De geschiedenis van Hardenberg in oude archieven, verzameld door Dinah Hesselink-Zweers.
Hier vind je meer informatie over de vindplaats van het betreffende archief . Voor de juiste dag kun je kijken op de Heiligenkalender.


Oorkondenboek van Overijssel | regest 146 | 31-08-1230
Acta sunt hec Davantrie anno Domini M ducentesimo tricesimo, pridie Kalendas Septembris.
Willibrandus, bisschop van Traiectum, verklaart dat hij in tegenwoordigheid o.m. van Ludolfus, plebaan van Swolle, Gerardus de Hervete, Arnoldus de Laren, Albertus de Honlo, Herbertus Drentho, Leo maarschalk, Wenemarus advocatus van Salland, Goszwinus de Daventria en zijn broer Johannes, Eggelberus de Gernere, Johannes de Creienscate, Pelegrinus de Putte, Walterus Reding, Ghyselbertus de Buchorst, Hermannus de Deyse, Nycolaus de Thy, Hugo de Oxe, Alferus de Yselmuden, Henricus de Ghernere, Godescalcus de Dalvessen, Egbertus de Eme, Johannes de Rune, Gerardus de Ostenwolde, Hugo Storm, Hugo Dunker, Ghysilbertus de Leweth, Wicherus Benting, Rodolfus de Nurcht, Rodolfus de Langelo, Hugo de Lare, ridders, Swederus de Vorste, Ludolfus de Dventria, Walterus en Ecbertus de Yslemude, aan dienstmannen schepenen en gemeente van het dorp Suolle  wegens de door hen in de strijd tegen de Drenthones betoonde trouw en de financiële lasten, die zij zich voor de bouw van het kasteel Hardenborg getroost hebben, heeft toegestaan hun dorp tot stad te verheffen en het met grachten en muren te versterken; voor het overige zullen zij de rechten genieten die de inwoners van Davantria bezitten; een en ander met dien verstande dat de stadsvrijheid zich niet buiten de muren zal uitstrekken en dat Johannes de Ostendorp, Johannes en Andreas de Middelwic en hun huizen Ostendo(r)p en Middelwic vrij van alle schatting zullen zijn.
Hss.: Afschrift op perkament (14e eeuw) in het G. A. van Zwolle (B). – Afschrift aldaar, in het Privilegeboek, fol. 25 vs. (C).
Druk: Overijsselsche chronycke bij Dumbar, Analecta, II (1721) blz. 231 naar een afschrift (fragment, met jaartal 1233). – Van Hattum, Zwolle, I blz. 125 naar een afschrift (met jaartal 1233). -B. Overijssel, I (1874) blz. 29 naarB. (J. I. van Doorninck). – V. M. Overijs. Regt, XI (1878) blz. 51 naar C. (J. N. J. Heerkens). -Blok, Oorkondenboek, I no. 92 (fragment) naar B. – A. Telting, Stadboeken van Zwolle, I (Zwolle 1897) blz. 1 naar B. – De Blécourt, Bewijsstukken, II (1926) blz. 105. – Heeringa, Oorkondenboek, II no. 803 naar B en C.
Vertaling: Van Hattum, Zwolle, I blz. 26. – Officiële gids der feestelijkheden te Zwolle (700 jaren stad; Zwolle 1930), blz. 64.
Regesten: Bijsterbos, Register, II no. 403. – Brom, Regesten, I no. 810. – V. M. Overijss. Regt, LXIX (1954) blz. 6 no. 172 (G. J. ter Kuile Jr.).
Facsimilé: Officiële gids Zwolle (Zwolle 1930), blz. 62 naar C. – De Vries, Zwolle, I blz. 16-17 naar C.
Aantekening: Zie voor de datering Brom, Regesten, I no. 810 en P. A. A. M. Wubbe, Het stadrecht van Zwolle, in V. M. Overijss. Regt, XLVII (1930) blz. 373.

Oorkondenboek van Overijssel | regest 178, 179, 193 en 195 | 02-02-1240
Acta sunt hec Daventrie anno incarnacionis dominice millesimo ducentesimo quadragesimo, in die Purificacionis b. Virginis.
Otto III, gekozen bisschop van Utrecht verklaart dat door de brand in de kapittelkerk te Deventer een gedeelte van de novale tienden worden geschonken. De novale tienden uit geheel Zallandia (Salland) en in de marken aan de Vechta (Vecht) in de vier kerspelen Dalvesen (Dalfsen), Ummen (Ommen), Hemis (Heemse) en Nijensteden (Hardenberg). In maart 1245 werd dit door paus Innocentius IV en in juli 1245 door bisschop Otto III bekrachtigd.
Zie ook Oorkondenboek Utrecht van Heeringa, regest 944: Heemze, Heijmiss.

Klooster Sibculo | regest 1 | 17-09-1254
Otto, graaf in Bentheim, geeft, met toestemming zijner burchtmannen Engelbertus de Veret, Nicolaus zoon van Boudekinus en Nicolaus de Turri, die een gedeelte van het veld in de buurschap Itterbeke van hem in leen houden, verlof aan de abdis van het convent van St. Maria in Campen, om een huis te bouwen in dat gedeelte van het veld “de Mortkule” genoemd, met zooveel land daarbij als zij kunnen beploegen, onder vrijstelling van alle zijne rechten.
Datum anno Domini M°CC° LIIII in die Lamberti.
Oorspr.(Inv. No. ). Het zegel van den graaf is afgevallen.
Hieraan annex een Charter dd. 18 Maart 1533 (Regest. No. ).
In dorso met 15e eeuwsche hand: “de Barlehare et Mortkule Ottonis comitis de Benthem”.
Gedrukt bij Lindeborn, Hist. Episc. Dav.p. 446; Jungius, Hist.com. Benth.60d. dipl. No.33 (naar Lindeborn); Oorkb. Gron. & Drente, No.121. o.n. Sibculo No. 1. annex Ia.

Oorkondenboek van Overijssel | regest 235 | 17-09-1254
Datum anno Domini MCCLIIII in die Lamberti.
Otto, graaf van Benthem, verklaart dat hij met toestemming van Engelbertus de Veret, Nicolaus Boudekinuszn. en Nicolaus de Turri, die een gedeelte van de woeste gronden van de buurschap Itterbeke van hem in leen hielden, aan abt en convent van s. Maria in Campe is (Mariënkamp bij Koevorden) vergunning heeft verleend om die gronden ter plaatse van de Mortkule een huis te bouwen, terwijl hij hun al het vanuit dit huis te bebouwen land met de tiende schenkt.
Hs.: Oorspr. Charter, waarvan het uithangende zegel is afgevallen, in het R.A. in Overijssel (Archief Sibculo, inv. no. 1).
Druk: Lindeborn, Historia, blz. 446 = Van Heussen, Historia, II blz. 161 (ep. Daventr.) = Van Mieris, Charterboek, I blz. 290 = Jungius, Historia, Codex dil., no. 33. – Blok, Oorkondenboek, I no. 121. – Ketner, Oorkondenboek, III no. 1336.
Vertaling: Van Heussen en Van Rijn, Historie, VI blz. 668. – Magnin, Kloosters, blz. 186.
Regesten: Van Doorninck, Register, I blz. 13. – Bijsterbos, Register, II no. 412. – Brom, Regesten, I no. 1292.
Aantekening: Deze oorkonde is te beschouwen als de aankomsttitel van de uithof te Balderhaar van het klooster Mariënkamp en later van de abdij te Assen. In 1416 is deze uithof aan het klooster Sibculo gekomen. Zie A. E. Rientjes in Handelingen 139e vergadering Overijss. Regt (13-11-1928) in V. M. Overijss. Regt, XLVI (1929), blz. XXXII.

Oorkondenboek van Overijssel | regest 259 | 31-10-1259
Acta sunt hec.. anno Domini MCCL nono, in vigilia Omnium Sanctorum.
Otto, graaf van Benthem, verklaart dat Hako, zoon van wijlen Stephanus de Hardenberg, ridder, de goederen die hij van graaf Otto in leen hield en die later in allodiale goederen zijn omgezet, nl. De hof Durse (Deurse bij Assen), de molen aldaar en alle land in de marke Durse dat tot die hof behoort,benevens een pacht van 4 ponden Groninger munt van Nortwalde bij Rode (Roderwold), aan abdis en convent van het klooster s. Maria bij Covordia (Marienkamp) heeft afgestaan, behoudens de rente van 3 ponden Groninger munt die het klooster jaarlijks van die hof aan Hermannus de Methele, ridder en borgman van graaf Otto, moet betalen. Dat abdis en convent voornoemd aan Hako, een huis in Campen bij Covordia (Huis Kampen bij Coevorden), een huis onder Itterbeke, een huis onder Anewede (Aneveld) en goederen onder Lutten, hebben overgedragen met dien verstande, dat de eigendom bij de graaf (van Bentheim) berust; dat hij, Otto graaf (van Bentheim), deze ruiling bekrachtigt en belooft Hako met de hem opgedragen goederen te zullen belenen.
In een regest van 19 juli 1263 wordt als ridder van het kasteel te Coevorden o.a. genoemd: Hacko, zoon van wijlen Stephanus, ridder van Hardenberg | In regest 290 d.d. 21-04-1265 is Hacko kastelein te Coevorden.
Zie Oorkondenboek Groningen en Drenthe, Regest 0128, Anewede, huis., Luetlen.

Abdij Assen | regest 1 | 31-10-1259
Otto graaf van Benthem keurt goed: de overdracht door Hako, zoon van wijlen Stephanus de Hardenberg, ridder, aan de St. Maria-abdij bij Couordia van den hof en den molen c.a. te Durse en de pacht van 4 Groninger ponden uit Nortwalde bij Rode, vroeger door Hako van hem in leen gehouden, onder voorbehoud van de pacht van 3 Groninger ponden uit den hof voor zijn kastelein Hermannus de Methele, ridder; en dit in ruil voor het huis der abdij te Campen bij Couordia, door haar verkregen van Johannes Campinc en Rode, en hare rechten op de door haar van graaf Otto in leen gehouden huizen te Itterbeke en te Anewede, met uitzondering van hare bezittingen te Lutten.
Acta sunt hec …. anno Domini M°CC°L° nono in vigilia Omnium Sanctorum.
Oorspr. (Inv. N°. 79) Het zegel is verloren.
Vermoedelijk is deze ruiling van goederen de inleiding geweest tot het overbrengen van de abdij naar Rolde. Zie hiervoor Joosting, Abdij Assen, blz. 3.

Abdij Assen | regest 79 | 1259
Acte waarbij de abdij verkrijgt den hof c.a. te Duurse (belast met eene pacht voor den kastelein van den graaf van Bentheim) en eene pacht uit Nortwalde bij Roden in ruil voor het huis te Campen bij Coevorden en de rechten der abdij op de huizen te Itterbeke en te Anewede (doch niet te Lutten).
1 charter | NB. Zie regest N°. 1.

Oorkondenboek van Overijssel | regest 617 | 22-07-1312
In die b. Mariae Magdalenae. Guido, bisschop van Traiectum, geeft vidimus van de oorkonde van bisschop Henricus van maart 1253 (no. 229) …abdis klooster s. Maria de Campe bij Covorde te verplaatsen naar Berlehare (Balderhaar) of naar Zebekelo (Sibculo);…. Het klooster is verplaatst naar Assen, toch staat hij de kloosterlingen toe het vee uit hun stal te Berlehare overal op de woeste en onbebouwde grond en op de meente te laten weiden tot op de Zuidelijke oever van de rvier, die door de Venebrugge stroomt; tenslotte verklaart de bisschop dat hij het klooster en in ht bijzonder de huizen Pathusen en Venehusen bij Covorden onder zijn bescherming neemt.

Regesten van oorkonden betreffende de bisschoppen van Utrecht uit de jaren 1301-1340 | regest 248 | 22-07-1312
in die B. Mariae Magdalenae.
Bs. vidimeert de oorkonde van bs. Henricus (van 1253 Maart, Brom 1244) voor het klooster van S. Maria de Campe bij Covorde en bekrachtigt deze, hoewel het klooster niet naar Berlehare en Zebekelo, maar naar Assen is overgebracht. Tevens geeft hij het klooster verlof het vee van den stal te Berlehare overal op den woesten grond en op de „meenthe” te laten grazen tot den Zuidoever van de rivier die door Venebruggen stroomt en neemt het klooster en in het bizonder de huizen Pathusen en Venehusen bij Covorden in bescherming.
Zegel vermeld.
H.S. onbekend.
Druk Lindebom, Ep. Dav. 442.
O.B. Gron. I 170 no. 240.
vert. V. Heussen en V. Rijn III 667.
Magnin, Kloosters 179.

Klooster Zwartewater | regest 15 | 03-06-1326
Burglieden en schepenen van Goere oorkonden dat Rolff van der Maet en Beatersche zijne echtgenoote verkoopen aan den prior, de priorin en het convent des Berges Sancte Marien ten Swarten Water in Sallant, de volgende goederen in het kerspel Nijensteden en Hemis n.l. de tienden uit Velschedinck, Mathevredinck, Hesselinck na den dood van Rolff’s zuster Fenne; uit Hemmekinck na den dood van zijn zuster Katherenen, alsmede het patronaatsrecht in de kerken van Nijensteden en Hemis.
Ghegeven int jaer uns Heren dusent drie hundert ses ende twinticht, des Dinsche daghes vor Sancte Bonifacies daghe.
Transcriptie:
Hardenberch van die kercke van iiij tenden
Wy burchlude vnde scepene van Gore vercunden ende betugen in desen scrifte datvor onss sin ghecomen Rolff van der Maet Beatersche sien wyff ende oire rechte erffgenamen becanden ende bekennet dat sie hebben vercoeft dat guet dat sie ligghen hebben ende hadden in den kerspel to Nyensteden, ende to Hemis to deser tyt, alse den tinden to Velschedinck,ende den tinden to Mathevrendinck, die nu ledich syn, den tinden to Hesselinck na dode synre suster Ffennen den tinden to Hemmekynck na dode sinre suster Katherinen, mit deen kercklenen, to Nyensteden, ende to Hemis, den priore en der priorinnen ende den menen convente dess Berghess Sancte Marien ten Swarten Water in Sallant, vur me [.] ene summe van gelde, ghetoelt ende betaelt an reden gholde.
Ende dit guet op to draghene vor den heren van den landen, den bisscop van Vtrecht alst rech wiset Ende Rolef dit voirghenoemde guet to warene an leenscher ware doe den dach, dat die prior ende dat convente van deen kerck nen, ende den tinden scmal [.] ende groff verlenet si vmme vestenisse ende vmme ansprake, alle der ghene dess to rechte comen willen So hevet Roelf Beatersche sien wief ende ore erfnamen waerburghen ghesaet Henricke Weldamme, Swedere van Borclo, Vredericke van Saterslo, Brune van den Slade, ende dese burghe hebben ghelovet in hant heren Euerdess van Beueruorden ridder, vor dese vorwarde vul to done, Ende wair dat sake dat deser vorwarden ghenich verbroken worde, na mannighen dess priors, ende dess conventess in ener manet in to comene to Deventer in ene herberghe to lighene, also langhe vut, den priore, ende den convente were vul ghedaen Ende were dat sake dat dir burghe bynnen der tyt een storve, na mannichen dess conventes bynnen eenre ure [.] nit into comene to Deventer to ligghene also langhe vut, dat sie euen also guet, ene burghen in [.] sine staet ghesaet hebben Ende ware dat sake dat dese burghe van t eerstaves ghebode selven net lighenne muchten, So muchtense senden enem [.] man we vm die also costelike laghe, alse hie selven ligghen solde Ende ouer der vorwarden hebben ghewesen heer Henrick van Gore, heer Wolter van Risene, heer Wolter van Marclo, praester, heer Evert van Bevervorden, heer Godevart van Gore, Rolf van Coverden, Hardekin van den Thye, Vrederik van Grimbergh, Arnolt Grubben, Johan ton Rine, knapen, Henric Straele [Sernule?] die richter, Henric Scincke scepene, ende anders vele gueder lude.
In orcunde dess beleues so hebbe wy borchlude ende scepenen van Gore vorghenomet um bede willen Rolvess van der Maet Beyaterschen siness wiues ende ore erffenamen vnse seghele, an desen breeff ghehanghen
Ghegeven Int iair vnss heren Dusent Drie hundert sess ende twinticht dess dinsche daghess vor sancte bonifatiess daghe.
Afschrift in inv. no. 3 bldz. 94.
NB: Zie: Tijdr. reg. I bldz. 42-43.
Zie ook geschiedenis van het benediktinessen klooster Zwartewater bij Hasselt – 1245 bezittingen o.a. de kerk van Aldekerk door Dom. C. Damen O.S.B. in Ver. tot beoef van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, verslagen en mededelingen, 78e stuk 1963.

Tijdrekenkundig Register Overijssel deel I, blz. 042, 043 | 03-06-1326
1326 Dingsdag voor St. Bonifaas.
Zwartewater
Borglude en Schepenen van Goer, betuigen, dat Roelof van der Maet en Beatersche, zijne vrouw, ten overstaan van hen bekend hebben aan den Prior, Prorin en het Convent van St. Marie ten Zwartewater verkocht te hebben de volgende goederen in het kerspel te Nijensteden en te Hemis, als: de tienden te Velschedinck, te Mathevrendinck en te Hesselinck na doode van Roelof’s zuster Fenne; die te Hemmekinck na doode zijner zuster Cathrine, alsmede de kerkleenen te Nijenstede en Hemis, met belofte van opdragt voor den Heer van den Lande en van leenwaarborg, onder verband van leisting.
In ’t Nederduitsch. Borgen van Roelof en Beatris: Henrik Weldamme, Zweder van Borclo, Frederik van Saterslo en Brune van den Slade. Ten overstaan van de priesters van Goor, Rijssen en Marculo, Henrik, Wolter en Wolter; voorts Heeren Evert van Bevervoorde en Godevard van Gore, alsmede Roelof van Coevorden, Hardekin van den Thije, Frederik van Grimbergh, Arnold Grubbe en Johan ton Rine, knapen, Henrik….. den Rigter en Henrik Scincke, Schepen.
Naar fol. 94 van den Ligger van Zwartewaters-klooster. no. 2. 1326 feria quinta post Assumpcionem Marine.
zie Oorkonden regest 811.

Klooster Zwartewater | regest 16 | 21-08-1326
Johannes, bisschop van Trajectum, oorkondt dat zijn leenman Rodolphus van der Maet geeft aan den proost, de priorin en het convent van het klooster van Mons Sancte Marie in Zallandia, de tienden van Velschedijnck, van Matevredijnck, van Vesselijnck en Hemmekynck en het patronaatsrecht in de kerken van Nijensteden en Heme.
Datum anno Domini millesimo CCC vicesimo sexto, feria quinta post Assumptionem Beate Marie virginis.
Afschrift in inv. no. 3 bldz. 94-95.
NB: Zie: Tijdr. reg. I bldz. 43
Vroeger toegang 004.1.1 | Inv.nr. 582 | 21-08-1326
Een brief geschreven met een seer oude hant in ’t latijn, beginnende Joannes d. G. Episcopus Trajectensis. waerbij Rodolphus dictg. van der Maet, transporteert an het convent van St. Marienberg den thiende gen. Velschedinck, den thiende gen. Maetvoredinck, ende den thiende toe Hemmekinck, met Jus patronatg. der kercken in Nijensteden ende ter Heijms, sijnde tesamen lheenhoerich an den bisscop: versoeckende approbatie, diewelcke den bisscop daer bij is verlenende.
blz. 94 | Johannes, confirmatus episcopus Trajectensis, bevestigt de privilegien, geschonken aan het klooster Marienberg. Anno MCCC vicesimo sexto. (Aantekening in inv.nr. 3 blz. 2).

Oorkonden Bisschoppen | regest 725 | 21-08-1326
in aula nostra ad Daventriam … feria V post Assumptionem B. Marie Virginis.
Ten overstaan van Gerardus, proost van Daventria, Johannes Raedynck en Johannes de Cunre, ridders, Hesselus, kanunnik van Daventria, mr. Petrus, klerk van bs., Gerardus, plebaan van Dijveris, Bernardus de Walevelde, schout van Twenthia, Gerardus Heynck, Jacobus Hollen, Pelegrinus Joden e.a. bevestigt bs. den verkoop van de tienden te Velschedynck, Mateveendynck, Hesselynck en Hemmekynck en het patronaat der kerken van Nyenstede en Heme (lees: Heemse), die Rodolphus van der Maet van het Sticht in leen had en nu verkocht heeft aan priores en convent van den Mons S. Marie in Zallandia, met de beperking, dat Fenna en Kathirina, zusters van Rodolphus, het vruchtgebruik zullen behouden resp. van de tienden te Hesselynck en van die te Hemmekynck.
Zegel vermeld. | H.S. afschr. R.A. Zwolle. Ligger Zwartewater f. 94. | R.A. Arnhem. Coll. V. Rhemen H.S. 113 no. 76. .
Van den selven Johanness dei gratia episcopus traiecteum [.] Rodolphus [.] van der Maet noster vasalluss [.] personalis [.] Ith to Herdenberch hebben wy noch 1 camp off hoey maet, die verdaen is Henrick Mensen voir iiij mudde rogge loss renthe voir mynen tenden [tienden?]

Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel | deel 1, blz. 43 | 21-08-1326
1326 Feria quinta post Assumpcionem Mariae.
Johan, Bisschop te Utrecht, doet kond, dat zijn leenman Rodolf van der Maet, bovenstaande tienden, welke hier bestempeld worden met ’tam praediales quam personales et minutas’ in zijne handen opgedragen heeft ten behoeve van het Convent van St. Marienberge, met bijgevoegd verzoek, dat hij, wijl Rodolf nog wegens andere goederen zijn leenman bleef, dien verkoop goedkeuren en die tienden en die kerkleenen (jus patronatus) aan het zelve mogt toestaan; waaraan daarop door hem was voldaan, behoudens zijne en des Archdiaken’s van Deventer, regten op die kerken.
In ’t Latijn. Gedaan op ’s Bisschops hof te Deventer, in tegenwoordigheid van Heer Gerard, Proost en Archidiaken der kerk aldaar, Johan Radijnck en Johan van Cunre, Ridders, Hessel, kanunnik te Deventer, Mr. Peter, ’s Bisschops Schrijver, Gerard, den pastoor van Dieveren, Bernard van Walevelde, ’s Bisschops schulte van Twenthe, Gerard Heijnck, Jacob Hollen en Pelgrim, geheeten Joden. Naar fol. 94 en 95 van denzelfden Ligger.

Regesten van oorkonden betreffende de bisschoppen van Utrecht uit de jaren 1301-1340 | regest 745 | 05-02-1327
up S. Agaten dach.
Bs. verklaart de lieden van Nyenstede die daarbuiten geen vast goed in leen hebben, vrij te zullen houden van onrechtmatige schatting.
Zegel vermeld.
H.S. afschr. R.A.U. b.a. 370 f. 18.
Reg. Reg. bss. 540.
Druk Muller 1 139 no. 128.

Regesten van het Archief der Bisschoppen van Utrecht (722-1528) | regest 540 | 05-02-1327
up sante Aghaten dach.
Bisschop Jan verklaart de bewoners van Nyenstede vrij van onrechtmatige schatting.
Afschr. — Reg. n°. 370 fol. 18.

Oorkondenboek van Overijssel, regest 831 | 05-02-1327
De bisschop verklaart dat hij de ingezetenen van Nijensteden, die buiten die plaats geen onroerend goed van hem in leen houden, zal vrijwaren van onrechtmatige schatting.
Wi Johan, bi der ghenade Goeds bisscop t Utrecht, maken cont allen luden, dat wi al unse enlicke lude, die binnen Nyensteden wonen ende van ons buten ghien lieghende erve en hebben, quite ende vri voer ons ende voer ons nacomelinghe houden van alre onrechter b [e] scattinghe. In orconde des brieves mit onsen zeghel bezegelt. Ghegeven int jaer ons Heren 1327 up sante Aghaten dach.
Registers en Rekeningen “Het Bisdom Utrecht” 1325-1336 door S.Muller Fzn, no. 128, blz. 139.

Oorkondenboek van Overijssel | regest 866 | 15-04-1328
Datum anno Domini MCCC vicesimo octavo, feria sexta post Dominicam Quasimodo geniti.
Johannes, graaf van Bentheim, Mechtildis zijn echtgenote, Symon en Otto hun kinderen, verklaren dat zij aan Johannes de Dyest, bisschop van Traiectum, al hun rechten op de navolgende goederen hebben verkocht en overgedragen, met dien verstande dat zij hun leen- en dienstmannen van de eed en trouw jegens hen ontslaan: …[veel bezittingen o.a.] drie huizen onder Stegeren, twee huizen in Beerse, een huis in Anewede, een huis in Ane, …Herscopinc in Achterlere, …van de erfgenamen van Hensekinus de Gernere …welke goederen Hako de Rutenberghe, knape, in leen had…
Opm.: Alfaerdus de Scuren [] was toen leenman van hem over enkele erven. zie een ander boek regest 319.

Klooster Zwartewater | regest 19 | 06-03-1338
Goswijn Hundekoven, richter, en schepenen van Nyenstede oorkonden dat Herman to Ludolving met zijn echtgenoote, moeder en zuster, verkoopen aan den prior, de priorin en het convent van Sante Marienberghe in Zallant ten Zwartenwater van Sante Benedictusorde, het erf toe Ludolphingh in Diffele en in het kerspel Hemis gelegen, behoudens aan zijn moeder een levenslang onderhoud.
Ghegeven int jaar uns Heren dusent driehundert achte ende dertich, des Saterdaghes na den Sonendaghe als men singht Oculi.
Transcriptie:
Van dat guet to Diffele in Hemiss kerspel to Ludolving
Ick Goswyn Hundekoven richter ende wy mene scepene van Nyenstede doen witlich ende kundich alleden ghenen die desen breef sollen syn off horen lesen. Dat voir ons ghecomen sine Herman to Ludolving, Trude syn wyff, Ghirbrug syn moder ende Dare [] sine suster ende bekaenden dess, datsie by willen en moet ontheugnesse [] over kynder ende ore rechter eerfname vorkoeft hebben den prior, der priorynne ende den menen convente van Sante Marien berghe in Zallant toe Zwartenwater van Sante Benedictuss orde, daet goet toe Ludolphuingh, dat gheleghen iss to Diffele, in dien kerspel to Hemiss, unt aller slachte nut voer een thinsgoet, to ene brabanschen pennynck in zantghanghe Daghe (Opm. Dinah: Zantgangen is 10 oktober) in den hoef tot Ummen (Hof van Ommen) to ghevene ende deess goedess hebbet sie vor ons verteghen ende dat op ghelaten toe Nyenstede vor gherichte.
Deen voerghenomeden convente erfflike to bezittene, met Girbrug, Hermanss moder, vorghenommed sael hore lyfentich an desen gode hebben. Wan see niet langher er iss, soe comet te aent convente, vor dese vorghenomede stucken, so heeft Herman ende zyn rechte erffnamen waerburghen saet, Hughen van den Lare, Fretheris [] Frelen [Scelen], Rotthere toe Thwenhusen ende Menzen van Ane, dyt goet to warene, alss er lantrecht wiset voer alle die ghene, dess to rechte comen willen war dat sake, dat den convente, der vorghenommeden stucken ienich ghebroken wurde, so hebben die vorgheseghede burghen ghesekert in ridderss hant, alss in Gosuiss hant Hundekouess, die daer to van beyden zyden an ridders staet ghekoren waert drie daghe na der manenghe [] to Nyenstede in ene herberghe, die aen [] wiset to komene, dar to ligghen, ende neyt uet [] to komene er den vorsprokene convent ghenoch, ende vul ghedaen ware. Ware dat sake dat deser vorgheseghede burghen ienich hyr vnder sturue, sie solden binner maent, enen also goed weder in sine staed zetten, hyr over [] so hebbet ghewesen, her Stephan pape to Nyenstede, Heyne van Honnouer [], Conraed Zumelys [everlyk?], ende anderss goder lude vele In orekunt, aller deser stucke, so hebbe wy ons einghe zeghele aen desen breeff ghehanghen, ghegeven int iaer vnss heren dusent, driehundert achte ende dertich, dess saterdaghess, na den sonendaghe, alss men singht oculi.
Afschrift in inv. no. 3 bldz. 95-96.
NB: Zie: Tijdr. reg. I bldz. 57.
Voorheen Toegang 0004.1.1., inv.nr. 0582, blz. 4vo: Een besegelde transportbrieff van een goet ten Diffele in Hemijs kerspel toe Ludolving nu Lovelinck geheten de Anno 1338 Sabbath, post cantate oculi.

Oorkondenboek van Overijssel | regest 1272 | 04-11-1343
Johan, bisschop van Utrecht, verklaart dat hij de voorrechten en vrijheden, die zijn stad Ummen van zijn voorgangers heeft ontvangen, bevestigt.
Bevestiging van de stadsrechten van Ommen door Johan van Arkel:
Wi Johan, bi derghenaden Goeds bisscop tUtrecht, maken cont ende kenlic allen luden, dat wi alle die vrijheydeende privilegien, die onse stede Ummen heeft van onsen voervaderen, confirmeren ende willen, datsi vaste ende ghestade bliven. In orconde des briefs beseghelt mit onsen seghel.
Ghegheven te Nyensteden int iaer ons Heren dusend driehondert ende drie en veertich des Dinxsdaghes na Alreheylighen dach.

van Overijssel, | regest 1418 | 21-01-1348
Ghegeven na der bortunses Heren dusent drehundert veertich unde acht jaer, up s. Agnetendach der juncfrouwen.
Dideric van Jodevelde, knape, verklaart dat hij met toestemming van zijn vrouw Lizebette, zijn zuster Jutte en zijn kinderen Hille en Lizebette aan heer Ludolve van Sconevelde de hof Hademanninc of hof te Lyndelo, gelegen in het kerspel Oldensele, heeft verkocht onder belofte die hof t.z.t. voor de leenheer te zullen overdragen en kper gedurende vier jaar te zullen vrijwaren tegen uitwinning; Verkoper verklaart Henrik van Kolenderen, Willem van Redese, Eernest Horstmanne, Everd Vierlinghe en Herman [C]arnute tot borgen te hebben gesteld, die bij wanprestatie te Oldensele in een herberg in leisting zullen gaan.

Zwolse Regesten } regest 7 | 06-05-1352
In ’t jaer ons heren dusent drie hundert twee ende vijfftygh up sunte Johansdach als men schrijvet ante portam Latinam.
Johan (van Arkel), bisschop van Utrecht, verklaart, dat hij voor een tijdsduur van drie jaar met zijn steden over de Ysselen, te weten Deventer, Campen en Swolle, het  volgende overeengekomen is:
1. niemand mag in het Zallandisschen gebied tussen Holthen, Nyensteden en Emelwerden een kasteel bouwen of vergroten, behalve Voerst en Rechtere;
2. de bisschop en de drie steden zullen gezamenlijk optreden tegen degene die bij de grens een kasteel zal bouwen, een burger van een der drie steden benadeelt of een koopman die een der drie steden wil bezoeken of heeft bezocht;
3. een aanval van buiten af op een van hen vieren zal gelden als een aanval op alle vier.

Zwolse Regesten | regest 26 | 23-06-1357
In castro nostro de Vollenho anno domini millesimo tricentesimo quinquagesimoseptimo, in vigiliis natalium beati Johannis baptiste.
Johannes (van Arkel), bisschop Traiectenis,verklaart, dat hij aan de kapel van het heilige sacrament in de parochiekerk te Hasselt schenkt:
1…
2. het goed Overtyinghegoed (Avertink), dat in het kerspel Hemys (Heemse) in de marke van Redeze (Rheeze) gelegen is;
3…
4…
om daarmee een priester, die door de schout en kastelein van het bisschoppelijk kasteel in Vollenhove benoemd zal worden, in staat te stellen dagelijks een mis aan een op te richten altaar op te dragen, waatoe hij op voorstel van Jacobus de A, schout en kastelein van Vollenho, Theodericus, een geestelijke, benoemt, die uit de inkomsten tenminste 60 pond zal ontvangen, terwijl de overige inkomsten aan de bisschop zullen komen.

Oud Archief Hardenberg | regest 1 | 18-09-1362
des Sonnendaghes na Sinte Lambertsdach) (zie transcriptie akte van stadsrechten).
Privilegebrief van de Stad Hardenbergh van den jaare 1362 des zondaags na St. Lambertsdach.

Van Bisschop Joans timmeraedje zyn noch deeze
ouderwetsche rymen overigh, gelyk ik ze uit de
papieren der regeeringe aldaer hebbe uitgeschreven:
In het jaer 1358 soe men magh lesen,
Doe Joan van Arckel Bisschop t’Utrecht is gewesen,
Heeft laeten fonderen met torens ende muiren
Den Hardenbergh ein stedeken in de Overstichtsche frontuiren,
Liet daer by afbreken einen bergh hoich gedaen,
Daer op eertyts ein Conings pallas plagh te staen,
Dat de Heidenen ook hebben verdestrueert.
Aldus wert noch alle hoicheit verneert.

26-12-1362
Sunte Steffensdach; feestdag in Hardenberg ter ere van de beschermheilige.

Regesten van het Archief der Bisschoppen van Utrecht (722-1528) | regest 973 | 26-06-1364
Keizer Karel IV vergunt den bisschop van Utrecht, om ter bekostiging van het onderhoud der sloten Vredelant, Eynbruke, Erkelstein en Herdenberg, van alle in het sticht in- en uitgevoerde goederen evenveel tol te heffen als zijne naburen doen. (Ook opgenomen in eene akte dd. 1374 December 24.)
Afschr. — Reg. n°. 46 fol. 65.
Afschr. — Reg. n°. 46 fol. 66 vs.
Afschr. — Reg. n°. 53 fol. 1.

Zwolse Regesten | regest 79 | 09-10-1368
Vollenhove. In dicto castro nostro de Vullenho, anno domini trecentesimo sexagesimo octavo, in ipso die Dyonisii et eius sociorum beatorum martyrum.
Johannes de Vernenborch, bisschop Traiectensis, verklaart, dat hij de bepalingen van zijn voorganger Johannes van Arkel, destijds bisschop Traiectensem, nu Leodiensem, ten aanzien van de kapel ter ere van het sacrament in de parohiekerk van Hasselt, bevestigt, te weten, dat de inkomsten hiervan, bestaande uit:
1…
2 het erve en goed, Overtyngegued (Avertink) genaamd, dat in de parochie van Hemis (Heemse) in de marke van Redeze (Rheeze) gelegen is;
3…
4…
zullen dienen om een door de schout of kastelein van het kasteel van Vullenho, destijds Jacobus de A, te benoemen priester, destijds Theodericus, te onderhouden, waaraan hij thans nog toevoegt:
5…
6…
waarmee hij Henricus de Viernenborch, thans schout en kastelein van Vullenho, in de gelegenheid stelt Johannes de Budel, kapelaan, als tweede vicaris aan dezelfde kapel te benoemen, wel recht in het vervolg steeds aan deze kastelein zal toekomen, zodat hij alle geestelijken opdraagt naast Theodericus ook Johannes de Budel in het daadwerkelijke bezit van dit altaar en de aan deze kapel verbonden inkomsten te stellen, waarvan datgene wat de 200 pond per jaar te boven gaat, aan de bisschop zal komen.Klooster Sibculo | regest 5 | 06-08-1370
Robbrecht van Vijernenborch, schulte van Zalland verklaart dat Alfer van der Schuren heeft verkocht aan Ludeke ten Busche de tienden ten Voerwercke, grof en smal, c.a. gelegen in het kerspel en marke te Nijenstede, benevens de tienden grof en smal over Reijning in het kerspel en de marke te Hemis gelegen.
Gerichtslude: Gherd Mulaert en Jacob van Tijver.
Int jaer ons Heren dusent driehondert ende tsoventich des Dinxdaghes na zante Peters dach ad Vincula.
met het uith.z.v.d. schulte in gr.wasse.
o.n. Sibculo V.
v. Doorn T.R.

Klooster Sibculo | regest 6 | 06-08-1370
Gijse van der Schueren, verklaart dat zijn broeder Alfer van der Schueren hem heeft afgestaan de tienden ten Voerwerck, grof en smal in het kerspel en de marke te Nijensteden, en de tienden over Reijning in het kerspel en de marke te Hemis, en dat hij, Cyse, met die tienden heeft beleend Ludeke ten Bussche, te houden naar Utrechtsch leenrecht, en bij elk versterf te verheergewaden met 3 ponden.
Leenmannen: Henric die Zure, Henric van Essen die olde, Seyne Wolbertszoon, Ernst van Yselmuden en Dyric Camferbeec.
Int jaer ons Heren dusent driehondert ende tsoventich des Dinxdaghes na zante Peters dach ad Vincula.
Met de uith.z.z. van Cyse en Alfer v.d.S. in gr. wasse. | o.n. Sibculo VI. | v.Doorn T.R. | NB: Cfr. het andere stuk van ’t zelfde jaar en datum (o.n. Sibculo).

Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel deel I, blz. 083 | 06-08-1370
1370. Dingsdag na Petri ad Vincula. Sipculo.
Cijse van der Schueren doet kond, dat zijn broer Alfer voor hem en leenmannen des Bisschops van Utrecht, bovengemelde, aan hem ingevolge broederscheiding leenroerige, tienden opgedragen en afgestaan heeft, en dat hij daarop Ludeken ten Bussche, met dezelve ten Stichtschen regte had beleend, tegen een heergewaad van drie pond bij elk versterf.
In ’t Nederduitsch. Tegenwoordig als leenmannen van den Bisschop van Utrecht: Henrik de Zure, Henrik van Essen de Olde, Seijne Wolbertszoon, Ernst van Yselmuden en Dirk Camferbeeck. Met zegels van Alfer en Cijse, nagenoeg gaaf en in br. was.
Ter plaatse als voren.

Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel deel VI, blz. 129, no. 1 | 12-06-1385
Op sunte Odolphus dag: Henric ten Wolthues en Arnd Blankenvoerd komen overeen voor mijn heer te verschijnen op den eersten dag na den volgende regtdag aan deze zijde van den IJssel; dan zal mijn heer beslissen ‘wes die were mit rechte is’ van de tienden te Vrijling en te Hilbelding, in de buurschap Gheesteren, in het kerspel Oetmersen.

Zwolse Regesten | Regest 0289 | 10-04-1388
In ’t jaer ons heren dusent driehondert acht ende tachtentich des tienden dages in aprielle.
Florens (van Wevelinkhoven), bisschop van Utrecht, verklaart in aanwezigheid van Johan Sloet en Herman van Hunloe, zijn leenmannen, dat op des dinxdages na sinte Egidiusdach, dat die negende dach was van september in den jaer van twe en tachtentich nu naest verleden (9 september 1382) Johan, heer van Cuenre, Henric, heer van Dorrete, ridders, Henric de Zuere, Helmich de Zuere, Gosen Alpherssoene, Gerbert van Holleseynde, Cyse van der Schure, Henric Stelling die olde, Henric Stelling die jonge, Johan Alferssoene, geheten Rodenkak, Henric Schaepe, Willem Morriken van Catenhorst, Henric van Haersolte, Herman van der Eze, Johan Hagen, Huge van der Halle, Arent Stompe, Rolof Wevel, Gosen Ludickenssoene en Willem Morre van Campen, Henric van Schederic en Johan Ludickenssoene van Swolle in het gericht te Vollenhoe op verzoek van de nabestaanden van de op de drie dagen na — den jaere ons heren doe men schreef dusent driehondert twee ende tachtentich des derden daeges in der maent augustus (6 augustus 1382) door Vriesen uit Stellingwerf en vooral uit Spangen, Scherpenzeel en Monnickbure in strijd met de in den jaer ons heren dusent dryehondert ende tachtentich des naesten dage na sinte Odulphusdage (op 13 juni 1380) voor twintig jaar gesloten vrede vermoorde Everdt van Essen, de inwoners van de drie kerspelen Spangen, Scherpenzeel en Monnickbure als vredebrekers vervallen van hun lenen verklaard hebben, zodat de bisschop de erven en goederen, die toebehoorden aan de in Spangerkerspel woonachtige zonen van Johan Schuring, aan Johan Haghen verkocht en beleend heeft ten behoeve van de bouw en versterking van de sloten te Vollenhoe en Hardenberghe.

Zwolse regesten | regest 313 | 03-12-1389
Keulen, Datum Colonie in hospitio habitationis nostre sito infra emunitatem ecclesie sanctorumapostolorum Coloniensis — sub anno nativitatis domini millesimo trecentesimo octuagesimo nono, die tertia mensis decembris.
Theodericus, deken van de kerk sanctorum apostolorum Coloniensis, rechter en beschermer van de privileges van de deken, kanunniken en het kapittel van de kerk sancti Lebuini Daventriensis in het bisdom Traiectensis, verklaart, daartoe speciaal door de paus gemachtigd, tegenover Florentius (van Wevelinckhoven), bisschop Traiectensis, en de pastoors van de parochiekerken in Daventria, Campensis, Swollis, Hasselt, Ghenemuden, Wije, Raelte, Ummenen en Nyenstede, dat hij, aangezien Florens (van Wevelinkhoven), bisschop Traiectensis, als scheidsrechter in het geschil, ontstaan tussen de deken en het kapittel van de kerk Daventriensis enerzijds en Egbertus de Gramsberghe, knape, anderzijds over zekere novale tienden in de parochie Nyenstede en Gramsberghe en omgeving in tegenwoordigheid van de officiaal, de proost en de aartsdiaken van de kerk sancti Lebuini Daventriensis het volgende:
1. op straffe van betaling van 100 goudguldens, voor de ene helft bestemd om missen van te houden en voor de andere helft voor de armen bestemd, zullen, overeenkomstig de akte in ’t iaer ons heren dusent dryehondert acht ende tachtentich des seventyenden dages in augusto (d. d. 17 augustus 1388) alle novale tienden in het kerspel van Nyensteden aan de deken en het kapittel van de kerk van Deventer toekomen;
2. aangezien alle novale tienden in de vrijheid van Gramsberghe, Berghenreholt tussen de Scheen, Holtheem en het huis te Gramsberghe langs de Vechte gelegen, blijkens de privileges aan de deken en het kapittel van de kerk van Deventer toebehoren, maar Egbertus de Gramsberghe deze tienden toch wederrechtelijk in zijn bezit houdt, legt hij Egbertus de Gramsberghe op deze novale tienden op straffe van 200 goudguldens, waarvan de ene helft bestemd is voor de armen en de andere helft voor de bouw van de kerk Coloniensis ten behoeve van de deken en het kapittel van de kerk Daventriensis te ontruimen;
3. hij machtigt de wereldlijke overheden Egbertus de Gramsberghe te arresteren voor het geval hij hier ook na twintig dagen nog geen gevolg aan zou geven en hem deze regeling met geweld op te leggen.

Zwolse regesten | regest 323 | 13-05-1390
In ’t iair ons heren dusent driehondert ende neghentich op sante Servatiusdach.
Dirck Cloet, richter ten Hardenberghe, verklaart in aanwezigheid van Godert van Oestenwolde, Dirck Kamferbeke, Ludeken ten Bussche en Gheerlich die Cadeneter als gerichtslieden, dat Evert van Herst en Enghelbert, zijn broer, aan Hillebrant de Bleke 1/8 van een edel eigen erve verkocht hebben, ’t Holthoensche genaamd, die in de buurschap toe Redese (Rheeze) in het kerspel toe Hemesche (Heemse) en in het gericht ten Hardenberghe gelegen is.

Huis Almelo | regest 125 | 21-12-1391
Florens van Wevelinchoven, bisschop van Utrecht, schenkt aan de ridders en mannen van Twenthe, die hebben bijgedragen aan de schatting tot lossing van die Lutte van de heer van Steynvorde en tot afbetaling van Twentes aandeel in de afkoopsom van de vete met de heer van Ottensteyne, tolvrijdom te Hardenberg en Nijerbruggen.
Datering: To Deventer.
NB: Origineel charter (inv.nr. 3634), met het geschonden zegel van de bisschop.

Archief Bisschoppen | regest 1143 | 21-12-1391
Bisschop Florens schenkt aan de ridders en mannen van Twente, die bijgedragen hebben in de schatting, bestemd tot lossing van die Lutte van den heer van Steynvorde en tot afbetaling van Twente’s aandeel in de afkoopsom der veete van den heer van Ottensteyne, tolvrijheid te Hardenberg en Nyebrugge.
Afschr. — Reg. n°. 3I fol. 1.

Oorkonden in Overijssel | regest 1185 | 21-12-1391
Florens van Wevelinckhoven, bisschop van Utrecht, verklaart aan de burgers van Oetmerssem, die bij hebben gedragen tot de bede en de schatting voor de lossing van de Lutte van de heer van Steenvorde, en tot betaling van de som, waarmee Twente belast was tengevolge van de vete met de heer van Ottensteyne, vrijdom van tol te verlenen te Hardenberge en Nijerbrugge.
Hs.: Oorspr. charter in het G.A. van Ootmarsum.
Regest: Hattink, Archief Ootmarsum, blz. 6 no. 14.
Vermeld: Formsma, Archoef Ootmarsum, blz. 19 no. 32.

Oorkonden Overijssel | regest 1186 | 21-12-1391
Florens, bisschop van Utrecht,schenkt aan de ridders en mannen van Twente, die hebben bijgedragen in de schatting, bestemd tot lossing van die Lutte van de heer van Steynvorde en tot afbetaling van Twent’s aandeel in de afkoopsom der vete van de heer van Ottensteyn, tolvrijdom te Hardenberg en Nyebrugge.
Hs.: Afschrift in het R.A. in Utrecht, B.A. no. 3.I fol. 1.
Regest: Muller, Reg. bisschoppen, I no. 1143.
Druk: Dumbar, Deventer, I blz. 622.

Zwolse regesten | regest 379| 23-11-1393
In ’t jaer ons heren dusent dreehondert dree ende neghentich op sante Clemensdach.
Herman van Randenrade, ridder, ambtman van Zalland, verklaart in aanwezigheid van Henric van Haersolte, Herman van Haersolt, zijn broer, en van Conradus van der Luere als gerichtslieden, dat Jacob van Tyver Hermanszone aan Ghese Grymmen, zijn vrouw, de grove en smalle tiend geschonken heeft van het goed, Oestmanning genaamd, dat in de buurschap en het kerspel Hemese (Heemse) gelegen is, benevens zijn aandeel in een jaarrente van 4 mud rogge, gaande uit het erve, den Nyenhuys genaamd, dat te Eryen (Arriën) gelegen is.
(De uithangende zegels van Herman van Randenrode, ambtman van Salland, en van Jacob van den Tyver zijn vrijwel geheel afgevallen).

Zwolse Regesten | regest 623 | 05-08-1402
Te Deventer in den jaer ons heren dusent vierhondert ende twe des zaterdaghes na sente Petersdach ad vincula.
Frederic van Blanckenhem, bisschop van Utrecht, verklaart, dat hij zelf ondervonden heeft, wat reeds dikwijls door de steden en het land van Zalland gezegd is, namelijk, dat de weg tussen Ane in het kerspel van Hardenberghe aan de ene kant en Coeverde aan de andere kant vaak zo vol diepe plassen en slecht blijkt te zijn, dat niemand er zonder levensgevaar te paard of te voet over kan gaan, zodat hij daarom ten behoeve van de inwoners van het Sticht en van de kooplieden een betere weg tussen Ane en Coeverden aan wil leggen, waar men zowel ’s zomers als ’s winters te paard en te voet of met beesten gebruik van zal kunnen maken, maar, aangezien, dit met veel kosten gepaard zal gaan omdat men door een groot stuk veengebied zal moeten gaan, is hij met de drie hoofdsteden van Zallant, te weten Deventer, Campen en Zwolle, overeengekomen, dat zij hem daarbij financieel zullen helpen, op voorwaarde, dat alle gebruikers vab deze weg, behalve de burgers van Deventer, Campen en Zwolle en hun goederen, ten behoeve van het onderhoud van deze weg onderworpen zullen zijn aan een weggeld, dat even hoog zal zijn als het weggeld, dat men te Gramsberghe van de kooplieden pleegt te heffen.

Klooster Sibculo | regest 19 | 01-09-1403
Rolof van den Zande, richter te Hardenbergh, verklaart dat Herman die koster, Rémmelt zijn zoon, Egbert ten Oestendarpe, Johan Reyning en Volker Aneking, waarvan sommige 60 en meer jaren oud zijn, getuigd hebben dat de Crummehof, gelegen in het kerspel van Hardenberch in de marke van Heijmese een edel, onverbroken eigen was, hetgeen zij ook van hunne ouders hadden gehoord.
Koernoten: Johan Schonekamp, Egbert Velding, en Goede van Kreijenschote.
Ghegeven int jaer ons Heren dusent vierhundert ende drie op sunte Egidius dach.
Met het uith. z.v.d. richter in gr. wasse. | o.n. Sibculo XV.

Tijdrekenkundig Register | 01-09-1403
Op St. Aegidius. Roelof van den Zande, gezworenen Richter te Hardenberg, doet kond, dat Herman De Coster, Remmelt zijn zoon, Egbert ten Oostendorpe, Johan Reining en Volker Aveking, aan sommige van welke wel 60 jaar lang of meerder heugde, Ten overstaan van hem en keurnoten hebben verklaard, dat de Krommehof, in het kerspel van den Hardenberg en marke van Heemse gelegen, een onverbroken een edel eigen was, en dat zij zulks ook wel gehoord hadden van hun ouders, wier geheugen nog 60 jaar verder had gereikt.
In het Nederduits. | Keurnoten: Johan Schonekamp, Egbert Velding en Goede van Kreijenschote.

Klooster Sibculo | regest 34 | 13-09-1420
Johan van Rechter, schulte toe den Hardenberge, verklaart dat Herman van den Bruggenberghe en Ghijsele zijne vrouw verkocht hebben aan Herman Rechter en Jutte zijne vrouw als edel eigen goed, hun land en hooiland gelegen in het kerspel Hardenberg, in de buurschap te Colendoern, zooals dat vroeger toebehoorde aan Rutgher van Yunne.
Gerichteslude: Lephard van Bergenthem en Boele van Vilsteren.
Ghegeven int jaer ons Heren duysent vierhondert ende twintich op des heilighen Grucis avend exaltatio.
Met de uith.z.z.v.d. schulte en Herman v.d.B.in gr. wasse. (zie charter 152) | o.n. Sibculo XXIV. | v.Doorn T.R.

Klooster Sibculo | Regest 36 | 19-08-1421
Willem Henrixsoen, richter ten Hardenberge, verklaart dat Lubbert ter Boket, Albert ter Boket, Ludeken Richtering, Geerd Henning, Egbert ten Dijenhuus, Geerd Overhoff, Claes van Millingen, Roloff Oelreking, Albert Riquijn, en de Raadslieden van den Heiligen Geest van Zwolle, als erfgenamen van de geheele marke en buurschap van Brucht, hebben verkocht aan Egbert Wolbertszone de geheele overloop van Bruchter-mersche, geheeten de Steckeshuerne, aan beide zijden van het water, c.a., gelegen in de marke van Brucht, in het gericht van Hardenberg.
Gerichtslude: Johannes toe Veltcampe, en Lambert Smid.
Gegeven in den jaer onss Heren dusent veerhondert een ende twintich des Dinxedages na Onser Lever Vrouwen Assumptio.
Het z.v.d. richter is afgevallen. (zie charter 153) | o.n. Sibculo XXVI.

Tijdrekenkundig Register | 19-08-1421
Dinsdag na Onze Vrouw Assumtio
Willem Hendrikszoon, richter te Hardenberg, doet kond dat Lubbert en Albert ter Boket, Ludeken Richtering, Geert Henning, Egbert ten Nijenhuus, Geert Overhoff, Klaas van Millingen, Roelof Oelreking, Albert Riquijn, alsmede de Raadlude van den heiligen Geest van Zwolle, als erfgenamen der gehele marke en buurschap van Brucht, voor zich, hunne erfgenamen en nakomelingen, bezitters dier marke, ten overstaan van hem en in tegenwoordigheid van gerichtslude, overgedragen hebben op Egbert Wolbertszone en erfgenamen, de gehele overloop van Bruchtermarsch, geheten de Heckeshuerne, aan beide zijden des waters ‘ datter ongemeten en ongesclagen is’ gelegen in die marke, onder het gericht van Hardenberg.
Gerichtslude: Johan toe Veltcampe en Lambert Smid. Zegel van richter afgevallen.

Klooster Sibculo | regest 38 | 26-01-1422
Cyse van der Schuren, als leenheer, en Alpher van der Schueren zijn momber, verklaren, dat Gheert ten Busche heeft in leen opgedragen aan Prior en Convent in Galilea te Zebekeloe de grove en smalle tienden ten Verwerke, gelegen in het kerspel Hardenberghe, buurschap Nijenstede en de tiende gr. en sm. over Reijninck, gelegen in het kerspel en de buurschap Hemijs (Heemse) zooals Gheert die in leen placht te houden van Helmich van der Schuren, Cyse;’s vader, te verheergewaden met 3 oude ponden onder hulderschap van Herman van Rechter.
Leenmannen van het sticht: Sweder Schotte en Gheert Mulert.
Ghegheven int jaer onses heren dusent vierhundert ende twe ende twintich des anderen daghes nae sunte Pauwelsdach conversionis.
Met de uith.z.z.v. Alpher v.d.S. en v.G.t.B. in gr. wasse. | o.n. Sibculo XXVIII, annex XXVIIIa. en XXVIIIb. | v. Doorn T.R.

Klooster Sibculo | regest 44 | 10-08-1423
Albert Crullinc, richter te Hardenberghe, verklaart dat Henric die Hovesche, Henric Essinc, Jan Maes, de jonge, Jan Maes, zijn vader, Robert Middesderping, Ghert Waterman, Ghert, Lambert, Henrick en Egbert Pading, als mede erfgenamen der marke van Bergenthem, hebben verkocht en overgedragen aan Prior en Convant te Galilea in Zibekelo hun aandeel aan hunne “waertale” van de hofstede van hunnen uithof te Marienborch c.a. met een stuk land gelegen bij den Ulencamp.
Beschrijving vervolg: Gerichtslude: Albert Bole van Vilsteren en Rolof ter Maet.
Int jaer ons Heren dusent vierhondert ende XXIII up sinte Laurentiusdach.
Met het uith.z.v.d. richter in gr. wasse. | In dorso: “van Marienborch”. | o.n. Sibculo XXVIIa. | v. Doorn T.R.

Klooster Sibculo | regest 56 | 24-04-1432
Arnt Blanckevoert, richter ten Herdenberghe, verklaart dat Lambert Pademans verkocht heeft aan Prior en Convent van Galileen, anders geheeten Zibekeloe, ord.Bern., een stuk lands van Veldinc, gelegen ten oosten van Volmerinc camp, in het kerspel van Hardenberghe, buurschap Bergenthem, onder garantie voor ongestoord bezit.
Gerichteslude: Johannes Veltcamp en Egbert Wulbede.
Gegeven int jaer ons Heren dusent vierhondert twe ende dertich op sente Mercus avont die Ewangelist.
Met het uith.z. van Arnt B. in gr. wasse. | o.n. Sibculo XXXVI. | v. Doorn T.R.

Klooster Sibculo | regest 45 | 21-02-1433
Herder Staels verklaart te hebben verkocht aan Mille Scapes met haar kinderen Henrick, Roloff en Barbara Scapes, een rente van 6 mud rogge Zwolse maat uit zijn erf ten Crumenhave, gelegen in de buurschap, markt en het kerspel Hemisse; onder mededeling dat hij die rente met hand en mond aan kopers heeft geleverd.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 25 (blz. 49), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Petersavent ad CathedramZie:no. 46..NB:Als dedingslieden worden genoemd Roloff ter Maet, Frederick van Diffelen, Lefert van Berghenthem, Johannes Stael en Lambert die Smyt.

Klooster Sibculo | regest 193 | 26-07-1440
Mechtelt van Zeelwert verklaart, met toestemming van haar man Henrick van Zeelwert, verkocht te hebben aan Johan van Reddese een rente van 2 mud winterrogge Zwolse marktmaat uit haar goed Avekinck, gelegen in de buurschap Beerze en het kerspel Ummen; waarop de leenheer Henrick van Gramsberghe op verzoek van Henrick van Zeelweert zijn goedkeuring hecht aan die verkoop.
Hs: Afschrift in Cartularium II, fol. 124 vs. (blz. 248), in het archief van het klooster Sibculo.
Des Dinxedaghes nae s. Jacob.
Zie: no. 185 en 194.

Klooster Sibculo | regest 128 | 08-05-1446
Henrick van Gramsberghe verklaart, dat hij heeft verkocht aan Bernd de Schomaker en zijn vrouw Wobbe een rente van 1 mud rogge Zwolse marktmaat uit zijn erf ter Molen, gelegen in de buurschap en de mark van Berhenthem, en het kerspel Hardenbergh, onder belofte van vrijwaring.
Des Sonnendaghes nae Meydaghe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 76 (blz. 151), in het archief van het klooster Sibculo.
Zie: no. 129.

Zwolse Regesten nr. 1939 | 08-05-1446
In den jaer ons heren MCCCCXLVI des sonnendaghes nae meydaghe.
Henrick van Gramsberghe verklaart, dat hij aan Bernd de Schomaker en Wobbe, zijn vrouw, een jaarrente van een mud goede, droge rogge, gemeten met Zwolsche stadsmarktmaat, verkocht heeft, gaande uit zijn erve en goed, ter Molen genaamd, dat in de buurschap en marke van Berghenthem in het kerspel van Hardenberghe gelegen is, waarvan de koopsom aan Egbert Wermynck, zijn meier, van het erve en goed, ter Molen genaamd, die daar ook woont, betaald is, wat ieder jaar op straffe van panding op sunte Philippus ende sunte Jacobsdach of mydaghe (1 mei) of binnen acht dagen daarvoor of daarna betaald dient te worden.

Klooster Sibculo | regest 187 | 23-06-1447
Arnt Blanckefoert, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat jonker Henrick van Gramsberghe verkocht heeft aan Johan van Redesse een vaste rente van 5 mud rogge Zwolse maat uit het erf Elverkinghe, gelegen in de buurschap en mark Loezen, en kerspel en gericht Hardenbergh; en dat verkoper die rente onder belofte van vrijwaring heeft geleverd.
Op s. Johannesavent in den myddensomer.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 119 vs. (blz. 238), in het archief van het klooster Sibculo. | NB: Als keurnoten worden genoemd Leffert van Berghenthem en Henrick die Kremer. | Zie: no. 185.

Zwolse regesten nr. 1984 | 23-06-1447
In ’t jaer ons heren MCCCCXLVII op sunte Johansavent in den myddensomer.
Arnt Blanckefort, richter ten Hardenberghe, verklaart in aanwezigheid van Leffert van Berghenthem en Henrick die Kremer als gerichtslieden, dat jonker Henrick van Gramsberghe aan Johan van Redesse een jaarrente van 5 mud goede, droge pachtrogge, gemeten met Swolsche stadsmarktmaat, verkocht heeft, gaande uit zijn erve en goed, Elverkinghe genaamd, dat in de buurschap en marke van Loezen (Loozen) en in het kerspel en gericht van Hardenberghe gelegen is, wat ieder jaar op straffe van panding op sunte Mertensdach in den winter (11 november) of binnen acht dagen daarvoor of daarna in de stad Hardenberghe in het huis van Arnt Blanckefoird of in een schip geleverd dient te worden.

Klooster Sibculo | regest 89 | 13-07-1447
Ghert Sticker, richter te Ummen, verklaart dat Willem ten Ghetekathe heeft vergund aan Henrick van Gramsbergen den terugkoop van de jaarrente in rogge, welke deze hem verkocht heeft uit zijn geheele erve Stenvordinck, gelegen in het kerspel en gericht van Ummen, buurschap Yonne, voor 60 overl. gouden rijnsche gld.
Int jaer ons heren MCCCCXLVII ipso Margarethe Virginis martyris.
Cart.v.Sibculo fol. 51. | v. Doorn. | Aanh.

Klooster Albergen | regest 240 | 09-06-1449
Johan van Gravestorpe bekent aan prior en convent te Alberghen zestien Rijnse guldens schuldig te zijn, waarvan hij er jaarlijks met kerstmis drie terug zal betalen, die bij gebreke daarvan uitgewonnen kunnen worden uit zijn erven Zalmeling te Emmenichen en Mersching te Hardenbergh.
Zegel verloren. (Inv. 118.) Mede beschreven in T.R., III, 78.
Datering: op den dach Primi et Feliciani der hiligher mertelers.

Klooster Sibculo | regest 189 | 07-01-1450
Arnt Blanckefoirt, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Herman Staell verkocht heeft aan Johan van Reedse een rente van 8 1/2 mud rogge uit zijn erf Scultinck, gelegen in de buurschap en mark Aene, en kerspel en gericht Hardenbergh.
Des Wonsdaghes nae Drier heilighe Koninghedaghe.
Hs.: Afschrift van een vidimus van B.S.R. van Zwolle (23 april 1491), in Cartularium II, fol. 121 vs. (blz. 242), in het archief van het klooster Sibculo. | Zie: no. 190 en 191. | NB: Mede bezegeld door Herder Stael, vader van Herman.

Klooster Sibculo | regest 48 | 08-01-1451
Arnt Blanckefort, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Derck Volckerssone en zijn vrouw Dedele met hun kinderen Egbert, Folker, Johan, Fenne en Ghese aan prior en convent van Zybekeloe hebben overgedragen en geleverd een rente van 6 mud rogge, behoudens het recht van wederkoop van de heerlijkheid Gramsberghe met 13 Overlandse Rijnse gulden voor elk mud rogge.
Des naesten Vriedages post Epinhanie.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 27 (blz. 53), in het archief van het klooster Sibculo. | Zie: no. 47. | NB: Als keurnoten worden genoemd Lefert van Berghenthem en Conraet Grevynckraden.

Klooster Sibculo | regest 140 | 31-01-1452
Arnt Blanckefoert, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Henrick Tybes en zijn vrouw Ghese aan Derck Volkerszoene en zijn vrouw Dedile hebben verkocht een rente van 2 mud rogge uit een perceel land in Badeler es, onder belofte van vrijwaring.
Des Manendaghes voir Lichtmissendaghe ghehieten Purificacio Marie.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 85 (blz. 169), in het archief van het klooster Sibculo. | Zie: no. 142. | NB: Als keurnoten worden genoemd Albert die Smyt en Ghert die Smyt.

Klooster Sibculo | regest 141| 12-04-1452
Arnt Blanckefoert, richter te Hardenberch, oordkondt dat Derck van Redze, Frederick van Diffell, Boldewyn van Diffelen en Roloff Scaepshofft, kerkmeesters van de kerk te Heemse, voor het kerspel Heemse verkocht hebben aan Derck Volkerssoene en zijn vrouw Dedele een rente van 6 schepel rogge uit een maat in Kalendermaeden en uit een perceel land bij de Kerkhoeve te Heemse; en dat verkopers die rente aan kopers hebben geleverd.
Des Wonsdaghes nae Paeschedaghe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 85 vs. in het archief van het klooster Sibculo. | Zie: no. 142. | NB: Als keurnoten worden genoemd Derck Holtinck en Roloff Otten.

Klooster Sibculo | regest 188 | 11-03-1453
Arnt Blanckefoert, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Roloff Hondeberch de Oude en zijn zoon Roloff verkocht hebben aan Johan van Redesse een rente van 6 mud rogge Zwolse maat uit hun erf Willinck, gelegen in de buurschap en mark Aene, en kerspel en gericht Hardenbergh.
Op s.Gregoriusavent des heiligen pawes.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 120 (blz. 239), in het archief van het klooster Sibculo. | NB: Als keurnoten worden genoemd Lefert van Berghenthem en Hendrick die Kremer.

Klooster Sibculo | regest 109 | 26-02-1456
Steven Kamferbeke, richter ten Hardenberghe, verklaart dat Hinrick Veltcamp, alias Hemekinck, en Alijt zijne vrouw hebben verkocht aan Prior en Convent van Galilea in Zibekeloe, ord.Bern., de grove en smalle tienden over het erf en goed te Mestelse, in de buurschap Loezen, en voorts nog de tienden over 7 anderen stukken, met name in het stuk genoemd, alles in het kerspel en gericht van Hardenberghe gelegen.
Koernoten: Leefert van Bergenthem en Hinrick Brunynck.
Ghegeven in den jaren ons Heren dusent vierhondert ende sees ende vijftich des anderen daghes na sunte Mathiasdach des hillighen Apostels.
Met het uith. (besch.) z.v.d. richter in gr.w. | o.n. Sibculo LXIII. | v. Doorn T.R. | (anno bissextili).

Zwolse Regesten | regest 2335a | 28-09-1458
Gegeven in den jare uns hern dusent verhundert achte end viftich up sante Michelsavent das hilligen aersengels.
Bernardus Storm en Johann Egbertessoen, kerkmeesters van de sunte Bonefaciuskerken te Gramsberge, verklaren in aanwezigheid van Egbert Sconekamp, ambtman der herschuep van Gramsberge, dat zij aan Geerde van der Linden en Hylle, zijn vrouw, een mud goede, droge pachtrogge, gemeten met Zwollischer stadsmarktmaat, verkocht hebben, gaande uit twee stukken roggeland, te weten de Ulenkamp en een daarbij gelegen stuk land, die op de es in Diffelenn in het kerspel van Hemisse en het gericht van Hardenberghe gelegen zijn, die Bertelt ten Hove gebruikt en waaruit nog een mud rogge ten behoeve van de kosterij van Gramsberge gaat, wat ieder jaar op sunte Merten in den winter (11 november) of binnen veertien dagen daarna op straffe van panding in hun huis te Gramsberge geleverd dient te worden, alles overeenkomstig een desbetreffende, bezegelde akte, die ze hierbij aan Gerd van der Linden en Hille, zijn vrouw, overdragen.

Klooster Sibculo | regest 44 | 04-03-1459
Steven Kampherbeecke, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Henrick Veltcamp gen. Hemekinck en zijn vrouw Alijt met haar broer Ghert Odinck hebben verkohct aan Volker Derckessone te Diffelen een rente van 2 mud rogge Zwolse maat uit het erf Odinck, gelegen in de buurschap Kalender (Kollendoorn) en het kerspel Heemse en het gericht Hardenberghe; en dat verkopers die rente aan koper hebben geleverd.
Ipso die Esto michi.
NB: Als keurnoten worden genoemd Hermen Scuttorp en Johan Hemekinck.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 24 vs. (blz. 48), in het archief van het klooster Sibculo.

Zwolse Regesten | regest 2419 | 24-01-1461
Op sunte Pauwelsavent conversionis.
De kerk van Essende, in het bisdom van Keulen verklaart dat Willem to Ghetecate aan de prior, procurator en het convent van Zybekeloe (Sibculo) een jaarrente van 6 herenpond verkocht heeft.

Zwolse Regesten | regest 2465 | 05-06-1462
In ’t jair ons heren dusent vyrhondert twe ende tsestich op sunte Bonifaciusdach des heiligen martelairs.
Steven Camferbeke, richter te Herdenberge, verklaart in aanwezigheid van Johan Potghieter en Henric van der Haer als gerichtslieden, dat Arnt van Lent, priester, Evesse (van Lent), zijn zuster, met Andries Telvoeren, haar man als haar momber, Lutgherd (van Lent), hun zuster, met Bernt Henricssoen, haar man als momber, en Egbert Busschingg aan de zusters en maagden van het begijnenhuis ten Bussche (Buschklooster), dat buiten de Zassingpoerte te Zwoll gelegen is, hun aandeel verkocht hebben in de erfenis van Bette Todden, hun nicht, die zuster in het begijnenhuis ten Busch is, met name de grove en smalle tienden, gaande uit het erve en goed, Oestmaninck genaamd, dat van de erfgenamen van Lefert van Berghenthem is en dat in de buurschap van Hemysse (Heemse) in het gericht van Herdenberge gelegen is.

Familiearchief Van Essen | regest 60 | 06-12-1463
Johan van Essende, Derck Kamferbeke, Goedert van den Water en Derick van der Schulenborch, bruidsmannen van Willem van Essende, en Aernt Kale, Gerbrant ten Busch Hermanssoen, Johan van Hoenhorst en Tydeman ten Busch, bruidsmannen van Wobbeken echte dochter van wijlen Ludeken Kalen, oorkonden de huwelijkse voorwaarden tussen Willem en Wobbeken voornoemd, waarbij hij al zijn goed inbrengt en Trude Kalen, weduwe, met Rembolt ten Busch, haar broer en gekozen voogd, voor Wobbeken inbrengt van haar vaders goed de helft van een erf en goed te Brocht in het kerspel Hardenberg, zoals dit van Derick Holtinck gekocht is, en 100 herenponden aan pacht, te betalen van de 100 oude schilden, die Trude zal innen van het hout te Arijen.
Datering: Des dincxdages nae Sante Andries dage.
Oorspronkelijk op perkament (inv.nr. 8) met uithangende zegels in groene was van de oorkonders (dat van Derck Kamferbeke ontbreekt en dat van Johan van Hoenhorst is zwaar beschadigd).

Regesten van het Archief der Bisschoppen van Utrecht (722-1528) | regest 4015 | 29-06-1464

Bisschop David beleent Evert van Wytmen met den tiend van het erf Radewijck in het kerspel Herdenberge buurschap Nyenstede, door verzuim ledig geworden.
Afschr. — Reg. no. 277 fol. 82.

Tijdrekenkundig Register Overijssel, deel IV, blz. 165 | 29-06-1464
David etc. beleent om trouwe bewezen en nog te bewijzen diensten Evert van Wijtmen, met het verzuimd leen de grove en smalle tienden over het erve Radewijk, in de buurschap Nijenstede, onder het kerspel Hardenberg, als een Stichtsleen.
Gedaan te Duurstede.
Tegenwoordig: Johan van Jutfaes en Albert van Rijn.
(zie verder 1474-10-31).

Zwolse Regesten | regest 2526 | 29-06-1464
Op onsen slote tot Duerstede in ’t jair onss heren dusent CCCCLXIIII opten XXIXen dach in junio.
David van Bourgoen(dië), bisschop van Utrecht, verklaart in aanwezigheid van Johan van Jutfaes en Albert van Rijn als zijn leenmannen, dat hij Evert van Wytmen wegens door hem bewezen diensten aan de bisschop en het Sticht beleend heeft met de grove en smalle tienden, gaande uit het erve, Radewijck genaamd, dat in de buurschap van Nyenstede in het kerspel van Herdenberge gelegen is en dat een vrijgevallen leengoed van het Sticht is.
Hs.: Afschrift. N.B. In de marge: Hyernae folio 107 beleent Haesset, sijn dochter.
Aw.: R.A. Utrecht; Bisschoppelijk archief, Leenregister van het Oversticht (inv. no. 277), fol. 82.

Klooster Sibculo | regest 143 | 10-11-1464
Broeder Gherlich, prior, en het convent van het klooster Galilea in Zybekeloe, ord.Bern., verklaren schuldig te zijn aan Roloff Schaepshoefft te Heemse eene jaarlijksche rente van 4 mudden rogge, zoolang hij leeft, onder verband van des kloosters goederen.
Anno M°CCCCLXIIII in profesto martini Episcopi.
In margine: “vacat”. | Cart.v.Sibculo fol. 7vo. | v. Doorn. | Aanh. T.R.

Huis Vilsteren | regest 7 | 23-04-1468
Dirick van Reedse oorkondt dat hij heeft verkocht aan Egberte van Vilsteren:
het erve en goed geheten de Ylike, gelegen te Holtheeme in het kerspel van den Hardenberghe; het erve en goed geheten dat Westerhuus, gelegen in de buurschap Lutten in het kerspel van den Hardenberghe; Raetmering te Reedze in het kerspel van Heemse; de tienden grof en smal over Her Hermening te Dyffele; de tiende grof en smal over den Vulenbroeck te Diffele; de tienden over den Hulbusch te Hemisse in het gelijknamige kerspel; de tienden over de molen te Berghenthem en over den Huuscamp; twee tienden te Delden op den Essche; in het kerspel van Velthusen van de Langhencampe jaarlijks dertig schepel zaad, een halve waar uit de Steghe te Gravesdorpe, van Loehuis te Gravesdorpe twintig schepel zaad en de smalle tienden, twee molt zaad over Deetmering te Hilten, dertig schepel zaad van Masseling te Ghetele, de tienden over Dellen in het kerspel van UUlssenen; het erve Meyering te Ghetele; het erve Wigbolding te Oesterghetele; de tienden grof en smal over Coenrading te Hardinghen; jaarlijks een Groningse mudde roggen uit Ghelsing te Holtheme; welke goederen hij ten behoeve van de koper aan de leenheer heeft opgedragen.
Getuigen: Roloff Fredericksone en Egbert Lambertsoen.
Zie:939. NB:Origineel charter met het zegel van Van Reedse in bruine was.
In dorso:”Coepbreeff der guden die Engelbert van Vilsteren van Deerck van Reedze gecoft heeft ende Derck selven besegelt”. “Die coette nyet inne benoempt”.

Klooster Sibculo | regest 153 | 20-06-1468
Henrick van der Eze, van Grammesberge, heer te Empnichem, en juffer Agneze van der Eze van Grammenberghe verklaren geruild te hebben het goed Rengerding c.a., kerspel Ulsen, buurschap Itterbeke, door hen ingelost van Pater en Convent van Galileen te Zebekeloe, tegen het goed Assenhoff bij Rodewijck, in het kerspel Hardenbergh, behoorende aan Geerd ten Velde en Ghebbe diens vrouw. Dedings- en wijncoopslieden: Arnt Reijgher, Gert van Tuel, Harmen Scroder en Johan Keding, ambtman van Grammesberge.
Gegheven in den jaer ons Heren dusent vierhondert ende acht ende tsestich up den Maendach nae des hillighen Sacramentesdach.
Met het uith.z.v.Henrick v.d.E. | o.n. Sibculo LXXXVIII annex LXXXVIIIa. | v. Doorn T.R.

Klooster Sibculo | regest 155 | 31-12-1468
Ghert van Tuell, richter ten Herdenberch, verklaart dat Wychmoet van Diffele en Marike hare zuster, dochter van wijlen Ffrederick van Diffele, met Cloet Cammes als momber, hebben verkocht aan Prior en Convent van Galilea in Zybekeloe, ord. St.Bern., eene jaarlijksche rente van zeven mudde wintterrogge, uit haar aandeel in het goed Nijenhuus, kerspel van Heemse, buurschap Diffele.
Koernoten: Egbert en Hermen Amsen gebrs.
Int jaer ons Heren dusent vierhondert neghen ende tsestich op sunte Silvestersdach des heilighen Pawes.
Met het uith.z.v.d. richter in gr. w.
o.n. Sibculo XCIII.
v.Doorn T.R.

Zwolse Regesten | regest 2709 | 03-04-1470
In den jaer ons heren MCCCCLXX op sunte Ambrosiusavent des heiligen biscops.
Derich van Wisschell en Berndt Ktuthe, schepenen van Cleve, verklaren dat meyster Derich van den Grave, cyrurgicus van de stad Cleve, Derick van den Grave, zijn zoon, broeder in het klooster van Sibculo, gemachtigd heeft om zijn erfdeel op te eisen in de nalatenschap van Albert Arntssoen, zijn neef, die kort geleden te Zwolle overleden is.


Klooster Sibculo | regest 310 | 17-09-1471
Wolter van Voerst, richter ten Hardenberge, oorkondt dat Juffer Agnes van der Eza van Gramsberge heeft verkocht aan Ghebbe ten Velde een rente van 3 1/2 mud winterrogge Zwolse maat uit haar erf Elferkinck, gelegen in kerspel en gericht Hardenberg en de buurschap Loezen; en dat verkoopster die rente met hand en mond heeft geleverd onder belofte van vrijwaring.
Op s.Lambertsdach des hilligen bisscops ende martelers.
NB: Als keurnoten worden genoemd Johan Lephardsz. en Bruen Reynersz. | zie: no. 307-309.

Klooster Sibculo | regest 79 | 11-11-1475
Albert Waterinck en Johan Wedelinck, vrijlieden in de hof te Ummen, oorkonden dat Albert Amessen verkocht heeft aan Johan Hannynck en zijn vrouw Mette een rente van 3 mud rogge Zwolse maat uit het halve erve Wiggerinck, gelegen in het kerspel Hardenbergh en de buurschap Brucht; en dat verkoper die rente met hand en mond geleverd heeft aan kopers, terwijl verkoper met 11 november elk jaar de wederkoop zal toekomen voor 11 gouden Rijnse gulden.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 44 (blz. 87), in het archief van het klooster Sibculo.
Op s. Mertensdach in den winter.
Zie: no. 80.

Zwolse Regesten | regest 2884 | 14-02-1476
In t jaer ons heren dusent vyerhondert ende sess ende tseventich op sunte Valentijnsdach des heiligen martelers.
Hubert Kauwenberch, richter te Hardenberch, verklaart in aanwezigheid van Willem Blanckevoert en Derck ter Poerten als gerichtslieden, dat Egbert (Dercks), Volker (Dercks), Ghert (Dercks), Johan (Dercks) en Willem (Dercks), broers, en Aleyt (Dercks), Katherine (Dercks), Barbare (Dercks) en Ghese (Dercks), zusters, kinderen van Derck Volkerssoen en wijlen Oedele, zijn vrouw, aan de zusters en de vergadering van het huis van sunte Agathe, gewoonlijk het Wytenhuus genaamd, dat buiten de Voirsterporten bij Zwolle gelegen is, de volgende akten, waarin sprake is van jaarrenten, die hun ouders gekocht hebben, overgedragen hebben:
1. een akte, waarin sprake is van een jaarrente van 5 mud rogge, gaande uit het kerkegoed van Hardenberch, die voorzien is van het zegel van de richter en de schepenen;
2. eenakte, waarin sprake is van een jaarrente van 3 mud rogge, gaande uit het land van Egbert Rijkeman en Hille, zijn vrouw, die voorzien is van het zegel van de richter;
3. een akte, waarin sprake is van een jaarrente van een mud rogge, gaande uit het land van Egbert Rijkeman en Hille, zijn vrouw, die voorzien is van het zegel van de richter; * 4. een akte, waarin sprake is van een stuk land van Gherddie Smyt en Lubbe, zijn vrouw, die voorzien is van het zegel van de richter.

Klooster Sibculo | regest 207 | 1477
Broeder Gherlich, prior, en het convent van het klooster Galilea in Zybekeloe, ord.Bern., verklaren schuldig te zijn aan Hessell Hermenzoon en Griete zijne vrouw eene jaarlijksche rente van één mudde rogge, zoolang beide leven.
Anno etc. LXXVII°.In margine: “Obierunt ambo”. | Cartularium v.S. fol. 1 vo en ro. | v. Doorn. | Aanh. | Datering: 1477 absque dato.

Klooster Sibculo | regest 198 | 19-03-1477
Derck van Voirst, ambtman van Sallant, oorkondt dat jonfer Agneza van der Eza van Gramsberghe, heer Otto van Rechteren ridder, Johan Stellinck en Albert van Steenwick (Agneza onder bijstand van Frederick van Haren) schuldig zijn aan Derck van der Sculenborch 318 Overlandse gouden Rijnse gulden, te betalen op 28 oktober a.s. Bij wanprestatie zullen zij te Deventer of Zwolle in leisting gaan.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 130 vs. (blz. 258), in het archief van het klooster Sibculo.
Des Wonsdaghes nae s.Ghertruyd der heilligen jonferen.
Zie: no. 199-200. | NB: Als keurnoten worden genoemd Henrick heer van Wisch en Wolter van Doetinchem.

Klooster Sibculo | regest 60 | 15-06-1477
Hubert van Kouwenborch, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Wichmoet en haar zuster Mechtelt van Diffele, dochters van wijlen Frederick van Diffele, hebben verkocht aan prior en convent van Zybekeloe een rente van 14 mud winterrogge Zwolse maat, te leveren in de hof ter Marienborch, uit hun erf Nyehuus, gelegen in het gericht Hardenberch en het kerspel Nyehuus, gelegen in het gericht Hardenberch en het kerspel Heemse en de buurschap Diffele; en dat verkoopsters die rente met hand en mond hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 34 (blz. 67), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Vitusdach martirisNB:Als keurnoten worden genoemd Everhardus Boedinck en Johan Otten.

Klooster Sibculo | regest 206 | 25-11-1477
Broeder Gherlich, prior, en het convent van het klooster Galilea in Zybekeloe, verklaren toegestaan te hebben aan de gezusteren Wychmoed en Mechteld van Diffell den terugkoop van eene jaarlijksche rente van XIIII mud rogge, door het klooster indertijd uit het erve Nijenhuus te Diffell aangekocht.
Anno Domini M°CCCC°LXXVII Katherine Virginis.
In margine “Vacat quia totum predium devenit ad nos post obitum Wychmodis anno M°VcX°. | Cart.v.Sibculo fol. 6v°. | v. Doorn. | Aanh.

Klooster Sibculo | regest 164 | 30-10-1478
Johan oppert Dyck en Rotgher van den Lorrewert, schepenen van Wesell, oorkonden dat mr. Henrick van den Grave en zijn vrouw Elsken verkocht hebben aan broeder Dirick van den Grave, conventuaal in Zybekeloe, broer van Henrick, zijn aandeel in de nalatenschap van Albert Arntssoen, die te Zwolle is overleden, en dat verkopers aan koper dat aandeel geleverd hebben.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 105 vs. (blz. 210), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: 1478 oktober 30. Des naesten Vryedaghes nae s.Symon ende Judendach der heilighen apostolen.
Zie: no. 162-163 en 165-183.

Klooster Sibculo | regest 226 | 25-01-1481
Broeder Gherlich, prior, en het convent van het klooster Galilea in Zybekeloe, ord.Bern., verklaren dat zij Rotgher, zoon van Ffenne Wernynck te Diffel, onder zekere voorwaarde, hebben ontslagen van alle eigendom en hoorigheid aan het klooster.
Datum anno Domini M°CCCC°LXXXXI Conversionis sancti pauli.
Cart.v.Sibculo fol. 10vo & 11.
v. Doorn.Aanh.

Klooster Sibculo | regest 184 | 30-04-1481
Ghert Buytkenssoen en Henrick van Yrte, Engbert van Vilsteren en Wolter Sobbe, moetzoenslieden, verklaren dat zij een minnelijke schikking hebben uitgesproken tussen Willem ter Hegghen en zijn vrouw Aleyt, met Evert Sticker en Mense van Haersolte als door de stad aangewezen mombers t.e.z., en Bertolt ter Beecken en zijn vrouw Griete, alsmede Derck Claessone met Evert Sticker en mense van Hairsolte als mombers t.a.z., inzake de nalatenschap van wijlen Johan van Redze.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 116 (blz. 231), in het archief van het klooster Sibculo.
Op Mey avent.
Zie: no. 186.

Klooster Sibculo | regest 192 | 31-10-1481
Ludeloff Pellevoghell, leenheer, verklaart dat Johan Scapeshoefft , zijn leenman, met toestemming van zijn moeder Ermergarde, zijn zusters en broers, aan Claes Derckessoene en zijn vrouw Ghese een rente van 6 mud rogge Zwolse maat verkocht heeft uit het erve die Huerne, gelegen in kerspel en gericht Hardenbergh, en mark en buurschap Anewede; en dat verkoper die rente voor hem, leenheer, geleverd heeft aan koper onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 123 vs. (blz. 246), in het archief van het klooster Sibculo.
Op Alle Goedes heilighen avent.

Zwolse Regesten | regest 3123 | 28-12-1481
Op Alre kynderendach.
Pauwel van Oy, richter ten Hardenberch, verklaart in aanwezigheid van Hessel Hermenssoene en Hermen Wicherssone als gerichtslieden, dat Ludeken Wichmannynck verklaard heeft, dat de prior en het convent van Galilea te Zybekeloe (Sibculo) eigenaren zijn van twee door schepenen van zwolle bezegelde akten.

Klooster Sibculo | regest 331| 18-03-1482
Steven Campherbeke, rentemeester van Zallant, oorkondt dat voor hem en vrijlieden van de hof Ummen Johan Willemssoen en zijn vrouw Hadewich verkocht hebben aan Johan ten Westerhave en zijn vrouw Reynoit een rente van 5 mud winterrogge Zwolse maat ui hun 3/4 deel van het erf Nyenhus, gelegen in het kerspel Hardenberg en de buurschap Brucht; en dat verkopers die rente hebben geleverd onder belofte van vrijwaring. Als vrijlieden worden genoemd Hermen Wenemerssoen van Luessen en Mense Stapeling. (Des Maendaghes na Letare Jherusalem in der Vasten)
zie nr. 332.
Hs.: Afschrift in cartularium II, fol. 216 vs. (blz. 432), in het archief van het klooster Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 142 | 10-09-1482
Pouwell van Oy, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Johan, Ghert en Willem Wedelinck, gebroeders, een magescheid hebben aangegaan met hun broer Volker, wonende te Zybekeloe, van de goederen hun aangekomen van hun ouders Derck Volkerssone en Dedele, zodat aan Volker toevalt: 1. een rentebrief van 3 mud rogge, afkomstig van Everd Vierlinck uit “des nabuers guet”; 2. een rente van 2 mud, afkomstig van Henrick Tybes (no. 140, 31 jan. 1452); 3. een rente van 6 schepel rogge, afkomstig van de kerk van Heemse (no. 141, 12 april 1452); terwijl Volker heeft verklaard deze brieven en renten overgedragen te hebben aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe.
Hss.: Oorspr. charter in het archief van het klooster Sibculo (A). — Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 86 (blz. 171) (B).
Regest: Van Doorninck, register, IV blz. 367.
Des dinxedaghes nae Onser Vrouwendach Nativitas.
NB: Als keurnoten worden genoemd Derck ter Poerten en Bruen Reynerssoen.
Regest Van Doorninck, Register, IV blz. 367.

Klooster Sibculo | regest 234 | 10-09-1482
Pouwels van Oss [lees: van Oij], richter te Herdenberge, verklaart dat Johan, Gheert en Willem Wedelinck, gebr. eene minneljke scheiding hebben aangegaan met hunnen broeder Volker betreffende de nagelaten goederen hunner ouders Dyrck Volkerssz. en Diedele, waarbij Volker de hem aangekomen (toegedeelde) goederen tot een recht testament voor de zielen zijner ouders en zijne eigene heeft afgestaan a.h. Convent van S. mits daar metterwoon zijn leven eindigend, op de wijze nader in het stuk omschreven. Koernoten: Dyrck ter Poerten en Bruen Reijgerssz.
Gegeven int jaer ons Heren dusent vijerhundert twe ende tachtentich ’s Dingedaghes nae onsser Vrouwen dach Nativitas.
Met het uith.z.v.d. richter in gr. w. o.n. Sibculo CXI annex CXIa. Cart.p.171.
v. Doorn.T.R.

Klooster Sibculo | regest 80 | 1483
Herman Rusick, cureit van Hardenberghe, verklaart dat Johan Hannyngh en zijn vrouw Mette de rentebrief van 11 november 1475 (no. 79) hebben gelegateerd aan het klooster Zybekeloe: wanneer te Hardenberghe een viarie gesticht wordt, zal 1 van de 3 mudden aan de vicarie komen; gebeurt dat niet, dan zullen de 3 mudden aan het klooster komen, terwijl Johan’s moeder te Brucht het vruchtgebruik zal krijgen.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 44 vs. (blz. 88), in het archief van het klooster Sibculo.
Zie: no. 79.

Klooster Sibculo | regest 249 | 24-11-1483
Steven Kamferbeeck en Ghert Mulert, rentmrs. in Zallant, verklaren dat Albert Waterinck en Swene zijne dochter hebben verkocht aan Johan Leeffertssoen van Bergenthem hun vierdepart in het erve Veldinck c.a., bedoeld in de oorkonde van 1468 April 8. Vrije lieden des hofs van Ummen; Johan ten Oestendarpe en Ernst Leeffersz.
Datering: Int jaer ons Heren dusent vierhondert dree ende tachtentich op sunte Katherinenavent des heiligen joncferen.
Met de uith.zz.der beide rentmrs. in gr. w.
o.n. Wibculo LXXXVIIa.
v. Doorn.T.R.

Klooster Sibculo | regest 145 | 21-02-1484
Frederick van Zulen van Bleken (berch), richter te Ummen, oorkondt dat Willem van Vorne en Johan Derck Wedelinx, mombers van Zwenne, onmondige dochter van wijlen Gherd to Halle en zijn vrouw Johan, de rente van 2 mud rogge (zie no. 144, 25 maart 1469) namens Zwenne hebben verkocht aan Volker Derckssoene; dat Volker woont in Zybekeloe en dat, wanneer hij daar overlijdt die rente aan het klooster zal komen.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 88 vs. (blz. 176), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: In profesto Petri ad Cathedram.
Zie: no. 144.
NB: Als keurnoten worden genoemd Arnt in den Brunchorst en Johan Smyt.

Klooster Sibculo | regest 190 | 11-03-1485
Pouwell van Oy, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Bertolt ter Beecke en zijn vrouw Griete verkocht hebben aan Ghese weduwe van Clawes Derckssoen en haar zoon Derck Claes, gewonnen bij Clawes’ eerste vrouw Gherbergh, een rente van 8 1/2 mud rogge Zwolse maat uit het erve Scultinck in Aene (zie no. 189), welke rente Griete is aangekomen na dode van Johan van Reedze; en dat verkopers die rente hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift van een vidimus van B.S.R. van Zwolle (23 april 1491), in Carturlarium II, fol. 122 vs. (blz. 244), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: 1485 maart 11. Op s.Gregoriusavent des heiligen biscops.
Zie: no. 189 en 191.
NB: Als keurnoten worden genoemd Bruen Reynerssoen en Albert Albertssoen.

Klooster Sibculo | regest 309 | 31-07-1485
Pauwell van Oy, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Lambert Gheertsz en Herman Gheertsz met hun vrouwen Roleff en Griete hebben verkocht aan heer Johan Smyt 2/3 van de rente van 3 1/2 mud rogge, die eertijds de Vrouwe van Buren aan Ghebbe ten Velde verkocht heeft uit haar erf Elferkinck, gelegen in kerspel en gericht Hardenberg, te Loezen (zie no. 310; 17 september 1471), en dat verkopers dat 2/3 deel met hand en mond hebben geleverd onder belofte van vrijwaring. Op s.Petersavent ad Vincula.
Als keurnoten worden genoemd Albert van Rechter en Bruen Reynersz.
zie no. 310.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 201 (blz. 401), in het archief van het klooster Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 103 | 29-11-1485
Henrick Kamferbeeck en zijn vrouw Mille verklaren verkocht te hebben aan prior en convent van Zybekeloe een rente van 6 mud winterrogge uit hun tienden grof en smal uit het erve Wermelinck, gelegen in het gericht Hardenberch, in kerspel en buurschap Heemse, onder voorbehoud van de goedkeuring van de leenheer Johan Blanckefoert.
Hs.: Aschrift in Cartularium II, fol. 59 vs., (blz. 118), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Andreesavent apostoli
Zie:no. 104. | NB:De koop is gesloten in tegenwoordigheid van Johan ten Oestendarpe en Johan Kammen.

Klooster Sibculo | regest 104 | 01-01-1486
Johan Blanckefoert vergunt als leenheer dat Mille, vrouw van Henrick Kamferbeeck, een rente van 6 mud winterrogge uit de van hem in leen gehouden tienden groef en smal uit het erve Wermelinck in Heemse (zie no. 103 ) heeft verkocht aan prior en convent van Zybekeloe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 60 (blz. 119), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Anthoniusdach abbatis.
NB: Beleende mannen zijn Goesen die Baeck en Willem Blanckefoert.

Klooster Sibculo | regest 105 | 17-01-1486
Henrick Kamferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Roloff Scaepshoefft en zijn vrouw Aleyt verkocht hebben aan prior en convent van Sybekeloe een rente van 6 mud rogge Zwolse maat uit hun gaarden de Kromme gaerden c.a., gelegen in het gericht Hardenberch en het kerspel Heemse, en dat verkopers die rente met hand en mond in het heimaal hebben geleverd.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 60 vs. (blz. 120), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: In die Anthonii.
NB: Als keurnoten worden genoemd Johan Kammen en Egbert Oemkens.

Klooster Sibculo | regest 110 | 21-03-1486
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Johan Blanckefoert en zijn vrouw Margarethe verkocht hebben aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe een rente van 3 mud winterrogge Zwolse maat uit hum huis te Heemse en uit 14 mud rogge uit het erve Arnynck aldaar, en uit 10 mud rogge uit de Coldenhave te Badeler; en dat verkopers die rente in het heimaal met hand en mond geleverd hebben.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 63 vs. (blz. 126), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Benedictusdach des heiligen abts.
NB: Als keurnoten worden genoemd Bernt Schomaker en Egbert Oemken.

Klooster Sibculo | regest 166 | 24-05-1487
Rotgher Snavell en Jacob Johanssone, procuratoren van s.Barbarabroederschap te Zwolle t.e.z. en Derck van den Grave, broeder te Zybekeloe, t.a.z., verklaren een scheiding te hebben aangegaan van de renten binnen de vrijheid van Zwolle, door wijlen Albert Arntssone aan de broederschap geschonken, door Derck geërfd of gekocht van nagelaten goederen.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 106 vs. (blz. 212), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s.Urbanusavent.
Zie: no. 162-165 en 167-183.

Klooster Sibculo | regest 123 | 31-05-1487
Agneze, Vrouwe van der Eeze en Gramsberch, staat Henrick Herwerdinck toe een hooimaat te Holtheem te verkopen, behorende tot zijn erve Herwerdinck, behoudens het recht van wederkoop voor een bedrag gelijk aan de koopsom.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 73 vs. (blz. 146), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Petronillendach virginis.
Zie: no. 124.

Klooster Sibculo | regest 124 | 15-06-1487
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Henrick Herwerdinck en zijn vrouw Lubbe met consent van Vrouwe Neese, Vrouwe van Gramsberch, verkocht hebben aan prior en convent in Zybekeloe een perceel hooiland te Holtheem.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 74 (blz. 147), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Ipso die Viiti martiris.
Zie: no. 123.
NB: Als keurnoten worden genoemd Egbert Oemken en Willem Mensen.

Klooster Sibculo | regest 129 | 09-09-1488
Hernrick Kamferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Bernt Schomaker de rente van 1 mud rogge uit het erf ter Molen, door hem gekocht op 8 mei 1446 (no. 128), heeft gelegateerd aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe.
Hs.: Afschrift in Cartularium, II fol. 76 vs. (blz. 152), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Gorgoiniusdach martiris.
Zie: no. 128.
NB: Als keurnoten worden genoemd Johannes Lefertssoene en Egbert Oemken.

Klooster Sibculo | regest 302 | 04-05-1489
Broeder Gherlich, prior van het klooster Galilea in Zybekeloe verklaart Kunne ten Have, dochter van Deterd ten Have en Lubbe zijne vrouw, die blijkens een brief van jr.Everwijn, graaf te Benthem vrij was en onverbonden in eenigen echt, te hebben ontvangen als Keurmeedsche vrouw. Int jaer ons Heren MCCCCLXXXIX des Manendaghes na Philippi et Jacobi Apostolorum. In margine: vacat quia obiit.
Cart.v.Sibculo fol. 4vo. | v. Doorn.Aanh. | NB: Het opschrift heeft: Copia littere date Johanni Stevens in Hardenberg de eo quod uxor ejus sit nobis Koermedaria.

Klooster Sibculo | regest 135 | 21-01-1490
Derck van der Sculenborch, Johannes Cock, vicaris te Helendorn, Wolterus keldermeester van Zybekeloe en Sophia van Deghen, handgetrouwen van wijlen heer Derck Raetssoen van der Elborch, verklaren dat de rente van 8 mud rogge (zie no. 134) krachtens testamentaire beschikking van heer Derck toekomt aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 83 (blz. 165), in het archief van het klooster Sibculo.
Op s. Agnetendach virginis et martiris.

Klooster Sibculo | regest 137 | 1490
Henrick Kamfferbeek, richter van Hardenberch, oorkondt dat Lambert Onstedinck de rente van 2 1/2 ££ uit een were (in Sassinckstrate te Zwolle) heeft overgedragen aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 83 vs. (blz. 166), in het archief van het klooster Sibculo.
Zie: no. 136.
NB: Als keurnoten worden genoemd Hermen die Wyse en Johan to Messele.

Klooster Sibculo | regest 153 | 22-02-1490
Roloff van Bevervoirde verklaart, dat hij de rentebrief van 19 oktober 1470 (no. 152) gemaakt heeft aan heer Gherlich en heer Wolter, prior en kellenaar van het convent Galilea in Zybekeloe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 98 (blz. 195), in het archief van het klooster Sibculo.
Op s. Petersdach ad Cathedram.
Zie: no. 153.

Klooster Sibculo | regest 146 | 23-02-1490
Frederick van Zulen van Blekenberch, richter te Ummen, oorkondt dat Johan Ramelman met zijn vrouw Griete verkocht hebben aan Volker Derck Wedelinckssoene te Diffelen een rente van 5 mud winterrrogge Zwolse maat uit hun erf ten Broeckathe, gelegen in het gericht Ummen, onder de klok van Den Ham, in de mark en de buurschap te Lynden, en dat verkopers die rente met hand en mond aan koper hebben geleverd.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 89 (blz. 177), in het archief van het klooster Sibculo.
Op s. Mathiasavent.
NB: Als keurnoten worden genoemd Albert Brouwer en Lambert van Dichteren.

Klooster Albergen | regest 571 | 23-07-1490
Vincentius, heer van Buren en Boesinchem, en zijn vrouw Agne van der Eeza van Gramsberge verklaren, dat zij Aelheyt Heynen en haar kinderen de rente van een pond was uit het goed ten Hamhues te Collendoren in het gericht van Hardenberg kwijtgescholden hebben.
Afschrift in L.M. f. 165. Mede beschreven in T.R., IV, 521.
Datering: des vrijdages nae Sancte marien Magdalenendach.

Klooster Sibculo | regest 199 | 14-05-1491
Seygher van Voirst, ambtman van Zallant, oorkondt dat Vrouwe Agneze van der Eze en Gramsberghe gen. die Vrouwe van Buren en Boeseninchem onder bijstand van heer man Vincentius, heer van Buren en Boeseninchem verkocht heeft aan Derck van der Sculenborch een rente van 18 goudgulden uit de hof to Meer to Remmoldinck, de hof to Tymmerhusen, de hof to Spoell, gelegen in Dammarcke, in het kerspel van Hamme en de buurschap Meer en het gerecht Ummen, e.a. goederen; en dat verkoopster die rente met hand en mond in het heimaal geleverd heeft; en dat de brief van 19 maart 1477 (no. 198) geldig zal blijven zolang de rente van 18 gulden niet afgelost is.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 132 vs. (blz. 261), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Des Satersdaghes nae s.Servaciusdach episcopi.
Zie: no. 198 en 200.

Klooster Sibculo | regest 185 | 12-08-1491
Henrick Kamfferbeecke, richter ten Hardenberghe, oorkondt dat Derck Clawessoen heeft gelegateerd aan heer Johan van Goch, pater van het klerkenhuis te Harderwyck ten behoeve van dat convent: 1e. het erve Rutgherinck, gelegen in het gericht ten Hardenbergh, en in de mark en buurschap Redze; 2e. 5 mud rogge uit Alfferdinck te Loesen; 3e. 6 mud rogge uit Willinck te Ane; 4e. 4 mud en 1 schepel rogge uit Scultinck te Ane; 5e. 3 mud rogge uit die Huerne te Anewede; 6e. een maat te Kalender; 7e. 2 mud rogge uit Avekinck te Beerze; en dat erflater afstand van deze goederen heeft gedaan ten behoeve van het convent.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 117 (blz. 233), in het archief van klooster Sibculo.
Aantekening: Als keurnoten worden genoemd Roloff Blanckefoert en Bruen Reynersz.
Datering: Des heiligen Friedages nae s. Laurenciusdach.
Zie: 186-194.

Klooster Sibculo | regest 205 | 14-05-1492
Henrick Kamfferbeeck, richter te Herdenberghe, oorkondt dat Lambert Zuest, wonende te Zybekeloe, al zijn goederen aan het convent Galilea aldaar heeft afgestaan en geleverd, waarvoor het convent hem levenslang behoorlijk zal onderhouden.
Hss.: Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel, Archief Sibculo (A).– Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 138 (blz. 273) (B). | Regest: Van Doorninck, Register, IV, blz. 543.
Datering: sDaghes na s.Servatiusdach des hilgen biscopes ende confessoers.
Zie: no. 203 en 204. | NB: Als keurnoten worden genoemd Johan Lummen en Rotgher Wychmanninck.

Klooster Sibculo | regest 204 | 25-05-1492
Frederick van Zulen van Blekenborch, richter te Ummen, oorkondt dat Otto Roloffsoen en zijn vrouw Engele de rentebrief van 2 mud rogge (zie no. 203; 1 oktober 1484) verkocht hebben aan Lambert Zuest, broeder in het klooster Zybekeloe; en dat verkopers die rente met hand en mond geleverd hebben.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 137 vs. (blz. 272), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s.Urbanusdach pape et martiris.
Zie: no. 203 en 205. | NB: Als keurnoten worden genoemd Johand Wedelinck en Johan Visscher.

Klooster Sibculo | regest 194 | 25-05-1492
Wolter van Lenep en zijn vrouw Mechtelt van Steenwyck verklaren verkocht te hebben aan prior en convent van Zybekeloe de rente van 2 mud rogge uit het goed Avekinck (zie no. 193).
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 125 (blz. 249), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s.Urbanusdach pape et martiris.
Zie: no. 185 en 193.

Klooster Sibculo | regest 308 | 01-09-1492
Henrick Campherbecke, richter to den Hardenberge, oorkondt dat Bernt Egbertinck en Johan Dams een getuigenverklaring hebben afgelegd, dat heer Johan Smyt ten behoeve van Johan Gerts 12 enkele Overlandse gouden Rijnse gulden heeft toegekend uit zijn veerdel van 3 1/2 mud rogge uit Elfersdinck te Loezen, in het gericht en het kerspel van Hardenberg, en daarmee zal heer Johan rechthebbende zijn op 1/3 van de rente van 3 1/2 mud rogge. Datering: Op s. Egidiusdach des hilligen confessoris ende abbatis.
Als keurnoten worden genoemd Bruen Reyners en Daem Smyt.
zie no. 307, 309 en 310.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 200 vs. (blz. 400), in het archief van het klooster Sibculo.

Sibculo | regest 311 | 03-09-1492
Henrick Kampherbeke, richter ten Hardenberge, oorkondt dat Vincentius, heer van Buren en Bosinchem, en Vrouwe Agnes van der Eza van Gramsbergen, Vrouwe van Buren en Bosinchem, verkocht hebben aan Henrick Henricksz. en zijn vrouw Alyd een rente van 8 mud rogge Zwolse marktmaat uit hun erf Wermyck, gelegen in kerspel en gericht Hardenberg en de mark en buurschap Bergenthem; dat verkopers die rente met hand en mond hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 203 (blz. 405), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: sMaendaghes na s.Egidiusdaghe eens hillighen confessoers ende abbatis.
NB: Als keurnoten worden genoemd Albert van Vilster en Bruen Reynersz.
zie nr. 312

Klooster Sibculo | regest 343 | 03-12-1492
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberghe, verklaart dat Johan Wedelinck Derckssoen en Hille zijne vrouw hebben afgestaan aan Prior en Convent van het klooster Galilea in Zybekeloe het stuk hooiland bedoeld bij den brief dd. 1492 Juni 15, waarbij dit stuk transfix is.
Koernoten; Willem Wedelinck en jonge Johan ter Wonne.
Int jaer ons Heren dusent vierhondert twee ende tnegentich op sunte Nicholausavent Episcopie et Confessoris.
Met het uith.z.v.d. richter in gr. w. | o.n. Sibculo CXXVIIIa. | Is transfix bij CXXVIII. | v. Doorn.T.R.

Klooster Sibculo | regest 200 | 30-09-1492
Henrick van der Kuenre van der Schulenborch, weduwe van Derck van der Sculenborch, verklaart onder bijstand van haar zoon Henrick van der Schulenborch, dat zij aan prior en covent van Galilea in Zybekeloe overgedragen heeft alle brieven, die wijlen haar man had van de rente van 18 gouden Rijnse gulden uit erven en tienden van Vrouwe Agneze van Buren en Bozeninchem gen. van der Eze en van Gramsberch voor 300 Rijnse gulden.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 133 vs. (blz. 264), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s.Jheronymi dach, des heiligen confessoers.
Zie: no. 198 en 199.

Klooster Sibculo | regest 186 | 17-12-1492
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat heer Nicholaus van Zwolle, priester in het klerkenhuis te Harderwyck, gemachtigd door zijn mede-broeders, onder bijstand van Albert Waterinck, namens dat convent verkocht heeft aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe alle erven en renten, die het klerkenhuis aangekomen zijn van Derck Claessoen, nl. 1e. het erf Rotgherinck in de buurschap Redze; 2e. renten van 5 mud, 6 mud, 4 mud en 1 schepel, 3 mud rogge (zie no. 185); 3e. een maat te Kalender; en dat verkopers die goederen in het heimaal aan kopers hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Hs. Afschrift in Cartularium II, fol. 118 (blz. 235), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Des Manendaghes nae s.Lucien virginis et martiris.
Zie: no. 184, 185, 188.
NB: Als keurnoten worden genoemd Johan Wedelinck Derckssoen en Derck Heynensoen ten Velde.

Klooster Sibculo | regest 168 | 20-12-1492
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Derck Smyt geheten van den Grave, wonende in het klooster Zybekeloe, al zijn roerende en onroerende goederen, behalve die in stad en land van Cleve, aan dat klooster heeft nagelaten.
Hss.: Oorspr. charter in het archief van het klooster Sibculo (A).– Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 107 vs. (blz. 214) (B).
Regest: Van Doorninck, Register, IV, blz. 583.
Datering: Op s.Thomasavent apostoli.
Zie: no. 162-167 en 169-183.
NB: Als keurnoten worden genoemd Egbert Oemken en Johan Wedelinck.

Klooster Sibculo | regest 348 | 20-12-1492
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberghe, verklaart dat Derck Smijt, geheeten van den Grave, wonende in het klooster Zibekeloe, al zijne roerende en onroerende goederen aan dat klooster heeft geschonken voor zijne ziele zaligheid except zijne bezittingen in Cleefsland.
Koernoten: Egbert Oemken en Johan Wedelinck.
Int jaer ons Heren dusent vierhondert twe ende tnegentich op sunte Thomas avent des hiligen Apostels.
Met de uith.z.z. van den richter en van Derck S. in gr. w. | o.n.Sibculo CXXX. | Cart.p.214. |v. Doorn.T.R.

Klooster Sibculo | regest 208 | 11-04-1494
Henrick Kamfferbeeck, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Wychmoet en Mechtelt van Diffell, dochters van wijlen Frederick van Diffell, verkocht hebben aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe een rente van 1 mud winterrogge Zwolse maat uit hun erf Nyehuus, gelegen in het gericht Hardenberch, het kerspel Heemse en de buurschap Diffell; en dat verkoopsters die rente in het heimaal met hand en mond geleverd hebben onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 140 (blz. 277), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: sVryedaghes nae den Sonnendach Quasimodo geniti.
NB: Als keurnoten worden genoemd Johan Wedelinck en Willem Volkerinck.

Klooster Sibculo | regest 226 | 30-04-1499
Henrick Kamfferbeeck, schout ten Hardenberch, oorkondt dat Johan Wedelinck te Diffell en Ghert Helekinck te Reedze, gebroeders, hebben afgestaan aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe de nalatenschap van hun broer Volker, als lekebroeder in het klooster gestorven, terwijl Johan mede namens hun broer Willem afstand heeft gedaan, onder belofte van vrijwaring.
Hss.: Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel (Archief klooster Sibculo) (A).
— Afschrift in Cartularium, II, fol. 151 (blz. 299), aldaar (B).
Regest: Van Doorninck, Register, V blz. 201 (t/m datum 1 mei).
Datering: Op s.Philippus ende Jacobs avent apostolorum.

Klooster Sibculo | regest 228 | 23-06-1499
Johan Wedelinck te Reedze en Albert Waterinck, vrijlieden van de hof Ummen, oorkonden dat Herman die Wijse te Lozen en zijn broer Rotgher die Wijse, ook vrijlieden van die hof, verkocht hebben aan prior en convent van het klooster Zybekeloe een hooimaat te Holtheem gen. de Lenchorst, gelegen in kerspel en gericht van Hardenberch en afkomstig van hun erf des Vosses erve, met een rente van 2 1/2 mud winterrogge uit dat erf; en dat verkopers maat en rente aan kopers hebben geleverd met hand en mond, onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 152 vs. (blz. 302), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: sSondaghes voir s.Johan toe Middenzomer.

Klooster Sibculo | regest 236 | 10-02-1500
Robert van Itterssem, schout te Hardenberch, oorkondt dat Volcker Heynen en zijn vrouw Henrick verkocht hebben aan prior en convent van Galilea in Zybekloe een rente van 6 schepel rogge Zwolse maat, ter Marienborch te leveren, uit een huisstede binnen de stad Hardenberch en uit een gaarde aldaar c.a.; en dat verkopers die rente in het heimaal met hand en mond hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 158 vs. (blz. 314), in het archief van het klooser Sibculo.
Datering: Op s.Scholasticha dach.
NB: Als keurnoten worden genoemd Bruen Reynerssoen en Hermen Mensen.

Klooster Sibculo | regest 410 | 21-03-1500
Broeder Hermannus, prior van het klooster van Zibekeloe, verklaart in ’t bijzonder van den Kelner, verpacht te hebben aan Johannes Heijnen en N. diens huisvrouw, zoolang zij of beider kind leven, de smalle tienden over het erve het Voerwerck ten Hardenberghe, tegen betaling van een pond was jaarlijks, zijnde deze verpachting uit gunst geschied.
Anno Domini etc. MVc Benedicti.
Cart.v.Sibculo fol. 62.
v. Doorn.dl.5.

Klooster Sibculo | rRegest 235 | 27-12-1500
Johan Wedelinck te Reedze en Albert Waterinck, vrijlieden van de hof Ummen, oorkonden dat Rotgher die Wijse en zijn vrouw Aleyd, ook vrijlieden van die hof, verkocht hebben aan prior en convent van Zybekeloe een hooimaat te Holtheem, in kerspel en gericht van Hardenberch, gen. de Leenckhorst, afkomstig van hun erf des Vosses erve, met een rente van 8 mud winterrogge Zwolse maat uit dat erf; en dat verkopers maat en rente met hand en mond aan kopers hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 158 (blz. 313), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Johannesdach evangeliste.
Zie: no. 228.

Klooster Sibculo | regest 237 | 11-03-1501
Robert van Ittersum, schout van Hardenberch, oorkondt dat Joffer Mechtelt van Diffell, dochter van Frederick van Diffell, onder bijstand van Johan Blanckefoert, aan prior en convent in Zybekeloe verkocht heeft een rente van 2 mud winterrogge Zwolse maat, te leveren in de hof ter Marienborch uit haar erf Hermelinck, gelegen in de buurschap Diffell, het kerspel Heemsen en het gericht Hardenberch, en dat zij die rente in het heimaal met hand en mond geleverd heeft, terwijl die rente losbaar is met 24 Rijnse gulden.
Afschrift in Cartularium II, fol. 159 vs. (blz. 316), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Gregoriusavent confessoris.
Zie: no. 239.

Klooster Sibculo | regest 239 | 21-03-1501
Johan van Diffell, momber van zijn nicht Mechtelt van Diffell, hecht zijn goedkeuring aan de verkoop door Mechtelt aan prior en convent van het klooster Zybekeloe van een rente van 2 mud rogge uit het erve Hermelinck, gelegen te Diffel in het kerspel Heemse en het gericht Hardenberch, en belooft kopers te zullen vrijwaren.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 161 (blz. 319), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Benedicutusdach abbatis.
Zie: no. 237.

Klooster Sibculo | regest 241 | 04-04-1501
Robert van Ittersem, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Jacob van Wterwijck, kastelein opter Venebrugghen, verkocht heeft aan prior en convent van Galilea in Zybekloe een rente van 2 mud winterrogge Zwolse maat uit zijn beschapen roggepacht, die hij ambtshalve trekt van de huislieden van de Venebrugghe, in het gerecht Hardenbergh of andere gerechten van Zallant voor 25 halve gouden Rijnse gulden die Jacob het klooster schuldig was, te leveren ter Marienborch; en dat verkoper die rente in het heimaal met hand en mond geleverd heeft onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 162 vs. (blz. 322), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Ambrosiusdach episcopi et confessoris.
NB: Als keurnoten worden genoemd Lefert Hermenssoen en Hermen Johanssoen.

Klooster Sibculo | regest 240 | 25-05-1501
Robert van Yttersem, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Juffer Jutte van Rede gen. van Rutenberch weduwe van Goedert van Reede, onder bijstand van Henrick van Oestendorp, heeft overgedragen aan prioren en conventen van Zybekeloe en Alberghen alle land en renten, die Goedert hun had gelegateerd.
Hss.: Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel (Archief klooster Sibculo) (A). — Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 161 vs (blz. 320) (B). — Afschrift aldaar, Archief klooster Albergen, Liber monasterii, fol. 143 vs. (C).
Regesten: Van Doorninck, Register, V blz. 146. — Ten Cate, Albergen, blz. 242 no. 643.
Datering: Op s.Urbanusdach pape et martiris.
NB: Als keurnoten worden genoemd Laurens Albert Ryckmanssoen en Johan Stenvenssoen. Het charter is medebezegeld door Jutte’s zoon Adryaen van Reede.

Klooster Sibculo | regest 415 | 25-05-1501
Robert van Ytterssum, richter te Hardenberge, verklaart, dat juffer Jutte van Reede, geb. van Ruthenberch, wed. van Godert van Reede, met Henrick van Oestendorpe als momber, bevestigt de schenkingen door haar man “tot een recht testament’ aan de kloosters Zybekeloe en Albergen gedaan, bestaande o.a. uit een stuk lands bij Hardenberg.
Koirnoten : Laurens Albert Rijckmansson en Johan Stevenssoen.
Datering: In den jaer ons Heren dusent vijffhondert ende een op sunte Urbanus dach pape et Martyris.
Met het uith.z.v.d. richter in gr. w. | o.n.Sibculo CXLV. | Cart.p.320. | v. Doorn.T.R.

Klooster Albergen | regest 643 | 25-05-1501
Robert van Yttersum, richter te Herdenberge, oorkondt, dat Jutte van Rede alias van Rutenberch, weduwe van Godert van Reede, met Hendrik van Oestendorpe als momber ten overstaan van hem en de keurnoten Laurens Albert Rijckmanssoen en Johan Stevenss krachtens het testament van haar man aan het convent van Zibekeloe een stuk land van zes schepel heeft overgedragen, dat tot dusver door Willem Mensensoen werd bezeten ten noorden van het land van Albert Rijckmanssoen en ten zuiden van het land van Volker Heynensoen, aan het convent van Alberghen een rente van zes schepel gerst uit de door Claes ter Bucht gepachte stukken in Clappes Huerne en aan beide kloosters gezamenlijk een klein stuk gerstland van twee schepel, dat Roloff, de weduwe van Lambert die Weert, tot dusver in gebruik had en dat in de Pothoff in Clapeshuerne tussen de landen van Mathe Vredinck en Allerdinck behoort. Juttes zoon Adriaen van Rede heeft deze akte mede bezegeld.
Afschrift in L.M. f. 143 vs., waarbij aangetekend, dat het origineel zich in het archief van Sibculo bevindt, waarin het bewaard is gebleven.
Mede beschreven in T.R., V, 146.
Datering: Op Sunte Urbanus dach pape et martiris.

Klooster Sibculo | regest 417 | 25-07-1501
Broeder Hermannus, prior, en het convent van het klooster van Zybekeloe, en broeder Johannes, prior, en het convent van het klooster van Albergen, verklaren vergund te hebben aan Jutte van Reede, wed. Goedert v. Reede, den terugkoop van het land en de renten te Hardenbergh, gelegen, door Jutte vroeger, krachtens testament van wijlen Goedert haren man, aan het klooster overgedragen voor 42 overl. gouden rijnsche gld.
Int jaer ons Heren MVc ende een op sunte Jacobs dach Apostoli.
Cart.v.Sibculo fol. 51.
v. Doorn.dl.5.

Klooster Sibculo | regest 242 | 21-03-1502
Frederick van Zulen van Blekenborch, richter te Ummen, oorkondt dat Jacob van Wterwijck, kastelein opter Venebrugghe, verkocht heeft aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe alle beschapen pachtrogge, die hij ambthalve jaarlijks trekt van de gewaarde erven en kotters uit het kerspel Den Ham, in het gericht Ummen, voor 50 Overlandse gouden Rijnse gulden, die hij het klooster schuldig was; en dat verkoper die pachten met hand en mond in het heimaal heeft geleverd.
Hss.: Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel, Archief klooster Sibculo (A). — Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 163 vs. (blz. 324) (B).
Regest: Van Doorninck, Register, V (blz. 157).
Datering: Op s. Benedictusdach.
Zie: no. 241.
NB: Als keurnoten worden genoemd Tybbe Costers en Clawes Roloffzoen.

Klooster Sibculo | regest 271 | 22-02-1503
Jacob van Wterwijck, kastelein opter Venebrugge, verklaart dat hij prior en convent van Zybekeloe in onderpand heeft gegeven de zegels en brieven van zijn aanstelling te Venebrugghe i.v.m. de rente van 4 1/2 mud rogge, die hij hun verkocht heeft uit de inkomsten van het ambt van de Venebrugghe.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 181 (blz. 359), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Petri ad Cathedram.
Zie: no. 241 en 242.

Klooster Sibculo | regest 429 | 12-05-1503
Broeder Hermannus van Oldenzaell, prior, Johannes Druyborch, supprior, Wolterus Rover, kelner, Johannes van Ghemen,. Wolterus Poppinck, senioren van het klooster Galilea in Zybekeloe verklaren verkocht te hebben aan Mr. Gheryt Bruens, canunnik te Deventer eene jaarrente van 9 mudden rogge, uit hun erve Marienborch, en de molen, daarbij gelegen in het kerspel van Hardenbergh, en voorts onder verband van alle andere bezittingen des kloosters.
Int jaer ons Heren MV° ende dree Pancracii.
In margine: vacat quia redempti sunt anno XVc octavo ipso die Philippi et Jacobi.
Cart.v.Sibculo fol. 53.
v. Doorn.dl. 5.

Huis Batinge | regest 22 | 09-06-1503
Arent van Huijswerden, steven van den clooster, Boldewijn van laer en Wolter van Lynop bepalen – , als scheidslieden tusschen Evert de Baecke en zijne moeder Henrich weduwe Goosen de Baecke met hare andere kinderen, – dat E. zal ontvangen het leenerf Pothoff c.a. (behoudens een lijftocht eruit aan H.) met de daarop liggende lasten; dat H. c.s. zullen ontvangen het erf toe Lutten c.a. (belast met 3 mudden rogge ?s jaars), de grove tienden te Holtheemse over Ravehingh (vastgesteld op 8 mudden ?s jaars half rogge half gerst), de smalle tienden over dat goed en 9 schepsels ?s jaars half rogge half gerst over Hidderingh, de grove tienden over Heyno en Veluwe-erve (vastgesteld op 51/2 mud rogge ?s jaars), het Groote Slach in de Meene, een slag in de Kivit en een slag in de Averfleet, een stuk haverland over die Vechte en een stuk roggeland in de Baeler esch, en stuk haverland genaamd Steygersche in Auermaede, ¿ volle waar op Vaerle; alles ,,eygen goet.?Met bepaling, dat E. zal aflossen de door hem op de tienden te Holtheeme gelegde 2 mudden gerst ?s jaars en binnen 2 jaren alle andere renten, waarmede hij wellicht de goederen heeft bezwaard; dat Derck de Baecke zal heben het 1/5 in dat Groote Slach in de Meene, aan zijn zuster Fye des Baecken in het klooster te Essen als haar kindsdeel bij de scheiding van de naltenschap huns vaders toegewezen, waarom D. haar 10 Rijnsguldens heeft gegeven om voorshands in hare onkosten te voorzien; en dat E. na overlijden van zijn moeder niet zal genieten van de aan haar en hare overige kinderen toegekende goederen. Gegevens in den jare onses Heeren 1503, des Vrijdaghs nae St.. Bonifacius dach.
NB:Copia copiae ( 17de eeuw) ( Inv. nr. 549), op papier, naar een afschrift gewaarmerkt door J. Vriesen. Het oorspronkelijke stuk was bezegeld met 4 zegels in groene was.

Klooster Sibculo | regest 298 | 28-09-1505
Johan van Yttersum, schout te Hardenberch, oorkondt dat Vrouwe Agnes van der Eza van Gramsberch, Vrouwe van Buren en Bosinghem, weduwe, verkocht heeft aan prior en convent van Galilea in Zybekeloe een rente van 32 mud winterrrogge Zwolse marktmaat uit haar vrije goederen Avekinck en Eskinck, gelegen in het kerspel Heemse en het gericht Hardenberch, en uit haar andere goederen, en dat verkoopster die rente met hand en mond in het heimaal geleverd heeft onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol, 192 vs. (blz. 384), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Michaelsavent archangelzi.
NB: Als keurnoten worden genoemd Derck Eskens en Kersteken van Schyndevelt. Het charter was bezegeld door schout en verkoopster.

Klooster Sibculo | regest 297 | 04-10-1505
Broeder Gherardus van Leyden, prior, en het convent van Galilea in Zybekeloe verklaren, dat zij destijds gekocht hebben 9 1/2 vaten boterrente, die wijlen jonker Zweder, heer van Voirst en Keppell, aan burgers van Kampen had verkocht uit goederen op Staphorst en Ruvene: en dat nu Vrouwe Agnes van der Eza, Vrouwe van Buren en Boesinchem, weduwe, rechthebbende is van die rente van 9 1/2 vaten boter.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 192 (blz. 383), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Op s. Franciscusdach confessoris.
Zie: 281-283, 283a, 284-296.

Klooster Sibculo | regest 304 | 09-02-1507
Johan van Yttersom, schout te Hardenberg, oorkondt dat Johan van Wullen en zijn vrouw Neze Staels hebben verkocht aan prior en convent van Galilea in Zibikeloe een rente van 6 mud winterrogge Zwolse maat uit hun erf Mathevredinck, gelegen in kerspel en gericht Hardenberg, en dat verkopers die rente met hand en mond hebben geleverd onder belofte van vrijwaring.
Op avent Scolastice virginis.
Als keurnoten worden genoemd Boldewijn Blanckefoirt en Bernt Weert, met Jacob van Wterwijck als dedingsman.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 196 vs. (blz. 392), in het archief van het klooster Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 472 | 11-02-1507
Broeder Godefridus, prior, en het convent van het klooster Galilea in Zibekeloe, verklaren vergund te hebben aan Johan van Wullen en jonffer Neze Staels de lossing van 6 mudden rogge jaarlijksche rente, die Johan Claes te Swolle heeft ui hun erve Krommehoff, gelegen in het kerspel en de buurschap Heemse, gericht van Hardenberg, vroeger door het klooster van Johan en Neze gekocht, waartegen, zal vervallen de jaarrente van 6 mudden rogge, die het klooster heeft uit het aan Johan en Neze behoorende erve Mathevredinck, in het kerspel en gericht van Hardenberg gelegen.
Int jair ons Heren dusent vijffhondert ende soven des Donredages na sunt Scolastica der hilliger Jonfferen.
Cart.v.Sibculo fol. 70.
v. Doorn.dl.5.

Klooster Sibculo | regest 307 | 16-02-1508
Broeder Albertus, prior van Windesum, en Gerardus Smyt, kerkheer te Oberum (?), executeurs-testamentair van wijlen heer Johannes Smyt, vicaris te Gramsberge, verklaren aan prior en convent van Zibekeloe overgedragen te hebben een rentebrief van 3 1/2 mud rogge uit het erf Elferkinck, gelegen in kerspel en gericht Hardenberg en in de buurschap Loeze.
Up dach Juliane virginis.
zie no. 308, 309, 310.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 200 (blz. 399), in het archief van het klooster Sibculo.

Huis Almelo | regest 793 | 18-04-1509
Wesselus de Mernehem en Ludolphus de Yttersum, Utrechtse notarissen, verklaren dat Everhardus de Backe en Wilhelmus de Twel (Tuyl), ridders, leken uit het bisdom Utrecht, hebben bekend schuldig te zijn aan Adolphus de Rechteren, jonker van Almeloe, de som van 475 Rijnse guldens, als restant van een bedrag van 600 Rijnse guldens, zijnde de koopsom van eike- en andere bomen afkomstig van de erven Hondebrynck en Ruuehoff en andere in de heerlijkheid Almeloe, zulks volgens de koopakte bezegeld door Rodolphus de Schonencamp, schout van Covoerden; voor welke restanten de debiteuren jaarlijkse renten uit hun goederen hebben gevestigd ten behoeve van de heer van Almelo tot een totaal van 38 mudden tarwe, volgens een aparte akte daarvan opgemaakt, waarna debiteuren tot zekerheid van de nog aflosbare som, de rente en eventuele invorderingskosten al hun roerende en onroerende goederen, speciaal gelegen in het gericht Hardenberg, stellen.
Getuigen: Theodericus de Ceppel de Verwolde, Haldwynus de Voerst, Johannes de Thije, Bernardus de Thije en Wilhelmus de Myddele, ridders, en Johannes de Oetmersem en Johannes Henrici, leken uit het bisdom Utrecht.
Datering: In capella sancti Anthoni in Rechteren.
NB:Origineel op perkament (inv.nr. 1346), met de signaturen van de notarissen.

Klooster Sibculo | regest 511 | 16-06-1516
Otte van Dotinchem, als momber en hulder zijner dochter Swane, verklaart namens haar beleend te hebben Hessell Averenck, ten behoeve van Prior en Convent van het klooster Galilea in Zibekeloe, met de grove tienden over het Voerwerck, gelegen in het kerspel Hardenberch, buurschap Nijensteden, en met de grove en smalle tienden van Reijninck, gelegen te Hemze.
Gestichtsmannen van Utrecht: Johan Strubbe en Ghert Zwaneken Gerdesoen.
Int jair ons Heren dusent vijffhondert ende sestijn des Maendages na suncte Vijt des hilligen Martelers.
Het z.v.O.v.D. is afgevallen.
o.n.Sibculo CLIX.
v. Doorn.T.R.

Klooster Sibculo | regest 332 | 21-03-1513
Johan van Itterssum, richter ten Hardenberge, oorkondt dat Albert Froulinck en zijn vrouw Jutte en zijn broer Johan Johansz de rentebrief van 5 mud rogge (no. 331), hun aangekomen van hun ouders, aan Hille Beckers te Gramsberge hebben verkocht.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 217 (blz. 433), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Up s.Benedictusdach des hillighen abts.
Zie: no 331.
NB: Als keurnoten worden genoemd Albert Bulcks en Bartoldus Koster.

Klooster Sibculo | regest 326 | 10-11-1517
Hermannus van Deventer, Commandeur, Lambertus Laurentii, prior, en het convent van het Werffummer klooster van s.Jan verklaren te hebben verkocht en geleverd aan heer Godfridus, prior te Sibekeloe en het convent aldaar een rente van 2 tonnen rode boter, te leveren op de waag binnen Groningen uit hun voorwerk te Wynsum, behoudens het recht van lossing 233 Rijnse gulden.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 214 (blz. 427), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Up s.Martijnsavent in den winter.

Klooster Sibculo | regest 346 | 26-11-1517
Egbert Scoenekamp, richter ten Herdenberghe, oorkondt dat Reynolt van Covorde heeft verkocht aan heer Albertus Lansinck een rente van 2 mud rogge Zwolse maat uit zijn erf Wermynck, gelegen in kerspel en gericht Hardenberg, en de mark en buurschap Bergenthem, onder belofte van vrijwaring, behoudens het recht van wederkoop van 24 goudguldens.
Als keurnoten worden genoemd Johan Sconecamp en Lambert Scroder.
zie nr. 347
Hss.: Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel, Archief klooster Sibculo (A). — Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 225 vs. (blz. 450) (B).
Regest: Van Doorninck, Register, V blz. 343.

Sibculo | regest 337 | 06-05-1521
Schepenen en raad van de stad Hardenberg oorkonden, dat Berndt Tansz. Henrick en zijn vrouw Henrick verkocht hebben aan het klooser Sibekeloe een rente van 2 mud rogge Zwolse maat uit het huis, waarin Bernt Henrick’s vrouw woont; en dat verkopers die rente met hand en mond hebben geleverd.
(Upten VI dach mensis Maii)
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 220 (blz. 439), in het archief van het klooster Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 340 | 06-05-1521
Schepenen en raad van Hardenberg oorkonden, dat Andreas Jansdochter van Campen en Arndt Geertsz. hebben afgestaan aan het klooster van Sibekeloe alle renten, pachten en goederen, die Hilbrant Rolefs, Jan Albertsz. en Derck Philippuss hun schuldig zijn;
Dat Hilbrant en zijn vrouw Ghese verklaarden schuldig te zijn aan het convent een rente van 1 mud rogge uit hun huis binnen Hardenberg, dat Jan Albertsz. en zijn vrouw Fenne bekenden aan het convent schuldig te zijn een rente van 7 1/2 goudgulden, te betalen met 2 1/2 schepel rogge per jaar, uit hun huis binnen de stad.
(Upten VI dach mensis Maii)
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 221 (blz. 441), in het archief van het klooster Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 362 | 03-07-1521
Seyne Mulerdt, richter te Ummen, oorkondt dat Derck Dubbinck, weduwe, onder bijstand van Willem Seynensz., verklaarde dat haar zoon Bernt gestorven is als lekebroeder van Sibekeloe; dat hem na dode van zijn vader toegevallen was een rente van 6 mud rogge, die Bernt aan het klooster heeft overgedragen en dat zij, Derck, tot een memorie voor haar zoon 5 1/2 mud rogge aan prior en convent heeft overgedragen, die betaald zal worden door haar zoon Ghert uit het erve Brandehorst.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 238 (blz. 475), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: sWonsdaghes nae O.L.V. Visitatie.
NB: Als keurnoten worden genoemd Jacob van Wterwyck en Egbert Schonecampp.

Klooster Sibculo | regest 551 | 20-01-1522
Bruno Blanckfoirt, richter ten Hardenberge, verklaart dat Egbert Merssinck, Alijt diens vrouw, Johan die Gentige, Alijt diens vrouw, Johan Heijnen, Ffenne diens vrouw, Roleff Aemsinck en Rolef diens vrouw, zich als borgen hoofdelijk hebben verbonden voor de goede betaling der jaarlijksche rente van 20 keurv.gouden rijnsche gld., door Prior en Convent van Zibekeloe met anderen verkocht aan Katherine Rodden, wed.Hermen Rodden, (Zie acte van 1522 Januari 9), en dat de kerspellieden van Hardenberg en Heemse op hunne beurt beloofd hebben genoemde borgen schadeloos te zullen houden.
Int jair onsz Heren dusent VcXXII upp suncte Agneten avent der hilligen Jonffer.
Keurnoten: Derick Philippssz en Hermen Scomaker.
In margine: littera ista inscribetur copiarum sub redempcione.
Cart.v.Sibculo fol. 102vo.
v. Doorn.dl.5.

Klooster Sibculo | regest 347 | 30-09-1523
Albertus Lansinck, vicaris te Gramsberge en Covorden, verklaart een prior en convent van Zibekeloe overgedragen te hebben de rente van 2 mud rogge uit het Werminck (zie no. 346), waar deze brief door gestoken is.
Hss. Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel, Archief klooster Sibculo (A). — Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 226 (blz. 451) (B).
Regest: Van Doorninck, Register, V blz. 498.
Datering: Up s. Remigiusavent.
Zie: no. 346.

Klooster Sibculo | regest 351 | 11-02-1528
Broeder Godfridus, prior te Sibekeloe, verklaart voor het convent aldaar, dat Otto van Vilsteren aan het convent verkocht heeft de Hulshorst, gelegen bij de hooimaat van het klooster, en dat het convent hem een uitweg naar zijn haverland heeft toegestaan, en eveneens aan Evert Seynen.
Hss.: Oorspr. charter in het R.A. in Overijssel, Archief klooster Sibculo (A). — Afschrift aldaar, in Cartularium II, fol. 227 vs. (blz. 454) (B).
Datering: Upten elfften dach in Februario.
Zie: no. 350. | Bekijk archieftoegang: Klooster Galilea Maior te Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 355 | 03-09-1528
Reynerus Johannis, klerk in de diocees Traiectum en pauselijk notaris, instrumenteert dat mr. Andreas Barchorst en Ffredericus ten Broecke, executeurs-testamentair van Bernardus de Hilten, en frater Johannes Traiecti, cellerarius van het klooster in Sibekeloe, optredende voor dat klooster, hebben verklaard dat Bernardus de Hilten twee boterrenten uit Buddenlandt en Hebinge (zie no. 353 en 354) aan dat klooster heeft nagelaten.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 230 vs. (blz. 460), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Die vero Jovis tercia mensis Septembris.
Zie: 353 en 354.

Klooster Sibculo | regest 356 | 14-12-1530
Johan Mulerdt, rentmeester van Sallandt, oorkondt dat voor hem en keurnoten van de hof Ummen verschenen is Herman die Wijse en zijn vrouw Stijne, die verkocht hebben aan prior en convent van Sibekeloe een rente van 2 gouden Keurvorster Averlandse Rijnse guldens uit hun erf Des Vosses guet, gelegen te Holtheem, in het gericht en kerspel van Hardenberg, en dat verkopers die rente met hand en mond hebben geleverd, behoudens het recht van wederkoop met 40 gulden.
Als keurnoten en vrijen van de hof Ommen worden geneoemd Johannes Telvoiren en Egbert Willemsz.
Hs.: Afschrift in Cartualarium II, fol. 231 vs. (blz. 462), in het archief van het klooster Sibculo.

Klooster Sibculo | regest 368 | 27-02-1537
Herman Johansz. en Evert Wedelinck, vrijlieden van de hof Ummen, oorkonden dat Hermen die Wijse en zijn zoon Rotgher, vrijen van de hof, verkocht hebben aan prior en convent van Sibekeloe een hooimaat te Oltheem, in het kerspel en gericht Hardenberch, gen. de Lanchorst, behorende tot des Vosses erve; en dat verkopers het verkochte met hand en mond hebben geleverd, onder belofte van vrijwaring en voorbehoud van wederkoop gedurende 6 jaar.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 244 vs. (blz. 488), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Des Dinxedaghes nae den anderen Sondach in die Vastene Reminiscere.
Zie: no. 228, 235, 356.

Klooster Sibculo | regest 369 | 10-12-1537
Bruyn Blanckfordt, richter ten Hardenberch, oorkondt dat Gherdt Schoemaker en zijn vrouw Berte verkocht hebben aan het klooster Sibekeloe een rente van 1 mud rogge Zwolse maat uit een perceel land achter het kerkhof, en dat verkopers die rente met hand en mond geleverd hebben onder belofte van vrijwaring.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 245 vs. (blz. 490), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Upp Maendach post Conceptionis Marie.

Klooster Zwartewater | regest 132 | 08-10-1542
Erfgenamen en ingezetenen des kerspels Hardenberg, mitsgaders kerkvoogden, schepenen en raad brengen den proost Albert van den Hardenberch in herinnering, dat zij reeds vroeger met elkaar hebben geconfereerd over de aanstelling van een nieuwe “capellanus”, dat beide partijen zouden uitzien naar een dergelijk geschikt persoon, dat zij tot nu toe niets van de proost en het convent Zwartewater hebben vernomen en dat zij daarom juffer van Coeverden naar hun toezenden, die namens hen een geschikte persoon zal presenteren.Actum then Hardenborch den VIIIten dach Octobri Anno etc. XLII. 
Oorspr. archief Zwartewater, inv.no. 17.

Huis Batinge | regest 47 | 27-05-1546
Johan van den Kampe bleent, als stichtsch leen, Evert de Baecke met het erf en goed den Pothoff c.a. in het kerspel en het gericht van den Hardenbergh te Ennevelde, het erf Schultingh te Koltheem *  de tienden te Meene grof en smal in het kerspel Velthuijsen, 2 tienden grof en smal over de Laer en Braeme en 2 tienden in het kerspel Oldenseel grof en smal, nl. over Rosteringh en Besteringh in de buurschap Gamenicken. Met vermelding als ,,twie stichtesmannen?van Lubbert Blanckvort en Johan van Steenwych Henrichssone.
NB:Gegeven in den jare onses Heeren 1546, den 27 dach Maij.
Copia copiane (17de eeuw) (Inv. nr. 549), op papier, naar een afschrift gewaarmerkt door J. Vriesens. Het oorspronkelijke stuk was bezegeld in groene was.

Klooster Sibculo | regest 681 | 04-07-1547
Broeder Frans, prior, en het convent van het klooster Galilea in Zybekelo, verklaren een moetzoen te hebben aangegaan met Johan van Laer in Honlo, ter zake van het door diens voorvader Henrick van Laer, Boldewijnszoon, aan het convent verkochte leengoed Wedelijnck, c.a. gelegen in de buurschap Diffele, kerspel Hemse, gericht Hardenberch, zullende dat goed nu worden verheergewaad met 2 gouden rijsche gld., terwijl nu hulder is Roloff Wullijnck, burger te Deventer.
Int jair ons Heren dusent V hondert XLVII op dach Translation Martini dat is den vyrden der maent Julij.
Cart.v.Sibculo fol. 157vo.
v. Doorn.M.S.NB:De acte is gebiffeerd: in margine: vacat.

Klooster Sibculo | regest 683 | 04-07-1547
Johan van Laer toe Hoenloe verklaart het convent van Galilea in Zibekeloe beleend te hebben met het erve Wedelinck, gelegen in de buurschap Diffele, kerspel van Heemse, gericht van Hardenberch, als een Stichtsleen van Utrecht, 2 overld. gouden rijnsche gld. als heergewade te hebben ontvangen, en Roloff Wullinck, burger te Deventer als hulder te hebben aangenomen. Int jair uns Heren dusent vijffhondert soeven ende viertich up dach Translationis Martini den vierden dach in Julio.
Stichtsleenmannen: jr. Goessen van Raesfelt, drost van Twenthe, en jr. Unyko Ropperda.
Het z.v.den leenheer is afgevallen.
Sibculo No. CLXXX a. cfr.cart.v.S. fol. 158.
v. Doorn.M.S.

Famlie Heerkens | regest 31 | 31-05-1549
Egbert Haco van den Rutenberge oorkondt, dat hij in tegenwoordigheid van mr. Henrick van Thill en mr. Johan Oostendarp, leenmannen, joffer Lucia van Goor, weduwe van Reede, onder huiderschap van haar zoon Johan van Reede, drost van Lage, Diepenheim en Blanckenborch, beleend heeft met de gehele Grooten Hoff ten Velde, met de daarbij behorende tienden en met De Lutticken Hoff ten Velde, gelegen in het kerspel van Dalffsen in de buurschap Ancken, alsmede met de tienden, rustende op de hof te Diffele, gelegen in kerspel en buurschap van den Hardenberch.
Authentiek uittreksel uit het leenregister van het huis Zuthem door notaris D. van Luik, leenschrijver van dat huis, 1654, (inv. nr. 1085).
Datering: den lesten maij.

Klooster Sibculo | regest 697 | 12-06-1549
Bruijn Blanckvordt, richter te Hardenberch, verklaart, dat op den 1en January 1545 Gheerdt ter Scheer met zijne huisvrouw Robert Willing, voor zich zelven en voor zijne moeder Geese Wijlling, goedgekeurd heeft den afstand van land door Johan Menssen, bedoeld bij de acte van 14 November 1548, en dat den 12 Juny 1549 Luken Pijper te Veldhuissz voor zich en Ffenne zijne vrouw en Lefferdt Swijnsche te Dalen, mede voor zijne vrouw Johan afstand hebben gedaan van hunne aanspraken op de in de genoemde acte bedoelde perceelen, zijnde zij deswegen voor het convent behoorlijk voldaan.
Keurnoten (op: Jan.) : Johan Holterman en Andreas Roloffs, en (op 12 Juny) Lambert Smijt en Andreas Roloffsz.
Gegeven unde besegelt den twelfften Juny in dijt sulve jair van neegen ende viertich.
Cart.v.Sibculo aanh.fol. 4vo.
Niet bij v.D.

Huisarchief Batinge | regest 54 | 21-07-1551
Bruin Blanckvoort, richter ten Hardenberch, oorkondt, dat voor hem en keurnooten Gerdt de Wihe, die Koening te wesselse gend Berent, Roleff Cmperbeecke, Albert Vierlicks, Roleff Amsick, Evert Roberts, Gerdt Roberts, Arent Blanckvoort, Gerdt Ter Hurne, Hendrick Bertelingh, Albert Toe Radedwick, Hendrick Veltman, Hermen Mollingh, Gert Ratenering, Evert Heynen, Heyno To Luessen, Hendrick Ten Grotenhuys En Lueken Hildertick, Wolter Reyners, Gert Mollencat, Gerryt Ghysberts, Jacob Luken, Gert Lamberts En Heyno Rullers -, op vordering vna Hermen Bake, voor zich en zijne broeders en zusters, – omtrent het visschen van Echteler tot Bergentem of Mariënberch (door de Baken, de Wysen of de bezitters van het huis te Gramsberge) en het jachtrecht (door Gosen de Baecke en zijne kinderen Evert en Derck of de bezitters van het huis Gramsberg) , – getuigden als de acte inhoudt. Met vermelding als keurnooten van Johan van Hiemse en Andreas Roleffesen; en mede-bezegeling door burgemeesteren, schepenen en raad der stad Hardenberch met het stadszegel. Gegeven int jaer onses Heeren 1551, den 21 dach der maendt Julij.

Klooster Sibculo | regest 724 | 16-11-1555
Bruijn Blanckvordt, richter ten Hardenberch, verklaart dat Vyncentius van Uuterwijck en zijne vrouw Anna van Menckholt hebben verkocht aan Prior en Convent van het klooster Galilea in Sybkeloe eene jaarlijksche rente van 6 overlandsche, gouden rijnsche gld., uit het ambt en de Borchvrede van de Venebrugge, deels leengoed, deels eigen.
Koernoten: Johan Smijt en Mr. Peter Barberer.
Gegeven in den jair ons Heren dusent vijffhondert ende vijff ende vijfftich den sestijnden dach der maendt Novembris.
Met de uith.zz.v.d.richter en Vincentius van U. in gr. w.o.n.Sibculo CLXXXIV.
v. Doorn.Reg.M.S.

Familiearchief Heerkens | regest 35 | 18-09-1557
Johan van den Bootzeler (Boetzelaer) oorkondt, dat hij namens zijn neef Adolph van den Rutenberch, de onmondige zoon van wijlen Egbert Haco van den Ruytenberch, in tegenwoordigheid van zijn medemomber Unico Ripperda, drost van Zallant, en van Johan van Laer to Hoenlo en mr. Henrick van Thill, als leenmannen, Godert van Reede, ridder, en schout te Utrecht, als oudste zoon van wijlen de maarschalk Ariaen van Reede, beleend heeft met De Grooten Hoff ten Velde en met De Lutticken Hoff ten Velde, gelegen te Dalffsen, met de tienden onder de hof te Diffele, gelegen in het kerspel van den Hardenberge, voorts met de hof te Wycheringh, gelegen in het kerspel van Dalffssen, en met het erve Pothoff, gelegen te Hardenberch, met de daarbij behorende tienden.
Authentiek uittreksel uit het leenregister van het huis Zuthem door notaris D. van Luik, leenschrijver van dat huis, 1654, (inv. nr. 1085).

Huis Batinge | regest 59 | 09-04-1558
Bruin Blancvoort, richter te Hardenbergh, oorkondt, dat voor hem en keurnooten Berent Alberts met zijne kinderen Herick, Goosen en Rotger, Goosen met Aleydt e.l. , Gisbert van Laer met Aleyt E.L. Willem Smit met Heijle e.l. verklaarden, door Rotger Alberts den (voor)koop van het erf en goed den Pothoff te Aenwede te hebben aangeboden aan hun oom Goosen Baecke Evertssoone, die hem aannam. Gegeven in den jare onses Heeren duysent vijffhondert ende achtenvijfftich, op Paes-avont.
NB:Copia copiae (17de eeuw ) (Inv. nr. 549), op papier, naar het afschrift gewaarmerkt door J. Vriesens. Het oorspronkelijke stuk was bezegeld ,,met uijthangende segelen?in goene was en onderteekend door Henrick Alerts, Goosen Allers, Rotgert Allerts, Gijbert van Laer, Willem Smit en Bruin Blanckvort.

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. | 1559
Blanckvoort tegen Herman van den Clooster over een vordering in geld, 1559.

Klooster Sibculo | regest 731 | 07-05-1562
Johan van Laer te Hoenloe verklaart, als leenheer, ten behoeve van Prior en Convent van Galilea in Sijbbijkeloe, te hebben beleend, na doode Symon Claessen, Johan Veerkamp met het erve Wedelynck, gelegen in de buurschap Diffelen, kerspel Heenssum, gericht van Herdenberrych.
Leenmannen van het Sticht: Harmen van Keppell en Albert van Wylsteren.
Actum anno duesent vijffhondert ende twe en sestich, up Donderdach des soevenden dach van den Meij.
Met het uith.z.v .d. leenheer in gr. w.
Cfr. 1555 febr. 21.
n. Sibculo CLXXXVII.
Niet bij v.D.

Huis Batinge | regest 63 | 18-01-1563
In verband met het blijken bij de deeling der naltenschap van Berent Alers en Herman Baecke e.l. – door hunne kinderen Goosen Alers voor zich en zijne vrouw Alijdt van der Lippe, Rotger Alerdts, Aleydt Alers met haren man Gijsbert van Laer, Heijle Alers met haren man Eillem Smit – dat Goosen Baecke te Anwede, de oom der kinderen, dezen geld had voorgeschoren op het huis, de gaarden en een stuk land gen d.. de Wissener te Baedeler, door de ouders bewoond doch nu in gebruik bij Johan Auinges de junge en toegescheiden aan G.A. c.u., – komen ,,vrunden, kinderen ende erffgenamen?overeen, dat de oom G.B. ter afsossing zal ontvangen he huis, de gaarden en de Wissener c.a, in het gericht van Hardenbergh in de buurschap Badeler. Gegeven in den jaere onses Heeren duysent vijffhondert ende drieensestich, den 18 dach Januarij 1563.
NB:Copia copiae (17de eeuw) (Inv. nr.549), op papier, naar het uittreksel gewaarmerkt door J. Vriesens. Het oorspronkelijke stuk was bezegeld met 2 zegels in groene was.

Huis Batinge | regest 71 | 15-07-1569
Bruijn Blackvort, richter ten Hardenbergh, oorkondt dat, volgens ,,revelatie?van zijn ten dezen gemachtigde Andries Rolofs, voor dezen en keurnooten Geert de Wijse te Loesen, Roeleff Campferbeecke, Henrick Joh(a)n Reijners en Johan ten hoffstede -, op vordering van Goosen Bake te Anwede, met betrekking tot het vrij zijn van wijlen Evert de Baecke en zijn voorouders en kinderen (als beziters van die Pothoff) van schattingen, ongelden en heerendiesten en het door hen uitgeoefend jacht- en vischrecht, – getuigden als de acte inhoudt. Met vermelding als keurnooten van Gijbert van Laer en Henrick Amssick.
NB:Den XVen Julij ao. 1569.
Afschrift (17de eeuw) (Inv. nr. 549), op papier. Het oorspronkelijke stuk was voorzien van een opgedrukt zegel in groene was.

Huis Batinge | regest 72 | 16-08-1569
Verklaring, dat op datum Eggerich Ripperda drost van het land Zallandt, Goosen van Raesfeldt die jonge drost van Twente, Eusebius Bentick dorst van Isselmuijden, Berent de Beure ,,compteur?, Johan van den Boetselier, Herick Mulert, Jan van Laer, Zeyne van Brenen, Johan van Rechteren, Reoleff van Langen, Adolff van Weickel, Wolter van Heyden, Christoffer van Averhaegen, Roeleff van Oostenwolde, Bertelt Sloots, Adolph van den Ruitenborgh, Johan Ripperda, Lubbert Blanckvort, Hendrick van Laer, Geert van Laer, Jovob van Coeverden, Johan Mulert, Peter Mulert, Peter Mulert (Sic), Macharis van Oldeniel, Vincentius van Uitterwyck, Johan Uytterwyck, Jocob van Vterwijck, Keppel te Olst, Henrick Schaerp, Johan van Buchorst, Jasper Scheel, Herman van Voorst zoon van wijlen Derrick van Voorst, Jochim van Armeloo, Johan van Steenwijck, Robbert van Ittersum, Geert Rengers, Goosen de Baecke, Bruin Baeck, Jorriën van Bermentlo, Jorriën van der Marck, Roeleff van Hoevel, Johan van Eschede, Geerlich de Bever, Jan van Echten, Berent Moerbeke,?? *  Grubbe, Lubbert van Winshem, Steven van Reemen docter van Deventer, Hendrick de Wilff, Arent Toe Boecop van Campen, Wolff van Ittersum en Johan van Haerst (van Zwolle), als Ridderschap en gedeputerden der Steden te Nijerbrugge vergaderd, besloten, aan den stadhouder den graaf van Megen toe te zenden een verzoekschrift tot opheffing van eenige door den hertog van Alve voorgenomen ,,nijrheiden.?
NB:Op Dinxdagh den 16 Augustj anno LXIX ??.
Copia copiae (17de eeuw) (Inv. nr. 549), op papier, naar een uittreksel uit het ,,Keyserboeck?der stad Swoll, gewarmerkt door Joannes Holt sectetaris. In het ,,Keyserboeck?volgde het verzoekschrift.

Huis Batinge | regest 73 | 09-08-1571
Verklaring dat op datum als gemeene Ridderschap en gedeputeerden van de Steden te Nijerbrugge vergaderden: Eggerich Ripperda drost van het land Zallandt, Eusebius Bentick drost vn het ambt van Isselmuijden, JOHAN SLOOT drost van het land Vollenhoo, Roebet van Ittersum, Jochem van Armelo, Wolter van Ittesum, Herman van Voorst, Keppel, Seijno van Bremen, Hend. Mulert, Johan van Ittersum, Goossen van Goeverden, Johan van Rechteren, Jendrick Schap, Bartolt Loots, Uyttewijck te Gramsbergen, Johan Rammelman Macharis van Oldeniel, de richter Bermentloo, Bruin Baecke, Hendrick van Bremen, Goosen de Baeck, Echten, Henrick van Essen, Johan van Laer, Vincent van Uytterwijck enz.
NB: Opten 9 Augustj ao. LXXI??
Copia copiae (17de eeuw)(Inv. nr.549), op papier, naar het uittreksel uit het ,,Vers. Boek?der stad Zwol, gewaarmerkt door Johannes Holt, secretaris.

Huis Batinge | regest 74 | 06-09-1574
Herman van den Campe, leenheer van de leengoederen ten Pothoff, Reijnert van Aesewijn heer te Braekel, Lubbert Blanckefoort en Pouwel Blanckevoort schulte te Hardenberg bepalen -, als ,,moetsoensluyden? voor de ,,erffdieling?tussen Johan die Baecke en de weduwe van Goossen de Baecke met hare kinderen en Lambert Golt met Heyle e.l. met betrekking tot het erf en goed ten Potthof in het gericht ten Hardenberch in de marke en buurschap ter Ane en Anwede, – dat J.D.B. zal hebben het huis ,,mitter stede staende op de rechte ,,saelstede, mit den poll ende graffte daerom gaende?, het daarop binnen de singelgracht staand hout, den gond aan de andere zijde van het huis ,,ader saelstede?met de turfschuur en het houtgewas, de gaarde bij het huis langs de gracht bij de schuur tot de andere gaarde bij het hek; dat de weduwe en L.G. zullen hebben de schuur met den grond en het stamhout, van de gracht af langs het andere huis dat blijkens acten der weduwe en haren kinderen behoort, tot aan het hek, waardoor men naar de esch rijdt.
NB:Copia copiae (17de eeuw) (Inv. nr. 549), op papier, naar het afschrift gewaarmerkt door Henr. Holt secretaris der stad Swolle. Het oorspronkelijke stuk was onderteekend door E.D.B.

Klooster Sibculo | regest 372 | 02-08-1582
Everhart van Tongheren, schout te Ommen, oorkondt dat voor zijn waarnemer Hans van Linghen de senioren van het convent Sibkelo, Sanderus Suir prior, Hermannus Kuiper en Lambertus Momme, met Arent Krull, richter te Wlzenn (Ulsen), verkocht hebben aan Egbert Willemsz. en zijn vrouw Willem een rente van 5 mud winterrogge Zwolse maat uit het erf Groet Broeckate.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 249 (blz. 497), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Den 2den dach der mant Augusti .

Klooster Sibculo | regest 373 | 09-10-1583
Sanderus Suir, prior, Hermannus Daventriensis, Lambertus Mumme, Gisbertus Bouhusius, Johannes Hasselt, senioren e.a. conventualen van het klooster Sibkelo verklaren te hebben verkocht aan Albert Boirknecht, burger van Groningen, een rente van 24 daler, van 30 st. elk, uit land onder Selwert.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 250 vs. (blz. 500), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Dem Sondach vor Victoris.

Klooster Sibculo | regest 377 | 17-10-1583
Arennt Kruell, gograaf en richter te Wlsenb (Ulsen), oorkondt dat heer Sanderus Suir, prior in Sibeklo, Hermannus Kuper, Lambertus Mumme, Gisbertus Zutphaniensis en Johannes Hasselenthis, senioren en conventualen van voornoemd klooster, aan Herman toe Holsmolle en zijn vrouw Gesse voor 100 daler van 30 st. hebben verkocht de grove tiend en 1 schepel sloptiend uit het erf ther Hulsmolle, en aan Johann ther Braeck gen. Westerich en zijn vrouw Fenne voor 100 daler van 30 st. de tiend, die het convent trekt uit het erf de Braek gen. Lutticke Westerich; Dat prior en convent Herman en Johan voor het bezit van deze tienden zullen vrijwaren, en dat zij die tienden pas na 6 jaar zullen mogen lossen met 100 daler voor elke tiend.
Hss.: Notariëel afschrift in het R.A. in Overijssel (Archief klooster Sibculo) (B). — Afschrift in Cartularium II, blz. 507 (C).
Datering: Dem 17den Octobris .

Klooster Sibculo | regest 374 | 15-12-1583
Sandeurs Suir, prior, Hermannus Kuper, Lambertus Mumme en Gisbertus Zutphaniensis, senioren, en het convent van Sibkelo verklaren te hebben verkocht en geleverd aan Herman van Diersten, burger van Nienhuis, een rente van 10 mud winterrogge Ulzener maat uit hun erf Vachedinck te Wilsum en het erf ther Spolde te Hardinge, beide in het kerspel Ulsen gelegen.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 251 (blz. 501), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Den 15 Decembris stilo veteri.

Klooster Sibculo | regest 376 | 02-01-1584
Arent Krull, gograaf en richter te Wlsenn (Ulsen), oorkondt dat Sanderus Suir, prior, Hermannus Kuper, Lambertus Mumme, Gisbertus Zutphaniensis en Johannes Hasselt, prior, senioren en conventualen van het klooster Sibekeloe, aan Johannes Kruell en Berent Kruell, mombers van de minderjarige kinderen van wijlen Mencko Hermansz., een rente van 4 1/2 mud rogge voor 100 daler avn 30 st. verkocht hebben uit hun erf Gerberdinck te Wilzum.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, blz. 505, in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Dem 2, dach Januarii.

Klooster Sibculo | regest 375 | 24-02-1584
Sanderus Suir, prior, Hermannus Kuper, Lambertus Mumme, senioren, Gisbertus Zutphaniensis en Johannes Hasselt, conventualen van het klooster Sibkelo, verklaren opgenomen te hebben bij Lambert Sallant en zijn vrouw Effse 150 daler van 30 st., waartegenover het klooster zich verbindt een rente van 4 1/2 mud rogge, zijnde een sloptiend uit de hof te Hilten, en een rente van 2 mud rogge uit het erf Schonefeldt te Wilzum te leveren.
Hs.: Afschrift in Cartularium II, fol. 252 (blz. 503), in het archief van het klooster Sibculo.
Datering: Dem 24. Februarij, wesende un avent Petri.

Klooster Sibculo | regest 751 | 29-12-1591
Willem van Camphuis, leenheer, verklaart dat hij, door zijn gecommiteerde Derrick van der Beecke, beleend heeft Gijsbrecht Bouuhuis, ten behoeve van het klooster Sibbekeloe, met de grove en smalle tienden over het erve Voerwerck, gelegen gericht van Herdenbarch, benevens met dito tienden uit het erve Reinninck, gelegen in het kerspel van Heemse, hebbende, namens het klooster Everardt van Vlodorp eed en hulde gedaan.
Leenmannen: inden jare onss Heren duisent viffhondert enentnegentich den negenundtwintichsten van December.
Met het (afgesl.) uith.z.v.d.leenheer in gr. w.
n.Sibculo CXCIX.
Niet bij v.D.

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. 12536 | 1596
Stukken betreffende de verpachting door de administrator van de goederen van de vicarie van St. Anthonius in Onze Lieve Vrouwenkerk te Zwolle aan Gerhard ter Borch, namens zijn zwager Steven Blanckvoort, van een erve en goed in de buurschap Rheeze in het schoutambt Hardenberg, 1596.
Omvang:1 omslag.

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. 2608 | 1597
Fenne van Steenwijk, weduwe van Jacob van Uterwyck, tegen Steven Blanckvoort over de betaling van een jaarlijkse rente in rogge, naar ‘Zwolssche mercktmate’, gaande uit enkele landerijen in de Meene [onder Hardenberg], 1597.

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. 2641 | 1605
Gerrit van Luyck tegen Steven Blanckvoort wegens het onrechtmatig hakken van hout in de buurschap Rheeze onder Hardenberg, 1605.

Staten van Overijssel | regesten van charters behorend tot inventarisnummers 3077-3080 | regest 5 | 08-06-1609
Herman Pinninck, leenheer, verklaart beleend te hebben, ten behoeve van het klooster Sipkeloe, Georgie Sticke, rentmr. van dat gesticht met de grove en smalle tienden over het Voerwerck, gelegen in het kerspel Hardenberch, en met dito tienden over Reyminck, in het gericht van Heemse, c.a.
Leenmannen: Johan de Baeck, rentmr. in Twenthe ende Alard Hellendoern, jur. licent.
Actum anno 1609 den 8 Juny olden stijls.
Met het uith. (besch) z.v. den leenheer.
n. Sibculo CCIII. Niet bij v.D.
Datering:1609 Juny 8. stil.vet.
Zie: Inventarisnummer 3077. NB: Zie voorts 1652 Novemb. 17

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. 3949 | 1630
Hendrik van Essen tegen Willem Blanckvoort tot Collendoorn wegens het bezit van een akker land in de buurschap Collendoorn, schoutambt Hardenberg, 1630.

Staten van Overijssel | regesten van charters behorend tot inventarisnummers 3077-3080 | regest 13 | 03-04-1645
Willem Blanckevort toe Collendoren, leenheer, verklaart beleend te hebben, ten behoeve van het convent Galilea in Sibekeloe. Esken Wolters, te Hardenbarch, met het erve Vrijlinck c.a., gelegen in de buurschap van Diffelen, kerspel van Hiemse, zoomede het erve Velschet c.a., gelegen in de buurschap en kerspel van Hiemse, en beide in het gericht van Hardenbarch.
Leenmannen: Lucas Splijdtloff en Goddert van Tellichuisen te Duvelde.
Datum Collendoren desen 3en Aprilis anno 1645.
Met het (afgesl.) uith. z. v. den leenheer in r. w.
n. Sibculo CCVII.
Niet bij v. D.
Zie: Inventarisnummer 3078. NB: Zie 1603 Sept. 13 en 1656 Octob. 18.

Staten van Overijssel | regesten van charters behorend tot inventarisnummers 3077-3080 | regest 16 | 17-11-1652
Herman Pinninck, erfgeseeten op den Buscamp, als leenheer verklaart beleend te hebben Henrick Marienborch als rentmeester van het klooster Sipkeloe met de grove en smalle tienden over Voerwerck, kerspel Hardenberch en met die over Reijninck in het gerichte van Heemse.
Leenmannen: Jr Herman Kockman ende Alhardt Hellendoern, Dr. ………. den 17 November 1652.
Zie: Inventarisnummer 3078. NB:Het zegel van den leenheer afgevallen.
Zie 1609 Juni 8 en 1785 Dec. 16.

Staten van Overijssel | regesten van charters behorend tot inventarisnummers 3077-3080 | regest 17 | 18-10-1656
Willem Blanckevoort te Collendooren, leenheer, verklaart beleend te hebben Henrick Marrienburch, in zijne qualiteit als rentmr van Sibbickeloe, en ten behoeve van het convent Galilea in Sibbickeloe, met het erve Vrijlinck c.a., gelegen in de buurschap Diffelen kerspel van Heemse, benevens met het erve Veltschet c.a., gelegen in de buurschap en het kerspel Heemse en beide in het gericht van Hardenbarch.
Leenmannen: Godthart van Tellichuisen en Engbert Henricksen.
Actum Hardenbarch den 18 October in den jare 1656.
Met het (geheel versleten) uith. z. v. d. leenheer in r. w.
n. Sibculo CCX. Niet bij v.D.
Zie: Inventarisnummer 3078. NB: Zie 1645 April 3.

Huis Batinge | regest 502 | 20-11-1656
Uittreksel uit de resolutiën van de Gedeputeerden der Staten van Overijsel d.d. 20 November 1656 *  , houdende verleening in erfpacht aan jonker Joan Blanckvoort tott Collendoirn van de waren der Staten (of de ?Heern- Whaern??) te Collendoorn, tegen eene erfpacht (ook voor 2 ?touslagen?) aan het rentambt van Salland; (c. 1656).
Omvang:1 stuk.

Huis Batinge | regest 530 | 1656-1659
Stukken afkomstig van Hidde van Voorst tot Hagenvoorde, Laer ende Bergentheim als landdrost van Salland, betreffende het door hem verrichte in het geschil tusschen de ingezetenen en de markegenooten van Arriën en Zuidowolde over den eigendom van lage groenlanden aan de Reest; 1656-1659.
NB:Hierbij een brief aan den secretaris van Drente W. Sichterman | Omvang:1 dossier.

Huis Batinge | regest 549 | 1664
“Deductie voor jr. Grevelinck” – Deductie, met bijlagen, van jonker Ditmar de Grevingh aan Ridderschap en Steden van Overijsel ten betooge van zijn recht op zitting ten landdage als eigenaar van het goed de Pothoff te Aneveld in het kerspel Hardenberg. Met afschriften van enkele stukken d.d. 1663 en 1664 betreffende deze zaak; 1664?
NB:De bijlagen zijn retroacta d.d. 1503-1662. Zie regesten Nos. 22, 47, 54, 59, 63, 71-74 | Omvang:1 bundel.

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. 5008 | 1671
Verklaring van de schout van IJsselmuiden ten behoeve van Johan Blanckvoort, dat het Grote Steenhuis met het bouwhuis en met de kamp te IJsselmuiden, gelegen bij de Voorst, gevrijd werd in de schatting en contributie, zoals het toebehoorde aan Gerhard Blanckvoort, die het goed in 1604 had gekocht van Johan van Steenwijk tot de Grote Scheer, 1671. Authentiek afschrift, [ca. 1780].
Omvang:1 stuk

Familie Greven | regest 4 | 1692
Herman Meeuwsen, schout van Zwolle en Zwollerkerspel, verklaart in aanwezigheid van Evert Rietbergh en Jan Driesen als gerichtslieden en van Gerrit Holt, gerichtschrijver, dat Joan Molkenbour, schout van Hardenbergh, en Christina van Kuyck, zijn vrouw, aan Joan Jellen en Agnis Schuirman, zijn vrouw, 1000 Carolusguldens van 20 stuivers per stuk schuldig zijn, wat na een opzeggingstermijn van een kwartaal van weerszijden opgezegd kan worden, waarvoor zij ieder jaar op 1 maart 60 Carolusguldens als rente zullen betalen, waarvoor zij de helft van het vrij eigen erve en goed, waarvan de andere helft aan Gerryt Molkenbour, doctor, toebehoort als onderpand stellen, dat bestaat uit 7 waren of koeweiden en 21 1/2 morgen bouwland, dat bezwaard is met een bedrag van 700 Carolusguldens, verstrekt door juffrouw van Ittersum en een bedrag van 50 Carolusguldens, verstrekt door Servaas Witkop en waarvan de helft van Joan Molkenbour en Christina van Kuck, zijn vrouw, bovendien nog bezwaard is met een bedrag van 500 Carolusguldens, verstrekt door de kinderen van wijlen Geurt Greven, hopman, en een bedrag van 500 gulden, verstrekt door Albert Molkenbour, schout van Dalfsen, broer van Joan Molkenbour, en dat in de buurschap van Schelle gelegen is, terwijl Jan Driesen als pachter belooft zijn pacht steeds op tijd te zullen betalen en Albert Molkenbour, schout van Dalfsen, en Gerhard Molkenbour, medisch doctor, als broers verklaren, dat het testament van wijlen Hendrick Molkenbour, hopman, en Lebuina Greven, hun ouders, zich hier niet tegen verzet, 1 charter.Datering:1692NB:Zie Ch. coll. 692.01.

Stadsbestuur Zwolle | inv.nr. 5000 | 1705
Gerrit Jacob Blanckvoort vanwege de havezate Pothof, 1705-1711.

Huis Batinge | regest 709 | 18-09-1706
Concept-missive van ….. te Binkhorst aan den rentmeester van Gramsbergen over de grensscheiding in de venen tegen Bentheim. 18 Sept; 1706.
Omvang:1 stuk.

Familie Greven | charter 6 | 1712
Albert Assing, cameraar van Zwolle en schout van Zwolle en Zwollerkerspel verklaart in aanwezigheid van Gerrit Leuseveld en Herman van der Horst als gerichtslieden en van Otto Meuwsen als gerichtschrijver, dat Gerhardt Molckenbour, medicine doctor en burgemeester van Zwolle, en van Willemina Greven, zijn vrouw, aan Henrick Royer, griffier van de provincie Overijssel, en Anna Paulina Vriesen, zijn vrouw, 2000 Carolusguldens van 20 stuivers per stuk schuldig zijn, wat na een opzeggingstermijn van drie maanden van weerszijden afgelost dient te worden, waarvoor zij ieder jaar op 30 januari 5% rente zullen betalen en waarvoor zij de helft van het erve en goed als onderpand stellen, dat tegenwoordig door Arent Petersen en Lysabeth Peters, zijn vrouw, als meiers gebruikt wordt en waarvan de andere helft het eigendom is van Joan Molckenbour, schout van den Hardenberg, broer van Gerhardt Molckenbour, en dat in de buurschap van Schelle in het kerspel van Zwolle gelegen is, 1 charter. NB:Zie Ch. coll. 712.01.

Familie Greven | regest 7 | 1715
Albert Assinck, burgemeester en cameraar van Zwolle en plaatsvervangend richter van Zwolle en Zwollercarspel, verklaart in aanwezigheid van Joan IJsels en Joan Golts, secretarissen en gerichtslieden, dat Joan Molkenbour, schout van Hardenbergh, en Christina van Kuyck, zijn vrouw, aan Henrick Royer, griffier van de provincie Overijssel, de helft van het erve te Schelle verkocht hebben, dat tegenwoordig door Arent Peters als meier bewoond wordt, 1 charter.
NB:Zie Ch. coll. 715.02.

Collectie Charters | regest 134 | 15-05-1723
De Staten van Overijssel verklaren, dat zij door hun leenbank Berent Edelink hebben beleend met het erf en goed Schonekamp tot Ridderink in het kerspel Hardenberg, buurschap Holtheem, gelijk wijlen zijn vader Jan Edelink daarmede 5 maart 1692 was beleend.
Oorspr. met de onderteekening van den leengriffier Gisb(ert) Ten Brink en het geschonden leenzegel in roode was van de Staten van Overijssel.
NB:Aanwinst 1920, niet in VROA. Overgedragen door Rijksarchivaris in Drente.

Collectie Charters | regest 157 | 21-04-1746
De Staten van Overijssel oorkonden, dat de stadhouder van de lenen Elbert Antoni van Pallandt toe Zuithem van Vasen en Jellis van Stegeren beleend heeft Jacoba Henrietta van Uiterwijk douariere van Raesfeld bijgestaan door Jan Lindenhof als momber en hulder met: de tiende grof en smal over de erven Roedelink, Vrijlink en toe Nienhuys te Liffele buurschap Heemse gericht Hardenberg; een tiende grof en smal over de erven Volkerinck en Aanink buurschap Heemse gericht Hardenberg; de halve spannerie gelegen in het gericht Hardenberg.
Met het uithangend leenzegel van Overijssel.
Datering: Den 21 April 1700 ses en veertig.
NB:Aanwinst 1944 B III VROA 1944 91.

Huis Batinge | regest 36 | 1782, 1789-1794
Stukken betreffende het geschil tusschen E.C.C.W. baron van Heeckeren en J.R. van Raasfelt tot Heemse, namens zijne vrouw, over de leenroerigheid van de Hofstede te Heemse aan het huis te Batinge; 1782, 1789-1794
NB:Van Heeckeren beweerde, dat de Hofstede een leen was van Batinge; Van Raasfelt ontkende niet de leenroerigheid, doch beschouwde de Hofstede als leen van Collendoorn en achterleen van Batinge. Het is niet zeker, dat alle stukken op de zaak betrekking hebben, omdat sommige brieven verwijzen naar onder partijen bekende, doch niet nader aangeduide, zaken. | Omvang:1 dossier.

Huis Batinge | regest 35 | 1785
Missive, met bijlagen, van mr. J.L. Solner, advocaat te Lochem, aan E.C.C.W. baron van Heeckeren over het vervolgen van de bezitters der tienden van Koldenhof en Grootenhuis onder Hardenberg wegens het niet verheffen dezer leengoederen aan den heer van Batinge; 1785 | NB:Vergelijk nr. 398 | Omvang:1 omslag.

Staten van Overijssel | regesten van charters behorend tot inventarisnummers 3077-3080 | regest 21 | 16-12-1785
Gerhard Dumbar, j.u.d., stadhouder der leenkamer Lutzeveld, toebehoorende Joan Herman baron van Hoëvell, heer van het Wezeveld en Cretier, oorkondt dat hij Frederik Theodorus baron van Pallandt tot Egede in diens kwaliteit van rentmeester van Sipkulo en Albergen heeft beleend met de tienden, grof en smal, geheeten het Vaarwerk, gelegen in het kerspel Hardenberg, en Reininck, gelegen in ’t gericht van Heemse, gelijk Frederik Alexander baron van Ittersum tot Oosterhof in dezelfde kwaliteit daarmede 30 Juni 1759 beleend is. ….. binnen Deventer den 16 December 1700 vijf en tagtig.
Oorspr. (op papier) met het opgedrukt zegel van Gerh. Dumbar in rood lak.
Zie: Inventarisnummer 3079. NB: 1609 Juni 8 1652 Nov. 17 en 1786 December 7.

Staten van Overijssel | regesten van charters behorend tot inventarisnummers 3077-3080 | regest 24 | 07-12-1786
Paulus Putman als stadhouder der leenkamer van Lutzeveld oorkondt dat hij Adolph Warner baron van Pallandt, heer van Beerse als gemachtigde van Frederik Theodorus baron van Pallandt tot Egede in diens kwaliteit van rentmeester van Sipculoo en Albergen met lediger hand heeft beleend met de tienden grof en smal, geheeten het Vaarwerk en Reinink, gelegen in het kerspel Hardenberg Archievenzulks uit den naam van Otto Ernst baron van Hoëvell, heere van het Wezevelt, etc. etc. en na doode van Joan Herman van Hoëvell, heere van Weezevelt, Cretier en leenkamer van Lutzevelt.
…….. binnen Deventer den 7den December 1700 ses en taggentig.
Oorspr. met het opgedrukte zegel van P. Putman in rood lak.
Zie: Inventarisnummer 3079. NB: Zie 1785 December 16.


Archieven:

  • Klooster Galilea Maior te Sibculo | Historisch Centrum Overijssel | Toegang 0185.1
    • Regestenlijst Rutgers op charters en cartularium I (inv.nr. 1)
    • Regestenlijst Ter Kuile op cartularium II (inv.nr. 2)
  • Klooster Sint Anthonius te Albergen | HCO | Toegang 0186
  • Klooster Zwartewater | HCO | Toegang 0188
    • Regestenlijst door P.A.A.M. Wubbe. aangevuld door mr. A. Hage
  • Huis Almelo | HCO | Toegang 0214
  • Huis Vilsteren | HCO | Toegang 0226
  • Familie Van Essen op huis Vanenburg te Putten (Gld.) | HCO | Toegang 0235
  • Familie Heerkens | HCO | Toegang 0238.1
  • Collectie diverse Charters | HCO | Toegang 0270
  • Zwolse Regesten | HCO | Toegang 0700
  • Stadsbestuur Zwolle, archieven van de opeenvolgende stadsbesturen| HCO | Toegang 0700
  • Familie Greven | HCO | Toegang 1170
  • Staten van Overijssel, Ridderschap en Steden, en de op hen volgende colleges | HCO | Toegang 0003.1
  • Oorkondenboek van Overijssel. Regesten 797-1350 / Kuile, G.J. ter, 1963-1969
  • Regesten van oorkonden betreffende de bisschoppen van Utrecht uit de jaren 1301-1340 / Berkelbach van der Sprenkel, J.W. ,1937 (dl. 3/66)
  • Oud Archief Hardenberg | Gemeentehuis Hardenberg
  • Toegang 0439 Abdij Assen | Drents Archief
  • Toegang 0617 Huisarchief Batinge | Drents Archief
  • Aangevuld met beschrijving uit het Tijdrekenkundig Register van Van Doorn
  • Regesten van het Archief der Bisschoppen van Utrecht (722-1528)
  • Regesten van oorkonden betreffende de bisschoppen van Utrecht uit de jaren 1301-1340