Archieven: 2021-12-28

Toen, op 28 december… de ontslagen commies

In Collectie Overijssel (het voormalige HCO) te Zwolle, in toegang 1447.1, wordt het familiearchief Van Dedem bewaard. Onder inventarisnummer 467 vinden we een bijzondere brief, gedateerd 28 december 1843. De brief is verzonden door de te Hardenberg wonende, ontslagen commies Bartholomeus Cromjongh, gericht aan de hoog weledelgeboren heer baron van Dedem tot den Berg te Dalfsen. Cromjongh schreef:

Mijn heer! Met gevoel van eerbied kom ik mijne welmenende dank betuigen voor de van u onlangs ontvangen weldaad, mij zoo deelnemend toegevoegd, in mijne folteringe dien ik zoo onverdiend onderga met vrouw en 5 kinderen.

God, hope ik met de mijnen, spare u benevens hoog geëerde familiekring, voor zoo noodlottig schuldeloos leiden. Daar men mij op den 4 julij jl. door het gouvernement van Overijssel, zonder iets op mijn geweten te hebben, door laster, zonder verhoor, als commis der 1 klasse uit ’s Rijksdienst heeft ontslagen, ter zake eener valsche beschuldiging, van de zeijde des heere controleur (Van Rhijn) thans liniecontroleur te Hardenbergh, als of ik, schrijver, steller of medeweter zou zijn eener valsche brief aan het Gouvernement te Zwolle gerigt, ten naam voerenden (Rut van Kranen), commis te voet der 3 klasse te Venebrugge (grenskantoor) inhoudende verzoek om tot belang zijner kinderen, van daar te worden overgeplaatst, werwaards eene school is. Gelieve mij te willen geloven, u heere dat het nimmer bij mij noch de mijnen is opgekomen om ons aan een dusdanige brief schuldig te maken. En evenwel vaart men voort, om mij uit het cader der ambtenaren te stellen.

Mijne troost zoekende bij het boek der psalm 55 vers 23, alsmede bij psalm 7 en 120 en gezang 37. En dan ben ik zoo gerust, en ik houd nog moet, daar mijne zaak regtvaardig is, en zal ik nog wel eens zegepralen. De heere slaat en geneest, dus het water wel tot de lippen kome, dan wil nog wel uitkomst schenken, hoe wonderbaarlijk ook voor ons klein doorzicht. Dit is zoo! weledelgeboren heer! dat mij uit eene goede bron gezegt is, men bij u veel vermag, wanneer men met een regtvaardige zaak te worstelen heeft, om redding bij u zoo gulhartig te kunnen vinden. Och! red mij als een altoos braaf man en vader en tevens een eerlijk ambtenaar. God, die de liefde zelve is, belone u voor deze daad. Lange heeft men mij gezocht, en heeft men mij nimmer op mijne ambtsverrigting niet kunnen bestraffen, maar heeft men mij zoo willekeurig behandeld, waar van ik beklag aan de Hooge Raad der Nederlanden ingediend, zie daarover staatscourant van 11 aug. 1843 no. 190 – en ben als een ambulant ambtenaar behandeld, en nog onophoudelijk verplaatst, waardoor ik arm en in den achterstand gebracht ben – zoo zelfs, dat in de gemeente Blokzijl van mij mijn zilvere tabaxsdoos en van mijne vrouw haar halsketting verpand staan. Zoo zelfs, dat de tijd sneld om aldaar verkogt te zullen worden. De doos voor f. 18 en de halsketting voor f. 12. Och! mocht ik eene weg gebaand vinden dat ik die panden konde lossen, onder voorwaarde dat die voorwerpen onder de bewaring wierde gesteld, tot zoo lange het de voorzienigheid zal gelieven behage mij uit deze ongelukkige positie te redden. Wij vleijen ons eerbiedig, om een gunstig berigt van u te zullen mogen ontvangen. ’t Welk smekende. B. Cromjongh.

In augustus 1843 was een pleitbrief van Cromjongh over zijn ontslag door de Tweede Kamer voor kennisgeving aangenomen. De commies was gestationeerd aan de Venebrugge, maar had dus zijn congé gekregen. Hij was in 1814 in Leerdam getrouwd met Jannigje de Jong. Aanvankelijk had hij gewerkt als koopman en winkelier, maar later werd hij rijksambtenaar (commies te voet eerste klas). Kinderen werden geboren in Culemborg, Leerdam en Papendrecht, voor hij naar Venebrugge kwam. Uiteindelijk is hij na zijn ontslag terecht gekomen in Dordrecht, alwaar hij aan de slag kon als praktizijn aan de regtbank. Bartholomeus overleed daar op 71-jarige leeftijd in 1861.


Bevrijding van de Fransen

Toen, op 27 december 1813: aanval van de Fransen.

De 27ste december 1813 was verschrikkelijk en treurig voor de ingezetenen van Gramsbergen en omgeving. De laatste hardnekkige Franse militairen pleegden die dag een uitval vanuit hun vesting Coevorden, tot zo dichtbij Gramsbergen dat men daar met de grootste spoed alles in het werk moest stellen om de beste goederen in te pakken en met schuiten en wagens te verzenden, en om de vrouwen en kinderen in aller haast te laten vluchten.

Gelukkig kon de vijand tussen Ane en Anerveen door Kozakken, burgers en boeren zo’n tegenstand worden geboden, dat verder oprukken kon worden belet. Ondertussen hadden de Fransen in Anerveen en Holthone vele plunderingen en vernielingen aangericht. Ze hadden alles wat zij maar konden weggevoerd: kisten, kasten, klokken en andere meubelen vernield, ongeveer 200 runderen meegenomen en andere dieren die zij niet zo snel konden meenemen, doodgeschoten.

Van diezelfde bende waren er enkele in De Meene en in de Klokhenne aan de Vecht tegenover Gramsbergen geweest en hadden daar dezelfde verwoestingen en plunderingen aangericht. Maar ook daar waren zij in hun verdere woede door de Kozakken en boeren tegengehouden. Met name de boeren hadden de Fransen met zo veel dapperheid afgeslagen, dat het stadje Gramsbergen, wat een afschuwelijk lot te wachten stond, bevrijd bleef van de tirannie der Fransen.


Verliefd, verloofd…

…, maar niet getrouwd. Op deze door de Hardenberger fotograaf Pieter van Grieken gemaakte foto zien we het verloofde stel Frederik Gerrit Boerrigter en Zwaantje (Zus) Bruins. In 1927 kondigden ze in het Salland’s Volksblad hun verloving aan. Frederik Gerrit Boerrigter was kandidaat-dierenarts te Zwolle. Zus Bruins was leerling-verpleegkundige te Utrecht. Hun huwelijk werd nimmer voltrokken. Frederik Gerrit zou in 1935 in Hengelo trouwen met Janneke Kranendonk. Zus Bruins bleef ongehuwd…


Toen, op 25 december…

Op Eerste Kerstdag 1928 overleed ds. Vogelaar, predikant van de gereformeerde gemeente Heemse. Simon Johannis Vogelaar was op 22 januari 1865 geboren in Dinteloord en Prinsenland. In 1924 kwam hij naar Heemse.

Ds. Vogelaar was twee keer getrouwd. Eerst in 1891 te Nieuwer-Amstel met Johanna Geertruida Maria de Jongh. Samen kregen ze vijf kinderen. Na haar overlijden hertrouwde ds. Vogelaar in 1921 te Klundert met zijn schoonzus, de weduwe Johanna Wilhelmina Punt. Zij was voordien getrouwd geweest met Johannes Vogelaar.


Toen, op 24 december 1919… kerstavond

Deze absoluut unieke afbeelding is ruim een eeuw geleden gemaakt: Kerstavond 1919. Om de foto in de huiskamer in Heemse te kunnen maken, moest de lamp even worden ‘verhangen’. Vandaar de opmerkelijke stand.

We zien het interieur van het muldershuis, het molenaarshuis van de familie Nijzink op de Brink. Links zit opoe Egberdina Hillegonda Nijzink-Dorgelo (1851-1921) met kleinzoon Jurrien Nijzink (geb. 1918) op schoot. Daarnaast zit haar schoondochter Frouktje Nijzink-Greven met voor haar dochtertje Egberdina Hillegonda Nijzink (geb. 1916). Staand naast de kerstboom de man des huizes: molenaar Marinus Johannes Nijzink (geb. 1888). Even verderop staat diens jonge zwager Hendrik Greven (geb. 1904).
Verder zien we zittend v.l.n.r. tante Wilhelmina Nijzink-Snel (1881-1956) met haar man Johannes Albertus Nijzink (1877-1956) en hun zoons Evert (geb. 1910) en Willem Johannes (geb. 1911), gevolgd door tante Berendina Nijzink-Eefting (1893-1938) met haar man Hendrik Nijzink (1885-1968) en hun dochters Egberdina Hillegonda (geb. 1914) en Maria (geb. 1915).