Op heeden den negentienden der maand augustus 1820, des morgens om negen uuren,
op het erve Geerts te Radewijk, in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, in
tegenwoordigheid van Gerrit Kreemer, dagloner wonende ter Steede Hardenbergh
en van Seine Blaauwkamp, landbouwer wonende te Baalder in voorzeide gemeente
het Schoutambt Hardenberg, als hiertoe expresselijk verzochte getuigen, hebben
wij Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris, resideerende ter Steede Hardenbergh,
ten verzoeke van Jan Broekgeerts, landbouwer woonende te Radewijk voormeld,
publiek aan de meestbiedende verkogt de nabenoemde parceelen in gasten staande
rogge:


– twee vijmen rogge door Hendrik Luchies te Radewijk, voor zes gulden en vijftig
cents

– twee vijmen rogge door Harm Schotkamp te Echteler voor zeven guldens en vijftig
cents

– twee vijmen rogge door Gerrit Jan Peltjes te Holtheeme voor agt guldens

– twee vijmen rogge door Albert Eggengoor te Holtheeme voor negen guldens

– twee vijmen rogge door Seine Blaauwkamp te Baalder voor negen guldens

– twee vijmen rogge door dezelfde voor tien guldens en vijftig centss.