Archieven: 2026-06-15

Inventaris op archief Havezate Heemse en Huis Welgelegen

Zondag 7 juni jl. heeft archivaris Wim Hoogeland het ‘eerste exemplaar’ van de inventaris op het verloren gewaand huisarchief aangeboden aan eigenaresse mw. Sirtema van Grovestins-Hasseley Kirchner. Dit vond plaats in Huis Welgelegen, het huidige kantoor van Vechtstede Notarissen, ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van Stichting Historische Projecten Hardenberg.


Toen, op 14 juni… Boerenstrijd om lusten en lasten in Radewijk (1738)

In 1738 ontstond er een geschil tussen de gezamenlijke buurmannen van Radewijk en Hendrik Berends Snijders, de bewoner van ’t erve de Sniederi-je in Wielen. De Radewijker buurmannen eisten dat Snijders ging meebetalen aan de boerschapslasten (gemeenschappelijke lasten van de marke of de buurtschap), zoals herendiensten en door het kerspel opgelegde belastingen. Volgens hun berekening bedroeg zijn aandeel één gulden, naast de bijdragen die hij al betaalde aan hoorngeld en de huur van de pastoorsweeme (de pastorie).

Snijders verzette zich hiertegen. Hij stelde dat hij altijd alleen het hoorngeld en de huur van de weeme had betaald, en nooit aan de overige lasten had hoeven bijdragen. Als hij wél zou moeten bijdragen aan die lasten, vond hij dat hij ook recht had op de voordelen van de marke, zoals het mogen laten weiden van zijn beesten in het Radewijkerbroek. Hij protesteerde bovendien tegen het opleggen van proceskosten.

De buurmannen hielden vol dat het redelijk was dat Snijders, omdat hij in de marke woonde en al enkele bijdragen betaalde, óók in de andere lasten moest delen. Wat betreft het laten weiden van zijn beesten in het Broek verwezen ze echter naar de markenrichter en de gezamenlijke goedsheren: zij alleen konden daarover beslissen.

Na herhaaldelijk verweer van Snijders besloot het gerecht in Hardenberg op 16 juni 1738 dat de eis van de buurmannen voorlopig niet ontvankelijk was.


Een transcriptie:
Heemse, den 14 junij 1738. Rigter Arnold Voltelen.
Erschenen de gezamentlijke buirmannen van Radewijck, seggende Hendrik Snijders te hebben laten citeren ten fine deselve moge werden gecondemneert om mede te moeten betalen in haare boerschapslasten als heerendiensten, karspels uitgesette lasten, na quota gelijk hij jaarlijks mede is doende en betaalt in haar boerschaps hoorngelt ende huire van de pastoors wheeme, nevens haar also hij daarvan niet meer vrij kan weesen als sij comparanten komende sijn portie in desen maar te monteren volgens haar comparanten uitrekeninge der somme van eenen gulden, alles met eijsch van kosten.

Waarop erschenen Hendrik Snijder, segt dat hij noijt anders in de boerlasten heeft en nog jaarlijks betaalt als allene het hoorngelt en in de wheemehuir, en dat indien hij in de andere lasten moeste contribueren, hij dan ook mede van de profijten van de markte als weijdinge in het Broek als anders moeste en behoorde te gauderen, doende protest van kosten.

De boermannen seggen dat wat aangaet de weijdinge in ’t Broek sij daarin niet buiten de heer markenrighter en anderen goetheren konden en wilden doen en laten, sulks in ’t geheel en als voormaels en wat de andere lasten angaet dat niet anders als redelijk is dat hij dewijl in de markte of boerschap is wonende en daarin sijn hooftgelt, dienstbodegelt, hoorngelt en whemegelt betaelt, hij also in desen mede moet betalen, versoekende also nogmalen als voren, de geciteerde moge worden gecondemneert om sijn toegelegte eene gulden te moeten betalen, met de kosten.

Waerop erschenen Hendrik Snijder, seggende te persisteren bij sijn voorgaende, dat noit niet heeft gegeven in de uitsettinge van dese karspels- of buirlasten of herendiensten, als allene de herenschattingen en huire van de weeme en dat sodanige lasten niet redelijk is, dat die hem worden opgelegt en hij die soude moeten betalen, of hij moet mede van de weijdinge in ’t Broek profijteren, doende nogmalen protest van kosten.

Hierover sal op anstaende maandag en morgen met assumptie van twee bequame keurnoten worden gedecreteert.

Hardenbergh, den 16 junij 1738.
Het Gerigte vorenstaende recessen geëxamineerd hebbende, verstaat dat de aanleggeren in haeren eisch vooralsnog niet zijn ontfanckelijk.


Zondag 7 juni 2026: Presentatie “Kookboek van Clara Feyoena”

Komende zondagmiddag presenteren wij in de Witte of Lambertuskerk in Heemse officieel onze nieuwe uitgave: Het Kookboek van Clara Feyoena. Vele genodigden zullen hierbij aanwezig zijn. Omdat de beschikbare ruimte beperkt is, konden we helaas niet iedereen uitnodigen die een exemplaar heeft besteld.

Mocht u toch graag de presentatie willen meemaken (of terugkijken), dan kan dat via de website van de Witte of Lambertuskerk (PKN Hardenberg-Heemse).