Archieven: 2020-12-03

Toen, op 03 december 1828: over verbod op begraven in de kerk.

1203_zerken

Op 3 december 1828 werd een advertentie geplaatst in de Overijsselsche Courant aangaande het begraven van lijken in de kerk te Hardenberg. Het verbod tot het begraven in de kerk zou namelijk op 1 januari 1829 landelijk van kracht worden:

“Kerkvoogden der Hervormde kerk-gemeente van Hardenbergh, noodigen alle eigenaren van graven in gemelde kerk, bij dezen uit, welke eene gelijke grafruimte tot schadeloosstelling voor hun verlies op het kerkhof verlangen, om zich daar toe, met vrachtvrije brieven, en bewijzen van eigendom aan te melden, aan het Kollegie van Kerkvoogden uiterlijk voor den 24sten december 1828; zullende na dien tijd geen reclames weder worden aangenomen. Hardenbergh den 3 december 1828. L. Hoenderken, pres. kerkvoogd”.

Lange tijd werd men rond, maar vooral in de kerk begraven. Als het kon, zo dicht mogelijk bij het altaar of de preekstoel waarvan de heiligheid af zou stralen op de overledenen. Daar lagen vanzelfsprekend ook de duurste plaatsen.

Omdat het landelijk niet langer was toegestaan om in de kerk te worden begraven, ging het kerkbestuur van Hardenberg op zoek naar eigenaren van grafruimten. Zij moesten dan dat eigendom wel bewijzen. In ruil voor hun grafrechten konden ze dan ‘nieuwe’ grafplaatsen krijgen op het kerkhof Nijenstede.

Op dezelfde dag werd door burgemeesters en assessoren van de gemeente Ambt Hardenberg eenzelfde oproep in de krant geplaatst, want ook in Heemse mocht men niet langer in de kerk begraven worden. Het kerkhof zou zelfs worden uitgebreid.


Toen, op 02 december 1904: herbergierster verdronken.

Het Salland’s Volksblad van 2 december 1904 meldde:”Hardenberg. Hedenmorgen geraakte de wed. G. Heils alhier in de put. Hoewel men er haar nog levend uithaalde, is zij toch eenige oogenblikken erna aan de gevolgen overleden.

“Het Nieuwsblad van het Noorden schreef een paar dagen later:”Vrijdagmorgen geraakte een 70-jarige half suffe vrouw, de wed. Heils te Hardenberg, in een waterput nabij hare woning. Toen men haar naar boven haalde leefde ze nog, doch kort daarop is ze overleden.”

Deze nare berichten betrof Geertjen Geugies, weduwe van Gerhardus Heils. Geertjen overleed te Stad Hardenberg en in haar overlijdensakte wordt haar beroep vermeld: ’tapster’. Zij was geboren op 18 augustus 1831 te Holtheme en in 1858 gehuwd met Albert Roelofs uit Anerveen. Na diens overlijden (in 1867 te Baalder) was Geertjen in 1870 hertrouwd met Gerhardus Heils, afkomstig uit Dwingelo. Geertjen was volgens de register ‘vergunninghoudster voor de verkoop van sterke drank in ’t klein’.Het echtpaar Heils-Geugies bezat en bewoonde het pand aan de huidige Stationsstraat 25-27 in Hardenberg. Meer over die locatie leest u op onze website.


Toen, op 01 december 1915: baron Van Ittersum overleden.

Op 1 december 1915 overleed Willem baron van Ittersum.
Hij was geboren op 23 januari 1838 op Huize Welgelegen te Heemse, als zoon van Jan Arent baron van Ittersum en jonkvrouwe Theodora Sophia van Foreest van Heemse. Hij werd ontvanger der directe belastingen.

Willem werd al op 36-jarige leeftijd, in 1874, benoemd tot burgemeester van de gemeente Stad Hardenberg, als opvolger van Cornelis Johannes van Riemsdijk. Hij was in 1878 te Gramsbergen in het huwelijk getreden met Zwaantine Theodora Walter uit Oude Pekela. Het echtpaar bewoonde Huize Welgelegen en kreeg er twee zoons: Jan Arent (1879) en Willem Christiaan Theodoor (1886).

Van 1880 tot 1904 was de burgemeester lid van de Provinciale Staten van Overijssel. Hij was verder vanaf de oprichting van het waterschap De Molengoot (1883) een zeer actief bestuurslid. De burgemeester was geliefd, maar kon de laatste jaren niet veel meer betekenen voor de ontwikkeling van de relatief kleine gemeente Stad Hardenberg. Wel heeft hij zich onder andere ingezet voor het realiseren van de Noordooster Lokaal Spoorweg waardoor Hardenberg eindelijk de hoognodige snelle verbinding met het westen van het land kreeg.

In 1914 nam de bejaarde burgemeester afscheid van zijn gemeente. Uit het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat bij het vertrek van Van Ittersum gezocht moest worden naar een krachtig en tactvol opvolger. De Commissaris van de Koningin schreef: ‘De gemeente Stad Hardenberg heeft nu tal van jaren achtereen als burgemeester gehad een weinig krachtig persoon, die er nimmer in geslaagd is leiding te geven aan het bestuur en die tegenover de dikwijls zeer lastige elementen in den gemeenteraad niet steeds zijn gezag heeft weten te doen gelden.’

Helaas kon de oud-burgemeester slechts kort genieten van zijn pensioen, want nog geen jaar later stierf hij op 77-jarige leeftijd, op 1 december 1915 op zijn landhuis Welgelegen in Heemse. Hij werd begraven in de grafkelder op ’t oude kerkhof aldaar.