Zwolse Regesten, Toeg. 700, Regest 0623
1402-08-05
Te Deventer in den jaer ons heren dusent vierhondert ende twe des zaterdaghes na sente Petersdach ad vincula.
Frederic van Blanckenhem, bisschop van Utrecht, verklaart, dat hij zelf ondervonden heeft, wat reeds dikwijls door de steden en het land van Zalland gezegd is, namelijk, dat de weg tussen Ane in het kerspel van Hardenberghe aan de ene kant en Coeverde aan de andere kant vaak zo vol diepe plassen en slecht blijkt te zijn, dat niemand er zonder levensgevaar te paard of te voet over kan gaan, zodat hij daarom ten behoeve van de inwoners van het Sticht en van de kooplieden een betere weg tussen Ane en Coeverden aan wil leggen, waar men zowel 's zomers als 's winters te paard en te voet of met beesten gebruik van zal kunnen maken, maar, aangezien, dit met veel kosten gepaard zal gaan omdat men door een groot stuk veengebied zal moeten gaan, is hij met de drie hoofdsteden van Zallant, te weten Deventer, Campen en Zwolle, overeengekomen, dat zij hem daarbij financieel zullen helpen, op voorwaarde, dat alle gebruikers vab deze weg, behalve de burgers van Deventer, Campen en Zwolle en hun goederen, ten behoeve van het onderhoud van deze weg onderworpen zullen zijn aan een weggeld, dat even hoog zal zijn als het weggeld, dat men te Gramsberghe van de kooplieden pleegt te heffen.