Voor ons Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris te Hardenbergh, in tegenwoordigheid
van Berend Rustenberg, logementhouder, en van Hendrik Kampherbeek, barbier, beide
woonende ter zelfder Steede, als hiertoe expresselijk verzochtte getuigen, compareerden
Jan Hendrik Hankamp, boeren-knecht, wonende bij Jennechien Slingenbergh, weduwe
van wijlen Hendrik Veltman, landbouwersche van beroep, domicilierende te Radewijk
in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, meerderjarige zoon van wijlen Gerrit
Hankamp, in leven landbouwer van beroep, woonachtigh te Halle, gemeente Ulsen
in de Graafschap Bentheim, Koningrijk Hannover, en van dezes aldaar nog wonende
weduwe Fenna Rerink, makende ten dezen, als contractant ter eenre -, de bedingen
op zijnen eigenen naam, – ende voormelde Jennechien Slingenbergh, weduwe van wijlen
Hendrik Veltman, meerderjarige dogter van wijlen Jan Slingenbergh en vrouwe Egberdiene
Tijssies, in leven landbouwers woonachtigh op de Kooy onder de Steede Gramsbergen,
makende meede, als contractante ter andere zijde, de bedingen ten dezen op haaren
eigenen naam; en zijnde beide de comparanten aan ons notaris volkomen bekent.

Dewelken, uit hoofde van het voorgenomen huwelijk, hetwelk ten spoedigsten
op de wijze en met de formaliteiten bij de wet voorschreven tusschen hun comparanten
staat te worden voltrokken, hebben gemaakt en vastgesteld de voorwaarden van
hetzelve, in manieren hierna volgende:
Eerste artikel.

Er zal tusschen de aanstaande echtgenooten gemeenschap van goederen plaats hebben,
overeenkomstig de grondbeginselen bij het Burgerlijk Wetboek vastgesteld.

Tweede artikel.

Onaangezien deze gemeenschap zullen echter de aanstaande echtgenoten niet aansprakelijk
zijn wegens elkander schulden en hypotheken, voor de voltrekking van hun onderhavig
huwelijk gemaakt, en zullen de aanweezige worden gekweten en betaald uit de
goederen dezelve persoonlijk toebehorende en niet in de onderhavige gemeenschap
wordende aangebragt, zonder dat de aanstaande echtgenoot des wegen enigszints
gehouden zal zijn, als alleen voor de jaarlijkse rhenten van dezelve uit de
vruchten en inkomsten der gemeenschap.
Derde artikel.

Door de aanstaande echtgenoot word in de tegenwoordige gemeenschap en ten aanstaanden
huwelijk aangebragt de summa of de waarde van f. 250,-