Copia uit Marktenboek van Rhese, beginnende in het jaar 1682

Kopie van akte anno 1652

Alzoo die heeren erfgenamen van Reese in den jaare 1652 den 27 august door meister Harman Lentinck, gesworen lantmeter, hebben doen meeten die breete van haare markte, van den Diffeler markscheid af, tot an Hulsebuscamp, seshonderd ende eenige roeden bevonden breet te zijn, gelijk ook boven die Swolsche Haare int veene, aldaar ook bevonden word boven den Twenbarch, van die Diffeler Lemijten opwaars na Heemzer markten, respondierende beide breeten over den Hulsbuscamp ende nu wederomme anno 1653 den 7 juni door den voorn. landmeter hebben nogh doen meeten ende bevonden als vooren, die voorschr. selve markte ende dit is gedaan uijt last van die gemeene erfgenamen van Heemze, Collendooren ende Reeze, ende hebben bewilligd malkanderen die kosten te helpen draagen waar wij noch die markte van Hiemze ende Collendoern hebben ock gemeeten ende bevonden breedt te zijn 851¼ roede, ende hebben voorts daarvan een caarte gemaakt, daar het klaarder kan nagezien werden, soe zijn wij samptlijke erfgenamen ondergeschreven van Reeze in gevolg van dien alhier eenpaarlick en gecompareert ende eerschenen ende hebben in ’t voorschr. veene malkanderen toegedield vijfhunderd roeden in die breete nae uijtwijzinge van die lodseele, ewiluk ende erffelijck, te weeten op jeder volle waare 40 roeden, 7 voeten ende 5 duimen breet, die van minder ofte meerder nae advenant, welke breete een jegelijk sall moegen (in de langte) opwaars nae die Drente … an vervolgen, omme het zelvige te lande te maken tot zijnen willen ende walgevallen, soe als dat zoude moegen weezen, ende ock soe wijdt ende veere als Overijssel is strekkende, ende zall een jeder zijn slach offte slaagen op guede bequame groepen leggen, ende die scheidtgroepen tusschen twee erfgenamenslagen sullen van elk een bezunder tot zijn slagh gemaackt ende onderhouden worden, opdat dezelvige gueden aftocht moegen hebben, omme het waater te lossen ende bequamelijk te moegen gebruiken int bezaaijen, offte anders oek zal men op gemeene kosten eenen tochtsloedt tendes die slaagen, na die sijdt van Reeze an, maaken van 6 voeten wijdt en soe diepe dat daar door het waater van alle die slaagen kan aftrekken omme voorts na Reeze af te lopen nae die Diffeler Plasschen enne soe voort. Ook behoeven wij ondergeschreven ergen. van Reeze malkanderen als mannen met eeren, dat wij deeze onze toegedeelde veeneslaagen willen helpen wagten ende waaren ende verdedigen, teegens alle die geenige die sig in eeniger manieren hier muchten teegens willen stellen tot nadeel van jemant van ons allen, ende dat ock geene uitheimschen eenigen torff, plaggen ofte schadden in die marke van Reeze zullen graaven offte maijen, soe is in gevolg van dezen door het lodt toegevallen op het erve Avertink, ’t welke 6 voeten breeder sall zijn als andere slaagen offte waaren, des zall Averdijnk den buitensten sloedt soe wijdt maaken dat daar ghien schaade kan door geschieden, ende dat op zijn eigen kosten als Utterwijk offte het erve Hellekinck ook zal doen, ’t welke twie groupen moet maaken, omdat hetzelvige in ’t beste van het veene gevallen is, op zijn eigen kosten als voorseid, daarvoor dan genietende soe veele lands als het erve Avertijnk ende soe voorts zullen alle binnenslaagen haare groupen moeten oek alleene maaken, an die zuidweste sijdt, sonder daar iet wat voor te genieten, gelijk een jegelijk ook den tochsloedt sall maaken, tendes zijn toegeslaagen landt in orkunde der waarheid hebben wij dit selvige met onzen schriftelijcken naamen onderteikend, actum Reese dezen 18 octob 1653.

Door last van die heren van die geestelijkheid            H. Blankvoort als markenrigter

Johannes Holt                                                              Get. W. v. Ruijtenbarch

secretarius                                                                    Steven Blankvoort

                                                                                    Hend. van Heerd als mombaar

                                                                                    H. Alberts, weduwe van sal. schultis Holt

Van gelijker acte hebbe ik eene mede genomen ome die buijten erfgen. te behandigen.

H. Lentink, gesworen lantmeeter.

Deze geëxtraheerde en alhier geïnsereerde acte, is na nauwkeurige anschultatie acoorderende bevonden met zijn origineel. Was get., Wilh. Hendr. Krull, secret.  Pro vera copia: J. v. Riemsdijk.

Lotzeedule soo die zelvighe gevallen sijn over die deelinge van Reezerveene, beginnende aen de marktscheidinghe van Diffelen, strekkende na Heemze, hen opwaarts gemeten, bij mij Harmanni Lentinck, geadmitteerde landmeeter, in den jaare anno 1653, den 18 october.

Het eerste blok oft lot is thogevallen op het erve Overtijnk voor een geheele waare, thobehoorende de scholtinne Holts, en is breet 41 roeden, 1 voet en 3 duimen.

Het tweede lot is thogevallen op het erve Rotgerink, thobehoorende de landschap, voor een halve waare, en is breet 20 roeden, 3 voet en 7 duim.

Het derde lot is thogevallen jr. Wilhem Blanckvoort, jr. Rutenborgh, Splitloff en jr. Steven Blanckvoort, van weegen deze volgende erven: Loevelinck twe waaren, Weelinck 1½ waare, Heerspinck eene waere en van Hellink oock eene waare, maaken tesamen 5½ waare, comt de breete tesaamen 224 roeden, 1 voet, 5 duim en is onder haar wederom verdeeld en is jr. Wilhem Blanckvoorts gedeelte gevallen naast Rotgerink, wezende breet 76 roeden, 4 voet en 1 duim, en jr. Steven Blanckvoorts wederom daarnaast aangeleegen, en is breet 66 roede, 2 voeten en 7 duimen, en jr. Ruttenborgh volgt hier wederom met zijn breete 40 roeden, 7 voeten en 5 duimen, en nu Splitloff met 40 roede, 7 voeten en 5 duimen.

Het vierde block oft lot is thogevallen op het erve Vrijlinck, thobehoorende eenighe huisluiden in Reeze voor eene geheele waeren, breet 40 roeden, 7 voeten en 5 duim.

Het vijfte lot is thogevallen op het erve Wermelinck, voor een halve waere, thobehoorende de heeren van Zwolle, breet 20 roeden, 3 voet en 7 duimen.

Het seste lot is thogevallen op het erve Raatmink voor 1½ waere, thobehoorende de erfgen. Heerde, en is breet 51 roede, 1 voet en 3 duim.

Het sevende lot is gevallen op de gemene erfgenamen van Reeze, thobehoorende dezelvighe erfgen. van Reeze, voor 1¼ waers, de breete is 51 roeden, 1 voet en 1 duim.

Het agtste lot is gevallen op het erve Hellinck voor 1½ waars, thobehoorende capt. Uterwijck, breet 51 roeden, 2 voet en 8½ duim.

Dit dan gedaan op dagh en tijd als voorschr. nae mijn kettinghe uijtgetrokken die in thien voeten verdeeld is, en de voet in thien duim, nae de campen maatte lenckten.

Was ondertekend: H. Lentinck, gecomiteerde landmeter met eenige togen.

Deze geëxtraheerde en alhier geinsereerde acte is na nauwkeurige anschultatie met zijn origineel accorderende bevonden.

Was get. Wilh. Hend. Krull, secret.

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1682

 

Na doorgedane kerkenspraak heeft de welgeboor. S.C. Blankvoort, heer van Collendoorn, als gesubstitueerde markenrigter holdspraake gehouden den 31 augusti 1682. Ceurnooten zijnde de welgeboor. Isaak van Uijterwijk, heer van Heemse, en de welgeboor. Arent Willem van Ruitenberg, heer in de Broekhuizen.
  1. en is geresolveerd dat geen schaapen op de rogge moogen koomen, na den 15 meert bij verbeurte van jeder schaap een stuijver;
  2. ook sal geen vee in den Esch moogen gedreven worden, voor en aleer dat al het zaat van het land is, ja sal ’t niemand geoorlooft zijn op zijn eigen land, bij verbeurte van een stuijver stuk, booven reparatie van schade;
  3. sullen de waterleidingen opgemaakt worden eenmaal des jaars, en de weegen eens in het voor- en eens in ’t najaar; de nalaatigen zullen vervallen in arbitrale straffen van den markenrigter;
  4. word ook verzogt van den heer markenrigter de allervoeglijkste middelen aan te wenden tot beletting der sandstuijven;
  5. is wijders verstaan dat geen peerden of andere beesten in het hooijland moogen gebragt worden, 8 dagen voor meij, bij verbeurte van een halve tonne bier de eerste maal en dubbeld de tweede maal;
  6. werd ook vastgesteld dat den Esch … wel sal gemaakt worden om twee maal in ’t jaar de schouw van de markenrigter met beide gezwoorens uit te staan, bij verbeurte van een halve tonne bier;
  7. ook en zal geen oud veulen of enter agter de waage moogen gehouden worden; de breuk zal staan tot arbitratie van de markenrigter;
  8. word de heer van Heemze toegestaan zijn huis op een ander plaats te moogen verzetten;
  9. de heer markenrigter zijn reekeninge vertoont hebbende, waarin bevonden nog eenige restanten uit te staan, soo is zijn welgeb. verzogt om de restanten in te maanen en van zijn rekenschap de anno 1680 en 1681 quitantie te toonen aan de aankomende markenrigter;
  10. is tot markenrigter verkozen de welgeb. j. van Uiterwijk, heer van Heemze, en dat de tijd voor vier jaaren;
  11. eerstelijk is ook vastgesteld dat geen ongewaarden heide trekken moogen, bij de beurte van een tonne bier, nogtans zal ’t een jeder veenmeijer vrijstaan om op zijn eigen slag te moogen trekken;
  12. en is wijders verstaan dat geen huisman meer schapen op een waar houden mag als vijfenseventig na S. Michelisdag, en zal het opzigt daarvan genoomen worden van de markenrigter en de overtreders van den markenrigter na zijn eigen goeddunken gestraft worden;
  13. alle die geene vierdeels waar eigendoemlijk hebben zullen sittelgeld geven en ook in de holdsprake niet erkend worden; eschschutters Heersmink Geert en Heersmink Hendrik; veldschutters Egberts Stute en Jan Splijtlofs;
  14. Teunis de Scheeper sal vrij blijven sitten soo lange de markt niet bezwaart met driften en nog het veen met turf steeken maar zoo in het eene of het andere komt te vervallen, sal sittelgeld geven.

Dit alles aldus beslooten en vastgesteld van de praesente h.h. erfgenamen en met eigen handen onderschreven.

S.C. Blankvoort q.qua als mede als de rato caverende voor die heer Santen

J. van Uiterwijck, aangestelde marckrigter

A.W. van Ruitenburch

q.q. toe de Broekhuijzen

……. Blanckvoort

A. Holt

 

Albert Janzen dat uit volmagt van Gerrit van der Lende

Uit naamen van weegen juncker herde dat Cramer hefts geteket dat hier ist passeerde ist von weegen de ergenamen van Reeze, dan Uitterwick ist markrichter. Wessel Cramers.

Pro vera copia: J. van Riemsdijk


1704

Op heeden dato ondergeschreven na dat de wettige kerkenspraake daarvan was gepubliceert om te vergaderen en te delibereren, terwijl die van de markte van Heemse tergaverseerden om een scheidinge te perfecteren, soo is als ten hoogsten nodig en dienstig geoordeeld wordende dat zulks sijn voortgank om bezondere redenen mosten gewinnen de praesente alhier zijnde heeren erfgenamen over sulks hebben geresolveert dat de gecommitteerdens hiertoe genomineert naar dat daar van verslag hadden gedaan op toekomstige jacobi 1705 als wanneer tot Heemze holtsprake sal worden gehouden, sullen gelieven aldaar te verschijnen om op derzelver holtspraake nog eens serieus te vermanen dat sulke scheidinge en deijlinge ten hoogsten nodig is, en dat die van Reeze niet langer gedenken zonder scheidinge te verblijven naar welkers verrigtingen wederom rapport te doen, om dies aangaande naadere resolutie te nemen. De heeren J.H. Eninkhuizen en te Boecop ontslaan sig van deze commissie en verzoeken dat de gesamentlijke heeren erfgenamen andere in haar welgeb. plaatze nomineren mogen, als niet van sints daar in te sullen continueeren.

De praesente alhier wezende erfgenaamen hebben met pluraliteit van stemmen wederom gecommitteerd om de scheidinge met die van de markte van Heemze te zoeken tot perfectie te brengen de heeren Gesscher tot Deventer en monsieur van Wijck tot Zwoll aan welk hier van sal kennisse gegeven worden.

De heeren erfgenaamen hebben vorders bij dezen de boermannen int gemeen gerecommandeerd vreedig te willen wezen int heijden en weijden, en haar diensten te doen na behooren. Vorders zijn alle voorgaande genomene resolutien verbleven, zonder veranderinge daar in te maken, gedaan tot Reeze in ’t huis van Derk Egberts, den 18 maij 1704 en van ons praesenten geteekend.

Was geteikend:

J.H. Edinkhuijzen

P. van Uitterwijk

J.W. v. Boecop

Dit is X het merk van Gerrit Hendriks uit ordre van zijn vader Hendrik Dueskes getrokken

Dit is X het merk van Teunis Janzen, scheper wegens het Vreijlink

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


Naar wettige convocatie van de welgeboren heer Uiterwijk van Alerdinck, als gelastede van de welgeb. vrouw van Heemse, de heeren erfgenamen geconvoceert van Reeze ten fine om holtspraake te houden op den 19 octob. 1704 tot Reeze ten huize van Jacob Otten, en zijn gecompareert en personelijk erscheenen:

De welgeb. heer van Alerdinck qqua, de welgeboor. heer Pico Galenus van Sijtzama, de welgeb. heeren te Boekop en Eninckhuizen, de erfgenamen van monsr. Vastenouw saliger, de scholtus Molkenbour qqua voor de heer David van Gesscher tot Deventer.

De heeren alhier praesente erfgenam. hebben gelieven mits dezen te verstaan dat de aankomstige heer markenrigter aanstonds zal moeten inquireren de parten van waardeel welke hier buiten zijn gebleven, alzoo volgens ouder gebruik niemand word geadmitteerd als met een vierendeel waardeels en welke op haar perikel tegens de genomen resolutie kompt te pecceeren sal de markenrigter breuken volgens de boete hiervan genomen.

De praesente heeren erfgenaamen soo op de andere sijde is te ersien, dat persoonelijk sijn gecompareerd, hebben de resolutien soo anno 1682 zijn genomen, den 31 augusti alle geconfirmeert en geinhaereert, met die reserve nogtans, dat de resolutie van numero 3, wegens de waterlossingen en waterslooten, gaande voorbij de veenen tot na beneeden, neffens het maaken van de weegen soo die resolutie vermelt in plaats van arbitrair sal gezet worden bij de boete van een tonne bier wie gebrekkelijk word bevonden, neffens de resolutie van numero 7 in plaats van arbitrair mede op de boete van een tonne bier.

Is vorders door de alhier praesente erfgenaamen geresolveert dat nu voortaan op jeder waar, in plaats van vijfenseventig schaapen soo te vooren was gesteld, nu tagtentig zullen moogen gedreeven worden en op martini de lammeren afgenomen bij de boete als hiernaar volgt, en vorders dewijl de veenhuizen zonder tall tot merkelijke praejuditie en schaade van de huisluiden van Reeze hadden gedreeven, nu voortaan niet meer zullen moogen drijven zonder waartall als veertig schaapen, sullende tot martini de lammeren vrij zijn, en dan moeten afgenoomen worden bij de boete van jeder schaap boven de veertig van een schillink, wel te verstaan – dat dit regt soo wel zal wezen voor die geene die nu getimmerd hebben, of nog te willen timmeren.

N.B. Dit staat in ‘t originele marktenboek in marginae:

De hoogwelgeb. heer van Sijtzama toe de Hofstede legt van waardeel van ’t erve Welink op Camp Egbert een vierendeel waardeel en Egbert Hendriks op ’t veen mede een vierendeel waar. J.H. Edinkhuizen als markenrigter angeven.

’t Veld erve op de Middelhaare, bewoont wordende bij Coert Hendriks, wort begaat uit de erven Welink en Harmelink, boven dat regt dat deze plaatsze in de markte heeft.

Het tweede erve, hiernaast op de Reezer Middelhare gelegen (bewoond wordende door Jan ter Wijlen) heeft buiten het regt, dat deze plaats in de merkte heeft, volgens maagdscheijdinge de vrije begadinge in de Reezer merkte, uijt het erve Heersmink tot Reeze. Dit aldus op order van mevrouw de douarière van Sijtzama, als markenrigterse van Reeze, hier te boeke gesteld.

Is verder geresolveert dat buiten de gemeene markte jeder zijn slaagen in vrijheid sal behouden is vorder geresolveert dat niemand sig sal verstou eenige plaggen te maaijen binnen op de meente, binnen de campen, bij verbeurte van een tonne bier de bevonden wordt hiertegens te doen.

Is verder geresolveerd dat geen beesten of schaapen sullen moogen komen in de belten of sandstuiven bij de boete van jeder beest van een schillink, en jeder schaap een st. en zal de toecomstige heer markenrigter alle jaar gelieven te bezorgen dat jeder jaar een dag word gesteld, om aan de nodigste stuijve te arbeiden, tot welk te doen niemand sig zal mogen bevrijen en soo eene dag niet genog is, twee dagen, wel te verstaan die peerden heeft met peerden en waagen, en sulks niet hebbende met alle assistentie en schuppen bij de breuke hier als dan niet komende van een halve rijxdaalder.

Is geresolveerd dat nu voortaan niemand meer turf sal moogen steeken als voor zijn eigen provisie, en wie bevonden word, dat eenige turf verkoopt sal gebreukt worden, in een amende van een tonne bier, mits dat de heeren erfgen. haar huisluiden willen aanwijzen een stukjen veens, welk profijt de huisluiden zullen implojeren tot een restand, of een gemeene schuld nog resterende, en wie bevonden word turf te steeken waar door de plassen worden vergroot sal de boete wezen als voren, een tonne bier.

De veenen soo door ordre van de heeren erfgenaamen door de heer markenrigter zijn verkogt den 6 sept. 1686 is op heeden gebleken dat de penningen daarvan geprofiteerd zijn, betaald, volgens ingebragte quitantien welkers staat en quitantien op heeden sijn overgetransporteerd en in t markenboek gelegt door de welgeboor. heer van Alerdink qqua.

Den ontfank soo de welgeb. heer van Heemze zaliger in qualiteit als merkenrigter hadde ontfangern van 1682 tot 1702 incluis, ingebragt en gezien dat de onkosten door zijn welgeb. gedaan, de uitgaave afgetrokken van weinig belang was, soo is geconsidereerd de diensten die de welgeb. heer van Heemze heeft gedaan weegens het solliciteren aangaande het tractement van de pastoor, beneffens het solliciteren over de zwakheid van pastoor van desselfs adjunct en dat zijn welgeb. over zulks merkelijke oncosten heeft gehad, soo is dat de heeren erfgenamen de heer van Alerdink qqua hebben bedankt en met den ontfangst en uitgaave voor haar vertoond bekennen van alles voldaan en betaald te weezen, vervolgens door zijn welgeb. het markenboek overhandigd met verzoek tot electie van een ander markenrigter te willen treden, en zijn dienvolgens alle acquijten en quitantien aan de nieuwe markenrigter overgegeven, neffens het ontfangst van ’t erfgenamenslag, door de welgeb. heer P.G. van Sytzama ontfangen wegens het jaar van 1703 ter somma van viertien gld. en seventien st. sijnde ’t jaar van 1704 nog onverrekend en nog ongedon…. onb. is gesteld aan de heer Edinkhuizen als merkenrigter in presentie der erfgennamen summa f. 14-17- en hebben de heeren erfgenaamen over de insolentien van deonderscholte, coster en bruggemeester, weegens het neemen der gasten gersolveerd, dat geene van bovengeschreven eenige gasten zullen moogen neemen zonder de eigenaards daar eerst over gesprooken en gevraagd te hebben, en die gasten moeten ontfangen die haar aangewezen word.

De heeren erfgenaamen aangecondigd dat door de markte van Heemze haar Reezer schaapen waaren geschuttet, niet tegenstaande de scheidingen tusschen beide markt waaren verwilderd, soo hebben voorschr. erfgenamen gecommitteerd neffens de heere aangestelde markenrigter, de heer Gerrit te Boekop, om neffens de gecommitteerdens van de markte van Heemze uit te sien een regte scheidinge tusschen beide markten, alwaar paalen of baakens sullen gesteld worden, om alle onheilen van verdere schuttingen voor te koomen, sullende verders deze gecommitteerde neffens de heer markenrigter mede bezorgen dat het stukkien veens ’t welk de huisluiden weegens gemene schulden zal worden aangeweezen, ook op dato zal worden uitgebaakt, de groote van de lengte en breette, hoeveel zullen gebruiken en hoe veel jaaren.

Toegestaan drie roeden aan mevrouw Stobben om het gorentien daar Otten Roeleffien in woond, vierkant te moogen uitzetten.

En is vorders met pluraliteit van stemmen des praesente heeren erfgenaamen gekoozen tot markenrigter de welgebor. heer Jurrien Hendrik Eninkhuizen, welke door voorschr. heeren erfgenaamen is gerecommandeerd om alle resolutien door haar genoomen, stiptelijk te willen agtervolgen, wien ten gevolge door allen inwesent zijnde eigenhandig is onderteijkend, gedaan tot Reeze den 14 octob. 1704.

Tot veldschutters aangesteld: Hendrik Veurink, Otten Jacob.

Tot gezwoorens Jan Weelink en Claas Jan.

P. v. Uitterwijk q.q.

P.G. van Sytzama

J.H. Edinkhuizen

G.F. v. Boecop

G. v. Wijk

E.J. Vastenouw

Dit is X het merk van Hend. Duiskens zelfshandig getrokken.

Johan Molkenbour als getuige et q.q. scholtus

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1709

De welgeb. heer J.H. Edinkhuizen als tegenwoordige markenrigter van Reeze, neffens eenige heeren erfgenamen in loco, als de hoogwelgeb. heer Pico Galenus van Sytzama en Egbert Everts voor hem selfs, en als maniërende de saaken van Jan Greve, rector tot Groningen, in ervaringe gekoomen zijnde dat eenige baatzugtige menschen sig hebben verlustigt om niet alleene in een gedeelte van haar toegedeelde veenen van Reeze in te vallen, maar ook van desselfs veenen aan anderen te verhuuren – het welke zoude strekken ten sij sulks niet tijdelijk wierde belet, tot groot nadeel van jeder markgenoot, waarom tot storinge en belettinge derzelve hebben geoordeeld het gedaane in bezigtinge te nemen ’t welk gedaan zijnde, hebben bevonden als vooren is aangetrokken, derhalven eenige menschen bij haar hebben ontboden, aan welke de veenen om uit te saaijen hebben verhuurt, edog eenige mompelinge hebbende gehoort dat eenige menschen sig zouden willen opponeren, soo is, dat ik markenrigter voorn. nodig hebbe geoordeeld een nootholtink te houden, gelijk dan op den 28 novemb. 1709 is geschied, waarop dan bij de praesenten is geresolveert dat aanstons na dato dezes aan jeder absente erfgenaam hiervan zal notificatie worde gedaan, om deze resolutie te accordeeren, mitsgaders dat de oude meetinge zal worden hervat, soo ras moogelijk is, en dat vorders een nadere acte zal worden opgesteld om die te teikenen, dat wanneer jemand zig quam te opposeeren om eenige infractie in haar buiten veenen te doen, om malkanderen na kota van jeders veenen te guarandeeren, en dat de markenrigter, inmiddels zal bezorgen tot regt en maintenue van alle deszelfs regt van de marke van Reeze, ’t zij met conschappen of anderzints, ’t geene nodig oordeeld sig te voorzien. Aldus bij jeder in qualiteit als vooren geresolveert op den Herdenberg, den 28 novemb. 1709.

Onderstond:

J. Vriezen in                                                                             P.G. van Sytzama

qualiteit als rentmr.                                                                         P. van Uitterwijk

van de geestelijke goederen                                                          J.H. v. Edinkhuizen als

der stad Zwol                                                                           markterigter

word bij deze mijne onder                                                      Egbert Everts, voor mij

tekeninge en hand de boven                                                 selves en op approbasije

staande resolutie in mijn                                                            van mijn heer Greven

absentie bij de hr. Markenrigter                                        Johan Molkenbour

Edinkhuijzen, de hr. Sijtzama,                                                 als coern. en ad rappro-

De hr. van Uitterwijk en Egbert                                      tandum aan zijn hr. princi-

Everts genomen, gelandeert en                                        paal

Geapprobeert,e n mag lijden

Dat de oude meetinge der toege-                                      A. v. Boecop

Deilde veenen (zoo ras mogelijk                                               Gerrit Hendrij

is), hervat worde.                                                             J.S. Greven als tugtenaar en

                                                                                                uit last van de eigenaren van het

David van Gesseberinks                                                   erve Avertink

erfgen. wegens het erve

en goed Raatmerink

Deze geëxtraheerde en alhier geïnsereerde acte is na vlijtige anschultatie met zijn origineel accorderende bevonden. Wilh. Hend. Krull, secret.

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1711

Op heden dato ongeschreven is door de ondergeschrevene en geteikende heeren erfgenamen van veenen een nootsholtink geholden op den Rustenberg ten fine om weegens eenig erheffelijke redenen de markte raakende, te delibereren en dienvolgens bij die doenmaals praesente erfgenamen geresolveert als volgt:

Eerstelijk terwijl de heeren erfgenaamen is voorgekomen dat eenige baatzugtige menschen door metingen als aldersints, soeken te wagten dat die lieden aan wien alreets onze veenen hadden verhuurt, om de garve te geven, souden resolveeren, om aan een ander te betaalen of sulke garve den regten eigenaar dul te maken, tot markelijke praejuditie van de regte eigenaren, soo is, om daarin te verzien, nogmaals wort geinhaereert, onze resolutie van den 28 novemb. 1709 om alle die geene teegen te gaan, die de markte van Reeze eenige infractie soeken te doen, en vorders de heer markenrigter nogmaals versoeken om te vigileeren dat het regt van de markte van Reeze word gementineert, met verderen, dat in allen deelen de heer markenrigter zal worden gementineert en kost- en schadeloos gehouden, wien ten gevolge deze bij ons praesenten is, eigenhandig is onderteikend, actum op den 21 septemb. 1711.

Ten tweden, dat de praesente heeren erfgenamen mits dezen hebben geresolveert bij lotinge of anderzints hoe het best te passe zal kommen, na dat nu de wassende boekweite daarop staande wassen daaraf is te deilen het erfgen. slag, welke tijd sulks te doen de absente heeren erfgenaamen door de heer markenrigter sal worden bekent gemaakt, om selfs of door een genoegsaame daartoe belastede sulks te helpen bevorderen, dat sulks word geperfecteerd, alzoo geoordeeld word ’t selve nodig te wezen.

Ten derden, dat is de welgeb. heer P.G. van Sytzama geaccordeerd een stukkien veens, soo het bij de heer markenrigter is gezien en uitgebaakt, alles zonder praejuditie van de absente erfgenamen, en als bij de naaste holtink zal bekent gemaakt worden.

Ten vierden, dat een gruppe om ’t waater uit Reeze eenigsints te ontlasten, is aangeleit, ’t welk die van de markte van Heemze hebben gestrempt, en om over zulks geen questie te hebben, of men niet behoorde te benoemen gecommitteerdens, om zulks met die van Heemze te vinden, hiertoe gersolveert dat hr. de markenrigter van Reeze en de welgeb. juffer Peternella van Uiterwijk of eene door haar welgeb. gelastet sulks sullen tenderen of zoo veel mogelijk ’t zelve ten einde te brengen, waartoe twe van de markte van Heemze mede sullen committeren.

Ten vijften, om een goede harmonie te maaken in de markte, en dat niemand meer mogte bedrijven als naa waartal behoort, soo is geresolveert dat alle die geene meer drijven, op de mars als behoort, dat de heer markenrigter behoorlijke inspectie sal neemen, en al die geene breuken, die volgens de willekeur van ’t markenboek hebben te buiten gegaan, alles zonder argelist, en in waarheid oirkonde gedaan op den Rustenberg, den 21 septemb. 1711.

Onderstond:

P. van Uitterwijk                                                         Johan Molkenbour als scholtus

P.G. van Sytzama                                                           J.H. Edinkhuijzen als marktenrigter

Egbert Evers op approbatie mijn principaal de rector Greven tot Groningen

Deze geëxtraheerde en alhier geïnsereerde acte is na vlijtige anschultatie met zijn origineel accorderende bevonden. Wilh. Hend. Krull, secret.

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1718

Noot Holtink

Gehouden tot Reeze den vierden novemb. 1718 waarin, of op welke is geresolveert ‘tgeen hier na is geteikend, sijnde op dezen praesent geweest navolgende heeren erfgenamen:

De heer Edinkhuizen als markenrigter

De heer Pico Galenus van Sijtzama toe de Hofstede

Arnholt Voltelen, q.q. voor de juffer Uterwijck, ad rapportandum

De heer Willem Daniel Merwede als volmagt van zijn vader

De Scholtus Molkenbour qqua.

Numero 1. Geresolveert dat de Scholtus, welke verscheidene ordres voor de markte van Reeze heeft gedaan, daarvan sijn reekening sal hebben over te geven, neffens Arnolt Voltelen de zijne, aan de heer Edinkhuizen als markenrigter, welke sal gelieven die reekeningen over te senden aan de hier praesente erfgenamen, en naa visie derzelve ordre stellen dat uit de penningen weegens de veenen of besaaijinge van dien geprofiteert of nog uitstaande worde betaald. Tot welkers inmaanen sijn geauthoriseert de hr. markenrigter en de Scholtus Molkenbour, om weegens het ontfangene rekeninge te doen, mits dat die slaagen nog in ’t geheel haar contingent tot de kosten voor de markte aangewend betaalen, alzoo de slaagen welke bezaaijt sijn, jeder vermeijnt ’t geen hem toekomt te moeten hebben, volgents een acte geteikend den 28 novemb. 1709 en door alle heeren erfgenaamen onderteikend, dat elk kota van de kosten sal hebben te betaalen, soo wel aan de oost- als westzijde, en dat malkanderen altijd sullen mainteren en guaranderen.

Numero 2. De heeren praesente erfgen. in ervaringe zijnde gekoomen dat eenige quaatwillige huislieden buiten kennisse haarer landheeren hadden verkoft eenige veenen, ’t welk in deliberatie zijnde genomen, hebben goedgevonden dat de hr. markenrigter haar huislieden, die over deze verkoopinge hebben aan en over geweest, of sulks ingank hebben doen nemen, te gelasten om heeden over veertien daagen alls ’t geen mogte gegrupt of gehouwen wezen, te ruïneren en in te smijten, na welke dag de hr. markenrigter daarvan sal visie neemen, en bevindende sulks niet gedaan te weezen, of de ordres onderholden, hem hr. markenrigter vrij sal staan jeder huisman te breuken in een amende van drie olde schilden, en verders verstaan, dat geen veenen alreets uitgezaaijt niet wederom sal gezaaijt worden, als met kennisse des heeren erfgenamen.

Numero 3. Vorders de hr. erfgen. hebbende bevonden, dat de huisluiden sig niet ontzien om plaggen te maaijen op plaatzen daar sulks niet behoort te weezen, of daar sandstuiven van komen, beneffens schaapen en ander beesten drijven om den duinhaver af te vreeten, en alzoo stuiven te veroorsaken, zoo verstaan miets dezen dat de olde resolutie daarover genomen word gerecommandeerd, dat de hr. markenrigter mag naakomen en vigileert dat dezelve worden geobserveert ende contraventeurs gestraft te zijn in de holtink geholden 1704 den 14 octob.

Numero 4. Gedelibereert over de waterleidingen van deze markte en gezien dat dezelve alle jaar niet worden opgemaakt, gelijk in de vorige resolutien van holtspraaken daarvan zijn genomen, soo is om daarin te voorzien verstaan, gelijk te vooren ook is verstaan, dat alle jaaren dezelve onfeilbaar sullen opgemaakt worden, en wie weigeragtig is, wanneer de markenrigter sulks heeft aangekondigd, om ’t zelve te doen, door zijn weled. sal gebreukt worden in een olde schilde.

Numero 5. De huislieden van de markte van Reeze hebbende geklaagd, dat verscheidene ongewaarden de markte zoodanig bedrijven als gewaarden en daar door de markte geheel te schande maaken dat haar gewaarde haar beesten geen voedsel genog kunnen krijgen, soo is bij dezen geresolveert naa dat de vorige resoluties hiervan te hebben genomen nagezien, en verstaan dat de veldschutters en eschschutters toekomstig in ’t voorjaar soodanige die vermeent worden niet geregtigt de marke te bedrijven of te veel daarop te drijven, getrouwelijk aan te geeven aan de heer markenrigter, om die te straffen of boeten in soon amende als in de vorige resolutien is genomen.

Numero 6. Gehoort door de praesente erfgenamen dat niet alleen met peerden, koeijen, varkens en schapen groote schade word gecauseert, terwijl het koorn nog staat of in gasten staat, soowel in eschsen als in veenen, maar daarenboven het vee laten lopen wanneer het koorn gesaaijt is en groen staat, door paarden, beesten, varkens en schapen en ’t selve koren grotelijks te laaten vertreden en groote ongeregeldheid daar door pleegen, soo word de veld- en eschschutters belast goede sorge daar in te draagen en wanneer haar pligt hierin niet en doen, volgens vorige resolutien, soo sal den markenrigter haar schutters moogen breuken in soon amende als nodig sal oordeelen, en wie bevonden word door schapen of ander vee eenig holt te bederven, met afvreeten, sal men jeder vee ’t geen daar in gevonden werd, moogen schutten, ’t geen ieder vrij sal staan wie eenig vee daarin vind.

Numero 7. De praetensie van de erfgen. Rijns word gereserveert tot de naaste holtspraake of bijeenkomste. Deze nootholtink alzoo zeer nodig was, na dat alles bovenstaande heilzaame resolutien waaren genomen, gedaan tot Reeze als boven, den 4 novemb. 1718, zijnde door alle praesente hr. erfgenamen soo voor haar selfs als qqua. ondertekend.

Was getekend:

J.H. Edinkhuijzen voor mij en de heer Gesscher en Greve ad rapportandum

P.G. van Sytzama

Bij mij ad rapportandum wegens mejuffer P. van Uitterwijk, om zig met dezen te confirmeren ofte niet, na haar hwgb. goeden rade.

Arnold Voltelen

Johan Molkenbour, Scholtus 1718, qqua ad rapportandum

Deze geëxtraheerde en alhier geïnsereerde acte is na vlijtige anschultatie met zijn origineel accorderende bevonden. Wilh. Hend. Krull, secret. 1723

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1722

Na wettige convocatie van de vrouw weduwe van wijlen de welgeb. hr. Edinkhuizen, in leven markenrigter van Reeze, zijn den 4 decemb. 1722 ten huize van welgemelde vrouw weduwe op een holtspraake binnen Reeze erschenen:

De welgeb. vrouw weduwe Edinkhuizen

De hoogwelgeb. hr. P.G. van Sytzama, heer toe de Hofstede en Blankenhemert

De hoogwelgeb. hr. H.A. Bentink tot Beverförde

Pr. Voltelen als gequalificeerde van de hoogwelgeb. juffer Petronella van Uitterwijk

van de heere borgemr. Van der Merwede en van dr. van Muijden

Ds. Stolte weegens de hr. David van Gesscher

Egbert Everts namens de hr. rector Greve

Gerrit Duijskens

Berent Gerrits

Lubbert Tonis

1. En tot de besoignes gestreden sijnde, is gesloten de reekeninge van ontfang en uitgave der administratie der markte, door wijlen de heer Edinkhuizen als markenrigter geadministreert, volgens nevensgaande extract als volgt:

De vrouw weduwe Edinkhuizen, hebbende op heden aan de praesente heeren erfgenamen gepresenteerd reekeninge, bewijs en reliqua van haar ed. heer saliger administratie van de markte Reeze, in qualiteit als gewezene markenrigter, waarvan de uitgaave sig heeft bedraagen een summa van f. 714-12-4

en den ontfangst daarenteegens gemonteert een summa van f. 691-19-..

En aldewijle welgem. vrouw weduwe presenteerde den voorgemelden ontfangst tegens de uitgave te willen compenseren en te sullen renuntieren van haare praetentie wegens ’t geene meerder was uitgegeven als ontfangen, gelijk haar hwgeb. de onkosten van deze holtsprake in ’t geheel uitgezondert alleen de wijn en bier en accijs tot haaren laste heeft genomen, soo hebben de ondergeschreven heeren erfgen. deze offerte geaccepteerd en gezeide vrouw weduwe Edinkhuizen voor haars ed. hr. saliger administratie bedankt, en haar hwgeb. geschonken en quit gegeven alle de profijten uit het erfgenamenslag van 1704 tot 1711 incluis geprovenieert, en deze rekeninge aldus, zonder praejuditie of consequenten geslooten, en dezen ter oirkonde eigenhandig getekent. Actum Reze, den 4 decemb. 1722.

2. Geresumeert den articul van de resolutien dezer markte, de dato den 14 octob. 1704, concerneerende het onordentelijk turfgraven en gersolveert die resolutie te inhaereren, werdende de toekomstige heere markenrigter verzogt ordre te stellen, dat dezelve haar volkomen effect sortere, gelijk welgem. heere markenrigter insgelijks word verzogt de verdere respective resolutien ter executie te stellen.

3. Op de propositie van de vrouw weduwe Edinkhuijzen en deszelfs verzoek dat haar ed. heer saliger ten behoeve van die van Stegerden hebbende gepraesteert twee distincte borgtogten, als eene voor een sum van f. 277-4 door een verband van twee koeweiden, en de andere voor summa van f. 122-8 onder verband van een camp lands en een koewijde op de Huij, hebben de heeren erfgen. niet alleen belooft haar welgeb. wegens deze borgtogten te garanderen maar ook een nieuwe acte van borgtogt uit haar aller name te sullen passeren om teegens de voorgem. uitgewisselt te worden.

4. De aanstaande heer markenrigter en praesente heeren erfgen. worden verzogt en geauthoriseert om de rekeninge tot laste van de markte nog onbetaald leggende te examineren, en in ordre te brengen; wijders sodanige sortable mideelen uit te vinden ten minsten nadele van de markte strekkende, waaruit die schulden betaald kunnen woden, mits aan de absente hr. erfgenamen kennis gevende van de tijd en plaats der hier over te houdene besoignes.

5. Aan ds. Stolte werd toegelegd de Rezer quota van 250 gld tot reparatie van de Weeme mede door Heemze, Collendoorn en Diffelen geaccordeerd.

6. Asoo eenige klagten zijn ingekoomen over het zetten van een huis en verder aangravingen in de markte door Hend. Molkenbour gedaan, soo word deze saake gerenvojeert aan de heeren gecommitteerdens om dezelve te examineeren en ter eerste vergaderinge rapport te doen, waartoe worden genomineert de heren van Sytzama van Heemze en pr. Voltelen qqua.

7. Tot markenrigter is gekozen de hwgb. heer P.G. van Sytzama, voor de tijd van vier jaaren, na expiratie van welke de heer markenrigter sijne rekeninge zal moeten doen, en een convocatie der hr. erfgen. tot verkiezinge van een nieuw markenrigter bezorgen, bij verweigeringe sullen de hr. van Heemze en pr. Voltelen qqua. die tot assessooren worden aangesteld, de heeren erfgenaamen mogen tsaamen roepen, waarmede deze holtsprake is geëindigd en gesloten op jaar en dag bovengemelt.

Onderstond:

Deze geëxtraheerde en alhier geïnsereerde acte is na vlijtige anschultatie met zijn origineel accorderende bevonden. Wilh. Hend. Krull, secret. 1723

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1733

Op huiden dato ondergeschr. is na voorgaande twe zondagen gedane publicatien, gehouden nootholtink praesent namens de hwgb. vrouw baronnesse douairière van Sytzama, vrouwe van de Hofstede etc. , in dezen als markenrigterse van Reeze, deszelfs zoon de hwgb. gestrenge heer baron van Sytzama, major etc., de hwgb. gestr. Heer E.E.A. baron van Raasveld, hr. van Heemze, overste-luitenant etc., als erfgenaam en assessor. 

De Scholtus Arnold Voltelen qqua. assessor.

De ed. Hermen Krull als erfgenaam

en Berent Geertsen,

alwaar is geresolveert dit navolgende:

  1. Datter tot afbetalinge van de nog resterende marktenschulden een hoekjen veene sal worden uitgezien, en publijk aan de meestbiedende om uit te saaijen ten eersten te verkopen, ten minsten schade van de merkte, waartoe is geproponeert en voorgeslaagen een hoek veene gelegen tusschen den Vossenbeld en den Twenberg in ’t Rezerveen.
  2. Geproponeert zijnde dat in de Diffeler markte nabij en aan de grenzen van de Rezer markte een groote sandstuive is, welke bedugten staat in die van de Reezer markte sal komen door te dringen indien niet wierd gestuit, soo is goedgevonden en de voorschr. hoogwelgeb. gestr. Heer van Heemze verzogt daarover eens bij occasie met de heer markenrigter van Diffelen te spreeken, om gezamentlijk op de bequaamste manier de voorschr. sandstuijve te dempen.
  3. Over de onbetaalde kooppenningen van het verkofte veenen, word de hwgb. vrouw markenrigterse voornoemt verzogt en geauthoriseert om dezelve op de bequaamste maniere in te vorderen, ten eersten. Blijvende verders de resolutien bij de vorige holtspraaken genomen, alsnog gereserveert en in haare volle waarde, aldus het voorschr. gedaan en gepasseert binnen den Hardenb., den 26 novemb. 1733, weshalven deze van ons is getekend.

Onderstond:

E.E.A. v. Raesfeld                                                           F.D. van Sytzama als markenrigter qq

Arnold Voltelen qqua.                                       Hermen Krull

                                                                                    Dit X is ’t merk door Berent Gerriets

                                                                                    zelf getrokken

Deze alhier geïnsereerde acte is na gedane collatie met zijn origineel accorderende bevonden.

Was getekend: Arnold Voltelen, Scholtus.

Pro vera copia copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1735

Op huiden dato ondergeschr. is na voorgaande twe sondagen gedane publicatien gehouden nootholtink praesent namens de hwgb. vrouw baronesse douairiere van Sytzama, vrouw van de Hofstede etc., in dezen als markenrigterse van Reeze, deszelfs soon de hwgb. gestr. heer baron van Sytzama, heer van Bellingweere, overste-luitenant etc., en ook als erfgenaam.

De hoogwelgeb. gestr. heer E.E.A. baron van Raasfeld, heer van Heemze, overste-luitenant etc., als erfgenaam en assessor, de Scholtus Arnold Voltelen qqua, assessor, de ed. Hermen Krull en Frederik Bloemers en eenige participanten van het Vrijlink en Sprijtlo0f.

Eerstelijk heeft de vrouw markenrigterze voornoemt aan de heeren erfgenamen gedaan rekeningen van de verkofte veenen, als eerst het veene verkogt op den 23 april 1723, waarij bolgende origineele gerigtelijke verkopinge is geblijkende de geheele verkopinge monteert na aftrek van de halve wijnkoop, de summa van f. 245-19-8

waartegens is aangetoond de uitgave monteerd volgens bijgaande quitatien als:

  1. vijf rekeningen en verschot van de pr. en nu scholtus Voltelen, specifice te zien, monteerende tesaamen de summa van f. 101-3
  2. een reken. van de weduwe Rustenberg, en quitantie ad f. 6-5
  3. een reken. en quitantie van wijlen secret. Krull ad f. 1-8
  4. een reken. en quitantie nog van wijlen secret. Krull ad f. 1-19
  5. een reken. van Alb. Derks en Jan Everts, en quitantie ad f. 4-
  6. een rekening en quitantie van wijlen secretaris Krull ad f. 4-10
  7. een reken. en quitantie van Hermen Sierink ad f. 4-18
  8. een reken. en quitantie van Herm Rustenberg ad f. 2-
  9. een reken. en quitantie van ds. Stolte ad f 68-14
  10. een reken. en quitantie van Herm Rustenberg ad f. 13-19
  11. een reken. en quitantie van Ber. Van Borne ad f. 13-15
  12. een reken. en quitantie van wijlen secr. Krull ad f. 14-11
  13. nog een reken. en quitantie van wijlen secr. Krull ad f. 9-12

Burgemeester Hend. Molkenbour als erfgenaam van wijlen de heer Scholtus Johan Molkenbour, verzoekende om betalinge van eenige rekeningen:

N.B.: en de heeren erfgenamen een contrarekeninge tegens dezelve zijn hebbende, meerder en grooter als die van zijn Ed. zoo is goed gevonden dat dezelve zullen moeten worden geëxamineert van de praesente heeren erfgenaamen, en daarvan een memorie of balans formeren, om dien na daarvan ter naaster bij eenkomste raport te doen om alzoo tot finale afdoeninge te koomen.

Aangaande het afspelen van de Vegte aan de Reezer Es, en aan den Reezer Mars is goedgevonden en verzogt de hoogwelgeb. gestr. Heer van Heemze, om hetzelve op de bequaamste maniere door de ingesetenen te laten doen maaken, van die van Reeze om alzoo het verder afspoelen aldaar te beletten, het welke bij zijn hoogwelgeb. gestr. is aangenoomen.

Wijders volgens vorige resolutien is goedgevonden dat in de Reezer Markte geen oorsteen zal moogen worden gebroken als met permissie van de hoogwelgeb. vrouwe markenrigterse op de boete van ses gulden.

Aangaande de sandstuijve in de Diffeler Markte blijft de resolutie dienaangaande op de laaste nootholting genoomen, geinhereert, en bij dezen gerepeteert, om die ten spoedigsten te keeren.

Verders is goedgevonden dat geene schaapen van den eersten april tot aan de herfst op den Reezer Mars sullen moogen weiden, bij boete van ieder schaap aldaar wordende gevonden, een schelling.

Als mede zullen op den Brink in Reese, geen plaggen mogen worden gemaait of zooden gestooken, nog gaaten of kuilen gegraven, bij de boete van ieder contraventeur een gulden, te verbeuren telker reis, als sulx komt te doen. Op de klagte van eenige differente over de lemiten, het Broekjen, Meente tussen de merkten van Heemze en Collendoorn, en die van Reeze is meede goed gevonden dat door die van Reeze eenige heeren mogten authoriseren om met heeren uit de Heemser en Collendoorner Markte meede te authoriseeren, om die differenten in der minne waar het mogelijk af te doen, waartoe de heeren erfgenaamen van Heemze en Collendoorn meede zullen worden verzogt op de nadere vergaderinge voor die markte alle praesent zijnde, alles ongeprejudiceert elk markte zijn hebbent regt.

Aldus geschiet op den Rustenberg, den 13 decemb. 1735.

P.W. van Sytzama                                                           E.E.A. van Raesfelt

Arnold Voltelen                                                            Frederik Bloemers

als verzogte voor mevrouw                                      H. Krull

Edinkhuijzen ad rapportandum                          dit is het X zelfs handig getogen merk

                                                                                    van Herm Janzen

dit is X het zelfs getogen                                                dit is XX het zelfs getogen merk van

merk van Berent Geertsen                                              Reinder Timmermans

Deze alhier geinsereerde acte is na gedaane collatie met zijn principaal accorderende bevonden.

Was getekend: Arnold Voltelen, Scholtus

Pro vera copia copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1739

Op huiden dato ondergeschreven, is na voorgaande twe sondagen gedaane publicatien gehouden nootholtink, praesent namens de hoogwelgeb. vrouwe baronesse douairiere van Sytzama, vrouw van de Hofstede etc., in dezen als markenrigterse van Reeze desselfs zoon de hoogwelgeb. gestrenge heer baron van Sytzama, major van een regement infantery etc., de heer rentmeester Stuirman weegens de provintie van het halve erve Rotgerink, de oud-bmr. Fred. Bloemers en de E. Derk Krul, eerstelijk ter vergaderinge gecommuniceert sijnde, copie van zeker request door de heeren erfgenamen van de bourschap Stegerden, an haar edele mog. Ridderschap en Steeden, op den 22 nov. 1738 gepresenteert, en daarop twee heeren uit het midden van haar Ed. Mog. verzogt, en gecommitteert zijnde, tot het afdoen en reguleren, van de marktenveenen van Arrieën, Stegeren en van Reeze etc. en de occulaire inspectieneminge van dezelve veenen aanstaande soomer apparent zal worden gedaan, waartoe an zijde van deze markte, wel jemand diende, en behoorde te worden geauthoriseert, om het waare intrest in dezen van deze markte, waar te nemen derselver stukken, schijnen en bewijsdommen, des nootzake zijnde, te produceren, en dezes markte in dezen goedhebbent regt aan te toonen, en verders te doen, en te laten, wat in dezen der saken noodruft sal komen te vereischen. Soo is na deliberatie goed gevonden en daartoe en tot waarneminge van het voorschr. bij dezen verzogt, en geauthoriseert de hoogwelgeb. gestr. heer overste-luitenant baron van Sytzama, heer van Bellingweer etc., met en nevens alsodane heeren erfgenamen van deze gemelde markte, welke de voorn. conferentien mede souden willen bijwoonen, en deze saaken alzoo tot meesten nutte van deze markte te reguleren en af te doen.

Alles onder de gewone clausulen van goedkeuring en schadelooshoudinge, en verband als na regte. Aldus geschiet binnen den Hardenberg, den 17 nov. 1739, en is deze alzo van ons beteikend.

Was geteekend:

F.D. van Sytzama

J.H. Stuirman ad referendum

F. Bloemers

Derk Krull

Onderstond:

Deze voorn. alhier geinsereerde acte is na gedane collatie met zijn principaal accorderende bevonden.

Was getekend: Arnold Voltelen, Scholtus, 1739

Pro vera copia copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1742

Naar wettige convocatie bij karkensprake van de hoogwelgeb. gestr. heer P.W. baron van Sijtzama, heer van Bellingweer etc. etc., als oudste der erfgenaamen van wijlen de hoogwelgeb. vrouw de baronnesse douairiere van Sytzama, geboren baronnesse Blankvoort etc. etc., in leven markenrigterse van Reeze, zijn op dato ondergeschr. binnen den Hardenberg op een holtsprake van Reeze erschenen:

De hoogwelgeb. gestr. heer van Bellingweer etc. voornoemt

De hoogwelgeb. heer R. van Langen namens de freule van den Pothof etc. etc.

De eerw. hr. A. Stolte, naamens de hoogwelgebor. gestr. heer F.D. baron van Sytzama, overste-luitenant etc. etc.

De weledele heer Stuurman als rentmeester van Sibculo en Albergen

De heer Harmen Krul

De koster van den Hardenberg

L. van de Marrienberg

Reinder Timmerman of Splijtlofs

Berent Geertsen

Harmen Schepers

en Hendrik Harmsen.

Eerstelijk heeft de hoogwelgeb. gestr. heer van Bellingweer desselfs consideratie, relaas en raport schriftelijk gedaan van desselfs commistie voor deeze markte over de gemoveerde questie door die van Stegerden volgens authorisatie van dato den 17 nov. 1739, welk schriftelijk raport alhier is geleezen en goed gevonden, dat dezelve bij de andere marktenpapieren tot noodige naasieninge zal worden bewaart, met en benevens die door zijn hoogwelgeb. gestr. nu op nieuws gemaakte caarte van dato in juli 1742, soo de veenen daar 1653, den 18 octob. aan de respective waaren zijn toegeslagen en verdeeld geweest en word de gemelde heer van Bellingweer bij dezen nog verzogt en geauthoriseert om aan haar Ed. Mog. de heeren gecommitteerdens van deze provincie gedaane propositie om deeze gemoveerde verschillen, in der minne af te doen, met alle schuldig respect te acmonstreeren, en te vertoonen, dat deeze markte dezelve niet als met haar grootste praejuditie zoude kunnen aanneemen, alzoo volgens de voorschr. caarte en vordere stukken en bewijsdommen, als meede de slagendelen en verdeelingen van deezer markten veeneslaagen, van dato den 18 octob. 1653 en seedert daarvan hebende tot nu toe genootene possestie en uitsaaijenge is geblijkende, met verzoek daarbij te mogen worden gemainteneert en verbleven, en verders deeze saake tot finale afdoeninge te bezorgen, en waar te neemen, word de hoogwelgeb. gestrenge heer van Bellingweer als nog verzogt en geauthoriseert als vooren.

Voorts getreeden zijnde tot het lezen van de laatst gehoudene holtsprake van dato den 4 decemb. 1722, met de daar naavolgende nootholdingen, en verdere blijken waarover geen andere consideratien sijn gevallen als goedkeuringe, blijvende alle oude marktenwetten voor dezen bij de erfgenaamen van Reeze genomen en niet veranderd in haar vigeur en kragt.

Tot markenrigter is gekoozen de hoogwelgeb. gestr. heer baron van Sytzama, heer van Bellingeweer, voor de tijd van vier jaaren, naa expiratie van welke tijd de heer markenrigter sijne reekeninge sal moeten doen en een convocatie van de heeren erfgenamen tot verkiezinge van een nieuwe markenrigter bezorgen. En worden tot assessooren van dezelve bij dezen aangesteld de hoogwelgeb. heer R. van Langen qqua en den weled. heer rentmeester Stuirman.

En zijn tot esschutters gekozen: H. Welink en H. Janzen.

En tot veldschutters: Herm Jacobs en Jan Heerspink.

En markenbediende aangesteld Hend. Arents. Aldus gearresteert binnen den Hardenberg, den 1 septemb. 1742, bij ons ondergeschreven.

Was geteikend:

P.W. van Sytzama                                               E.E.A. van Raesvelt

R. van Langen

J.H. Stuirman qqua

Ant. Stolte                                                       L. Marjenberg

Herm. Krull

Met ’t voorschreven                                       dit is X ’t merk van

komen mij in allen                                         Berent Geerts

deelen te conforme

ren en met deeze                                       dit is X ’t merk van

mijne onderteke                                            Herm. Schepers

ninge te bekragtigen

J. Tiassens, douairiere                                 dit is X ’t merk van

van Edinkhuizen                                          Reinder Timmermans

                                                                        dit is X ’t merk van Hendrik Harmsen

Accordeerd met de originele acte door de heeren erfgenamen zelfs getekent.

B.G. Kramer, secret.

Pro vera copia copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1754

Naa wettige convocatie bij den volgende sondagen gedane kerkenspraaken van de hoogwelgeb. gestr. heer P.W. baron van Sytzama, heer van Bellingeweer etc. etc. etc., in qualiteit als markenrigter van Reeze, zijn op dato ondergeschreven binnen den Hardenberg op een holtsprake van Reeze erschenen:

de hoogwelgeb. gestr. heer van Bellingeweer, als markenrigter voornoemt

de hoogwelgeb. gestr. heer J.A. baron van Sytzama, heer van Blankenhemert etc. etc., namens deszelfs heer broeder de hoogwelgeb. gestr. heer F.D. baron van Sytzama, overste etc. etc.

de hoogwelgeb. gestr. heer I.R. baron van Raesfelt, heer van Heemze etc. etc.

de hoogwelgeb. heer J.H. van Langen, namens de hoogwelgeb. freulin van den Pothof etc. etc.

de weleerw. heer Ant. Stolte bij absentie van de erfgenamen van wijlen de wed. Edinkhuizen

de weledele heer J.H. Stuurman, als rentmr. van Sibculo en Albergen

de secret. B.G. Kramer, namens zijn suster weegens het erve Raatmink

de burgemr. D.J. Rustenberg

Gerrit Beerents, weegens Splijtlofs

Dirk Beerents, weegens Vrijlings

Eerstelijk heeft de hoogwelgeb. gestr. heer van Bellingeweer als markenrigter geproponeert en voorgedraagen de naavolgende willekeuren en articulen voor de markte van Reeze, dewelke door de voornd. heeren erfgenaemen zijn voor goed gekeurt en geapprobeert omstiptelijk nagekoomen te worden, luidende als volgt:

  1. De waterleidingen eenmaal ’s jaars door de ingesetenen te doen opmaaken naa voorgaande kerkenspraake ende waterleidinge lopende tusschend e markte van Reeze en Diffelen, soo verre te erlangen en uit te graaven dat het zelve water loopt door de Zwolse Haare en zig aldaar verspreid. En de weegen tweemaal ’s jaars, als eens in ’t voorjaar en eens in ’t najaar te slegten, en daar het nodig is met aarde op te vaaren, zulx naa afboodinge of aansegginge, het eene of andere bij de nalatigen of wegblijvende op een boete van een daalder.
  2. De heer markenrigter word verzogt de allerbequaamste middelen aan te wenden tot dempinge der landstuiven, waartoe op bevel van den heer markenrigter de ingeseetenen die paarden en waagen houden, daarmede zullen ten dienste weezen en die geene hebben, met schuppen, plaggenzigten, greepen etc. zullen moeten helpen, soo dikwijlen den heer markenrigter nodig oordeeld, de wegblijvende (naa afbodinge ofte aanzegginge) te boeten ieder persoon telkens op vijfentwintig stuijvers.
  3. In Reeze, op den Brink, zal een schutschot ten laste der markte worden gezet, daartoe de heer markenrigter de nodige ordres wil gelieven te geven.
  4. Dat geenerhande vee, in de Belten nog in de Sandstuijven, mag worden gedreeven, nog gaan weiden, bij de boete van ieder paard en ieder rundbeest telkens ses stuijvers, en ieder schaap twee stuijvers, te worden gebreukt, welke breuke den eigenaar van het vee zal moeten betalen; de schutmeesters in der tijd moeten hier op naauw agt geven en schutten het vee dat aldaar vinden, en voort daarnaa aan den heer markenrigter daarvan rapport doen; ook zal geen hout, geen loof, geen zandhaaver, geen plaggen etc. uit de Zantbelten of bij de stuijven worden weggehaald, bij de boete telkens van een daalder; ingevalle de schutmeesters van ’t een of ander in gebreeken quamen te blijven ofte iets door de vingers te zien, en zulx haar beweezen wordende, alsdan zullen de schutters die boeten zelfs betalen.
  5. Alle jaaren op den eersten maandag in maij zullen ter praesentie van de heer markenrigter de gewaarde boeren onder haar looten welke twee voor dat jaar esch- en duinschutters, en wat voor twee dat lopende jaar veldschutters zullen moeten weezen.
  6. Den markendienaar meot continueeren tot dat een nieuwe markenrigter word verkoren en aangesteld, daarvoor genietende bij ’t afgaan sijner bedieninge een vereering, naa goedvinden der heeren erfgenamen.
  7. Dat geen vee in den Esch zal moogen gedreven worden, voordat alle de zaaden van ’t land zijn, zelfs zal niemand eerder aldaar geen vee brengen op zijn eigen gebruiket land bij de boete van voor ieder paard of rundbeest telkens ses stuijvers, en ieder schaap twee stuivers boven vergoedinge van gedaane schade, waarop de Eschschutters zullen moeten passen, bij peene als in art. 4 is gemeld.
  8. Ook moogen geen schaapen op de rogge lopen weijden naa den vijftiende maart, op boete en peene als booven.
  9. Dat geen paarden, beesten, nog schapen in ’t hooijland mogen worden gebragt, naa den 20 april en voor dat het hooij uit de landen zal zijn, bij de boete van een daalder de eerste en dubbeld de twede maal.
  10. De eschvree, en de tuijnen om de zandbelten moeten zodanig worden onderhouden dat tweemalen in ’t jaar de schouwe van markenrigter en beide esschutters kan voldoen, bij peene van een daalder telkens bij de nalatige te verbeuren.
  11. Geen enter, nog oud veulen, mag bij de wagen loslopen, zoo lange het koorn op het veld staat, bij verbeurte van een daalder.
  12. Geen plaggen of zoden te steeken of te maaijen op den Reezer Mars, nog op de Meente, binnen de campen, en immers ook niet op den Brink in Reeze, ook geene gaaten of kuilen te graven, bij de boete van telkens te verbeuren twee carolyguldens.
  13. Geen oorsteenen te breeken op den Rezermars, als met consent en permissie van de hr. markenrigter, bij de boete van een ton dikbier, en de gebrookene steen wederom te moeten brengen daar ze gebroken is.
  14. Geen varkens moogen op de marsch komen, ongekrampt, of een boete van telkens twe stuivers ’t stuk, te verbeuren.
  15. Geen schapen op de mars te weiden, van den eersten april tot op den herfst, bij peene van ses stuivers ’t stuk.
  16. Op markte geen meerder turf te moogen steken als voor eigen provisie nodig is, en die bevonde word meerder te hebben gestooken om te verkoopen, valt in de boete van drie carolyguldens voor ieder voer turf en de turf zal in de markte moeten worden gegraven op zodanigen veld, als de hr. makrenrigter aanwijst, op gelijke boete.
  17. Dat de heer markenrigter word verzogt de afspelingen der Vegte aan de Reezermarsch door de ingesetenen van Reeze, met behulp van een bequaam persoon, tot het leggen van kribben, soo spoedig en zoo veel te stuiten en te beletten als doenlijk is.
  18. De heer markenrigter aan te stellen voor een tijd van vier aaneenvolgende jaaren, naa expiratie zal dezelve een convocatie der heren erfgenamen tot verkiezinge van een nieuw markenrigter moeten bezorgen, en als dan reekeninge moeten doen, bij verweigeringe zullen de heeren assessooren de heeren erfgenamen mogen te zaamen roepen.

Voorts is door de heer markenrigter aan de heeren erfgenamen gepraesenteert zijn hoogwelgeb. reekening met die daartoe specteerende quitantien ten laste van de markte van Reeze.

Alsmede de reekeningen soo ten voordeele, als ten naadeele van de markte van Reeze, rakende de erfgenamen van wijlen de scholtus Johan Molkenbour.

Voorts aan de heeren erfgen. voorgedragen dat de makrte voor haar quot moet contribueeren en spoedig gelieve zorge te dragen de betalinge tot de reparatien aan de kostershuis, en wat schulden zig meer mogten opdoen ten laste van de markte.

Gevende aan de heeren erfgen. in consideratie of niet willen gelieven goed te vinden dat uit den haaren twee erfgen. mogen worden benoemd om in Reezer Markte ten overstaan van de heer markenrigter, zoo veel veenen uit te zien, te laaten meeten en verkoopen, tot uitzaaijens toe als nodig zal worden bevonden tot voldoening van alle de liquide markenschulden.

Wijders legt de heer markenrigter zijn markenrigtersplaats neer, verzoekende de heren erfgenamen om te treeden tot de verkiezinge van een nieuwe markenrigter.

Hierop getreden zijnde tot de verkiezinge van een nieuwe markenrigter is met eenparigheid van stemmen daartoe verkoren den hoogwelgeb. gestr. heer I.R. baron van Raesfelt, heer van Heemze etc. etc., tot ten uitzien van veenen ter verkopinge tot uitzaaijens toe, ter betalinge van de marktenschulden, en het nazien der reekeningen ten laste van de markte word tevens den heer markenrigter gecommitteert, en verzogt de hoogwelgeb. gestr. heer van Bellingeweer, nevens de heer secretaris B.G. Kramer.

De heeren erfgen. leggen den marktendienaar Hend. Arents voor sijne lange gedane diensten geduurende den tijd van drie en twintig jaaren eene vereeringe toe sonder consequentie uit de markte te betalen ad vijfentwintig carolyguldens.

Tot assessooren worden aangesteld de hoogwelgeb. gestr. heere van Bellingeweer en burgemr. D.J. Rustenberg.

Tot Esch-, belt- en stuijveschutters zijn aangesteld Gerrit Beerents en Derk Beerents. En tot veldschutters Evert Otten en Jan Dirks op het Reezerveen.

En blijft de markendienaar Hend. Arents continueeren. Voor het overige zullen de hiervoren gemelde heeren gecommitteerden op eene door den heer markenrigter uitgeschreevene erfgen. vergaaderinge en in ’t laatst der maand meij des aanstaande jaars 1700 vijf en vijftig rapport doen van hunne verrigtingen.

Aldus gedaan binnen den Hardenberg op den 26 august. 1754, bij ons ondergeschreven, naa dat het markenboek en daarbij gehorende stukken door den afgaande heer markenrigter aan den nieuws gekoozen heer markenrigter zijn overgegeven.

Was getekend:

P.W. van Sytzama                                               J.A. van Sytzam qqua

I.R. van Raesfelt

J.H. van Langen

A. Stolte

J.H. Stuurman qqua

B.G. Kramer qqua

D.J. Rustenberg

Gerrit Berents

Dit is het eigen X handig getrokken merk van Derk Beerents.

Was getekend: J. v. Riemsdijk.

Onderstond: Accordeerd met de originele acte door de heeren erfgenamen self geteekend.

Was getekend:

B.G. Kramer, secret.

Pro vera copia copiae: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1756

Naa voorgaande convocatie bij twe zondagen gedane publicatien van den hoogwelgeb. gestr. heer I.R. baron van Raesfelt, heer van Heemze en Alerdink etc. etc. etc., in qualiteit als markenrigter van Reeze, zijn op dato ondergeschreven binnen den Hardenberg op een holtsprake van Reeze erscheenen:

De hoogwelgeb. gestr. heer van Heemze als markenrigter voornoemd.

De weleerw. heer Ant. Stolte, predicant te Heemze, namens de ergen. van wijlen mevr. Edinkhuizen.

De secret. B.G. Cramer namens zijn suster, weegens het erve Raatmink.

De oud burgermr. D.J. Rustenberg

Gerrit Beerents

en Derk Beerents.

Op welke vergaderinge den heer marktenrigter heeft gedaan rekeninge van de cooppenn. van twee en twintig vene akkeren, gelegen bij den plas tusschen de Haare en de Venehuizen, voor de tijd van agt of tien jaaren om met boekweijte uit te zaaijen verkogt of verpagtet, in dato den 27 novemb. 1700 vier en vijftig door het Scholtengerigte alhier. Eerstelijk heeft den heer markenrigter aangetoond dat volgens de conditien en voorwaarden die veenen hebben opgebragt de somma van eenhonderd vier en negentig guldens en negen stuijvers.

Waargegens uitgegeven, so volgens quitantien is te sien als volgt:

Aan Ds. Stolte, f. 15-

Jan Bron, glazemaker, f. 3-3-8

nog dezelve, f. 16-3-

Pieter Voskuil, f. 5-17-8

Evert Bruins, f. 4-13-

Hend. Geerts, f. 34-7-

Lucas Oldeman, f. 49-5-

Hendrik Velsink, f. 12-7-8

Hend. Arents, f. 5-

Secret. B.G. Cramer, f. 37-8-

Willem Dries Smit, f. 20-

Evert Janzen, f. 2-

voor dannenzaad tot de stuijve, f. 3-

de coster te Hardenberg voor publiseren der kerkensprake, tot deze vergaderinge, f. 0-4

De uitgave van den heer marktenrigter bedraagd soe hier voren is te sien de somme van f. 208-8-8

En door den heer marktenrigter ontfangen soo mede voren is te sien de somme van f. 194-9-

Zoodat in zo verre door den heer marktenrigter meerder is uitgegeven als ontfangen de somma van dertien guldens, negentien stuijvers en agt penningen.

Aldus gedaan binnen den Hardenberg op den 13 decemb. 1700 ses en vijftig.

Was getekend:

I.R. van Raesfelt

Ant. Stolte

B.G. Cramer

D.J. Rustenberg

Gerrijt Barent

Dit is X het eigenhandig getogen merk van Derk Berents, ’t welk attestere.

J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus

Onderstond:

Accordeerd met de originele acte, die door de heeren erfgenamen selfs getekend is.

Was getekend, J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus

Pro vera copia copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1762

Naa voorgaande wettige convocatie bij twee zondagen gedane publicatien van den heer baron van Raesfelt, heer van Heemze, als marktenrigter van Reeze, de goedheeren en erfgenamen van Reeze vergaderd sijnde, specialijk over de differenten van die van Bergentheim tegens die van Reeze weegens het continuele schutten der paarden, zoo de ingesetenen van Bergentheim dagelijks ondernemen op haar weideland den Hexum genaamd, welke Reezer paarden van den Reezermarsch door de Vegte op ’t gemelde land van Bergentheim loopen.

Is na voorgaande deliberatie goedgevonden de heer van Heemze neffens de heer van Langen en burgermr. D.J. Rustenberg te verzoeken en te authoriseeren om ten spoedigsten de quaestieuse plaatzen en vredinge in ogenschijn te nemen en die zaaken naukeurig te onderzoeken, gelijk mede om daar naa over het punct in quaestie van twee of drie gerenomeerde advocaten advisen in te neemen. En eindelijk om met de erfgenamen van Bergentheim in conferentie te treeden om te sien of het verschil over voorn. schutting en in der minne niet sou kunnen worden bijgelegt welk een en ander gedaan sijnde, sal den heer marktenrigter een nieuwe convocatie gelieven te doen, om alsdan aan de heeren erfgenamen raport te doen.

Aldus gedaan binnen den Herdenb., op den 22 junij 1762.

Was getekend:

J.A. van Sytzama                                   I.R. van Raesfelt

A. Stolte qqua                                      D.J. Rustenberg

J.H. van Langen qqua namens de hr. burgemeester B. van Marle

Gerrit Beerents                         J. v. Riemsdijk

Jan Lubberts                                        Evert Wessels

Herm. Hendriks

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1763

Naa voorgaande wettige convocatie bij twe zondagen gedaane publicatien van den heer baron van Raesfelt, heer van Heemze als markenrigter van Reeze, de goedsheeren en erfgenaamen van Reeze vergadert zijnde, specialijk nog over de differenten van die van Bergentheim tegens die van Reeze, zoo is naa voorgaande deliberatie goedgevonden deeze zaak commissoriael te maaken, en daartoe als commissarissen te verzoeken en aan te stellen den hoogwelgeb. gestr. heer van Heemze en de secretaris B.G. Cramer, ten einde over deeze zaake met commissarissen van Bergentheim te aboucheeren, en indien mogelijk in der minne te vinden en wijders ten spoedigsten de de goedheid gelieven te hebben om aan den heer markenrigter van Bergentheim of des zelfs gequalificeerde per missive hiervan kennis te geven, en te verzoeken dat die van Bergentheim van haare kant meede commissarissen daartoe gelieven te nomineren, en dat de quaestieuze zaak ter wederzijds provisioneel mag blijven gestateert en onvervolgt buiten praejuditie van beide de partijen.

Wordende wijders de beide heeren commissarissen verzogt van hunne gedane commissie als door aan de goedsheeren en erfgenamen op de eerstkomende vergadering verslag te doen.

Zijn nog door de heer markenrigter in de vergadering voorgebragt en geproduceert twee reekeningen van onkosten en advijs penn. Weegens het gedaan schutten door die van Bergentheim veroorzaakt, te samen voor de halfscheid bedragende f. 11-10, soo is daarop geresolveert en verstaan dat de heer markenrigter word verzogt deeze uitgeschooten penningen aan de meijerlieden van Reeze onder behoorlijke quitantie te restitueeren waarop deze vergadering is gescheijden.

Actum Hardenberg den 19 april 1763.

Was getekend:

J.A. van Sytzama                                   I.R. van Raesfelt

J.H. van Langen qqua                            D.J. Rustenberg

Evert Wessels                                      Gerrit Beerents

Jan Lubberts                                        Herm Hendrijks

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


Naa voorgaande wettige convocatie bij twee zondagen gedaane publicatien van den heer baron van Raesfelt, heer van Heemze, als markenrigter van Reeze, de goedheeren en erfgenamen van Reeze vergadert sijnde specialijk over de differenten van die van Bergentheim teegens die van Reeze, weegens het continuele schutten der paarden, soo de ingesetenen van Bargentheim dagelijks ondernemen op haar koeweiden, welke Rezer paarden van den Rezer Marsch door de Vegte op den gem. koeweiden van Bargentheim loopen.

Is na voorgaande deliberatie door de aanwesende en ondergeschr. heeren erfgenaamen goed gevonden en beslooten, gelijkse goedvinden en besluiten in volgende maniere.

Dat den hoogwelgeb. gestr. heer baron van Raesfelt als markenrigter van Reeze, gelijk ook de secretaris B.G. Cramer als gecommitteerde van Reeze, mits dezen speciael geauthoriseerd worden, omme een advocaat en procur. te adsumeren ten einde, soo wel offendendo als defendendo, advocando a procurando de gesamentlijke heeren en erfgenamen van Reeze te beidenen, en derzelver interest en belangens tegens die van Bergentheim waar te nemen, soo wel voor het hoogadelijk landdrostengerigte van Zalland, als voor de nedergerigten alwaar sulx te passe soude kunnen en moogen koomen, alles onder belofte van ratihabitie, en verder verband als na regte.

Verders is den heer markenrigter op heden verzogt en geauthoriseert om de huilieden van Reeze, jeder gelijk ook de keuters, een kuijl aan te wijzen om aldaar de turf te steeken en te maken, ook de oude kuijlen te doen slegten en lijkt te maaken.

Eindelijk is ook besloten den heer markenrigter en de voorschr. gecommitteerde te indemniseren, soo wel ten aanzien van de kosten, bereeds aangewend, als nog aan te wenden, mits van alles quitantien te produceren. Aldus geresolveert en beslooten. Actum binnen den Hardenberg, den 28 juni 1763.

Was getekend:

J.A. van Sytzam                                     D.J. Rustenberg

I.R. van Raesfelt                                                Jan Lubberts

J.H. van Langen qqua                                        Gerrit Beerents

B.G. Cramer qqua                                        Dit is ‘t eigen X getrokken handmerk van

                                                                        Hend. Timmerman

Ds. Stolte qq protesteert wel om een procedure tegens die van Bergentheim te antameren, maar conformeert zig met de andere geresolveerde saaken.

Pro vera copia:

J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1764

Na voorgaande convocatie bij twee zondagen gedane publicatien van de hoogwelgeb. gestr. heer I.R. baron van Raesfelt, heer van Heemze, in qualiteit als markenrigter van Reeze, de goedsheeren en erfgenamen van Reeze vergaderd sijnde.

Ten einde om te sien doen de rekeninge van den heer markenrigter, weegens deszelfs ontfangst en uitgave van voorn. markte, en verders te treden tot de verkiezinge van een nieuwe markenrigter.

Zoo heeft de heer markenrigter voor eerst aangetoond dat deszelfs ontfangst bestaat in de ontfangene kooppenn. Van vierensesitg veeneakkers, gelegen bij den Langenplasch, op den 21 august 1755 ten overstaan van het Scholtengerigte verkogt om met boekweite uit te zaaijen voor den tijd van agt of tien jaaren. En welke penn. door den heer markenrigter zijn ontfangen op den 1 juli 1756, bedragende een somma van f. 455-16

hiertegens voor de markte uitgegeven, als volgd:

1756, d. 13 decemb. bleek bij afreekening van de voorige ontfangst en uitgave dat meerder was uitgegeven als ontfangen f. 13-19-8

1757, d. 26 septemb. an de wed. van Hend. Geerts, voor arbeijdsloon an ’t costershuijs verdiend f. 4-8

1758, d. 27 april aan Lucas Menzink voor materialen an ’t costershuijs f. 72-17-8, aan dr. Metelerkamp tot suppletie zijner rekeninge weegens geleverde materialen tot het kostershuis, f. 18-8

1760, d. 14 januar voor onkosten wegens de beroepinge van de heer W. Stolte tot predicant van Heemze, f. 25-8, in maart aan een arbeider voor ’t trekken van jonge barken, om in de zandstuijven te pooten, f. 0-8

1761, in de zoomer, in verscheijden reijzen betaald voor onkosten van borgstellingen, bij ’t lossen der paarden door die van Bergentheim geschut, f. 20-2

1763, d. 23 febr., an de heer L.A. Sloet gerestitueerd advijs penn. aan de adv. Poel, f. 6-6, d. 28 april aan Gerrit Beerents gerestitueerd weegens onkosten van schutten, f. 12-18, d. 30 maij en verscheiden volgende keeren in dat zoomer aan diverse boeren gerestitueerd voor onkosten weegens schuttingen van paarden, door die van Bergentheim, f. 21-, d. 24 aug. aan de verw. Scholtus Riemsdijk voor gerigtsjura f. 3-4, d. 27 dito voor copie geld van drie sententien, wegens het schutten tusschen Ane en Lutten gepronuntieerd, welke gerequireerd wierden door de advocaat van Reeze, weegens de saak met Bergentheim, f. 3-, d. 22 sept. voor jura insinuationis der rekeningen van het proces voor ’t drostengerigte gevoerd aan die van Bergentheim, geinsinueerd f. 1-4

1764, in maij, aan Harm Hendriks op ’t Willems gerestitueerd de jura van een borgstellinge voor geschutte paarden, f. 2-, in august. nog gerestitueerd wegens onkosten van schutten van Rezer paarden door die van Bergentheim, f. 2-6, aan den coster tot Hardenberg voor ’t aflezen der kerkensprake tot dese vergaderinge, f. 0-4

Nog in de jaare 1756 en 1758 in de Reezer zandstuijve van geleverd 26 wagens vol rijzen, waar voor heden aan de heeren erfgen. bedongen f. 15-

Voor het markenrigterssalaris sederd den 26 aug. 1754 tot in aug. 1764, dus tien jaren a 5 guldens ’t jaars, is f. 50-

Hier bij komt een rekeninge van wijlen de heer P.W. van Sytzama, heer van Bellingeweer, als gewezen markenrigter, weegens verschooten penningen etc. die op den 26 aug. 1754 aan de heeren erfgen. ook al is gepreasenteerd geworden, bedragende….

(buijten eenige uitgetrokken posten wegens reijskosten etc. die bij dezen onafgedaan blijven, en waarover nader bij occatie zal worden gedelibereert, een somme van f. 133-17-12

komt van hiervoren f. 217-11-8

nog f. 70-

dus tezamen uitgegeven f. 486-13-4

hiertegens bedraagd den ontfangst gelijk vooren is te sien f. 455-16

zoo dat meerder is uitgegeven als ontfangen f. 30-17-4

Welke dertig guldens, seventien stuijvers en vier penningen aan den heer markenrigter ten spoedigsten zullen worden gerestitueerd. Zijnde dus deze ontfangst en uitgave in zo verre geliquideerd en vereffend.

Verders is door de heeren erfgenamen, den heer markenrigter verzogt om het markenrigtersampt van de bourschap Reeze nog een jaar te willen bekleden en waarnemen, hetgeen door zijn hoogwelgeb. gestr. is aangenoomen.

Wijders word den heer markenrigter en de secret. Kramer verzogt ten spoedigsten te willen bezorgen dat de waterleijdingen door deze markte lopende, en in specie die geene welke bij de veenestuijven gelegen is, behoorlijk worden opgemaakt. Gelijk mede te bezorgen dat de zandstuijven met zoden of plaggen worden belegt. Aldus gedaan en geresolveert binnen den Hardenberg, op den 16 august 1700 vier en sestig.

Was getekend:

L.A. Sloet                                                        I.R. van Raesfelt

                                                                        D.J. Rustenberg

B.G. Kramer                                                    Gerrit Beerents, mede voor Evert Wessels

                                                                        Jan Lubberts

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus


1765

Naa voorgaande convocatie bij twe sondagen gedaane publicatien van de hoogwelgeb. gestrenge heer I.R. baron van Raesfelt, heer van Heemze, als markenrigter van Reeze, de erfgenamen vergaderd zijn.

Volgens resolutie van de hoogwelgeb. gestr. heer baron van Sloet, drost van Zalland, om steenen duijkers te leggen op de weg van de Haare, zoo zijn daartoe gecommitteerd D.J. Rustenberg en B.G. Kramer en Jan Heersmink, om met de erfgenamen van Heemze een duijker te leggen, dewijl het water van Heemze en Reeze daar door moet loopen, dog ongepraejudicieerd jeder markte zijn regt, wegens het leggen van dezen duijker de bovengemelde committeerden worden wijders gecommitteerd, neffens de heer marktenrigter, om veenen uit te zien, om dezelve te verkoopen tot uitzaaijen met boekweijte en dan wederom ten voordeel van de markte te blijven liggen. Wijders zal bij de naaste vergaderinge na gezien worden, wien dat ongewaart in de merkte is, om dezelve dan door de heeren erfgenamen te konnen op sittelgeld stellen, ten voordeele van de markte.

Actum Hardenberg den 26 juni 1765

Was getekend:

I.R. van Raesfelt                                                            B.G. Kramer qqua

D.J. Rustenberg                   Jan Lubberts                      Gerrit Berents                        Herm Hendriks

Dit is X het merk van Jan Heersmink, selfs                 Dit is het X merk van

getogen in mijn presentie                                              Hendrik Timmerman selfs getogen

                                                                                    Evert Wessels

Pro vera copia: J. v. Riemsdijk, verw. Scholtus