Huisarchief De Berg II, Toeg. 0215.1.2, inv.nr. 2191 (was 450, 11a)
1431-10-08
maandags na St. Remigiusdag
Leenrecht proceduwe tegen Henric van Gramsbergen wegens het leen der Heerlijkheid en het gericht van Emlichheim of Emmelenkamp ten overstaan van den leenrichter der graafschap Bentheim Symon van Dedem (voor Jonker Everwijns Graaf van Bentheim) zitting op de Oldehove te Scuttorpe. Hinrich verscheen met zijn vrienden Reyner van der Ruer, Johan van Graeffstorp, Campherbeeck, Harder Stael, Remmert Wennemers, Johan Francke, Reyger, Henric van Zeelwart, Johan van Lande en Gerdt den Vromen.
De jonker beschuldigde Hendrik van het verpachten van Empninchem en het graven van grachten
Hendrik was niet in het land en zijn knecht Johan Francke kwam ongeoorloogd in het gericht en had bij zich staal en ijzer, en had een kruis in zijn hand van twen stokken gemaakt
Gherlach van Wullen is ook een leenman van de jonker
keurnoten waren Frederik van Beveren en Bernd van Brantlicht
Frederick van Senden, Hinric Valke, Bernd van Oyr, Hr. Johan Biscoping, bmr. van Munster, Egbert van Langen, Gherlach van Wullen, Dyderich van Heeck, Evert van Elen, Bernd van Wullen, Herman Kule, Koep van Godelinchem, Johan Voet, Roloff Voet, Wolter van Munster, Bernd van Ossendorp?, Wessel van der Kemenaden, Rembert van Lasterhusen en meer beleende mannen van mij lieve Junckern - met twee getekende zegels