Archieven: 2016-01-16

Toen, op 16 januari 1860: dominee Bosch overleden.

Op 16 januari 1860 overleed Lubbartus Bosch te Hardenberg en vijf dagen later vond de begrafenis plaats van de man die decennia lang predikant te Hardenberg was.

Lubbartus was geboren in Emlichheim, op 2 maart 1793, als zoon van een koopman. Op 15 december 1816 had Bosch, die voorheen dominee te Brandlecht was, zijn intrede gedaan in de oude kerk in Hardenberg. In 1820 was hij te Stad Hardenberg getrouwd met Jacoba Hoenderken en na haar overlijden hertrouwde hij in 1831 met Johanna Frederika Hamilton of Silvertonhill.

In het bewaard gebleven notulenboek van de kerkenraad werd geschreven:
“Op 16 januari 1860 werd onze hooggeachte en veel geliefde herder en leraar Lubbertus Bosch, na eene langdurige sukkeling door den dood aan zijnen gemeente en betrekkingen ontrukt. Meer dan 42 jaren had hij in Hardenberg het evangelie der zaligheid verkondigd en steeds met jeugdigen ijver zijne heilige bediening waargenomen. Den 21sten dier maand is zijn stoffelijk overschot naar den doodenakker gedragen door de vrienden en broeders, den kerkeraad der gemeente, die met alle de leden derzelve zijn gemis betreuren. Door de consulent werd bij de plegtige ter aardebestelling eene waardige hulde aan ’s mans nagedachtenis toegebragt en op den volgende dag, den dag des heeren bepaalde hij de gemeente bij de woorden: Samuel: 25: 1a en Samuel stierf en gansch Israel vergaderde zich en zij bedreven rouwe over hem. Hardenbergh, 28 januari 1860, J.J. Ehl Weurdinge (consulent en predikant te Gramsbergen), Hendrikus Meijerink en J. Hazelaar.”

Het Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad schreef op 24 januari 1860:
“Hardenberg, 21 jan. Hedenochtend werd het stoffelijk overschot van wijlen den geachten herder en leeraar ds. L. Bosch, gedragen door ouderlingen en diakenen, achtervolgd door eene massa menschen, die wij wel op 1000 mogen begrooten, grafwaarts gevoerd. Op den dooden-akker gekomen, wijdde ds. Ehl Weurdinge van Gramsbergen eenige ernstige, stichtelijke en krachtige woorden aan de nagedachtenis van den dierbaren overledene. Vooral wees hij op de 42-jarige loopbaan, waarin hij dezer gemeente niet alleen een herder, maar ook een ware vriend, leidsman en raadgever was geweest, waarna hij wenschte dat zijne kinderen des dierbaren vaders voetspoor in het algemeen mogten volgen, en hij, die zich voorbereidt in den wijngaard des Heeren werkzaam te zijn, evenals zijn onsterfelijke vader, tot nut en heil van het Christendom mogte werkzaam zijn. Deze woorden hebben op de talrijke aanwezigen, zoowel protestanten als Israelieten (Roomschen zijn hier niet) een diepen indruk gemaakt, ja menig traan is er gestort, en geen wonder, indien men in aanmerking neemt dat de man zoodanig aan zijne gemeente was gehecht dat hij hun niet alleen eene reeks van ruim 42 jaren het evangelie heeft verkondigd, maar dat hij, niettegenstaande de vele rampen en sterfgevallen, die hij in zijne familie heeft moeten ondervinden, te allen tijde, ieder zonder onderscheid van godsdienst, met raad en daad bijstond. Voor de zieken was hij behulpzaam, voor de stervenden een vertrooster, voor de armen een milddadige, kortom herder en mensch in den striktsten zin des woords. Dat hij dan tot zaliger gewesten moge zijn overgegaan, om aldaar van zijne moeijelijke loopbaan uit te rusten, is de wensch van allen die hem gekend hebben.”

Het graf van dominee Bosch werd bedekt met een liggende zerk, gemaakt uit blauw arduinsteen, omdat het plaatsen van een gedenkteken, gezien de ligging van het kerkhof, minder geschikt was.
http://www.historischeprojecten.nl/kerkhof/zerken/zerk_a_b/bosch_lubbertus.htm


Toen, op 14 januari 1845: ds. Mouw te Heemse beroepen.

Het portret van ds. Mouw is enkele jaren geleden door zijn achterkleinzoon overhandigd aan het archief van de Witte- of Lambertuskerk.

Op 14 januari 1845 kwam de vergadering van Goedsheren en Erfgenamen (de gewhaarden), behorend tot het kerspel Heemse, bijeen op uitnodiging van de voornaamste goedsheer, jonkheer Jacob van Foreest, om de opengevallen predikantsplaats weer op te vullen die was ontstaan door het vertrek van ds. Bähler naar IJlst. Nadat de vergadering eerst een lijst van zes predikanten had opgesteld, het zgn. ‘zestal’, werd hieruit een viertal genomen. De eerste, ds. Mouw, werd door de vergadering eenparig gekozen. Op deze wijze naar Heemse beroepen, kwam hij hier als kandidaat en werd hij op 1 juli 1845 in zijn ambt bevestigd.

Kort daarvoor, op 2 mei 1845, was hij in Stad Zierikzee getrouwd met Maria Johanna Buijze. In de huwelijksakte staat dat Mouw predikant te Heemse was, maar woonde te Zierikzee. Formeel was dat correct, want hij was al beroepen, maar nog niet geïnstalleerd. Het echtpaar kreeg in de pastorie in Heemse vier kinderen, van beide geslachten twee.

Mouw bleef in Heemse tot aan zijn emeritaat. Dat had hij aangevraagd omdat hij zijn taak door toenemende ‘ligchaamszwakheid’ niet goed meer kon vervullen. Op 22 september 1853 vertrok hij uit de gemeente en vestigde zich weer in zijn geboorteplaats Nijkerk. Bij Koninklijk Besluit werd Mouw eervol emeritaat met pensioen verleend met ingang van 1 januari 1854. Niet geheel onverwacht overleed hij al op 19 september 1860, slechts 42 jaar oud. Heemse was Mouws enige standplaats geweest.


Toen, op 09 januari 1963: foto’s van Gooren-Janna.

Johanna Stoeten-Aufderhaar telefoneert.

Deze foto’s zijn gemaakt op 9 januari 1963, vandaag precies 53 jaar geleden, door ds. E.J. Loor uit Heemse. Hij was die dag op bezoek bij een van zijn gemeenteleden. We zien Johanna Stoeten-Aufderhaar, bijgenaamd ‘Gooren-Janna’. Ze is ‘aan de telefoon’ in haar woning, genummerd N-19 (nu Rheezerveenseweg 7) in Heemserveen. Janna was gehuwd met Hendrik Jan Stoeten. Ze baarde zelf tien kinderen en was bekend als baakster (vroedvrouw).

Johanna Stoeten-Aufderhaar telefoneert.

Johanna was geboren op 9 januari 1878 in Heemse, als dochter van landbouwer Gerrit Jan Aufderhaar en Geesjen Bekman. Op 18-jarige leeftijd trouwde ze, in 1896, met de 27-jarige Hendrik Jan Stoeten uit Heemserveen. Janna overleed vier jaren na het maken van deze foto, op 24 maart 1967. Zij werd begraven naast haar in 1942 overleden echtgenoot op de begraafplaats aan de Scholtensdijk in Heemse.
https://www.historischeprojecten.nl/begraafplaats%20Scholtensdijk/Midden/SD_137.1-137.2.jpg


Toen, op 04 januari 1917: opening christelijke school Radewijk.

Op 4 januari 1917, vandaag precies 99 jaar geleden, werden de deuren van de ‘school met den bijbel’ in Radewijk officieel geopend.

Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog werd in Radewijk onder leiding van dr. C.C. Schot een eerste vergadering gehouden met als doel het oprichten van een christelijke school. Tijdens deze vergadering werd een voorlopig bestuur gekozen bestaande uit vijf leden: voorzitter Jan Hendrik Kuijer, penningmeester Gerrit Jan Kamphuis, secretaris Jan Broekroelofs, Egbert Schrotenboer en Hendrik Jan Nijman. Eind december 1915 werd het voorlopig bestuur aangesteld als definitief bestuur. Men besloot een bouwterrein aan te kopen van Janna Derks, weduwe van Albert Jansen. De begroting voor het bouwen van de school en een meestershuis bedroeg tienduizend gulden

De laagste inschrijver voor het te bouwen project bleek Huigen uit De Krim. Architect Joh. D. Meppelink uit Coevorden ontwierp het schoolgebouw. In april van het jaar daarop kon de bouw beginnen. Eind 1916 werd het eerste schoolhoofd, B. Schipper, aangesteld. De school startte met vijfenveertig leerlingen.

Bij het 25-jarig bestaan van de school, tijdens de Tweede Wereldoorlog, schreef het Dagblad van het Oosten op 10 januari 1942:
“Donderdagmiddag werd in de Chr. lagere school alhier een samenkomst gehouden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der school. Het hoofd der school de heer A. van der Meer, welke tevens leider van dezen middag was, opende het samenzijn en verwelkomde vooral Ds. Vreugdenhil, gereformeerd predikant te Hardenberg en den heer Veldhuijzen, godsdienstonderwijzer te Hardenberg. Ook de ned. herv. predikanten Ds. Bouman van Hardenberg was gaarne tegenwoordig geweest, doch was door omstandigheden verhinderd. De voorzitter van het schoolbestuur, de heer D. Zweers, wees op het feit dat de school in de afgeloopen 25 jaar steeds in omvang mocht toenemen en sprak de hoop uit dat Gods Zegen ook in de toekomst op bet werk der chr. school mocht blijven rusten.

De secretaris, de heer J. Broekroelofs gaf in dichtvorm een terugblik over de afgeloopen 25 jaar. Spreker zeide dat de eerste vergadering werd gehouden in diens woning en geleid werd door Ds. Schot, toenmalig predikant te Hardenberg. Er werd toen een schoolvereeniging opgericht en op de tweede vergadering werd het schoolbestuur geevormd. Dat de oprichting een geloofsdaad was, blijkt wel uit het feit, dat er aanvankelijk slechts 45 leden waren. Op 1 aug. 1916 werd dan de eerste steen gelegd van de thans tot 3 ruime lokalen uitgebreide school. Doch onder Gods zegen nam het ledental steeds in omvang toe, zodat thans 3 leerkrachten aan de school verbonden zijn. Het hoofd der school, de heer v.d. Meer las een gedicht voor. Hij wees erop hoe het leerlingenaantal was en thans de 100 is gepasseerd. Zoolang de school bestaat, is ook de heer Broekroelofs bestuurslid. Hem werd in hartelijke bewoordingen een boekenkast aangeboden.”