Aan het weggetje dat vanaf Huize Welgelegen richting het Hesselink liep (de Esweg), bevond zich aan de noordzijde de boerderij van de familie Woelders. Vanouds was dit een pachtboerderij. In 1832 was zij eigendom van jonkheer Jacob van Foreest, de heer van Heemse. Meer dan een eeuw later waren Hendrikus Woelders en zijn vrouw Geessien Welleweerd de eigenaren van de boerderij. Hendrikus was toen al bijna tachtig. Vandaar dat zijn zoon Hendrik Jan de boerderij in beheer had. Hij pachtte het bedrijf al vanaf 1949 van zijn ouders. In 1962 kwam hieraan echter een einde. In dat jaar werd de gemeente Hardenberg eigenaar van de boerderij, die deze vervolgens liet slopen in verband met het uitbreidingsplan Heemse. De familie Woelders kreeg in ruil de boerderij op het vroegere erve Philis of Pofferts op het Heemserveen.

‘Woelders’ (collectie Kampman).

In de zeventiende en achttiende eeuw was het latere Woelders in Heemse een katerstede die aangeduid werd met de naam ‘Op den Goren’. We zien deze huisplaats vermeld staan in het verpondingsregister uit 1601 als ‘Ein koetterstedeken genompt op den Goerden, tobehorende Clas Baecks, doet tho pacht – iij daler, 13 stuver, 8 penningen’. In het (oudere) schattingsregister uit het jaar 1520 wordt deze huisplaats niet met name genoemd. Daarin worden naast de Heemser boerenerven, drie keuterboerderijen van Heemse vermeld. Eén daarvan werd bewoond door pauper Warner Claessen. Mogelijk een voorvader van Clas Baecks. Uit registers van 1675 en 1682 blijkt dat er dan ene Evert op de katerstede woont: ‘Evert op den Goorden’. Het hoofdgeldkohier uit 1723 vermeld een ‘Derk van de Goorden’ die een huishouden kent met drie belastingplichtige personen. Het verpondingsregister uit 1733 heeft het over ‘Hendrik op den Goren’ en het vuurstedenregister van 1752 over ‘de hovenier van Heemse op den Goorden’. Hier staat bij aangetekend dat deze huisplaats in het jaar 1682 de woning was van Evert op den Goorden.

In de registers van de volkstelling van 1748 en de personele quotisatie uit 1750 wordt deze huisplaats aangeduid als ‘(de) Hovenier’ en die naam werd meer en meer gebruikelijk. In het in 1799 aangelegde pachtboek van de heer en vrouwe van Heemse komt de katerstede echter nog voor onder de oude aanduiding ‘Op den Gooren te Heemse’. De huisplaats werd verhuurd aan hovenier Gerrit Vinke en zijn huisvrouw Egberdina (Dina) Jansen Bosch op basis van een huurbepaling van 11 december 1792.

Een gedeelte van het in 1799 aangelegde pachtboek van de heer en vrouwe van Heemse.

Rond 1807 werd er door de overheid een register opgesteld van eigenaren van onroerend goed in het schoutambt Hardenberg. Op deze lijst zien we de katerstede in Heemse vermeld worden als ‘Op den Gaarden’ met huisnummer 43 en als eigendom van Jacob van Foreest, de heer van Heemse: ’43. op den Gaarden te Heemse met een huis en aan gaardenland bij ’t huis 3 schepel gezaaij graven op den Heemster kerkhof en 1/4 waare in de markte van Heemse en Collendoorn.’ Het jaar 1807 is overigens ook het jaar waarin hovenier Gerrit Vinke kwam te overlijden. Het pachtboek vermeld hier niets over en de administratie van de verpachting van de katerstede loopt door tot 1812, om daarna zonder nadere verklaring te stoppen. Egberdina – alias Dina – bleef als weduwe de woonstede bewonen.

Op 12 december 1820 hield notaris Antoni van Riemsdijk een boedelinventarisatie op ‘den Huize Heemse, no. 56, te Heemse’, op verzoek van ‘de hoogwelgeboren heer jonkheer Jacob van Foreest van Heemse, weduwnaar en boedelhouder van wijlen de hoogwelgeboren vrouwe Maria Clara gravinne van Rechteren, lid van de Ridderschap dezer provincie en breedgeërfde, domiciliërende op den Huize Heemse, zo voor zichzelven uit hoofde der gemeenschap van goederen tusschen zijn hoogwelgeborene en deszelfs wijlen ehevrouwe bestaan hebbende en als derzelver mede-erfgenaam voor een-vierde gedeelte haarer nalatenschap en als vruchtgebruiker van een ander vierde gedeelte derzelve, krachtens haar testamentaire dispositie op den 2 februari 1813 gepasseerd, als in naam en kwaliteit van vader en wettigen voogd van Willem Jan Petrus van Foreest, student in de rechten aan de Hooge School te Utrecht, oud 20 jaaren, Nannette van Foreest, oud 15 jaaren, Christina Louisa van Foreest, oud 13 jaaren, Theodora Sophia van Foreest (oud 9 jaaren) en Christina Ebella Cornelia van Foreest (oud 7 jaaren), deszelfs minderjarige kinderen.‘ Tot de vele onroerende goederen behoorde de katerstede het Hoveniers, liggende te Heemse, aan ‘het voetpad komende van Spaanschkamp, tegenover de groote weiden van Odink en bestaande uit derzelver behuizinge numero 44’. (aktenr. 240). Het Hoveniers was gelegen schuin tegenover Huize Welgelegen dat destijds huisnummer 43 kende. Het jaar 1820 is ook het jaar waarin weduwe Egberdina Bosch kwam te overlijden (wonende op huisnummer 44).

Kadastrale geschiedenis
Bij de aanvang van het kadaster, in 1832, werd de katerstede ’t Hoveniers geregistreerd onder sectie B-717 ten name van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse op legger 101. De katerstede staat wel ingetekend op de oudste kaart, maar zonder vermelding van een huisnaam. 

Fragment van oorspronkelijke minuutkaart, anno 1832.

Legger 101/298. Sectie B-717. Huis en erf.

Op 22 november 1847 verleed notaris Swam te Gramsbergen op den Huize Heemse een hypotheekakte op verzoek van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Deze verklaarde oprecht en deugdelijk schuldig te zijn aan:
– Salomon Izak Goudsmit, koopman te Meppel, de somma van 16.000 guldens;
– Mozes Simon Frankfort, koopman te Meppel, de somma van 5.000 guldens;
– Salomon Simon Frankfort, koopman te Meppel, de somma van 5.000 guldens
en dus tezamen de somma van 26.000 guldens. Als onderpand voor deze leningen verbond hij o.a. zijn katerstede ‘het Hofeniers te Heemse’ (aktenr. 1477).

Notaris Willem Swam begon op 20 juli 1850 met de eerste inzate van de openbare veiling van vastgoed. Hij deed dat op verzoek van mr. Willem Steven van der Gronden, advocaat en notaris te Zwolle, als gemachtigde van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Het achtste veilingkavel betrof de katerstede het Hoveniers, sectie B-717 (aktenr. 1661). Bij de definitieve veiling op 12 augustus werd het hoogste bod uitgebracht door koopman Klaas Vinke. Vervolgens verklaarde deze de aankoop te hebben gedaan in opdracht van rijksambtenaar Hendrikus Woelders te Latdorp (Lattrop).

Legger 593/5: Eigendom van Hendrikus Woelders, commies bij ’s Rijksbelastingen en landbouwer. Hij was op 8 juni 1839 te Tubbergen getrouwd met Hendrikjen Otten uit Heemse. Zij overleed op 10 mei 1869 te Heemse, op 63-jarige leeftijd.

Notaris J.G. Troost te Heemse verleed op 29 mei 1875 een akte van boedelscheiding, op verzoek van
1. Hendrikus Woelders, gepensioneerd rijksambtenaar te Heemse
2. Klaas Gerrit Woelders, smid te Heemse
3. Derk Lenters en echtgenote Hendrika Gesina Woelders, landbouwers te Heemse
4. Hendrik Jan Woelders, landbouwer te Heemse
Tot de gezamenlijke boedel behoorde het huis en erf met grasgrond, bouwlanden vruchtbomen, staande en gelegen te Heemse, sectie B-717, geschat op een waarde van 500 gulden (aktenr. 350).

Legger 3465/4: Eigendom van Hendrik Jan Woelders. Hij trouwde op 15 augustus 1883 te Heemse met Gerritdiena Eggengoor uit Emlichheim. Huisnr. A-65. In 1880 successie. Over op:

Kadastraal minuutplan, anno 1880.

Legger 4098/4: Eigendom van Hendrik Jan Woelders en Gerritdiena Eggengoor. In 1896 herbouw. Over op:

Kadastrale hulpkaart, anno 1896.

Legger 5394/1: Eigendom van Hendrik Jan Woelders en Gerritdiena Eggengoor. Nieuwe sectie B-5923. Huis, schuren, erf en tuin. In 1908 stichting en in 1909 boedelscheiding. Over op:

Kadastrale hulpkaart, anno 1909.

Legger 8220/1: Eigendom van weduwe Gerritdiena Woelders-Eggengoor en zoon Hendrikus Woelders. In 1923 successie. Over op:
Legger 8858/1: Eigendom van Hendrikus Woelders en echtgenote Geessien Welleweerd. Zij zijn op 8 december 1922 getrouwd te Heemse. In 1962 ruiling gronden met de gemeente Hardenberg.