Alle berichten van Stichting Historische Projecten

Toen, op 5 december…

Op 5 december 1838 stuurde burgemeester Kremer van Hardenberg een verzoekschrift door aan de Gouverneur van de Provincie Overijssel. Het verzoekschrift was geschreven uit naam van de eigenaren van grond in de marke van Hardenberg en Baalder:

De ondergeteekende grondeigenaren in de markte van den Hardenbergh en Baalder, gedrongen door de veele wanorder en ongeregeldheeden die in haren markte allengs zijn ingeslopen, en tans plaats hebben doordien de administratie en regeling van een ander in vroegere tijden aan het ghemeentebestuur verbonden, niet meer onder haar besteur behoord, en eene afzonderlijke commissie vordert. Een besteur gekozen door de gezamelijke eijgenaren bekend met de aart der zaken om die verbetering te bevorderen, en daar te stellen, waarvoor de gornden geschikt zijn tot gezamelijk nut der eijgenaren, terwijl er veele waterleijdingen ontbreeken en wegen onbruikbaar zijn, of door verwaarlozing zijn vervallen, of niet meer aan het oogmerk beantwoorden, daar er in een tegenovergesteld geval vele gronden met weinig moeite in schoone akkers tot zaaijing van boekwijt kon herschapen worden, en een onberekenbaar voordeel aanbrengen, te meer daar er altijd behoefte aan zodanige akkers in deze gemeente is, en de behoeftigen dit in andere markten tegen hoge prijzen moet zoeken.

Door veelen word wilkeurig het veen hetwelk tot betere eijndens kan aangelegd worden, vernield, door turf graven en wel door zoodanige die hunne aandeelen verkogt hebben of volstrekt niet geregtigd zijn, zonder dat sulks kan belet worden, zoo heeft mede in het weiden der koejen en schapen veel onorders plaats; elk wie zulks verkiest drijft zijn vee in onze weijden zonder vergoeding of schadeloosstelling, de grondbelasting die met moeite moet gevonden worden en door veelen met tegenzin worden opgebragt om het weinig gebruik en voordeel dat ze tot de stenige grond kunnen genieten, zou onder een gepast besteur kunnen geregeld worden, naar het genot dat elk deelgenoot van de markte had en met genoegen worden voldaan. Het komt ons daarom onbillijk voor zoo veele schaden en wanorders te moeten lijden en zoo veele voordeelen te moeten missen, als zou kunnen voortvloeijen uit eene gepaste regeling en zorge die een verstandig besteur zou kunnen daarstellen, in de verbeteringendie er kunnen gemaakt worden.

Wij verzoeken u deze punten als een gedeelte van het geheel uitmakende in overweging te willen nemen daar U als besteurder der gemeente het grootste belang in den welvaart der burgeren moet stellen om dusdanige ingeslopene wanorders te helpen weren en tegen te gaan; hiertoe verzoeken wij Uw gunstige medewerking om onder hoger goedkeurig zoodanige commissie tot stand te brengen, belast met de zorg en administratie der burger eijgendommen onder zoodanige bepalingen als de gezamenlijke eijgenaren zullen goed vinden.

G. Frijling
Jan van der Heijde
Gerrit Santman
J. Odink
H. Campherbeek
G(errit) .Jan Rigters
J(an) H(endrik) Zweers J.H.zn.
Otte Valkman
H(endriku)s Goris
Derk Zweers B(erends)zoon jr.
G. Harsevoordt
H. van ’t Holt
H.J. Hamberg
B.H. Harsevoord
Engbert Zweers
W(illem) H(endrik) Zweers


Toen, op 27 november…

Op Sabatthi den 27 november 1790 gingen Gerrit Jan Crull en Hillegonda Ebbinge in ondertrouw in Groningen. Gerrit Jan was op dat moment Schultus en ontfanger in den Hardenberg, oftewel de (verwalter of plaatsvervangend) schout van het Schoutambt Hardenberg, Gramsbergen en Heemse en rijksontvanger der directe belastingen. Hij was geboren in het graafschap Bentheim en trouwde met Hillegonda uit Groningen. Ze waren zes dagen eerder al in Hardenberg in ondertrouw gegaan. Het stel trouwde uiteindelijk in de kerk van Uelsen.


Toen, op 25 november…

Op donderdag 25 november 1858 vond op het bevroren kanaal bij Gramsbergen een vechtpartij plaats, waarbij bakker J.H. uit Gramsbergen zo verwond werd dat geneeskundige hulp moest worden ingeroepen. Wat was er gebeurd?

Gramsbergen, 29 nov. Gepasseerde donderdag kwam J.H, bakker en herbergier alhier, met eene slede met goederen van Hardenberg over het kanaal. Vijf personen, die van eenen schapenverkoop kwamen, reden hem voorbij, doch de zesde haakte met zijne schaats achter de slede en viel. De zes schaatsenrijders, door overmaat van sterken drank verhit en opgewonden, vielen daarop eenparig op J.H. aan, verbrijzelden zijne slede met een gedeelte zijner goederen, en sloegen hem toen zoo geweldig, dat bij heelkundige hulp heeft moeten inroepen. Een paar personen, die toevallig het kanaal passeerden, hebben J.H. ontzet, anders ware het welligt nog erger afgeloopen. Van dit feit is der bevoegde magt kennis gegeven zoodat ook bovenbedoelde personen zullen ondervinden, dat wat dronken gedaan wordt, nuchteren moet worden bezuurd.