In het jaar eenduizend achthonderd en dertien, den zes en
twintigsten der maand julij, des agtermiddaags om drie uuren, ten huize van den
bouwman Albert Wolbink (voormaals Teunis), nr. 9 in de buurtschap Lutten,
gemeente en kanton Hardenbergh.

Ten verzoeke van voornoemden Albert Wolbink, zo voor zich
als in naam en als vader en wettigen voogd zijner vier minderjaarige kinderen,
met naamen Fennegien Wolbink, oud zestien jaaren, Zwaantjen Wolbink, oud
vijftien jaaren, Jan Hermen Wolbink, oud twaalf jaaren en Teunis Wolbink, oud
agt jaaren, door hem bij zijne wijlen echtgenoote ten eersten huwelijk Geertjen
Wolbink, in echte verwekt.

Voorts ten verzoeke van Hannes Heersmink, bouwman, woonende
te Rheeze, gemeente en kanton voorzeid, in naam en als voogd over voornoemde
minderjaarigen, zijnde hij Hannes Heersmink tot deezen post verkooren en
aangesteld door den heer Vrederichter deezes kantons (met en benevens Asse
Willems, in leven landbouwer, meede te Rheeze voorzeid woonachtigh), luid
deszelfs proces-verbaal van dato den vier en twintigsten maij eenduizend,
achthonderd en elf, en welke door denzelven over voorzeide minderjaarigen,
zijne nichten en neeven, bij onderteekening van hetzelve proces-verbaal is
aanvaardt.

In tegenwoordigheid van Jan Odink, landbouwer, woonende te
Collendoorn, meede in voormelde gemeente en kanton, in naam en als toeziende
voogd van de voormelde minderjaarigen, zijne nichten en neeven, zijnde hij Jan
Odink meede tot deezen post verkoren bij opgemelde proces-verbaal van den heer
Vrederichter deezes kantons en hebbende denzelven bij ondertekening van
hetzelve aanvaardt.

Zijnde dezelve Teunis Wolbink (fout: moet zijn Albert
Wolbink)
en de voorzeide zijne vier minderjaarige kinderen ten eersten
huwelijk bekwaam om zich elk voor de halfscheid te gedraagen als erfgenaamen
van Jan Wolbink, zonder beroep, op den tweeden deezer, ten voormelden woonhuize
nr. 9 te Lutten voorschreeven overleden, den oud-oom der minderjarigen.

Tot de bewaaring van de rechten van parthijen en van alle
anderen die daarbij belang zouden moogen hebben, wordt door ons Antonie van Riemsdijk, keizerlijk notaris,
resideerende te Hardenbergh, kanton Hardenbergh, arrondissement Deventer,
departement der Monden van den IJssel, in tegenwoordigheid van Hannes Wilps en
van Berend Munnikemeijer, beide landbouwers, woonende te Lutten meergemeld, als
hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, toegetreeden en overgegaan tot het
opmaaken van eenen inventaris, mitsgaders beschrijving van alle de kleederen,
zilverwerk, titels en papieren, in- en uitschulden en in het algemeen van alle
de goederen tot de nalatenschap van den opgemelden nu wijlen Jan Wolbink
behoorende; zijnde alle deeze goederen bevonden en berustende ten huize nr. 9
te Lutten meergemeld, in het welk dezelve door den heer Vrederichter dezes
kantons zijn verzegeld geworden op den twaalfden deezer, luid deszelfs
proces-verbaal in dato van dien dag, op den drie en twintigsten daaraanvolgende
ten bureele Ommen geënregistreerdt.

En zijn alle de voorschreeven en hier na te vermelden
goederen, naar maate dezelve door den heer Vrederichter zijn ontzegeld
geworden, opgegeeven en ten voorschijn gebragt door voornoemden Albert Wolbink,
als bij laatstgemelde proces-verbaal van den heer Vrederichter deezes kantons
aangestelden bewaarder van dezelve.

De begrooting der goederen, die daaraan onderworpen zijn,
zal gedaan worden door Jan Hendrik Edelijn, deurwaarder van het Vredegericht
des kantons Hardenbergh, als in deezen benoemden expert-priseur en in die
kwaliteit op den eenentwintigsten deezer door den heer Vrederichter deezes
kantons beëedigd, luid deszelfs proces-verbaal in dato van dien dag, op den
drie en twintigsten daaraanvolgende ten bureele Ommen geënregistreerdt. En
hebben de parthijen, waaronder Albert Wolbink meede in kwaliteit van bewaarder,
en de expert-priseur, na voorleezing, alhier nevens de voorzeide getuigen en
ons notaris geteekendt.

Dit gedaan zijnde, is men voortgegaan tot het opmaaken van
den staat en inventaris navolgende:

Aan de noordzijde op de deele, uitgaande op den weg na den
Hardenbergh, op en in eenen eikenhoutene kleerkist en wegens ’t Vredegericht
deezes kantons, zoals voormeld, verzegeldt.

I.
Mobile goederen:

1. een zwart pijebuis, begroot op (zes stuivers) drie en zestigh
centimes

2. een dito, begroot op (een gulden) twee francs en tien centimes

3. een bruin lakensche rok, begroot op (vier gulden) agt francs
en veertigh centimes

4. een zwart lakens camisool, begroot op (tien stuivers) een
franc en vijf centimes

5. een blaauwe sergen borstrok, begroot op (twaalf stuivers) een
franc en zes en twintigh centimes

6. een dito, begroot op (zes stuivers) drie en zestigh centimes

7. een groove linnen borstrok, begroot op (tien stuivers) een
franc en vijf centimes

8. een blaauwe damasten dito, begroot op (een gulden en tien
stuivers) drie francs en vijftien centimes

9. een zwarte bombazijden broek, begroot op (vijftien stuivers)
een franc en agt en vijftigh centimes

10. een roodbonte zijden halsdoek, begroot op (twee stuivers) een
en twintigh centimes

11. drie keteldoeksche dito, begroot op (vijftien stuivers) een
franc en agt en vijftigh centimes

12. een witte linnen doek, begroot op (drie stuivers) twee en
dertigh centimes

13. twee groove dito, tezaamen begroot op (zes stuivers) drie en
zestigh centimes

14. vier hembden, tezaamen begroot op (vijf guldens) tien francs
en vijftigh centimes

15. een paar grijze wollen kousen, begroot op (agttien stuivers)
een franc en negen en tachtigh centimes

16. twee driekante hoeden, te zaamen begroot op (twee guldens en
vier stuivers) vier francs en twee en sestigh centimes

17. ses paar bonte wollene handschoenen, begroot op (vier
stuivers) twee en veertigh centimes

18. een paar oude schoenen, begroot op (drie stuivers) twee en
dertigh centimes

19. zes en dertigh zilveren borstroksknoopen, zonder eenige ons
kenbaare keur, wegende (vijf en drie-vierde lood burgergewicht) agt en
tachentigh grammen en vier en veertigh centigrammen, te zaamen begroot op (zes
guldens en agttien stuivers) veertien francs en negen en veertigh centimes

20. een oude schaar, begroot op (twee stuivers) een en twintigh
centimes

21. een pakjen met diverse lappen, tezaamen begroot op (drie
stuivers) twee en dertigh centimes)

II. Titels en papieren

1. Testamentaire dispositie van voornoemde wijlen Jan Wolbink, op
den twintigsten van hooijmaand eenduizend achthonderd en negen opgericht voor
den heer J.G. Pruim, Scholtus des kerspels Hardenbergh cum annexis, en
keurnooten, die waren Marten Bruins en Jan Woelderink, waarbij door den
testator, na herroeping en cassatie aller zijner voorige dispositiën ofte
maakingen, is gedisponeerdt:

a.

dat
door zijne nichte Lambertdina Johanna Wolbink, gehuwd aan Bussemaker te
Emmelenkamp, en derzelver kinderen uit zijne nalatenschap zal worden genooten
een legaat van eenduizend achthonderd guldens, ofwel drieduizend zevenhonderd
en tachentigh francs, betaalbaar door zijne hier na te vermeldende universeele
erfgenaamen voor de helft zodraa de oudste haarer kinderen den ouderdom van
vijf en twintigh jaaren zal hebben bereikt en voor de andere halfscheid vier
jaaren daarnaa, met bepaaling dat zo dezelve zijne nicht voor de voormelde
tijdperken kwaame te sterven, gelijk ook alle derzelver kinderen kinderloos,
het voormelde legaat aan zijne hierna te vermeldene universeele erfgenaamen zal
verblijven en dezelve ongehouden zullen zijn des eenige uitkeering te doen

b.

dat
voorts zijne enige en universeele verdere erfgenamen zijn zullen zijnen neef
Albert Teunis (den eersten comparant in deezen) en deszelfs (nu wijlen)
huisvrouwe Geertjen wolbink, en bij vooroverlijden derzelver kinderen bij
representatie in aegaale portiën, zodaanig dat de erfportiën der langstlevende
hunner door die der kinderloos eerststervende zal worden vermeerderdt.

Welk stuk gequoteerd en
geparapheerd zijnde, door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk, op
deezen inventaris is gebragt onder nr. 1

2. Acte van hypothecatie door Albert Melenberg te Ane, op den agt
en twintigsten augustus eenduizend zevenhonderd en zeven en zeventigh voor den
heer Jacobus van Riemsdijk, van wegens Hooger Overigheid verwalter Scholtus van
den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, en keurnooten Gerrit Hofsink en Willem
Meijer, over eene summa van driehonderd guldens, ofwel zeshonderd en dertigh
francs, onder verband der daarbij vermelde goederen, ten voordeele van
voormelden Jan Wolbink gepasseerdt.

Welk stuk gequoteerd en
geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op
deezen inventaris is gebragt, onder nr. 2

3. Acte van hypothecatie door Derk Jan Roelofs te Lutten, op den
een en twintigsten october eenduizend zevenhonderd en negentigh, voor den heer
Gerrit Jan Crull, van wegens Hooger Overigheid verwalter Scholtus van den
Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, en keurnooten Arend Sierink en Jan Hendrik
Overmars, voor eene summa van vierhonderd guldens ofwel agthonderd en veertigh
francs, onder verband der daarbij vermelde goederen, ten voordeele van
meergemelde Jan Wolbink, gepasseerdt.

Welk stuk gequoteerd en
geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op
deezen inventaris is gebragt, onder nr. 3

4. Acte van hypothecatie door Hendrik Lotterman te Heemse, op den
twaalfden october eenduizend zevenhonderd twee en negentigh voor laatstgemelden
heer verwalter Scholtus en keurnooten Jan Hendrik Willering en Roelof Slotman,
voor eene summa van zevenhonderd guldens ofwel eenduizend vierhonderd en
zeventigh francs, onder verband der daarbij vermelde goederen, ten voordeele
van meergemelden Jan Wolbink gepasseerdt.

Welk stuk gequoteerd en
geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op
deezen inventaris is gebragt, onder nr. 4

5. Een handschrift door Jan Hulsebos (op het Rheezerveen) voor
een summa van driehonderd guldens ofwel zeshonderd en dertigh francs, ten
voordeele van den meergemelden Jan Wolbink afgegeven.

Welk stuk gequoteerd en
geparapheerd zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op
deezen inventaris is gebragt, onder nr. 5

6. Eene quitantie ten bedraage van zeven guldens en tien stuivers
ofwel vijftien francs en vijf en zeventigh centimes, wegens door meergemelde
Jan Wolbink gedaane fournissement in de heffing op de bezittingen, afgegeven
door den heer ontvanger der agt en vijfentwintigjaarige heffingen over den
jaare eenduizend achthonderd en drie, den heer W.A. van Laer, in dato den
elfden november des zelven jaers.

Welk stuk gequoteerd en geparapheerd
zijnde door den ondergetekenden notaris, als een enkel stuk op deezen
inventaris is gebragt, onder nr. 6

III.
Declaratie der uit- en inschulden

Door den in het hoofd deeze
benoemden Albert Wolbink wordt gedeclareerdt dat er bij het overlijden van den
meergemelden Jan Wolbink geene comptante penningen in deszelfs nalatenschap
aanweezig waren, zoals dan ook geene in dezelve zijn bevonden; maar dat dezelve
nalatenschap is te goede hebbende:

1. van Albert Wolbink en zijne voormelde minderjaarige kinderen,
eene summa van drieduizend guldens ofwel zesduizend en driehonderd francs,
waarvan door denzelven wijlen Jan Wolbink nimmer enige intressen zijn bedongen
ofte gevorderdt

2. van Jan Odink voormeld, de summ van tweehonderd guldens ofwel
vierhonderd en twintigh francs, wegens geleend geld, tegens eene intres van
drie procento, verschijnende op primo october s’jaarlijks

3. van Seine Blaauwkamp te Baalder wegens geleend geld, de summa
van zeshonderd guldens ofwel eenduizend tweehonderd en zestigh francs,
rhentende vier procento en verschijnende s’jaarlijks op primo maij

4. van Albert Melenberg te Aane, volgens acte van hypothecatie,
hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 2, de summa van driehonderd guldens ofwel
zeshonderd en dertigh francs, rentende s’jaarlijks drie procent

5. van Derk Jan Roelofs te Lutten, volgens acte van hypothecatie
hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 3, de summa van per resto driehonderd
guldens ofwel zeshonderd en dertigh francs, rentende s’jaarlijks drie procento

6. van Hendrik Lotterman en vrouwe te Heemse, volgens acte van
hypothecatie hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 4, ene summa van zevenhonderd
guldens ofwel eenduizend vierhonderd en zeventigh francs, rentende thans
s’jaarlijks vier procento

7. van de erven Jan Hulsebosch op het Rheezerveen, volgens handschrift
hiervooren geïnventariseerdt sub nr. 5, de summa van driehonderd guldens ofwel
zeshonderd en dertigh francs, rentende s’jaarlijks drie procento

Tezaamen uitmaakende een
voordeelig credit des boedels ter summa van vijfduizend vierhonderd guldens
ofwel elfduizend driehonderd en veertigh francs. Doch dat daarentegen dezelve
nalatenschap wederom aan hem Albert Wolbink is verschuldigd wegens dood- en de
begraavniskosten van den voren gemelden Jan Wolbink ene summa van plus minus
zeven en twintigh guldens en tien stuivers ofwel zeven en vijftigh francs en
vijf en zeventigh centimes – en heeft de declarant alhier geteekendt.

Tot al het bovenstaande is men beezig geweest eene dubbelde
vacatie van des agtermiddaags drie uuren tot des avonds om negen uuren van
denzelfden dag.

Dit gedaan en niet meer gevonden zijnde om in deezen
inventaris te bevatten, is al hetgeen daarbij is vermeld gelaaten in het bezit
en de bewaaring van den in het hoofd deezes meergemelden Albert Wolbink, die
dit ook erkend en zich teffens belast om hetzelve wederom te voorschijn te
brengen ofte te verantwoorden, wanneer en aan wie zulks behooven zal. En heeft
de gemelde Albert Wolbink, in tegenwoordigheid der vermelde en hier
ondergetekende getuigen den eed afgelegd, van niets te hebben weggemaakt, noch
te weeten of te hebben gezien dat iets is weggemaakt geworden van de goederen
en nalatenschap ten deezen vermeld, maar dat deezen inventaris, waarop zijn
gebragt alle de goederen, zoals hier vooren vermeld door den heer Vrederichter
verzegeld, is deugdelijk en oprecht, op de straffe bij de wet bepaald, die hem
zijn uitgelegd geworden door den ondergetekenden notaris, in tegenwoordigheid
van de vermelde en nabenoemde getuigen, en die hij gezegd heeft wel te
verstaan. En hebben de parthijen, waaronder Albert Wolbink meede in kwaliteit
van bewaarder, en de expert-priseur, na voorleezing, alhier getekend nevens de
voormelde getuigen en ons notaris, ten jaare, daage en plaatse, als boven.