch is bedon-
gen, Dat men tot gemene costen
een Dijck van 32 Voeten breet sall
maecken, van die Harde tot voor-
bij het hoochste slach, Jtem, Dat
tot jder sall hoeren die Sloot aen
die Oosterzijde gelegen, ende
dat men die Waterleijdinge tot
aen het nieuwelandt sall op ende
goet maecken. Actum Collendooren
Den 26 Octobris 1649. Onderstont
W. Blanckevoort. J. van Uijtterwijck. Jan
Blanckevoort. Hendrick Holtz Schultis.
Essien Wolterss. Lubbert Blanckevoort van
die Hoffstede. Vorderstont. Collta. per
me. ende geteeckent Laurentium Hollander SiH
Op

   
 

blz. 161 (105)
Copia
Op Huijden Den 26 Octobris 1652.
Sijn Wij Onderschreven Erffgenamen
van Heemß ende Collendooren jn Onse
Veen gegeaen, ende hebben aldaer vol-
gens de resolutie op die laetste
geholdene Holtingh geholden, een plaet-
se om te slaen uijtgepaelt ende in
dieselue malcander op jder Waer soe
aengenomen is, niet 30 roeden maer acht-
endetwintich bij Lottinghe toegedielt,
dewijll Wij saegen dat Onse huisluij-
den, soe wij op jder waere 30 Roeden
sloegen, weijnich Velts om te bedrij-
ven, souden houden, als mede dat die
Heemßer slaegen meer dan eens soe
lanck, als die Collendoorner connen
worden, Js derhaluen veraccordeert
dat die van Collendooren haer slae-
gen opwaerts sollen vervolgen, ende
soe bolde die van Collendooren ge-
stoijtett worden, sollen Haer slaegen
gemeten worden, ende die Heem-
ßer voortgaen, tot dat Sij lanckte
ende breete gereeckent, oock soe
veel hebben, ende het overige sall
tusschen die van Heems ende Collen-
dooren naer Waertall de novo
worden

   
 

blz. 162 (106)
worden naer Waertall gedeelt, ende
is op voorgaende conditien bij lot-
tinge het eerste van het Westen
aff te reeckenen Capitein Uijtter-
wijck op Aerninck, Reijninck ende
Spaenscamp toegevallen, Het twede
die Geestlickheijt als Volckerinck
Veldtsinck ende Cromhavinck, Het
Derde Hulsebus ende Bollickes, Het
Vierde Aefftinck, Het Vijfte Splij-
teloff op den Hoppengoerden,
Het Seste Hesselinck, Het Soevende
Blanckevoort op Warboldinck ende
Oostendarpinck. Dat dit aldus
geschiet is, bekennen Wij Onder-
geschreven Actum Collendooren ut
supra. Onderstont. Willem Blan-
ckevoort wegens Warmelinck. Ste-
ven Blanckevoort uijt name van ne-
ve Lucas Splijteloff. Jan Blancke-
voort wegens Oostendarp. Johan
van Holthuisen. Victor Warensberch
in absentie van mijn Heer van
Gramsberge. Johannes Vockingius
uijt naeme van die Weduwe
van zalige Schultus Johan Crull-
Catharina Loefftinck. Willem Ede-
linck

   
 

blz. 163 (107)
-linck uijt den naeme van Hendrickien
Nuis Weduwe Holts. H. Marrien-
burch Rentmr. Voorder stont. Collta.
per me. ende geteeckent Laurentium
Hollander S. I. H.

Copia
Alsoe die Erfgenamen van Heemß
ende Collendooren lange Jaeren her-
waerts van Holtspraecke tot Holtsprae-
cke geresolveert hebben, dat den lee-
gen Havermers welcke all voor Hon-
dert Jaeren geslagen ende weder ver-
wildert is, weder geslagen ende nae
waertall verdeelt solde worden, Oock
daer toe die WelEdele Wilhem Blan-
ckevoort ende die Edele Wilhem Mar-
rienberch geauthoriseert hebben, die-
wijle sulcx door het ouerlijden van
zalige Rentmr. Marrienberch tot noch
toe, is naegebleven, ende nu die Vee-
nen ten deele geslaegen zijn, oock
sonder groenlandt niet ofte qua-
lick connen gebruijckt worden,
Hebben Wij goetgevonden ende vinden
goet mits Desen die Edele Wilhem
Blanckevoort

   
 

blz. 164 (108)
Blanckevoort in plaetse van den
Overleden Rentmr. Marrienberch
weder te adjungeren die Edele Willem
Edelinck Borgermr. van Hardenberch
wegens Vrouw Holts, om dieseluige
in presentie van die Jngeseten
Erffgenamen, ende soe Wie daer meer
begeert bij to zijn, te doen meten,
ende bij lottinge naer die beken-
de waeren delen, welcke Wij sullen
ende willen voor goet ende bon-
dingh achten, Jn Oorkonde der
waerheijt Hebben Wij dese onder
teeckent, Actum Hardenberch den
eersten Augusti 1652. Onder-
stont . Derck Statius van Haefften
genaemt Assewijn. W. Blanckevoort. Jan
Blanckevoort. Willem Blanckevoort van
wegen die Marckenrichter ende
Dompseler. H. Alberss. Wedewe van
zalige Schultis Holt. H. Marrienbarch
Rentmeester. Johan van Holthuisen (1652)
Johannes Vockingius uijt namen ende van we-
gen Catrina Loefftinck genaemt
Rutgersius. Vorderstont. Collta. per
me. Ende geteeckent Laur. Hollander S. I. H.
Op

   
 

blz. 165 (109)
Op Huijden Den 14 Aprill 1653.
Hebben Wij Ondergeschreven Erffgenamen,
nae dien verscheijden maelen was ge-
resolveert, Dat men den Haevermars
weder soude doen meten ende deelen
uijt cracht van seecker acte de dato
Den eersten Augusti 1652 den Haever-
mars laten meten, die Erffgenamen
geconvoceert om Haer Loth te ontfan-
gen, ende nae jteratiue resolutien
dat men denseluen soude deelen, Hem
bij Lottinge gedeelt, ende is het eer-
ste parceel van 't Westen aff,
toegevallen die Rentmr. van Sibculoe
ende Albergen op Vijff waeren. Jonker
Wilhem Blanckevoort het Tweede
daer naest op Drie waeren. Jan
Blanckevoort eene waer. Luijtenant
Blanckevoort anderhalue waere. Die
van die Hoffstede een halue waere,
woor Dompseler deel aen heeft.
Holthuis een waer. Splijdtloff een
halue waer. die Erffgenamen een
waer. Die Heer van Gramsberge
het Derde op een waer, Vrouw
Holts het Vierde op twee waer,
Uijtterwijck het Vijfte op Reijninch
bewesen hebbende dat het hen toe
compt

   
 

blz. 166 (110)
compt Aerninck ende Spaenscamp
ende alsoe Uijtterwijck door dien Hij
sijn gepretendeerde waeren niet en
conde door crijgen dese Deijlinge met
Protest soght op te holden, oock dese
Lottinge (alhoewel expresselick daer
toe weder geroepen zijnde) niet heeft
willen bij woonen, Heeft Borgermr.
Edelinck wegens het Gericht ten ver-
soeck vande Erffgenamen sijn Loth
ontfangen, geloeven oock malcanderen
tegens hem ende alle anderen, malcan-
deren te willen helpen dese Lothcedule
defendieren. In Oorkonde der waerheijt
hebben Wij dese met Ons namen op
dach en tijt als boven onderteeckent.
Onderstont. D. S. van Haefften genaemt Aessewijn.
Jan Blanckevoort. Albert van Dompseler. Assien Wolterss
uijt last van mijn Principael Hendrick
Marrienborch Rentmr. van Sibculoe ende
Albergen. Boldewijn Blanckvoort. W. Blanckevoort.
Willem Blanckevoort van wegen Holthuis ende Splij-
teloff. H. Alberts Weduwe van zalige Schultis Holt.
Voorder stont. Aldus ter presentie van
mij Ondergeschreven gelot ter Oorkonde van desen
onderteeckent. Was getekent. Willem Ede-
linck Verwalter. Wijders stont. Collta. per me.
ende geteeckent Laurentium Hollander S. I. H.
Naer gedane collatie Js allet gene voorß
mettet Originale Marckenboeck van Heemse
ende Collendooren van woorde tot woorde accor-
derende bevonden bij Mij ondergeschreven Secretaris der
Stadt Zwolle. Joannes Buis, secr. Swolle 16. . [?]

   

blz. 0 van boek 2 (fiche 349)

Anno 1718
Zijn dese authentijcke Resolutien
willekeuren Statuijten, enz. aangaende
de Merckte van Heemse, en Collendoorn
bij Een vergadert, en te Boeke Gebragt
door de Hoog Edel wel gebooren Heer
Joncker Pico Galenus van
Sijtzama Heere toe BesLinga Staete
tot Friens, En de Hofstede enz. enz.
tegenwoordigen Mercken Richter van
Heemse En Collendoorn.

blz. 1

Copia
Anno 1637 den 6en Junij
zijn Eenige Erfgenamen van Heems tesam
gegaan op het Heemscher Venne, ende hebben doen
meten door Christoffel le Hon geadmitteerd
Lantmeeter van Over Issel de breedte van den
toeslagh aldaer, ende is bevonden breed te zijn
336 Roeden, 8 voet, welcke breedte verdeelt is
in 12 deelen, Ende hebben de Erfgen. Voort hooge
opgaende w. inckel recht die deelen op de Slagen
verdeeld, desgelijck is nogh eens gedaen nog de
hoogen opgaende, gelijck de hopen, ende palen
sulx sal uijtwijsen voor het Slag liggende
naest aen Reese genaemt Spaens Camp:

Een half waere Breet [?] 14 Roeden 3 Duijm
Aerminck (Aarnink) een waere 28 6
Reijninck een waere 28 6
Hulsebos een waere 28 6
Volkerinck een waere 28 6
Velsinck een waere 28 6
Cromhavinck een waere 28 6
Bulks een waere 28 6
Aeftinck een waere 28 6
Hoppen

blz. 2
Hoppen Gooren een halve waere 14 3
Hesbertinck een waere 28 6
Oostendorp een waere 28 6
Werminck een waere 28 6
(. . . gewaarden?)in Heemse zijn 12

Dit alles is gemeten met de Sallanschen
Roede of maete, zijnde die Selve in (t)zijnen
verdeelt alses gedaen bij mij, was geteekent
Christoffel le Hon Geadmitteerde Lantmeeter
in Overijssel .

Accordeert met sijn origineel
in Fidem
Wilh. Henr. Krull, secretaris.

Waeren in Collendoorn
De Havezate met Doeseman 1
Ruitmink 1
Hamhuis 1
Hofstede 1
Odink 1
Nijsink 1½
samen 6½

Den 27 January 1807 heeft de weduwe van Jan . . . . op 't .
. . . . onder Collendoorn aangegeven dat zij . . . . . . . .
een½ wheere in Heemse en Collendoorn aangekogt . . . . .
. . . . . . . . . .
J. van Foreest
. . . Markenrichter

blz. 3

Copia
Lotsedel van Collendoren Veen
Alsoo die Markenrigter Ende
Ingeseten Erfgenaemen van Heemse en Collen
doren den 26 October 1649 bij speciale lote van
die Samptlijcke Erfgenamen in Septeb 49 opge
delet daer toe geauthoriseert die Van Collendoren
op jeder waer int Veen 30 Roeden in die Breete
op gaende om in Erflijcker besittinge toe behol
den bij Lottinge hebben toe gedeelt en meede
aengenomen die Van Heemse aen hun
Boerschap van gelijcken toedoen, bij welcke
Lottinge die 2 Eerste Slaegen van het Oosten
aff, die van Sibbeculo en Albergen sijen
toe gevallen het derde die van die Hofstede
het 4de Jonker Boldewijn Blanckvoort Luitenant
het 5de Jonker Jan Blanckvoort Tercuijlen, het 6de
Jonker Willem Blanckvoort toe Collendoren met den
bescheijde dat hij het zijne soo hij nu begonnen
heeft tendes der anderen heen sal voltrecken
toe die hooghte dat hij Jonker Jan Blanckvoort van
bij coeme ende dan meede naar Lutten op looopen ende die
wijle die acvoor ofte SlaghSeedel des tijdes dier
van gemaakt van Capt. Wtterwijck om toe copieren
zijn gelicht ende hij nu die Selve weijgere toe restitueren
waer door zij wel verwaarloost mochten worden
 Ende

blz. 4

Ende . . . als of mogen niet Sou weten
haer order aen die Slaegen was gecoomen hebben
wij onderschreven Erfgenamen dese weder op toe
richten goet gevonden ende bekennen mids desen
dat wij in Septemb 19 dese hier per Copiam
bij gaande acte hebben opgericht. Item dat die
toeslaegen bij Lotting& den 26 Octob. op voorver
halter manier Sijen gevallen Ende bij ons aenge
nomen als oock dat die SlaghSeedel des tijdes
daer van gemaackt wegens ons van Capitein
Wtterwijck dien Schultus holt ende Esken Wolter
is ondertekende gesloten? geloven oock dit Soo Bundigt
toe willen houden als oft het die principaal
SlagSeedel waer actum Collendoren den 13en
feb 1650. was onderteekent W. Blanckvoort
Boldewien Blanckvoert Jan Blanckvoort
Albert van Dompselaer Ende Lubbert
Blanckvort
Accordeert met sijn principael
in Fidem
Wilh. Henr. Krull, secretaris

blz. 5

Copia
Alsoo anno 1551 bij die Samentlijcke
Erfgenamen van Heems ende Collendoren
Eenige Wilcoren ofte Wetten waer naer men sig
sou hebben toe reguleren zijen gemaeckt oock
anno 1637 &nieuwt ende naderhant van
tijt tot tijt geapprobiert. Ende naer Voorvallende
Incidenten gecorrigiert welcke telckens groote
moeijte van Schrijven heeft gegeven, oock nu
door verloop van tijdt veranderinge van
Erfgenamen, het slaen van die veenen, Ende
Merse, die gedaente van onse Marcke ten eenen
mael is verandert, hebben wij ondergeschreven
Erfgenamen goet gevonden de selve na volgende
orders toe stellen, ende malcanderen gelooft
die Selve toe willen helpen maintineren.

1. Datmen alle 2 Jaren in die Meij maent
Holtsprake Sal holden, het Marcken gerichte
omme Laeten gaen, En 4 Jaren dier Marken
richter uijt Heemse Ende het 5 en 6te Jaer uijt
Collendoren Sal zijen. Soo den Marckenrigter
hier Inne mogte in gebreeke blijven Salmen
procederen volgens Resolutie van der
Jaere 1653.
 Die

blz. 6

2. Die Marcken Richter sal oock goede opsigt
hebben dat die heeren Erfgenamen Resolutien worden
volbragt, die Marcke verdediget, die waterleij
dingen opgemaeckt, die Stallingen geholden
op haer Wijte volgen die Resolutie van
Jaere 1554 en Sig voorts gedragen naer
den 13 en 14 artik des Jaers 1551.

3. Wanneer die Marcken Richter uijt Heemse
is sullen een a 2 uijt Collendoren gecommiteert
worden, en als die Marcken Richter uijt Collen-
doren is uijt Heemse 1 a 2 gecommitteert ende
worden welcke die eene sonder die andere niet
gewichtiges sullen mogen doen ofte consenten
geeven mits dat gecommitteren in marcke
woonachtig sullen sijn.

4. Die MarckenRichter sal oock geholden
zijn ple. . . nemte Rekenschap bij afganck te
doen oock geen Restanten mogen verrekenen
maer het geene bij Sijn tijt vervallen is Self?

in maenen

blz. 7

in maenen En betalen meede op sijn Eijgen
Costen in die marckte coomen In sijn . . . jaer
het marckenboeck . . .
het Marckenboeck

5.

6

Niemant. . . .

blz. 8

7. Niemant. . .

8. Sullen. . .

9. Oock

10. Niemant. . .

blz. 9.

mogen drijven

11. Oock. . .

12. Op jeder. . .

13. Niemant. . .

blz. 10

14. Geen ongewaerde

15. Niemant sal

blz. 11

16. Men sal in

17. Minder als

18. Sullen oock

19. Die opcomsten

blz. 12

20 Niemant sal

21. Alle nieuwe Erfgenamen

22. Die Marcken Richter sal op alle Holt

blz. 13

([kantlijn] van jede veenplaats een hoen, als mede wegens jeder halfgewaerde een hoen, de Brincksitters geven jeder 12 Eijeren?)

van jeden gewaert huijsman 1 paer hoenders
Ende jeder ongewaerde 12 Eyeren Ende
waeren onderschreven Jan Blanckvoort M. R [markenrichter],
W. Blanckvoort, H. Marienburgh, R. V
Uterwijck 22/3NN16 van de matrs J. van Uterwijck
Willem Blanckvoort, Steven Blanckvoort
Allart Blanckvoort voor mij en Lubbert
Blanckvoort van die Hoffste en Hendrijk
Splitlofs, Johan van Brakell als kerckmr.
Willem Edelinck uijt de naeme van vrouw
Holts
Accordeert met sijn origineel ?
in Fidem
Wilh. Henr. Krull, secretaris.

blz. 14

Copia
Wij ondergeschreven Heeren
Erfgenamen van Heemse en Collendoren
geconsitereert en overwogen hebbende die Groote
Schaede die wij coomen te Lijden soo door het
turft graven van uijtheemse en ongewaerden Selfs
op onse veenlanden als oock door de meyeren,
die voor uijtheemse vercoopen waer door noch
boven het verlies van onse veenlande oock onse
marcke totaliter door het continueel door velenn
wordt bedorven en geruineert. Soo hebben wij
geresolveert Ende gearresteert tot conservatie
van onse eygen Landen ende voordeel van
die marckte geen uijtheemse het turffgraven
op onse Veenlanden ofte Slaegen in die tijt
van drij naestvolgende Jaeren te willen
consenteren Ende accorderen, noch oock niet
te tollereren, dat onse ameyeren meer turff
aen uijtheemse sullen aliereren ofte vercoopen
als bij voorgaende Resolutie van die
Erfgenamen haer is vergunt en toegestaen
wort tot dien Eynde die heeren marck richter
ende Gecommitteerde Erfgenamen versogt
ende Geauthoriseert alle die turff dien in die

blz. 15

die Gepasigeerde tyt van uijtheemse sal worden
gegraven of door onse meyeren gegraven enne
aen uijtheemse verkoft in die Cuijle te werpen of
op ander manier te ruineren en prijs te maken.
Actum Herdenberg den 8en febr. 1684 waren
onderteekent Willem Blanckvoort, S. C. Blanckvoort
als Marckenrichter, J. van Uterwijck, H. Nuis
weduwe Holt wegens mijn principaele rentmr.
van Sipkeloe en Albergen Hendrijk Esjens
Accordeert met sijn origineel
in Fidem
Wilh. Henr. Krull, secretaris

blz. 16

Copia
Den 2 Julij 1694 naer Wettige
voorgaande kerkenspraken tweemaal zijnde
gepubliceert Holtinck gehouden toe Heemse In 't
Boerenhuijs van 't Erve Warminck van heer Sijtzama
en aldaer gecompareert de HWgb. heeren Philip
Gerrit Blanckvoort als momber over de
onmundigen van wijlen de heeren Steven Gaspar
Blanckvoort in leven Hr. toe Collendoorn en Pico
Galenus van Sijtzama als momber van voorsr.
onmundigen en voor Sig Selfs, Amarenta Holts
uit Last van haer Edele moeder de wede. Holt, Henr
Esjens als volmr. vande heer van Schoonheeten,
Johan Jacob Wijlinck als volmr. van de heer
majoor Buissonet, &Johan van Borne als
volmr. van vrouw Kruls Alsoo in 1. Lange Jaren
geen Holtsprake was gehouden zijn voor eerst
geresumeert en weder na gelesen de oude
Resolutien van Gemeene Erfgenamen in
Specie die van Jaere 1660 en die van 8en
februarij 1684.
2.
En sijn nae Resumtie de voorsr. Baijde en alle
andere Marckten resolutien Geconfirmeert
en alsnoch goetgevonden dat men alle deselve
in 't

blz. 17

in 't toecomstige stiptelijck sal achtervolgen
en naekomen.
3. Verders geconsidereert zijnde de Groote
Schaede die de Heeren Erfgenamen van Heemse
en Collendoren door alle tegens de voorschreven Reso
lutien incruipende disordres komen te lijden
is goetgevonden een nieuwen marcken Richter
te verkiezen 't welck Egter om de absentie van
Eenige Erfgenamen uitgestelt is soe dat de
selve present sullen zijen.
4. Wordende de heeren Blanckvoort en Van
Sijtzama versogt als momberen van de
onmundigen van wijlen de heer Marckenrichter
Steven Caspar Blanckvoort om 't selve Marcken
richterschap tot de Eerst te houden Holting
waer te nemen blijvende de Gesworens als voor
desen.
5.
En vorders gerecommandeert om Sig to Infor
meren en een opstel to maken van alle
de uitstaende als Lastelicke Schulden.

blz. 18
in Specie wegens 't Restant der Coopspenningen
van vercofte Veenen en daer van bij de naeste
Holting te rapporteren.
6. Is mede Geresolveert dat geen Verckens inde
Marckte ongekramt gedreven sullene worden
als oock niet op de Leege Mars bij den
Hardenberg.
7. Dat niemant Sig Sal verstouten om turff
te graven onder de Slaegen maer wel op
andere toegelaten plaetsen.
8. Dat die Vanden Hardenberch geen kley uit
dese marckte ofte leege mars sullen mogen
steeken bij de boete als van outs.
9. Geen Huijsman sal vermogen in 't broeck plaggen te maeyen.
10. Dat de Rekeninge van Kerck en armen
saken

blz. 19

Saken als oock 't Weerom Eijsschen van 't
markenboeck van de Hr. Br. Nilant Sal
uijtgestelt blijven tot de naeste Holting.
T'geene voorschreven hebben de voorgemelte Heeren
Erfgenamen geapprobeert en met Hant
teijkeninge bevestigt waren ondertekent P.
Gerrit Blanckvoordt als momber P. G. van
Sijtzama voor mij selfs en als momber Arma
renta Holt uijt Last van mijn moeder Wedue
Holt door ordre van mijn heer van Schoonheeten
Henr. Esjens J. J. Wijlinck als volmachtige. van de
heer majoor Buissonnet Ende Jan van Borne
volmaght wegens mijn suster Kruls.
Accordeert met sijn origineel
In Fidem
Wilh. Henr. Krull, secretaris.

blz. 20

Copia
Nae voorgaende wettige kercken spraken
de heeren Erfgenamen van Heemsse ende Collendoren
geconvoceert door de Wel Gebr. Heeren Philips
Blanckvoort en Pico Galenus van Sijtzama
als in desen aangestelde Marcken richters van
Heemsse en Collendoorn om op heden zijnde den
16en october 1704 te delibereren wat de nootwen
digheden van Beijde Bovengeschreven Marckten
Vereijschten derhalven geresolveert bij de ondergeschreven
presente heeren Erfgenamen als volgt.

Geresolveert bij de presente heeren Erfgenamen
dat van nu voortaen de Santboeren op jeder
waer maer sullen drijven sestig schapen, waer
in tegens de Veene boeren sullen mogen huiden
dertig Schaepen sonder waertall en wort de
heer Marcken richter versogt dat belieft te versorgen
dat deze Resolutie Exactelijk mag nagecomen
worden om na Martini naer te sien dat jeder
op sijn tal staet sullende na Martini de
Heer Marckenrichter vrij staen de jntravent ?
van desen te breucken voor yder scaep
meerder zijnde van een stuyver dit alles
provisioneel tot de naeste bijeen komste
Verders

blz. 21
Verders geresolveert dat de Wel. Gebr. Heer
P. G. van Sijtzama neffens de Heer vande
Cuile sullen continueren toe naest komstige
Jacobi 1705 als wanneer wederom een nieuwe
Convocatie van Heeren Erfgenamen van
Heemsse en Collendoorn sullen gelieven
uijt te schrijven en terwijl noodige affairen
als dan staen te verrigten alle heeren
Erfgenamen alsdan recommanderen om present
te willen zijn.

Is Geresolveert aen Jan Gogh toe te staen
een plaatse om een huijs te setten 't Welck
hem door de heer MarckenRichter en
monsieur Crul sal aengewesen worden
sonder eenige Consequentie.
Verder is Geresolveert (alsoo de noot
sulca vereijschte) dat een stuck veens sal
vercocht worden tot betalijnge een Capitael
ten

blz. 22
ten proffijte van Bmr. Berent Craemer
cum suis waer toe wort gecommitteert de Wel
gebr. heer Sijtzama qqua de welgebor. heer
Blanckvoort van Collendorn en Monsr. Crul
ten fine om soo veel veens uijt te sien waer
van bovengenoemt capitael en Intresten
kunnen betaelt worden.

En is verder geresolveert en daet toe gecom
mitteert de heeren P. G. van Sijtzama en
de heer van Collendoorn nevens monsr.
Crul om de Limijt Scheidinge tusschen Reese,
Heemsse en Collendoorn door Versuim en
Outheijt van tijt verwildert wederom uitte settn
en de Selve met Baken of paelen te versekeren
en versogt sig daer in voorsigtich te draegen
en 't Interesse van de Marcke te behartigen.

Vorders geresolveert wegens het proces soo de
Lotters tegens die van Heemse en Collendooren
sijn hebbende dat Sulcx door de Wel geboren
heer van Merdinck neffens de heer Caemenae?
Holt sal worden naegesien om daer in te
doen

blz. 23
doen wat het welstant van Markte van
Heemsse en Collendoorn sal vereijschen
waer van aengenomen Rapport te sullen
doen op de naeste holtspraeke.

De kercken Rekenschap is bij desen
geresolveert, dat uitgestelt sal blijven tot
de naeste HoltSpraeke neffens dat de saeken
wegens het Marcken boeck in handen van
weduwe Nilandts berustende wegens desselfs
Eijsch sal ordre gestelt worden soo en in
dier voegen als op de naeste holtspraak sal
beraempt worden en als dan door order van
heeren Erfgenamen sal gestelt worden en voorts
getreden ter gesworens en veltschutters.

Tot Schutters In Collendoorn
Hamhuijs en Velt Jan

Tot Geswoorens in Collendoorn
Odinck Jan en Nijsinck Hannes

Tot Schutters in Heemße
Geert de haan en Scholten meijer

Tot Gesworens in Heemße
Jan Velsinck en Schruers Roelof
Waeren onderteekent Jfr. Uterwijck gg.

blz. 24

P. G. Van Sijtzama J. M. Blanckvoort
Hermen Holt J W Krull End Johan
Molckenbour als Scriba Scholt
Accordeert met sijn origineel
Wilh. Henr. Krull, secretaris.

blz. 25
Copia
Nae wettige convocatie door
kerckespracke wettigh gepubliceert en de
Meijerluijden aengesegt, om jder sijn Lantheer
te notificeren om tegens den 19en Meij 1706
present te wesen tot Heemse ten huijse van
Geert Warminck, ten fine an te hooren en
Sien wat de presente Heeren Marckenrichters
ggua op dese beroepende Holtinck hadden te
proponeren. Gecompareert naevolgende Heeren
Erfgenamen.
De Hoog Welgebr. Vrouwen vrouw Van Heemse
De Hoog Welgebr. heer Pico Galenus Van Sijtzama
in qualiteijt als Marckenrichter wegens de
huijse Collendoorn volgens de Laetse
Holtinck en voor sijn Wel Edele Selfs
De Hoog Wel gebr. heer van Collendoorn
De Hoog Wel gebr. heer Rentmr. Bentinck
In qualiteit Voor de Provintie
De Hoog Wel geboren heer Jan Harman
van Hemert toe den Rutenberg in qualiteit
als momber van de Wel gebr. kinderen
Buissonet
Willem Hendrijck Krull
Volgens

blz. 26

Volgens Resolutie bij de
presente Heeren Erfgenamen
genomen geresolveert nae
volgende

Ten Eersten wettig vercooren tot Marcken
richter den H Wel geboren heer Pico Galenus
Van Sijtzama in sijn hoog Wel geborenes absentie
buijten deze provintie aengestelt tot gesubsti-
tueerde Dominus Cornelis van Walcheren.
Sijnde hier nevens gecommitteert tot adjuncten
of assessoren van Wel gebr heer Marckenrichter
om niets van belangs te mogen ondernemen
sonder navolgende Gecommitteerde als
de Wel geboren vrouw van Heemsse of haar hoog
Wel gebrne hier tot versoekte neffens
de Wel gebr. heer van Collendoorn.

Ten tweede Geresolveert dat op jder waere
in Heemße en Collendoorn niet meer sal
mogen gedreven worden als sestig schaepen
en op jder veene slagh direct of Indirect
sonder waertall niet meer als dertigh
Schaepen.

Ten derden Geresolveert om alle confusies
in de waartall te presenteren, dat jder

van

blz. 27

van Heeren Erfgenamen sullen verblyven
in haer regt van waertall als van outs in
Wie de selve waertall gelieft te verleggen dat
Sulcke op een Holtinck moet bekent gemaekt
Worden en te boeke gestelt om altyd te sien
op wien het waartall is verlegt.
En is bij desen bekent gemaeckt dat de H. Wel.
gebr. Vrouw van Heemsse een halve waer heeft
gelegt op Jan Van Lenten Willen en afgenomen
een Vierendeel van Spaans Camp en een
vierendeel van 't Aeftinck.

Vorders door de hoogWelgebr. heer Sijtzama
bekent gemaeckt dat op geert hannes heeft
gelegt een vierendeel waartall van Aeftincks
waartall op Lambert Poffert een vierendeel
van de Spannse Camp de volle waere van
Oostendorp legt de hoog Wel gebr. heer P.
G. van Sijtzama op den Blanckenhemert
Egbert Everts bekent gemaeckt dat bij desen
mogte te boeck gestelt worden dat wegens
de Schaepe drift van een halve waer op de
hoppe Gooren sal bedreven worden bij
berent Jans.
Ten vijfden Geresolveert dat de Erfgenamen
Van

blz. 28

van Hend. Assies van Marienberg Zalgr. wegens
Interesse van gecofte onbetaalde veenen in
Heemáe aen Secretaris Craemer bij assignatie
sullen betaelen honderd car. gulden. (NB. dit betaelt volgens. . . 15 Julius 1746. . . . )

Ten sesden gebr. vrouw van Heemáe wegens Onteresse
mede van gecofte en onbetaalde veenen sal
hebben te betaelen op assignatie ten proffijte van
Marckte een somma van vijftig Car. gulden.

Ten sevenden
Heemáe
het Marckenboeck
heer van Collendoorn
hoog Wel gebr. heer van Heemáe in qualiteijt
als Marckenrigter van Heemse tot 1682
Incluijs
schuldig
guldens t
ot Laste
verschoten
quittantien
de heer
neffens pr. Wilh. Hendr. Krulls en Schultus
sal

blz. 29

Sal worden van Sijtzama Collendoorn

Ten achsten Hardenberg aen de heit Willen sien nemen in oock de hren van Heemáe en de Hrn Balnckvoort. Ten negenden MarckenRichter Dominus Cornelis Van Walcheren H. wel geboren heer Rentmr. Bentinck kercken en armen Micheali daer Sluijten Holtinck. Ten tijnden tusschen

Sal worden
van
Sijtzama
Collendoorn

Ten achsten
Hardenberg
aen de
heit
Willen sien
nemen
in oock
de hren van Heemáe en de Hrn Balnckvoort.

Ten negenden
MarckenRichter
Dominus Cornelis Van Walcheren
H. wel geboren heer Rentmr. Bentinck kercken
en armen
Micheali
daer
Sluijten
Holtinck.

Ten tijnden
tusschen
die

blz. 30

die van Lotten
half Jaer
minne
afgedaen
Collendoorn
Richter
heer
in Loco.

Ten Elfden
die
scheidinge
commende
hier
tusschen
van Lotten
hier
deze

Ten twaalfden
vermogen
als
de
Voor
en
Eenigen kleij te steeken op de Lege Mars sonder
kennisse der
van outs.
Ten

blz. 31

Ten dertienden

in den huijse van Geert Warminck alwaer
volgens kerckenspracke deze holtink was
aengestelt den 19 Meij 1706 als boven dien
ten
Eijgenhandig
P. G. van Sijtzama als Merkenrigter, E. V.
Randwijck( douarriere de Utterwijck) J. M. Balnckvoort
Jff Bentinck J. H. van Hemert gga W. henr. Krul dogh
voorsoo verre de markensaeken buiten de pastoors
quastien sijn rakende Johan Molckenbour als
Scriba Scholtus 1706
Accordeert met sijn origineel
In Fidem
Wilh. Henr. Krull, secretaris.

blz. 32

Copia
Noot Holtinck Gehouden aen 't huis van Gerrit
van Gogh op den 22 September 1711
door de
Erfgenamen
van

Ten Eersten

Soo

blz. 33

Soo

Ten tweeden

 richter

blz. 34

richter
Resolutie
te

komen

Ten Derden hebben de heeren Erfgenamen van
Heemse en Collendoorn geresolveert dat die
penningen overgebleven van eenige vercofte
veenen sullen worden gesi?ploijeert pro quota
nae waertall waer tegens die van Diffele en
Rheese haer quota of gerechte portie sullen
moeten bijleggen te weten wegens de oncosten
van 't beroep van dominus Stolte onlangs
beroepen tot pastoor van Heemáe Collendoorn
Diffele en Reese sullende sulcke penninge
bij aentoninge van quittantie de Hr. Marcken

richter voor goede betalinge verstrekken.

Ten derden etc
wederom

blz. 35

wederom
onderteijkent

blz. 36

onderteijkent

blz. 37

Copia 1709 den 1 octob.

ten Hardenberg ten Huise
van Gerrit van Gog vergadert

blz. 38

verdient
wijlen de Heer Blanckvoort
toe de Hofstede
salvo
acht
guldens
en
wijlen sijn Heeren Sijtzamaas schoonvader
was

blz. 39

ter somme van

blz. 40

Gebruickt, en op geen ander

blz. 41

de voorschreven schulden

Waeren onderteekent E. V.
Rantwijck, J. M. Blackvoort
JHJ Bentinck, P. G. van
Sijtzama, A. W. Merwede gqa.

blz. 42
J. Golts wegens de Juffrou
Greve Henr. Holt wegens
mijn moeder Willem henr.
Krull voor sijn moeder
Egbert Evers, berent Janssen
Johan Molckenbour gqa. scholtus 1709
Johannes H Stuer? ggua.
. . est Marck van Jennigien
Hendriks sels getrokken.

blz. 43 leeg

blz. 44

Copia

Nae wettige convocatie

jeder sijn landheer te notificeren tegens den 20en
october 1718 present te wesen tot Heemse ten hui
se van Geert Warminck ten fine om te houden

Timmermansveenen
Volgents verkopinge wegens Allemans Veenen
1683 waer van wegens

blz. 45

De Heer Marckenrighter heeft reekeninge ge
daen

nen, verkoft den 7 November 1704 boven Collendoorner
Broeck bij den Palenbergh bedragende een
somma van ------402-17-12.
Ontfanger van Brincksitters

blz. 46

welcke post de Heer Sijtzama als
Marckenrighter sal rencontreren.

blz. 47

Geassigneert tot voldoeninge deser praetensie
van vorenstaande hondert en twee en sestigh car. gl.
uit de restante naevolgende posten door de Heer
Marckenrighter geaccepteert blijckende specifice
hier ondergeset.

Andries Evert 13-10-0
De Polacke of Hendrick Dieters vieren
dartigh gulden seventien stuiver, gere
mitteerd vijftien gulden en seventien stuiver
blijft 19-0-0
Hes Jans weduw 20-0-0
Mr. Hendrick Everts 12-0-0
Marten Bruins schipper 15-0-0
Otte Geuggies cum suis 6-0-0
Teunis Lefferts schipper 12-0-0
Jan Mensinck 17-10-0
Brant Jan 8-0-0
Jan en Hendrick Dekker 4-0-0
Herman Visscher 31-0-0 --- -----
162-0-0 etc

blz. 48

Numero 3

turf steeken
der Brincksitters
neffens het graeven der meijers onder . . . sijn
slagh.

Numero 4

sant
nogh kleij buiten dese marckte wort vervoert
nae den Hardenbergh ofte elders buiten schrif
telijcke permissie en consent van de Heer Mar
kenrighter, die contrarij doende wort bevonden
sal voor jeder voer in de boete werden geslaegen
van een pont groot, als van outs daer op gesta
tueert.

Numero 5

Wegens de spitse van de Toren van Heemse

blz. 49

goede administratie, als in allen contant
sijnde geweest wegens sijn H. Eds bediening
en is bij deesen geresolveert wederom een Mar
kenrighter te kiesen, die vervolghtijck geko
ren sal worden alle twee Jaer, 't welck stipte
lijck sal worden aghtervolght, en is ver
volgents met eenparige stemmen voor twee
Jaer verkoren tot Marckenrighter de Heer
Hendrick Adolph Bentinck toe Bevervoorde

Assesoren:
De vrouw van Heemse
De Heer P. G. van Sijtzama

En verders door de Heeren Erfgenaemen
tot Veltschutters van Heemse aengestelt
Schruers Albert en Reijninck en tot Esch
schutters of Gesworens Hulsebos en Velsinck.

En te Collendoorn tot veltschutters aen
gestelt Jannes Odinck en Claes Jan en tot
Esch schutters of geworens Ruitminck en Nijsinck Rgbert.

Pro Vera Copia
Johan Molckenbour, als haer toegelastet scholt, 1718.

blz. 50

Nae wettige convocatie
ken
en
LandHeer te notificeren tegens den 9n Decem
ber 1722 present te wesen tot Heemse, ten
huijse van Hermen Velsinck tot Heemse
ten fine om to houden Holtspraecke
Hoog Wel gebr. etc etc
Eghbert Everts voor hem selfs.

blz. 51

voorgevallen

blz. 52

van de oude Mars

blz. 53

in het restant van den tooren en Weeme, welc
ke penningen

En verders getreden tot electei van de nieuwen
Heer Marckenrighter, is daer toe gekoren de
Hoogh wel geboren Heer Raesvelt toe de Pol en Heemse.

54)

En verders door de Heeren Erfgenaemen aenge
stelt:
Tot Veltschutters van Heemse Hulsebos en Hesselinck en tot Eschschutters en Gesworens Hermen Velsinck en Lugger. Tot Veldtschutters te Collendoorn Nijsinck en Coert Hannes en tot Eschschutters en ge sworens Hamhuis en Odinck. In Fidem Johan Molckenbour. . . . 1722

55leeg

56

57

58 leeg

59 niet

60 niet

61 leeg

62 leeg

63 Na voorgaande wettige en behoorlijke Kerken spra
ken op hee den dato 8 en 16 september 1754 Holtink gehouden

64 De water leijdingen

65 De weg

66 Nog grond

67 en voor jder varken

68 ordentelijk

69 de dag gaan

70 18 Niemand sal eenige

71 Soo is goed Jan Visser aan dese vergaderinge hebbende voorgedragen
dat hij in het sittelgelt gestelt is op twee gulden tien des jaers dat
hij deselve rol toe dato betaalt heeft dog vermits van gering vermogen
is. So

72 So versogt

73 Tot Markenrigter is met een parige stemmen verkoren en aangestelt
de Hoogwelgeboren Heer Pijrrhus Wilhelmus Baron van Sijtzama Heer van
Bellingeweer en uijt Collendoorn. Tot Assessoren sijn verkoren en aangestelt
de Hoog Geboren Heer R. B. R. Graaf van Rechte ren Heer van Gramsbergen
en uijt Collendoorn en De Hoog Welgeboren Heer J. R. Baron van Raesfelt
Heer van Heemse en uijt Heemse. Tot Esch Kamp Schutters en gesworen sijn
angestelt uijt Heemse Christiaan Pilgrim en Jannes Jansen op Hesselink.
Tot Velt Schutters sijn aengestelt uijt Heemse Jan Jansen op Warmink en
Lugger Gerrits op Aarnink. Tot Esch Campschutters en gesworen sijn aangestelt
uijt Collendoorn Rutger Vaessen en Hendrik Egberts op Jufferen bergh.
Tot veltschutters sijn aangestelt uijt Collendoorn op Claes Jans en Jan
Assies bijde op het Collendoornerveen Tot Merken Dienaer gecontetreert
Hendrik Otten . . Heemse Aldus

74 Aldus gedaen Hardenbergh den 16 September 1700 vier en vijftigh J. R. van
Raesfelt voor mij en de Scholtinne volten. P. W. van Sijtzama J. A. van Sijtzama
J. G? van Sijtzama J. H. Sturman versoekt copie van & deese resolutie.

75
Copia
De Rekeninge van den ontfangst en uitgave van
de Merken Heemse en Collendoorn.
Van 't ontfangen zittelgeld.
A. ?1. Andries Everts geeft alle
jaar 1-12-8
Zo dat van 't jaar 1723 tot 't jaar
1741 ingesloten bedraagd f. 30-17-8
Nr. 2. Jan Polak geeft alle jaar 1-12-8
Zo dat van 't jaar 1721 tot 't
jaar 1738 ingesloten bedraagd f. 28-"-"
toen 't huis van Polak verkogt is
heb ik van de Schout ontfangen
11 jaren waar mede betaald is
't jaar 1747 ingesloten f. 17-17-8
't jaar van 1738 is ook betaald 1-12-8
Nr. 3 Hesjan geeft alle jaar 1-"-"
beginnend met 't jaar 1723 tot 't jaar
1742 ingesloten bedraagt f. 20-"-"
Nr. 4 De Lotter geeft alle jaar 1-"-"
beginnende met 't jaar 1723 tot 't jaar
1740 ingesloten f. 18-"-"
Gerrit Jansen wederom van meij
1749 tot 1752 f. 3-"-"
Nr. 5 Merten Evers geeft alle jaar 1-"-"
beginnend met 't jaar 1723 tot 't jaar
1751 ingesloten f. 29-"-"
Nr. 6 Roelof en Jan Gog geeft alle jaar 1-"-"
beginnende met ;t jaar 1723 tot 't jaar
1747 ingesloten f. 26-"-"
Nr. 7 Berent Leferts geeft alle jaar 1-"-"
beginnende met 't jaar 1723 tot 't jaar
1750 ingesloten f. 28-"-"
Nr. 8 Jannes van Regteren geeft alle
jaar 2-10-"
beginnende met 't jaar 1723 tot 't jaar
1731 ingesloten f. 22-10-"
thaar vervolgens 1-5-"
Zo dat op den . . . betaald heeft
't jaar 1750 ingesloten f. 23-15-"
Transport f. 245-12-8

76
getransporteerd f. 245-12-8
Nr. 9 Brandjan geeft alle jaar 2-"-"
beginnende van 't jaar 1723 tot
't jaar 1752 ingesloten f. 60-"-"
Nr. 10 Dekkers Derk? geeft alle jaar 1-"-"
beginnende met 't jaar 1723 tot
't jaar 1748 ingesloten f. 26-"-"
Nr. 11 berent? Visscher geeft alle jaar 1-10-"
beginnende met 't jaar 1723
tot 't jaar 1751 ingesloten f. 72-10-"
Nr. 12 Hermen Vinke geeft alle jaar 1-"-"
beginnende met 't jaar 1723
tot 1751 ingesloten f. 29-"-"
Nr. 13 Jan Gog geeft alle jaar 1-"-"
heeft betaald 1723 en 1724 f. 2-"-"
Nr. 14 Seijnen? Hannes geeft alle jaar 1-"-"
beginnende met 't jaar 1723
tot 't jaar 1748 ingesloten f. 26-"-"
Nr. 15 Gese Hendrik? geeft alle jaar 2-"-"
beginnende met 't jaar 1732
tot 't jaar 1751 ingesloten f. 40-"-"
Nr. 16 Nihil
Nr. 17 Hendrik Bolks geeft alle jaar 2-"-"
beginnende met 't jaar 1733
tot 't jaar 1749 ingesloten f. 34-"-"
Zo dat het ontfangen zittelgeld
bedraagd de Summa f. 535-2-8

blz. 77

44 Veen Akkers verkogt ten profijte van de Markte
Heemse en Collendoorn
Hebben gegelden f. 1128

no. 5 werd aan de schout gegeven
etc

blz. 78

akkers werden gekocht door:
Hendrik Arends
Jan Gog
Jan Berends
Berent Pothof (alia Buil)
Hendrik Gog (zegt dat hij aan de schout heeft betaald

79
Uitgave
Van 't . . . van de Gerve uit de verkogte
Veen akkers van den jare 1733 4-"-"
Idem 1734 4-"-"
Idem 1735 4-"-"
Idem 1736 4-"-"
Idem 1737 4-"-"
Idem 1738 4-"-"
Een conferentie gehouden met Fransen
Merkenrigter van Lutten aan 't huis
van A? Cramer de vertering aldaar 5-"-"
In 't jaar 1734 den 27 en 27 Meij een conferen
tie gehouden te Zwol voor verteringe 25-"-"
Wagenvragt 25-"-"
Aan Sierink een Tonne bier met den im
post L. g. 6-4-"
Aan Poul Norink 8-7-"
Dito een bijeenkomst op 't versoek van men Heer
Sijtzama zaliger met Meetsma gehouden en
Er bij geweest de Schout, Domine En Baarselman
daar verteerd en betaald 4-15-"
Een Paal gezet, voor de Paal 6-16-"
Deselve laten Teren en met mijn Eigen wagen
laten brengen 3-"-"
Aan Evert Jansen gegeven voor 't zetten 1-"-"
voor verteringe met de Schout 4-8-"
op den 13 Maij 1731 op 't versoek van de pre
sente Erfgenamen zo van Collendoorn als Heemse,
met mijn wagen en peerden enige dagen
na Zwol geweest om advies te Scheppen van
Dr. Muntz, hoe wij ons zouden gedragen in de
zaak van Lutten En de kamer van Meensma
voor verteringe 25-"-"
voor wagenvragt 25-"-"
Juffrouw Verhoef verscheiden malen tot
Zwol gepersundeerd van de Rekening die
op dubbelde jura stond tot laste van
de Erfgenamen op Enkelde jura te stel
len 't geen verkregen hebben 150-"-"
Transporteren f. 313-10-"

blz. 80
Getransporteerd f. 313-10-"
Dito een Limiet paal 6-16-"
voor 't brengen 2-"-"
Aan verteringe met de schout 4-8-"
Voor een rikke Boom die over de Waterleidinge
gelegt is op de Haar 10-"-"
voor 't brengen 3-"-"
Dito een paal op de Lutter Harte geset
6-16-"
voor 't brengen 2-"-"
voor verteringe met de schout 4-8-"
Hendrik Schutte voor 't maken van een Zijl
L. g. 7-10-"
Aan juffrouw Verhoef L. g. 384-"-"
Voor 't doen van een NoodHoltink 10-"-"

een rekening van W. H. Krulll. q. 0-18
idem H. van Borne, W. cramer l. q. 28-"-
"Dese twee rekeningen door de heer Bentinck overgegeven en door mijn
vader zaliger 't voornoemde geld gerestuitueert omdat toen geen ontvangst
van de merkte meer hadde.
voor het schrijven van kerkenspraken en 't geen gegeven is, voor 't publiceren
20-"-
"voor 't ontfangen van brieven, cor-
respondentie van dien 40-"-
"Den 25 December 1751 een Rekeninge be-
taalt aan de Metselaar Willem Cost [?}
Van Ommen wegens de costerije van
Heemse 73-"-"

L. Q.
Dito aan Geertjen Egberts een Rekening
betaald wegens de Costerije te Heemse
L. Q. 9-1-
"Transporteren F. 1033-8-"

blz. 81

getransporteerd 1033-8-"

Op den 3 Julij 1752 betaald aan Hendrik
Egberts Bolks verdiend aan de costerije van
Heemse L. q. 7-10-
"S. Zophia Schukking Wëduwe Voltelen voor
Copie geld L. . 25-"

idem aan presentiegelden van haar man zaliger - procurator M. Baerselman
gegeven aan E. E. A. van Raesfelt, in leven Heer van Heemse - aan de predikant
20 ducatons - discretie heren erfgenamen.
Dertig jaren salaris voor de markentigter
alle jaren 6 gulden F 180,-
Facit 1243-18-".

Winst van 290 gl. en 8 st. met quitantie.

Actum Hardenbergh, den 31 meij 1756, onderstont P. W. van Sijtzama
I. R. van Raesfelt
Pro vera copiaJ. van Riemsdijk, verw. scholtus.

blz. 82

Op huiden den 13 october 1757 ten huize van de secretaris
Kramer ter Hardenbergh. Na voorgaande wettige Convocatie
wegens de Markte van Heemse en Collendooren. NootHoltink
gehouden. En voor den Heer Markten Richter de Hoogwel
geboren gestrenge Heer P. W. baron van Sijtzama Heer van in presentie
van erfgenamen als Graaf van rechteren Heer van gramsbergen wegens den
Huize Collendoorn de hoogwelgeb. heer collonel J. A. Baron van Sijtzama
toe Blankenhemert. De heer J. H. Stuirman rentmeester van Sipculo en Albergen
en de Heer G. van Sambeek qqa het volgende geresolveert:

over resolutie van 16 september 1754 over steken van hullen te verbieden
rijxdaalder boete en verbeurt van hullen.
15de artikel over graven van smits kool hopen [?] Boerenvoers turf voor
gewaarden, aanwijzing door markerichter. . .

blz. 83

Over uitgaven van wijlen de Heer van Heemse als markerichter - de markerichter
is Heer van Bellingweer

blz. 84

secretaris kramer, Heer van Raesfelt tot Elsen,

Zwolle 19 october 1757 Raesfelt

blz. 85 leeg

blz. 86

27 september 1759 ten huize van secr. Kramer te Hardenbergh, Heer van
Heemse als opvolger van wijlen zijn schoonvader de markenrichter hebben
de heer van Bellingeweer voorgedragen. Die van Lutten weiden hun vee op
de toegeslagen venen in deze markte Heemse en Collendoorn en die van Lutten
hebben de schapen van onze ingezetenen geschut aldaar. In ogenschouw nemen
oculeren door de heer van Heemse en de heer collonel Van Sijtzama en verslag
op de 9de

Getekent door Rechteren, Raesfelt (namens de rentmeester), Sijtzama,
G. van Sambeek en Berent van Borne.

op 9 october 1759 ten huize van secretaris Kramer weer markevergadering
en holtsprake gehouden. rapport inzake die van Lutten. De inweiding en
schutting is gebeurd op de heemser veneslagen en moet als een violentie
[gewelddaad] worden aangemerkt.
 waar

blz. 87

Waar op
9 september 1760 ten huize van secr. B. G. Kramer holtsprake Heren van
gramsbergen en Heemse, over aanstelling als advocaat A. J. van Muijden
te zwolle? en procurator J. van Riemsdijk alhier
hebben

blz. 88

hebben
Landdrost over Lutten resolutie van 29 april 1760, de heer de Vos de Waal
markenrichter?, secr. Kramer als gevolm. van de weduwe Marienbergh, de
heren van Gramsbergen en Heemse als gecommitteerden van de marke en Van
Sytzama mede gecomm. moeten in conferentie treden met die van Lutten.

blz. 89

Welgem. Heer van Heemse heeft verder aan de vergaderinge ge-
produceerd en overgegeven, een oud markenboek, aanvang ne-
mende met den jare 1602 en eindigende met den 18 Aug.
1682, het welk aan sijn HWg. als het Markenrigter-
schap waarnemende, weer in bewaring gelaten is.
Jn consideratie genomen sijnde, dat de respective Marken-
boeken, en verdere acten en documenten dese Markten
concernerende, veeltijds in ongereedheid geraken, en
aan bederf blootgesteld sijn, is goedgevonden tot
bewaring van deselve, te laten maken een kist
van goed eiken hout, voorsien van goede hengsels
en sluiting, en word den Heer van Heemse in
sijne qualt. als boven, versogt deselve hoe eerder
so beter te doen maken.
Aldus gedaan op dato en ter plaats, als boven.
R. B. R. Graaf van Rechteren.
J. A. van Sijtzama
J. R. van Raesfelt [Izaak]]
G. van Sambeek

blz. 90 leeg

blz. 91, 92, 93 en 94 overgeslagen

blz. 95 leeg

blz. 96

Op huijden den 3 Junij 1761 ten huize van de secr. Kramer contra Lutten
naar landdrost 13 october 1760, getekend door J. R. van Raesfelt, F. H.
van Ittersum en Henderijk Velsink.

Op 13 augustus 1761 en 2 en 9 aug. holtsprake, meesten zijn absent, de
heer Van Ittersum is rentmeester van Sibculo an Albergen en heeft gisteren
in voorstaande qualiteit deelgenomen aan vergadering van de markte Lutten,
zij willen conferentie om verschillen weg te nemen

blz. 97

Op 20ste dezer maand 'smorgens om 10 uur wordt de markerichter van Lutten
verzocht zich ten huize van pr. J. van Riemsdijk

Extract uit Resolutien G. S. : Campen 17 December 1760.

Op den requeste van R. B. R. grave van Rechteren, als Heer van Collendooren,
houdende, dat de Ervgenamen van den Heere van Raesfelt
tot Heemse of wel desselfs jongste zoon den Heere van Raesfeldt tot
Elssen in den Jaare 1754 heeft rekening gedaan van wegens het mar
kenrigterschap van heemse en Collendoorn. , door gem. desselfs vader
veele agter een volgende Jaaren waargenomen, so als desselve reke-
ning. . . deze rekening moet door de rentmeester van Sibculo en Albergen
nauwkeurig worden toegezien. . .

blz. 98

wijlen rentmeester Stuirman. was getekent Hendr. Crans, accordeert met
het voorschreven register Joan Rouse.

Nogmaals over de rekening. Verw. scholtus J. van Riemsdijk.

Heer van Heemse over reparatie aan de kerk en Toren

blz. 99

kerkenrekening is vele jaren niet gedaan,
getekent: RBR v rechteren, J. R. van Raesfelt, F. A. van Ittersum en G.
van Sambeek qqa

blz. 100

27 october 1763 t. h. v. secr. Kramer. Heer van Heemse is markenrichter,
in 1756 aan predikant van Heemse aangewezen goorden, stuk veldgrond gelegen
oostwaarts? aan het campjen van Jan Norink, ten zuiden de grote Zwolse
wagenweg, ten westen en ten noorden aan den Aaftink Camp en ten noord
oosten aan de gemene?tegen Hesselinks oude camp, om gecultiveerd en tot
zaaijland
gemaakt te worden.

Goede opkomsten van dit stuk land, de predikant Antonius Stolte mag de
vruchten daarvan zijn levenlang trekken. Het stuk land mag niet buiten
bezit van de marke raken, de zogenaamde nieuwen camp zal dus altijd ten
profijte van de marke zijn, na het overlijden van zijn eerwaarde.

blz. 101

2 augustus 1764 holtsprake bij Kramer door goedsheren en erfgenamen:
Heer van Heemse als markenrichter, Heer van Collendoorn, Heer van Ittersum
als rentmeester van Sibculo en Albergen, de heer F. A. van Sijtzama, van
de heer L. A. Sloet, van Dr. G. van Sambeek en Hendrik Velsink.

ingekomen missive van H. J. van Muijden burgermr. Stad Zwolle als bediende
advocaat van de marke Heemse en Collendoorn tegen die van de buurschap
Lutten, 17 april 1764 Drostengericht van Salland. Drost van Huffel?

blz. 102

Drost 13 oct. 1760, 3 juni 1761, 13 aug. 1761. Proc. J. van Riemsdijk

blz. 103

marke contra Lutten

blz. 104

marke contra Lutten

blz. 105

marke contra Lutten

blz. 106

marke contra Lutten en de rekening van Van Raesfelt

Getekent J. A. van Sijtzama 13 october 1757.

blz. 107

12 november 1764

Henderijk Velsink, overste Sijtzama

blz. 108

27 september 1764

blz. 109

26 october 1652

hier wordt deze akte opnieuw gekopieerd

blz. 110

laatste blz. op fice 349

B. van Borne tekent voor de rentmeester van Sibculo.

fiche 350 blz. 111

Hessenweg Hardenberg Ommen bruggen en duikers, samen tussen Stegeren
en Diffelen en dicht bij het Huis te Heemse en dat bij de Rustenberg moet
vergroot worden

blz. 112

maken van een gemene stenen duiker op de weg van de Haar, daar voor desen
een vonder heeft gelegen. Ook overleg plegen met de Reezer marke.

Toegestaan het leggen van een duikerbij de Rustenberg, door laag water
kan materiaal niet geleverd worden 7 juni 1765.

blz. 113

10-10-1765 De drost van Salland heeft de Hessenweg gecontroleerd op bruggen
en duikers. Ook Ommen heeft een schrijven gehad Zwolle 14 juni 1765.

blz. 114

sluis of duiker niet voor het voorjaar leggen. Op de scheiding tussen
de markte Stegeren en Diffelen moet een stenen duiker komen.
Bestek voor duiker bij huis van Heemse.
De duiker zal buitenwerks worden lang 20 voeten en wijd binnens werks
2 1/2 voet en de hoogte onder de boog 3 1/2 voet.
De aannemer zal moeten gebruiken Moppen klinkers met goede? bastaard?
cement en kalk etc.

Maken een housten stoer of tassement lang 20 voet, breed 5 1/2 voet van
2 duims eiken of grene? planken en daaronder op die lengte 5 eiken klampen
etc.

blz. 115

bestek van de duiker in 18 punten

blz. 116

bestek van de duiker in 18 punten. moet klaar zijn op 1 october 1766.

blz. 117

bestek van de duiker in 18 punten.

blz. 118

7 juli 1766 t. h. v. B. G. Kramer over de brug dicht bij het hek van het
Huis van Heemse is nog niet gelegd. ook missive Drost over Stegeren en
Diffelen.

blz. 119

het maken van de duiker en verw. scholtus Jac. van Riemsdijk. Predikant
W. Stolte als gevolm. van graaf Van Rechteren, Henderik Velsink

blz. 120

21 juli 1766

schiet van de Klokkebuil tot bij het Bosch van generaal Van Sijtzama
en de andere, een geer, te Allemans Veen, verdeling van percelen veen?
De heer van Ittersum is markerichter van Diffelen. Over waterleiding Stegeren
en Diffelen en ook wordt Rheze genoemd.

blz. 121

W. Stolte, Henderik Velsink

(fiche 350)

blz. 122

8 juli 1767 vergaderet ten huize van de secr. Cramer. Baron van Raesfelt
heer van Heemse en Alerdink over 4 november 1760.

Rekening van de marke:
ontvangen zittelgeld:
1. Teunis Andries geeft 's jaars 1-12-8 van 1 mei 1742 tot 1 mei 1756
incluis, is 15 jaren 24-7-8
2. Jan Polakke geeft 's jaars 1-12-3 van 1 mei 1749 tot 1753 incluis,
5 jaren 8-2-8
3. Abraham Hendriks jaars 1-"-" van 1 mei 1743 tot44 is 2 jaar
2-"-
4. Gerrit Jansen 1- van 53 tot 57 incluis, 5 jaar 5-
5. Evert Bruins 1- van 52 tm 59 is 8 jaren 8-
6. Roelof en Jannes Gog 1,- van 1748 tm 1754 7 jaren 7,-
7. Berend Leferts 1,- 1751 tm 1756 6 jaren 6,0-
8. Jannes van Rechteren 0-5-0 1751 tm 1759 9 jaren 1-5-0
9. Jan Brand 2- van 1753 1756 4 jaar 8-
10. Weduwe Dekker en E. Janssen 1- van 1751 1756 ? 6 jaren 6,-
samen 85-8-0

blz. 123

11. Jan de Visscher 7-10 en 6-0
12. Her. Vinke 8-0
13. Willem Costers niet betaald
14. Arend Seinen 8-0
15. Hendrik Gog 16-0
16. Jan Norink niets betaald
17. Berend Janssen 14-0
samen 145-5-0
Gerrit Warms? voor verkoop van vier voer turf 3-0
totoaal 148-5

. Uitgaven
1755 13 nov. aan de timmerman Hend. geerts voor het maken van een dijk
bij de Rustenberg 4-15-8
16 dec. aan J. H. Uilenburg? voor leveren van planken tot gem. Zijl? 18-9
1756 22 mei Aan Albert Janssen Brand voor dekken
aan de costershuis 7-4-
24 nov. aan Hendrik Geerts Timmerman voor arbeidsloon en geleverd hout
en nagels aan de brugge in de Nieuwe? Dijk 39-
1758 aan dr. R. Mekelenkamp voor geleverde waar tot het costershuis 20-
18 juni aan de coster te Hardenberg van ?geld 0-2-
samen 89-10-8

blz. 124

1759 3 sept aan verw. scholtus J. v. Riemsdijk voor gerichtsjura en verschot,
wegens Lutten? 19-18-8
23 sept. aan de coster te Hardenberg voor publicatiegeld 0-4-0
1760 19 feb. aan L. mensink restant rekening costershuis 36-11-8
29 juni Coster Hardenberg voor publicatiegeld 0-4-0
30 juni voor een scheitpaal gezet tussen Collendoorn en Lutten bij den
Dijk 2-00
dito de timmerman Willem Meijer voor leveren van de paal 0-6-0
dito Gerrit Luggers voor vracht van de paal 0-10-0
7 sept. Coster Hardenberg voor publicatie 0-4-0
2 nov. idem 0-6-0
3 nov. aan verw. scholtus J. van Riemsdijk wegens de beroeping? van predikant
Wilh. Stolte te Heemse 46-0-
dito aan dezelve voor gerichtsjura inzake van pandinge van de erfgenamen
Nauta? voor geleverde waren tot costershuis 5-8-0
dito aan dezelve voor gerichtsjura inzake Lutten 1-9-0
voor ses jaar salaris voor de markenrichter 's jaars 6 gulden als van
ouds, is 36-0-0
uitgegeven 248-11
ontvangen 148-5
meer uitgegeven dan ontvangen 100-6-0
Actum 4 november 1760 J. R. van Raesfelt

Rekening goedgekeurd 89-17 restant brinkzittersgeld, waaronder sommige
van de diakonie trekkende personen.
Onvermogenden:
Jan Polakke zes jaren a 1-12-8 maakt 9-12-0

blz. 125

Abraham Hendriks a 1 gulden, 15 jaren 15-0-0
Roelof en Jannes Gog, 5 jaren a 1 gl 5-0-0
Willem Coster 's jaars 1,- nog niet betaald
De coster? Camer? 1 gld, 19 jaar 19-0-0
Berend Janssen drie jaren a 2 gl. 6-0-0
samen 54-12-0

Vermogenden:
Teunis Andries drie jaren a 15 stuivers is 2-5-0
Gerrit Janssen twee jaren a 1 gl. is 2-0-0
Berend Lefers drie jaren a 1 gl. is 3-0-0
Jan Brand, drie jaren a 2 gld. is 6-0-0
De weduwe Dekker en E. Janssen, 5 jaren a 1 gl. is 5-0-0
Arend Seinen, drie jaren a 1 gld. is 3-0-0
Jan Norink, volgens resolutie van den 16 sept. 1754 a 2 gld. 's jaars,
dus 5 jaren 10-0-0
Jan de Visscher, twee jaren a 2 gl. 4-0-0
somma 35-5-0

Collendoorner boeren hebben vier smitshopen gegraven, dit was gepermitteerd
of boete van 30 stuivers voor iedere smitshoop.

De duiker op de Haare, laagste inschrijver is Derk Odink op 245-0-0 en
verminderd met 10 gld. door Gerrit ter Steege en bij opslag gemijnt door
Willem Stolte te Ommen op 220,-, tot borgen gesteld Jan Norink en Berend
Nijman.
Actum Hardenberg 22 juli 1766.

blz. 126

de duiker is volgens bestek vervaardigd.

blz. 127

25 mei 1768?
de erfgenamen oa Binnengasthuis Zwolle, Hendrik Veltsink en Jan Bolks.

afrekening ontvangen 557-16-0
uitgave 588-11-8, tekort 30-16-2

blz. 128

restant sittelgelt Jan Norink.
rekening van markenrichter.

blz. 129

rekeningen van advocaat Ravenstein en van pr. Bokken en Van Riemsdijk
wegen onkosten over het schuurtje van Evert Bruins, dat de markenrichter
moet betalen.

volgens kerkensprake is een nieuwe markenrichter gekozen. Gekozen is
Baron Van Ittersum wegens de provincie als rentmeester van Sibculo en
Albergen uit Collendoorn, zijnde de markte boeken en papieren door de
Heer van Heemse aan hem overhandigd beneven enig afgeset geld, hetwelk
zijn HWGeb. Gestr. besogt word ten meeste voordele voor de markte te verkopen.

blz. 130

Evert Bruins mag zijn schuurtje weer optimmeren, iets over schienmaker
tegenover Schuurmans huis

Art. 4
Pr. L. Waterham over de 30-jarige rekening van wijlen de Heer van heemse
als markenrichter, landdrost van Haaksbergen en Diepenheim

blz. 131

23 mei 1768

blz. 132

blz. 133

circa 1768
van 't onfangen zittelgeld
1. Teunis Andries
2. Jan Polakke
idem

blz. 134
ook Jan van Rechteren

blz. 135
blz. 136
verder ontvangst
1766

1767 duiker met Rheeze

blz. 137

uitgaven

1766 3 april houten leuningen aan de brug op den dijk naar Blankenhemert

blz. 138

timmerman Willem Stolte voor de halfscheid van de duiker naar Rheeze
1767 Jan Romberg Moolengoote

blz. 139

1768 uitgaven

blz. 140

8 juli 1768 markenvergadering

blz. 141

Benthemer steen duiker

blz. 142

blz. 143

duiker bij den Rustenberg bestek 15 punten

blz. 144

blz. 145

blz. 146

blz. 147

blz. 148 bestek 15 punten
Gerrit ter Steeg, gemijnt door Albert van Munster voor 120-0-0 borgen
Derk Jan Rustenberg en Fred. van Munster, ten huize van secr. Cramer te
Hardenberg 20 juli 1768 F. A. van Ittersum

blz. 149 27 febr 1769

blz. 159 waterleidingen
de heer van Ittersum als markerigter 1782
vrouwe markenrichterse weduwe van wijlen . . . 1786

fiche 351

anno 1851-07-29

vergaderd ten huize van Hendrik Kampman te Heemse volgens de gewone gepubliceerde kerkespraak.
Op de vorige vergadering gaven de gewhaarden te kennen om de veldgrondenin de marke onderling te verdelen. Er zal een algemene markevergadering worden belegd op dinsdag 1851-07-29 namiddag vier uren ten huize van Hendrik Kampman om de vraag te behandelen. Af te lezen aan de kerk van Heemse op zondag 13, 20 en 27 juli 1851.
De markenrichter opent en ziet de volgende gewaarden:
J. A. van Ittersum, J. Bruins, K. Vinke, M. M. Bruins, J. Bouwhuis, J. H. Welleweerd, H. Scholten, H. Lenters Jzn. , A. Waterink, Jan Bolks, J. Odink, W. Frijlink, G. J. Lamberink, G. Seinen, A. Geertman, A. Dijk, G. J. Veurink, E. Vedelaar, Jan Lenters en Albert Hamhuis als gevolmachtigde van Jan Hamhuis.
1. Resolutie gelezen van 1851-07-11, geen aanmerkingen en goedgekeurd.
2. het rapport van de speciale commissie, inzake bruggen, duikers en waterleidingen. Herstel van de duiker op Sijtzama's dijk op koster der Marke.
3. uitstel rapport markerekening 1850.
4. op het adres van Evert Vedelaar zal hem ter plekke een stuk grond tegen betaling worden aangewezen. Bezwaren ingebracht door de gewhaarden G. J. Lamberink en W. Frijlink. Toegelicht door J. Bruins en met algemene stemmen aangenomen.
5. Deling der veldgronden, hoofdelijke stemming en besloten. Een plan van verdeling zal worden gemaakt door J. Bruins, J. Bouwhuis, Hd. Scholten, H. Lenter Jzn. , en J. A. van Ittersum.
Vergadering gesloten, ondertekend door de markerichter J. A. van Ittersum, S. Bouwhuis, M. M. Bruins, H. Lenters Jzn. , J. H. Welleweert, H. Scholte, W. Vrijlink, G. J. Lamberink, A. Geertman en H. Hamhuis.

1851-09-09

Na gepubliceerde kerkesprake om 16. 00 uur vergadert ten huize van Hendrik Kampman.
Over verdeling van woeste grond volgens besluit 1851-08-24 markerichter Van Ittersum. Aanwezig de markerichter voor hem zelf em met volmacht namens Jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Verder aanwezig Jan Bouwhuis, M. M. Bruins, Hk. Scholten, J. H. Welleweerd, H. Lenters Jzn. , E. Vedelaar, W. Frijlink, G. J. lammerink, A. Geertman, G. Helleboom, G. Bouwhuis, G. Bolks, A. Hamhuis als volmachtigde vam Jan Hamhuis, W. Bekman. M. Schrotenboer, K. Vinke, L. Veltink en J. H. Tassink.
1. Resolutie [Notulen] van 1851-07-29 goedgekeurd.
2. commissie heeft plan van verdeling opgemaakt betaand uit de volgende artikelen:
art. 1. Verdeling zal geschieden onder bestuur van heten Van Ittersum, Bruins, Bouwhuis, Lenters en Scholten of eventueel volmacht geven.
art. 2. De te verdelen veldgrond bestaat ongeveer uit 300 bunders.
art. 3. De grond is verdeeld in drie blokken. Eerste bloek [aan de] Lentersdijk en de verdalde turfgrond, oostwaarts tot aan de 150 ellen van de weg naar het Heemserveen. Het blok zal gelegd worden in recht opgaande slagen van af de Haar naar de Veenhuizen.
Het tweede blok uitmakende de gronden tussen het Heemserveen, Collendoornerveen en Collendoorn langs Klaasland in de Slagen etc.

fiche 352

1851-11-12 vergadering invoeren t/m 1874 en fiche eindigt met inv. nr. 469 kopie markeboek 1551 t/m artikel 21

In 1768 omschrijving duiker bij Rustenberg.
Hendrik Lotterman de vijfschachtwever 27-7-1779_1786 jaarlijks f1,12,8=27,12,8). Onderdeel van 3 aparte woningen (vroeger Roelof en Jannes Gog, 1: Slotjan (nu Slot Roelof, voor Roelof Gog a f1,--. 2:de Timmerman Jan Hendrik Willerink 1- 10. 3:De Joode Manuel, die hier woont sedert 1781 is debet het eeerste jaar verschenen geweest de 1 mey 1782(10 stuive). Albert Vedelaar koopt in 1785 huis van Berend Lepherts. Albert Jansen Brand heeft op 5-4-1775 betaald voor 6 jaar=f12,-, Brand nu kinderen van wijlen Albert Brand (voogd=Hermen Wolbink en Albert Lenters). Willem Koste nu Damp en Rijkelt aan de Veerbrugge. Berend Jansen alias Keukenbrand( afgebrand in 1783??) 1775 brug op de ma. 1781 Jan Dangremont metselaar werk aan Coll school. Alsnog zittelgeld voor oa Hendrik v Bruggen alias Dobbeman 1788.