Archieven: 2020-11-07

Toen, op 07 november 1963: Gert & Hermien getrouwd.

Op 7 november 1963 werd in het gemeentehuis van Hardenberg het huwelijk voltrokken tussen het bekende Nederlandse artiestenduo ‘Gert en Hermien’.
Hermientje van der Weide was op 25 juli 1943 geboren in Slagharen, als dochter van Aaldert van der Weide en Susanna Kroezen. Zij trouwde met Gerrit (Gert) Timmerman uit Enschede.
Het nummer ‘Blumen von Tahiti’ en de zanger ervan hadden de interesse opgewekt van het jonge Hardenbergse zangeresje Hermien van der Weide. Tijdens een optreden in Vriezenveen kregen ze oogcontact, wat uiteindelijk leidde tot een plek voor Hermien naast Gert in de band. In hetzelfde jaar trouwden ze. Hermien bleek over een uitstekende ’tweede stem’ te beschikken en het nieuwe duo Gert & Hermien had meteen al een hit met ‘In der mondhellen Nacht’.

De plaatselijke krant schreef over het huwelijk:
“Heden, donderdagmiddag zal het huwelijk worden voltrokken tussen de bekende zanger Gert Timmerman uit Enschede, die in het huwelijk treedt met Hermien van der Weide uit Slagharen. Ook Hermien heeft zich niet onbetuigd gelaten op het zangerspad, getuige haar medewerking bij de Lido’s uit De Krim, die bij wedstrijdavonden nogal lauweren oogstte”.
Na het huwelijk vestigde het echtpaar zich aan de P.A. van Deldenstraat in Enschede.

Gert Kremer reageerde via facebook met onderstaande foto ‘Voor de deure’.


Toen, op 07 november 1777: de grote brand van Gramsbergen.

1107_brand

Op 7 november 1777, drie dagen na de grote brand van Gramsbergen, waarbij het stadje bijna volledig in de as werd gelegd, kwam het stadsbestuur van Hardenberg bijeen om de brandvoorschriften aan te scherpen.
“Burgemeesteren, schepenen en raaden der Stad Hardenbergh, allen burgeren en ingezetenen van voorz(eide) onze stad, salut; doen te weten:
Alzoo wij met droefheid bevinden, dat, niettegenstaande, de ernstige hier te voren daar tegen geëmaneerde resolutiën en ordonnantiën, op eene zeer ligtveerdige wijze, met allerlei brand-stoffen word omgesprongen; waardoor ligtelijk gezeide onze stad, door een ongelukkige brand in een puinhoop konde veränderen; gelijk voor eenige dagen dat allerdroevigst ongeluk, de ingezetenen van ’t naburig steedjen Gramsbergen getroffen heeft. Zoo is ’t dat wij daarin zoveel mogelijk willende voorzien, hebben goedgevonden te ordonneren en te statuëren, zulks doende bij dezen.
Dat niemand, wie hij ook zij, binnen deze stad woonächtig des avonds of des nachts op zijne zolders, deelen of stallen met eene lampe of kaarsse, zonder dat dezelve lampe of kaarsse in eene wel toegemaakte lantaarne geplaatst zij, zal mogen gaan of komen; gelijk ook niemand zulks zal mogen doen met eene brandende tabaks-pijp, zonder dat dezelve met een blikken of koperen hoedjen of dopjen behoorlijk gedekt zij.
Dat niemand, des avonds zal mogen te bed gaan zonder zijn vuur alvorens met eene panne of stolpe behoorlijk te hebben toegedekt.
Dat niemand eenige drooge assche uit zijnen huize zal mogen brengen, neen maar dezelve bevorens zal hebben nat te maken en uit te doven.
Dat niemand eenige hoopen turf, hout etc. zal mogen leggen om daar bij continuatie te blijven, in het gemak waarin hij stookt.
Dat niemand zal moogen dorschen in het vertrek waarin hij stookt, noch daarin ook eenig stroo of vlas zal mogen brengen.
Dat niemand zal mogen dorschen bij eene brandende lamp of kaarsse, zonder dat dezelve in een lantaarne geplaatst zij, of met eene brandende tabaks-pijp.
Dat niemand, het vuur uitgedooft zijnde en zulks bij zijn naburen willende wederhalen, zulks zal mogen doen, zonder hetzelve in eene wel toegemaakte stove geplaatst te hebben.
Alles buiten en behalven de boetens op sommige poincten bevorens reeds gezet, op de boete van twee goudguldens.
Dat ook niemand over straat zal mogen tabak roken, zonder zijne pijp met een blikken of koperen hoedjen toegedekt te hebben, op een boete van zes stuivers.
Dat een yder huisgezin zich binnen den tijd van 14 dagen na publicatie dezes, zal hebben te voorzien van eene goede wel toegemaakte lantaarne; te weten die geene die dezelven thans noch niet mogten hebben; op de boete van eenen goudgulden: zullende die geene die van de diaconie leven dezelve pro deo bezorgt worden.

1107_brand2
1107_brand3
1107_brand4
1107_brand5

Meer over de vernietigende brand van Gramsbergen, lees je op onze website:
http://www.historischeprojecten.nl/geheugenvanhardenberg/toen-op-13-november-vernietigende-brand-in-gramsbergen/:


Toen, op 07 november 1947: oorkonde uitgereikt aan bmr. Van Oorschot.

In het kader van de herdenking van de Tweede Wereldoorlog en 70 jaar vrijheid, presenteren we u vandaag een collage van vier bijzondere oorkonden. De documenten werden in de jaren 1945-1950 uitgereikt aan de burgemeester van Hardenberg, mr. Johannes Albertus Mathijs van Oorschot.

Mr. Johannes Albertus Mathijs was geboren op 15 april 1893 te Stad Hardenberg, als zoon van deurwaarder Gerrit van Oorschot en Berendina Louisa Nijzink. Hij trouwde met Ypina Evertina Jonkers. Johan van Oorschot werkte van 1929 tot 1934 als leraar aan de Rijks Hogere Burger School te Steenwijk. Tegelijkertijd was hij van 1931 tot 1933 griffier van de Kantonrechtbank in Lemmer. Aansluitend was hij rijksinspecteur van het verkeer, woonachtig te Kamperveen.

Bij besluit van 16 april 1941 werd Van Oorschot benoemd tot burgemeester van Ambt Hardenberg. Tegelijk werd hij bij ontstentenis van de burgemeester van Stad Hardenberg aangewezen als provisioneel burgemeester van die gemeente. Bij besluit van 23 april 1941 van de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken werd Van Oorschot benoemd tot burgemeester van de gemeente Hardenberg (na samenvoeging van de gemeenten Ambt en Stad). Echter anderhalf jaar later, bij schrijven van 10 november 1942, werd burgemeester Van Oorschot op non-actief gesteld, c.q. met verlof gestuurd en diende hij zich te onthouden van iedere ambtsuitoefening.

Een klein half jaar later, bij brief van 30 maart 1943 van der Reichskommisar für die besetzten Niederländischen Gebiete, werd Van Oorschot met onmiddellijke ingang uit het burgemeestersambt ontheven.
Toen de oorlog was afgelopen werd Van Oorschot, met ingang van 30 april 1945, opnieuw benoemd tot waarnemend burgemeester en per 1 maart 1947 tot burgemeester van de gemeente Hardenberg.

De onderscheidingen:

oorkonde

– De eerste, ongedateerde, oorkonde draagt de American Eagle. Het is ondertekend door generaal Dwight D. Eisenhower, namens de president van Amerika. Vrij vertaald: De president van de Verenigde Staten van Amerika heeft mij opgedragen om de dankbaarheid en waardering van het Amerikaanse volk kenbaar te maken voor de dappere dienst in het bijstaan van de ontsnapping van geallieerde soldaten van de vijand. De oorkonde moet dateren uit 1945, want Eisenhower was toen voor het laatst General of the Army, Commanding General United States Forces European Theater. Vervolgens werd hij gouverneur in het bezette Duitsland en vanaf 1952 president van Amerika.

oorkonde

– De tweede oorkonde werd in november 1947 uitgereikt wegens verleende diensten aan Franse onderdanen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Helemaal onderaan staat de handtekening van generaal De Gaulle. Vrij vertaald: Mr. Van Oorschot maakte deel uit van het leger zonder uniformen van de soldaten die deelnamen in de glorieuze strijd voor bevrijding. Dankzij de genereuze steun die hij heeft gegeven aan gevangenen, gedeporteerden, ontsnapte Fransen of strijders van de geallieerde legers die in handen van de vijand gevallen waren.

oorkonde

– In oktober 1948 volgde een bronzen medaille en oorkonde vanwege de Franse erkenning voor voorname bewezen diensten aan Frankrijk. De uitreiking vond echter pas plaats in maart 1949 tijdens een officiële plechtigheid door een Franse militaire autoriteit.

oorkonde

– De vierde oorkonde is ongedateerd. Het werd uitgereikt wegens verleende diensten aan Britse onderdanen: as a token of gratitude for and appreciation of the help given tot the sailors, soldiers and airmen of the British Commonwealth of Nations, which enabled them to escape from, or evade capture by the enemy.

In de openbare raadsvergadering van 16 april 1958 nam de vrijzinnig georiënteerde Van Oorschot afscheid als burgemeester in verband met het aan hem verleende eervol ontslag wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hij overleed, slechts 66 jaar oud, op 20 april 1959 te Velsen, maar woonde toen nog altijd in Heemse.


Toen, op 06 november 1868: afbraak ‘Huize Heemse’.

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 6 november 1868 werd, helaas maar waar, de openbare aanbesteding aangekondigd van de afbraak van het voormalig Huize Heemse:
“Aanbesteding. Door de erven van wijlen den hoogedel gestrenge heer mr. I.A. van Roijen zal op den 16 november e.k. bij enkele inschrijving worden aanbesteed: het afbreken van het kapitaal Heerenhuis Heemse, staande te Heemse, gemeente Ambt Hardenberg.

Bestek en voorwaarden, waarnaar deze aanbesteding zal plaats hebben, zal ter lezing liggen bij den logementhouder A.H. van Munster te Hardenberg, terwijl informatiën te bekomen zijn bij den heer J. van der Sanden te Ambt Hardenberg, en aanwijzing zal worden gedaan den derden en tienden nov. e.k., telkens des voormiddags van 10 tot 12 uur. De inschrijvingsbiljetten moeten vrachtvrij voor den 16 nov. e.k. worden ingezonden aan den weled. gestr. heer mr. J.H. van Roijen, advocaat en notaris te Zwolle, ten wiens kantore des ’s morgens te 9 uur tot het openen derzelve zal worden overgegaan. Ambt Hardenberg, 27 oct. 1868″.

Twee maanden eerder was de ‘rentegevende havezathe Heemse, bestaande uit een groot heerenhuis met bouwhuizen, waarin koetshuizen en stallingen, tuinmanswoning, moestuin etc.’ bij opbod verkocht. Daarbij was alles al ‘voor afbraak’ geveild. Bij die openbare verkoop was Van Roijen eigenaar geworden. Overeenkomstig de afspraken liet hij vervolgens het daadwerkelijk afbreken van de panden weer aanbesteden. Zo hebben de gezamenlijke verkopers het voortbestaan van het ‘groot heerenhuis’ kunnen voorkomen.

Meer over de geschiedenis van de havezate en het Huis Heemse, leest u op onze website.


Toen, op 06 november 1920: opening van ‘Ora et Labora’.

Op 6 november 1920 opende de joodse slager Rudolph Jacob ten Brink de Bruin in de Wilhelminastraat een runderslagerij, genaamd Ora et Labora (Bidt en Werkt).

In ons boek ‘Hardenberg op de kaart’, valt op pag. 192 te lezen:
Geregeld adverteerde Ten Brink de Bruin in de lokale kranten. Hij prees zijn waren daarin altijd vol verve aan: “Profiteert! Ik slacht zaterdagavond een fijne jonge koe, 800 pond schoon. Wie dik vet wil hebben? Prijzen beneden die mijner concurrenten! Ten Brink de Bruin.
“Rudolph Jacob ten Brink de Bruin was weliswaar geboren in het Drentse Dwingelo, maar zijn voorouders hadden hun roots in Heemse. Rudolph was in 1910 gehuwd met Rika Kalker uit Geertruidenberg, maar het echtpaar bleef kinderloos. Na enkele jaren veranderde de slager de naam van zijn winkel in ‘Luctor et Emergo’ (ik worstel en kom boven). Toen Rudolph in 1933 overleed, verkocht Rika haar bezittingen aan de Wilhelminastraat en verliet de stad. De slagerij was onderhands verkocht aan koopman Jan Zwiggelaar.

Met zijn pet op, onder het bord Luctor et Emergo en leunend tegen de mast, staat mijn vader, Hendrik Jan Azn. Zweers ‘van de Baron’.