Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris,
resideerende ter steede Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam,
arrondissement Deventer, provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van de
heeren Jan Santman Rutgerszoon, koopman, en Berend Rustenberg, grondeigenaar,
beide woonende ter zelfder steede, als hiertoe expresselijk verzochte getuigen,
compareerden Jan Broekgeerts, landbouwer, woonende in no. 4 in de buurtschap
Radewijk, deezer gemeente, meerderjaarige zoon van wijlen Hermen Broekgeerts en
vrouwe Geesjen Egberts, in leven ehelieden, insgelijks aldaar den landbouw
geëxereerd hebbende en woonächtigh, maakende in deezen, als contractant ter
eenre, de bedingen op zijnen eigen naam, – en Fennichjen Egberts, dienstmeid,
bij den eersten comparant inwonende, meerderjaarige dogter van den bouwman
Leefert Egberts en van deezes wijlen huisvrouwe Mina Gerrits, woonende in de
buurtschap Magelde, gemeente Den Ham, kanton Ommen deezes arrondissements, als
contractante ten andere zijde meede den bedingen ten deezen op haaren eigenen
naam maakende; en zijnde beide de comparanten aan ons notaris bekend.

Dewelke uit hoffde van het voorgenoomen huwelijk, hetwelk
ten spoedigsten op de wijze en met de formaliteiten bij de wet voorgeschreeven
tusschen hun comparanten staat te worden voltrokken, hebben gemaakt en
vastgesteld de voorwaarden van hetzelve in maniere hier na volgende beschreeven
en zulks in tegenwoordigheid van hunne wederzijdsche, immer aan ons bekende,
hier na genoemde wederzijdsche naastbestaanden en vrienden, te weeten:

a) Aan zijden van den aanstaanden echtgenoot, van:

  1. Egbert
    Broekgeerts, landbouwer, meede in no. 4 te Radewijk voorschreeven
    woonende, zijnen broeder;
  1. Grietjen
    Broekgeerts, zonder beroep, insgelijks in no. 4 te Radewijk woonende,
    zijne zuster;
  1. Gerrit
    Haberts, landbouwer van beroep, woonende in no. 8 te Holtheeme, zijnen
    zwager;
  1. Hendrik
    Kwant, landbouwer van beroep, meede te Holtheeme voorschreven in no. 11
    woonende, zijnen neef;
  1. Herm
    Siegers, insgelijks landbouwer van beroep, domicilieerende te Laarwold,
    zijnen oom.

b) Aan zijden van de aanstaande echtgenoote, van:

  1. Leefert
    Egberts, weduwenaar van wijlen Mina Gerrits voorschreeven, haaren vader.

Eerste Artikel:

Er zal tusschen de aanstaande echtgenooten eene algemeene
gemeenschap van goederen, roerende en onroerende, tegenswoordige en
toekomstige, zonder eenige uitzondering of voorbehouding hoegenaamd, plaats
hebben; geevende mitsdien de aanstaande echtgenooten bij deezen over en weeder
hunne toestemming tot het roerend maaken van alle de onroerende goederen, welke
zij thans als huwelijksgoed zouden moogen aanbrengen ofte ook in het vervolg en
geduurende derzelver gemeenschap, dit bij erfvolgingen, giften, legaten of
anderzints, mogten verkrijgen en aan ieder van hun zouden moogen te beurt vallen.

Tweede Artikel:

De aanstaande echtgenoot verklaard ten huwelijk aantebrengen
de somma van twaalfhonderd en vijftig guldens; zijnde de naar zijne beste
wetenschap bereekende waarde der goederen tot zijn persoonlijk gebruik
behoorende, als kleederen, bedden, linnen, voort zijne eigendommelijke
huismeubelen, gereedschappen tot de huishouding en akkerbouw, have en vhee,
mitsgaders zijne eigendommelijke halfscheid van het erve Broekgeerts te
Radewijk meergemeld, bestaande uit deszelfs behuizinge, schuur en schapeschot
no. 4, voorts uit ongeveer zeven morgen zaaij- en ongeveer vier drie-vierde
morgen hooij- of grasland, van welke laatste ongeveer één vijf-achtste morgen
zijn geleegen onder de buurtschap Wijlen in de graafschap Bentheim, waarvan hij
aan de aanstaande echtgenoote opneeminge heeft gedaan, door deeze en haaren
voormelden vader de opneeminge is geschiedt en waarmeede zij verklaart
tevreeden te zijn.

Derde Artikel:

De aanstaande echtgenoote verklaard ten huwelijk
aantebrengen en als haar eigen huwelijksgoed te bepaalen de goederen haar
persoonlijk gebruik behoorende en bestaande in kleederen, bedden en linnens,
terzaamen geschat op eene waarde van honderd guldens; waarvan opneminge aan den
aanstaanden echtgenoot heeft gedaan, door deezen den opneeminge is geschiedt en
waarvan hij verklaarde tevreeden te zijn.

Vierde Artikel:

En ter ondersteuning van het voormelde huwelijk geeven en
belooven de voormelde Egbert Broekgeerts en Grietjen Broekgeerts, aan den
aanstaanden echtgenoot, hunnen broeder Jan Broekgeerts, respective bij deeze
tegenswoordige acte als eenen onherroepelijke gifte onder de levenden (die
dezelve Jan Broekgeerts bij deezen en met en onder de conditiën hier nagemeld
is accepteerende) elk, en een ijeder voorzich, hun eigendommelijk gerecht
éénvierde gedeelte van den geheelen inboedel haarer voormelde wijlen ouders,
Hermen Broekgeerts en vrouwe Geesjen Roelofs, in zijn geheel bestaande uit:

a) drie
zwarte merrie- en een dito ruinpaard, tezamen in haar geheel begroot op
tweehonderd en vijfentwintigh guldens

b) twee
vaalbonte-, éénzwartsprenkelde-, één witbonte- en één blaauwschimmelde
melkkoeijen, tezaamen als vooren begroot op éénhonderd en vijfentwintigh
guldens

c) vier
zwartbonten- en één sprenkelde vaarssen, tezaamen als vooren begroot op vijftigh
guldens

d) drie
vaalbonte- en twee zwartbonte kalveren, tezaamen als vooren begroot op vijftien
guldens

e) ongeveer
vijfentwintig vijmen ongedorste rogge, agt dito boekweite en ongeveer
negenduizend ponden hooij, tezaamen als vooren begroot op éénhonderdzeventien
guldens en tien stuivers

f)

twee
beslaagene wagens, één ploeg en drie eggen, tezaamen als vooren begroot op
vijfenveertig guldens

g) een
hangklok, begroot als vooren op vijf guldens

h) twee
vuurenhouten neerslagtafels en agt gemeene stoelen, tezaamen als vooren begroot
op twee guldens en veertien stuivers

i)


een roodkoperen water-, één dito koffij- en één dito
waschketel, tezaamen als vooren begroot op negen guldens

j)


een douzijn grof aarden theegoed en een dito schotels en
telders, tezaamen als vooren begroot op agttien stuivers

k)

twee
tinnen schotels, drie dito telders en een dtio kannetjen, tezaamen als vooren
begroot op één gulden en agttien stuivers

l)


een ijzeren pot en één dito pannekoekenpan met haar hangijzer,
tezaamen als vooren begroot op één gulden en drie stuivers

m) een
staalketting en tang, tezaamen als vooren begroot op tien stuivers;

n) een
groen en één geel koperen hanglamp, tezaamen als vooren begroot op tien
stuivers

o) drie
wateremmers, één melkemmer, één karn, twee melkkuvens en drie melkbekkens,
tezaamen als vooren begroot op twee guldens en dertien stuivers

p) twee
waschbaliën, tezaamen als vooren begroot op veertien stuivers

q) een
baktrog en één meelzeef, tezaamen als vooren begroot op één gulden en tien
stuivers

r)

een
vleeschvat, begroot als vooren op zes stuivers

s) twee
spinnewielen, één haspel, twee vlaschharken en één volter, tezaamen als vooren
begroot op twee guldens en zes stuivers

t)

drie
bedden met hunne peuluwen en kussens, tezaamen als vooren begroot op twintig
guldens

u) zes
groove bedlaakens, zes dito kussensloopen en één paar groene saeijen
bedgordijnen, en alles als vooren begroot op drie guldens en vijf stuivers

v)

drie
eikenhouten kleerkisten, tezaamen als vooren begroot op vier guldens en tien
stuivers

w) twee
dito zaadkisten, tezaamen als vooren begroot op drie guldens

x)

een
wan, één meet- en één zaaijschepel, twee snijsompen met hunne messen, twee
schoppen, drie hooijvorken, drie mestgreepen, één gaffel, vier dorschvleegels,
één zeis, één haardspit met zijn hamer en een turfspaan, en alles als vooren
begroot op drie guldens en zestien stuivers

y)

eenig
touwwerk en paardetuig, tezaamen als vooren begroot op één gulden en vijf
stuivers

In alles als vooren begroot op zeshonderd twee en veertigh
guldens en agt stuivers.

Voorts meede ijder hun eigendommelijk gerecht één-vierde
gedeelte van het erve Broekgeerts te Radewijk, bestaande uit deszelfs
behuisinge, schuur en schaapschot, no. 4, ongeveer zeven morgen zaaij- en
ongeveer vier drie-vierde morgen hooij- of groenland, van welke laatste
ongeveer een vijf-agtste morgen zijn geleegen onder de buurtschap Wijlen in de
graafschap Bentheim meergemeld, mede zulks met deszelfs rechten en
gerechtigheeden, lusten en lasten, speciaal ook het whaarregt in de gemeene
markte van Gramsbergen, Loozen en Radewijk; wordende dit erve in zijn geheel
bij deezen, na rijp overleg en onderzoek, door de gezamentlijke hier aanwezig
zijnde comparanten, naastbestaanden en vrienden, geschat op eene waarde van
tweeduizend driehonderd guldens en tien stuivers.