De oudst bekende school in Heemse brandde in 1805 af. De Rotterdamsche Courant van 28 september 1805 meldde:
“Hardenberg, den 22 september. In den nagt tusschen donderdag en vrijdag laatstleden, ontstond er te Heemse aan het huis van den predikant Lamping en dat van den koster Dorgelo, brand, welke zoo schielijk toenam dat in een korten tijd het huis van den predikant, benevens een gedeelte van deszelfs schuur, het woonhuis en de hooiberg van den koster, als ook de school, geheel door de vlammen verteerd wierden. Menschen of vee zijn gelukkig daarbij niet omgekomen; des predikants vrouw, die pas voor twaalf dagen bevallen was, is ook gelukkiglijk met het kind uit den brand gered, en zijn beide in redelijken welstand. De meeste en beste van des predikants meubilen zijn het vuur ontrukt; doch die van den koster, op eenige weinige na, als ook zijn ingezameld koorn, hooi enz., is alles verbrand, waardoor dezen, met een talrijk huisgezin, zich in eenen droevigen toestand gedompeld vind.”
In de Overijsselse Courant van 1 maart 1806 lezen we:
“De Goedsheeren en erfgenaamen onder de kerke van Heemse gehorende, zijn voornemens om door derzelven gecommitteerden, op dinsdag den 11 maart aanstaande, ’s morgens om elf uuren precies, ten huize van den kastelein D. Odink op den Rustenberg, bij de minst aannemende te doen aanbesteden het compleet nieuw maaken van het predikantshuis, kostershuis en schoole te Heemse: zullende de rekeningen en bestekken daarvan inmiddels te zien en te lezen zijn, bij gem. D. Odink te Heemse en voorts ook bij den kastelein M. Bruins aldaar”.
Het schoolgebouw werd in 1822 nog vernieuwd/verbouwd.

Leggerartikel 428/12: Sectie B-4777. School en erf. Eigendom van gemeente Ambt Hardenberg.
In 1884 werd de school kennelijk verbouwd, want de Provinciale Drentsche en Asser courant van 9 mei 1884 meldde:

In 1913 redreskaart. Over op:


Leggerartikel 428/159: Nieuwe sectie B-6645. School en erf.
Per 1 oktober 1921 zou het schoolgebouw door gemeente Ambt Hardenberg ‘aan de publieke dienst’ worden onttrokken en per diezelfde datum zou het in bruikleen worden afgestaan aan de Vereeniging tot stichting en instandhouding van Chr. scholen te Heemse.
Daartegen ontstond echter fel protest. In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant lezen we o.a.:
Ondergeteekenden gevoelen zich gedrongen te protesteeren tegen het besluit van Ged. Staten der provincie Overijssel waarbij een besluit van den Raad van Ambt Hardenberg om de openbare school te Heemse op te heffen en in bruikleen af te staan aan het Hervormd schoolbestuur werd goedgekeurd. Zij protesteeren, omdat door deze beslissing aan de ouders van 17 schoolgaande kinderen, in strijd met letter en geest der wet op het lager onderwijs, eenvoudig hun school wordt ontroofd. Zij zullen zich bepalen tot het mededeelen der bloote feiten. Te Heemse bestonden sedert jaren een gereformeerde en een openbare school. Gelegenheid voor kerkelijk onderwijs was er dus. Doch enkele hervormden te Heemse, onder leiding van ds. De Jong en den heer G. J. Kerkdijk, waren van oordeel dat ook de hervormden hun school moesten hebben, omdat zij, zooals een hunner met het oog op hun positie in de gereformeerde school het uitdrukte, er bijhingen als het vijfde rad aan den wagen. Een hervormd schoolbestuur werd gevormd, gevolgd door een campagne om de ouders, die hun kinderen op de openbare school hadden, te bewegen voor de hervormde school te teekenen. Bij de menschen werd de drempel plat geloopen. Aan een der ouders werd, in strijd met de waarheid, medegedeeld dat hij de laatste kerkbezoeker was die nog niet geteekend had. Er werd bijgevoegd dat hij het gerust doen kon, omdat zijn school toch opgeheven zou worden. Bij anderen kwam dominé, als hij wist dat de man afwezig was, in de hoop bij de vrouw meer succes te hebben. En wat was het resultaat dezer hardnekkige actie? Dat slechts de ouders van 5 leerlingen der openbare school, van wie men wist dat zij medestanders van ds. De Jong waren, de lijst teekenden. Wel hadden nog 2 ouders, die resp. 1 en 2 leerlingen op de openbare school hadden, aanvankelijk geteekend, doch deze namen hun handteekening terug, terwijl van bovenbedoelde 5 leerlingen met 1 april ll. er 2 de school verlaten hebben. Door de ouders van 17 leerlingen werd een verzoek bij den raad ingediend om niet tot opheffing van de openbare school over te gaan. De lijst van het hervormd schoolbestuur werd aangevuld met een tweetal leerlingen der openbare school te Collendoorn en een aantal leerlingen der gereformeerde school te Heemse. Daar men nog geen 40 namen had, werd leentjebuur gespeeld bij de confessioneele school te Rheezerveen. De ouders van 9 leerlingen dier school, van welke krachtens onderlinge overeenkomst het hoofd Nederlandsch Hervormd moest zijn, en welker ouders dus absoluut geen recht hadden nogmaals een hervormde school te vragen – zij woonden bovendien veel dichter bij de school te Rheezerveen dan bij die te Heemse – teekenden de lijst, hoewel men wist dat deze leerlingen de school te Heemse niet – in ieder geval maar zeer tijdelijk – zullen bezoeken. Op deze wijze kreeg men een lijst van 51 leerlingen, maar daarvan hadden 2 leerlingen nog niet den ouderdom bereikt om tot de school te worden toegelaten, zijn er 3 door de ouders afgevoerd, hebben er 2 met 1 april de school verlaten, zoodat er in werkelijkheid hoogstens 35 leerlingen de school zullen bezoeken. Door het vertrek van ds. De Jong en een andere ingezetene van Heemse zal dit getal nog met 5 worden verminderd. Het schoolbestuur miste hier dus het wettelijke recht om een school te vragen. Toch hadden de heeren den euvelen moed aan den raad van Ambt Hardenberg de opheffing van de openbare school te vragen. Het was hun nog niet voldoende een eigen school te hebben: neen, de openbare moest verdwijnen. In de raadsvergadering van den 18 februari ll. kwam de zaak zonder eenige voorbereiding aan de orde; het raadslid Van der Vegt stelde voor het verzoek in te willigen. B. en W. wilden het adres doen renvoyeeren voor nader advies. Bij stemming viel de beslissing rechts tegen links; eigenaardig genoeg stemden de beide wethouders vóór. De practijken van ds. De Jong c.s. waren dus van hoogerhand gesanctionneerd. Natuurlijk gingen de betrokken ouders bij Ged. Staten in beroep. Dit college verdaagde de beslissing ter inwinning van het advies van den heer hoofdinspecteur van het lager onderwijs te Groningen. Den 16 aug., dus een half jaar na het raadsbesluit, kwam bericht van goedkeuring. Gedurende dien tijd is het onderwijs door een tijdelijke leerkracht gaande gehouden. Welke motieven Ged. Staten kunnen hebben geleid, is voor ons een onoplosbaar raadsel. Thans is beroep gedaan bij de Kroon. Wij hebben de vaste overtuiging dat deze besluiten in hoogste instantie niet zullen worden gehandhaafd. Niet alleen zou dit in strijd zijn met den letter der wet. Het zou den geest der pacificatie tot een bespotting maken en de positie der kleine openbare scholen totaal rechteloos. Ambt Hardenberg, sept. 1921.
Namens het Bestuur van de afd. van Volksonderwijs, J. Snijders, loco voorz.
Namens het Bestuur van de afd. van het Ned. Onderwijzers Genootschap, R.E. Luimes, voorz.
Namens het Bestuur van de afd. van den Bond van Ned. Onderwijzers, B. Lagendijk, secr.
Namens de linker raadsfractie, J. Mulder.
Het plaatselijk lid van de propaganda-commissie van het Ned. Onderwijs Genootschap, J. Buma.
Het Overijsselsch dagblad van 18 april 1923 meldde de uitkomst:
In de heden gehouden vergadering van den Raad van State, afdeeling voor de Geschillen van Bestuur, werd o.a. voorlezing gedaan van de volgende Koninklijke Besluiten: Ongegrond is verklaard een beroep van J. Mulder jr., lid van den raad van Ambt-Hardenberg, tegen het besluit van Ged. Staten van Overijssel waarbij is ongegrond verklaard zijn beroep tegen het besluit van den raad van Ambt-Hardenberg van 4 juli 1922 waarbij naar aanleiding van het verzoek om gelden beschikbaar te stellen voor den bouw van een bijzondere lagere school aan de vereeniging tot stichting en instandhouding van Christelijke scholen te Heemse, een lokaal der openbare lagere school te Heemse in bruikleen is afgestaan.

De Standaard van 18 juli 1923 schreef:
Onder veel belangstelling, waaronder alle kinderen die de school zullen bezoeken, had maandagmiddag (16 juli) in de Ned. Herv. kerk te Heemse de opening plaats van de hervormde school, welke school gehouden zal worden in een leegstaand gedeelte der openbare school aldaar. Achtereenvolgens werd bij deze gelegenheid het woord gevoerd door ds. Van Elden als voorzitter van het Hervormd Schoolbestuur, door den heer H.H. Weitkamp, burgemeester van Ambt-Hardenberg, door den heer Franken als Inspecteur van het C.V.O. te Zwolle, door het hoofd der school den heer Meilink, door den heer J.H. Harsevoort als voorzitter van het bestuur der vereeniging tot instandhouding van Chr. scholen te Heemse (bestaande school), door de hoofden der scholen uit de buurt de heeren A. Groen te Rheezerveen en C. De Boer te Rheeze, waarna ten slotte nog het woord werd gevoerd door den heer J. Zwamborn. Hierna volgde nog een tractatie der kinderen, zoomede bezichtiging der school.
In 1944 verbouw en verandering van bestemming. Over op:
Leggerartikel 428/651: Sectie B-6645. Pakhuis en erf. In 1964 vernieuwing leggerartikel. Over op:
Leggerartikel 14300/15: Eigendom van gemeente Hardenberg. In 1980 vereniging van artikelen. Over op:
Leggerartikel 20000/348: Sectie B-6645. Eigendom van gemeente Hardenberg.


Met ingang van 1 augustus 1924 werd de school opgeheven.
In het Sallands Volksblad van 19 maart 1960 schreef men:
Oude school te Heemse afgebroken. De vroegere Openbare Lagere School, nabij de Hervormde Kerk is nu totaal afgebroken. Het gebouw dat in de loop der jaren distributiekantoor en later voorraadschuur ener zaadhandel was, was de laatste tijd bij de gemeente in gebruik als magazijn. Er is thans ook ruimte gekomen voor wegverbreding op deze gevaarlijke bocht.
Enkele jaren later werd het vrijgekomen terrein ingericht als parkeerplaats.
