Zwolse Regesten, Regest 2884
1476-02-14
In t jaer ons heren dusent vyerhondert ende sess ende tseventich op sunte Valentijnsdach des heiligen martelers.
Hubert Kauwenberch, richter te Hardenberch, verklaart in aanwezigheid van Willem Blanckevoert en Derck ter Poerten als gerichtslieden, dat Egbert (Dercks), Volker (Dercks), Ghert (Dercks), Johan (Dercks) en Willem (Dercks), broers, en Aleyt (Dercks), Katherine (Dercks), Barbare (Dercks) en Ghese (Dercks), zusters, kinderen van Derck Volkerssoen en wijlen Oedele, zijn vrouw, aan de zusters en de vergadering van het huis van sunte Agathe, gewoonlijk het Wytenhuus genaamd, dat buiten de Voirsterporten bij Zwolle gelegen is, de volgende akten, waarin sprake is van jaarrenten, die hun ouders gekocht hebben, overgedragen hebben:
1. een akte, waarin sprake is van een jaarrente van 5 mud rogge, gaande uit het kerkegoed van Hardenberch, die voorzien is van het zegel van de richter en de schepenen;
2. eenakte, waarin sprake is van een jaarrente van 3 mud rogge, gaande uit het land van Egbert Rijkeman en Hille, zijn vrouw, die voorzien is van het zegel van de richter;
3. een akte, waarin sprake is van een jaarrente van een mud rogge, gaande uit het land van Egbert Rijkeman en Hille, zijn vrouw, die voorzien is van het zegel van de richter; * 4. een akte, waarin sprake is van een stuk land van Gherddie smyt en Lubbe, zijn vrouw, die voorzien is van het zegel van de richter.