Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel

deel III, blz. 55 en 56, no. 8.
1437-09-22


1437. St. Mauricius dag ende sijne gheselscap. Sipculo.
Herman de Munter, Ambtman der Abdis en van het Kapittel van Essen, verklaart, dat Henrik Wilbortszoon ten overstaan van hem en Stiftsmannen van Essen, heeft betuigd schuldig te zijn aan Geert Wolterszoon en Lambert van IJrte, tachentig Leijersche guldens, als Hertoch Johan van Beijeren soen toe Holland zal. had doen slaan, en daarvoor aan Lambert van Yrte had verpand vijf mud rogge pachtzaad uit het erf Noerding in de buursehap Daerle onder het kerspel Helendoerne, te betalen binnen Zwolle tusschen elken St. Marten in den winter en Petri ad Cathedram.
In het Nederduitsch. Stiftsmanne van Essen: Derk van Tweenhusen en Ernst ten Bussche.
Met de zegels van den Ambtman en der beide Stiftsmannen, ten verzoeke van H. Wilborts-zoon bezegeld, alle drie nagenoeg gaaf in liehtbr. w.
In het vak van 1430 - 1445.
Annex de hierna volgende stukken van St. Lucien 1440, St. Ambrosius 1453 en een paar lateren.