Voor mij griffier van het Vrede Geregt en het kanton
Hardenbergh, departement der Monden van den IJssel, als hiertoe gequalificeerd
bij decreet van Zijne Keizerlijke en Koninglijke Majesteit van den tweden
february eenduisend agthonderd en elf, en in praesentie van de hier na te
melden getuigen, compareerde Hendrik Geerties, meerderjarige zoon van wijlen
Jan Ranters en Jennegien Berends, in leven ehelieden woonachtig te Holtheem,
dog door zijne stiefouders Hendrik Geertjes en Hendrikjen Berends, bouwlieden te
Holtheeme woonachtig, als eigen kind geadopteerd en aangenomen is.

Dewelke verklaarde bij desen ingevolge art. 151 van ’t Wetboek
Napoleon op te rigten eene acte van eerbied aan zijne voorzeide stiefouders,
ten einde de raad van dezelve te erlangen omtrent zijn voorgenomen huwelijk
met Hillegien Wubben, wonende te Wilsum in ’t departement de Lippe, verzoekende
den comparant dat dese ingevolge art. 154 van hetzelve Wetboek aan hare opgemelde
ouders moge worden bekend gemaakt. En waren bij het opmaken dezer acte die
aan comparant voorgelezen is, tegenwoordig als getuigen, de heeren Roelof
van Langen en E. Bruins, gemeenteraden, de eerste ten Hardenberg en de laatste
te Heemse woonachtig, die dese benevens den comparant, nevens mij ondertekend
hebben. Gedaan te Heemse, den elfden october agtienhonderd en elf.