Onderstaande patentakte is afgegeven op 1 april 1806 door de magistraat (regering) van stad Hardenberg aan procureur (advocaat) Joan Soeters aldaar, om zijn praktijk te kunnen voorzetten binnen de republiek. De akte werd ondertekend door secretaris Antoni van Riemsdijk en de patenthouder Joan Soeters.
Op het Heemserveen lag vanaf ca. 1668 een aanzienlijk landgoed, genaamd de Blankenhemert. De riante buitenplaats was gesticht door het echtpaar Willem Blanckvoort en Aleijda Geertruid van Hemert. De naam van hun nieuwe adellijke sitz werd gevonden door een combinatie van hun achternamen: Blank(en)Hemert.
Dankzij de bewaard gebleven archieven en andere bronnen hebben we de geschiedenis van de buitenplaats rijk geïllustreerd in beeld gebracht. Het voormalige, door een gracht omgeven, landgoed, bestaat niet meer, maar de locatie is exact bekend: Jachthuisweg 14.
Door de oude kadastrale kaart uit 1832 te georefereren is het Bertus Nabers gelukt om de exacte locatie in beeld te brengen. De volledige geschiedenis van de Blankenhemert leest u op onze website.
De voormalige havezate, Huis Gramsbergen, werd op het allereerste kadastrale minuutplan (1824-1830) ingetekend door landmeter eerste klasse J.B. van Lith. De kleuren op de plans hebben vaak een betekenis. Gewone gebouwen zijn lichtrood (karmijn), wegen bruin (gebrande sienna), wateren blauw (ultramarijn) en gebouwen die vrijgesteld waren van grondbelasting, zoals kerken, kobaltblauw.
Klik op de kaart voor een vergrote weergave.
Duidelijk is te zien dat er nog slechts één langgerekt bouwdeel van het Huis Gramsbergen resteert, namelijk een van de vroegere bouwhuizen. Het complex werd omgeven door een landschapstuin met twee vijverpartijen en een bijzonder vormgegeven gracht. De oprijlaan vanaf de nog altijd bewaard gebleven toegangspoort leidde vóór 1821 nog naar het hecht en sterk herenhuis, maar in genoemd jaar was dat bij opbod voor afbraak verkocht…
Een van onze volgers, dhr. Nabers uit Hengelo, heeft ons geholpen bij het bepalen van de exacte locatie van het in 1869 afgebroken herenhuis. Daarmee is de havezate weer ‘op de kaart gezet’.
Klik op de kaart voor een vergrote weergave.
Veel meer over de geschiedenis van de vroegere havezate, met kaartmateriaal en overige illustraties, leest u op onze website.
Op 9 maart 1858 werd door notaris Swam in Gramsbergen een testament geregistreerd op verzoek van Harm Hendrik Quae uit Holtheme. De testator voelde kennelijk zijn einde naderen, want hij overleed exact een week later, op 16 maart.
Op zich is een testament niet bijzonder. Er zijn vele bewaard gebleven in de notariële archieven. Echter het geheime testament van Harm Hendrik werd in een gesloten enveloppe aangeboden aan de notaris en was, zo schrijft Swam, door een ander geschreven, maar door den comparant eigenhandig getekend. We vermoeden dat buurman Jan Hendrik Leemgraven het testament heeft geschreven. Hij heeft de enveloppe namelijk ook gepitsierd (verzegeld) door drie rode zegels met zijn cachet, bestaande uit zijn initialen J H L en een met een pijl doorboord hart.
Dat met een pijl doorboorde hart heeft ongetwijfeld een relatie met zijn verloofde Dina Eekenhorst. Jan Hendrik en Dina trouwden namelijk op 12 maart 1858, drie dagen na het verlijden van het testament en vier dagen voor het overlijden van de testator…
Het zegel in rode was van Jan Hendrik Leemgraven (1829-1895) uit Holtheme (met dank aan Collectie Overijssel)
Harm Hendrik Quae was geboren in ’t Duitse Bramhar in ’t kreis Bawinkel en op 30 augustus 1820 getrouwd met Anna Maria Aleida Adams genaamd Scholten. Zij was de weduwe van Martinus Henricus Wilhelmus Antonius Mittendorff en zij hadden gewoon op de boerderij de Vilsterborg.
In het testament bepaalde Harm Hendrik dat een legaat van 500 gulden zou vererven op Hendrika Willemina Leemgraven. Ook Willemina Nijzink, de weduwe van Warse Leemgraven, ontving een legaat van 500 gulden. Tenslotte werd Hendrika Willemina Leemgraven ook aangewezen als universeel erfgenaam van al zijn bezittingen, onder de voorwaarde dat zij dan de kosten van zijn begrafenis en de successiekosten voor haar rekening zou nemen.
Op 19 februari 1858 vond volgens de Provinciale Drenthse en Asser courant een brutale inbraak en diefstal plaats op het huis de Groote Scheer te Holthone, eigendom van baron Sandberg uit Zwolle.