De nieuwe provinciale Groninger Courant van 27 augustus 1940, schreef:
“Slagharen, 26 aug. In de gemeente Ambt-Hardenberg zijn de bewoners gisteren, zondagmorgen tegen drie uur, uit hun slaap opgeschrikt door het vallen van zware bommen, gevolgd door een groot aantal brandbommen. Een der bommen viel in de nabijheid van de woning van den landarbeider Oelen neer en richtte belangrijke schade aan. Alle bewoners kwamen met den schrik vrij en vonden bij omwonenden gastvrij onderkomen. Nog twee andere bommen vielen in de omgeving neer. Men neemt aan dat een vierde bom tusschen de landbouwgewassen is gevallen. Met het oog hierop zijn de noodige voorzorgsmaatregelen genomen. Tengevolge van de explosieve kracht der bommen sprongen de ruiten bij tal van ingezetenen. Verder werd geen materiële schade aangericht. Een groot aantal brandbommen, dat werd uitgeworpen, doofde tusschen de landbouwgewassen. De Duitsche autoriteiten zijn gewaarschuwd voor het instellen van een onderzoek. In de omgeving bevinden zich geen militaire objecten.”
Het Nationale Dagblad voor het Nederlandsche Volk deed er nog een schepje bovenop, zoals blijkt uit de bijgaande illustratie (de kop van het krantenartikel). Het Nationale Dagblad was een Nederlandse krant die tussen 1936 en 1945 door de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) werd uitgegeven
De geschiedenis van ‘de Troubadour’ aan de Vecht in stad Hardenberg (de vroegere manufacturenwinkel van Wamelink en nog eerder ’t Oude Posthuis) hebben we kadastraal uitgezocht en voorzien van alle mogelijke informatie. Kijkt u gerust eens naar ’t voorlopig resultaat op onze website:
Meer informatie vind u op onze website in de rubriek ‘Oude huisplaatsen’.
“Het einde van den oorlog” Ook Hardenberg was opgetogen toen vrijdag bekend werd, dat Japan capitulatie had aangeboden (akte getekend op 2 september 1945) en dat het einde van den tweeden wereldoorlog in zicht was. Des avonds verzamelde zich een groote menigte op de markt, waar de muziekvereenigingen met goed gekozen nummers uiting gaven aan hun vreugde. Burgemeester Van Oorschot sprak de verzamelde menigte toe en gaf in wel gekozen, enthousiaste bewoordingen uiting aan de blijdschap en vreugde, die ons doortrilt nu niet allen wij, doch ook onze landgenooten in Indië van den vreemden overweldiger bevrijd zullen worden. De avond werd besloten met een muzikale rondgang.
Donderdag was de nationale feestdag. Heel de stad vlagde. De H.A.R.K. (Hulp Actie Roode Kruis) maakte van de gelegenheid gebruik om een geslaagde propagandatocht te maken. Een strijkje, gezeten op een groote wagen, maakte een rondgang door Hardenberg en vestigde de aandacht op de H.A.R.K.-inzameling die de volgende week zal worden gehouden. Ook het “Klepper-koor” werkte mee, door eveneens door Hardenberg en Heemse te trekken.
Des avonds waren duizenden mensen op de been. De gezamenlijke muziekvereenigingen speelden op de muziektent. Daarna volgde een rondgang door Hardenberg. Het was een bijna onafzienbare stoet. Op de markt teruggekeerd, werd de samenzang beoefend. De muziek speelde en de duizendkoppige menigte zong de vaderlandsche liederen uit volle borst mede. Het was een goede oefening voor de samenzang die tijdens de Oranjefeesten zal worden gehouden.
Op 18 augustus 1889 richtte Arie van Os, verblijf houdend in de bedelaarskolonie Veenhuizen, een smeekbede aan het adres van Godewien Arnold van Dijk, de toenmalige burgemeester van de gemeente Ambt Hardenberg:
“Edel Achtbare Heer! In vertrouwen dat U mij de volgende regelen niet ten kwade zult duiden, waag ik het ze tot U te richten en den inhoud daarvan ten ernstigste aan te bevelen. Het zal wel niet behoeven gezegd te worden dat, wanneer men gescheiden is van dierbare betrekkingen in wier midden men zoo gaarne toefde, de levenslust den mensch begeeft, om plaats te maken voor smart en droefheid. Dit natuurlijk verschijnsel komt des te sterker voor wanneer men op eene plaats, waar ik mij helaas bevind, tijding ontvangt van dierbare ouders die op zeer hoogen leeftijd ten prooi zijn van snoode ondankbaarheid, willekeur, verguizing en afpersing van datgene wat zij als hun rechtmatig eigendom mogen beschouwen.
Ter nadere opheldering diene dat ik U in kennis stel van eene missive mij door mijne ouders gezonden waarin zij mij hebben geïnformeerd dat mijne zuster in overeenstemming met haren echtgenoot mijne ouders hebben gedwongen de helft van hun land te verkoopen, en daarmede niet tevreden zijnde hen ook willen noodzaken de anderen helft in veiling te brengen. Bij hunne billijke weigering hebben zij zich niet ontzien om mijne ouders op straat te zetten en staan thans op hoogen leeftijd bijna zonder dak. In die uitersten nood hebben mijne ouders mij verzocht zoo spoedig mogelijk bij hen te komen, ten einde hen te steunen en te beschermen. Dat ik aan die roepstem volgaarne gehoor geef, behoeft volgens mijn bescheiden meening geen verder commentaar, maar daartoe behoort een invloedrijke hulp.
Ik mag het niet ontveinzen dat de hoop op Uwe gewaardeerde humaniteit het plechtanker is dat mij voor zinken behoedt, en vol vertrouwen tot U nader met de bede, een rekwest voor mij in te dienen tot mijne in vrijheid stelling. Met het volste recht mag ik mij, zonder pedant te zijn, beroepen op de getuigenis mijner superieuren dat op mijn gedrag en goede wil niets valt aan te merken, zoodat dit geen hinderpaal kan zijn om mijne bede en die mijner ouders goedgunstig in te willigen. Nauwgezette plichtsbetrachting in de maatschappij zal den dank zijn waarmede ik U wil beloonen, terwijl ik volgaarne bereid ben de onvermijdelijke uitgaven voor zegel als anderszins te vergoeden. Er is reeds door mij een rekwest ingediend, doch aangezien dit niet werd ondersteund heb ik daarop eene afwijzende beschikking bekomen. Bij voorbaat U mijne dank aanbiedende voor Uwe welwillendheid heb ik inmiddels de eer mij met de meeste referentie te mogen noemen. Uw dienaar, Arie van Os.”
Arie van Os was op 12 juni 1857 geboren in Slagharen, als zoon van Paulus van Os en Maria Anna Sanders. Klompenmaker Arie was een notoire landloper, want hij werd daarvoor maar liefst zes keer veroordeeld en één keer wegens bedelarij. Vanwege het laatste werd hij een tijdje ‘opgeborgen’ in Veenhuizen.
Al op jonge leeftijd was Arie op het verkeerde pad gekomen. Zo is in het archief van de Arrondissementsrechtbank Deventer een vonnis bewaard gebleven uit het voorjaar van 1874:
“Rechtbank contra: 1. Arie van Os, gedetineerde, oud 16 jaren, arbeider, geboren en wonende te Slagharen; 2. Paulus van Os, defaillant (niet verschenen), oud 11 jaren, geboren en wonende te Slagharen. Beklaagden ter zake dat zij gezamenlijk arglistig weggenomen en zich toegeëigend hebben: 1. in de nacht van den 17e october l.l. uit eene bijenstal, nabij de woning van Harm Wieten, winkelier te Ambt Hardenberg, met honing gevulde bijenkorven 2. in den nacht van den 12e november l.l. uit de bijenstal nabij de woning van Johan Heinrich Renker, vervener, wonende aldaar, met honing gevulde bijenkorven 3. in den nacht van den 13e december l.l. in een veen in genoemde gemeente eene hoeveelheid turf toebehoorende aan Jozef Spier”
De rechtbank veroordeelde Arie tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en de elfjarige Paulus ging twee maanden achter slot en grendel…
Advertentie: “Levende Zeehond. Dit zeemonster, hetwelk de moeite waard is om te zien, is maandag in ’t café De Bruin te bezichtigen à 10 cent per persoon.”
Het Salland’s Volksblad van 10 augustus 1923 meldde: “Lutten. Gelukte het voor eenige dagen aan twee onzer visschers met veel moeite een steur te vangen, thans is het onzen plaatsgenoot J. Post gelukt een levende zeehond te kopen, die door den zeehondenjager Post op het eiland Urk is gegrepen; dit dier is waarschijnlijk de moeite waard om te zien. Het zal a.s. maandag op de markt te Hardenberg in het water spelende te zien zijn.”