Op heden den een en dertigsten der
maand julij des jaars
eenduizend achthonderd vierentwintigh, des morgens
ten acht uren op het erve het Sprijtlofs of Timmermans
te Rheeze in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh,
kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie Overijssel, ten woonhuize
van hetzelve nr. 16.
Ten verzoeke van Lubbegjen
Scholten, weduwe van wijlen Evert
Stoeten, landbouwersche, wonende op het erve
het Sprijtlofs of Timmermans voormeld te Rheeze
voorschreeven, zo voor haar zelv
en uit hoofde der gemeenschap van goederen krachtens de wet tusschen
haar en haren voorzeiden wijlen echtgenoot bestaan hebbende, als in naam en
kwaliteit van moeder en wettige voogdesse over haare drie minderjaarige kinderen
Jan Stoeten, oud ongeveer acht jaren, Lubbert Stoeten, oud ongeveer
vier jaren en Hendrika Stoeten, oud
ongeveer twee jaren, door denzelven
hare wijlen echtgenoot bij haar in echte verwekt en bekwaam om zich, ieder
voor een gerecht derde gedeelte, als de eenige en
universeele erfgenaamen
van opgedachten haren wijlen vader te gedragen.
Wijders ten verzoeke van Harm
Veurink , landbouwer meede te
Rheeze voormeld en wel in nr. 24 aldaar woonachtigh
(de aanstaande echtgenoot ten tweeden huwelijk der rekwirante
voormeld), in naam en kwaliteit van meede-voogd
over de voormelde minderjarigen Jan Stoeten, Lubbert Stoeten en Hendrika
Stoeten, zijnde hij Harm Veurink
tot dezen post verkoren bij besluit der bloedverwanten en vrienden derzelve minderjarigen op den tienden dezer, onder voorzitting
van den heer Jan Godfried Pruim, vrederechter dezes
kantons, bij wijze van familie-raad vergaderd, luid
dezes proces verbaal daaraf in dato van dien dag, den twaalfden aanvolgende
behoorlijk ten kantore Ommen geregistreerd.
In tegenwoordigheid van Jan Stoeten Lubbertszoon ,
almeede landbouwer van beroep en insgelijks te Rheeze meergemeld in nr. 0 aldaar wonende, in naam en kwaliteit
van toeziende voogd over de meergemelde minderjarigen Jan Stoeten, Lubbert
Stoeten en Hendrika Stoeten, zijne neefjes en nichtje;
zijnde hij Jan Stoeten Lubbertszoon meede tot dezen post verkoren bij het besluit der bloedverwanten
en vrienden derzelve minderjarigen voornoemd.
Tot de bewaring van de rechten van parthijen
en van alle anderen die daarbij belang zouden mogen hebben, wordt door ons
ondergetekende Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris,
resideerende ter Steede
Hardenbergh, gemeente en kanton van dien naam, arrondissement Deventer, provincie
Overijssel, in tegenwoordigheid van Jan Koerts en
van Jan Koerts Berendszoon,
beide landbouwers wonende te Rheeze opgemeld, de
eerstgemelde in nr. 14 en de laatstgenoemde in nr. 17, als
hiertoe expresselijk verzochtte
getuigen, toegetreeden en overgegaan tot het opmaken
van eenen staat en inventaris van alle roerende
goederen, meubilen en gereedschappen tot de huishouding
en landbouw, klederen, bedden, linnens, goud en zilver, have en vhee, comptante gelden, mitsgaders
in- en uitschulden der gemeenschap tusschen de vrouwe rekwirante in
dezen Lubbegjen Scholten,
weduwe van wijlen Evert Stoeten, en denzelven haaren wijlen echtgenoot
Evert Stoeten bestaan hebbende, en alzo voor de
halfscheid de nalatenschap derzelven wijlen Evert Stoeten uit
makende; zijnde alle deze roerende goederen bevonden en berustende op de hierna
genoemde plaatsen van het woonhuis en schaapskooij
op het erve het Sprijtlofs of Timmermans te Rheeze voormeld, op het welke de vrouwe rekwirante
opgedagt bij haare ouders
Jannes Scholten en Hendrika
Timmermans, ehelieden, is inwonende, en alwaar
derzelver meergemelden wijlen echtgenoot
Evert Stoeten, overleden is op den zeventienden
der maand october des jaars
eenduizend achthonderd twee en twintigh.
En zijn alle de voorenbedoelde
en hierna te vermeldene goederen opgegeven en ten
voorschijn gebragt door de vrouwe rekwirante
in dezen Lubbegien Scholten,
weduwe van wijlen Evert Stoeten, die daarvan sederdt het overlijdt van denzelven
haaren wijlen echtgenoot was in het bezit gebleeven ende bewaring, het beheer
en gebruik heeft gehadt.
De begroting der goederen zal gedaan worden door Jan Hendrik
Edelijn, deurwaarder van het vredegerecht dezes
kantons, wonende ter Steede Hardenbergh voornoemd in
de Voorstraat noordzijde, nr. 10, als in dezen door parthijen
geëligeerden expert-priseur
of commissaris-schatter, hebbende daartoe ten overstaan
van parthijen en in tegenwoordigheid van de voormelde
en hier ondergetekende getuigen den eed afgelegd van die begroting te zullen
doen naar beste wetenschap ter juister waarde en zonder opleg. En hebben de parthijen, de vrouwe rekwirante Lubbegjen Scholten, weduwe van
wijlen Evert Stoeten, meede
in kwaliteit van bewaarster, na voorlezing getekend.
Dit gedaan zijnde is men voortgegaan tot het opmaken van den
staat en inventaris navolgende:
I. Roerende goederen:
- in
de keuken, uitziende met twee vengster-raamen op
den gaarden:
- een
boven- en een onderbed, peuluwe
en vier kussens van blaauw-gestreepte buur, met
derzelver blaauw
geruit overtreksel, in alles begroot op dertigh
guldens
- een
paar vlassene bedlakens, tezamen begroot op zes
gulden
- een
half douzijn dito kussenslopen, in alles
begroot op drie guldens en vijftigh cents
- een
zwart rarde marocque
vrouwenjak, begroot op vijf guldens
- een
paar bruine krippen dito, te zamen insgelijks
begroot op vijf guldens
- een
zwart sergen dito, begroot op vier guldens
- een
roodbont katoenen dito, begroot op een gulden en vijftigh
cents
- een
paers bont dito, begroot op een gulden vijfenzeventigh cents
- een
dito, begroot op een gulden en vijfentwintigh
cents
- een
zwarte kalminkene vrouwenrok, begroot op vier
guldens
- een
baaijene dito, begroot op twee guldens en
vijfentwintig cents
- een
vijfschagtene dito, begroot op drie guldens
- een
paar blaauwe baaijene
dito, tezamen begroot op zes guldens en vijftig cents
- een
paar vijfschagtene dito, tezamen begroot op
vier guldens en vijftig cents
- een
groene dito, begroot op drie guldens en vijfentwintig cents
- een
blaauwe damastene
dito, begroot op vijf guldens
- een
bruine dito, begroot op drie guldens en vijftig cents
- drie
blaauw-gestreepte baaijene
dito, begroot op vier guldens en vijftig cents
- een
blaauwe dito, begroot op drie guldens en
vijfentwintig cents
- vier
blaauw gestreepte speijtene
dito, tezamen begroot op vier guldens
- etc.
- in
het zogenaamde kistenkamertjen, rechts de
keuken, uitziende met een vengsterraamptjen op
het erve Scholten :
- een
eikenhouten kleerkist, begroot op vijf guldens
- een
bruine lakensche mansrok, begroot op acht
guldens
- een
lang pijen-buis, begroot op drie guldens
- een
kort dito, begroot op een gulden en vijftig cents
- een
donkerbruin lakensch buisjen,
begroot op drie guldens
- een
blaauw dito, begroot op twee guldens en
vijfentwintig cents
- etc.
- op
de deele, uitgaande naar de Steege :
- een
zeis met zijn boom, in alles begroot op vijfenzeventig cents
- een
haarspit met zijn hamer, in alles meede begroot
op vijfenzeventig cents
- in
de schaapskooij, waarna toe ons met de parthijen hebben begeven:
- negen
en dertig stuks schaapen, te zamen begroot op zeven en veertig guldens en
vijfenzeventig cents
II. Declaratie van in- en uitschulden:
Door de rekwirante in dezen Lubbegjen Scholten, weduwe van wijlen
Evert Stoeten, word gedeclareerd dat zich niet weet
te herinneren dat ten sterfdage van denzelven haren wijlen echtgenoot zich eenigen
comptante goeden in de onderhavige gemeen- en nalatenschap waren bevindende, doch dat op dit
moment in dezelve aanwezig is de summa van zes guldens, hebbende voorts de
onderhavige gemeen- en nalatenschap ten goede:
- van Gerrit Jan Meilink te Ane,
enen capitaale summa van eenduizend vijfhonderd
guldens, rentende vier procento, herkomstig van
het aan der declarantes wijlen echtgenoot Evert Stoeten door denzelfs
ouders Lubbert Stoeten en vrouwe Willemtien Marssink voor en in voldoening van deszelfs
erfportie in hunne nalatenschappen beweezene, bij acte van huwelijks-voorwaarden
der negenentwintigsten april eenduizend
achthonderd en negen, voor den heer Jan Godfried
Pruim, Scholtus des kerspels Hardenbergh cum annexis, en keurnoten Marten
Bruins en Gerrit Dorgelo
geëlebreerd, en opgericht tusschen
deszelfs broeder Jan Stoeten (de toeziende voogd
in dezen) en Annegien Scholten.
- van
den hoogwelgeboren heer jonkheer Willem Jan van Dedem te Zwolle eene summa
van tweeduizend guldens, insgelijks rentende vier procento
- van
Jannes Scholten en vrouwe Hendrika
Timmermans te Rheeze (de ouders van de declarante ) eene capitaale summa van vijfhonderd guldens, almede
rentende vier procento ; zijnde dit capitaal tegelijk met het hiervooren
sub secundo geinventariseerde
herkomstig van eene door Lubbert Stoeten
voormeld met goedkeuring van zijnen voormelden zoon Jan Stoeten (de toeziend
voogd in dezen) en vrouwe Annechien Scholten aan der declarantes
voormelden nu wijlen eheman Evert
Stoeten uit hoofde van aanwinst van fortuin, tijdelijk gedaane
gifte ter betering en suppletie van
vorenbedoelde erfportie.
- van denzelven anog eene capitaale summa van
zevenhonderd guldens, insgelijks rentende vier procento,
herkomstig van door de onderhavige gemeen- en
nalatenschap in derzelver boedel tot hiertoe
gedane voorschotten
- van
Jan Koerts te Rheeze, eene capitaale summa van
eenhonderd guldens, rentende vier procento
- van denzelven voor het jaar rhente
van voorzeide capitaal,
verscheenen geweest primo maij
laatstleden, vier guldens
Doch zijnde daarentegen door denzelven
aan niemand ietwes verschuldigd, maar de onderhavigen gemeen- en
nalatenschap schuldenvrij hebbende de declarante
alhier na voorlezing getekend.