Schultengerecht Coevorden – Civiele rechtspraak

AKTEN VAN HARDENBERGERS IN HET SCHULTENGERICHT VAN SCHOUTAMBT
COEVORDEN 1626 – 1810

In vroegere tijden werd door een
groot aantal Hardenbergers voor de Schulte van Coevorden geldleningen en
transporten van huizen en grond gedaan. Dit vanwege grondbezit in het
Schoutambt Coevorden. Ook bij het aanstellen van mombers oftewel voogden en het
opmaken van huwelijkscontracten waren Hardenbergers betrokken. Het begrip
“Hardenbergers” strekt zich hierbij uit over het gehele Schoutambt
Hardenberg, waartoe ook Gramsbergen en Heemse gerekend moeten worden.

De Schultenboeken van het
Schoutambt Coevorden beginnen in het jaar 1626 en zijn niet altijd even goed
bij gehouden. Met name van de boeken van de periode 1657 tot 1700 is nagenoeg
niets bewaard gebleven. In een bijeenkomst van de Drost en Geduputeerden in
1793 werd de verontrusting uitgesproken over de wanzorg van de schulten
betreffende het protocolleren van zaken die bij het Gericht werden vastgelegd.
De landschrijver ging daarom op inspectie uit en bevond, dat de prijs der
slordigheid wegdroegen de schulten van Coevorden, Dalen, Eelde en Vries. Zij
kregen een aanmaning dat zij binnen een bepaalde tijd de boeken op orde moesten
hebben. De schulte van Vries die meende dat de zaak niet zo’n vaart zou lopen
en de order niet opvolgde, werd geschorst (Resoluties Drost en Gedeputeerden
van dd. 2 mei en 15 nov. 1793). Bovenstaande is tekenend voor de slechte zorg
van de schulte van Schoutambt Coevorden.

De vrijwillige akten en de
civiele akten werden te Coevorden in hetzelfde boek vermeld. De vrijwillige
akten betreffen hetgeen wat tegenwoordig bij de notaris zou worden vastgelegd,
dus transport van onroerend goed, testamenten, geldleningen en huwelijksvoorwaarden.
De civiele akten behandelen die zaken die tegenwoordig voor het kantongericht
zouden worden afgehandeld, zoals eigendomsgeschillen over onroerend goed en
onenigheid over gekochte of verkochte goederen.

De pagina’s van de Schultenboeken
zijn vaak niet genummerd, daarom heb ik er voor gekozen om een plaatsbepaling
aan te geven op de betreffende microfiche. Bijvoorbeeld
microfiche 2, 4e rij, nr. 7: Het betreft microfiche 2
van het vermelde inventarisnummer. Elke microfiche heeft 6 rijen van 8
plaatjes. In dit geval is de akte te vinden op plaatje 7 van de 4e rij.

Ondanks grote zorgvuldigheid en
een streven tot volledigheid zou het kunnen dat niet alle akten betreffende
personen uit Hardenberg hier zijn vastgelegd. Het onderzoek heeft honderden
uren geduurd waarbij om en nabij 200 microfiches met per fiche 48 pagina’s zijn
nagekeken. Sommige microfiches waren door slechte verfilming heel moelijk te
lezen. Het oude schrift van voor 1700 kan hier en daar voor een onjuiste
transcriptie van woorden gezorgd hebben. Ook het niet vermelden van de
plaatsnamen van herkomst van de personen in kwestie die iets voor de schulte
lieten vastleggen kwam veelvuldig voor, waardoor deze personen hieronder niet
te vinden zullen zijn. Desondanks is hiermee een rijke bron van informatie ter
beschikking gekomen.

Gezinus Grissen

Hardenberg, 28 augustus 2002.



akte 01

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 2

microfiche 1, 6e rij,
nr. 2

Martis den 27 Mey 1628

Sijn alhier in den Gerichte
gecompareertt Jan Hendricks ende
Wessel Hendricks gebroeders, als
geciteert sijnde van hare stieffmoeder Eelcke
Hendrickx woenende tott Gramsbarghen
ende datt weghen de goederen, soo aan Hendrick
Wessels ende Eelcke voorschreven
als eheluyden hebben gepossideertt ende Hendrick
Wessels door dood de selvige op sijn voorschreven twee soonen voor de
gerechte helfte heeft verarvett ende den andere helfte haer Eelcke competerende, welcke hare andeel
de voorschreven kinderen tot noch onder haer gefanghen hebben ende noch sijn
possiderende, ende de selvighe verseeckerde nevents alle opgehavene frugten te
moogen erlanghen, hebben de voorschreven gebroederen voorgedraghen hoe datt die
diaconen deser carcke eenigen penninghen sustineren an den vader ende
stieffmoeder tot haer onderhoudinghe utgedeelt te hebben, de welcke sij ut de
goederen weder bent vorderende, soo verclaren opgemelte comparanten datt sij
haer stieffmoeder voorschreven haer quota ende andeel ten vollen willen laten
volghen ende toecomen, mits ende alvorens datt de diaconen eerst sullen sijn
gecontenteertt, gelijck haer dan sulckes oock rechtelijck wertt gelast
voorschreven weduwe haer goederen onbeschiett volghen te laten soo heeft ende
wanneer sij met de diaconen weghen haer quota sal sijn vereenicht ende het
Gericht daervan blijck gedaen. Actum Coevorden voor ceurnoten Adryaen van
Isselsteyn ende Leuwe van Vasten. Anno ende de ut supra.

                                                                                                                             Th.
van Bemmel

 

                                                                                                                             Scholtes



 



akte 02

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 2

microfiche 1, 6e rij,
nr. 3

Compareert in den Gerichte
Albertt ter Haselhorst de jonge,
seggende hoe datt hij utt cracht sekere testamentt de dato den 21e Marty 1622 bij sijn salige bestemoeder Fenna
ten Haselhorst voor den richter Gerhaerdt van Aswede ende getuighen binnen Emlichem opgerichtt, van dier tijtt aen
rustich ende vreedig hebben gepossideert seeckere hands ende gronden met alle
zijne tehorighe landerijen, soo sijn opgemelte bestemoeder doenmaels bewoenet
heeft, dan is nhue gebeurtt datt (hij buiten landes in heeren dienst sijnde)
sijn vader Albert ten Haselhorst den
Olden onder andere goederen, maer hem onderstaen heeft, den berch bij hett
voorschreven huis staende aff te breken ende te vercopen aen eenen genaemtt Melchior ten Leemgraven, woenende in de
Heerlickheytt van Coevorden ende alsoo den vader sulckx niet betaemtt, vermits
hij clagher noch tegenswoordich in de possessie van het huis sij ende den berch
daerbij behoorde verblijven te laten hebben, soo is het clager genootsaeckt sijn
eygene goederen waer hij die weet te becoomen, weder an te metighen ende tot
dien ende den coper voorschreven alhier doen citeren, versoeckende derhalve het
Gericht gelieve de voorschreven Melchior
ten Leemgraven bij rechte sententie te ordonneren, hem clagher den
voorschreven berch weder te laten volghen, moghende sijn revengie off guarantt
weder op de vercoper verhalen, alles met condemnatie van costen, hett Gerichtt
den voorschreven testament gevisiteert, daerin bevonden datt de bestemoeder hem
clager ut vrije hant de goederen datelicks overgetransporteert heeft, oock
vertoontt (:mette erlanghen van Roeland
Roodt:) datt hij de selve goederen ongeveer vier jaren bij het leven van de
bestemoeder eygendomlick gepossideertt ende noch tegenswoordich possideert, de
goederen verhuirende ende de huirpenninghen genietende is, oock verstaen der
verclaringe van Melchior ten Leemgraven,
als datt den vader van clager hem selffs al beswaert gevonden ende voorseide
soon geweest heeft, vermits hij voor des soons actie hem gelooft heeft te
guaranderen, verclaertt het Gericht dat gedaegde Melchior ten Leemgraven geholden sij (:gelijck hem dan oock
opgelegt wertt:) den voorschreven berch, dewelcke clager af te leeveren off
weder ter plaets te leeveren, daer hij de selve vandaen gehaelt heeft, ten ware
dat hij met clager in de kuntschap conde accorderen ende hem den berch voor
chelt affcopen, mits nochtans datt hij sijn schade ende guarantt op den
voorschreven onwettelicken vercoper Albert
ter Haselhorst an dede, off des selven goederen, sal moghen institueren
ende verhalen, condemneren hem mede in de costen deses proches, tot
Gerichtsmoderatie pronunciatum Coevorden coram me Scholtes, ceurnoten Adriaen
van Isselstein ende Werner Hendricks des 4e Juny anno 1628.

                                                                                              Th.
van Bemmel

                                                                                                             Scholtes

 


Melchior ten Leemgraven sechtt datt hij
veel liever mach lijden ende consent draegt dat hij clager den berch tot sijnen
huis volgens sententie voort antast, ende sijn wil daer mede doet voor dat hij
hen weder ter gehaelder plaets solde brengen.



 



akte 03

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 34

microfiche 1, 2e rij,
nr. 6

Roeloff Synck, van weghen Hoogher
Overicheyt Scholtes tot Coevorden ende Schoonebeeck, doe cundt ende certificere
in ende vermits desen openen besegelde brieve dat voor mij ende mijne coernoten
hier nae benoempt, in den Gerichte erschenen ende gecompareert is,
Jan Prengher woonachtig tot Loose (:mede caverende voor sijn vier
gesusteren:) ende becande voor hem ende sijn huisvrouwe Albertyen, dat hij tot sijn ende sijne gesusteren behoeft hadden
opgenomen ende ontfanghen, voor sekere tijt geleden, van Roeloff Clumper ende Swane sijn huisvrouwe woenende tot Holthoen,
de somma ad één hondert daelder, ad dartich stuffers ’t stuck, de selve
penninghen, also tot ’s gemene kinder vordel wederom gemployeert, alsoo dat Jan Prengher, voor hem ende sijn
gesusteren in voriger qualiteyt, den gemelten Roeloff Clumper ende sijn huisvrouwe ende arffgenamen voor de
voorschreven penninghen tot een speciael hipoteecqs ten onderpant stellet,
seeckere gerechte dardendeel van een stucke landts, groot omtrent vier
dachwarcken, genaemt Lipmans Maeth,
onder d’ Heerlickheyt Coevorden geleghen, het selvige landt, den voorschreven Clumper bij deese voor de intressen in
’t gebruick overgenemen, omme also selve, off door anderen te gebruicken, off
gebruicken te laten, soo ende als den voorschreven Clumper sal gelieven, met dese conditie, ende so langhe geduirende
tot dat dese voorschreven penninghen wederom ten vollen opgebracht ende betaelt
sijn, naer dat den eenen den anderen (:wien het aen beyden sijden gelieft:) de
losse een halff jaer te voren sal hebben aengecondighet, voor welcke rustighe
gebruick, alsmede voor den betalinghe ende hipotisatie, Jan Prengher de wachtingh ende waringh anneempt, ende allene
daervoor in staet ende sijn persoon ende goederen verobligeertt. Alles oprecht,
ende waren ceurnoten des Gerichts, Adriaen van Isselstein ende Jan Tallen. In
warer oorconde ende bevesteniss deses, hebbe ick Scholtes deses onderteckent
ende mijn Ambtszeghel wettelick an desen brieff ghehanghen op den 5e september anno 1629.

                                                                                              R. Synck



akte 04

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 78

microfiche 1, 3e rij,
nr. 4

Op den 16e november
anno 1629 compareerde in den Gerichte, Luichghen
Jans woenende op Coenders te
Holthoen ende Harmen Jans anders op het
Holt genaemd, deeden cessie, transportt ende opaffdracht van
alsodane arffenisse ende verstarvenisse, soo ende als hare door doode van haren
salige suster Fije Jans de
huisvrouwe van Marten Schaemhartt angenomen ende angestorven mach sijn, alles tott provijtt, schaede ende baaten,
van den voorschreven haren swagher Martten
Schaemhart voorschreven, de welcke hare quota ende andeel, so sij cunnen
verdedighen, sal moghen anveeren, schulden ende lasten betalen, ende met de
selve arffenisse doen ende laten so sijnen goeden wil wertt toedraghen, doende
hiermede nu ende te euwighen dagen affstant, vertichenisse, met handen ende
monden ende alle wijdere rechten, hier te gehorende ende gebruickelicke, vermenen
oock niet dat haren andere gebroederen, haren swagher voor haer quota oock
sullen eenigh molestatie an doenn, maer mede alles tot schade en baaten van
haren swagher voorschreven overdraghen, ende willen hiermede van alle actien
ende anspraecke, ’t sij van Jurryen
Lubberts als andersints, vrij ende ongemolesteert sijn ende blijven, alle
het welcke Marten Schaemhartt angenomen ende geanexteert heeft. Aldus geschiet voor mij Scholtes ende
ceurnoten Adraen van Isselstein ende Luichghen Jans, datum als boven.

                                                               Luegen
Jaensen

                                                               Adr.
van Isselstein                              R. Synck

                                                               1629 11                                                  Scholtes



akte 05

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 130

microfiche 1, 5e rij,
nr. 8

Op den 22 Juny anno 1630
compareerde in den gerichte Luitghen
Dircks van den Hardenbarch,
segghende hier datt hij op gisteren to Emlichem sij geweest om de getuichenisse van Weggenbackers ’t homs, dan also de selve tott gheen eedt te doen wilde coomen, is de saecke
so verre gebracht, datt hij toen de gerechte helffte angenomen heeft, van de
dartich daler soo de kinderen van Harmen
Luichghens van Luitghen Dirckx hebben alhier rechtelijck gevordertt te betalen, ende datt veerthien daghen nae
Sint Jacob ancomstich, met welcke betalinghe de moeder van de voorschreven
kinderen genaemt Griette Mullers is
vredich geweest, also datt hij Luitghen
Dircks me noch solde moeten betalen de andere helffte tot gelijcke
vijfftien daler, waeromme hij alhier in ’t Gericht heeft doen coomen
Harmen Wysen, den oom ende medemomber
van den voorschreven kinderen, hem deesen arrest voorgedraghen, ende verclaert
alsoo geschiet te sijn, ende wijders versicht ut den proches ende gedane arrest
ontledighet te werden, annemende ende gelovende de resterende helffte tott
vijfftien daler an de voorschreven neeff off de mombaaren mede te voldoen op
gelijcke tijtt, naementlijck op den huy dach naer Sint Jacob voorschreven, mits
datt Harmen Wysen hem volgoedichet
(ansiende hij Luitghens onschult,
ende de grote schult van te meerseide Dircks,
waerende Luitghen mij meesten ende costen geraeckt) te goede geeft tot de
gedane costen, bij hem Luitghen angewendtt vijff Carolus guldens, alsoo dat hier mede den proches gecasseert
ende den voorschreven Luitghen Dircks ut
den arrest sij gerelaxeertt. Actum ut supra.

                                                                                                                                            R. Synck



akte 06

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 188

microfiche 2, 3e rij,
nr. 3

Den 13 January 1632, ceurnoten
Evert Wilms ende Frans Stellinghwerff.


Roelof Wesselingh ende Melchior
Leemgraven versaecken dat Hyndrick
Jansen backer hen sal ter handen stellen ende laten toecomen, copia van
sodane brieff van de grondt daerop hij is woenende.


Heindrick Jansen secht niet schuldich, noch geholden te sijn, alle
menschen sijn brieven te toonen, is dese grondt lange van voor sijn tijt
ende oock bij sijne tijt met rust ende vrede bewoent, sijnen grondt niet van
claghers, maer van Roeloff Bilderbeeck g’erft, ende is ongeweert mit wil van den vercoper 14 jaren betimmert geweest,
kennende also dese claghers niet, hebbende oock sijn brieven niet hier, maer
inden dese claghers cunnen bewijsen, off vermenen dat Heindrick Jansen enige grondt heeft die haer toecomt, moghe sulck
bewijs tonen ende hare actie nae manier van recht tegens hem institueeren sal
alsdan sijn bescheit vroech genoch thonen, versaeckende hier mede te moghen
volstaen.



akte 07

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 212

microfiche 2, 4e rij,
nr. 7

Roeloff Synnck, wegen Hoger
Overicheyt Schultus tot Coeverden ende Schoonebeecke, doe condt ende bekenne
dat voor mij ende ceurnoten nabeschreven in den Gerichte gecompareert ende
erschenen is Melchior ten Liemgraven met Anna zijn echte huysvrouw, de
rato mede caverende voor haere rechte erffgenaemen, lijden ende bekanden in
eenen steden, vrijen, vasten ende onwederoepelijcke erffcoop met goeden beraede
ende vrijen wille vercofft te hebben, sulcx zij oock deeden ut crachte deses,
erfflijck, eewichlijck ende immermeer aen Engbert
Hendricks met Fenne zijn echte
huysvrouw ende haere rechte erffgenaemen, de gerechte helfte van een vierdepart
van Staats hoylandt, alsmede de gerechte helfte van zijn vierdepart in Busen
hoylandt, te saemen gelegen onder den Clockenslach Coeverden, ’t welck een
wandelinge is dat alle jaaren omme goret, gelijck als
Folckeren kinderen dat oock gebruycken, streckende op ende daall
gelijck als aldaer al de andere landen liggen ende dat voor een somme van
penningen, daervan hij bekande voldaen ende betaelt te zijn den lesten penninck
metten eersten, derhalven hiermede transporterende ende overdraegende de
selwige helften van de vierdeparten vooren benoempt, aen Engbert Hendricks, zijn echte huysvrouw ende haere rechte
erffgenaemen, omme het selwige te mogen vercoopen, versetten ende huieren ende
alieneren ende te laten daer het hem Engbert,
zijn huysvrouw ende Hendricks zijn rechte erffgenaemen, tegenwoordich op
Schoonebeecke wonachtich, alderbest believen sall, onbespiert van hem Melchior ten Liemgraven, zijn huysvrouw
ofte haere rechte erffgenaemen ofte van imant ter werelt die daer op spreecken
mochten met eenige rechten, het zij geestlijck ofte wereltlijck daer hij Melchior voor caveerde ende inne
stonde, ende te allen tijden de noot vereyschende goede ende oprechte waarschap
nae Landrechte belooffde te doen, ende dat onder verbantennisse van alle zijne
goederen, roerende ende onroerende, gheene daervan utbescheyden, ende dit alles
sonder arg ofte list. In waerer oorcunde ende meerder vestennisse, soo hebbe
ick desen ten beede van Melchior
ten Liemgraven desen neffens ceurnoten, als waeren Dr. Everardus Tijens
ende Evert Welinge, met onse gewoontelijcke handen ondergeteeckent, ende ick
als Schultus met mijn amptzegell bevesticht. Actum Coeverden den 4e Juny, olde stijll, anno één duysent ses hondert ende drie ende dartich ende was
de principales deses in fransijn geschreven ende met een lanck uthangende
zegell in groene wasse gedruct. [4 juni
1633]

ondergeteeckent

Ro. Synnck                                                                                                         Everharh.
Tijens

Schultus                                                               Ro. Synck                                    Evert
Welynck



akte 08

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 289

microfiche 3, 3e rij,
nr. 7

Roelef Sinck, wegen Hoger
Overicheyt Schulten tot Coevorden und Schonebeecke, certificere mits desen dat
alhier in den Gerichte gecompareert ende erschenen is
Hendrick Ensinck, de welcke in persona tot Gramsberge geweest ende Hendrick
Walraven angesecht dat hij binnen Coevorden op dato deses solde in de
Gerichte compareren ende leverantie doen van twe dachwerck hoylandes bij het
Coeversche Broeck gelegen, soo hij aen hem vercoft ende belooft hadden
vergangen mey te leveren, waerop Hans
Muller van Emblichem in
spieringe gedaen ende Gerichtlicken verbot gevolget is, hebbende gemelte
Ensinge dieswegen versocht de leverantie van dien, de wijle de cooppers aen Hendrick Walraven voor desen ten
meesten waere betaelt, mede expres hem angesecht dat hij alle dien angande
costen, schade ende intressen solde refinideren ende betalen, daerop Hindrick Walraven belofte hebbe gedaen
op huyden dato deses alhier in de Gerichte te willen compareren ende clager
schadeloos te holden.

Ende de wijle sulckx niet is
geschiet, noch Hendrick Walraven in
persona, noch yemant last hebbende is gecompareert, soo protesteert de
voorschreven Hendrick Ensinck ten
hoochsten van alle gemelte costen ende expensis, soo gerechtelick gedaen als
namaels hier omme moghen geschieden.

Daer dit aldus geschiede ende
Hindrick Ensinck hier van acte in forma
versochte ware, neffens mij Schultus als ceurnoten Pieter Lambers Bannier ende
Gerrit Benninck, de welcke desen nevens mij hebben onderteeckent. Actum
Coevorden den 14e July anno 1634.

                                                                                                                             Pieter
Bannier not. publ.

Gerrit Benninck



akte 09

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 2

microfiche 2, 2e rij,
nr. 3

Roelof Synck, wegen hoger
Overicheyt Schultes tot Coevorden ende Schoonebeecke, certificere mits desen
openen besegelden brieve, dat voor mij ende ceurnoten onderbenoemt op dato
deses in den gerichte gecompareert ende erschenen sijn
Frans Joannis Stellingwerff ende Grietgen Pensing echteluyden, verclaerden ende bekenden voor haer
ende hare erffgenamen in eenen steden en vasten erffcoop, erfflick ende
immermeer duirende aen Melchior van
Leemgraven ende Anne Egberts sijne huysvrouwe ende erffgenamen vercofft ende opgedragen te hebben, seeckere
stucke saeylants, ongeveer anderhalff mudde gesaeys groot wesende de helffte
van Cocks Camp, waervan d’ ander
helffte ten Vliechuys is
toebehorich, gelegen ende streckende met het eene eynde aen Contresaegs Grafft,
ende met den zijde aen ’t Olde Diep nae het steenhuys toe, waeraen ten westen
schiet het landt van Roelant Roots weduwe offte erffgenamen, ut welcke vercopers helffte daer kop gaet, een
schepel garste tot den saecke Pastory ten Coevorden behorich, ’t welcke
copers tot haren laste beholden nemen,

alles voor eene somme van
penningen die vercoperen bekenden van de coperen ter voller genoege wel
ontfangen te hebben en betaelt te sijn, den de lesten penning metten eersten,
bedanckte goeder en volcomen betalinge, aennemen ende belovende ’t selvige
stucke vercoffte ende bij coperen overgedragene landt voor haer en hare
erffgenamen, de coperen te wachten, waaren en volcomen warschap te doen voor
alle actien off prætensen, soo hierop offt tegens mochten (:’t sij geestlick
off wereltlick:) voorcomen off gepretendeert werden. Alles sonder erch offt
list. Daer dit aldus gefönden waren nevens mij Schultes opgemelt als gerichts
ceurnoten Robert Nudsungh en Hendrick Everts. Ten waren oirconde, heb ick desen
nevens vercoperen ende voornoembde ceurnoten ondergeteeckent, ende mijn segel
tot meerder vestenisse (:ambtshalven:) onder desen gehangen. Actum Coevorden
der sesten Mey anno 1635.

R. Synck

    Schultes



akte 10

Schultengerecht Coevorden –

Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 397 en
398

microfiche 4, 4e rij,
nr. 5

Roeloff Synck, wegen Hooger
Overicheyt Schulten tot Coevorden und Schonebeecke, certificere mits desen
openen bezegelden brieve, dat voor mij ende ceurnoten nabeschreven in eenen
openen gerichte gecompareert ende erschenen sijn
Jan Thomassen ende Swaentyen eheluyden, bekennende voor haer ende hare erffgenamen in eenen steden, vasten
ende onwederroepelijcken coop vercofft ende utter handt affgestaen te hebben
aen Jan Jansen van Gramsberge, Hendrikyen sijne huysvrouw, hare behuysing staende binnen Coevorden tusschen Hermen Nardinge ende Evert
Poth op Pastoryengrondt. Alles voor eene somme van penningen die vercoperen
bekenden van coperen voorschreven in goeden gangbaren gelde ter voller genoegen
ontfangen te hebben ende voldaen te sijn, den lesten penninck metten eersten,
bedanckende goeder ende volcomene betalinge. Doende hiervan vestychnisse en
oplatinge met hande ende monde in besten forma gerechtlick vereyschende.
Belovende ende aennemende voor haer ende derselver erffgenamen de gemelte
behuysinge te wachten, waren ende volcomen warschap te doen voor allen ende een
yeder, soo daer op off tegens solden comen te spreecken offte enige actie
institueren. Mogende copers voorts mette voornoembde behuysinge doen ende laten,
vercopen, veralieneren ende transporteren aen wien ende waer het den zelvige
sal lusten ende believen, sonder inspieringe van iemant. Daer dit aldus
gevonden waren nevens mij Schulten als gerechte ceurnoten Berent Bartelinck
ende Gerrit Willemsen. Ten waren oorconde heb ick opgemelte Schulten desen met
mijn ceurnoten ondergeteeckent ende tot meerder vestenisse mijnen zegel
(:ambtshalven:) onder desen gehangen. Actum Coevorden den negenden Decembris
anno 1635, stylo veteri.

Was ondergeteeckent

Ro. Synck                                                                                                            Berent
Bartelinck

Schulten                                                                                                                             Gerrit Willems

Ro. Synck

Schulten



akte 11

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 3, folio 434 en
435

microfiche 4, 6e rij,
nr. 7 en 8

Ick Roeloff Synnck, wegen Hooger
Overicheyt Schulten tot Coevorden ende Schoonebeecke, doe kundt ende bekenne
voor allen luyden met desen openen versegelden brieve, dat voor mij ende twee
ceurnoten naebeschreven in den gerichte gecompareert ende erschenen zijn
Hendrick Walraven tot Gramsbergen, mede de rato caverende
voor Marichien Harmens anders Heyn zijn echte huysvrouw ende haer
rechte erffgenaemen ende andere zijne consorten, Gerryt Hendricx nomine uxoris ende zijne rechte erffgenaemen, de
rato mede caverende voor alle andere erffgenamen van zalige Roelof Janssen haeren overledenen neuv,
als waeren Styntien Jeronimus, Aaltien Jeronimus ende Jannichien Jeronimus, geadsisteert met Hendricktien Harmens Boode op Leiden, Jacob Hendricks Vos Veerschipper op Rotterdam, ende Sioert
Heyckes Backer, haere respective mannen ende voochden in desen, alles
achtervolchde schriftelijcke versegelde volmacht van de Stadt Amsterdam de dato den 7e Aprilis anno een duysent ses hondert drie ende dartich in den Gerichte
verthoont, als oock noch mede Mette ten
Padthuys geadsisteert met haeren soone Jan
ten Padthuys, mede de rato caverende voor Hendricktien ten Vliechuys, haere Metten suster, wiens part zij door coop te vooren aen haer hadde
bekomen, lijden ende bekanden met rijpen beraede ende welvoorbedachten gemoede,
in eenen steeden, vrijen, vasten ende onwederroepelijcke erffcoop, erfflijck,
eeuwichlijck ende immermeer duierende vercoft te hebben aen Hendrick Hermens, Mary Geerts zijn huysvrouw ende haer erffgenaemen ende Geert ten Broecke, Trijne Roeloffs zijn huysvrouw ende haere rechte erffgenaemen,
wonende in ’t Laar, vier dachwerck
hoylandts, gelegen onder den Clockenslach Coevorden, genaampt de Munnincks
Maate, streckende met het eene eynde aen Wijerswolde ende met den anderen eynde
aen de Stroom ende daeraen beyden zijden die van ’t Padthuys naest aen gelegen, zijnde van ’t Padthuys bekanden twe parten verkoft te hebben. Gerryt Hendricks voor hem selver ende
als volmachtiger van de bovengeschreven andere vier parten, ende Hendrick Walraven met de zijnen thien
gelijcke parten, en alles sesthien parten, ende dat voor den genoechsaeme somme
van penningen, daervan zij bekanden ten volsten vernoecht ende betaelt te zijn,
den lesten penninck metten eersten, ende belooffden daervoor inne te staen,

wachten, waaren ende vrije waarschap te doen, ende hebben voorts daervan
instaende gerichte oplaetinge ende vertychennisse gedaen met handt ende mondt
als binnen Coevorden Stadtsrecht is, alles sonder arg ofte list. In waerer
oorcunde ende meerder vestennisse hebbe ick Schultes voorschreven neffens mijn
gerichte ceurnoten als waeren Jan Quants ende Jan Dircks, desen met onse
gewoontelijcke handen ondergeteeckent ende amptshalven mijn segell hieraen
gehangen. Actum Coevorden den 30e May, olden stijll, anno een
duysent ses hondert ses ende dartich, ende was dese principalis in fransijn
geschreven ende onderteeckent. [30 mei
1636]

Ro. Synnck                                                                                         Jan Quants

Schulten                                                                                                              Jan
Dircks

Met een uthangende zegell gedruct
in groenen wasse.

                                                               Ro.
Synnck

                                                               Schulten



akte 12

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 1

microfiche 2, 5e rij,
nr. 7

Timon ten Broecke, wegens Hoogher
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schonebeecke, doe conde ende certificeere
in ende vermits desen dat voor mij ende cournoten naebeschreven in den Gerichte
gecompareert ende verscheenen Harmen
Loickas van Gramsbergen met
Anna sijn ehehuysfrou, lyden ende
levende aldaer, voor haer ende haer gerechte erven, hoe dat sij oprecht ende
deughdegelijcks wegens verschovene penningen schuldich waeren Egbert Hendricks, de somma 100 Caroli
guldens tot 20 stuvers stuck, belovende deselve te verrenten tot de aflosse toe
met ses gelijcke guldens jaerlijx op Sant Jan midsomer, waerbij d’ eerste jaer
interest sal verscheenen wesen op dach voorschreven Ao 1644, ende
alsoo onverjaert continueren ende voort gaen tot soo lange de gemelte 100
guldens capitael wederom aen voorschreven Hendrick
Egbers, Hermtien sijn huysfrou,
ende renten vollen comen gerestitueert ende betaelt sullen sijn, stellende in
cas en misbetalinge tot speciale hypoteeq, seeckere stuckien ofte aenpart
hoylant in de Hofstede, Prengers deel geheeten, geleegen in de Heerlijckheyt ende onder de Clockenslach bij
Covorden, om in cas ofte gebreecke bij betaelinge de gemelte capitale penningen
neffens achterstendige renten, costen ende schadeloos daeruyt te mogen vorderen
ende nemen, ende ingevalle de de gemelte capitale penningen ende intresse
daeruyt niet mochten connen comen verhypotiteeq sij eheluyden insgelijcken
generalijcken alle haer andere meubel ende inmeubel goederen, geen exempt, waer
de oock mochten bevonden worden. Indien oock één van beyde partien de capitale
penningen wilde weeromme opbrengen ofte aflosrecht hebben sal een half jaer te
voren de loskundinge, rechtelijck daer bij geschreven. In oyrconde mijn
Scholtes hant ende Seygel ende cournoten Jan Raterinck ende Jan Schipper Ao 1643 op Sant Jan. [= 24 juni]

Registreert den 5 9bris 1643.

Ten Broecke



akte 13

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 1

microfiche 3, 5e rij,
nr. 6

Timon ten Broecke, wegens Hooger
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schoonebeecke, doe cont ende certificeere
in ende vermits desen openen versegelden coopbrieve hoe dat voor mij en
cournoten nabeschreven in den Gerichte gecompareert ende in eygene persoon
verscheenen den Edele Hendrik Geerts
Schelham met Machtelt sijn
ehehuysfrou, seghte ende bekende aldaer voor haer ende haere erfgenamen dat sij
met vrije wil wel voorbedachte moede ende rijpe beraede in eenen steden vasten
ende onwederroepelijcken coop erfsgewichlijck ende immermeerdurende, voorts uyt
de hant afstaende, hadden vercoft, cediert ende in eygendoem getransporteert,
sulx doende bij desen aen Egbert Dwars tot Gramsbergen,
Batte Warmers sijn huysfrou ende erfgenamen,
seeckere aenpart hoylant, geleegen in de Hofstede soo groot ende kleyn als
deselve aldaer geleegen is, waerentegen Reyner
Hendrix borger binnen Covorden de gerechte helfte in ’t gebruyck ende hem met sijn erfgenamen eygendoemelijck
toebehoort, dit alles voor een genoeghsame somma van penningen, soo de vercoper
bekende voor hem ende sijne erfgenamen ten vollen al ende wel ontfangen te
hebben, bedanckende deswegen coper ende erven goeder satisfactie ende
betalinge, doende deshalven voorts van gemelte vercofte ende angearfde part
hoylants, afstant, vertychennisse, quytscheldinge ende overdracht met hant ende
mont ende alle rechten alhier gebruyckelijcken, mede aennemende onder verbant
sijner ende erfgenamen goederen hetselve lant te wachten, waren ende vollen
comen waerschap te doen voor alle de soo geestelijck als wereltlijck tot
eenigen tijden daerop mochten comen te spreecken ofte actie pretendeeren. In
oyrconde der waerheyt hebbe ick Scholtes neffens cournoten J. Raterinck ende Rolof
Welinck
Hendrick Jansen desen onderschreven ende tot meerder vestenisse
mijn aengeboren Segel hier onder gehangen den 6 May 1644.

                                                                                                             Registreert in fidem

                                                                                                                             den
1 July 1644

                                                                                                             T. ten Broecke

                                                                                                                             Scholtes



akte 14

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 1

microfiche 3, 5e rij,
nr. 6

Gericht geseten den 9 July 1644.

Scholtes Timon ten Broecke,
cournoten Jacob de Graef ende Harmen ten Kley.

Compareerde
Jan Scipper, proponeert volgende redenen waerom hij Hendrick Schelhams pent [=onderpand] wegens sijne vercofte
behuysinge, landen ende gronden gerechtelijck alhier heeft doen arresteeren,
allereerst derhalven ten bijwesen van Warnar
ten Broecke als sijnes kinders medemomber, eyschet wegen sijn
onmondige dochterken soodaene hondert daelder als hem wegen sijn salige
bestevaeders goederen, gelijck andere hebben genoten, alhier op desen bereets
quastie overgevallen is, alles met schaden ende interessen, alle reeds daer der
gedaen ende noch te doen.

Ten 2de eyschende de
comparanten de hondert gulden soo in ’t compromis vermaeckt sijn met die daerop
verloopene interessen.

Ten 3de eyschet Jan
Schipper betaelinge wegen boeckschulden hem deugdelijcks competeren volgens
sijn boeck, soo van geleeverde schoenen als andere waeren.


Machtelt Schyrbeeck als frouwe van Hendrick Schelham versocht het arrest onder cautie moge worden
ontslagen, stellende ten dien eynde tot borge Hendrick Reyners de judicio sisti, de borghtocht bij de Gerichte
geaccordeert, worden partien geordineert hinc inde haer saecken vermits inne te
stellen. Actum anno & de ut supra.

                                                                                                                                            T. ten Broecke

                                                                                                                                                 Scholtes

                                                                                                                                            Harmen ten Kley

                                                                                                                                            Jacob de Graef



akte 15

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 4, 4e rij,
nr. 1

Gericht geseten, den 3 Marty
1645. Scholtes Timon ten Broecke, cournoten borgemeester Jan Onias ende Harmen
Maurits.

In saecken quastiens, wegens een
ondergestelde schorte, van Griete Geerts,
frouwe Geerts Arents onder
Hardenborgh, aen Berent Berents, seggende sij Griete de genoemde schorte alleen voor 2 guldens hebbende verbonden, paraet sijnde
deselve te betaelen en met het geene en behoorlijcke interesse daerop in dese
sijn vervallen. Seggende sij Griete deselve schorte aen equise gegeven te hebben van dewelcke sij bij betaelinge
van genoemde 2 guldens met restitutie begeert. Seght hierop ende tegens Berent Berents dat hij wel met den
eersten alleen 2 guldens op de schorte als onderpant heeft verschoten, maer
naemaels bij stipulatie deselve mede ten onderpande is gestelt ende gebleven
voor
omtrent 5 – 10 seckere Caroli guldens soo hem van voormaels was van Griete competeerende, welcke geaddeerde
somma mede crijgende, seght hij paraet te sijn de schorte te restitueeren.

Replicando bij desen seght
Griete Geerts deselve van ruse weder te
eyschen, dien sij so gegeven heeft, nootsweegen onder 2 guldens bij haer
ontfangen, ende onbehoordlijcken door een derde intervenient, als sijnde Berent Berents, daer door te sullende
sijn
ende wesen becortet, belovende nochtans behoorlijcken ende billick
genoemde of penningen van Berent Berents te betaelende, seggende onwaerachtich te sijn deselve schorte naemaels hebbende
vooruit voor penningen aen Berent verpandet.

Bij duplica intercedeert
Berent Berents sijn frouwe sulck te
bedde te leggen, tot gesontheyt comende seght hij sij bewijsen sal, de
schorte daervoor mede te sullen sijn verbonden.

De schorte bij accommodatie ende
tusschen spreecken van den Gerichte onder betaelinge van 2 guldens herstelt
sijnde, heeft Griete aengaende alle
weecken 5 stuvers aen Berent Berents te betaelen, tot dat de penningen resterende sullen sijn betaelt, Actum waeronder Berent onder
Gerichtelijcke hantastinge is tevreeden geweest. Costen half ende half. Actum
Covorden den 3 Marty 1645.

Jan Onyas                                                            Hermen Maurits                                                 Ten
Broecke



akte 16

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 4, 6e rij,
nr. 1 en 2

Gericht geseten den 12 Juny 1645.

Judex Timon ten Broecke,
cournoten Cornelis As ende Jacob Connel.

Alsoo huyden dato ondergeschreven
Johan Schipper, waerder van
Fennetien sijn dochter, neffens den
edele Warnar ten Broecke vollencomen
opdracht het
ende Reyner Hendricks in qualite als richtelijck gekorene mombaeren van Fennetien voorschreven, hebben volgens gevoeghde ordre van haer
Gestrenge den Heeren Drosten Boetzelaer,
vollencomen opdracht ende overdracht gedaen van des kints voornoemt beste
vaeder ende beste moeders sijde, alsmede wegen desselven ooms Jan Geerts Schelhams legaet ende
derhalven desen goet, onder allen gerichtelijcke voorbeholdende seeckere actie
nopende eenige voor desen in den Gerichte gemoveerde quastie bij Schipper voorschreven op ende tegens Jan saliger ende Hendrick Schelhams, ende mede volgens ordre van den Heer Drost
opgemelt de dato den 11 Juny 1645, t’ samen ten request geappostilleert,
blijvende Hendrick Reyners voor
desen als borge de judicio sisti voor de voornoemde quastie volgens acte de
dato des 9 July 1644 alsnoch verobligeert, soo hebbe ick Scholtes ten versoeck
van Schipper ende mombaren voornoemd
als opdrachtsmannen, ende Hendrick
Schelham als aen wien de opdracht geschiet ende tegens dewelcke de quastie
ten principael is openblijvende, desen ter oyrconde te protocolle gevoeght, om
te strecken naer behoren. Actum anno & de ut supra. Scholtes Timon ten
Broecke, cournoten den edelen Cornelis van Asse ende Jacob Connel.

                                                                                                             Cornelis van As                   T.
ten Broecke

                                                                                                             Jacob Connel                       Scholtes

Heer Scholtes ende aenwesende
cournoten.

Alsoo
Jan Schipper voorbeholden heft seeckere quastie voor desen in den
Gerichte begonnen ende geventileert, alsmede de borge Hendrick Reyners de judicio sisti de dato des 9de July
1644, bij de opdracht in voorschreven acte aengetrocken, soo is op dato
tegenwoordich Hendrick Schelham,
versoeckt dat hij deselve moge instellen ende vervolgens binnen 14 daegen à
dato desen, ten eynde quastien met te buige ende verdrietich moge worden
getrocken, met versoeck bij op weygeringe van versteck.


Jan Schipper dede eyschen 4 weecken om sijne raedes naeder te doen
ende,

Ten hoofte gunt
Jan Schipper den tijt van 3 weecken,
edoch sulcke erheffelijcke reden hebbende om 4 weecken te moeten hebben tot
expeditie van saecken, sal sulx nae 3 weecken ofte eerder aen den Scholtes
hebben aenteghen. Costen van desen half ende half. Actum anno & de ut supra.

                                                                                                             Cornelis van Assen

                                                                                                                                                            T.
ten Broecke

                                                                                                                                                                Scholtes

                                                                                                             Jacob Connel



akte 17

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 4, 6e rij,
nr. 2

Timon ten Broecke, wegen Hoogher
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schoonebeecke, doe cont ende certificeere
in ende vermits dese openen versegelden brieven, hoe dat voor mij ende
cournoten naebeschreven in eenen openen gehegeden Gerichte gecompareert ende
erscheenen sijn Reyner Hendricks,
mede instaende ende gerichtelijcken caverende voor
Frans Monick Sargeant, Swaentien sijn echte huysfrou, voorts Robert Nutz,
endt samptlijcke geswageren, de rato caverende als mannen ende mombaren voor
haere respective huysfrouwen, samptelijcke susteren, alsmede Trientien Geerts weduwe Tobias Gerhardi, geassisteert met de
eerweerde, welgeleerde Onias Boethy,
prediger alhier ende in desen haeren mombaer, seghten ende becanden getsamender
hant ende elck in ’t besonder haer voor haer ende haere erfgenaemen, hoe
dat sij vrijwillich, met  rijpen beraede
ende wel voor bedachte moede, in eenen steden vasten onwederroepelijcken coop
erflijck eeuwichlijck ende immermeerduyrende, voorts uyt der hant afstaende
hadden vercoft, cediert ende in eygendoem getransporteert, sulx doende bij
desen aen Hendrick Geerts Schelham,
dessen huysfrou Machtelt Schyrbeeck ende haere naecomelinge, haer comparanten swager, swagerse, broeder ende verw volgende verwanten alle ende soodaene alinge naelaetenschap ende erffenisse,
als haer door doode van saliger Gee Jan
Geerts Schelham haerer respective van swager ende broeder eenichsins
naegelaeten ende alinge door sijtval aengeërvet is, speciatum soo haere aengestorven aenpart ende deel huyses ende met deselven olde annexe
solsteden gerechtichde plaetse, gelegen aen de marckt met sijne annexen ende g volle gerechticheden, sampt veen ende meentendeel, den coperen genoeghsaem
bekent ende aen gewesen, voorts in effecte alle mobile ende immobile goederen
van wat naem ende conditie de oock mochten sijn, geene exempt, soo ende als
haer respective desselve te quota quo naegelaeten ende met doode van haer Jan Geerts voorschreven ontruympt
waeren, ende dit alles voor een begenoeghsaeme somma van penningen, soo den
vercoperen becanden voor haer ende haere erfgenaemen ten vollen al ende wel
ontfangen te hebben, den laatsten penninck met de eersten, bedanckende deswegen
den coper ende erfgenaemen goeder satisfactie ende betaelinge, beloovende voorts
den gemelte, de gemelte gecofte erffenisse te wachten, te waeren ende
vollencomen waerschap te doen tegens alle die soo geestelijck als wereltlijck
daerop mochten comen spreecken ofte eeniche actie praetenteeren, doende ten
dien eynde voort vertychenisse, quitscheldinge, cessie ende overdracht met hant
ende mont ende allen rechten alhier gebruyckelijcken. Alles sonder arch ende
list. In waerer oyrconde hebbe ick Scholtes neffens mijnes Gerichts cournoten
Coert Prins ende Jan Luychies desen geteeckent, voorts tot meerder vastigheit
mijn aengeboren segel amptshalven hier ondre gehangen, geschreven in den jaere
onses Heeren 1645 den 12 Juny olde stijl.

                                                                                                                             Registratum
in fidem

                                                                                                                             den
17 Juny 1645

                                                                                                                             T.
ten Broecke

                                                                                                                                Scholtes



akte 18

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 4, 6e rij,
nr. 3

Timon ten Broecke, wegen Hoogher
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schoonebeeck doe cont ende certificeere in
ende vermits desen openen versegelden brieve, hoe dat voor mij ende twee mijnes
gerichts cournoten naebeschreven in den Gerichte gecompareert ende erscheenen
sijn Jan Geerts Schipper vae als vaeder van sijn dochterken Fenneken
Jansen, bij wijlen Aeltien Geerts
Schelham gegenereert, voorts den edele borgemeester
Warnar ten Broecke ende Reyner
Hendrix, seghten ende becanden aldaer de vaeder wegen hem ende sijn
dochterken ende de mombaers wegen haere pupille, hoe dat sij al bij ’t levent
van wijlen Jan Geerts Schelham ende Hendrick Geerts, beyde gebroederen, ten
deele waeren voldaen, edoch bekenden in ten laesten vollencomen in den
Gerichte, hoe dat sij in aller manieren waeren in forma voorseit gecontenteert, voldaen ende betaelt bij Hendrick
Geerts Schelham, boedelholder ende eygene besitter van alle ende soodaene
naelaetenschap als Fenneken voorschreven beste vaeder ende beste moeder Geert Wispelwey ofte Schelham ende Fenne sijn ehehuysfrou aen
haeren dochter wijlen Aeltien Geerts ofte dessen ten respeckt van haer aen dessen mede beschrevenen ende legitime
erven naegelae met dode ontruympt ende naegelaeten hadde, ’t sij soo
wegen mobile als immobile goederen, actien, crediten, contracten ende
compacten, soo bij maniere van rechte als compromissen voor desen tusschen
comparanten ende de boedelbesitters geventileert, jae van wat naem het selve
mochte wesen, (: sijnde alles voorbeholden seeckere quastie bij acte ten
protocolle huyden dato geteeckent 🙂 voorts bekenden comparanten sich oock te
vreden te holden wegen de naegelaetenschap bij sijtsval van Fennekes voorschreven oom Jan Geerts door legaet aen hare
gegeven, bedanckende derhalven goeder voldaet, doende ten dien eynde sij
comparanten soo van bestevaeders, bestemoeders ende oom Jan Geerts goederen voor haer aenpart vollencomen vertygenisse, quytscheldinge,
cessie, opdracht ende transport met hant ende mont aen Hendrick Geerts Schelham swager ende
oom in ’t hant ende mont ende allen verderen rechten alhier gebruyckelijcken om
met gemelte opgedragen goet te mogen doen ende laeten als hem Hendrick gelieven ende men met eygen
goet doen mach. Alles oprecht ende sonder arch ende list. In waerer oyrconde
hebbe ick Scholtes neffens cournoten den edelen Cornelis van Assen ende Jacob
Connel, desen met eygener hant verteeckent, voorts mijn aengeboren segel tot
meerder vestenisse amptshalven hier ondre gehangen, geschreeven in den jaere
duysent ende seshondert veertich vijvden 16 Juny, stilo veteri [16 juni 1645, oude stijl].

                                                                                                                             Registratum
eodem

                                                                                                                                            T. ten Broecke

                                                                                                                                                              Scholtes



akte 19

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 4, 6e rij,
nr. 3

Compareerde in den edele Gerichte
meester Meynert Fox ende heeft sich
gerichtelijcks innegestelt als borge voor soodaene hondert daelder capitael,
als Hendrick Geerts Schelham aen de
Diaconie dier Gemeynte alhier schuldich ende plichtich is, luyt obligatie
daervan onder d’ interesse van ses gelijcke daelders ten hondert gepasseert, in
dato des 1 decembris 1634, met beloften, op aencomende den eersten decembris
desen jaers te procureeren, dat genoemde hondert daelder met d’ interesse van
dien sullen prompte worden betaelt, ofte bij gebreecke van dien, neempt meester
Meynert voorschreven de Diaconen in
sulcken voegen te bejegenen, dat sij sich sullen holden gecontenteert ende
genoeghsaem wegen de verborgelde hondert daelders verseeckert. Actum Covorden
in judicio, Scholtes Timon ten Broecke, cournoten Evert ten Schyrle ende Jan
van Bilderbeeck, den 16 Juny 1645.

                                                                                                                             T.
ten Broecke

                                                                                                                                   Scholtes

 



 



akte 20

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 5, 2e rij,
nr. 8

In saecke van
Egbert Dwars op ende tegens Trijntien Geerts, contendeerende hij
als impetrant tot de betaelinge van 10 guldens 9 stuvers; heercomende 6 guldens
van deren wegens de wijncoop over erve Remmerick te Holthoen gevallen, 4 guldens van
groefbier ende 9 stuvers van 3 canne bier bij haer selfs gehaelt, alles in
voegen de Gerichtelijcke propositie de dato des 15 novembris 1645 ende bij
interlocutoyr decreet aen den Scholtes tot naerder overlegginge gestelt.

Gelet derhalven op de saecken
ende ’t geene dien betreft kenne ende verclare dat
Trijntien Geerts sal opleggen ende betaelen voor eerst de somma van
4 guldens grafgelt haer in reeds bij sententie van haer Gestrenge den Heeren
Drossart Boetzelaer gevalideert,
voorts de genoemde 3 canne bier alsmede 3 guldens van de wijncoops penningen
over die aencopinge van Remmeringe erve geloopen, blijvende voor een gedeelte, naemelijck 3 guldens sijnde, d’
helfte staen tot sijn naerdere openinge van de samen geholden mobilen op het
erve Remmerinck sal hebben gedaen,
daertoe sij binnen 6 weecken geholden sal sijn. Costen geloopen half ende half
om reden. Actum Covorden in judicio, Scholtes Timon ten Broecke, cournoten
Reyner Jansen ende Lienart Christoffels, den 1 February 1646.

                                                                                                                                            T. ten Broecke

                                                                                                                                            Scholtes



akte 21

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 5, 3e rij,
nr. 2

Gericht geseten den 23 February
1646.

Scholtes Timon ten Broecke,
cournoten Joh. Raterinck ende Reyner Jansen.

Compareerden de Edelen diaconen
desen Gemeente op ende tegens Angnes
Hendrix weduwe Meyndert Fox,
contendeerden concludendo tot opbrenginge ende betaelinge van seeckere 100
daelder als haer man als borge ende constituant voor
Hendrick Schelham te Holthiem bij ’t overleveren van een obligatie staende op seeckere huys van Hendrick voorschreven vercoft, promte
hadde aengenomen te procureeren betaelt te sullen worden op den 1 decembris
verleden jaers 1645 met beloften ende borge in sijnen eygen persoon, om in cas
van misbetaelinge selfs de diaconen te contenteeren ofte te verseeckeren luyt
acte ten protocol de dato den 16 juny 1645, maeckende eysen van costen solvis.


Angnes Hendrix dede volgens vertoonde handt ende aldaer geëyste
uytstal, versoecken den uytstal van 3 weecken.

’t Welcke door consideratien de
weduwe is vergunt. Actum anno op de ut supra.

                                                                              Joannes Ratrings                                T.
ten Broecke

                                                                              Reyner Jansen                                   Scholtes



akte 22

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 5, 5e rij,
nr. 8

Als soo voor desen gerichte
Meynert Fox saliger sich gerichtelijck
hadde ingelaeten als borge voor seeckere hondert daelder capitael als Hendrick Geerts Schelham ende Machtelt sijn ehehuisfrou aen die
Diaconie deser gemeente schuldich ende onder verbant sijner goederen plichtich
waren, ende daervan bij ’t vercoopen van Hendrix goederen onder genoemde borghtoch geschiet den 16 Juny 1645 geregistreert, de
versegelde brief was aengelevert, ende belooft ende vastelijck gestipuleert was
dat op den 1 decembris 1645 gemelte hondert daelder promtelijck betaelt ende
opgebracht solden worden, soo ist dat tegenswoordich, nae gedaene ende
verscheyden minnelijcke interpellatien ende gerichtelijcke aenspraecken, op ’t
uytblijven van betaelinge bij die diaconen geschiet, tot voorcommge van costen,
gecompareert ende erscheenen sijn Hendrick
Schelham ende Machtelt Schyrbeeck eheluyden alsnoch ende hebben gerichtelijck aengenoomen ende belooft op
aencomende Michaelis 1646 promtelijck die helfte, naemelijck 50 daelder, op te
brengen ende met sijne achterstallige interesse te betaelen, ende die ander 50
daelder op soodaene termijn ofte conditien als aldan hinc inde sal worden goet
gevonden ende bedetigen, ende alsoo hij Hendrick
Schelham hier geen eygen goederen is hebbende, soo ist dat Hendrick Reyners borger alhier neffens Agnes Hendrickx weduwe Fox in eygenen persoon elck in solidum
sich als borge hebben gestelt voor gemelte haere oom ende neef Hendrick Schelham, om in cas van
misbetaelinge gemelte capitaele somma van hondert daelder cost ende schaedeloos
van haer ende onder verbant haere goederen te mogen innen ende gevordert
worden. Alles sonder arch ende list. In waere oyrconde hebbe ick Scholtes Timon
ten Broecke neffens mijnes Gerichts cournoten Reyner Jansen ende Harmen ten
Kley deser ter presentie van de borgen verteeckent ende ten protocol
geregistreert. Actum in judicio den 14 May 1646.

                                                                                              Reyner  Jansen                                   T. ten Broecke

                                                                                              Harmen
ten Kley                                Scholtes



akte 23

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 7, 4e rij,
nr. 7

Timon ten Broecke wegens hoogher
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schoonebeecke, oyrconde ende certificeere
in ende vermits desen openen versegelden brieve ten instrumente, hoe dat voor
mij ende mijnes gericht cournoten nabeschreven in den edelen gerichte
gecompareert ende erschenen sijn den edele Jan
Geerts woonachtich te Noort Laeren,
dragende cracht in saecke ende volmacht van
Grietien Derckx sijne huysfrou, voorts van Hendrick Hendrix, Jan
Mensens, Jan Hendrix, Otto Hendrix, Alof Hendrix ende haere respectieve frouwen, voorts oock van Jan Geerts te Assen ende Egbert Alberts ende haere respectieve frouwen, alsmede van Jantien Geerts sijne suster, sijnde noch jonghe dochter, in gevolge
twee respectieve gerichtelijke volmachtsbrieven van de Scholtes ter haeren den
2 Juny 1648 afgegeven ende in forma vertoont, voorts is mede gecompareert Grietien Alberts vrouwe van Willem Jacobs geassisteert met Jan Geerts voorschreven, vertoonende
volmacht van Jan Lippes ende Egbert Jansen op Harmen Martens gepasseert ende bij sieckte ende kranckelijcke
ongelegentheden op comparanten voorschreven overgedragen alsnoc de dato
den 2 Juny 1648, als noch is erschenen in eygenaer persoonen Rolof Rebbers volmacht ende instaende
ende volgens eygen hant des 20 May 1648 geteickent bij quitance voor sijn
swaeger Cornelis Fockens, alsmede
noch sijn in eygenaer persoonen erscheenen Jan ende Warnar Luyties woonachtich te Holthoen, pro capite ende hooft voor
hooft samentlijck ende elck om egaale quote erfgenaemen van salige Harmen op ’t Holts, erfgenaemen inde
naelaetenschap haere respectieve salige verstorven oom, seghten ende becanden
aldaer voor haer selven ende mede in qualite voor haere constitantien ende
frouwen cracht volmacht daer van in forma vertoont ende bovenaen getoogen, hoe
dat sij met vrije wille ende welvoorbedachte raede, hadden vercoft gecediert
ende overgedraegen, doende sulx cracht deses vast, immermeerduyrende ende
onwederoepelijcken, aen Hindrick op ’t
Holt ende Derck op ’t Holt,
gebroederen, haere comparanten neeven, ende van eenen sijde mede erfgenaemen
van de halve erfenisse van salige Harmen
op ’t Holt ende sijn salige frouwe Geese
op ’t Holt eheluyden naegelaeten, alle ende soodaene alinge erffenisse ende
naelaetenschap, als haer actien sij mobel als immobile goederen, actien
ende crediten, geene exempt ofte uytbesondert, als bij genoemde Harmen op ’t Holt ende sijne frouwe Geese naegelaeten ende bij doodt
ontruymigt sijn, in gevolge seeckere accoort den 4 Aprilis 1641 ten overstaen
van goede mannen, gevonden ende genoeghsaem verteeckent ende nu tegenswoordich
bij desen gerichtelijck ende goede bekent.

Dit alles voor een genoeghsaeme
somma van penningen als sij comparant bekenden voor haer ende in qualiteit
voorschreven van ten vollen all ende wel ontfangen te hebben, den
laesten penninck met den eersten, bedanckende gemelte
Hendrick ende Derck op ’t
Holt ende haere frouwen ende erfgenaemen goeder voldaet ende betaelinge,
met belofte gemelte vercofte erfgenaemen te willen wachten ende waeren voor
ende tegens alle degeene soodane geestelijcke ofte weereltlijcken mochten
opspreecken ofte eenige actie pretendeeren, ten dien eynde doende bij desen
gerichtelijck ende in solemni forma cessie, vertychenisse, cessie ende
overdracht, met hant ende mont naer rechten alhier gebruyckelijcken,
renuntieerende allen exceptien desen enichsins contrarieerende, ende de
cooperen haere respectieve neeven stellende in vollen rouwigen ende
euwichduyrende possessie ende eygendoem, ende alsoo Jan ende Warnar Luyties noch een broeder hebben waeren buytens landes sonder te weten waer ende
op wat plaets, genaemt Rolof Luyties,
soo is dat gemelte Jan ende Warnar verclaert hebben voor haer
broeder Rolof in te staen, deshalven
sij neffens andere haer broeders quota ontfangen hebbende, mede hebben gedaen
cessie ende overdracht in forma verhaelt voor haeren broeder. Stellen sonder
arch ende list. In waeren oyrconde hebbe ick Scholtes neffens mijnes Gericht
cournoten den edelen Jan Mauris ende Jan Pruyst borgermannen, alsmede
comparanten voornoemt voor haer ende de haeren selfs, alsmede voor de geen sij
cracht gene vertoonden volmachten caveeren ende respondeeren deesen
verteeckent, ende tot meerdere vestenisse mij aengeboren Segel hieronder
gehangen. Actum Covorden desen in den jaere onses eenigen salichmaeckers Jesu
Christi duysentseshondertviertig negen acht, den twaelften Juny de
Odolfi, stilo veteri. [12 juni 1648, oude
stijl]



akte 24

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 2

microfiche 7, 4e rij,
nr. 8

Timon ten Broecke wegens Hooger
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schoonebeeck doe cont ende certificeere in
ende vermits desen dat voor mij ende mijnes gerichts cournoten naebeschreven
gecompareert ende erscheenen is Anna
Melckers weduwe van wijlen Egbert
Jansen in de Meene, geassisteert
met Melcker ten Leemgraven haer
vaeder ende in desen geadmitteerde momber, lyde ende becande aldaer, voor haer
ende haere erfgenaemen, hoe dat sij met rijpen beraede hadde vercoft, cediert
ende in eygendoem getransporteert, aen Berent
op de Lutteke Scheere, Aeltien sijn huysfrou ende haere erfgenaemen, soodaene middaghmaeten ende een waerdeel
daghmat hoylant als voor desen haer salige man
Egbert Jansen ende sij van den edele Jan Bilderbeeck, Niessien sijn huysfrou, neffens van Anna
Bilderbeeck volgens transfixbrief gecoft hadde, gelegen in de Hofstede
onder de Clockeslach Covorden, alles met conditien inde transfix bedongen, met
den vrije voerwegen nae de Holte heenuyt. Dit alles voor een genougsaeme somma
van penningen, soo vercoperse beleende, voor haer ende haeren erfgenaemen ten
vollen al ende wel betaelt te sijn, de laetste penninck met de eerste,
bedanckende deswegen den coper ende erfgenaemen goeder voldaet ende betaelinge,
onder belofte gemelte vercofte hoylant te wachten, te waeren ende tot allen
tijden daervan ende den waerschap te doen voor alle de soo geestelijcke als
wereltlijcken ten ééngentijden.

                                                                                                                             Registreert
den 20 Juny 1649

                                                                                                                             T.
ten Broecke



akte 25

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 3

microfiche 10, 2e rij,
nr. 5

Timon ten Broecke wegens Hooger
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schoonebeeck doe cont ende certificere in
ende vermits desen openen versegelden obligatienbriev dat voor mij ende
cournoten naebeschreven in den Gerichte gecompareert ende erschenen sijn
Hermen Egberts, tegenswoordigh
woonachtigh op ’t Wagensvelt in ’t
gebiet van Heerlicheit van Covorden met Wibbe sijn echte huysfrou,
segten ende bekenden aldaer, voor haer ende haeren erfgenaemen, hoe dat sij
oprecht ende deugdelijcken schult schuldigh ende plichtigh wahren an Jan en de Warnar Luytgens, gebroederen woonachtigh tot Olthoen, respective swagers van voornoemde Hermen Egberts ende der sulker beyder erfgenaemen, den somma van
twehondert Caroly guldens ad 20 stuvers Brabants ’t stuck gerekent, hem tonende
van goede gevende verschoten ende bij haer eheluyden te dancke ontfangene en de
opgenomene penningen, voor dewelke twe hondert guldens capitaell bij eheluyden
voorschreven in ’t gebruyck doen, sullende op Mey 1650 aenvaerden Jan en Warnar Luytgens sodaene haere anpart hooylandt in Holter Landt gelegen ende met de Clumper tot Olthoen mandeligh hebbende en de comparanten eigendoemlijck
toebehorende, gebruykende ’t geseyde anpart hooylandt ende genietende jaerlijx
het vrugtgebruyck ende gewas daervan ter tijd ende soo lange de gemelte
twehondert guldens capitaell wederom opgebracht, voldaen ende betaelt sall
sijn, belenende het gewas steeds in plaetse van interesse ofte recht ende soo
wanneer den voornoemde eheluyden comparanten in desen de gemelte capitale somma
wilden wederom afflossen, sall de opsegginge om vierdelen jaers te bevoren
wettelijcks daervan worden gedaen, is mede expresselijcks bedongen dat het
anpart, soo comparanten weder in het landt noch in ’t gebruyk hoefde
worden  verhypotiseert sall verblijven
ende bij Jan ende Warnar voor haer overlijden aengecoftet
moegen worden ende gebruyket ter tijd ende soo lange die penningen voorschreven
ten vollen wederom opgebracht ende betaelt sijn. Aldus sonder list en wahren
oyrconde hebbe ick Scholtes neffens cournoten Jan Ratring                                     ende
comparant dese ondertekent, is tot meerder seckerheyt mijn angeborene segel
hyronder verhangen. Actum in judicio anno 1650 den 1 May.

                                                                                                                             Registreert
den 2 May 1650

                                                                                                                             T.
ten Broecke

                                                                                                                             Scholtes



akte 26

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 3

microfiche 11, 4e rij,
nr. 5

Judicium in casu arrest den 27
october 1651.

Scholtes Timon ten Broecke,
cournoten Hendrik Evers ende Reyner Jansen.

Compareert en den edele Gerichte
Dr. Johannes Pickhart, prediker,
hebbende doen arresteeren Jan Luyties van Holthoen, ende bij dach van
rechte voor den Gerichte doen brengen, proponeerde hoe dat de pastorie uyt het
erve Coenders te
Holthoen, daer den gearresteerde
huyrman van is, jaerlijx competeeren 11 schepel roggen ende 16 schepel garsten
ende tyn olde fleemschen, voren ende alsoo den huyrman daer toe geholden
sijnde, niet is betaelende van de jaeren 1648, 1649 ende 1650 jaerlijx op
Martinen verschijnende, als alleen 1648 22 guldens ende 1649 oock 22 guldens
ende 1650 22 guldens, soo versoeckt sijn edele dat den gearresteerde bij den
edele Gerichte geholden mogen worden om ’t superplus van de drie jaeren te
betaelen ende voorts de geëyste parcelen van ’t jaer 1650 te cederen nae
advenant van dat het coren geholden heet. Met eysen salvis.

Jr.
Johan Godefryd van Ense ter Grote
Scheer interveniëndo voor sijn meyer Jan
Luykes dede ten eersten wel expres protesteeren van costen, ende seght
primo dat de meyer aen den heer Pickhart niet schuldich is veel min sijn weledele selfs, want belangende de jaeren 1648,
1649 ende 1650 deselve bent betaelt, volgens quitancen in den Gerichte
vertoont, voorts wat belangende bent de 11 schepel roggen, 16 schepel garsten
ende de tyn olde [fleemsen uyt] sijn
weledele, dat voor desen jaerlijx bent geredimeert, luyt attestatie van Dno. Onia Boethy, bij de vorige predigers
met gemelte 22 guldens vermogens vertoonde quitancen ende nu oock in genoemde
jaeren aen mijn heer Pickhart, van
gericht des
voorts dat gemelte fleemsen uyt het gemelte gevet, met sijn
gaenden versoeckt deshalven dat sijn meyer van desen instantie ende arrest moge
worden ontslagen.

De heer
Pickhart dede eyschen copia van alles ende tijt van 3 weecken om
naerder daerop te doen, mits dat de gearresteerde door desen aenhangigh moge
worden gemaeckt, gelijck hij bij hanttastinge heeft aengenoomen.

’t Gerichte gelettet op het hinc
inde geproponeerde, staet den impetrant sijn eysche van uytstal ende copiën
toe, vondende nu middels goet dat als dan de aenspraecke bij naeder renfortie
claer moge worden gededuceert in scriptis, voorbeholdens den verweerder sijn
sal value in gelijcken forma. Dispositie van costen à finem reserveerende.
Actum ut supra.

                                                                                                             Reyner Jansen                   T.
ten Broecke



akte 27

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 3

microfiche 11, 4e rij,
nr. 7

Gericht geseten den 17 November
1651.

Judex Timon ten Broecke,
cournoten Hendrick Oleminck ende Jan ten Kley.

In saecken Dr.
Johannis Pickhart, den 27 october 1651
bij arrest op Jan Luyties meyer van Coenders te Holthoen, geïntenteert interveniëndo Jr. Ens, destijds pro terminae dede den gedaen edele aenleggen,
alsoo hij om de Lantdach te Nienhuys bij sijn hoogheyd Graef genaemt van Bentheym absent is, eyschen den tijt van 14 daegen om in conformite van ’t gewijsde als
dan te antwoorden. Accordatie ut supra.

                                                                                                                                                            T.
ten Broecke

                                                                                                                                                            Scholtes
1651



akte 28

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 3

microfiche 11, 2e rij,
nr. 7

Timon ten Broecke wegens Hooger
Overheyt Scholtes tot Covorden ende Schonebeeck doe kont ende certificere in
ende vermits desen versegelde coopbrieve, hoe dat voor mij ende mijnes Gerichts
cournoten nabeschreven gecompareert ende erschenen is den edele
Claes Bennick, geadsisteert met de
edele Geerdt Oeninge en Reiner Derx Brumpe, sijne swagers ende
kinder oomen, segte ende bekende aldaer hoe dat hij tot aflossinge van schulden
ende swaricheiden ende vordeell van sijne staet hadde verkoft, gecediert ende
in eigendoem getransporteert, gelijck hij erfelijck ende immerduirende dede bij
dese an Anna Melchers weduwe van
salige Egbert Jansen in de Meene ende dessen erfgenaemen, 2
dagmaet hooylandt, gelegen achter den Galgenbergh, streckende ten noordoosten
an ’t Schonebeker Diep, ende ten zuytwesten an Geert Bonemans landt daer daer Luicas Tonnissen Smidt ten zuydtoosten den helfte van heft, in
wegen des vercopers vader Jan Benninck het geheele stucke luyt transfix voor desen van Geessien Iburge heft gekoft, dit alles voor een genoegsame summa
van penningen so de vercoper bekende ten vollen all ende welbetaelt te sijn,
den leste met den eerste penninck, bedanckende de copersche gedane voldaet ende
satisfactie, belovende ende annemende gemelte vercofte twe dagmaet landt, soo
groot als sij daer leggen, te wachten ende wahren tegens alle soo geestlijcke
als wereltlijcke opsprake, doende ten dien einde vertychenisse, cessie ende
overdragt met handt ende mondt nae rechten alhyr gebruyckelijck, renuncieren
alle exceptien desen contrarieren ende doe copersche ende den haren stellende
in rouwige possessie ende eigendoem, alles sonder argh ende list. In wahren
oyrkonde hebbe ick scholtes neffens cournoten Jan Warmolts Scheerhoren ende Jan
Franckema desen alsmede comparant vercoper ende swagers desen geteyckent
ende tot vestenisse mijn aengeboren segell hyr onder deren hangen. Titulus
Covorden anno salutie 1652 den 1 Juny stilo veteri.

Onderstondt

T. ten Broecke Scholtes, Jan
Warmolts Scheerhoren, J. Franckema, Claes Benninck, Geert Uninge, Reiner Derx
Brumpe. Met een uythangen segell.



akte 29

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 4

microfiche 13, 6e rij,
nr. 3

In Nomine Domini Auspicor annum

& opera mea quaso benedicat
misi

ut & vita Oursum latiorem
Largieten.

Gericht geseten den 6 January
1654.

Judex Timon ten Broecke,
cournoten borgemeester Jan Onias ende Jan Scheerman.

Compareerde in den edele Gerichte
Jantien Hillebrants, weduwe van
wijlen Hillebrant Tulmetey, seghte
hoe dat sij nu wederom sal treeden ten tweeden houwelijck met
Andries Zeverwijns ende also bij ’t
leeven van haer salige man twee kinderen bij hem heeft geprocreert, genaempt Jantien ende Hendrickien Tulmetey, ende nodich dat deselve volgens Lantrecht met
bequame voormombaren ende voogden worden versien, soo heeft sij aen den edele
Gerichte doen brengen Derck Clumper van Holthoen, haer salige mans
susters man ende alsoo volle oom van de kinderen, om oppermomber te sijn over
de pupillen ende alsoo hij niet ervaeren is in ’t scrijven ende
naerbloetvrienden van dien sijt niet ende sijn, soo heeft sij Jantien Hillebrants alsmede de
bestemoeder Gese Tulmetey, neffens Derck Clumper vrientelijck versocht den
edelen Waldrick Does, borgemeester
ende provandijmeester, als naeste naebuyr van de pupillen, om hem Derck Clumper als momber van haer
salige vaeders sijde te willen assisteeren ende behulpelijck te sijn. Voorts
heeft sij Jantien ten overstaen van
haer vaeder Hillebrant Kiers aen den
edele Gerichte doen brengen van haere sijde Jan Tonnis, volle oom van de kinderen ende Hendrick Jansen meensman als olde oom om de vooghdie mede te
aenvaerden, ende alsoo de voorschreeven mombaer en vooghden geen wettelijcke
excuses hebben weten voor te wenden, soo is ’t dat het Gerichte haer heeft doen
bevestigen invoegen sij hebben belooft bij hanttastinge op haer hooghste
conscientie  in eedes plaets, den
pupillen personele op sicht te holden, ende goede inventarium van dessen goederen
te willen maecken ofte bij goeden overslach dispositie te hervorderen waeraen
der kinderen best sal worden sijn gesocht ende daerdoor d’ affectioneerde
vrientschap tusschen moeder ende kinderen sal connen worden erholden, aller
naer haer beste vermogen ende oprecht geschiet op dach ende jaer als boven.

                                                                                                                                            Registrum in fidem

                                                                                                                                            T. ten Broecke

                                                                                                                                            Scholtes 1654



akte 30

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 4

microfiche 15, 1e rij,
nr. 7

Timon ten Broecke wegens Hoger
Overheit Scholtes tot Covorden ende Schonebeke oyrconde en certifieere met
desen openen versegelden obligatienbrieve, hoe dat voor mijns cournoten
nabeschreven in den edele Gerichte gecompareert ende eerschenen sijn
Jan Tabbers met Mette sijn echte huysfrouw, segten ende bekenden aldaer voor haer
ende haere erfgenaemen, hoe dat sij oprecht ende deugdelijck schult, schuldigh
ende plichtigh wahren an den edele Roloff
Clumper tot Olthoen ende dessen
erfgenaemen den summa van hondert ende vijftigh dalers ad 30 stuyvers ’t stuck
gereckent, heare nemende van goede gevende verschotene ende bij haer
comparanten te dancke ende vullen genoegen ontfangen ende opgenomene penningen,
beloven daervan jaerlijx ende alle jaeren op Mey voor rente te betaelen seeven
gelijcke dalers van dartigh stuyvers ’t stuck, sullende het eerste jaer rente
verschijnen op Meydagh anno 1656 ende alsoo onverjaert continueren ende
voortgaen ter tijden soo lange den voorschreeven hondert ende vijftigh dalers
capitael neffens renten wederom opgebracht, voldaen ende betaelt sullen sijn,
stellende in cas van misbetalinge tot een speciael hypotheq ende onderpandt
haere saetvehne van boeven tot beneeden gelegen techen Fredericx ende Aerent
Hendrix haere vehnen ende voorts generalijcken also haere andere mobile en
immobile goederen, met van allen uyt te ghaen, omme den voorschreeven capitale
summa neffens verlopene renten cost ende schadeloos daeruyth te moegen vorderen
en innen, oock is bedongen dat het capitaell alle jaeren nae ’s opsegginge van
een vierdelen jaers te voeren los
sall sijn, alles sonder list in wahren oyrconde hebbe ick Scholtes opgemelt
neffens cournoten A. Ratringh ende Cornelis van Asse alsmede comparanten dese
onderteeckent ende tot meerder vestenisse mijn aengeboren segell hyronder
gehangen. Actum Covorden in judicio anno salutie 1655 den 1ste May.

Onderstont, T. ten Broecke
Scholtes, J. Ratringh, Cornelis van Asse, dit is
I Jan Tabberts
naegetrocken hantmerck, meede uyth last van sijn vrouwe geteyckent met een
uythangende segell.

 



 



akte 31

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 4

microfiche 15, 4e rij,
nr. 5 t/m 8

Memoriale notulen van

inventarizeeren van zalige Hillebrant
Tulmetey’s

staet ende goederen.

Naegelaetene kinderen
Jantien ende Hendrickien, bij


Jantien Hillebrants geprocreert.

Immobile
goederen

Huys en plaets,                                                   (in ’t moer ende Voerluyden,
stucken

Gerechticheyt, in’t moer                                       (in de marsch no. 4 daer de Voerluy sijn,

deren,                                                                   (alsmede in ’t Cleyne Staecken,

’t Lant in ende benevens
Geert Langens                (2 ackers in twee deelen op de Cleyne

Camp voor de Bentheymer poorte.                   (Loe
bij de Voerluy,

                                                                              (in de Vijf Cruyzen no.
9

                                                                                                             in d’ achter Holmaet.

Levendige have

2 peerden                (

4 coeien                 ( 100
daelder    –                tusschen moeder ende voor de kinderen

ende inboedel                (                              nopende
de helft haer goet.

Mobile
goederen

100 guldens bij Hend
Derck op ’t Holt.

NB ende alsoo primo

Na
Gese moy stervende sal haer halve goets opcomsten tot

proufijt van de opvoedinge der
kinderen sijn tot haer jaeren

gecomende.


Hillebrants naelaetenschap

——————————————————————

Timon ten Broecke, wegen Hoger
Overheyt Scholtes tot Coevorden ende Schoonebeecke oyrconde ende certificeerd
in ende vermits desen, hoe dat voor mij en coornoten naebeschreven gecompareert
ende eerscheenen sijn Derck Clumper van Holthoen, geassisteert met de
edelen Waldrick Does,
proviantmeester als daertoe speciael versogt, voorts noch
Roeloff Hillebrants ende Hendrick
Jansen meensman, gecoorne momboyren ende voogden van Jantien ende Hendrickjen
Tulmentey, geprocreert bij wijlen Hillebrant
Tulmetey ende Jantien Hillebrants,
hertrout aen Andries Zeverwijns,
alles vermogens acte van momboyrstellinge de dato des sesten January 1654 ten
protocoll gearresteert, sechten ende bekenden, hoe dat sij nae rijpen overslach
ten overstaen van den heer Scholtes nae recht ende Landrecht volgens haer beste
wetenschap ter goeder trouwe hadden gemaeckt overslach van staet ende
inventarisatien, genomen nopende haere pupillen goederen ende van de
dependentien dien anhorich, soo ten respect van de bestemoeder Gese Tulmetey, de moeder Jantien Hillebrants, alsmede van Derck Clumper, getrout aen Marrichjen Tulmetey, in voegen als
volget. Ten eersten dan bevonden dat de immobile goederen, bestaende in
volgende parzelen, een huys staende op sijn eygendoemlijcke gront in de
Zallantsche strate, ten oosten van Jan
Scheermans huys ende plaets, gerechticheit daertoe behorende, bestaende in
volgende stucken bij de laetste marckscheydinge daertoe te deyle gevallen, een
stuck landes in ’t moer, in twee gedeelten leggende, genaempt der Voerluyden
stucken, twee stucken in de Marsch, soo in de cleyne als grote stucken met de
Voerluyden te deyle gevallen, alsmede twee ackers ofte de toeslagen bij de
Voerluyden op de Cleyne Loo toegevallen, alsmede de veene stucken bij de Vijff
Cruyzen ende agter de Holwart in de Voerluyden panden, noch een zaetveen op
ende nedergaende tusschen Willem
Scheepers veen ten oosten ende Jan
Scheerhoorns veen ten westen leggende, met seeckere gooren daer vooraen
leggende ende een streeckjen groenlandes aen de Cruysstruycken gelegen, soo
groot ende cleyn als deselve daer bevonden worden, noch een meentendeel, in ’t
seste pant, naest Grietjen Panders meentendeel, alsmede het landt in ende benevens Geert Langens Gasthuys Camp, voor de Benthemer Poorte gelegen,
welcke parcelen all verdeelt sijnde nae erffval, soo is ’t dat de bestemoeder Gese Tulmetey, noch sijnde in levende,
daervan competeert de rechte helft van alle genoemde stucken ende Derck Clumper getrout aen Margjen Tulmetey een rechte vierde part
ende Jantien Hillebrants met haer
twee voorverhaelde kinderen, bij wijlen Hillebrant
Tulmetey geprocreert, de resterende vierde part, van welcke parzelen de
voorstanders voorschreven genomen staet ende overslach van huyren ende
opcomsten ende oock rijpelijcken overwogen, dat de moeder Jantien Hillebrants de gemelte twee kinderen van haer competentie
niet conde onderholden, soo is ’t dat met vrienden ende voorstanders raadt,
veraccordeert ende overeengecomen is, dat de stieffvader Andries Zeverwijns ende Jantien
Hillebrants de genoemde parzelen in goeden gebruick ende huyre sullen
beholden, acht ander éénvolgende jaren op Mey 1656 beginnende, mits dat Andries en sijn vrouwe Jantien annemen gemelte kinderen in
zack en dack, kost ende clederen, in ’t leren ter schole ende andersints
naebuyrlijck ende sonder opspraeck te onderholden ende te laten institueeren,
betaelende bovendien vijftig Caroli guldens tot 20 stuffers ’t stuck aen de
bestemoeder Gese Tulmetey ende Derck Clumper wegen haer anpart der
gedeelten, soo uyt tot alimentatie veraccordeert ende onder anderen mede is ’t
vast ende goet gevonden dat indien de bestemoeder Gese Tulmetey mogte comen te overlijden, dat als dan gemelte
stiefvader ende moeder de opcomsten van haer deel aen haer vervallen mede tot
alimentatie sullen hebben te profiteren. Blivende in alle gevalle haeren
capitael tot haer jaren voor haer onvercortet. Vorders hebben gemelte vrienden
ende voorstanders staet ende overslach gemaeckt van goederen tusschen de moeder
Jantien ende de gemelte pupillen
mandelich, belangende bewegende haven ende inboedel soo Hillebrant Tulmetey zalige met sijn vrouwe Jantien besaten ende deselve geëstimeert op hondert daelder tot 30
stuffers, waervan de kinderen vijftig daelders wegen haer zalige vader hebben
te genieten ende als ijseren goet (:ut dicitur:) ter haeren proufijt vooruyt
sullen hebben te genieten, onder verbantenisse personeel ende reël nae rechten,
ende de stieffvader ende moeder deselve eygendoemlijck sal erholden, gelijck
dan oock de gemelte pupillen tot haer jaren comende, sullen hebben te genieten
de halfscheyt van ’t geene Jantiens vader Hillebrand Kiers onbetaelt
wegen sijn dochters bruytschat oft arff afcopinge heeft uyt ende mede belooft,
en alsoo tot achterstendige lasten van de gescheydene gerechtigheyt, noch
swaricheyden ende schulden tot duslange uytstaen, soo is ’t dat wettelijcken
overeengecomen is, dat daertegens sullen worden gecompeteert ende gereeckentt,
soodaene hondert Caroli guldens als Derck
op ’t Holtt van bovenschreven erffgenamen ende vrienden op rente heeft, die
daertegens quota pro quota sullen worden geholden. Welcke articulen alles sij
momboyren, vrienden ende bijwesende voor den gerichte verclaerden te sijn de
beste overslach ende staet soo ende als sij deselve ter goeder trouwe ende
volgens gewieten hebben connen maecken, ten fine alle vrientschap ende
eendracht mach onder vrienden werden erholden, buyten vercortinge van eemant.
Alles sonder archwaen en listen. In waerer oyrconde hebbe ick Scholtes neffens
coornoten Johannes Ratringh ende Jacob Winshemius wegens ’t Gerichte, voorts
momboyren, stiefvader ende moeder desen verteeckent ende tot vestenisse mijn
angebooren zegel ad spatium van twee éénsluydende doen setten. Actum Coevorden
anno salutie duysent seshondert vijf ende vijftig, den 21 december stilo
veteri. [21 december 1655]

(:Onderstont:)

T. ten Broecke Scholtes, Joan
Ratringh, Jacob Winshemius ende vorders verteeckent als boven verhaelt.

 



 



akte 32

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 4, deel 4

microfiche 16, 1e rij,
nr. 6

Timon ten Broecke, wegen Hoger
Overheit Scholtes tot Coevorden ende Schoonebeecke, oyrconde ende certificere
in ende vermits desen versegelden brieve,  hoe dat voor mij ende coornoten nabeschreven gecompareert ende eerschenen
sijn de erffgenamen van wijlen Wilm Molt,
naemlijk Gerrit Molt,
Harmen ende Eeverwijn Molt, Hindrik ten
Cley ende Jan Pruyst weduwe,
gebroeders ende swagers, segten ende bekenden voor haer ende haere erffgenamen,
hoe dat sij met vrije wille, rijpen berade, stedevast ende arflijcken hadden
vercoft, gecedeert ende in eygendoem getransporteert, doende sulx craft desen
aen den edelen Jan Luytjes, Geertjen sijn echte huysvrouw, alsmede
aen sijn broeder Warnaer Luytjes ende haere respecktive erffgenamen, seeckere gedeelten van hoylant gelegen in
Clenkenvlier in één stuck, daeraen ten oosten de Drosten Cruysmaet ende ten
westen Pastorienmaet naest daeraen sloetten, groot sijnde het geheele stuck 4
dagmaet 368 roeden, daerinne de commys van ’t Hoff voor ¼ deel ende 1/6 deel een part heeft ende Hindrick van der Lippe ende de
comparerende erffgenamen, gelijcke gedeelten als de commys ende rester Harmen Hindrix, alles soo ende als de
eygenaeren het mandedich lange gebruckt hebben, voor welcke haere gedeelten
sijnde half soo groot als de commys lant, de erffgenamen bekenden van de
coperen te völlen voldaen ende betaelt te sijn, bedanckende goeder voldaet ende
betaelinge, belovende elck in solidum het vercofte perzeell hoylants te wachten ende te waren tegen alle geestlijcke
ende weereltlijcke opspraeck, doende ten dien eynde in den Gerichte aen de
cooperen quitinge van gelt, vertynge van lant, cessie ende overdracht nae
rechten gebruckelijck, renuntiërende alle exceptien ende de coperen stellende
in rouwige possessie ende eygendoem, alles sonder arg ende list. In warer
oyrconde hebbe ick Scholtes neffens coornoten den edele manhafte Reynder Derckx
Brumpe ondermajoor ende Berent Jansen alsmede comparanten desen verteeckent
ende tot vestenisse mijn aengebooren zegel hieronder doen. Actum Coevorden anno
salutie in Christi duysent seshondert vijftich sesse den 2 juny stilo veteri. [2juni 1656]

 



 



akte 33

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 1, folio
191

microfiche 2, 6e rij,
nr.1

Copia

Ick Ger. Schellinger der Rechten
Doctor weegens hooger ovrigheyt Scholts tot Coevorden en Schoonebeek doet kont
en certificere met deesen verseegelde obligatie voor mij en twie naer benoemde
coornooten in den Edele Gerichte erscheenen te sijn de Eerbare
Geesyn Leefers weduwe wijlen Derck Meijerinck van Annevelt geassisteert sijnde met haer
soone Henr. Geerts als haeren hier
toe spetiaelijck vercooren mombaer seghte en bekende voor haer ende haere
erffgenaemen dat sij oprecht en deughdelijck schuldigh geworden is, aen de
Eerbare Geertjen Laeven weduwe
wijlen de salige borgemeester Gerryt
Wildrix een somma ad twie hondert Car. guldens provederende wegens
opgenomene en te dancke genotene penningen beloovende deselve te verrenten
jaarlijck en alle jaar met vijff diergelijcken guldens van ieder hondert
waervan het eerste jaar verschienen en promtelijck sal betaelt werden op den 4
January des jaars seeventien hondert en een en soo vervolglijck alle jaar tot
de aflosse toe welcke opsaege een iegelijck den anderen een virendeel jaar van
te vooren sal moogen en moeten doen stellende tot dien eynde tot onderpant alle
haer comparants persoon en goederen en in spetie een saetveen inde Coeversche
Saetveenen geleegen an de eene sijde door Jan
Weleman en an de andre kant door Jan
Albert Haselhorst beswettet renuncierende bovendien van alle exceptien soo
hieruyt souden moogen off konnen ontstaen off bedacht worden en in sonderheyt
voor het Senatus Consultus Vellejanums, nae dat haer het selve waer voor
gehouden, in oirconde der waerheyt is deese door mijn Schults en coornooten
geteekent en tot meerder vestenisse met mijn seegel bekrachget. Actum Coevorden
den 6 January 1700.

Ger. Schellinger Schultus

E. Buysen en J. Con. Werndly

dit is X Geesyn Leeferts met

eygener hand getrocken marck

Hendrick Geerts als momber

 



 



akte 34

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 2, folio
31v en 32

microfiche 6, 5e rij,
nr. 3

Ick Albert Stuirman wegens Hoger
Overheid Scholtus van Coevorden en Schoonebeek doe cond en certificeere in ende
vermits desen versegelde coop en transportbrieve, dat voor mij en Gerigts
ceurnoten naebenoemt, sijn gecompareert ende erschenen
Gerrit Maurissen en Anna
Beunincks eheluiden sijnde de vrouw in desen geadsisteert met haar eheman
als momber, segten en bekenden voor haar selfs ende haaren erffgenaemen, dat
sij in een vasten en onwederroepelijcken erfkoop hadden verkoft gecedeert en in
eigendom overgedraegen sulks doende alsnog bij desen aen Gerrit Jansen van Gramsbergen en Annigjen Bartelincks eheluiden
ende haare erffgenaemen, haar comparanten Hoff gelegen buyten Coevorden op de
Loo, ten oosten aen het Diep, ten westen aen d’Hoff van Elisabeth Jansen weduwe van wijlen Jan Berents van der Scheer, ten zuyden aen de gemeensweg en cingel
van wijlen d’Heer Overste Linderroth en ten noorden aan de verkopers voornoemt, wordende mede door verkoperen de
bovengemelte Hoff verkoft vrij van eenige lasten ofte beswaer en ook vrij van
grondschattinge, en dat sulks voor een welbetaalde somma van penningen,
bedanckende de cooperen voor goede voldaat en betaelinge, stellende deselve bij
desen in de rustige possessie en eigendom belovende ook de verkofte Hoff te
willen wagten en waeren voor d’evictie en alle op ofte aenspraecke als
erffkoopsregt is, is mede geaccordeert dat de verkoper Gerrit Maurissen gemeldt Hoff voor d’halfscheid twee jaeren sal
mogen gebruicken, te weeten in de jaeren 1712 en 1713 en anders niet meer.
Sonder arg ofte list in oirkonde der waerheid heb ick Scholtus voorschreven
ende ceurnoten als waeren d’Edele Hans J. Gröpke en Geert Klumper desen nevens
comparanten geteickent en met mijn Zegel Amptshalven bekragtiget. Actum
Coevorden den 10 Augustus 1711.

Onderstond

A. Stuirman

    Scholtus                                                                                          Gerrit Maurissen

                                                                                                             Anne Bonyck

Hans Jurgen Gröpke

Geert Klumper

 



 



akte 35

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 2, folio
33v, 34 en 34v

microfiche 6, 5e rij,
nr. 5 en 6

Ick Albert Stuirman wegens Hoger
Overheid Scholtus van Coevorden en Schoonebeek doe cond en certificeere in ende
vermits desen versegelde coop en transportbrieve, dat voor mij en Gerigts
ceurnoten naebenoemt, is gecompareert ende erschenen
Jantjen Brummers weduwe van wijlen de secretaris Reinder Bartelinck, sijnde in dese
geadsisteert met Hans Jurgen Gröpke haar verkorene en bij den Edele Gerigte toegelaeten momber segte en bekende
voor haar selfs ende haare erffgenaemen dat sij in een vasten en
onwederroepelijcken erfkoop hadden verkoft gecedeert en in eigendom
overgedraegen, sulks doende alsnog bij desen aen Gerrit Roelofs Beekman tot Holthoen en Angenis Lucas eheluiden ende
haare erffgenaemen drie dagwerken hooglandts gelegen onder de jurisdictie van
Coevorden in Holterland, wandelende met de Pranger te Loosen en Aeltjen Bartelincks weduwe van wijlen Derck ten Holte, alles met sijn lusten en lasten regt en
geregtigheden soo daar altoos toe hebben gehoort, zijnde egter gemelte drie
dagwerken hooylandts vrij van alle uitgaande renten exempt Heerenschattingen,
dewelke ter laste van de aenkoper sijn, en sulks voor een welbetaalde somma van
penningen, welke verkopersche verklaarde haar ten vollen te zijn voldaan en betaalt
van Geert Roelofs Beekman en
desselfs huisvrouwe voornoemt, deswegen deselve voor goede voldaat en
betaelinge de de bedanken, stellende haar in de rustige possessie en eigendom,
belovende de verkofte drie dagwerken hooylandts te willen wagten en waeren voor
d’evictie en alle op ofte aenspraecke als erffkoopsregt is. Sonder arg ofte
list in oirkonde der waerheid heb ick Scholtus voorschreven ende ceurnoten als
waeren W. Alsen en Henderick Luchtenaer nevens comparantinne en haar assistent
desen geteickent en met mijn Zegel Amptshalve bekragtiget. Actum Coevorden den
23 November 1711.

Onderstond

A. Stuirman

    Scholtus                                                                                                          Jantjen
Brummers

W. Alsen                                                                                                            Hans
Jurgen Gröpke

Henrick Luchtenaer

 



 



akte 36

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 11, deel 1,
folio 60 en 61v

microfiche 2, 2e rij,
nr. 7

Actum in Judicio tot Coevorden
den 19 April 1712

Righter A. Stuirman

ceurnoten Engbert Bartelinck en
Lucas Scheerman

Compareerde in den Edelen
Gerighte Hendrickjen Nijmans, laast
weduwe van wijlen Roelof Westerman,
in dezen geadsisteert met Geert
Scheerman, versoekende dat over haar onmundige kinderen met naamen
Annigjen en Derck Westerman, bij wijlen Roelof
Westerman in echte verweckt, tot mombaeren mogten worden gestelt ende
geauthoriseert Henderick Gerritsen
Westerman woonende op het Pickveld en Evert Hendericks van Ane, welke personen bij den Edelen
Gerigte tot mombaren zijn gestelt ende geauthoriseert, zoo hebben voornoemde
persoonen bij handtastinge in eedes plaatse belooft gemelte mombaerschap met
alle getrouwigheid te zullen en willen bedienen.

A. Stuirman

1712  Scholtus

Engebert

Bertelynxsen

Lucas
Jannesen Scheerman

 



 



akte 37

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 11, deel 1,
folio 71v en 72

microfiche 2, 4e rij,
nr. 2

Ick Albert Stuirman wegens Hoger
Overheid Scholtus van Coevorden en Schoonebeek doe cond en certificeere bij
dezen, dat ten overstaan van mij Scholtus en Gerigts ceurnoten hier naabenoemt
zijn gecompareert ende erschenen Henderick
Berents van de Kalle en Henderickjen
Nijmans, laast weduwe van wijlen Roelof
Westerman, mitsgaders Henderick
Gerritsen Westerman en Evert
Hendericks van Ane als mombaeren
van de twee kinderen van Henderickjen
Nijmans met naamen Annigjen en
Derck Westerman, bij wijlen Roelof Westerman in echte geprocreert,
nevens wederzijdts onderteikende naaste vrunden, verklaarden zij comparanten,
dat er op heeden dato ondergeschreven een houwelijk is ingegaan en gesloten
tussen Henderick Berents van de Kalle voorschreven als bruidegom ter
eenre en d’eerbare Henderickjen Nijmans weduwe van wijlen Roelof Westerman als bruid ter andere zijde, in vougen en manieren hiernaa beschreven, dat
naamentlijk de bruidegom Henderick
Berents van de Kalle de twee
voorkinderen met naamen Annigjen en Derck Roelofs Westerman van
tegenswoordige bruid Henderickjen
Nijmans heeft aangenomen gelijk als zelve alsnog bij dezen is aannemende
voor zijn eigen echte kinderen niet anders als of dezelve van zijnen lijve
waaren voort gekomen om zoowel in zijne naatelaetene goederen te zullen erven
als de kinderen zoo hem uit deze houwelijk met voorschreven zijne bruid zouden
mogen worden gebooren. Aldus gesloten en gedediget als boven is gemelt. In
waarheidts oirkonde zijn hiervan twee alleensluidende geschreven en door mij
Scholtus en ceurnoten als waaren Egbert Buysen en H.J. Gröpke dezen nevens
comparanten onderteikent en tot meerder vestenisse heb mijn Amps Zegel hier op
doen drukken. Actum Coevorden den 22 April 1712.

                                                                              Onderstont

Hynderick Berents                                                                                                A. Stuirman

Henderickje Nijman                                                                                       1712    Scholtus

Dit H is Berent Kistemaker

als vader van de bruidegoms                                                                                        E. Buysen  H.J. Gröpke

eigen getrokken hantmarck.

                sic
testor

                A.
Stuirman

                    Scholtus

Gerrit Luicks

Dit ­­? zijn Henderick Gerrits

Westerman en

Evert +| Hendericks van Ane

daar eigen getrokken hant-

marcken.                sic testor

                                A. Stuirman

                                   Scholtus

 



 



akte 38

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 2, folio
57v en 58

microfiche 7, 2e rij,
nr. 5

Ick Albert Stuirman wegens Hoger
Overheid Scholtus van Coevorden en Schoonebeek, doe kond en certificeere bij
dezen, dat voor mij Scholtus en Gerigts ceurnoten naabenoemt zijn gecompareert
ende erschenen Albert Pranger,
Gerrit Harms Pranger en Evertjen Alberts eheluiden, zijnde de
vrouw in dezen geadsisteert met haar eheman als momber, zoo bekenden
comparanten voor haar zelfs ende haare ervgenaamen aan Annigjen ten Hool weduwe van wijlen Albert Bosch ende haare ervgenamen van verstreckte en ten genoegen
ontfangene penningen opregtelijk en deugdelijk schuldig te weesen een capitaale
somma van vijfhondert Caroli guldens ad twintig stuivers het stuck, en beloven
hetzelve te verrenten ofte tot interesse vijf Overijsselsche mudden rogge ad
vier schepelen het mudde, jaarlijks te geven, zijnde alzoo van jeder hondert
Caroli gulden alle jaar een mudde rogge, waarvan het eerste jaar rente of
voornoemde rogge sal komen te verschijnen op martius 1714, voorts jaarlijks
ende alle jaar tot d’effective aflossinge toe, welke sal mogen en moeten
geschieden, wanneer de losse een half jaar voor de verschijnsdag van d’eene of
andere zijde sal wesen aangekondiget, voor welk capitaal en alle te verlopene
rente of rogge van hetzelve gelijk ook mede voor alle aan te wendene kosten in
cas van onverhoopte misbetalinge comparanten speciaalijke verbinden en
verhypothiseeren bij ende mits dezen haare vijf en een half dagwerken
hooylandts gelegen onder de jurisdictie van Coevorden in Holterland. Voorts
hebben debiteuren voor voornoemde capitaal renten en kosten verbonden, gelijk
deselve verbinden bij dezen haare persoonen en alle haare andere hebbende en
toekomende goederen geene van allen exempt. Zonder arg ofte list in oirkonde
der waarheid heb ik Scholtus voorschreven ende ceurnoten als waaren d’Edele
Jan  Beuninck en Frerick Evers nevens de
debiteuren bovengenoemt desen geteikent en met mijn Zegel Amptshalve
bekragtiget. Actum Coevorden den 23 Juny 1714.

Onderstond

A. Stuirman

    Scholtus                                                                                                          Albert
Prenger

J. Beuningh                                                                                                        Gerrit
Harmsen Prenger

Freryk Evers                                                                                                       Evertjen
Albers Pranger

[De kantlijn vermeldt]

Coevorden den 16 Juny 1735

Rigter A. Stuirman

keurnoten G. Wildrik en Daniel
Wossum

Erschenen
Annegien ten Hool weduwe wijlen Albert Bos, sijnde in desen geassisteert met Burgemeester J. Beerling, welke verklaarde dat
tegenstaande capitaal aan haar door Gerryt
Harms Pranger met de intressen was voldaan, soo word dezen hier mede
gerojeert en geannuleert. In kennis van waarheid heb ik Scholtus en ceurnoten
nevens comparanten desen geteikent op dato voorschreeven.

A. Stuirman

    Scholtus

G. Wildrick

D. Wossum

Anna ten Hool

J. Beerlingh

 



 



akte 39

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 2, folio
208 en 208v

microfiche 10, 3e rij,
nr. 3 en 4

Ik Albert Stuirman wegens Hoger
Overheid Scholtus van Coevorden en Schoonebeek doe kond en certificeere mits
dezen verzegelden koop en transportbriev dat voor mij en Gerigts ceurnoten
naabenoemt in den Edele Gerigte sijn gecompareert en erschenen d’Hoogwelgeboren
Heer Marcelis van Richgart, Heer van
Gramsbergen en Collonel te paard en
deszelfs gemalinne Vrouw Maria de
Montergues tutore marito, voorts geseide Heer
Richgart in qualiteit als volmagtiger van deszelfs suster vrouw Sophia Elisabet van Richgart douariere
van wijlen der Heer Overste Tomas
d’Areskine luid acte van procuratie voor de WelEdelen HoogAchtbaare Heeren
van de Magistraat der Stad Deventer op den 14 marty 1715 gepasseert, waarbij sijn HoogWelgeborene speciaal is
gemagtigt om goederen te mogen verkopen, beyde uit hoofde van retour ervgenamen
van vaders zijde van wijlen d’HoogWelgeboren Vrouw Aletta Anna van Haeften gewesen Vrouw van Gramsbergen etc. Zoo bekenden d’HoogWelgeboren comparanten voor
haar zelfs en hij Heere van Gramsbergen in qualiteit als volmagtiger van sijn suster d’HoogWelgeboren Vrouw Sophia Elisabet van Richgart voornoemt,
dat sij voor haar zelfs en in voornoemde qualiteit en voor haar ervgenamen bij
openbaare uitmijninge of op veilinge ten overstaan van den Edele Gerigte binnen
Coevorden op den 10 July 1720 hadden verkoft gecedeert en overgedragen zulks
doende al nog bij dezen aan d’HoogWelgeboren Heer Bernhard Adolf Bentinck Major en Heer van Wolda en Vrouw Aleida Maria
Theresea van Twickel en haar ervgenamen agt dagwerken hooylandts zoo groot
en klein als dezelve mandelig met de vier dagwerken van de koper Roelof Witsenborg genaamt het Groote
Heinegoor in haar bepalinge onder d’Heerlijkheid van Coevorden sijn gelegen,
wijders hebben d’HoogWelgeboren comparanten aan d’HoogWelgeboren Heer van Wolda en sijn HoogWelgeboren Vrouw en
ervgenamen verkoft en gecedeert zulks doende mits dezen twaelf dagwerken
hooylandts genaamt het Nije Land, mede in sijn bekende bepalinge gelegen onder
d’Heerlijkheid van Coevorden, zijnde het Groote Heinegoor tot dato dezes vrij
van Heerenschattingen; maar van het Nieuwe Land worden de schattingen betaalt
en sullen blijven ten laste der aankoperen en ook zoo naderen Heerenschattingen
op het Groote Heinegoor door Lands Overheid wierden gesteld zullen ook komen
ten laste van d’HoogWelgeboren aankoperen, alles ingevolge de voorwaarden der
verkopinge met haar regt en geregtigheid raat en onraat daartoe of aanhorende
met de lasten van dien, zulks en voor een welbetaalde somma van penningen en
ten genougen bij d’HoogWelgeboren comparanten ontfangen, weshalven zij ook
d’aankoperen in de rustige possessie en eigendom stellen onder belofte, dat sij
comparanten voorschreven agt en twaelf dagwerken hooylandts zullen wagten en
waaren voor d’evictie en alle op af aanspraak gelijk ervkoopregt is. Zonder arg
ofte list in oorkonde der waarheid heb ick Scholtus voorschreven en ceurnoten
als waaren de Borgemeester J. Beerlingh en Beerent van der Scheer nevens de
HoogWelgeboren comparanten dezen geteikent en met mijn Zegel amptshalve
bekragtiget. Actum Coevorden den 31 May 1721.

Was geteikent

M. v. Richgart                                                                                                    A.
Stuirman

M. v. Richgart geboren                                                                                   Scholtus

de Montargues                                                                                                  J.
Beerlingh

                                                                                                                             B.
van der Scheer


[Door Marcelis van Richgart en echtgenote zijn nog een viertal
transacties gedaan die te vinden zijn in Inventarisnummer 9, deel 2, folio 209,
219, 220 en 221 oftewel microfiche 10, 3e rij, nr. 4, 6, 7 en 8]

 



 



akte 40

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 3, folio
128 en 128v

microfiche 16, 3e rij,
nr. 3 en 4

Ik Albert Stuirman wegens Hoger
Overheyd Scholtus van Coevorden en Schonebeek doe cond en certificere mits
desen, dat voor mij Scholtus en keurnoten na benoemt in den Edele Gerigte sijn
gecompareert en erschenen de Edele Lucas
Lefferts van Ringe en Jantjen
Huberts egteluyden, sijnde de vrouw in desen geadsisteert met haar eheman
als momber, soo bekenden comparanten voor haar selfs en haar erffgenamen dat
sij hadden verkoft gecedeert en in eygendom overgedragen gelijk sij al nog doen
bij desen aan Geertien Harmsen van
het Anerveene weduwe van wijlen
Arent Arents en haar erffgenamen haar
saatveen met sijn op en nedergang, boven en ondergronden als mede den vrijen in
hen uytvaart met het huys, het welke vooraan opgemelde saatveen staande te
samen gelegen onder de Heerlijkheyd van Coevorden tusschen de zaatveenen van de
weduwe wijlen Jan Eeck op de Steensteuge en de weduwe van Henderik Lamberts, sijnde gemelde
saatveen en huys vrij van alle uytgaande opliggende renten ofte beswaar exempt
Heerenschattingen en nabuirlijke lasten dewelke daar op mogten staan off
namaals door Hoger Overheyd worden gestelt, deselve sullen blijven ten laste
der aankopersche, sulks voor een wel betaalde somma van penningen en ten
genoegen bij comparanten ontfangen, vorders stellen transportanten voorschreven
aankopersche in de vredige possessie en eygendom en beloven voornoemde zaatveen
en huys daarop staande te willen wagten en waren voor de evictie en alle op off
aanspraak volgens erffkoopsregt. Sonder arg ofte list in kennisse van waarheyd
heb ik Scholtus voorschreven en keurnoten als waren Jan Bennink Wispelwey en J.
Post nevens comparanten desen geteikent en met mijn Segel amptshalven
bekragtiget. Gedaan den 11 May 1729.

Onderstond

dat dit is het eigen                                                                     A.
Stuirman

getrokken hand-                                                                                    Scholtus

marck X van Lucas

Lefers van Ringe,                                                                              Jan Benck Wispelwey

certificere ik onderge-                                                                              Jurjen
Post

teikende Scholtus mits

desen.

A. Stuirman

    Scholtus

Jantjen Hubbets

Dezen is naa gedaane collatie met
de principaale accorderende bevonden.

A. Stuirman

    Scholtus

 



 



akte 41

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 3, folio
129 en 129v

microfiche 16, 3e rij,
nr. 4 en 5

Ik Albert Stuirman wegens Hoger Overheyd
Scholtus van Coevorden en Schonebeek doe cond en certificere mits desen, dat
voor mij Scholtus en keurnoten nabenoemt in den Edele Gerigte is gecompareert
en erschenen Geertjen Harmsen weduwe
van wijlen Arent Arens, sijnde in
desen geadsisteert met Jan Peters haar verkoren en geadmitteerden momber, soo bekende comparantinne voor haar
selfs ende haare erffgenamen an de Edele Harmannus
l’Empereur en Judit Bartelink egteluyden en haare erffgenamen van verstrekte en ten genoegen ontfangene
penningen opregt en deugdelijk schuldig te wesen een capitale somma van vier
hondert Caroli gulden den gulden tot twintig stuyvers, belovende deselve te
verrenten met vijff gelijke guldens van het hondert jaarlijks ende alle jaar
tot de effective afflosse toe welke sal mogen en moeten geschieden, wanneer de
losse een virendeel jaars van de een off andere sijde voor de verschijnsdag was
wesen aangekondiget, sullende het eerste jaar rente komen te verschijnen op den
1 May 1730, voor welk capitaal en alle te verlopene renten van hetselve als ook
mede voor alle aan te wendene kosten in cas van onverhoopte misbetalinge
debitrice geadsisteert als voren speciael heeft verbonden en verhypothiseert
gelijk sij al nog doet bij desen haar saadveene met het huys daarop staande te samen
gelegen onder de Heerlijkheyd van Coevorden tusschen de zaadvenen van de weduwe
wijlen Jan Eek op de
Steenteuge en de weduwe van Henderik Lamberts, voorts heeft
debitrice voor bovengemelde capitaal renten en kosten verbonden haar persoon en
alle haare andere hebbende en toekomende mobile en immobile goederen geenen van
allen exempt. Sonder arg ofte list in kennisse van waarheyd heb ik Scholtus en
keurnoten als waren Jan Bennink Wispelwey en J. Post desen nevens comparantinne
met haar momber onderteikent, en tot meerder vestenisse met mijn Segel
amptshalven bekragtiget. Gedaan Coevorden den 11 May 1729.

Onderstond

Gertien Hermensen                                                                          A.
Stuirman

Jan Peters                                                                                               Scholtus               

                                                                                                             Jan Benck Wispelwey

                                                                                                             Jurjen Post

Deren is naa gedaane collatie met
de principale accorderende bevonden.

A. Stuirman

    Scholtus

 



 



akte 42

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 6

microfiche 2, 3e rij,
nr. 3

Actum  in Judicio tot Coevorden den 27 October 1729

Righter A. Stuirman

Keurnoten d’ontfanger R. Wildrik
en J. Post

Erschenen
Derk Statius Schutstal van Gramsbergen doende seggen dat van dit somer aan de Joode Isak Jacob in de Coevorsche mars verkoft heeft drie koebeesten als
twee voor een en veertig Caroli gulden en eene voor agtyn gulden monterende te
samen de somma van negen en vijftig Caroli gulden, dat daar opgemelde Joode
twee van sijn gekofte koeien uit de mars heeft gehaalt en aan comparant op
nakenninge betaald dertig Caroli gulden, zoo dat nog schuldig blijft 29 Caroli
gulden, evenmits gemelde Joode Isak
Jacob verweigerd het d’ander beest, het welke al nog in de mars gaat na sig
te nemen ende negen en twintig gulden restante kooppenningen te betaalen, zo
doet en versoukt comparant in optima juris forma pandinge aan degene de goederen
en effectere van hem Isak Jacob om
daaran kost en schadeloos meergemelde 29 Caroli gulden te verhalen met versouk
dat dire pandinge aan de Joode Isak
Jacob debite et in tempore moge worden geinsinueerd en daar van gerelateerd
met mondelinge inthimatie daar bij om deselve binnen den tijd van 14 dagen met
geld of met regte af te doen als na regte, verklaarende comparant vorders in
deze zaake tot zijn bediende aan te stellen d’advocaat Schild onder de belofte
van ratihabitie en indemnisatie.

NB Deze regtdag is op een
rekeninge geschreven.

Decreet

De pandinge met derselven
insinuatie in vougen als boven versogt word geaccordeerd.

A. Stuirman

Scholtus R. Wildrik

Jurrien Post

Op het extract dezes was
geschreven

Deren is door mijn
ondergeteikende gerigtsdienaar M. Schalenbergh geinsinueerd aan d’huisvrouw van
de Jood Isak Jacob bij absentie van
haar man. Gedaan Coevorden den 28 October 1729.

Onderstond

M. Schalenbergh

Gerigtsdienaar


[Dit rechtsgeding bevat meerdere stukken over het verloop van het
proces, deze zijn te vinden in Inventarisnummer 6 op microfiche 2, 3e rij, nr. 4, 5, 6, 7 en 8 / 4e rij, nr. 1, 2, 3, 4 en 5 / 5e rij, nr. 3 en in Inventarisnummer 7 op microfiche 1, 6e rij, nr. 3,
4, 5, 6, 7 en 8]

 



 



akte 43

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 6

microfiche 2, 4e rij,
nr. 4 en 5

Actum in Judicio te Coevorden den
5 January 1730

Righter A. Stuirman

keurnoten oudontfanger R. Wildrik
en J. Post

Erschenen
Hendrik Egberts nomine uxoris Geesjen
Alberts van Gramsbergen, voordragende
dat wijlen Henderik Wispelwey laast
getrouwt is geweest met comparans sijn vrouwe suster wijlen Fennegien Alberts, dat voornoemde Henderik Wispelwey en Fennegien Alberts eheluyden deser
werelt overleden sijnde sonder egte geboorte na te laten, sij comparant van de
gedaagde Jan Bennink Wispelwey cum
suis in der minne, en ook Gerigtelijk geeyst heeft copie van sodane houwelijkse
voorwaarden als voorschreven Henderik
Wispelwey en Fennegien Alberts souden hebben gemaakt om naa examinatie van dien, daar inne vorder te doen, als
sijnen goeden rade soude gedragen, dat de gedaagde heeft konnen goed vinden te
verweygeren de copie offschoon gerigtelijk versogt te extraderen onder
voorgeven dat sij onder malkanderen een contract hadden gemaakt van deilinge en accoord. Blijkt acte
off relaas van de Gerigtsdienaar J. Schalenberg van den 28 november 1729 ten
desen annex, vermits na in Regte bekent is, dat broeders en susters de naaste
erffgenamen sijn van haare overledene broeder ofte suster, indien deselve geen
kinderen ofte ouders heeft nagelaten gelijk in hoc nostero casse, ten waare bij
houwelijkse voorwaarden testament off andere dipositie anders mogten sijn
geordonneert; gelijk sulks, des nodig sijnde nader kan worden gededuceert,

soo spreekt de saak immers van
selven dat de gedaagde cum suis volstrekt gehouden is an comparant te moeten
overgeven een copie van de gemaakte houwelijkse voorwaarde, ofte andere wettige
dispositien, soo desselfs vrouwen overleden suster
Fennegien Alberts en haar man wijlen Henderik Wispelwey hebben gemaakt, als sijnde communia instrumenta
voornoemt besonderlijk mede angaande, gelijk in cas van vordere verweigeringe,
nader sal werden bewesen.

Edog geconsidereert de gedaagde
uyt dien hoofde geen copie van de gemaakte houwelijks voorwaarden verweigert te
geven, neen, maar ter oorsake, sij onder malkanderen een contract hadden
gemaakt van deilinge en accoord, soo vermeint comparant evenwel dat casu quo,
als egter met, de gedaagde na regte verpligt waren geweest, de versogte copie
te moeten uytgeven, te meer de comparant forte firme ontkent ooit off ooit
daarover, ofte over die erffenisse van sijn vrouwen suster een contract ofte
accoord met de gedaagde te hebben gemaakt, het welke ook nimmer meer an sijde
van de gedaagde sal konnen bewesen worden.

Om welke allen den comparant
proevie contendeert.

Ten fine de gedaagde gehouden
werde verklaart om an comparant te moeten overgeven een authenticque copie van
de houwelijkse voorwaarden van wijlen Henderik
Wispelwey ende Fennegien Alberts sijn huysvrouwe gemaakt cum expensis,

ofte dat bij manquement van dien
de gedaagde cum suis gehouden werden verklaart ende gecondemneert, om an den
comparant namens als voren te moeten overgeven een pertinent deugdelijke en so
nodig met eede gesterckten staat en inventaris van alle de goederen bij wijlen
Henderik Wispelwey en sijn huysvrou Fennegien Alberts nagelaten, en
vervolgens met hem te treden tot scheydinge deilinge van dien voor sijn quota
en competerende portie, daar toe concluderende met herhaalden eysch van costen,
automni alio meliori modo salvis etc.

Erschenen
Johan Bennink Wispelwey, dewelke versoekt, dat dese saake tot nader
conferentie mag blijven steken en neemt aan de kosten hier over gevallen te
betalen.

Decreet

Ingevolge eygen versoek van de
gedaagde Jan Bennink Wispelwey, dat
dese sake mogte blijven steken, soo word de gedaagde gecondemneerd in de kosten
hier over gevallen.

Onderstond

A. Stuirman

Scholtus

R. Wilderik

Jurjen Post

 



 



akte 44

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 3, folio
163 en 163v

microfiche 17, 1e rij,
nr. 6 en 7

Ik Albert Stuirman wegens Hoger
Overheid Scholtus van Coevorden en Schoonebeek, doe kond en certificere mits
dezen verzegelden koop en transportbriev, dat voor mij Scholtus en keurnoten
nabenoemd in den Edele Gerigte zijn gecompareert en erschenen d’Edele
Harmannus Wessels en Henderika ter Poorten egteluiden,
zijnde de vrouw in dezen geadsisteert met haar eheman als momber, de welke
bekenden voor haar selfs ende haar ervgenamen, dat sij aan Jan Hendriks Marienbergh en Geertruid
Boerink egteluiden en ook aan Hendrik
Jansen Beene en Margareta Gerrits egteluiden en haare ervgenamen woonagtig te Gramsbergen hadden verkoft gecedeerd en in eigendom overgedragen
gelijk sij al nog doen bij desen, haar drie koeweiden mandelig met Marigjen Bartelink wed. van Hendrik van de Scheer en d’ervgenamen
van wijlen Michiel Bartlink in een
stukke gelegen onder de Heerlijkheid van Coevorden in de Marsch tusschen het
mandelige stukke weideland van de Scholtus A.
Stuirman en d’ervgenamen van wijlen Wibbe
van de Scheer beginnende van de dwarssloot en agteraan de dwarsweg tegens Eecks camp na de Kleine Vegte, zulks
voor een welbetaalde somma van penningen en ten genougen bij verkoperen
ontfangen, vorders met haar regt en geregtigheid raat en onraat, dog vrij van
alle uitgaande, opliggende renten ofte beswaar exempt Heeren[schattingen] die zullen blijven ten
laste der aankoperen, hebbende comparanten belooft gelijk deselve beloven bij
dezen gesegte verkofte en getransporteerde drie koeweiden te willen wagten en
waaren voor d’evictie en alle op of aanspraak volgens ervkoopsregt. Zonder arg
ofte list, in kennisse van waarheid heb ik Scholtus en keurnoten als waaren
Hendr. van Hesselen en Minno van Grinsveld nevens comparanten dezen geteikend
en tot meerder vestenisse met mijn segel amptshalve bekragtiget. Gedaan
Coevorden den 26 May 1730.

Onderstond

                                                                                                             A. Stuirman

Harmannus Wessels                                                                                  Scholtus

H. ter Poorten genaemt                                                               Hendrik van Hesselen

Wessels                                                                                                              Minno
van Grinsveld

 



 



akte 45

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 7, deel 1

microfiche 5, 2e rij,
nr. 8 en 3e rij, nr. 1

Extract Prothocollair

Coevorden den 16 September 1734

Rigter A. Stuirman

keurnoten G. Alberthoma
contrarolleur en Jan Bruna

Erschenen
Egbert Habers tot Ane namens sijn huysvrou Gese Timens,
laatst weduwe van Henderik Habers,
seggende dat wijlen Claas Timens op ’t Vlieghuys an comparant qq volgens
conventie en accoord van den 30 january 1722 eygenhandig geteikent gehouden was
te betalen wegens verstrekte penningen, geleent coorn, en een verkofte en
geleverde koe 70 guldens en sulks op May 1723 waar omtrent ongeagt iterative
minnelijke anmaningen so an den selven als an Timen Timens als oudste soon en boedelbesitter gedaan, alnog geen
voldoeninge is gevolgt, so is comparant in sijn voorschreven qualiteyt
volstrekt genootsaakt middelen regtens te gebruyken, versoekende en doende
dieshalven in optima juris forma pandinge an de gerede goederen en effecten van
voorschreven Claas Timens off nu van
desselfs voorschreven soon Timen Clasen om daar an gelibbelleerde 70 gulden cum interesse à tempore more saltem
judicialis interpellationis cost en schadeloos te verhalen, met verder versoek
dat dese pandinge an Timen Clasen in
sijn voorschreven qualiteyt moge worden geinsinueert en daar van gerelateert
met mondelinge inthimatie, om dese pandinge binnen 14 dagen met gelt off regte
aff te doen als na regte stellende comparant de advocaat Schild tot sijn
bediende in dese sake.

Decreet

De pandinge in voegen als boven
versogt met insinuatie per extractum word geaccordeert.

Onderstond

A. Stuirman

    Scholtis

G. Alberthoma

J. Bruna

Bovenstaande handinge in voegen
versogt is, door mij ondergeschreven geauthoriseerde gerigtsdienaar Matijs
Schalenberg per extractum geinsinueert an Timen
Vlighuys, op het Vlieghuys den 21 September 1734.

M. Schalenbergh

geauthoriseerde gerigtsdienaar

NB Op een rekeninge angeschreven.
Dese regtdag betaalt den 13 September 1736.

 



 



akte 46

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 7

microfiche 5, 5e rij,
nr. 4 en 5

Extract Prothocollair

Coevorden den 30 September 1734

Rigter A. Stuirman

keurnoten G. Alberthoma
contrarolleur en Jan Swalve chirurgijn

Erschenen de advocaat Schild als
bediende van Egbert Habers te
Ane nomine uxoris versoekende en doende
als nu in optima juris forma opbadinge en aneygeninge an de gerede goederen en
effecten van wijlen Claas Timens op ’t
Vlieghuys om daar an te verhalen 70 Caroli guldens cum interesse en costen,
so en in dier voegen als bij acte van pandinge van den 16 September jongst
breder is geexpresseert, quo relatio, met versoek dat desen an Timen Claasen als oudste soon en
boedelbesitter moge werden geinsinueert en daar van gerelateert als na regte.

Decreet

De opbadinge en aneygeninge in
voegen als boven, versogt met der selver insinuatie per extractum word
geaccordeert.

Onderstond

A. Stuirman

    Scholtus

G. Alberthoma

Jan Swalve

De opbadinge en aneygeninge is
door mij ondergeteykende gerigts dienaar J. Schalenberg per extractum
geinsinueert op het Vlieghuys an Timen
ten Vlieghuys, dewelke gaff reden van antwoord dat
Egbert Habers an hem drie weken uytstel hadde gegeven. Gedaan op
het Vlieghuys den 4 October 1734.

J. Schalenbergh

gerigtsdienaar

NB Dese is op een rekeninge
geschreven. Dese regtdag den 13 September 1736 voldaan.

 



 



akte 47

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 11, deel 2,
folio 135

microfiche 8, 1e rij,
nr. 1

Ick Roelof Haasken wegens Hoger
Overheyd Scholtus van Coevorden en Schonebeek certificere mits dese dat voor
mij en keurnoten nabenoemd in den Edelen Gerigte gecompareert en erschenen
Jan Eekenkarst uit ’t Laar voor hem selfs en als vader en
voogt sijner ses minderjarige kinderen, dewelke ingevolge bekomene authorisatie
van sijn Hoog Edelgeboren Gestrenge den Heere Professor den Baron van Heiden in dato den 6 Juny 1753,
bekende voor hem en sijne erfgenamen an Jan
Haanrikman van Holthoene en
erfgenamen, dat hadden vercoft, gecedeerd, getransporteert en in eygendom
overdragen, sulks doende mits desen, twee koeweiden gelegen in de Coeverse
Marst, sijnde geswettet en gelegen naast de domeinen ten oosten en Staverens erffgenamen ten westen
tussschen beyde dijken, mandelig met Jacob
Louwen en verdere consorten, welke twee koeweiden door wijlen de oud
borgemeester Harm Mauritius te voren
sijn angekogt van Geertien Leenders weduwe wijlen Arent Cock, en dat
voor een genoegsame somma van penningen en ten genoegen bij verkoper ontfangen,
bedankende de ancoper voor goede voldoeninge en betalinge, stellende de selvige
bij desen in de rustige possessie en eygendom, en belooft voornoemde twee
koeweyden te willen wagten en waren voor de evictie en alle op of ansprake
volgens erfcoopsregt, sijnde vrij van alle uitgaande opliggende renten of
beswaar, exempt Herenschattingen en nabuirlijke lasten, welke sullen blijven
ten laste der ancoperen. Sonder arg ofte list in kennisse der waarheyd heb ik
Scholtus en keurnoten, als waren Lucas Holthuis en Hendricus Stijl, nevens
verkoperen en transportanten geteykent en tot meerder vestenisse heb desen met
mijn Zegel amptshalven bekragtiget. Coevorden den 12 September 1753.

                                                                                                             R. Haasken

                                                                                                                  Scholtus

Jan Ekenkarst                                                                                     Hendr. Stijl

                                                                                                             L. Holthuis

 



 



akte 48

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 4, folio
580/28

microfiche 22, 3e rij,
nr. 1

Ick Roelof Haasken wegens Hoger
Overigheyd Scholtus van Coevorden en Schonebeek, doe cond en certificere mits
desen dat voor mij en twee gerigskeurnoten nabenoemd in den Edelen Gerigte
gecompareert en erschenen, Roelof
Koenders van het Anerveen en
Geesien Knoop eheluiden, sijnde de
vrouw in dese geadsisteerd met haar eheman als momber, soo bekenden comparanten
voor haar en hare erfgenamen an Gerrit
van Tarel van Coevorden en Catharina van Engen eheluiden en
erfgenamen in eenen steden, vasten en onwederroepelijken erfcoop te hebben
vercofd, gecedeert, getransporteerd en in vollen eygendom overgedragen, haar
zaatveen met sijn op en nedergang, gelegen tusschen de saatveenen van Geert Wilmink en Gerrit Witsenborg, sijnde de saatveen door vercoperen angeërft aan
de gemeensman Harmen Zwiese en sulks
voor een genoegsame somma van penningen en ten genoegen bij de vercopers en
transportanten in desen ontfangen, bedankende de ancoperen voor goede
voldoeninge en betalinge,verders met sijn regt en geregtigheyd, raat en onraad,
dog vrij van alle uitgaande, opliggende renten of beswaren exempt
Heerenschattingen en nabuirlijke lasten, dewelke mede tot laste der ancoperen
sullen sijn en verblijven, vorders stellen de vercopers de ancoperen daarvan
bij desen in de rustige possessie en eygendom, en beloven het vercofte saatveen
te willen wagten en wharen voor de evictie en alle op of ansprake wegens erfcoopregt.
Sonder arg ofte list in kennisse der waarheyd heb ik Scholtus en ceurnoten als
waren de burgemeester H.J. Werndly en Harmen Deurink nevens comparanten
geteikent en tot meerder vestenisse heb desen met mijn Segel amptshalven
bekragtiged. Actum Coevorden den 4den November 1767.

                                                                              Onderstont

Roelof Koonders                                                                                                              R. Haasken

Geesyn Knoops                                                                                                                     Scholtus

                                                                              Collatie accorderende                       H.J.
Werndly

                                                                              R. Haasken                                                H. Deurink

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 49

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 4, folio
591/45

microfiche 22, 4e rij,
nr. 3

Ick Roelof Haasken wegens Hoger
Overigheyd Scholtus over Coevorden en Schonebeek, doe cond en certificere mits
desen dat voor mij en twee gerigskeurnoten nabenoemd in den Edelen Gerigte
gecompareerd en erschenen, Swaentien
Wilms weduwe wijlen Derk Wilms,
alhier ter stede woonagtig, sijnde in desen geadsisteert met de heer
Wildrik Wildriks haren gekoren en bij
den Edelen Gerigte geadmitteerden momber. Soo bekende comparante voor haar en
hare erfgenamen dat sij op den 9 Mey 1768 publycq door den Edelen Gerigte an Egbert Baarslag van den Hardenbergh heeft vercoft en erfgenamen
haar schuite met der selver toebehoren soo als deselvige bij de vercopinge sijn
bevonden, en sulx voor een somma van 133 Caroli guldens, welke penningen door
den ancoper aan de heer Wildrik Wildriks sijn voldaan, en het welk haar transportante voor betalinge is verstrekt,
weshalven sij comparante, als nu bij desen doet cessie, transport en overdragt
van voornoemde schuite met sijn toebehoren an Egbert Baarslag van den Hardenberg,
bedankende denselvige voor goede voldoeninge en betalinge, stelt deselvige in
de rustige possessie en eygendom, belovende dese voornoemde schuite met sijn
toebehoren te willen wagten en wharen voor de evictie en allerley op of
ansprake als na regte. In oorconde der waarheyd soo heb ik Scholtus en
keurnoten Klaas van Tarel en Albertus Nevels nevens vercoperse en geadsisteerde
momber getekent en tot meerder vestenisse heb desen met mijn Zegel ampthalven
bekragtiged. Coevorden den 117 July 1768.

                                                                                                                                            R. Haasken

Swaentien Willems                                                                                                    Scholtus

W. Wildrik                                                                                                                         A. Nevels

                                                                              Collatie accorderende                       Klaas
van Tarel

                                                                              R. Haasken

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 50

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 4, folio
690/242

microfiche 24, 5e rij,
nr. 6

Ick Roelof Haasken wegens Hoger
Overigheyd Scholtus over Coevorden en Schonebeek, die cond en certificere mits
desen dat voor mij en keurnoten nabenoemd in den Edelen Gerigte gecompareerd en
erschenen sijn Hendrik van Tarel van
Gramsbergen en
Maria van der Horst eheluiden, sijnde in desen geadsisteerd met
haar eheman als momber, soo bekende comparanten voor haar en hare erfgenamen,
dat sij vrij uit den hand an Tonnis van
Tarel te Coevorden en derselven
erfgenamen hadden vercoft, gecedeert, getransporteert en in vollen eygendom
overgedragen twee en een halve koeweyde in de Coevorse Marst bij Meyers huis an de weg, met de
erfgenamen van Harmen op het Holt in
een stuk begrepen, beider bij overdragt van den 29 Mey 1715 geëxpresseert, quo
relatio en sulks voor een genoegsame somma van penningen ten genoegen bij
vercoperen en transportanten ontfangen, bedankende den ancoper voor goede
voldoeninge en betalinge, stellende den ancoper van desen in de rustige
possessie en eygendom, sijnde vrij van alle uitgaande en opliggende renten of
beswaar exempd Heerenschattingen en nabuirlijke lasten, de welke mede tot laste
van den ancoper sullen sijn en verblijven, belovende verders de vercopers en
transportanten dese voornoemde twee en een halve koeweyde in de Coevorse Marst
te willen wagten en wharen voor de evictie en alle op of ansprake volgens
erfkoopregt. Sonder arg of list in kennisse der waarheyd heb ik Scholtus en keurnoten
Roelof ten Vlieghuis en Arent Mering nevens vercoperen en transportanten
getekend en tot meerder vestenisse heb desen met mijn Zegel amptshalven
bekragtiged. Actum Coevorden den 8 July 1772.

                                                                              /:Was getekend:/

Dit merke + heeft Hendrik                                                                                               R. Haasken

van Tarel in mijn presentie                                                                                                  Scholtus

getogen, certificere                                                             Collatie accorderende

                                R. Haasken                                                R. Haasken

                                     Scholtus                                                    Scholtus

Maria van Horst                                                                                                Arent
Meijrink

                                                                                                                             R.
ten Vlieghuis

 



 



akte 51

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 4, folio
799/267

microfiche 25, 1e rij,
nr. 3

Ick Roelof Haasken wegens Hoger
Overigheyd Scholtus van Coevorden en Schonebeek cum annex, doe cond en
certificere mits desen versegelden coop en transportbrief dat voor mij en twee
gerigtskeurnoten nabenoemd in den Edelen Gerigte gecompareert en erschenen is
Eva Marck weduwe van Jan Hobers van den Hardenberg voor haar selfs en als boedelhouderse wijlen haar eheman
voornoemd, sijnde ad hunc actum geadsisteerd met Hendrik van Engen, haren verkoren en bij den Gerigte geadmitteerden
momber, de welke bekende voor haar en hare erfgenamen dat sij in eenen steden,
vasten en onwederroepelijken erfcoop an Albert
Melenberg en erfgenamen te Anen hadde vercoft, gecedeerd, getransporteerd en in vollen eygendom overgedragen,
cragt deses, ongeveer een half dagwerk hooyland, of wel haar geregte agste
portie genaamd de Quabben Mate uit het Erve Hobers, gelegen onder de jurisdictie van Coevorden, aan het sogenaamde Verbruide Land, an de Coevorse Vegt,
an het Heyne Gooren, en sulks voor
een somma van vijftig Caroli guldens, welke penningen de transportante bekende
ten genoegen ontfangen te hebben tot aflossinge van boedelschulden, bedankende
derhalven den ancoper voor goede voldoeninge en betalinge, stellende den ancoper
daarvan in de rustige possessie en eygendom, sijnde vrij van alle uitgaande
opliggende renten of beswaar, exempt Heerenschattingen en nabuirlijke lasten,
de welke mede tot laste van den ancoper sullen sijn en verblijven. Sonder arg
ofte list in kennisse der waerheyd heb ik Scholtus en keurnoten Jan Luftink en
Beerent Tinge nevens comparante en geadsisteerde momber getekent, en tot
meerdere vestenisse met mijn Zegel amptshalven bekragtiged. Actum Coevorden den
3 October 1777.

                                                                              (:Was getekend:)

                                                                                                                                            R. Haasken

Eva Marck weduwe Hobers                                                                                      Scholtus

Hendrik van Engen                                                                                                  J. Luftink

                                                                                                                                            Beerent Tynge

 



 



akte 52

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 7, deel 11

microfiche 60, 4e rij,
nr. 8 en 5e rij, nr. 1 t/m 4

Coevorden den 25 Maart 1779

Richter R. Haasken

Keurnoten H. Kosters en Jan
Lufting

Erschenen Procureur Ms.
Baerselman, als bediende Procureur en gevolmagtigde van de Hooggeboren
Gestrenge Heer C.L. Grave van Rechteren,
Heere van Collendoorn, etc., etc.
Als merkenrigter van Rheze, luid
volmagt gepasseert voor den Edelen Scholtengerigte in den
Hardenberg in dato den 21 November 1776, welke men hier nevens
vertoond om na gerichtene visie, of der gerequireerde copia van deselve weer
terug genomen te worden voordragende, hoe in gevolg Merktenresolutie van den 22
September 1767 de orige waerden, of die geen genoegsame waare hadden, in Rheeze op brinksittersgeld sijn
gesteld, bij welke Resolutie dan verstaan is, dat van het plaatsje van Hendrik Timmerman destijdes bewoond
wordende door eene Egbert Derks alias Egbert Kazebaard, ’s jaarlijks
en alle jaer soude betaald worden een gulden waervan het eerste jaer verschenen
is op 1mo Mey 1768 en soo vervolgens als te sien uit die
Merktenresolutie; waervan men een extract hierbij overlegt sub A.

Welk plaatsje dan al seder enige
jaeren voordat gementioneerde resolutie genomen is, en wel tot 1mo Mey 1772 is bewoond geworden door geseide Egbert
Derks alias, Kasebaerd, die
daarvan dan is schuldig geworden te betalen een somma ad vijf guldens welke
verschenen sijn 1mo Mey 1768-1769-1770-1771 en 1mo Mey
1772 gelijk men sulx in cas van onvermoedelijke contestatie, bij pour suite der
saak wel zal weten daar te doen.

Dat men selfs van tersijden
gehoord heeft, dat Egbert Derks, die
gementioneerde vijf guldens, sijn gewesen landheer
Hendrik Timmerman te Reeze van zijn verschuldigde huir of pagt penningen heeft afgetrokken, met belofte om
dezelve aan den Heere Markten Rigter te betalen met versekering daerbij dat
geseide Timmerman daer nooit voor
soude aengesproken worden, dog van welke betaling niets geworden zij. Zoodat
des comparants Hoge Principaal, die penningen in der minne, niet heeft kunnen
optineren, niet tegenstaande men alle instantien heeft aengewend. Waerom men
genoodsaakt is geworden om denselven Egbert
Derks alias Kasebaerd tegens
heden te doen citeren, ten einde om daerover te sien dienen van eisch rite sub.
B.

In fidutie dan van deselve eisch,
bij provisie ten genoegen rechtens te hebben geadstrueerd, concludeerd den
comparant qqa omnimelioni modo.

Dat de geciteerde bij sententie
van desen wel Edele Gerigte sal worden gecondemnieerd om de gelibelleerde
penningen ter somma van vijf guldens promptelijk te moeten opleggen en betalen
cum expensis onder reserve dan noch om in cas des comparants Hooge Principaal
qqa in desen door onvermogenheid, van de geciteerde sulx niet mogt
kunnen optineren, als dan daarover soodanige actie te institueren, tegens den
genen, en so en in dier voegen als na regte sal behoren ofte wesen.

Hiertegens gecompareert
Egbert Derksen alias Kasebaart, en heeft desen eisch cum
expensis angenomen te betalen, passerende bij desen vrijwillig verweer van
regte en dus voor den eysch sijne goederen executabel stelt.

R. Haasken

    Scholtus

J. Luftink

H. Kosters

——————————————————————–

A                                            Extract uit ’t boek der Markten
Resolutien van Rheese

Op huiden den 22 September 1767
zijn de Heeren erfgenamen en goedsheeren van
Rheese, na voorgaande wettige convocatie te huisen van de Heer
secretaris Kramer in den Hardenberg vergadert geweest, in ’t generaal om te delibereren en te concluderen, hetgene
men ten gemeene Markten voordele sou vermeinen te behoren, en wel specialijk,
hetgene bij de afgegane kerkensprake was gespecificeert en uitgedrukt.

(:Post quadum alia:)

(:Clausula consernens:)

Hierop hebben de Heeren
erfgenamen en goedsheren, ingevolge het advys van den Heer Marktenrigter,
waertoe dezelve den 24ste Meert dezes jaers 1767 versogt was, de
ongewaardenden op Brinkzittersgeld gesteld, en dat wel in deser voegen.


Hermen Hulsebos jaerlijks op                                                                          7-10-:


Jan Hermsen jaerlijks op                                                                                          1-:-:


Egberts Derks jaerlijks op                                                                           1-:-:


Evert Derks jaerlijks op                                                                                          1-:-:


Joost Kragt als hij vhee mogt houden jaerlijks op                                           1-:-:


Jacomina Willems als zij vhee mogt, en vermogend jaerlijks op                1-:-:


Derks Egbers alias Kamp Derk jaarlijks op                                            1-:-:


Hendrik Koers en Hermen
Welink die wel enigsints, dog met genoeg

gewaerd sijnde ieder jaarlijks op
15 Hollandsche gulden                   1-10-:

Bedragende tegenswoordig zoolang
Joost Kragt en Jacomina Willems

niet geven de somma van                                                                                         13-:-:

Zullen de overstaande sittelgeld
verschenen zijn voor de eerste maal op 1mo Mey 1768 en jaarlijks aen
de Heer Marktenrigter betaald worden: dewelke versogt word om een bijsonder
boek aen te leggen voor Rekeninge van de Markte, om daar in bij speciale posten
van deze, en andere Markte inkomsten aentekeninge te houden en wel specialijk
de namen van bovenstaande Brinksitters daer in aen te tekenen hoeveele een
ieder van deselve jaerlijks aen de Merkte moet betalen: wordde tegelijk bij
desen vastgesteld en verstaan, om voortaan geen nieuwe Brinksitters in de
Rheeze Markte te admitteren.

(:Post quadam alia:)

(:Clausula corsernens:)

Aldus gedaan op tijd en plaats
voornoemd met onse handteikeningen bekragtigt, om te kunnen strekken ten fine
en effecte als behoort.

Onderstond

J.R. Raesfelt                                          P.T. Golts                                      W. Stolte

dat dit X het eigenhandig

getrokken merk is van Hendrik

Timmerman, getuige ik

ondergetekende

(:Was get:)

W. Stolte

Accordeert
met voorschreven Resolutie.

C.L. Graef v.
Rechteren

als
Markenrigter

——————————————————————

B                                             Memorie voor de Gerigtsdienaer
van Coeverden

Om na geoptineert consent van den
Heere Scholtus ten instantie van de Hooggeboren Gestrengen Heere Grave
van Rechteren, Heere van Collendoorn, etc, etc, in qualiteit als
MerktenRigter van Rheeze; zig te
vervoegen bij Egbert Derks wonende
op de Loo, en den selven te citeren
tegens aenstaande donderdag den 25 deser maand bij klimmen der sonne voor desen
Edele Scholten Gerichte, ten einde omme aldaar te zien eyschen alsodanig
Brinksittersgeld als de geciteerde aen de Merkte van Rheese nog van ’t Plaatsje Timmermans te Rheese verschuldigt is.

Men versoekt hiervan Landcedelijk
Exploeit en relaas voor gebeur. Actum Coeverden den 23 Maart 1779.

Ms.
Baerselman proqq

Geexploteert in absentie van
Egbert Derks an desselfs huisvrou.
Actum op de Loo den 24 Meert 1779.

F.H. Reynhart

gerigtsdienaar

 



 



akte 53

Schultengerecht Coevorden –
Civiele rechtspraak

Inventarisnummer 7, deel 13

microfiche 70, 1e rij,
nr. 5

Coevorden den 5 May 1781

Richter R. Haasken

Keurnoten Cornelis Peen en Jan
Pott

Compareerde in den Edele Gerichte
Beerent en
Roelof Meylink van Holtheme,
voordragende dat hier in qualiteit als erfgenamen van wijlen Engbert Meylink nog competeert van Lambert de Groot in ’t Laar en Helena Schutte, eheluiden, een capitale somma van vijf hondert
Caroli guldens cragt versegelinge van den 24 July 1775 buiten de reets
verlopene interessen en alsoo dit capitaal cum interesse debite et cum forma an
de bepandede is opgelegt, om op den verschijndag op te brengen en te betalen
consterende met de acte van opsegginge in dato den den 20 January 1781. Dog
vermits de bepandede na iterative minnelijke instantien alsnog in gebreke
blijft de gelibelleerde somma te betalen, soo versoekt in dese pandeyser in
optima juris forma anpandinge van een stukke hooyland groot 4 dagwerken in ’t Reynders, de soo genaamde Nieuwe
Toeslag, onder dese Jurisdictie gelegen, onder verband van persoonen en
goederen en voor dit capitaal en interessen verhypothiseerd ten eynde
voornoemde capitaal en interesse a mora daar an cost en schadeloos te
verhaalen, met versoek an desen Edelen Gerigte, dat van dese anpandinge per
extractum loco whete an bepandede insinuatie en denuntiatie moge worden gedaan
met overgave van een debbett soo als na landregte en nadere reglementen word
gerequireerd, sulx stellende ad decretum cum expensis.

Decretum

R. Haasken

    Scholtus

C. Peen

Jan Pott

 



 



akte 54

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 9, deel 4, folio
955/405 en 956/406

microfiche 26, 4e rij,
nr. 6

Ick Roelof Haasken wegens Hoger
Overigheyd Scholtus over Coevorden en Schonebeek, doe cond en certificere mits
desen, dat voor mij en twee Gerigtskeurnoten nabenoemd in den Edelen Gerigte
gecompareerd en erschenen sijn, Hendrik
Schuldink van Aane en
Jannechien Munnekemeijer eheluiden
tutore marito, dewelke bekenden voor haar en hare erfgenamen an Lubbert Stoeten van Rhese en Willemina Marsink eheluiden en
erfgenamen te hebben vercoft, gecedeert, getransporteert en in vollen eygendom
overgedragen, sulks doende cragt deses 1mo twee dagwerken hooyland
in het Heyne Goor bij de Kleyne
Vegte en 2do een negende anpart en vier dagwerken hooyland in de
Lage Kwabben Mate, alles onder desen jurisdictie gelegen, en sulks voor een
genoegsame somma van penningen en ten genoegen bij de vercopers en
transportanten ontfangen, bedankende de ancopers voor goede voldoeninge en
betalinge. Stellende de ancopers daarvan bij desen in den rustige possessie en
eygendom, sijnde voornoemde landerijen vrij van alle uitgaande opliggende
renten of beswaar, exempt Heerenschattingen en nabuirlijke lasten, dewelke mede
tot laste der ancopers sal sijn en verblijven soo en dier vougen als de
vercopers het hebben gepossedeert, belovende verders dese vercofte landerijen
te willen wagten en wharen voor de evictie en alle op of ansprake volgens erfcoopsregt.
Sonder arg ofte list en kennisse der waarheyd heb ik Scholtus en keurnoten J.H.
Eppink en J.G. Darmois desen nevens transportanten getekent en tot meerder
vestenisse met mijn Zegel amptshalven bekragtiget in Coevorden den 6 February
1786.

                                                                              /:Was getekend en gezien:/

                                                                                                                                            R. Haasken

                                                                                                                                                 Scholtus

Hendrik Schuldink                                                                                                            J.H.
Eppink

Jennegien Munkemeiier                                                                                                      J.G.
Darmois

                                                                              Collatie accorderende

                                                                              R. Haasken

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 55

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 11, deel 2,
folio 437 en 438

microfiche 11, 2e rij,
nr. 4

Coeverden den 9 April 1790

Rigter R. Haasken

Keurnoten J.G. Darmois en Hendrik
Coops

Compareerde in den Edelen Gerigte
Albert Egberts van de
Loo, weduwenaar wijlen Jantjen Brakels, verzoekende dat over
zijn minderjarige dogtertjen Vennegien
Alberts, bij wijlen desselfs ehevrouw in egte verwekt tot mombaren mogten
worden gesteld en geauthoriseert, Jan
Brakels en Jan Jonker, welke
perzoonen dan bij den Edelen Gerigte zijn gesteld en geauthoriseert, en hebben
voornoemde mombaren bij handtastinge in Edes plaatse belooft voornoemde
mombarschap in alle getrouwigheid te zullen bedienen en waarnemen. Actum uit
supra.

                                                                                                                                            R. Haasken

                                                                                                                                                 Scholtus

                                                                                                                                            J.G. Darmois

                                                                                                                                            H. Coops

Zijnde vervolgens in den Edelen
Gerigte gecompareert, Albert Egberts van de Loo als bruidegom ter eenere
en de eerbare jongedogter Jantjen
Hendriks van het Aanderveen als
bruid ter andere zijde, zijnde bruidegom en bruid, in deezen geadsisteert met
de naaste aanweezende presente bloedvrienden en mombaren, verklaarende zij
conthoraalen, dat tusschen voorschreeven bruidegom en bruid een wettelijk
huwelijk was gedediget en geslooten, op volgende maniere.

Voor eerst, zullen bruidegom en
bruid haar in den egt begeeven, na kerkelijke ordonnantien.

Ten tweeden, heeft de vader aan
zijn minderjarige dogtertjen Vennegien
Alberts, bij wijlen Jantjen Brakels in egte verwekt, voor moeders goed vooruit beweezen, alle des moeders
lijfstoebehooren hoe genaamt, met zeeven Caroli guldens aan contante penningen,
dewelke de pupbille zal kunnen genieten als mondig is of komt te trouwen.

Ten derden, zoo belooft de bruid
tot stuur des huwelijks in en aan des bruidegoms huys te brengen, alle haare
goederen zoo hebbende als nog verkrijgende, geene uitgezondert.

Ten vierden, zoo heeft de bruid
met goedvinden van vrienden en mombaren het voorkind
Vennegien Alberts aangenomen en voor haar eigen egte kind niet
anders als of hetzelvige van haren lijve ware voortgekomen, om zoowel in alle
haar na te laatene goederen te zullen erven, als dat kind of kinderen zoo uit
deezen huwelijk staan gebooren te worden, in voegen dat tusschen de voor en
nakinderen zal zijn een éénkindschap, één zuster en één broederschap, dat ofschoon
nogthans uit dit huwelijk geen kind of kinderen worden geboren.

Evenwel deeze éénkindschap in
zijn volle kragt en waarde zal verblijven, voor welke vooruit beweezene
goederen bruidegom en bruid speciaal verbinden alle haare goederen, geene
excempt. Aldus gedediget en gesloten, in oirkonde der waarheid hebbe ik Scholtus
en keurnoten als waren J.G. Darmois en Hendrik Coops, deezen neevens bruidegom
en bruid, de aanweezende naaste bloedvrienden en mombaren geteekent binnen
Coevorden den 9 April 1790.

                                                                              (:Was getekent:)

                                                                                              R.
Haasken

                                                                                                 Scholtus

                                                                                              J.G.
Darmois

                                                                                              H.
Coops

Albert Egberts

Dit merk X heeft de bruid in mijn
presentie getogen,

zulks certificeere bij deezen                R. Haasken

                                                                  Scholtus

Jan Brakel

Deeze X X beide handmerken hebben
Jan Jonker

en Egbert Derks in mijn presentie
getogen,

zulks certificeere                  R.
Haasken                                Collatie accorderende

                                                   Scholtus                                R. Haasken

Hendrik Lotterman                                                                Scholtus

 



 



akte 56

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 13, deel 1,
folio 14

microfiche 1, 2e rij,
nr. 2

Ik B. Slingenberg, scholtus over
de Stad en Heerlijkheid van Coevorden, doe kondt en certificeere door dezen
verstokte en verzegelden brieve, dat persoonlijk voor mij en twee keurnooten
nabenoemd gecompareerd en erschenen is Teunis
Alferink te Coevorden, meede
caveerende voor deszelver huisvrouw en erfgenaamen, dewelke bij deezen
verklaarde en bekende oprecht en deugdelijk schuldig te zijn en op rente
genomen te hebben, van Hindrik Boschman woonachtig op Holthoon en derzelver
erfgenamen, een capitale somma van driehonderd Caroly guldens, zegge ƒ 300:-:-,
alsmeede van Beerent van Bruggen,
Hindrik Wenk, Johannis Carsten en Jan
Beerent Lubbers in qualiteit als kerkvoogden van de roomsche gemeente te Coevorden, van de kerkengelderen de
zomma van eenhonderd Caroly guldens, zegge ƒ 100:-:-, welke zomma van
vierhonderd Caroly guldens hij bij deezen aanneemd te verrenten met 4 procent
of zestien guldens in het jaar, waarvan het eerste jaar rente zal koomen te verschijnen
primo Mey 1700 zevenennegentig, en zo vervolgens tot de aflosse toe, welke alle
jaaren ten wederzijde zal vrij staan en kunnen en moeten geschieden wanneer de
opzegginge van de crediteuren of van den debiteur na Landrechte een vierendeel
jaars voor de verschijndag zal zijn gedaan. Zullende ook dit capitaal zo verre
aan ider der bijzondere crediteuren toebehoord moeten worden opgebragt wanneer
dezelve een vierendeel jaars voor de verschijndag opzaage na Landrechte doet,
welke vrijheid den debiteur meede behoud.

Voor welk capitaal en diens
renten den debiteur bij deezen verbind en verhypothiseerd alle zijne hebbende
of te verkrijgene goederen, hoe genaamd of waar geleegen, geenen uitgezonderd,
en in specie een zaadveene geleegen in de Coevordsche Zaadveenen, tusschen dat
van Jan Boom en
Warsse Scholten, ten einde om daaruit in val van onverhoopte
misbetaalinge capitaal en renten kost en schadeloos voor alle Gerichten en
Rechtbanken te kunnen vorderen en verhalen, onder renuntiatie van alle
exceptien, hoe genaamd.

Tot vestenisse deezen heeft de
comparant en debiteur Teunis Alferink hiervan den stok gelegt na Landrechte,  aan de crediteuren opgemeld, welke stok ook alzo wederom door
Hindrik Boschman, en Berent van Brugge als administratieve
kerkvoogd is opgenomen, voor mij scholtus en keurnooten die waaren de burgers
Hindrik Rikkers en Albert van Eerde, stemgeregtigden te Coevorden.

En tot meerdere corroboratie heb
ik scholtus dezen met mijn zegel ambtsweegen gezegeld en nevens keurnooten en
debiteur getekend.

Actum Coevorden den 3 Mey 1796.
Het tweede jaar der Bataafsche vrijheid.

                                                                              (:was getekend:)

Tonnies Alferink                                                                                                              B. Slingenberg

                                                                                                                                                  Scholtus

Collatie accorderende den 3 Meij
1796                                                                          H. Rikkers

                B.
Slingenberg                                                                                                        A.
van Eerde

 

                      Scholtus



 



akte 57

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 56

microfiche 1, 4e rij,
nr. 6

Op heeden dato ondergeschreeven
heeft Jan Brakels als hoofdmomber en
Gerrit Brakels beiden woonagtig te
Coevorden, en Roelof Lotterman woonagtig op het Leemgraven, en Harm
Lotterman woonagtig op den Haandrik,
de drie laastgenoemden als meede mombaren, over de onmondige kinderen van Berent Brakels bij wijlen Aaltien Lotterman in egten verwekt,
genaamt Gerrit, Hindrekien, Gerrit Jan, Hindrik en Jacob, den Eed na Landrechte gepresteerd.

Des mijne vertekeninge. Coevorden
den 21 Mey 1796.

                                                                                              /:was
getekend:/

                                                                                              B.
Slingenberg

                                                                                                  Scholtus

                                                               Collatie
accorderende

                                                               B.
Slingenberg

                                                                   Scholtus

[Op dezelfde datum worden de
huwelijksvoorwaarden opgemaakt van Berent
Brakels, weduwenaar van Aaltien
Lotterman, ter eenre en Harmina
Alberts jongedogter geboortig van Geest ter andere zijde]

 



 



akte 58

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 126
t/m 129

microfiche 2, 2e rij,
nr. 4 en 5

H. Slingenberg, geauthoriseerde
Scholtus van Coevorden en diens Jurisdictie certeficeere bij deezen, dat voor
mij en twee keurnoten nabenoemd, in den Gerigte gecompareerd en verschenen
zijn, Geert Bouwmeester woonagtig op
de Ballast als bruidegom ter eenre
zijde, geadsisteerd met desselfs zwager Hindrik
Timmerman woonagtig tot Ane,
getrouwt aan desselfes zuster Harmpien
Bouwmeester, en meede daarvoor caveerende, benevens
G. Baarling als daartoe meede verzogte getuige, benevens Fennegien Bouwmeester desselfs oudste
zuster, geadsisteerd met G. Wildrik,
en Jenneke Bouwmeester weduwe Pieter Wilms, geadsisteerd met J. Slingenberg als hare hiertoe
gekorene en geadmitteerde mombaren, en Harmpien
Hindriks dogter van Hindrik Wilms op
den Anholt bij het Wijerswold als bruid ter andere zijde, geadsisteerd met Jan Willemsen en haar beide broeders Wilm Hendriks van den Anholt en Geert Hendriks in de Berge
onder Emmelenkamp woonagtig, mede caveerende voor derzelver huisvrouwen,
verklarende dat er een wettig huwelijk was beraamt, gededigt en gesloten op
maniere als volgt.

Ten eersten zullen bruidegom en
bruid na kerkelijk gebruik in den huwelijken staat moeten worden bevestigd, en
zullen in het ouderlijke huis van de bruidegom introuwen.

Ten tweede zal de bruid alle haar
reeds hebbende of nog te verkrijgene goederen, hetzij door erffenisse als
anderzints tot steun des huwelijks moeten aan en inbrengen.

Ten derden zal de bruidegom aan
zijne drie gezusters uit de ouderlijke boedel moeten uitkeeren, aan de oudste
Fennegien Bouwmeester een bekwaam
bedde, twee beddelakens, twee kussens met derzelver slopen, en een peul,
benevens vijf en twintig guldens aan geld, dog zoo dezelve ongehuwd komt te
overlijden, zullen deeze goederen, zoo verre dan nog voorhanden zijn, wederom
vervallen en vererven aan het ouderlijk huis en zo zij ongehuwd door ziekte of
andersints genoodzaakt mogte worden, haar intrek bij anderen te neemen, in het
ouderlijke huis tot aan haar herstel toe moeten worden aan en ingenoomen, mits
dan het haare daartoe meede aanwendende en aan derzelver beide andere zusters, Harmpien Bouwmeester getrouwt aan
Hindrik Timmerman te Ane, en Jenneke Bouwmeester weduwe van Pieter
Wilms, ider dertig guldens eens.

Ten vierden zoo de bruidegom voor
de bruid mogt komen te versterven zonder kinderen na te laten, zal dezelve in
het ouderlijk huis moogen introuwen dog de bruid eerst zonder kinderen
overlijdende, zullen haar ingebragte goederen in ’t huis verblijven.

In oirconde der waarheid heb ik
geauthoriseerde Scholtus en keurnoten die waaren Antoni Willemsen en Harm
Berends, stemgeregtigde burgers te Coevorden, dezen nevens bruidegom en bruid
en wederzijds getuigen en verder bovengemelde vrienden en adsistenten deezen
ondertekend, en heb ik Scholtus deezen met mijn Zegel Ambtsweegen bekragtigd.
Actum Coevorden den 16 April 1798, ’t 4e jaar der Bataafsche
vrijheid.

                                                                              /:was getekend:/

                                                                                                                                            H. Slingenberg

Geert Bouwmeester                                                                                                     geauthoriseerde
Scholtus

Hindrik Timmerman                                                                                                         H.
Berents

G. Baarling                                                                                                                         Antony Willemsen

Dit hand X merk heeft

Fennegien Bouwmeester in mijn

presentie getogen, zulks verklare

H. Slingenberg, geauthoriseerde
Scholtus.

G. Wildrik als momber.

Dit hand X merk heeft Jenneke

Bouwmeester wed. Pieter Wilms

eigenhandig getogen, zulks

certeficeere H. Slingenberg,
geauthoriseerde Scholtus.

J. Slingenberg als momber.

Dit hand X merk heeft Harmpien
Wilms

in mijn presentie getogen, zulks
certeficeere H. Slingenberg, geauthoriseerde

Scholtus.

J. Willemsen als adsistent.

Wilm Hindriks

                                                                              Collatie accorderende

                                                                              H. Slingenberg

                                                                              geauthoriseerde Scholtus

 



 



akte 59

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 13, deel 1,
folio 196 en 197

microfiche 3, 1e rij,
nr. 5

H. Slingenberg geauthoriseerde
scholtus over de Stad en Jurisdictie van Coevorden, doe cond en certeficeere
bij deezen verstokte en verzegelde transportbrief, dat persoonlijk voor mij en
twee stemgeregtigde keurnoten onder benoemd, in den Gerigte gecompareerd en
verscheenen zijn, Hendrikje Heidentrijk geadsisteerd met den burger Alb. Assen als haaren in deezen gekooren en geadmitteerden momber, benevens
Hendrik Hazelaar, Teunis Geerds, Berent
Heidentrijk en Wilm Elders, de
vier laastgenoemden als hoofd en meede mombaaren over de minderjaarige kinderen
van wijlen Jan Geerds, bij gemelde Hendrikje Heidentrijk in egte verwekt,
welke comparanten /:de laastgenoemden of de mombaaren op speciaale authorisatie
van de daaden uitmaakende der Etstoel of het Hoff van Justitie in het
voormaalig gewest Drenthe van dato den 5 July 1797:/ bij deezen verklaarden te
cedeeren, transporteeren, en in vollen erffelijken eygendom over te draagen,
aan den burger Hindrik Bosman woonagtig te Holthoon, twee akkers
zaayland geleegen op de Middel Loo onder Coevorden, groot ider vier schepel
zaayland, leggende ten oosten aan de akker van Heino Sluiter, en ten westen aan die van de weduwe H. van Eerde, met alle derzelven recht
en gerechtigheid, lusten en lasten, schattingen en zwarigheeden, zonder iets
voor ofte nadeeligs te reserveeren, of zo en in diervoegen als het zelve door
comparanten is bezeten, en op den 19 July 1797 publyk ten overstaan van het
Gerigte van Coevorden is verkogt.

En dewijl comparanten q.q.
verklaarden de beloofde kooppenningen alle en ten vollen te hebben ontfangen,
en dus daarvoor voldaan en betaald te zijn, zo passeerden zij comparanten
deezen voor volle quitantie, met belofte q.q. om het verkogte te zullen wagten
en waaren voor alle evictie op ende aanspraake als na rechten.

Tot vestenisse deezes hebben de
comparanten q.q. hier van den stok gelegt na Landrechte aan den aankoper
voornoemd, die dezelve ook alzoo wederom heeft opgenoomen, voor ons scholtus en
keurnoten die waaren de burgers Kars van Tarel en Harm Berends woonagtig te
Coevorden.

En tot meerdere corroboratie
hebbe ik geauthoriseerde scholtus deezen gezegeld en nevens keurnoten
ondertekend.

Actum Coevorden den 2 Mey 1798.
Het 4de jaar der Bataafsche vrijheid.

                                                                              /:was getekend:/

                                                                                                                             H.
Slingenberg

                                                                                                                             geauthoriseerde
scholtus

                                                                                                                             Kars
van Tarel

                                                                                                                             Harm
Berends

                                                                              Geregistreerd den 2 Mey 1798

                                                                                              H.
Slingenberg

                                                                                              geauthoriseerde
scholtus

 



 



akte 60

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 13, deel 1,
folio 184 en 185

microfiche 2, 6e rij,
nr. 7

H. Slingenberg, geauthoriseerde
scholtus van Coevorden en diens Jurisdictie, certeficeere bij deezen verstokte
en verzegelde obligatiebrief, dat voor mij en twee stemgeregtigde keurnoten
hierna benoemd, in den Gerigte gecompareerd en erscheenen is,
Hendrik Melenberg woonagtig in ’t Engeland onder ’t boerschap Ane geleegen, meede caveerende voor zijn huisvrouw Janna Melenberg en erfgenaamen, welke bekende dat in contante en
aan hem toegetelden gelden, had ontfangen anders opregt en deugdelijk schuldig
te weezen aan de burger Jan de Groot alhier,
en erfgenaamen, de somma van tweehonderd Caroly guldens, zegge ƒ
200-“-“, welke bij deezen aanneemt om te verrenten met drie der
gelijke guldens en tien stuivers van ider honderd jaarlijks, zullende dit
capitaal ten wederzijden losbaar zijn, en moeten worden opgebragt wanneer de
opsegginge van de eene of andere zijde drie maanden voor de verschijndag,
waarvan de eerste zal zijn heeden over een jaar, wel en behoorlijk zal zijn
geschied, verbindende en verhipothiseerende hiervoor zijn persoon en goederen,
en wel in specie twee dagwerken hooyland, geleegen in het Holterland onder de
Jurisdictie van Coevorden, om in val van onverhoopte misbetaalinge gemelde
capitaal en renten daaruit vrij kost en schadeloos te kunnen verhaalen, met
renuntiatie van alle exceptien, hoe genaamd.

Tot vestenisse deezes heeft de
comparant voornoemd hiervan de stok gelegt na Landrechte, deze ook door de
crediteur Jan de Groot weederom is op en aangenoomen, voor ons scholtus en
keurnoten die waaren de burgers J. Smit en H. Berends.

In waarheids oirconde is desen
door mij geauthoriseerde scholtus en keurnoten benevens den debiteur getekend
en heb ik scholtus deezen met mijn zegel ambtshalven bekragtigd. Actum
Coevorden den 3 Mey 1798. Het 4de jaar der Bataafsche vrijheid.

                                                                              (:was getekend:)

Henderyk Melberg                                                                                              H. Slingenberg

                                                                                                                                            geauthoriseerde scholtus

                                                                                                                                            J. Smit

                                                                                                                                            H. Berends

                                                                              Geregistreerd den 3 Mey 1798

                                                                                              H.
Slingenberg

                                                                                              geauthoriseerd
scholtus

 



 



akte 61

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 173
t/m 176

microfiche 2, 5e rij,
nr. 3, 4 en 5

Op heeden de dato ondergeschreven
hebben Egbert Janzen als hooftmomber
en Arend Helmes van
Agtelaar, Albert Meijerink en Gerrit
Meijerink alhier als meede mombaaren, over het minderjaarige zoontje van Hillegien Meijerink weduwe wijlen Harm Schonekamp, bij denzelven Harm Schonekamp in egte verwekt,
genaamt Harm Schonekamp, thans oud
in ’t sesde jaar, den Eed na Landregte voor mij Scholtus gedaan.

Actum Coevorden den 1 September
1798.

                                                                              /:was getekend:/

                                                                                                                                            H. Slingenberg

                                                                                                                                            geauthoriseerde Scholtus

                                                                              Geregistreerd op dato

                                                                              H. Slingenberg

Op heeden de dato hier onder
gemeld is er een wettig huwelijk ingegaan, gededigd en geslooten tusschen
Lodewijk Laub als bruidegom ter eenre,
en Hillegien Meijerink weduwe wijlen
Harm Schonekamp als bruid ter andere
zijde, ten overstaan van twee ten weederzijden hiertoe verzogte getuigen en
dedingsluiden ingegaan, gededigt en geslooten op volgende conditien.

1mo Bruydegom en bruid
zullen na kerkelijk gebruik in den huwelijken staat worden bevestigd.

2do Is overeengekoomen
dat de weederzijdsche goederen, welke zij zullen koomen brengen, bestaande in
eenige geringe huismeubelen onder hun in gemeenschap zullen worden bezeeten.

3tio Heeft de
bruidegom Lodewijk Laub het onmondig
zoontje van de bruid, genaamd Harm
Schonekamp, bij deezen aangenoomen als zijn egte kind evenals of hetzelve
van hem als egte vader was gebooren, zullende dit zoontje, en de kinderen die
nog uit dit huwelijk mogten gebooren worden, tot hunne ouderlijke goederen en
nalaatenschap even na en in gelijken graad worden gesteld, dus als éénkindschap
worden aangemerkt, dog zal dit gemelde zoontje
Jan Schonekamp, wiens overleeden vaders klederen thans niet meer
voor handen zijn, van zijn vaderlijke nalatenschap vooruit genieten een paar
zilveren gespen.

Aldus deezen door bruidegom en
bruid benevens derzelve adsistend en daarbij verzogte getuigen, die waaren
Egbert Janzen van Agtelaar en Arend Helmes benevens Albert en Gerrit Meijerink alhier getekend.

In waarheids oirconde heb ik
geauthoriseerde Scholtus en keurnooten, die waaren Gerrit Woltersom en Hindrik
Pijpers deezen meede ondertekend, en tot meerdere vestenisse van dien, heb ik
deezen met mijn Zegel Amptsweegen gecorroboreerd. Actum Coevorden den 1
September 1798, ’t 4e jaar van de Bataafsche vrijheid.

                                                                              /:was getekend:/

Egbert Jansen                                                                                                                   H. Slingenberg

Arend Helms                                                                                                                     geauthoriseerde Scholtus

Dit hand X merk                                                                                                                G. Woltersom

heeft Albert Meijerink                                                                                                             H.
Pijpers

in mijn presentie getoogen,

zulks certeficeere                 /:getekend:/

                                               H. Slingenberg

                                               geauthoriseerde Scholtus

J. Meijerink

L. Laub

Dit hand X merk heeft Hille-

gien Meijerink in mijn presentie

getogen, zulks certeficeere                /:getekend:/

                                                               H.
Slingenberg

                                                               geauthoriseerde
Scholtus

Dit hand X merk heeft Jannes

Meijerink als adsistend in

mijn presentie getoogen, zulks

verklare                  /:getekend:/

                                H. Slingenberg

                                geauthoriseerde Scholtus                  Geregistreerd
op dato

                                                                                              H.
Slingenberg, geauthoriseerd Scholtus

 



 



akte 62

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 13, deel 1,
folio 122 en 123

microfiche 3, 3e rij,
nr. 2

H. Slingenberg, geauthoriseerde
scholtus der Stad Coevorden en diens Jurisdictie, certeficeere bij deesen, dat
voor mij en twee stemgeregtigde keurnoten hier onder benoemd, in den Gerigte
gecompareerd of verscheenen zijn, Dominus J.
Havinga te Bellingeweer, nomina
uxor Judith Tideman, benevens
M. Tideman weduwe wijlen de predikant E. van Eerde, de laaste geadsisteerd
met G. Wildrik, te zaamen
erfgenaamen wijlen haar moeder G.
l’Empereur weduwe Tideman, welke
bij deesen verklaarden te cedeeren, transporteeren en in vollen erffelijken
eygendom over te draagen aan den burger Harm
Assen van Holthoone, een weide
in de Coevorsche Mars, zoo groot en klein als dezelve daar geleegen is, met
alle derzelver recht en gerechtigheid, lusten en lasten, schattingen en
zwarigheeden, zonder iets voor of nadeeligs te reserveeren, of zo en in
diervoegen als dezelve door wijlen des comparanten moeder is bezeeten, en door
hun op den 9 October 1797, publyk ten overstaan van ’t Gerigte alhier is
verkogt, en wijl comparanten verklaarden de beloofde kooppenningen alle en ten
vollen ontfangen te hebben, en daar voor voldaan en betaald te zijn, zoo
passeerden zij comparanten deesen voor volle quitantie, met belofte om het
gemelde verkogte te zullen wagten en waaren voor de evictie op of aanspraake
als na regten.

Tot vestenisse deezes hebben de
comparanten en transportanten hiervan den stok gelegt na Landregte, aan den
aankoper voornoemd, die dezelve ook alzoo weederom heeft op en aangenoomen,
voor ons scholtus en stemgeregtigde keurnoten die waaren de burgers H. Rikkers
en G. Woltersom.

In waarheids oirconde hebben wij deesen scholtus en genoemde keurnooten deesen geteekend, en heb ik scholtus deezen met
mijn amptszegel gecorroboreert.

Actum Coevorden den 9 November
1798.

                                                                              /:was getekend:/

                                                                                                                             H.
Slingenberg

                                                                                                                             geauthoriseerde
scholtus

                Geregistreerd
den 12 November                                                            H. Rikkers

                H.
Slingenberg                          1798                                                       G. Woltersom

                geauthoriseerde

                scholtus

 



 



akte 63

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 13, deel 1,
folio 132 en 133

microfiche 3, 3e rij,
nr. 7

H. Slingenberg, geauthoriseerde
scholtus der Stad Coevorden en diens Jurisdictie, certeficeere bij deesen, dat
voor mij en twee stemgeregtigde keurnoten hier onder benoemd, in den Gerigte
gecompareerd en verscheenen zijn, Dominus J.
Havinga, nomina uxor Judith Tideman,
benevens M. Tideman weduwe wijlen de
predikant E. van Eerde, geadsisteerd
met G. Wildrik, te zaamen
erfgenaamen wijlen haar moeder G.
l’Empereur weduwe Tideman, welke
bij deesen verklaarden te cedeeren, transporteeren en in vollen erfelijken
eygendom over te draagen aan den burger Gerrit
van Hulst van Gramsbergen, een
weide in de Coevorsche Mars, zoo groot en klein als dezelve daar geleegen is,
met alle derzelver recht en gerechtigheid, lusten en lasten, schattingen en
zwarigheeden, zonder iets voor of nadeeligs te reserveeren, of zo en in
diervoegen als dezelve door wijlen des comparanten moeder is bezeeten, en door
hun op den 9 October 1797, publyk ten overstaan van ’t Gerigte alhier is
verkogt, en wijl comparanten verklaarden de beloofde kooppenningen alle en ten
vollen te hebben ontfangen, en dus daar voldaan en betaald te zijn, zoo
passeerden zij comparanten deezen voor volle quitantie, met belofte om het
gemelde verkogte te zullen wagten en waaren voor de evictie op of aanspraake
als na regten.

Tot vestenisse deezes hebben de
comparanten en transportanten hiervan den stok gelegt na Landregte, aan den
aankoper voornoemd, die denzelven ook alzoo weederom door
H. Koops als zijn gelaste heeft op en aangenoomen, voor ons
scholtus en stemgeregtigde keurnoten die waaren de burgers H. Rikkers en G.
Woltersom.

In waarheids oirconde hebben wij
scholtus en genoemde keurnooten deesen geteekend, en heb ik scholtus deezen met
mijn amptszegel gecorroboreert.

Actum Coevorden den 9 November
1798.

                                                                              /:was getekend:/

                                                                                                                             H.
Slingenberg

                                                                                                                             geauthoriseerde
scholtus

                Geregistreerd
den 12 November                                                            H. Rikkers

                H.
Slingenberg                          1798                                                       G. Woltersom

                geauthoriseerde

                scholtus

 



 



akte 64

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 13, deel 1,
folio 171

microfiche 3, 6e rij,
nr. 2

R. Slingenberg, geauthoriseerde
scholtus der Stad Coevorden en diens Jurisdictie, certeficeere bij deesen, dat
voor mij en twee stemgeregtigde keurnooten hier onder benoemd, in den Gerigte
gecompareerd en verscheenen is Gerrit
Prenger van Loosen, meede
caveerende voor deszelven huisvrouw in echte, dewelke bekende en verklaarde
meede kragt deezes te cedeeren, transporteeren en in vollen erffelijken
eygendom over te dragen, aan Jan Gebben in ’t Laar derselven huisvrouw in echte, twee dagwerk hooyland in ’t Laar Holterland onder de Jurisdictie van Coevorden, jaarlijks wandelende met twaalf
dagwerken van H. Wispelwey en
consorten, dog vrij van vreedinge na de Marszijde, met alle denzelven recht en
gedienstigheid, lusten en lasten, schattingen en zwarigheeden, zonder iets voor
ofte nadeeligs te reserveeren, of zo en in diervoegen als hetzelve door
comparanten is bezeeten geweest, en op den 21 January 1799, is verkogt.

En dewijl comparant verklaarde en
beloofde kooppenningen alle en ten vollen ontfangen te hebben, en dus daarvoor
voldaan en betaald te zijn, zoo passeerden hij comparant deezen voor volle
quitantie, met belofte om het gemelde verkogte te zullen wagten en waaren voor
alle evictie op ende aanspraak als na regten.

Tot vestenisse deezes heeft de
comparant en transportant hiervan den stok gelegt na Landregte, aan den
aankoper voornoemt, die dezelve ook alzoo weederom heeft op en aangenoomen,
voor ons scholtus en keurnooten, die waaren de burgers Hindrik Beerents en Antony
Willemsen woonagtig te Coevorden.

En tot meerdere corroboratie heb
ik geauthoriseerde scholtus en genoemde keurnoten deezen geteekend en heb ik
scholtus deezen met mijn amptszegel bekragtigt. Actum Coevorden den 21 January
1799.

                                                                              /:was getekend:/

                                                                                                                             R.
Slingenberg

                                                                                                                             geauthoriseerde
scholtus

                Geregistreerd
den 29 January 1799

                H.
Slingenberg                                                                                        H. Berens

                geauthoriseerde
scholtus                                                                 A.
Willemsen

 



 



akte 65

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 378,
379 en 380

microfiche 4, 6e rij,
nr. 2 en 3

Inventaris van de goederen en
boedel van Harmina Tangenberg,
weduwe wijlen Johannes Hoyting te
Coevorden, en dezelver voorzoontje Harm Hoyting te Coevorden, voor de eene
helft aan haar en voor de andere helft aan het gemelde voorzoontje in eigendom
behorende.

Voordelige staat vaste
goederen

Een capitaal ten laste van de
weduwe Jan Hulter te
Aane, groot duizend gulden.

Een capitaal ten laste van de
koster H. Hoyting te Coevorden,
groot tweeduizend en vijfhonderd gulden, zijnde dit de gelden welke aan de
overledene Johannes Hoyting bij het
ingaan van het tweede huwelijk van H.
Hoyting voor moeders goederen zijn vooruit bewezen.

Een capitaal ten laste van
H. Hoyting groot tweehonderd gulden, strekkende
dit capitaal ingevolge accoord voor het bedde met zijn toebehoren en de
uitzettinge welke bij het ingaan van het tweede huwelijk van H. Hoyting alsmede aan wijlen Johannes Hoyting waren vooruit bewezen.

Voords een capitaal, groot
eenhonderd gulden, alsmede ten laste van H.
Hoyting, door inventarisante in dezen boedel ingebragt.

Alsmede nog een capitaal, groot
vijfhonderd gulden, insgelijks ten laste van
H. Hoyting, door inventarisante en wijlen haren man van Engbert Meyling van Holtheeme aangeërft, en in den boedel
van H. Hoyting gebragt.

Tilbaren

Een kabinet

Zes stoelen

Twe bedden met toebehoren

Een stel van vier stuk

Nadelige staat

Van de koster
H. Hoyting debet wegens gedane
betalingen in de onderscheidene heffingen, de somma van eenhonderd en
vierennegentig gulden en tien stuivers.

Aldus dezen door
Harmina Tangenberg weduwe J. Hoyting onder de gewone inventariële
clausulen door mij ondergetekende Scholtus doe inventariseren.

Actum Coevorden den 8 April 1801

                                                                              /:getekend:/

                                                                              B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

                                                               Collatie
accorderende den 8 April 1801

                                                               B.
Slingenberg

 

                                                                   Scholtus



 



akte 66

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 381

microfiche 4, 6e rij,
nr. 3

Op heden dato ondergeschreven
hebben Harmen Hoyting te
Coevorden als hoofdmombaar, en Jan Hindrik ter Poorten mede te Coevorden en Roelof Meylink uit de Meene en Jan
Tangenberg te Gramsberge als
medemombaar, over het minderjarige zoontje van Harmina Tangenberg weduwe van wijlen Johannes Hoyting, met name Harm,
thans in het 6de jaar oud, den Landrechtelijken eed voor mij
gepresteerd.

Actum Coevorden den 8 April 1801.

                                                                              /:getekend:/

                                                                              B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

                                                                              Collatie accorderende den 8
April

                                                                              1801 B. Slingenberg

 



 



akte 67

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 382
t/m 385

microfiche 4, 6e rij,
nr. 4 en 5

Op heden dato ondergeschreven is
bij het ingaan van het tweede huwelijk van Harmina
Tangenberg, weduwe wijlen Johannes Hoyting te Coevorden, met
Jan Bos Marrienberg te Gramsberge, tusschen die toekomende
echtgenoten te eenre, en Harmen Hoyting te Coevorden als beëdigde
hoofdmombaar, beneffens Jan Hindrik ter
Poorten mede te Coevorden, en Roelof Meyling uit de Meene en Jan Tangenberg te Gramsberge, als beëdigde medemombaren over het minderjarige kind
van Harmina Tangenberg weduwe J. Hoyting, genaamd Harm, thans oud in het 6e jaar ter andere zijde, ten overstaan van mij ondergeschrevene Scholtus, nadat
voorzeide mombaren wel exactelijk hadden hadden overwogen, de staat der
goederen en middelen van haare pupille en toekomende conthoralen, een contract
van éénkindschap, éénzusterschap en éénbroederschap opgericht in zulker voegen,
dat voorgenoemde pupille en het kind of de kinderen welke uit het voorschrevene
huwelijk van Harmina Tangenberg en Jan Bos Marrienberg mogten worden
geboren, in alle erfenissen en versterf, in de op en neergaande, zowel als in
de zijdelinie even na en sibbe zullen zijn en allezints geconsidereerd worden,
alsof dezelve van één vader en moeder geboren waren, zullende dog volkomen het
voormelde voorkind Harm Hoyting voor
vaders goederen vrij uit dezen boedel genieten een capitale somma van
twaalfhonderd Caroly guldens, benevens nog daarenboven tweehonderd guldens voor
een uitzettinge, hetwelk bij meerderjarigheid of huwelijk aan meergenoemde
pupille zal worden uitgekeerd, dog zal het inkomen van deze vooruitbewesene
gelden door de pupille kunnen worden genoten zo ras hij de ouderdom van twintig
jaren zal hebben bereikt, en zal het voorzeide vooruitbewesene capitaal bij den
hoofdmomber H. Hoyting verblijven
tegen betaling van drie procent intresse in het jaar, te weten van de
twaalfhonderd gulden, zullende van de overige tweehonderd gulden geen rente
worden gegeven.

Voords nemen de aanstaande
egtgenoten aan om het voorkind behoorlijk naar staatsgelegendheid op te voeden
en te laten onderwijzen en leren schrijven en wat verder tot een ordentelijke
kostwinninge word vereist.

En opdat dit contract moge
standgrijpen zal hiervan bij het Gerechtshof der Bataafsche Republiek in het
Departement van den Ouden IJssel de nadere approbatie en confirmatie worden
verzogt.

Bij het oprichten en beleyen
dezes zijn hieraan en over geweest van des bruidegomszijde
Jan Marrienberg en Johannes
Weertman, en van des bruidszijden Berend
Meyling en Berend Jan Rozeman,
nevens bruidegom en bruid en de beëdigde hoofd en medemombaren over des bruids
voorkind, welke allen dezen nevens mij Scholtus hebben getekend, en tot
meerdere corroboratie hebbe ik Scholtus dezen Ambtswegen gezegeld.

Actum Coevorden den 8 April 1801.

                                                                              /:getekend:/

J.B. Merjenburgh                                                                                                              B. Slingenberg

H. Tangenberg                                                                                                                       Scholtus

J. Merjenburgh                                                                                                                 H. Hoyting

J. Weertman                                                                                                                      J.H. ter Poorten

B. Meylink                                                                                                                         R. Meylink

B.J. Rozeman                                                                                                                     Jan Tangenberg

                                                               Collatie
accorderende den 8 April 1801

                                                                              B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 68

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 15, folio 430
t/m 433

microfiche 5, 3e rij,
nr. 4 en 5

Certificeere, dat
Warsse Arends van het Laar als
hoofdmombaar en Lodewijk Laup te Coevorden, Albert Meijrink van het Klooster
onder Coevorden en Derk Arends uit het Laar als medemombaren over
het minderjarige kind van Gerrit
Meijrink, bij wijlen zijn overledene huisvrouw Aaltjen Arends in echte verwekt, Jannes Meijrink genaamd, thans in het 4e jaar oud, den
eed volgens Landrechte voor mij hebben afgelegd.

Actum Coevorden den 23 April
1802.

                                                                              /:getekend:/

                                                                                                                             B.
Slingenberg

                                                                                                                                 Scholtus

                                                                              Collatie accorderende

                                                                              B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

Op heden dato ondergeschreven is
bij het ingaan van het tweede huwelijk van Gerrit
Meijrink met Grietjen van der Hulst,
tusschen die toekomende egtgenoten ten eenre, en
Warsse Arends van het Laar als beëdigde [hoofdmombaar en Lodewijk Laup, Albert Meijrink en Derk
Arends als beëdigde]
medemombaren over het minderjarige kind van Gerrit Meijerink, bij wijlen zijn
overledene huisvrouw Aaltjen Arends in echte verwekt, genaamd Jannes Meijrink,
thans oud vier jaren, ter andere zijden, ten overstaan van mij ondergetekende
Scholtus, nadat voornoemde mombaren wel exactelijk hadden hadden overwogen, de
staat der goederen en middelen van haare pupille en toekomende conthoralen, een
contract van éénkindschap, éénbroeder en éénzusterschap opgerigt in zulker
voegen, dat voorschreven pupille en het kind of de kinderen welke uit het
voornoemde huwelijk van Gerrit Meijrink en Grietje van der Hulst mogten
worden geboren, in alle erfenissen en versterf, in de op en neergaande, zowel
als in de zijdelinie even na en sibbe zullen zijn en allezints geconsidereerd
worden, alsof dezelve van één vader en moeder geboren waren; Ook nemen de
aanstaande egtgenoten aan het voornoemde voorkind behoorlijk naar staatsgelegendheid
op te voeden en te laten onderwijzen in lezen, schrijven enzovoort.

En opdat dit contract moge
standgrijpen, dat hiervan de vereischte approbatie worden verzogt.

Bij het oprigten en beleyen dezes
zijn hieraan en over geweest van des bruidegomszijde
Wolter Hazelaar en Albert
Koolhof, en van des bruidszijde Hindrik
van der Hulst en G. Tangenberg,
nevens de beëdigde hoofd en medemombaren over des bruidegoms voorkind, welke
alle dezen nevens mij Scholtus, bruidegom en bruid hebben getekend, en tot
meerdere corroboratie hebbe ik Scholtus dezen Ambtswegen gezegeld.

Actum Coevorden den 23 April
1802.

                                                                              /:getekend:/

Gerrit Meirink                                                                                                                    B. Slingenberg

Grietien van der Hulst                                                                                                         Scholtus

W. Hazelaar

A. Koolhof

Hyndryck van der Hulst

G. Tangenberg

Warse Arends

Lodewijk Laup

Dit X handmerk heeft Al-

bert Meijrink in mijn pre-

sentie getogen zulks certi-

ceere                /:getekend:/

                B.
Slingenberg

                     Scholtus

Dit hand X merk heeft Derk

Arends in mijn presentie ge-

togen zulks verklare /:getekend:/                                          Collatie accorderende

                                    B. Slingenberg                     B.
Slingenberg

                                         Scholtus                                                    Scholtus

 



 



akte 69

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 25, deel 1,
folio 29 en 30

microfiche 1, 3e rij,
nr. 2 en 3

B. Slingenberg, Scholtus van
Coevorden en Schonebeek, doe kond en certificeere door dezen verstokte en
gezegelde transportbrief, dat persoonlijk voor mij en twee keurnoten
onderbenoemd is gecompareerd en de verschenen, den burger
Hindrik van Ulzen, wonende te Coevorden,
in qualiteit als gevolmagtigde van zijn broeder Jan Hindrik van Ulzen te Alkmaar,
kragt procuratie van dato 2 April l.l. voor de notaris H. Vonk aldaar
gepasseerd, en eene nadere verklaring deswegen van wethouderen der Stad Alkmaar van diezelfde datum, afgegeven,
gezien en van waarden erkend, dewelke verklaarde te cederen, transporteren, en
in vollen en erfelijken eigendom over te dragen, zulks doende kragt dezes, aan Hindrik Belt te Holthoon onder het Scholtambt Hardenberg en derzelver erfgenamen, een koeweide in de Coevorsche Marsch, met alle zijn
lusten en lasten, rechten en geregtigheid, schattingen en zwarigheden, zo die
daarop thans leggen, ofte naar dezen daarop mogten gelegd worden, sonder iets
voor ofte nadeligs te reserveeren.

En dewijl comparant q.q. verklaarde
de beloofde kooppenningen alle en ten volle te hebben ontvangen, en die
daarvoor voldaan en betaald te zijn, zo passeerden comparant dezen voor vollen
quitantie, met belofte om verkogte te zullen wagten en waren, voor alle evictie
op en de aansprake als naar rechten.

Tot vestenisse dezes heeft
comparant en transportant q.q. hiervan den stok gelegd naar Landrechte aan den
aankoper voormeld, die dezelve ook alzo wederom heeft op en aangenomen voor ons
Scholtus en keurnoten die waren de burgers Hindrik Berends en Jan Nevels,
stemgeregtigden te Coevorden.

En tot meerdere corroboratie
hebbe ik Scholtus dezen Ambtswegen gezegeld, en nevens de keurnoten en
comparant getekend.

Actum Coevorden den 25 April
1803.

                                                                              /:getekend:/

H. van Ulzen                                                                                                       B.
Slingenberg

                                                                                                                                 Scholtus

                                                                                                                             H.
Berens

                                                                                                                             J.
Nevels

                                                               Collatie
accorderende den 25 April

                                                               1803.                B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 70

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 25, deel 1,
folio 31 en 32

microfiche 1, 3e rij,
nr. 3 en 4

B. Slingenberg, Scholtus van
Coevorden en Schonebeek, doe kond en certificeere door dezen verstokte en
gezegelde transportbrief, dat voor mij en twe stemgerechtigde keurnoten
ondergenoemd, persoonlijk in het gerichte gecompareerd ende verschenen is,
Hendrik Strojans op de Haare onder het Scholtambt Hardenberg wonagtig, mede caverende voor zijne huisvrouw Aaltje Koenders, erfgenamen van wijlen Jan van de Haar, dewelke verklaarde bij dezen te cedeeren,
transporteren en in vollen en erfelijken eigendom over te dragen aan Gerrit Brakels te Coevorden, dezelver huisvrouw en erfgenamen, een half huis en
grond, staande en gelegen te Coevorden aan de Agterstraat, die in de Sint
Janstraat uitkomt, leggende met de halve behuizinge van Jan Meijer onder een dak, naast de schuure van de heer J. Lambers en agter tegen het hofje van
Lodewijk Bekker, behorende de putte
mandelig met J. Lambers en Jan Meijer, welke laatste het recht
heeft om na deze put te mogen gaan, voords met alle derzelver lusten en lasten,
rechten, gerechtigheid, schattingen en zwarigheden welke hierop leggen, ofte
naar dezen hierop mogten gelegt worden, zo en in voegen wijlen Jan van de Haar deze goederen heeft
verkogt.

En dewijl comparant verklaarde de
beloofde kooppenningen alle en ten vollen te hebben ontvangen en dus daarvoor
voldaan en betaald te zijn, zo passeerde comparant dezen voor volle quitantie
met belofte om het verkogte te zullen wagten en waren, voor alle evictie op
ende aansprake als naar rechten, als zijnde deze goederen vrij van alle
opliggende renten en bezwaar, exempt Heerenschattingen en gewoone nabuurlasten,
welke ten laste van den aankoper zijn en verblijven.

Tot vestenisse dezes heeft
comparant en transportant hiervan den stok gelegd naar Landrechte van Drenthe,
aan den aankoper voornoemd, die dezelve ook alzo wederom heeft op en aangenomen
voor ons Scholtus en keurnoten die waren de burgers Harm van Tarel en Geert van
Tarel te Coevorden.

En tot meerdere corroboratie
hebbe ik Scholtus dezen ambtswegen gezegeld en nevens de keurnoten en comparant
getekend.

Actum Coevorden den 27 April
1803.

                                                                              /:getekend:/

Dit hand X merk                                                                                                 B.
Slingenberg

heeft Hendrik Stro-                                                                                          Scholtus

jans in mijn pre-                                                                                                 H.
van Tarel

sentie getogen,                                                                                                  G.
van Tarel

zulks verklaren

B. Slingenberg

     Scholtus

                                                               Geregistreerd
den 28 April 1803

                                                                              B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 71

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 25, deel 1,
folio 33 en 34

microfiche 1, 3e rij,
nr. 4 en 5

B. Slingenberg, Scholtus van
Coevorden en Schonebeek, doe kond en certificeere door dezen verstokte en
gezegelde transportbrief, dat voor mij en twee stemgerechtigde keurnoten
ondergenoemd, persoonlijk in het gerichte gecompareerd ende verschenen is, den
burger Heino Sluiters te
Coevorden, mede caverende voor zijne
huisvrouw, dewelke bij dezen bekende en verklaarde te cederen, transporteren,
en in vollen en erfelijken eigendom over te dragen, aan Harmen Blaugeerts, wonagtig op de
Scheer onder den Hardenberg, en derzelver erfgenamen, een akker zaayland,
gelegen op de Middelloo onder Coevorden en groot ongeveer vier schepel gezaay,
dog zo groot en klein dezelve daar gelegen is, leggende agter Geers huis aan de kamp van de aankoper,
met alle derzelver lusten en lasten, recht en gerechtigheid, schattingen en
zwarigheden, zo gewone als buitengewone, zonder iets voor ofte nadeligs te
reserveren, of zo en in der voegen verkoper deze akker in eigendom heeft
bezeten en op den 10 January l.l. publyk door het gerichte heeft doen verkopen.

En dewijl comparant verklaarde de
beloofde kooppenningen alle en ten vollen te hebben ontvangen, en dus daarvoor
voldaan en betaald te zijn, zo passeerde comparant dezen voor vollen quitantie,
met belofte om het verkogte te zullen wagten en waren voor alle evictie, op
ende aansprake als naar rechten.

Tot vestenisse dezes heeft
comparant en transportant hiervan den stok gelegd naar Landrechte aan den
aankoper voornoemd, die dezelve ook alzo wederom heeft op en aangenomen voor
ons Scholtus en keurnoten die waren de burgers Hindk. Berends en H.
Kosters te Coevorden.

En tot meerdere corroboratie
hebbe ik Scholtus dezen ambtswegen gezegeld en nevens de keurnoten en den
comparant getekend.

Actum Coevorden den 3 Mey 1803.

                                                                              /:getekend:/

H. Sluiters                                                                                                                          B. Slingenberg

                                                                                                                                                 Scholtus

                                                                                                                                            H. Kosters

                                                                                                                                            H. Berens

                                                               Geregistreerd
den 3 Mey 1803

                                                                              B. Slingenberg

                                                                                   Scholtus

 



 



akte 72

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 25, deel 1,
folio 72 en 73

microfiche 1, 5e rij,
nr. 8

B. Slingenberg, Scholtus van
Coevorden en Schonebeek certificeere door dezen, dat voor mij en twee keurnoten
ondergenoemd persoonlijk is gecompareerd ende verschenen,
H. van Ulzen als gevolmagtigde van H. Verstraten chirurgijn majoor bij het 3de Battaljon
Jagers nomine uxor Henderika Elisabeth
Schulze, Mr. J. de Blecourt in
qualiteit als gevolmagtigde van Johan
Gabriel Schultze /:kragt acten van procuratie van den 28 en 12 Meert 1803
in den gerichte gelezen en van waarden erkend:/ en laastgenoemde nevens mij
Scholtus administrateur over de goederen van H. Schultze, en alzo tezamen erfgenamen of representanten van
wijlen de major H.F. Schultze,
verklarende, /:de administrateuren kragt approbatie en authorisatie van
presidenten, beiden in den Etstoel van Drenthe van den 10 juny l.l.:/ te
cederen, transporteren en in vollen erfelijken eigendom over te dragen, zulks
doende kragt dezes aan Jan Richtering van Gramsberge en derzelver
erfgenamen, een koeweide in de Coevorsche Mars, met alle derzelver lusten en
lasten, recht en gerechtigheid, schattingen en zwarigheden, zo gewone als
buitengewone, zonder iets voor ofte nadeligs te reserveren, en dus zo en in
dier voegen als transportanten q.d. deze weide hebben bezeten en op den 28
february l.l. hebben doen verkopen.

En dewijl comparanten q.d.
verklaarden de beloofde kooppenningen alle en ten vollen te hebben ontvangen en
dus daarvoor voldaan en betaald te zijn, zo passeerden comparanten dezen voor
volle quitantie, met belofte om het verkogte te zullen wagten en waren voor
alle evictie op ende aansprake als naar rechten.

Tot vestenisse dezes hebben
comparanten q.d. hiervan de stok gelegd naar Landrechte aan den aankoper
voornoemd, welke ook alzo wederom door derzelven is opgenomen, voor ons
Scholtus en keurnoten die waren de burgers H. Kosters en Jan Nevels te
Coevorden.

En tot meerdere corroboratie
hebbe ik Scholtus deze ambtswegen gezegeld en nevens de keurnoten en
transportanten getekend.

Actum Coevorden den 21 Juny 1803.

                                                                              /:getekend:/

J. de Blecourt                                                                                                                    B. Slingenberg

H. van Ulzen                                                                                                                      Scholtus en q.q.

                                                                                                                                            H. Kosters

                                                                                                                                            J. Nevels

                                               Collatie accorderende den 21
Juny 1803

                                                               B.
Slingenberg

                                                                   Scholtus

 



 



akte 73

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 32, deel 2,
folio 215 en 216

microfiche 7, 2e rij,
nr. 6

Op heden dato ondergeschreven is
bij het ingaan van het derde huwelijk van Gerrit
Meijring met Evertien Jansen,
tusschen de toekomende echtgenoten ter eenre, en
Warsse Arends van het Laar als beëdigde hoofdmombaar benevens Lodewijk
Laup, Albert Meiring en Derk Arends als beëdigde medemombaren
over het minderjarige kind van Gerrit
Meijring bij wijlen zijne eerste huisvrouw Aaltien Arends in egte verwekt, genaamd Jannes Meiring, thans oud in het 12e jaar, ter andere
zijde, ten overstaan van mij ondergetekende Schultes, nadat voorschreven
mombaren wel exactelijk hadden overwogen de staat der goederen en middelen van
haare pupillen en toekomende conthoralen, een kontrakt van een éénkindschap,
éénbroeder en éénzusterschap opgerigt in zulker voegen, dat voorschreven
pupille en het kind of de kinderen welke uit het voornoemde huwelijk van Gerrit Meiring en Evertien Jansen mogten worden geboren, in alle erfenissen en
versterf, in de op en nedergaande, zowel als in de zijdlinie even na en sibbe
zullen zijn en allezints geconsidereerd worden alsof dezelve van één vader en
moeder geboren waren, zullende niettemin het voorschrevene voorkind van moeders
goed vrij vooruit den boedel genieten, als meerderjarig is of komt te trouwen,
de somma van tien gulden.

Voords nemen de aanstaande
egtgenoten aan om het voornoemde voorkind behoorlijk en na staatsgelegendheid
op te voeden en te laten onderwijzen in lezen, schrijven en wat verder zal
worden vereischt.

In waarheids oorkonde en tot
vestenisse dezes is dezen door bruidegom en bruid, door twee goeden vrienden of
dedingslieden van weerzijden, alsmede door de beëdigde hoofd en medemombaren
over des bruidegoms voorkind, nevens mij Schultes getekend.

Koevorden den 7 van Grasmaand [april] 1809.

/:getekend:/

G. Meirink                                                                                                                          B. Slingenberg

Dit hand + merk heeft de                                                                                                     Schultes

bruid Evertien Jansen

in mijn presentie getrok-                                                                                                 W. Arends

ken, zulks getuige                                                                                                             L. Laup

                B.
Slingenberg

                      Schultes                                                                                                              Dit
merk X heeft Albert

                                                                                                                                            Meiring in mijn pre-

H. van Ringe                                                                                                                     sentie getrokken, zulks

W. Weggeman                                                                                                                  getuige

G. Walkotten                                                                                                                                     B.
Slingenberg

R. Reynders E.z.                                                                                                                                     Schultes

                                                                                                                                            Dit merk X heeft Derk

                                                                                                                                            Arends in mijn pre-

                                                                                                                                            sentie getrokken,

                                                                                                                                            zulks getuige

Geregistreerd den 7 van Grasmaand                                                                               B. Slingenberg

1809                        B.
Slingenberg                                                                                                             Schultes

                                     Schultes

 



 



akte 74

Schultengerecht Coevorden –
Vrijwillige rechtspraak

Inventarisnummer 32, deel 2,
folio 229 t/m 234

microfiche 7, 3e rij,
nr. 5 t/m 8

Op heden dato ondergeschreven is
bij het ingaan van het tweede huwelijk van Harm
Rozeboom, wonende op de Loo,
onder Koevorden, met Fennegien Bouwmeester, wonende op de Scheer, tusschen de toekomende
echtgenoten ter eenre, en Gerrit van
Beerse in huwelijk hebbende Jantien
Meiring, Wilm Meiring en Wilm Habers kavererende voor de abzente
Grietien Meiring, te zamen
voorkinderen van des bruidegoms overledene huisvrouw Gezien Jansen in haar vorige huwelijk bij Lambert Meiring in egte verwekt, benevens J.G. Scheerman, Gerrit van
Beerse, Jan Gommer en Jan Roelofs als beëdigde hoofd en
medemombaren over de minderjarige kinderen van Harm Rozeboom bij deszelfs overleden huisvrouw Gesien Jansen in egte verwekt, met name Lambert oud 18 jaren, Hillegien oud 16 jaren, en Gerrit oud 14
jaren, ter andere zijde, ten overstaan van mij ondergeschrevene Schultes, nadat
voorseide mombaren en contractanten nauwkeurig hadden overwogen de staat der
goederen en middelen van de pupillen, van de voorkinderen en van de aanstaande
egtgenoten, gemaakt en opgerigt een kontrakt van een éénkindschap, éénzuster en
éénbroederschap in zulker voegen, dat voorschreven pupillen en verdere
meerderjarige voorkinderen, alsmede de kinderen welke uit het aanstaande
huwelijk van Harm Roseboom met Fennnegien Bouwmeester mogten worden
geboren, in alle erfenissen en versterf, in de op en nedergaande, zowel als in
de zijdlinie even na en sibbe zullen zijn en allezints geconsidereerd worden
alsof dezelve van één vader en moeder geboren waren, terwijl ten aanzien van
het bewijs, het geen de voorkinderen voor vaders en moeders goederen
competeerd, bovendien is gecondioneerd;

Dat de drie meerderjarige
voorkinderen, met name Grietien,
Jantien en Wilm Meiring ten eersten uit den boedel zullen genieten den
zodanige acht gulden als aan haar bij het ingaan van het huwelijk van Harm Roseboom met Gesien Jansen voor vaders goederen is beloofd.

Dat de drie meerderjarige
voorkinderen voorgenoemd voor moeders goederen vrij uit den boedel zullen
genieten ieder veertig gulden, te betalen in twee termijnen, half in dit jaar
en half in het volgende jaar, terwijl Wilm
Meiring nog bovendien zal genieten tien gulden voor de meerdere diensten
door hem aan den boedel bewezen.

Dat de drie minderjarige
voorkinderen mede voor moeders goederen vrij uit den boedel zullen genieten,
als meerderjarig zijn ofte eerder als komen te trouwen, ieder veertig gulden.

Dat deze vooruitbewezene gelden
van het eene voorkind op het ander zullen vererven en versterven zolange er een
voorkind in leven is.

Dat de ongehuwde voorkinderen,
zolang zij in dien staat verblijven, het regt hebben om bij ziekte of
lighaamsgebrek wederom in het ouderlijke huis hunnen intrek zullen mogen nemen
en aldaar, naar omstandigheden van het nodige andere, mede naar hun vermogen
ten beste aan het huis werkende.

Dat de aanstaande egtgenoten de
minderjarigen behoorlijk zullen moeten opvoeden en laten onderwijzen in lezen,
schrijven en wat verder zal worden vereischt.

Voords hebben de aanstaande
egtgenoten, met toestemming der komparanten, elkander aangenomen en besproken
de lijftugt ofte het vrugtgebruik van alle des eerstverstervendes na te latene
goederen, exempt de legitieme portie de kinderen naar regten competerende,
welke vrij en onbezwaard verblijfd, ten einde dezelve zijnen of haren leeftijd
naar lijftugtsregt te behouden en te bezitten, mits dat na dode van de
langstlevende de goederen aan de aanstaande egtgenoten zullen vererven en
versterven op de voor en nakinderen of deszelver descendenten aldan in leven.

Bij het oprigten en beleyen dezer
zijn hieraan en over geweest de beëdigde hoofd en medemombaren over des
bruidegoms voorkinderen, benevens Gerrit
van Beerse, Jantien en
Wilm Meiring, Wilm Habers namens Grietien
Meiring, benevens twee vrienden of dedingslieden van weerzijden, als van
des bruidegomszijde Egbert Meiring en Berend Cock, en van der
bruidszijde Wilm Pieters en Albert Pieters, welke allen dezen
nevens mij Schultes, bruidegom en bruid hebben getekend.

Koevorden den 15 van Zomermaand
[juni] 1809.

/:getekend:/

Harm Rozeboom                                                                                                               B. Slingenberg

                                                                                                                                            Schultes

Dit hand L merk heeft

Fennegien Bouwmeester,                                                                                                    Dit
hand X merk heeft

welke verklaarde niet te                                                                                                  Jantien Meiring

kunnen schrijven, in mijn                                                                                                  in mijn presentie

presentie getrokken                                                                                                            getrokken

                B.
Slingenberg                                                                                                                       B. Slingenberg

                      Schultes                                                                                                                                    Schultes

J.G. Scheerman                                                                                                                  W. Habers

G. van Beerse                                                                                                                    Willem Meirink

                                                                                                                                            E. Meirink

Dit X merk heeft Jan                                                                                                       B. Cock

Gommer in mijn pre-                                                                                                      Willem Pieters

sentie getrokken                                                                                                               Albert Pieters

                B.
Slingenberg

                      Schultes

Jan Roelofs

Coll. accord.
den 15 van Zomer-

maand 1809 B. Slingenberg

            Schultes

 



 



INDEX

 



Alberts Albert, 1628, akte 02

Alberts Egbert, 1648, akte 23

Alberts Evertjen, 1714, akte 38

Alberts Fennigjen, 1730, akte 43

Alberts Fennigjen, 1790, akte 55

Alberts Geesjen, 1730, akte 43

Alberts Grietjen, 1648, akte 23

Alberts Harmina, 1796, akte 57

Alferink Teunis, 1796, akte 56

Anholt Harmpjen, 1798, akte 58

Anholt Hendrik, 1798, akte 58

Anholt Willem, 1798, akte 58

Arends Aaltjen, 1802, akte 68

Arends Aaltjen, 1809, akte 73

Arends Arend, 1729, akte 40

Arends Arend, 1729, akte 41

Arends Derk, 1802, akte 68

Arends Derk, 1809, akte 73

Arends Geert, 1645, akte 15

Arends Warse, 1802, akte 68

Arends Warse, 1809, akte 73

Areskine d’ Thomas, 1721, akte 39

Assen Albert, 1798, akte 59

Assen Harm, 1798, akte 62

Baarlink G., 1798, akte 58

Baarslag Egbert, 1768, akte 49

Bartelink Aaltjen, 1711, akte 35

Bartelink Annigjen, 1711, akte 34

Bartelink Judith, 1729, akte 41

Bartelink Marrigjen, 1730, akte 44

Bartelink Michiel, 1730, akte 44

Bartelink Reinder, 1711, akte 35

Beekman Gerrit, 1711, akte 35

Beenen Jansen Hendrik, 1730, akte 44

Beerlink J. burgemeester, 1714, akte 38

Beerse van Gerrit, 1809,akte 74

Bekker Lodewijk, 1803, akte 70

Beld Hendrik, 1803, akte 69

Bennink Jan, 1652, akte 28

Bennink Jan, 1730, akte 43

Bennink Klaas, 1652, akte 28

Bentinck Bernhard Adolf, 1721, akte 39

Berends Berend, 1645, akte 15

Berends Hendrik, 1712, akte 37

Berends Jan, 1711, akte 34

Beunink Anna, 1711, akte 34

Bilderbeek Anna, 1649, akte 24

Bilderbeek Jan, 1649, akte 24

Bilderbeek Niesjen, 1649, akte 24

Bilderbeek Roelof, 1632, akte 06

Blauwgeerts Harm, 1803, akte 71

Blécourt de J., 1803, akte 72

Boerink Geertruid, 1730, akte 44

Boethy Onias, 1645, akte 17

Boethy Onias, 1651, akte 26

Boetzelaer drost, 1645, akte 16

Boetzelaer drost, 1646, akte 20

Boneman Geert, 1652, akte 28

Bonink Anna, 1711, akte 34

Boom Jan, 1796, akte 56

Bosch Albert, 1714, akte 38

Boschman Hendrik, 1796, akte 56

Boschman Hendrik, 1798, akte 59

Bouwmeester Fennigjen, 1798, akte 58

Bouwmeester Fennigjen, 1809,akte 74

Bouwmeester Geert, 1798, akte 58

Bouwmeester Harmpjen, 1798, akte 58

Bouwmeester Jennigjen, 1798, akte 58

Brakels Berend, 1796, akte 57

Brakels Gerrit Jan, 1796, akte 57

Brakels Gerrit, 1796, akte 57

Brakels Gerrit, 1796, akte 57

Brakels Gerrit, 1803, akte 70

Brakels Hendrik, 1796, akte 57

Brakels Hendrikjen, 1796, akte 57

Brakels Jacob, 1796, akte 57

Brakels Jan, 1790, akte 55

Brakels Jan, 1796, akte 57

Brakels Jantjen, 1790, akte 55

Broecke ten Geert, 1636, akte 11

Broecke ten Warnar, 1644, akte 14

Broecke ten Warnar, 1645, akte 18

Bruggen van Berend, 1796, akte 56

Brummer Jantjen, 1711, akte 35

Brumpe Reiner, 1652, akte 28

Cock Arend, 1753, akte 47

Cock Berend, 1809,akte 74

Cock, 1635, akte 09

d’Areskine Thomas, 1721, akte 39

Derks Egbert, 1779, akte 52

Derks Evert, 1779, akte 52

Derks Grietjen, 1648, akte 23

Derks Reiner, 1652, akte 28

Dirks Luitjen, 1630, akte 05

Does Waldrik, 1654, akte 29

Does Waldrik, 1655, akte 31

Dwars Egbert, 1644, akte 13

Dwars Egbert, 1646, akte 20

Eek Jan, 1729, akte 40

Eek Jan, 1729, akte 41

Eek, 1730, akte 44

Eerde van E. predikant, 1798, akte 62

Eerde van E. predikant, 1798, akte 63

Eerde van H., 1798, akte 59

Egberts Albert, 1790, akte 55

Egberts Anna, 1635, akte 09

Egberts Harmen, 1650, akte 25

Egberts Hendrik, 1643, akte 12

Egberts Hendrik, 1730, akte 43

Egberts Hermtjen, 1643, akte 12

Ekenhorst Jan, 1753, akte 47

Ekenkarst Jan, 1753, akte 47

Elders Willem, 1798, akte 59

Empereur l’ G., 1798, akte 62

Empereur l’ G., 1798, akte 63

Empereur l’ Harmannus, 1729, akte 41

Engen van Catharina, 1767, akte 48

Engen van Hendrik, 1777, akte 51

Ense van Johan Godefried, 1651, akte 26

Ense van Johan Godefried, 1651, akte 27

Ensink Hendrik, 1634, akte 08

Fokkens Cornelis, 1648, akte 23

Folkers, 1633, akte 07

Fox Meindert, 1645, akte 19

Fox Meindert, 1646, akte 21

Fox Meindert, 1646, akte 22

Frederiks, 1655, akte 30

Gebben Jan, 1799, akte 64

Geerts Aaltjen, 1645, akte 18

Geerts Grietjen, 1645, akte 15

Geerts Hendrik, 1644, akte 13

Geerts Hendrik, 1645, akte 17

Geerts Hendrik, 1645, akte 18

Geerts Hendrik, 1645, akte 19

Geerts Hendrik, 1646, akte 22

Geerts Hendrik, 1700, akte 33

Geerts Jan, 1645, akte 16

Geerts Jan, 1645, akte 17

Geerts Jan, 1645, akte 18

Geerts Jan, 1648, akte 23

Geerts Jan, 1798, akte 59

Geerts Jantjen, 1648, akte 23

Geerts Mary, 1636, akte 11

Geerts Teunis, 1798, akte 59

Geerts Trijntjen, 1645, akte 17

Geerts Trijntjen, 1646, akte 20

Geerts, 1803, akte 71

Gerhardi Tobias, 1645, akte 17

Gerrits Hendrik, 1712, akte 36

Gerrits Hendrik, 1712, akte 37

Gerrits Margaretha, 1730, akte 44

Gommer Jan, 1809,akte 74

Groot de Jan, 1798, akte 60

Groot de Lambert, 1781, akte 53

Gröpke Hans Jurgen, 1711, akte 35

Haaften van Aletta Anna, 1721, akte 39

Haandrik, 1796, akte 57

Haandrikman Jan, 1753, akte 47

Haar van de Jan, 1803, akte 70

Habers Egbert, 1734, akte 45

Habers Egbert, 1734, akte 46

Habers Hendrik, 1734, akte 45

Habers Willem, 1809,akte 74

Harms Geertjen, 1729, akte 40

Harms Geertjen, 1729, akte 41

Harms Gerrit, 1714, akte 38

Harms Hendrik, 1636, akte 11

Harms Hendrik, 1636, akte 11

Harms Jan, 1779, akte 52

Harms Marrigjen, 1636, akte 11

Havinga J. predikant, 1798, akte 62

Havinga J. predikant, 1798, akte 63

Hazelaar Hendrik, 1798, akte 59

Hazelaar Wolter, 1802, akte 68

Hazelhorst Albert, 1628, akte 02

Hazelhorst Fenna, 1628, akte 02

Hazelhorst Jan Albert, 1700, akte 33

Heiden van baron, 1753, akte 47

Heidentrijk Berend, 1798, akte 59

Heidentrijk Hendrikjen, 1798, akte 59

Heikes Sjoert, 1636, akte 11

Hein Marrigjen, 1636, akte 11

Heinen, 1777, akte 51

Heinen, 1786, akte 54

Helmes Arend, 1798, akte 61

Hendriks Agnes, 1646, akte 21

Hendriks Agnes, 1646, akte 22

Hendriks Alof, 1648, akte 23

Hendriks Arend, 1655, akte 30

Hendriks Eelke, 1628, akte 01

Hendriks Egbert, 1643, akte 12

Hendriks Engbert, 1633, akte 07

Hendriks Evert, 1712, akte 36

Hendriks Evert, 1712, akte 37

Hendriks Fennigjen, 1633, akte 07

Hendriks Geert, 1798, akte 58

Hendriks Gerrit, 1636, akte 11

Hendriks Harmen, 1656, akte 32

Hendriks Harmpjen, 1798, akte 58

Hendriks Hendrik, 1648, akte 23

Hendriks Jacob, 1636, akte 11

Hendriks Jan, 1628, akte 01

Hendriks Jan, 1648, akte 23

Hendriks Jantjen, 1790, akte 55

Hendriks Otto, 1648, akte 23

Hendriks Reiner, 1644, akte 13

Hendriks Reiner, 1645, akte 16

Hendriks Reiner, 1645, akte 17

Hendriks Reiner, 1645, akte 18

Hendriks Wessel, 1628, akte 01

Hendriks Willem, 1798, akte 58

Hillebrands Jantjen, 1654, akte 29

Hillebrand s Jantjen, 1655, akte 31

Hillebrands Roelof, 1655, akte 31

Hobers Jan, 1777, akte 51

Holt op ’t Derk, 1648, akte 23

Holt op ’t Derk, 1655, akte 31

Holt op ’t Derk, 1655, akte 31

Holt op ’t Derk, 1711, akte 35

Holt op ’t Geesjen, 1648, akte 23

Holt op ’t Harmen, 1629, akte 04

Holt op ’t Harmen, 1648, akte 23

Holt op ’t Harmen, 1772, akte 50

Holt op ’t Hendrik, 1648, akte 23

Holt ’t,1650, akte 25

Hool van Annigjen, 1714, akte 38

Horst van der Maria, 1772, akte 50

Hoyting Harm, 1801, akte 65

Hoyting Harm, 1801, akte 66

Hoyting Harm, 1801, akte 67

Hoyting Johannes, 1801, akte 65

Hoyting Johannes, 1801, akte 66

Hoyting Johannes, 1801, akte 67

Huberts Jantjen, 1729, akte 40

Hulsebos Harmen, 1779, akte 52

Hulst van der Grietjen, 1802, akte 68

Hulst van der Hendrik, 1802, akte 68

Hulst van Gerrit, 1798, akte 63

Hulter Jan, 1801, akte 65

Iburg Geesjen, 1652, akte 28

Jacobs Isaak, 1729, akte 42

Jacobs Willem, 1648, akte 23

Jansen Egbert, 1648, akte 23

Jansen Egbert, 1649, akte 24

Jansen Egbert, 1652, akte 28

Jansen Egbert, 1798, akte 61

Jansen Elizabeth, 1711, akte 34

Jansen Evertjen, 1809, akte 73

Jansen Fennigjen, 1645, akte 18

Jansen Fije, 1629, akte 04

Jansen Gerrit, 1711, akte 34

Jansen Harmen, 1629, akte 04

Jansen Hendrik, 1632, akte 06

Jansen Hendrik, 1654, akte 29

Jansen Hendrik, 1655, akte 31

Jansen Hendrikjen, 1635, akte 10

Jansen Jan, 1635, akte 10

Jansen Luigjen, 1629, akte 04

Jansen Roelof, 1636, akte 11

Jeronimus Aaltjen, 1636, akte 11

Jeronimus Jannigjen, 1636, akte 11

Jeronimus Stientjen, 1636, akte 11

Jonker Jan, 1790, akte 55

Kamp Derk, 1779, akte 52

Karsten Johannes, 1796, akte 56

Kasebaard Egbert, 1779, akte 52

Kiers Hillebrand, 1654, akte 29

Kiers Jantjen, 1654, akte 29

Kistemaker Berend, 1712, akte 37

Kistemaker Hendrik, 1712, akte 37

Klasen Timen, 1734, akte 45

Klasen Timen, 1734, akte 46

Klei ten Hendrik, 1656, akte 32

Kleine Scheere op de Aaltjen, 1649, akte 24

Kleine Scheere op de Berend, 1649, akte 24

Klumper Derk, 1654, akte 29

Klumper Derk, 1655, akte 31

Klumper Roelof, 1629, akte 03

Klumper Roelof, 1655, akte 30

Klumper Zwaantjen, 1629, akte 03

Klumper, 1650, akte 25

Knoop Geesjen, 1767, akte 48

Koenders Aaltjen, 1803, akte 70

Koenders Roelof, 1767, akte 48

Koenders, 1629, akte 04

Koenders, 1651, akte 26

Koenders, 1651, akte 27

Koers Hendrik, 1779, akte 52

Koolhof Albert, 1802, akte 68

Koops H., 1798, akte 63

Kracht Joost, 1779, akte 52

Lambers J., 1803, akte 70

Lamberts Hendrik, 1729, akte 40

Lamberts Hendrik, 1729, akte 40

Lamberts Hendrik, 1729, akte 41

Langens Geert, 1655, akte 31

Langens Geert, 1655, akte 31

Laup Lodewijk, 1798, akte 61

Laup Lodewijk, 1802, akte 68

Laup Lodewijk, 1809, akte 73

Laven Geertjen, 1700, akte 33

Leemgraven Anna, 1633, akte 07

Leemgraven Anna, 1649, akte 24

Leemgraven Melchior, 1628, akte 02

Leemgraven Melchior, 1632, akte 06

Leemgraven Melchior, 1633, akte 07

Leemgraven Melchior, 1635, akte 09

Leemgraven Melkert, 1649, akte 24

Leenders Geertjen, 1753, akte 47

Leferts Geesjen, 1700, akte 33

Leferts Lucas, 1729, akte 40

l’Empereur G., 1798, akte 62

l’Empereur G., 1798, akte 63

l’Empereur Harmannus, 1729, akte 41

Linderroth overste, 1711, akte 34

Lipman, 1629, akte 03

Lippe van der Harmen, 1656, akte 32

Lippes Jan, 1648, akte 23

Lotterman Aaltjen, 1796, akte 57

Lotterman Harm, 1796, akte 57

Lotterman Hendrik, 1790, akte 55

Louwen Jacob, 1753, akte 47

Lubbers Jan Berend, 1796, akte 56

Lubberts Jurriën, 1629, akte 04

Lucassen Angenis, 1711, akte 35

Lucassen Gerrit, 1712, akte 37

Luitjens Geertjen, 1656, akte 32

Luitjens Harmen, 1630, akte 05

Luitjens Jan, 1648, akte 23

Luitjens Jan, 1650, akte 25

Luitjens Jan, 1651, akte 26

Luitjens Jan, 1651, akte 27

Luitjens Jan, 1656, akte 32

Luitjens Roelof, 1648, akte 23

Luitjens Warnar, 1648, akte 23

Luitjens Warnar, 1650, akte 25

Luitjens Warnar, 1656, akte 32

Lukas Anna, 1643, akte 12

Lukas Harmen, 1643, akte 12

Marck Eva, 1777, akte 51

Marrienberg Hendriks Jan, 1730, akte 44

Marrienberg Jan Bos, 1801, akte 67

Marsink Willemina, 1786, akte 54

Martens Harmen, 1648, akte 23

Mauritius Harm, 1753, akte 47

Mauritsen Gerrit, 1711, akte 34

Meijer Jan, 1803, akte 70

Meijer, 1772, akte 50

Meijerink Albert, 1798, akte 61

Meijerink Albert, 1802, akte 68

Meijerink Albert, 1802, akte 68

Meijerink Albert, 1809, akte 73

Meijerink Derk, 1700, akte 33

Meijerink Egbert, 1809,akte 74

Meijerink Gerrit, 1798, akte 61

Meijerink Gerrit, 1802, akte 68

Meijerink Gerrit, 1809, akte 73

Meijerink Grietjen, 1809,akte 74

Meijerink Hilligjen, 1798, akte 61

Meijerink Jannes, 1798, akte 61

Meijerink Jannes, 1802, akte 68

Meijerink Jannes, 1809, akte 73

Meijerink Jantjen, 1809,akte 74

Meijerink Lambert, 1809,akte 74

Meijerink Willem, 1809,akte 74

Melchers Anna, 1652, akte 28

Melenberg Albert, 1777, akte 51

Melenberg Hendrik, 1798, akte 60

Melenberg Janna, 1798, akte 60

Melkers Anna, 1649, akte 24

Mensen Jan, 1648, akte 23

Meylink Berend, 1781, akte 53

Meylink Berend, 1801, akte 67

Meylink Egbert, 1781, akte 53

Meylink Engbert, 1801, akte 65

Meylink Roelof, 1781, akte 53

Meylink Roelof, 1801, akte 66

Meylink Roelof, 1801, akte 67

Molt Everwijn, 1656, akte 32

Molt Gerrit, 1656, akte 32

Molt Harmen, 1656, akte 32

Molt Willem, 1656, akte 32

Montergues de Maria, 1721, akte 39

Muller Grietjen, 1630, akte 05

Muller Hans, 1634, akte 08

Munnekemeijer Jannigjen, 1786, akte 54

Narding Harmen, 1635, akte 10

Nijman Hendrikjen, 1712, akte 36

Nijman Hendrikjen, 1712, akte 37

Nutz Robert, 1645, akte 17

Padhuis Hendrikjen, 1636, akte 11

Padhuis Jan, 1636, akte 11

Padhuis Metjen, 1636, akte 11

Panders Grietjen, 1655, akte 31

Pensing Grietjen, 1635, akte 09

Peters Jan, 1729, akte 41

Pickhart Johannes, 1651, akte 26

Pickhart Johannes, 1651, akte 27

Pieters Albert, 1809,akte 74

Pieters Willem, 1809,akte 74

Poorten ter Hendrika, 1730, akte 44

Poorten ter Jan Hendrik, 1801, akte 66

Poorten ter Jan Hendrik, 1801, akte 67

Poth Evert, 1635, akte 10

Prenger Albert, 1714, akte 38

Prenger Albertjen, 1629, akte 03

Prenger Gerrit, 1714, akte 38

Prenger Gerrit, 1799, akte 64

Prenger Jan, 1629, akte 03

Prenger, 1643, akte 12

Prenger, 1711, akte 35

Pruist Jan, 1656, akte 32

Rebbers Roelof, 1648, akte 23

Rechteren van C.L. graaf, 1779, akte 52

Reiners Hendrik, 1644, akte 14

Reiners Hendrik, 1645, akte 16

Reiners Hendrik, 1646, akte 22

Remmerink, 1646, akte 20

Reynders, 1781, akte 53

Richgart van Marcelis, 1721, akte 39

Richgart van Sophia Elizabeth, 1721, akte 39

Richterink Jan, 1803, akte 72

Ringe van Lucas, 1729, akte 40

Roelofs Gerrit, 1711, akte 35
Roelofs Jan, 1809,akte 74

Roelofs Trijntjen, 1636, akte 11

Roodt Roeland, 1628, akte 02

Roodt Roeland, 1635, akte 09

Rozeboom Gerrit, 1809,akte 74

Rozeboom Harm, 1809,akte 74

Rozeboom Hilligjen, 1809,akte 74

Rozeboom Lambert, 1809,akte 74

Rozeman Berend Jan, 1801, akte 67

Schaemhart Marten, 1629, akte 04

Scheer de, 1809,akte 74

Scheer van de Hendrik, 1730, akte 44

Scheer van de Jan, 1711, akte 34

Scheer van de Wibbigjen, 1730, akte 44

Scheere Kleine op de Aaltjen, 1649, akte 24

Scheere Kleine op de Berend, 1649, akte 24

Scheerhoorn Jan, 1655, akte 31

Scheerman Geert, 1712, akte 36

Scheerman J.G., 1809,akte 74

Scheerman Jan, 1655, akte 31

Schelham Aaltjen, 1645, akte 18

Schelham Fennigjen, 1645, akte 18

Schelham Geert, 1645, akte 18

Schelham Geerts Hendrik, 1644, akte 13

Schelham Hendrik, 1644, akte 14

Schelham Hendrik, 1645, akte 16

Schelham Hendrik, 1645, akte 17

Schelham Hendrik, 1645, akte 18

Schelham Hendrik, 1645, akte 19

Schelham Hendrik, 1646, akte 21

Schelham Hendrik, 1646, akte 22

Schelham Jan, 1645, akte 16

Schelham Jan, 1645, akte 17

Schelham Jan, 1645, akte 18

Schelham Machtelt, 1644, akte 13

Schepers Willem, 1655, akte 31

Schierbeek  Machtelt,
1645, akte 17

Schierbeek Machtelt, 1644, akte 14

Schierbeek Machtelt, 1646, akte 22

Schipper Fennigjen, 1645, akte 16

Schipper Jan, 1644, akte 14

Schipper Jan, 1645, akte 16

Schipper Jan, 1645, akte 18

Schipper Johan, 1645, akte 16

Scholten Warse, 1796, akte 56

Schonekamp Harm, 1798, akte 61

Schonekamp Jan, 1798, akte 61

Schuldink Hendrik, 1786, akte 54

Schultze H., 1803, akte 72

Schultze H.F., 1803, akte 72

Schultze Hendrika Elizabeth, 1803, akte 72

Schultze Johan Gabriel, 1803, akte 72

Schutstal Derk Statius, 1729, akte 42

Schutte Helena, 1781, akte 53

Sergeant Frans Monick, 1645, akte 17

Sergeant Zwaantjen, 1645, akte 17

Slingenberg J., 1798, akte 58

Sluiter Heino, 1798, akte 59

Sluiter Heino, 1803, akte 71

Smid Lucas, 1652, akte 28

Staveren, 1753, akte 47

Steenteugel Jan, 1729, akte 41

Steenteugel, 1729, akte 40

Stellingwerf Frans Johannes, 1635, akte 09

Stoeten Lubbert, 1786, akte 54

Strojans Hendrik, 1803, akte 70

Stuirman A. scholtus, 1730, akte 44

Tabbers Jan, 1655, akte 30

Tabbers Metjen, 1655, akte 30

Tangenberg G., 1802, akte 68

Tangenberg Harmina, 1801, akte 65

Tangenberg Harmina, 1801, akte 66

Tangenberg Harmina, 1801, akte 67

Tangenberg Harmina, 1801, akte 67

Tangenberg Jan, 1801, akte 66

Tangenberg Jan, 1801, akte 67

Tarel van Gerrit, 1767, akte 48

Tarel van Hendrik, 1772, akte 50

Tarel van Teunis, 1772, akte 50

Teunissen Jan, 1654, akte 29

Teunnissen Lucas, 1652, akte 28

Thomassen Jan, 1635, akte 10

Thomassen Zwaantjen, 1635, akte 10

Tideman G., 1798, akte 62

Tideman G., 1798, akte 63

Tideman Judith, 1798, akte 62

Tideman Judith, 1798, akte 63

Tideman M., 1798, akte 62

Tideman M., 1798, akte 63

Timens Geesjen, 1734, akte 45

Timens Klaas, 1734, akte 45

Timens Klaas, 1734, akte 46

Timens Timen, 1734, akte 45

Timmerman Hendrik, 1779, akte 52

Timmerman Hendrik, 1798, akte 58

Tulmentey Geesjen, 1654, akte 29

Tulmentey Geesjen, 1655, akte 31

Tulmentey Hendrikjen, 1654, akte 29

Tulmentey Hendrikjen, 1655, akte 31

Tulmentey Hillebrand, 1654, akte 29

Tulmentey Hillebrand, 1655, akte 31

Tulmentey Jantjen, 1654, akte 29

Tulmentey Jantjen, 1655, akte 31

Tulmentey Marrigjen, 1655, akte 31

Twickel van Aleida Maria Theresea, 1721, akte 39

Ulzen van H., 1803, akte 72

Ulzen van Hendrik, 1803, akte 69

Ulzen van Jan Hendrik, 1803, akte 69

Uninge Geert, 1652, akte 28

Verstraten H., 1803, akte 72

Vlieghuis Klaas, 1734, akte 45

Vlieghuis Klaas, 1734, akte 46

Vlieghuis Timen, 1734, akte 45

Vlieghuis Timen, 1734, akte 46

Vlieghuis, 1635, akte 09

Vos Hendriks Jacob, 1636, akte 11

Wagenveld Harmen, 1650, akte 25

Wagenveld Wibbigjen, 1650, akte 25

Walraven Hendrik, 1634, akte 08

Walraven Hendrik, 1636, akte 11

Warmers Batte, 1644, akte 13

Weertman Johannes, 1801, akte 67

Weggenbakker, 1630, akte 05

Weleman Jan, 1700, akte 33

Welink Harmen, 1779, akte 52

Wenk Hendrik, 1796, akte 56

Wesselink Roelof, 1632, akte 06

Wessels Harmannus, 1730, akte 44

Wessels Hendrik, 1628, akte 01

Westerman Annigjen, 1712, akte 36

Westerman Annigjen, 1712, akte 37

Westerman Derk, 1712, akte 36

Westerman Derk, 1712, akte 37

Westerman Hendr2017-02-22 0:29r />
Westerman Roelof, 1712, akte 36

Westerman Roelof, 1712, akte 37

Wildriks G., 1798, akte 58

Wildriks G., 1798, akte 62

Wildriks G., 1798, akte 63

Wildriks Gerrit, 1700, akte 33

Wildriks Wildrik, 1768, akte 49

Willems Derk, 1768, akte 49

Willems Hendrik, 1798, akte 58

Willems Jacomina, 1779, akte 52

Willems Jan, 1798, akte 58
2017-02-22 0:29
1768, akte 49

Wilmink Geert, 1767, akte 48

Wispelwey Geert, 1645, akte 18

Wispelwey Hendrik, 1730, akte 43

Wispelwey Jan Bennink, 1730, akte 43

Witsenborg Gerrit, 1767, akte 48

Witsenborg Roelof, 1721, akte 39

Wolda, 1721, akte 39

Wysen Harmen, 1630, akte 05

Zeverwijns Andries, 1654, akte 29

Zeverwijns Andries, 1655, akte 31

Zwiese Harmen, 1767, akte 48