Zwolse Regesten, Toeg. 700, Regest 0485
1397-05-31
In 't jaer ons heren dusent driehondert soven ende tnegentich des lesten dages in meye.
Frederick (van Blankenheim), bisschop van Utrecht, verklaart, dat, nu het huis en de burcht van Covorde en het land van Drenthe, die lange tijd door toedoen van Reynalt van Coevorde, die ze in bezit had, van het Sticht vervreemd geweest zijn, daar weer mee verenigd zijn na veel kosten, inspanning, een grote, zware oorlog en een vergelijk, dat door de hertog van Gelre en Gulich, tevens graaf van Zutphen, tot stand gebracht is, waarbij aan Reynolt van Coevorde 15.000 oude schilden, binnen vijf jaar te betalen, toegezegd is, de drie hoofdsteden van Zalland, te weten Deventer, Campen en Zwolle beloofd hebben dit bedrag binnen de gestelde termijn te zullen betalen, opdat geen andere sloten van het Sticht daarvoor verpand behoeven te worden, waarvoor hij hun het volgende toegezegd heeft:
1. de drie steden zullen, nadat hij daartoe toestemming gevraagd heeft aan ridders, knapen, steden en goede lieden van Zallant, Vollenhoe en Twente, in deze drie landen gedurende de eerstkomende vijf jaren de bede en schatting mogen heffen en, wanneer dit ontoereikend zou blijken te zijn, zich schadeloos mogen stellen met alle bisschoppelijke inkomsten aldaar;
2. hij zal zijn ambtslieden en kasteleins van Vollenhoe, Coevorden, Arkensteyn en Hardenberch bij ede laten zweren, dat zij na zijn overlijden of overplaatsing geen andere bisschop zullen erkennen dan nadat deze de drie steden eerst de genoemde 15.000 oude schilden terugbetaald zal hebben.