Archieven: 2021-04-29

Toen, op 28 april 1967: een eiermand voor de prins.

Deze reuzen eiermand (2×1 meter), gevlochten uit polyetheen buisjes met opstaande steunbuizen van pvc en een bodem van spaanderplaat, is gemaakt door medewerkers van Wavin te Bergentheim. De eiermand staat hier opgesteld op een pick-up van de Wavin voor het gemeentehuis aan het Stephanusplein. Aan de gevel prijkt de tekst ‘Leve de Prins’, bij de geboorte van Z.K.H. Prins Willem-Alexander. De mand werd nog daags na de geboorte van de troonopvolger aangeboden aan het prinselijk paar op kasteel Drakensteyn.

Reuzenmand voor Drakensteyn
Op het ogenblik dat wij dit schrijven is het alweer zeven weken geleden, dat in het Huis van Oranje (en in het Huis van Holland) de vreugde oplaaide om de geboorte van Prins Alexander. Dat de gemeente Hardenberg en de verschillende buurtschappen op oorspronkelijke wijze uiting hebben gegeven aan hun blijdschap, zal de meesten van onze lezers wel bekend zijn. Dat Wavin bij de aanbieding van dit geschenk op zeer wezenlijke wijze betrokken was, zal ook geen geheim zijn gebleven. Toch willen wij U graag in woord en beeld nog iets vertellen en tonen van dat geschenk en van de wijze, waarop het tot stand kwam en aangeboden werd. Hardenberg zelf bezit geen Oranjevereniging meer. Een totaal gebrek aan interesse heeft deze instelling een jaar geleden het levenslicht uitgeblazen. Zo gebeurde het, dat van Heemse uit het initiatief werd genomen om als gemeente toch op waardige wijze bij te dragen. Het gemeentebestuur organiseerde op bliksemsnelle wijze, dat van alle buurtschappen een gelukwens op een vel ivoor
karton werd getekend, bij welke tekst een aantal typische foto’s werd geplakt. Deze vellen werden gebundeld in een album.
Het „grote” geschenk bestond uit een eiermand in de afmeting 2x I meter, gevlochten uit polyetheen buisjes, met opstaande steunbuizen van pvc en een bodem van spaanderplaat. Deze reuzenmand was een natuurgetrouwe copie van de eiermandjes, zoals deze jaren geleden door Hardenbergse boerenvrouwen werden gebruikt om eieren naar de
markt te brengen.
Het idee voor deze mand was spoedig geboren en met de uitvoering werd, nadat eerst een modelmandje was opgescharreld, onmiddellijk een begin gemaakt. Na een bespreking tussen de betreffende technische heren kwam een werktekening tot stand. In de late avonduren van dezelfde dag stond een aantal Wavinisten in Bergentheim aan
de mand te vlechten, alsof zij van hun leven nog nooit iets anders hadden gedaan. Zelfs de bedrijfsdirekteur kreeg de smaak zo te pakken, dat hij tot I uur in de nacht doorvlocht en pas toen, met eelt op de vingers, in zijn auto naar huis reed.
Natuurlijk waren er wat problemen. De constructie van de bovenrand, de vorm van het deksel en de bevestiging wdarvan waren niet zo eenvoudig. Men vond echter voor alles een oplossing en in minder dan 24 uur tijds (de ploeg had de gehele nacht doorgewerkt) had men de laatste hand gelegd aan het geschenk. In de grote mand, zo was afgesproken, zouden de vier meisjes in Saksische klederdracht plaats nemen, elk met een echt eiermandje aan de arm. In deze kleine mandjes bevonden zich de geschenken van de burgerij: produkten van fabrieken en middenstandsbedrijven. Donderdag 27 april werd over radio en tv de geboorte bekend gemaakt. Daaraan werd
toegevoegd, dat de volgende dag tussen 10 en 4 uur de gelegenheid bestond tot het
aanbieden van geschenken. Er moest dus bizonder snel worden georganiseerd, maar  dank zij het feit, dat de baby nog al op zich  had laten wachten en vooraf afspraken waren  gemaakt, liep alles op rolletjes.  
Om 10.00 uur in de morgen van vrijdag 28  april werd de grote mand, geplaatst op een  draagstuk met vier handvaten, op het Stephanusplein door plaatselijke bloemisten nog  even opgetuigd. De rand om de bodem  kreeg een grastapijt, terwijl aan de zijkanten  de hengsels van bloemstukken werden voorzien. Deze schoonheidsbehandeling nam  toch nog meer tijd in beslag dan kon worden voorzien. Het was dan ook tegen twaalven, voordat de karavaan zich in beweging  zette.  Burgemeester Slot met echtgenote hadden  de leiding van de delegatie. In dezelfde  wagen reed mee de heer Ir. Reiling, voorzitter van de Oranjevereniging Heemse.  
Mevrouw Mullers, met de vier meisjes, te  weten Aleida Kruizinga, Anke Weitkamp,  Fennie Reinders en Jannie Spijkers, die door  haar zo keurig in klederdracht waren gestoken, waren natuurlijk ook van de partij,  „zware” werk een  terwijl voor het meer  dertiental potige Wavinisten de reis naar  Drakensteyn meemaakte.  
Onderweg werd nog even gestopt om door  middel van koppen koffie en soep de rommelende magen tot zwijgen te brengen, zodat de groep rond 14.00 uur bij het  koninklijk kasteeltje arriveerde. Geheel  tegen de verwachting in bleek noch op de  toegangswegen noch in de direkte omgeving  van Drakensteyn enige drukte van belang te  heersen.
Tegenover het kasteel werden op een  achteraf-weggetje de vier meisjes door  sterke armen in de mand getild, waarna het  deksel kon worden gesloten. Stapvoets, met  de dragers naast de koets, ging het via de  oprijlaan naar het kasteel. Behalve een groot  aantal politiemensen, marechaussées en  enkele leden van het koninklijk comité van  ontvangst, was hier ook geen levende ziel  te bespeuren. Een inleidend gesprek van  
burgemeester Slot met enkele leden van het comité was voldoende, om na een korte  wachttijd de secretaresse van Prinses Beatrix, Mej. Wijnen, naar buiten te doen komen.  
Inmiddels had de ploeg sterke mannen de  mand aan de handvaten van de wagen getild  en op het middenterrein geplaatst. Toen  mej. Wijnen verscheen, ging het deksel omhoog en kwamen de vier meisjes tevoorschijn. Nadat zij uit de mand waren geklommen, maakten zij één voor één een  lichte buiging voor mej. Wijnen en konden  zij hun geschenken aanbieden.  De secretaresse van onze kroonprinses stak  niet onder stoelen of banken, dat zij het geschenk van Hardenberg zeer origineel vond  en bizonder waardeerde. Zij sprak er haar  teleurstelling over uit, dat noch de Kroonprinses noch Prins Claus aanwezig konden  zijn om het in ontvangst te nemen. „lk weet  heel zeker”, aldus mej. Wijnen, „dat Prins en  Prinses bizonder zouden hebben genoten  van dit tafereel en de originele aanbieding  van het geschenk op hoge prijs zouden hebben gesteld.”  
Een poging om de verslaggevers en vooral  de televisiemensen, in grote getale in een  speciale tent aanwezig, geestdriftig te maken  voor onze mand mislukte. Ook het plan om  op een overvol terras nog iets aan de versterking van de inwendige mens te doen  viel in duigen. Geen enkele ober had tijd  voor ons. In enigszins mistroostige stemming  werd de terugreis aanvaard.  Die teleurstelling is echter volledig goed  gemaakt door het slotavondje, dat het Gemeentebestuur en Wavin op dinsdag 30 mei  alle leden van het gezelschap aanboden in  de „Watermolen van Bels” in Vasse. Het  glas wijn of bier liet zich goed smaken en  tegen middernacht kwamen zelfs nog spekpannekoeken op tafel. Een steekspel met  woorden tussen de burgemeester en Wavin’s  bedrijfsdirekteur gaf aan de avond een  bizonder plezierige sfeer.  
Foto’s: Nieuwenhuis en Rotmensen.   

Toen, op 19 april 1836: de afgescheidenen te Rheeze.

Op 19 april 1836 werd door ‘de afgescheidenen’ een vergadering gehouden in de boerderij van schoolmeester Egbert Dunnewind te Rheeze. De onderwijzer speelde een belangrijke rol bij de gebeurtenissen die zich in die tijd in onze regio afspeelden. In het boekje ‘Egbert Dunnewind, schoolmeester tijdens de Afscheiding te Rheeze’ is er alles over te lezen. Van het gebeurde op 19 april werd door burgemeester Antoni van Riemsdijk een proces-verbaal opgesteld. Het eerste deel ervan tonen we hier… Kunt u het prachtige handschrift ook zo goed lezen?


Toen, op 09 april 1955: de school tussen Kloosterhaar en Sibculo.

NIEUWE AANWINST (d.d. 19 mei 2021)

We zijn verheugd te kunnen melden dat het ons is gelukt om twee oude brieven (meer dan anderhalve eeuw oud) op de kop te kunnen tikken! Vandaag informeren we u over de eerste, de jongste van de twee, gedateerd 9 april 1855.

Het betreft een brief van I.A. van Roijen in Zwolle, gericht aan mr. J. van Delden, burgemeester van de gemeente Ambt Hardenberg. Van Roijen laat hierin weten dat hij ‘volgaarne voldoet’ aan het verzoek van de burgemeester om een terrein ‘om niet’ (gratis) beschikbaar te stellen voor de bouw van een nieuwe school tussen Kloosterhaar en Sibculo.

Het briefpapier van Van Roijen is voorzien van diens fraaie preegstempel met de initialen: A.v.R. (Antoni van Royen).

Kort na de ontvangst van dit heuglijk bericht besloot de gemeenteraad van Ambt Hardenberg tot de daadwerkelijke bouw van een nieuwe school. Het schoolgebouw verrees langs de weg tussen Kloosterhaar en Sibculo en deed van 1855 tot 1895 als zodanig dienst.

De brief hebben we voor een luttel bedrag kunnen aankopen, mede dankzij bijdragen van onze sponsoren! Dank daarvoor!

Waarschijnlijk is de brief indertijd door Van Delden thuis in ontvangst genomen en heeft het nooit de burelen van de secretarie bereikt, waardoor het niet is opgenomen in het gemeentelijk archief…

We hebben besloten de brief te schenken aan het Dorpsarchief Kloosterhaar. Binnenkort zal onze aanwinst hun aanwinst worden…