Zwolse Regesten, Regest 0715
1405-10-31
In 't iaer ons heren MIIIIC ende vive op alre Godes Hilgenavont.
Frederic (van Blankenheim), bisschop van Utr(echt), verklaart het volgende:
1. hij is dit jaar veel in Zalland geweest en met name in Deventer, Zwolle en Hardenbergh, waarbij Gherbert ten Bussche, rentmeester van Zalland, alle onkosten betaald heeft;
2. hij heeft veel onkosten gehad ten gevolge van de oorlog tegen de stad Groningen en de heer van Arkel ter bescherming van het grondgebied van het Sticht, terwijl de bisschop nu betrokken is bij het beleg van Eversteyn;
3. de drie hoofdsteden van Zalland, te weten Deventer, Campen en Zwolle, hebben nog een vordering op Gherbert ten Bussche als rentmeester van Zalland wegens de hen nog toekomende 15.000 oude schilden, die zij ten behoeve van het Sticht aan Reynolt van Koverde betaald hebben,
zodat de bisschop de drie steden verzoekt toe te willen staan dat Gherbert ten Bussche nu een jaar lang de inkomsten uit Zalland zelf mag houden ter delging van hetgeen hij vergeschoten heeft, en voorts 2000 oude schilden in het daaropvolgendejaar, hetgeen de drie steden toestaan, terwijl zij bovendien het volgende beloven:
1. Gherbert ten Bussche zal, wanneer de bisschop binnen deze twee jaar mocht overlijden of overgeplaatst mocht worden, in zijn rentambt van Zalland gehandhaaft blijven;
2. de drie steden zullen geen nieuwe landsheer erkennen of in hun steden toelaten dan nadat deze akte uitgevaardigd zal hebben van dezelfde strekking als deze akte, mits bij dit alles de akten ten behoeve van de drie steden overigens van kracht blijven.