Voorstraat, links de weg naar de eiermarkt, gelegen tussen postkantoor en de winkel.
Op 5 november 1932 opende H.C. Jansen de deuren van zijn nieuw gebouwde kledingwinkel. Die nieuwbouw was gerealiseerd op de plaats van zijn oude winkel. De kranten noemden de nieuwe winkel: ‘een sieraad van de Voorstraat’. De nieuwbouw van woonhuis annex winkel was op 30 april van dat jaar aanbesteed in café Frijling. De laagste inschrijver (voor f. 5.000,-) bleek de aannemersfirma Kampman en Zweers. Het pand werd gebouwd naar een ontwerp van architect Th. Mulder uit Schoonoord. Het loodgieterswerk was gedaan door de heer Sierink, het metselwerk door de heren Tieman, het schilderwerk door den heer R. Bosch en de elektrische installatie was geleverd door de gebroeders Coes.
Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden was Jansen gevestigd in een winkel aan de overzijde van de straat, tegenover het postkantoor.De foto is gemaakt door onze ‘eigen’ Hardenberger fotograaf Pieter van Grieken.Meer over de geschiedenis van deze locatie leest u op onze website.
Op 4 november 1343 werden de stadsrechten van Ommen bekrachtigd. Dat gebeurde in Nijenstede, het stadje dat de voorganger was van Hardenberg. Het bewijs is een zogenaamd charter, opgesteld in opdracht van Johan van Arkel, de toenmalige bisschop van Utrecht die 19 jaar later Hardenberg stadsrechten zou verlenen.
De oorkonde is bewaard gebleven is in het stadsarchief van Ommen. Dit eeuwenoude stukje perkament bevat de volgende getranscribeerde tekst: “Wi Johan, bi der ghenaden Goeds bisscop tUtrecht, maken cont ende kenlic allen luden, dat wi alle die vrijheyde ende privilegien, die onse stede Ummen heeft van onsen voervaderen, confirmeren ende willen, datsi vaste ende ghestade bliven. In orconde des briefs beseghelt mit onsen seghel. Ghegheven te Nyensteden int iaer ons Heren dusend driehondert ende drie en veertich des Dinxsdaghes na Alreheylighen dach”.
Op 3 november 1674 werd deze brief geschreven door de pas aangetreden predikant van Hardenberg, Arnoldus Moonen, aan zijn ambtgenoot Joannes Vollenhovius in Londen. De brief is bewaard gebleven in het archief van de ‘Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis’ (VORG), collectie archivalia (toegang 285.1).
Brief van Arnoldus Moonen.
De brief is gedateerd 3/13 november 1674. Dat heeft te maken met de overgang van de Juliaanse naar de Gregoriaanse kalender. In de katholieke delen van Europa werd de wijziging al rond 1582 doorgevoerd, maar in de protestantse delen pas veel later. Zodoende werd in brieven vaak de ‘oude’ en ‘nieuwe’ datum vermeld (olden en nyen styl). Bij de invoering waren 10 datums overgeslagen om het begin van de lente terug te brengen naar 21 maart. De weekdagen liepen zonder onderbreking door: op donderdag 4 oktober volgde vrijdag 15 oktober 1582.
“Eerwaerde Heer en Vader in Christus, Uwe Eerw(aarde) zal buiten twijfel licht gissen, welke de oirzaek zij van mijn langdurigh stilzwijgen op het ontfangen van hare aengename groete, van den Teems herwaerts gezonden. ’t Zijn namelijk de bezigheden van onzen dienst, die in ’t begin allerzwaerst vallen, indien men zich behoorlijk wil quijten. Waar toen my uwe Eerw. brief in handen viel, had ik zo vol werk, door een veertiendaegsche huisbezoeking door het gansch Kerspel, gevolgt van de bediening des H. Avondmaels en den jongsten dankdagh. Behalve dat door ’t overleggen der posterije sedert de Munstersche onlusten de gelegenheit van schrijven schaerser valt. Nu kon ik ’t dan niet langer uitstellen, de handen ruimer hebbende, ten waer ik wilde ondankbaer zyn op die overgrote genegenheid, waer mee het Uwe Eerw. gelieft het mijne intrede alhier te kronen en toe te juichen. De schaemte verbiedt mij die eertitels, die uwe Eerw. mij geeft in haer gezang aen te matigen, gelijk ik ook uwe Eerw. doorzichtigh oordeel zou te kort doen, indien ik mij stijf en sterk daer tegen wilde ontschuldigen. Bes.. [onleesbaar] ook best zal bedankt achten op die wijze. Kunnen uwe Eerw. aengename brieven daer toe helpen gelijk zij niet weinigh helpen kunnen, zij vereere mij nu en dan of buiten of binnen ’s laats met dat lieflijk onderhout; terwijl ik in de verlegenheit van kerkelijke zaken, ons somtyts voorvallende, met uwe Eerw. raet zal plegen, indien zij mij dezen dienst niet ontzegt.
Zoo hoop ik met het voorjaar uwe Eerw. en haer gansch huisgezin gezont in den Hage te aanschouwen, nu ondertusschen biddende voor hare gezondheit en een gelukkige weerkomste uit dat geweste, daer uwe Eerw. en haers gelijke niet vandaen komen, dan met eenen nieuwen schat van wijsheit Godts Kerke ten goede. Doch, ’t geen ik eerst had behoren te vragen, uwe Eerw. heeft buiten twijffel hare Teemsgroete weer ontfangen, maer in een Zwolsche vorm vergoten. Ik had mijne ouders belast een goet getal gedichten aen juffrou Vollenhove en door haer aen uwe Eerw. te zenden; en zij zullen ’t gedaen hebben.
Ondertusschen eindige ik Eerwaarde Heer en bevele uwe Eerw. nevens haren zoon in het opzichte des Alzienden na verzoek om mij te houden voor, uwe Eerw. dank- en dienstschuldigen dienaer. A. Moonen. Hardenberg 3/13 november 1674″.
Het Lokaal voor Christelijke Belangen aan ’t Oosteinde in Hardenberg was in 1895 gebouwd in opdracht van de hervormde gemeente, daartoe in staat gesteld door een schenking van 3500 gulden. De gulle gever was Hermannes Lambertus Crull, woonachtig op De Belt te Venebrugge. Hij was de laatste telg van een welgesteld geslacht.
Het pand werd gebouwd op de ondergrond van een afgebroken huis van de erfgenamen van J.H. Leusink. Eind september 1895 werd het gebruiksklaar opgeleverd. Het bevatte een flinke voorkamer en een spreekzaal die plaats bood aan meer dan 260 personen, geschikt voor allerhande bijeenkomsten, vergaderingen en catechisaties.
Uit de notulen van de kerkenraad blijkt dat het gebouw in de namiddag van 2 november officieel werd ingewijd door ds. Wichem Westhoff.
Meer over de geschiedenis van de locatie aan het Oosteinde, leest u op onze website.
Een opmerkelijke gebeurtenis speelde zich eind 1928 af in hotel Frijling bij het station. De nieuw benoemde notaris van Hardenberg, de 49-jarige Frans Willem van Riemsdijk, die juist beëdigd was en de volgende dag in functie zou treden, overnachtte in het hotel. De volgende dag verscheen hij niet aan het ontbijt en toen hotelbazin Arendje Frijling-Knol poolshoogte ging nemen, kwam ze tot de ontdekking dat de notaris in zijn slaap gestorven was…