Archieven: 2025-11-23

Toen, op 23 november… Getuigenverhoor over zwangere Fennegien Jans uit Ane (1752)

In het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg is een zgn. interrogatoria (gerechtelijk verhoor) bewaard gebleven dat op 23 november 1752 werd afgenomen ten overstaan van de plaatsvervangend schout Jacobus van Riemsdijk (toegang 0055.2.1). Het handelde om de zaak van Fennegien Jans uit Ane, die beweerde zwanger te zijn geraakt van Jan van der Haar, werkzaam als koetsier op de havezate Heemse. Meerdere getuigen werden onder ede gehoord.

  • Albert Schutten (47) en Berent op ’t Vrijlink (34), beiden uit Ane
    Zij verklaarden dat zij door Fennegiens vader naar de koetsier waren gestuurd om hem te vragen wat zijn bedoeling met Fenne was. De koetsier had gezegd dat hij haar niet wilde verloochenen of voor “hoer” uitmaken. Wel gaf hij aan dat hij twee getuigen had die konden bevestigen dat Fenne al vóór mei zwanger was, en dat hij zich daarom terughoudend opstelde. Hij verklaarde dat hij pas vanaf mei in dienst was van het Huis Heemse. Tegenover anderen had hij ook gezegd dat hij de zaak graag netjes wilde oplossen.
  • Richelt, hovenier op Huis Heemse (70)
    Hij had in Hardenberg horen zeggen dat Fenne moest bevallen, maar wist niet van wie. Thuis sprak hij met de koetsier over de zwangerschap. Toen hij schertsend zei dat hij Berend zou plagen met deze kwestie, reageerde de koetsier dat Richelt daar niet mee moest spotten: het was namelijk zijn (de koetsiers) schuld, en hij wenste dat Fenne er met een goede schik vanaf zou komen.
  • Albert Warmelink, koster te Heemse (28)
    Hij vertelde dat de koetsier zelf had toegegeven liever niet gewild te hebben dat Fenne’s zwangerschap bekend werd zolang de vrouwe van het Huis Heemse nog leefde, omdat zij ziek was. Ook zei de koetsier volgens hem: “Nu heb ik het zelf veroorzaakt, de natuur gaat boven de leer.”
  • Geertien Hendrix, dienstmeid op Huis Heemse (20)
    Zij wist niet van gesprekken over Fenne’s zwangerschap tijdens een wijnavond na het overlijden van mevrouw. Wel verklaarde ze dat de koetsier haar gevraagd had hoe lang Fenne al geen menstruatie meer had gehad. Zij antwoordde dat dit al vóór mei het geval was. Over verdere betrokkenheid van de koetsier wist ze niets te zeggen.
(figuratieve schets, ChatGPT)

De getuigen bevestigen dat:

  • Fennegien Jans inderdaad zwanger was.
  • De koetsier Jan van der Haar erkende dat hij verantwoordelijk was, maar tegelijk probeerde te suggereren dat zij al eerder zwanger was geweest.
  • Hij aangaf de zaak netjes te willen afhandelen, maar wilde niet dat het te vroeg bekend werd, vooral niet bij de zieke vrouwe van Heemse.
  • Hij liet vallen dat “de natuur boven de leer gaat”, waarmee hij leek te erkennen dat hij zijn lusten niet had beheerst.

Kortom: de verklaringen wijzen erop dat de koetsier schuld bekende, maar de precieze tijdlijn en de vraag of Fenne al vóór mei zwanger was, bleven een punt van discussie.

De bij het getuigenverhoor gemelde ‘vrouw van Heemse’ die ziek lag en overleed, betrof Jacoba Hendrietta Arnolde van Uterwijk, de weduwe van Evert Elbert Antony baron van Raesfelt en de schoonmoeder van Clara Feyoena van Raesfelt-van Sytzama.


De volledige transcriptie luidt:
Hardenberg, den 23 novemb. 1752. Verwalter Scholtus J. van Riemsdijk. Keurnooten: burgemeester D.J. Rustenberg en Everhardus Kramer.

Interrogatoria om daer op ter gerigtelijke instantie van Fennegien Jans, na voorgegane wettige citatie en erinneringe van de sware straffe des meineeds, onder eede te verhoren, de navolgende personen, als Schutten Albert en Berent op ’t Vrijlink, beide te Ane. Den hovenier Richelt en de meid Geertien Hendrix, beide van den Huize Heemse, en dan nog Albert Wermink, coster te Heemse.

1. Getuigen, alle ouderdom en verwantschap af te vragen.
Getuige Albert Schutten getuigd op art. 1 ongeveer 47 jaer oud, en niet verwant te zijn.
Berent op ’t Vrijlink getuigd ongeveer 34 jaer oud en niet verwant te zijn.
De hovenier Richelt verklaerd ongeveer 70 jaer oud te sijn, en niet verwant.
Alb. Wermink, coster te Heemse, verklaerd in het 28ste jaer oud, en niet verwant te zijn.
Getuige Geertien Hendrix verklaerd in haar 20ste jaer oud, en niet verwant te zijn.

2. Getuigen Schutten Albert en Berent Vrijlink af te vragen of zij getuigen niet voor omtrent drie weken door de vader van Fennegien Jans van Ane sijn gesonden na ’t Huis Heemse om den coetsier Jan van der Haar af te vragen hoe hij het met sijn dogter Fennigjen in den sin had, terwijl sij van hem coetsier beswangerd was.
Schutten Alb. getuigd op art. 2 desen articul vollenkomen de waerheid te sijn.
Getuige Berend op ’t Vrijlink verklaerd desen articul vollenkomen de waerheid te zijn.

3. Wat heeft hij coetsier destijds aan uwlieden geantwoord, sulx na waerheid en (so veel mogelijk) van woord tot woord te noemen. Is getuige ook niet bekend dat hij coetsier te Wijhe gesegt heeft dese saek met Fenne wel te willen afmaken?
Op art. 3 verklaerd getuige Schutten Albert dat hij Jan van der Haer tegens haer had geantwoord, ik wilse niet versweren en ook voor geen hoere uitschreeuwen, en dat hij twee getuigen hadde dat zij voor maij al zwanger was geweest, en daerom hield hij sig te rugge, en haer tot maij ter goeder regte stond, en verklaerd getuige verders dat hij coetsier tot Wijhe gesegt heeft dese saek met Fenne wel gaern te willen afmaken.
Op art. 3 getuigd Berent op ’t Vrijlink dat de coetsier tegens haer had geseid, ik, wilse niet versweren en ook voor geen hoere uitschreeuwen, en dat hem geseid was dat sij voor maij al zo geweest is, en daer wel getuigen van had op het Huis te Heemse, en dat hij ook niet wilde gaen lopen, maer praesenteerde sig van nu af aen tot maij toe als een eerlijk man ter regte; en verklaerde getuige van ’t verdere gevraegde in desen art. niet te weten, omdat daer niet is present geweest.

4. Meester Richelt hovenier op Heemse af te vragen of hij voor eene tijd lang geleden niet in den Hardenberg of elders had horen seggen dat de meid Fenne van den koetsier Jan van der Haar in de kraam moeste.
Op art. 4 getuigd de hovenier Richeld dat hij in den Hardenberg ten huize van Jan Hend. Boerrigter wel heeft horen seggen dat de meid Fenne kramen moest, maar niet van wie sij kramen moeste
.

5. Is getuige mr. Richeld thuis komende, daerop niet met hem coetsier in het bouwhuis geweest, en met hem over dese zwangerschap discours gehad?
Op art. 5 verklaerd getuige mr. Richeld de hovenier, dezen art. de waerheid te zijn.

6. En heeft getuige destijds niet tegens J. van der Haar, wanneer in dat discours was, gesegt wagt daer moet ik Berend eens met plagen?
Op art. 6 verklaerd getuige de hovenier Richeld, dat hij tegens Jan in dat discours hadde gezeid of heeft Berent daer doende geweest.

7. Maer heeft Jan van der Haar uw getuige daer op niet gesegt, dat gij Berend daer mede niet soudet plagen, maer dat het sijn schuld was, en dat hij wel wenste dat Fenne met goed schik daer van daen was?
Op art. 7 verklaerd getuige Richeld de hovenier desen articul in allen delen volkomen de waerheid te zijn
.

8. Wat weet getuige nu meerder van dese saek (so gevraegt als ongevraegd) te seggen, sulkx te noemen.
Op art. 8. verklaerd getuige Richeld de hovenier, van dese saek verder niet te weten.

9. Getuige Albert Warmelink, coster te Heemse, af te vragen of niet uit den eigen mond van Jan van der Haar, coetsier op Heemse, gehoord heeft, en selfs tegens hem getuige gesegd, dat hij niet geerne gehad hadde dat het zwanger zijn van Fenne bij leven van mevrouw soude uitkomen.
Op art. 9 verklaerd getuige Alb. Warmelink, coster te Heemse, dat hij getuige an Jan heeft gevraegd, hoe hij met Fenne stond, en terselver tijd door Jan van der Haer daer op is geantwoord, dat hij niet graeg wilde hebben dat het bij ’t leven van mevrouw soude uitkomen, dewijl dat mevrouw er so lag.

10. Maer heeft hij Jan, coetsier op datselfde pas ook niet tegen getuige gesegt ik heb het selfs uitgebragt, en dat de natuur was boven de leer gegaen?
Op art. 10 verklaerd getuige Albert Warmelink, coster te Heemse, dat Jan coetsier op dat selfde pas mede gesegd hadde, nu hebbe ik het selfs eerst uitgebragt, de natuur gaet boven de leer.

11. Wat weet getuige (so gevraegd als ongevraegd) hier meerder van?
Op art. 11 verklaerd getuige Alb. Warmelink hier van met sekerheid niets verders te kunnen seggen.

12. Getuige Geertien Hendrix af te vragen, of haer niet bekend is, dat Jan van der Haar, op enen avond en na dode van mevrouw de eere gehad heeft van met enige glasen wijn beschonken te worden, en is getuige daer niet praesent geweest?
Op art. 12 getuigd Geertien Hendrix van ’t gevraegde in desen art. niet te weten.

13. Heeft zij getuige in dat geselschap als doen niet horen spreken dat de meid Fenne van Jan van der Haer beswangerd ware?
Getuige Geertien Hendrix verklaerd op art. 13 van ’t gevraegde in desen articul mede niets te ween
.

14. Weet sig getuige ook te erinneren dat Jan van der Haar aen haar gevraegt heeft, hoe lange is Fenne al niet geweest so als ’t behoord, of om meer duits te spreken, wanneer heeft sij de laestemael de stonden gehad?
Op art. 14 getuigd Geertien Hendrix, het gevraegde in desen de waerheid te zijn, en door haer getuige daer op is geandwoord, dat sij Fennegien, al voor maij niet was geweest so als sij behoorde te wesen.

15. En heeft hij coetsier aen uw getuige niet gesegt wanneer Fenne eerder zwanger was als van meij, dat hij het dan niet gedaen had, want hij om maij eerst daer was gekomen?
Op art. 15 getuigd Geertien Hendrix van het gevraegde in desen articul niets te weten.

Dat dese vorenstaende articulen na voorgaende wettige citatie, ter preventie van de voorn. keurnoten aen de getuigen, nadat sij den eed daer toe staende hadden afgelegd, en wel de hovenier Richeld, volgens het Paepsche Formulier; na serieuse waerschouwinge van de zwre straffe des meineeds, duidelijk sijn voorgelesen, en door haer daer op is geantwoord, so als bij jeder articul staat gemeld, certificere en verklare ik verwalter scholtus voornoemd, met dese mijne onderteikeninge, en opdrukkinge mijnes cachets. Actum Hardenberg, den 23 november 1752. J. van Riemsdijk.


Aanwinst: boekenscanner!

Via een zeer gewaardeerd contact van een van onze bestuursleden is het gelukt om een professionele boekenscanner op de kop te tikken; gratis en voor niets! De scanner is vanwege de levensduur ‘afgeschreven’, maar gaat ons hopelijk helpen om nog vele waardevolle archiefstukken te digitaliseren.

Het grootste voordeel van een boekenscanner, ten opzichte van een reguliere flatbedscanner, is dat boeken en grootformaat archiefstukken ‘van bovenaf’ kunnen worden gedigitaliseerd. Dit voorkomt beschadiging van de originelen. Een ander voordeel is dat softwarematige correctie van de boekcurve wordt toegepast,

Half december hopen we de machine op te kunnen halen, zodat we er met ingang van 2026 mee aan de slag kunnen. We zitten te denken aan het digitaliseren van:
– de bevolkingsregisters van Ambt en Stad Hardenberg
– diaconieboeken van de hervormde kerk in Heemse
– registers van resoluties van de magistraat van stad Hardenberg
– etc.


Monumentaal erfgoed – Monumentale bomen

Gemeente Hardenberg is bezig met het opstellen van een bomenbeleidsplan. Onder meer de Stichting Bomenridders Hardenberg helpt daarbij. Onze Stichting Historische Projecten reikt de helpende hand. Onderdeel van het op te stellen bomenbeleidsplan is het inventariseren van bijzondere bomen. Daarbij kun je denken aan herdenkingsbomen, markebomen, grensbomen, houtwallen of bomen die een oude weg of route aangeven. Kortom bomen die de moeite waard zijn om te behouden. Ter gelegenheid van Open Monumentendag in 1999 gaf gemeente Hardenberg een boekje uit met enkele monumenten. In het boekje staat ook een lijst van geregistreerde monumentale bomen.

Onderstaande (verouderde) lijst moet worden aangevuld met bomen en houtwallen die behouden moeten blijven. De lijst dateert nog van voor de gemeentelijke herindeling. Zodoende ontbreken de monumentale bomen op het grondgebied van de voormalige gemeenten Avereest en Gramsbergen.

Helpt u mee? Reageer via onderstaand formulier en gebruik a.u.b. zoveel mogelijk een duidelijke omschrijving van de houtopstanden en de locatie, zoals gebruikt in de lijst.

nr.omschrijvinglocatie
1lindeboom (1750-1800)Heemse; in tuin tussen Rheezerweg en Oude Rheezerweg
2zomereik (voor 1700)Heemse, in de tuin van de kosterswoning bij de Hessenwegkerk, Hessenweg 47
3averschillende oude bomen (1860-1870)Heemse, bij huize Nijenstede, Hessenweg 51
3bbeuk (1840-1850)Heemse, achter huize Nijenstede, Hessenweg 51
3ctweestammige esdoorn (1860-1870)Heemse, voor huize Nijenstede, Hessenweg 51
4rij zomereiken (1880-1890)Heemse, langs de Brandweg
510 à 15 bomen (1800-1810)Heemse, bij Huize Welgelegen, Scholtensdijk 20
6arij esdoorns (1810-1820Heemse, langs de Scholtensdijk
6brij zomereiken (1860-1870)Heemse, langs de Scholtensdijk
7zomereik (1836): de dominees-eik (geplant na het overlijden van ds. Wineke)Heemse, op het oude kerkhof
8rij geknotte lindebomen (1850-1860)Heemse, nabij kostershuis, Scholtensdijk 22
9witte paardenkastanje (1880-1890)Heemse, nabij de Kandelaarkerk, Weidebuurt 11
10agroep bruine beuken (1810-1820)Heemse, achter boerderij erve Hesselink, Rheezerweg 2
10blinde (1900-1910)Heemse, voor boerderij erve Hesselink, Rheezerweg 2
11zomereik (1860-1870)Heemse, voor Spaanskamp 2
12geknotte linde (1840-1850)Heemse, bij voormalig restaurant De Rustenbergh, Hessenweg 7
13zomereik (1750-1800)Heemse, bij pand Haardijk 7
14zomereik (1820-1830)Collendoorn, tegenover Havezateweg 2
15rij bruine beuken (1900-1910)Hardenberg, aan ’t Badhuisplein
16bruine beuk (1870-1880)Hardenberg, op perceel Gramsbergerweg 6a
17bruine beuk (1890-1900)Hardenberg, voor pand Gramsbergerweg 36
18beuk (1890-1900)Hardenberg, nabij pand Gramsbergerweg 48
19zomereik (1870-1880)Hardenberg, nabij de Radewijkerbeek/Parkweg
20witte paardenkastanjeBaalder, bij café-zalencentrum Mulder, Gramsbergerweg 68
21lindeboom (1890-1900)Hardenberg, nabij J.C.J. van Speijckstraat
22bruine beuk (1830-1840)Hardenberg, nabij pand Stationsstraat 35
23rij witte paardenkastanjes (1890-1900)Hardenberg, nabij het N.S.-station
24witte paardenkastanjeHardenberg, nabij de Zwingel
25zomereik (1890-1900)Hardenberg, nabij pand Nieuwe Burgerkampweg 1
26zomereik (1890-1900)Hardenberg, nabij pand J.C. Kellerlaan 6
27witte paardenkastanje (1870-1880)Brucht, nabij pand Hardenbergerweg 45
28groep witte paardenkastanjes (1840-1850)Brucht, voor het oude meestershuis, Hardenbergerweg 30
29groep lindebomen (1900-1910)Bergentheim, nabij pand Stationsweg 4
30zomereik (1870-1880)Bergentheim, naast pastorie, Doctor H.J. Postlaan 11
31witte paardenkastanjeBergentheim, nabij voormalig N.S.-station
32rij Amerikaanse eiken (1910-1920)Mariënberg, nabij Stationsweg
33rij witte paardenkastanjes (1900-1910)Mariënberg, naast het stationsgebouw
34lindeboom (1880-1890)Mariënberg, nabij het pand Hardenbergerweg 6
35houtwal met zomereiken (1860-1870)Oud-Bergentheim, nabij het erve Waterink, Brinkweg 6
36witte paardenkastanje (1860-1870)Diffelen, nabij het erve Warmink of Scholtemeijer, Grote Esweg 13
37groep jeneverbessen (1890-1900)Diffelen, nabij de landweg
38groep witte paardenkastanjes (1900-1910)Radewijk, op het voormalig schoolplein, Radewijkerweg 48
39houtwal met zomereikenRadewijk, nabij het dorpshuis De Heugte, Radewijkerweg 37
40zomereik (1850-1860)Radewijk, op erve Raewyck, Radewijkerweg 47
41rij lindebomen (1890-1900)Radewijk, op erve Broekgeerts, Radewijkerweg 51
42groep zomereiken (1850-1860)Radewijk, nabij het pand Radewijkerweg 55
43zomereik (1890-1900)Radewijk, nabij het pand Stobbenhaarweg 10
44houtwal met zomereiken (1850-1860)Radewijkerweg, nabij het pand Stobbenhaarweg 20
45lindeboom (1880-1890)Radewijk, nabij erve Klinge, Stobbenhaarweg 26
46azomereik (1880-1890)Venebrugge, nabij het pand Hoogenweg 60
46bbeuk (1880-1890)Venebrugge, nabij het pand Hoogenweg 60
47zomereik (1900-1910)Venebrugge, nabij de hoek Hoogenweg – Puntweg
48zomereik (1870-1880)Venebrugge, nabij de hoek Hoogenweg – Oude Veenweg
49groep geknotte lindebomen (1910-1920)Hoogenweg, nabij pand Hoogenweg 10
50groep zomereiken (1890-1900)Hoogenweg, nabij het Lennips, Hoogenweg 57
51groep zomereiken (1900-1910)Ebbenbroek, nabij pand Grote Kattendijk 8
52groep beuken (1810-1820)Bruchterveld, nabij pand Emtenbroekerdijk 23
53groep zwarte eiken (1900-1910)Bruchterveld, nabij pand Broekdijk 81
54bruine beuk (1830-1840)Bruchterveld (nabij pand Broekdijk 32) (geveld)
55groep schietwilgen (1880-1890)Bruchterveld, nabij pand Broekdijk 5
56groep zomereiken (1880-1890)Kloosterhaar, tegenover pand Verlengde Broekdijk 1
57rij zwarte elzen (1900-1910)Kloosterhaar, tegenover Dorpstraat 96
58singel met zwarte elzen (1900-1910)Kloosterhaar, nabij de Breeslootdijk
59taxusboom (1900-1910)Lutten, in tuin bij pand Dedemsvaartseweg-Zuid 11
60agroep bruine beuken (1860-1870)Lutten, nabij voormalige rentmeesterswoning, Dedemsvaartseweg-Noord 20
61groep bruine beuken (1880-1890)Lutten, nabij pand Dedemsvaartseweg-Zuid 45
62bruine beuk (1880-1890); deze is opgenomen in het nationaal bomenregisterLutten, nabij de oude school, Anerweg-Noord 96
63zomereik (1830-1840Oud-Lutten, nabij een pand aan de Lutteresweg
64bruine beuk (1800-1810): de Apostelenbeuk; deze is opgenomen in het nationaal bomenregisterLutten, op het kerkhof
65zomereik (1890-1900)Slagharen, nabij pand Witmanweg 43

Smederij Brunink

Begin november 2025 lukte het ons om deze bijzondere fotokaart te bemachtigen. De foto is gedrukt op een prentbriefkaart, maar de kaart is niet verzonden.

We zien twee onbekende jongens op klompen. Ze houden een moker in de handen. Op de achtergrond zien we de smederij van Gerrit Jan Brunink op de Brink in Heemse.

Wie o wie weet meer over deze foto te vertellen, bijvoorbeeld wie de afgebeelde jongens zijn? Laat het ons dan aub weten. Vanzelfsprekend is deze plaat in hoge resolutie toegevoegd aan onze online beeldcollectie.


Toen, op 8 november… Noodkreet van Rode Roede na verwoesting door vagebonden (1728)

In het zgn. Statenarchief (toegang 003.1, inv.nr. 765) wordt een brief bewaard, geschreven op 8 november 1728 door Wilm van Reese, destijds Rode Roede (landssoldaat) van het kerspel Hardenberg. In zijn brief meldt hij dat hij samen met anderen, volgens de regels en voorschriften van de staten van Overijssel, heeft meegewerkt aan het doodschieten van drie vagebonden of heijdenschen (heidenen). De overige bendeleden zijn gevlucht en hun achtergelaten goederen zijn door de overheid verkocht; de opbrengst is onder de soldaten verdeeld. Zelf heeft hij daar slechts twee gulden van ontvangen.

Kort daarna, op een nacht, zijn vijf van die bendeleden bij zijn huis gekomen. Zij eisten van hem het geld terug dat zij bij hun vlucht verloren hadden, en dreigden hem anders te doden. Omdat hij het geld niet had, gaf hij hun al wat hij bezat. Toen dit hen niet tevredenstelde, staken zij zijn huis in brand. Hij kon ternauwernood in zijn blote hemd en een oude rok met zijn gezin ontsnappen. Zijn huis en inboedel gingen volledig in vlammen op; vrouw en kinderen werden mishandeld en hij bleef berooid achter.

Van Reese stelt dat dit hem is overkomen juist omdat hij de voorschriften van de staten trouw heeft nageleefd en optrad tegen zulke vagebonden. Nu is hij echter straatarm en dakloos. Hij vraagt de Staten om hulp:
– ondersteuning voor de winter (bijv. door een collecte of andere middelen),
– nieuwe huisvesting,
– nieuw geweer (omdat alles door de bende is meegenomen of verbrand),
– en toestemming om opnieuw een huis te bouwen, liefst dichter bij een buurtschap of het stadje Hardenberg.

Hij belooft dat hij met nieuw wapenmateriaal opnieuw en strikt de voorschriften van de staten tegen dit soort volk zal handhaven.

Fragment van de brief…