Leemgraven Archief, Toeg. 402, regest 05
1549-04-01
Roloff Sconecamp als leenheer oorkondt, dat een "komenscup" (koopmanschap) is geschied in dier voege, dat Agnesa weduwe van Egbert van Rechteren schout ter Heyne met de gebroeders Henrick van Rechteren heer van Almelo, Zeyger van Rechteren en Johan van Rechteren als voogden der minderjarige kinderen van Agnesa, heeft verkocht aan Geerdt Bertering te Zwolle ten behoeve van wijlen Johan ten Leemgraven en diens vrouw Aleidt, de twee delen van de tienden grof en smal van dess Vosses goed Remmering en den Leemgraven, waarna wijlen 's oorkonders vader Johan Sconecamp met goedvinden van zijn vrouw het derde deel heeft verkocht; dat nu voor Roloff Sconecamp als leenheer zijn verschenen de weduwe Van Rechteren voornoemd met haar broer Hermen ter Kemmenade als momber en tevens gemachtigde van de voogden voornoemd, die van de twee delen der tienden opdracht hebben gedaan aan de leenheer, die in aanwezigheid van de Utrechtse leenmannen Otto van Vylsteren en Lubbert Blanckvordt heeft beleend Henrick van Vylsteren ten behoeve van Aleit weduwe ten Leemgraven (aangezien Aleit niet "gelodet".is en daarom Henrick van Vylsteren (in haar plaats) had gesteld) met alle drie delen der tienden.
1549 maendages na Letare.