Archieven: 2016-01-04

Toen, op 04 januari 1917: opening christelijke school Radewijk.

Op 4 januari 1917, vandaag precies 99 jaar geleden, werden de deuren van de ‘school met den bijbel’ in Radewijk officieel geopend.

Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog werd in Radewijk onder leiding van dr. C.C. Schot een eerste vergadering gehouden met als doel het oprichten van een christelijke school. Tijdens deze vergadering werd een voorlopig bestuur gekozen bestaande uit vijf leden: voorzitter Jan Hendrik Kuijer, penningmeester Gerrit Jan Kamphuis, secretaris Jan Broekroelofs, Egbert Schrotenboer en Hendrik Jan Nijman. Eind december 1915 werd het voorlopig bestuur aangesteld als definitief bestuur. Men besloot een bouwterrein aan te kopen van Janna Derks, weduwe van Albert Jansen. De begroting voor het bouwen van de school en een meestershuis bedroeg tienduizend gulden

De laagste inschrijver voor het te bouwen project bleek Huigen uit De Krim. Architect Joh. D. Meppelink uit Coevorden ontwierp het schoolgebouw. In april van het jaar daarop kon de bouw beginnen. Eind 1916 werd het eerste schoolhoofd, B. Schipper, aangesteld. De school startte met vijfenveertig leerlingen.

Bij het 25-jarig bestaan van de school, tijdens de Tweede Wereldoorlog, schreef het Dagblad van het Oosten op 10 januari 1942:
“Donderdagmiddag werd in de Chr. lagere school alhier een samenkomst gehouden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der school. Het hoofd der school de heer A. van der Meer, welke tevens leider van dezen middag was, opende het samenzijn en verwelkomde vooral Ds. Vreugdenhil, gereformeerd predikant te Hardenberg en den heer Veldhuijzen, godsdienstonderwijzer te Hardenberg. Ook de ned. herv. predikanten Ds. Bouman van Hardenberg was gaarne tegenwoordig geweest, doch was door omstandigheden verhinderd. De voorzitter van het schoolbestuur, de heer D. Zweers, wees op het feit dat de school in de afgeloopen 25 jaar steeds in omvang mocht toenemen en sprak de hoop uit dat Gods Zegen ook in de toekomst op bet werk der chr. school mocht blijven rusten.

De secretaris, de heer J. Broekroelofs gaf in dichtvorm een terugblik over de afgeloopen 25 jaar. Spreker zeide dat de eerste vergadering werd gehouden in diens woning en geleid werd door Ds. Schot, toenmalig predikant te Hardenberg. Er werd toen een schoolvereeniging opgericht en op de tweede vergadering werd het schoolbestuur geevormd. Dat de oprichting een geloofsdaad was, blijkt wel uit het feit, dat er aanvankelijk slechts 45 leden waren. Op 1 aug. 1916 werd dan de eerste steen gelegd van de thans tot 3 ruime lokalen uitgebreide school. Doch onder Gods zegen nam het ledental steeds in omvang toe, zodat thans 3 leerkrachten aan de school verbonden zijn. Het hoofd der school, de heer v.d. Meer las een gedicht voor. Hij wees erop hoe het leerlingenaantal was en thans de 100 is gepasseerd. Zoolang de school bestaat, is ook de heer Broekroelofs bestuurslid. Hem werd in hartelijke bewoordingen een boekenkast aangeboden.”


Toen, op 08 januari 2016: 700ste volger op facebook.

Gistermiddag (vrijdag 8 januari 2016) mochten we de 700ste volger van onze Facebookpagina feliciteren met een paar fraaie boeken die door onze Stichting zijn uitgegeven, namelijk ‘Toen geluk nog heel gewoon was, deel 1 en 2’. We wensen dhr. Barth uit Wierden heel veel plezier ermee!

Op 2 januari 2016: Dankjewel Cees Barth. Jij hebt daarmee één van de door onze stichting uitgegeven boeken gewonnen. Wil je even in een privébericht contact met ons opnemen, voor het maken van een afspraak voor de overhandiging? Alvast gefeliciteerd en een gelukkig en gezond 2016!


Toen, op 01 januari 1873: de moord op Jan Hansman te Kloosterhaar.

Gerrit Jan Boshove.

Op 1 januari 1873 werd in Kloosterhaar een beestachtige moord gepleegd. Verschillende kranten deden verslag van wat er was gebeurd op die akelige nieuwjaarsdag. De 27-jarige Jan Hansman, zoon van Jan Hendrik Hansman en Willemina Schuring, was het slachtoffer.

De Zierikzeesche Nieuwsbode van 11 januari 1873 schreef:
“Deventer, 7 jan. Gisteren zijn de twee daders van den ontzettenden moord te Kloosterhaar bij Ambt Hardenberg alhier opgebragt. Het is te hopen dat de welverdiende straf, die zij zeker ontvangen zullen, in deze environs een weldadigen invloed in ’t belang van openbare veiligheid en zedelijkheid moge uitoefenen. Den Nieuwjaarsdag, de tweede feestdagen en eenige andere noemt men hier ‘drinkeldagen’. De jeugd vult alsdan de herbergen, de politie ziet lijdelijk toe, en de ligtzinnigheid viert zoo dolzinnig haar saturnaliën dat een fatsoenlijk burger zich des avonds bijna niet op straat of op weg durft begeven. Tusschen den verslagene en den moordenaar, verneemt men nog, bestond al geruimen tijd een hevige onmin, en de eerstgenoemde wist dat de Nieuwjaarsdag tot de dag der wrake was bestemd. Den geheelen dag had hij zich in huis gehouden, doch des namiddags omstreeks 4 uur waagde hij het om met zijn meisje op den weg te verschijnen. Toen de daders hem ontmoetten, deden zij hun overjas of buis uit; ook de aangevallene deed dit terstond, doch toen hij ’t zijne aan zijn meisje ter bewaring gaf, ontving hij reeds een slag met een steen in een zakdoek geknoopt, voor het voorhoofd, waardoor hij bedwelmd, zoo niet dood ter aarde nederstortte. De moordenaars zetten daarop het pistool achter zijn oor en brandden het los, en hem vervolgens omkeerende, zetten zij het achter zijn andere oor en schoten het weder af. Het hoofd van den verslagene moet letterlijk vaneengespleten zijn.”

Het Nieuwsblad van Roermond voegt daar nog aan toe, alsof het niet voldoende duidelijk was: ‘De hersens van den ongelukkige vond men op den weg.’ Volgens de Twentsche Courant was Albert Hansman een ‘oppassend jongeling’ en was de twist al op Tweede Kerstdag ontstaan. De Zwolsche Courant deed op 9 januari uitvoerig verslag:
“Zwolle, 6 januari. Omtrent den moord te Sibculo wordt ons uit Ambt Hardenberg geschreven dat een troep jongelieden, die in opgewonden toestand van huis tot huis tot huis gingen om nieuwjaar te wenschen, den persoon Jan Hansman ontmoetten, met wien een hunner reeds des voormiddags in twist was geweest. Op hun nadering trok Hansman zijn buis uit. Dit werd door een jongemannen als een uitdaging beschouwd. Deze ontdeed zich daarop insgelijks van zijn buis en begon met Hansman te vechten. een ander van den troep moet toen den ongelukkige met een hard voorwerp, vermoedelijk een pistool, op het hoofd hebben geslagen, zoodat hij op den grond zakte. Onmiddellijk daarop werd een pistoolschot op hem gelost, waardoor het hoofd letterlijk werd verbrijzeld. Het is alzoo twijfelachtig of Hansman doodgeslagen of doogeschoten is.

Uit Den Ham meldt men ons nog, dat niet Jan Hansman, maar zijn broeder Albert de vermoorde is. De twee gearresteerde vermoedelijke moordenaars zijn de gebroeders Boshove. Tusschen hen en de gebroeders Hansman zat reeds een wrok sedert den tweeden Kerstdag, en men zegt dat een der daders eenige uren voor het plegen van de misdaad den ongelukkigen Hansman reeds had toegevoegd: ‘vandaag zult gij door mij handen sterven’. De verslagene moet niet al te gunstig bekend gestaan hebben en reeds meer dan eens wegens vechtpartijen met de politie in aanraking zijn geweest. Het nieuwjaarwenschen schijnt te Sibculo en Kloosterhaar gepaard te gaan met groote onmatigheid in ’t gebruik van sterken drank. Volgens onzen berichtgever gaan de jongelieden al de huizen rond, en drinken dan in den regel bij elk bezoek een flesch jenever.” (de melding uit Den Ham dat het Albert in plaats van Jan betrof, was onjuist)

De krant ‘De Standaard’ deed vervolgens op 28 juni van dat jaar verslag van de rechtszaak:
“Zwolle, 26 juni. Gister is door het Provinciaal Gerechtshof arrest gewezen tegen G.J. Boshove, H.J. Aalderink en B. Aalderink, die terecht stonden als beschuldigd van met elkander op den 1sten januari dezes jaars in de buurtschap Kloosterhaar, gemeente Ambt Hardenberg, den persoon Jan Hansman dermate te hebben mishandeld dat hij dien ten gevolge den dood gevonden heeft. Het hof heeft bij zeer gemotiveerd arrest aangenomen, dat wettig en overtuigend is bewezen, dat Jan Hansman zoodanig door H.J. en B. Aalderink mishandeld werd dat hij bewusteloos is blijven liggen en dat toen door G.J. Boshove een pistool op hem afgeschoten werd, waardoor zijn hersenpan verbrijzeld en hij terstond gedood is, en ter zake van het eerst gerealateerde feit de beide Aalderinks ieder tot 1 jaar correctionele cellulaire en wegens het tweede, gequalificeerd als moedwillige manslag, Boshove tot 8 jaar tuchthuisstraf veroordeeld.”

De veroordeelde moordenaar Gerrit Jan Boshove was op 6 juni 1848 geboren in Sibculo, als zoon van Johannes Boshove en Marijken Velten.
Dankzij een in het Tresoar te Leeuwarden bewaard gebleven archiefstuk, genaamd ‘geheim register van ontslagen gevangenen’, weten we hoe de moordenaar van Jan Hansman eruit zag. Het register was bedoeld om bepaalde categorieën in vrijheid gestelde gevangenen door justitie en politie beter in de gaten te kunnen houden. In dit register uit de periode 1882-1896 zitten fraaie portretten, zogenaamde cartes-visites, van ex-gedetineerden uit de Leeuwarder strafgevangenis.

Naast de foto’s is ook de index bewaard gebleven en zodoende weten we over Gerrit Jan Boshove te melden dat hij 1.83 meter lang was, bruin haar en bruine wenkbrauwen had, met een breed voorhoofd en grijze ogen, kleine neus, gewone mond, ronde kin zonder baard, vol aangezicht, gezonde kleur en dat hij een gedeelte van het rechterbeen miste. Naast de moord op Hansman was Boshove in 1882 door het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld voor een poging tot diefstal. Daarvoor moest hij andermaal vijf jaar brommen. Zijn straf werd met vier maanden bekort, vanwege zeer goed gedrag in de strafgevangenis en zodoende mocht hij op 7 september 1886 zijn cel verlaten. Boshove was kleermaker van beroep en had leren schrijven.