Zwolse Regesten, Regest 0379
1393-11-23
In 't jaer ons heren dusent dreehondert dree ende neghentich op sante Clemensdach.
Herman van Randenrade, ridder, ambtman van Zalland, verklaart in aanwezigheid van Henric van Haersolte, Herman van Haersolt, zijn broer, en van Conradus van der Luere als gerichtslieden, dat Jacob van Tyver Hermanszone aan Ghese Grymmen, zijn vrouw, de grove en smalle tiend geschonken heeft van het goed, Oestmanning genaamd, dat in de buurschap en het kerspel Hemese (Heemse) gelegen is, benevens zijn aandeel in een jaarrente van 4 mud rogge, gaande uit het erve, den Nyenhuys genaamd, dat te Eryen (Arriā€°n) gelegen is.
(De uithangende zegels van Herman van Randenrode, ambtman van Salland, en van Jacob van den Tyver zijn vrijwel geheel afgevallen)