gedenksteen

Hier rust onze lieve man en vader
Kornelus Luten
geboren op 30 juni 1885 te Koekange, overleden op 30 september 1937 te Stad Hardenberg en begraven op 4 oktober, oud 52 jaar, zoon van Jan Kornelis Luten en Hendrika Johanna Hendriks
begraafplaats Bruchterweg | grafnummer 008 | oostzijde | bloknummer 04
Dierenarts Kornelus Lutten trouwde op 3 juni 1915 te Bedum met Trijntje Veldkamp. Uit hun huwelijk werden 3 kinderen geboren.
Salland’s Volksblad, d.d. 24 augustus 1923:
Donderdagmiddag reed de heer Luten met zijn zoontje per auto door De Krim. Bij het achteruit rijden slipte vermoedelijk de auto en beiden kwamen in de vaart terecht. De heer Luten was er spoedig uit, en ook zijn zoontje, die onder de auto zat, wist hij spoedig op het droge te brengen…
Zwolsche Courant, d.d. 14 december 1935:
Aan den heer K. Luten is op zijn verzoek wegens gezondheidsredenen eervol ontslag verleend als keuringsveearts-hoofd van dienst en gemeente-veearts. In de ruim 20 jaren dat de heer Luten hier arbeidde, heeft hij zich doen kennen als een uitstekend dierenarts. Ook was hij voorzitter der Sportcommissie en lid van de commissie van toezicht op het L. O. In al zijn functies openbaarde hij getrouwe plichtsvervulling. Van 1915 tot 1923 was hij hier de eenige dierenarts; bij de in werking treding der Vleeschkeuringswet deed hij een gedeelte der practijk over aan zijn zwager, den heer Nieuhoff, die reeds sedert Juli ’22 hier de practijk gedeeltelijk waarnam wegens een den heer L. overkomen motor-ongeluk. Naar wij uit goede bron vernemen bestaat fer veel kans, dat des heeren Luten’s tegenwoordige assistent, de heer J. de Nooy, hier zal blijven. Zoo zal Hardenberg weer in het bezit komen van twee flinke dierenartsen.

De Vechtstreek, 9 oktober 1937:
Begrafenis Luten. Onder groote belangstelling werd maandag op de nieuwe begraafplaats het stoffelijk overschot van den heer K. Luten, oud-dierenarts alhier, ter aarde besteld. Ds. Veldkamp, zwager van den overledene, die ook in het sterfhuis woorden te zijner nagedachtenis had gesproken, sprak aan de groeve een kort woord en dankte namens de familie voor de betoonde belangstelling. De heer Luten werd den 30 juni 1885 te Koekange geboren. Voor zijn universitaire studie ontving hij het gewoon lager onderwijs aan de scholen in zijn geboorteplaats en te Meppel, terwijl hij daarna de 3-jarige H.B.S. te Meppel en de 5-jarige H.B.S. te Zwolle bezocht. Te Utrecht verwierf hij door zijn joviaal optreden veler vriendschap, die zich handhaafde ook na zijn studententijd. In 1914 slaagde hij als dierenarts; de mobilisatie bracht, doordat menig veearts als paardenarts in ’t leger dienst moest doen, ontwrichting in meer dan één praktijk; de heer Luten nam toen geruimen tijd deze waar voor den heer Venema te Bedum. Reeds langs was in deze omgeving behoefte gevoeld aan veterinaire hulp; Ambt en Stad Hardenberg dachten echter niet gelijk over het toe te kennen subsidie: ‘Gait-Oom’ heeft in die dagen een afzonderlijken brief aan de quaestie gewijd. Men kwam echter tot overeenstemming; de heer Luten werd als veearts benoemd en trad in maart 1915 in functie. Zoo ooit dan kon hier gesproken worden van een voorzien in een bestaande behoefte; de heer Luten kreeg, dankzij mede zijn bekwaamheid, die in steeds stijgende mate waardeering vond, een zeer drukke praktijk, waarbij hij met veel moeilijkheden had te worstelen: daar waren de ellenden der mobilisatie met haar schaarschte aan benzine, petroleum en medicijnen; daar waren de fietstochten bij dag en bij nacht in een groot rayon langs slechte wegen (nog vele onverhard, b.v. in Kloosterhaar, Kloosterdijk, Bruchterveld, Ebbenbroek, Hardenbergerveld, Rheezerveen). Doodmoe kwam hij dikwijls thuis, maar … het ‘liep’. Gelukkig trad in het begin der twintiger jaren verbetering in door de verharding van verschillende wegen. Nog een andere factor van beteekenis was de inwerkingetreding der Vleeschkeuringswet: de heer Luten werd keuringsveearts – hoofd van dienst in den kring Hardenberg, omvattende de drie gemeenten in Noord-Oost Overijssel. De werkzaamheden werden nu zoo uitgebreid dat naar hulp moest worden uitgezien. De heer Nieuhoff, zwager van den heer Luten, trad in functie, met scherp gescheiden terreinverdeeling. De verhouding tusschen de beide veeartsen was steeds van den meest vriendschappelijken aard. In ’t laatst van 1934 openbaarde zich het begin van de kwaal, die den heer Luten ten grave zou doen dalen. Eerst leek het dat een langdurige rustkuur het sterke lichaam ten goede zou komen; steeds koesterde hij de hoop, het werk, dat hem lief was, te kunnen voortzetten. Het heeft niet zoo mogen zijn: einde 1935 moest hij die hoop laten varen; hij legde toen al zijn functies neer. Er kwam een wonderbaarlijke wending ten goede: nog dit jaar genoot hij een betrekkelijke gezondheid. Doch op 30 juni van dit jaar, op zijn verjaardag – tragische samenloop van omstandigheden – kwam de instorting, met den dood als uiteindelijke verlossing uit veel lijden. Hebben we van de vakbekwaamheid van den heer Luten gewaagd, ook voor verschillende functies in het maatschappelijk leven stelde hij zich gaarne beschikbaar. Zoo was hij lid van de Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs, voorzitter van de Sportcommissie, bestuurslid van de Bad- en Zweminrichting De Marsch. Bij onze steeds geslaagde landbouwtentoonstellingen was de organisatie van de rundveerubriek grootendeels voor zijn rekening. Voor zijn vrouw en kinderen beteekent het sterven van den man en vader een ontzettend verlies. Met den heer Luten is heengegaan een der vooraanstaande mannen van de plaats onzer inwoning, ja van onze geheele omgeving. Hij ruste in vrede!
Geef een reactie