Waar komt naam Zweers vandaan? (De Stentor 23-08-12)

Zweers, Veurink, Altena, Odink, Breukelman. Typisch Hardenbergse namen. Dinah Hesselink-Zweers uit Baalderveld dook in de geschiedenis om te achterhalen waar ze vandaan komen. Soms een lastige klus, vaak is het ook heel simpel en soms kom je er nooit achter. Dinah zocht het allemaal uit.

De Hardenbergse is mede-oprichtster van de genealogiewerkgroep van de Historische Vereniging Hardenberg. Omdat ze zelf Zweers heet van haar meisjesnaam, maakte ze een studie van deze typisch Hardenbergse naam. Ze heeft nog altijd het plan om een boek te maken over haar zoektocht. Ze kwam grappige en sappige feitjes tegen. Te leuk om niet te publiceren. Het is Dinah niet duidelijk geworden waarom zoveel mensen met de familienaam Zweers in Hardenberg wonen. "Het is wel bekend waar de naam vandaan komt. Het is een zogeheten patroniem, een verbastering van een voornaam van een vader. Iemand in een grijs verleden heette waarschijnlijk Assueris, een bekende Bijbelse naam. Een Perzische koning heette zo. Zonen van Assueris werden al snel Zweers, Zwiers, Zwerink, Sweers of Swerus genoemd", zegt Dinah. Ze vond concentraties met de naam Zweers in Amsterdam, rond Zutphen, in Duitsland, maar ook in Noorwegen. Het epicentrum is gek genoeg Hardenberg. Met stip. Het hoeft niet zo te zijn dat die allemaal dezelfde oervader hebben. Als Assueris, of Swerus bekende voornamen waren, waren Zwiers, Sweers en Zweers veel voorkomende achternamen. Net zoals de zoon van Jan de naam Jansen kreeg. Er waren zoveel Zweersen, dat de meesten een bijnaam hadden. Hetzelfde gold voor de Veurinks. Zelf is Dinah 'Van de Baron'. Een familielid van haar was in een ver verleden koetsier bij de baron van Gramsbergen. Ook de Breukelmannen hadden bijnamen om ze uit elkaar te houden. Jan Flap is volgens Dinah een bekende naam voor een bekende Breukelman. Honderden jaren wonen de Zweersen al in de stad. Hardenberger en schipper Jan Zweers staat keurig beschreven in de Coevorder archieven. Hij moest in 1668 een steen voor de kaak halen. De kaak was een schavotje waar gespuis op werd vastgemaakt om aan de woedende bevolking tentoongesteld te worden. Iets aan de kaak (vroeger op de kaak) stellen, komt daar vandaan. Deze Zweers uit de Gouden Eeuw staat in de annalen, omdat hij een geschil kreeg met de gemeente Coevorden over de betaling. "Voor 1811 was er geen burgerlijke stand en ben je voor een groot deel afhankelijk van kerken en rechtbanken", zegt Dinah. Het is grappig om in de geschiedenis te duiken. Je komt streken tegen van mogelijke voorouders. Toen een heel gedoe, nu kun je er smakelijk om lachen. Zoals een jongeman Zweers die in 1795 'vleselijke conversatie' had gehad met de dienstmaagd van de dominee in Heemse. Het goede gesprek tussen de lakens mondde uit in een zwangerschap. Het meisje wilde trouwen, de minderjarige Zweers had er geen trek in. De Drost van Salland moest er aan te pas komen om recht te spreken. Uiteindelijk huwden ze niet. Het meisje trouwde met iemand anders. Haar kind werd door haar nieuwe man geëcht en heette nooit Zweers. Dinah

duikelde in de archieven ook een verhaal op over de 32-jarige tolgaarder Derk Zweers, die op de Vechtbrug werkte. Hij kreeg het in het midden van de 19e eeuw aan de stok met een Duitse Hannekemaaier, een Bovenlander, zoals de seizoensarbeider werd genoemd. Derk wilde een cent tolgeld. De Duitser weigerde te betalen. Derk nam hem de pet af, maar dit pakte slecht uit, want de amokmaker sloeg hem met de zeis op het hoofd. Het kwam tot een rechtszaak. Derk genas gelukkig. Hij kon nog meer Zweersen op de wereld zetten en dat deed hij ook.