Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel

deel III, blz. 46, no 6 en 7.
1440-12-13

1440. zonder dagtekeening. Sipculo (?)
Johan van Besten, geheeten de Pape, Stijne zijne echtgenoote, Johan en Henrik hunne zonen, alsmede Gherlich van Wullen Hermanszoon en Eijlhart zijne echtgenoote, verkoopen aan Johan Voet Johanszooni een aantal grove en smalle tienden, stroo, geld, rogge en geldrenten in de buursehap Wilsem onder het kerspel Ulzen, alsmede het erf Tornijnck herberge in het kerspel Benthem.
In het Nederduitsch. Naar eene iets latere en door den Notaris Arnold ten Hove gecollationeerde copie.
In het vak als voren.

1440. St. Lucien. Sipculo.
Herman de Munter, Ambtman der Abdis en het kapittel van Essen, verklaart, dat Lambert van 1erte, in tegenwoordigheid van hem en Stiftsmannen van Essen, aan den Prior en het Convent van Sibbekelo overgegeven heeft de tachtentig Beijersche gulden en de vijf mud rogge per jaar uit Noerding onder Daarle met den daarop slaanden brief van St. Mauricius 1437, waardoor deze gestoken is.
In het Nederduitsch. Stifts-manne van Essen: Derk van Tweenhuijsen en Johan Potgieter.
Met de nog gave zegels van Munter en van Ierte, in br. w.
Annex aan het hiervoren vermeld stuk van St. Mauricius dag 1437 en daar te vinden.