Categorie Adel | Patriciaat

Toen, op 02 augustus 1950: koningin Juliana opende het zustershuis.

Op 2 augustus 1950 bracht H.M. Koningin Juliana een bezoek aan Hardenberg. Eerst verrichtte ze de officiële opening van het nationale kamp van de padvinders in Ommen ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Padvinderij in Nederland. Vervolgens reisde de koningin naar Hardenberg, alwaar ze het nieuwe zustershuis bij het ziekenhuis van de Röpcke-Zweers Stichting officieel opende.

zusterhuis

“Bijna de gehele bevolking van Noordoost-Overijssel had zich die middag verzameld in het fraai versierde centrum van dit gebied, Hardenberg, ter gelegenheid van het bezoek van Koningin Juliana. Hare Majesteit arriveerde uit de richting Ommen en bij haar tocht door de stad werd zij door duizenden toeschouwers hartelijk toegejuicht. Bij het Röpcke-Zweers ziekenhuis, welks zusterhuis de Koningin officieel zou openen, stapte Koningin Juliana, die o.a. vergezeld werd door de Commissaris der Koningin in Overijssel, uit de auto. Zij werd ontvangen door de burgemeester van Hardenberg, mr. J.A.M. van Oorschot, die het voltallige bestuur van het Groene Kruis, dat het ziekenhuis exploiteert, aan de majesteit voorstelde. Zuster Reurink bood de Koningin op een fluwelen kussen een zilveren schaar aan, waarmee de Koningin het voor de ingang gespannen Oranje lint doorknipte en daarmee onder luid gejuich van de talrijke toeschouwers het zusterhuis officieel opende. Koningin Juliana bezichtigde daarna het zusterhuis, waarin 23 zusters gehuisvest kunnen worden en het ziekenhuis.

koningin Juliana


Burgemeester Van Oorschot houdt de parasol vast, in gezelschap van o.a. dichter Van Laar.

Omringd door de patiënten uit de tbc-barak werd op het grasveld voor het ziekenhuis de thee gebruikt, waarbij H.M. zich hartelijk met de aanwezigen onderhield. Na afloop begroette H.M. nog de andere patiënten, die een plaatsje in de serre hadden gevonden. Vervolgens maakte de vorstin een tocht door het fraai met bloemen en oranje, en rood-wit-blauwe vlaggen versierde Hardenberg.”

reactie Roel Gritter:
Het lijkt alsof koningin Juliana een gebakje in haar hand heeft. Luttenaar Van Laar (de dichter) zit tegenover haar. Zijn kinderen vertelden over dit bezoek het volgende:
“Toen de taartjes werden geserveerd, bleek dat alleen koningin Juliana een gebaksvorkje had gekregen. De anderen moesten zich maar zien te redden. Toen Juliana dit zag, at ze het gebakje ook maar met haar handen op, zodat de andere aanwezigen zich niet hoefden te generen.”


Veldzicht te Balkbrug

Toen, op 24 juli 1911: Heropening Veldzicht.

Veldzicht te Balkbrug
Hoofdgebouw rijksopvoedingsgesticht Veldzicht in Balkbrug.

Op 24 juli 1911 verrichtte prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (echtgenoot van koningin Wilhelmina) de officiële heropening van het grootschalig verbouwde rijksopvoedingsgesticht Veldzicht in Balkbrug. Dezelfde dag bezocht hij de kwekerij Moerheim van de fam. Ruys in Dedemsvaart.

Het Salland’s Volksblad van 28 juli schreef daarover:
Balkbrug. De prins te Veldzicht. Het rijksopvoedingsgesticht Veldzicht is verbouwd en werd den vorigen maandag (24 juli) officieel geopend. Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin die zich bereid had verklaard de inrichting te openen, kwam daartoe per auto van het Loo. Toen hij gekomen was richtte de minister van justitie de heer mr. Regout eerst het woord tot den prins en sprak hij de blijdschap der aanwezigen uit dat de prins had willen komen en zulk een belangstelling toonde in deze zaak. Hij sprak over de reorganisatie der rijksgestichten, die welhaast volbracht zal zijn en waardoor ook Veldzicht moest worden verbouwd.

Het bezoek aan Moerheim. Even over vieren kwam Z.K.H. de prins, vergezeld van zijn adjudant jhr. Van Suchtelen van de Haare, bij de kwekerij Moerheim aan, waar hij werd ontvangen door den heer B. Ruys en zijn broer den heer L.A. Ruys. Het gezelschap maakte een wandeling over de uitgestrekte terreinen en vertoefde daarna enige tijd in een in een bloemenpaleis herschapen werkplaats, onmiddellijk aan den weg gelegen. Na het bezoek aan de kwekerij vertoefde de prins nog korte tijd ten huize van den heer Ruys waar hem eenige ververschingen werden aangeboden, totdat te kwart voor vijf de auto weer voorreed.

De krant ‘Het Centrum’ van 24 juli 1911 meldde:
De heropening van het Rijksopvoedingsgesticht te Avereest.
Dezer dagen gaven wij een beschrijving van het voor een groot gedeelte verbouwde en met nieuwe gebouwen aanmerkelijk uitgebreide Rijksopvoedingsgesticht ‘Veldzicht’ in het Overijselsche dorp Avereest. Hedenmorgen zijn deze nieuwe gebouwen door Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden plechtig geopend. Per auto was Z.K.H. des morgens omstreeks 10 uur in het buurtschap Balkbrug aangekomen, vergezeld van zijn adjudant jhr. van Suchtelen v.d. Haare en eenig gevolg. Overal hing de Nederlandsche driekleur uit en er was veel volk zoowel van Avereest als elders op de been om van de aankomst van den Prins Gemaal getuige te zijn. Z.K.H. werd aan Balkbrug ontvangen door den Minister van Justitie mr. E.R.H. Regout, den Commissaris der Koningin in de provincie Overijssel en den burgemeester van Avereest. Nadat een korte begroeting had plaats gehad, zong een koor van schoolkinderen uit Avereest den Prins een welkomstlied toe, waarna het hooge gezelschap zich naar de in de onmiddellijke nabijheid gelegen gebouwen van het gesticht begaf. Hier stonden te half elf, toen Z.K.H. aankwam, alle jongens, 190, op het voorterrein opgesteld en werd de prins ontvangen door den directeur der inrichting, den heer J.C. Duburg. Ter begroeting waren mede aanwezig mr. H.C. Dresselhuis, tot voor zeer korten tijd directeur-generaal van ’s Rijks tucht- en gevangeniswezen, mr. L.J.M.C. Basquin, inspecteur van ’s Rijks tucht- en opvoedingswezen, de heeren G.H. Honing, hoofdcommies der directie van het gesticht, ds. B. Zoete, hervormd predikant, en dr. H.W. Mol, geneesheer van het gesticht. Nadat Z.K.H. zich van de reis wat verfrischt had, werd dadelijk een rondgang door het gesticht gemaakt. Aan dezen rondgang namen behalve Z.K.H. Prins Hendrik met zijn gevolg deel de minister van Justitie, de Commissaris der Koningin in de Provincie Overijssel en mr. A. baron van Dedem, voorzitter der commissie van Toezicht op bet gesticht ‘Veldzicht. Het hooge gezelschap werd rondgeleid door den directeur de heer Duburg. Nadat de gestichtsgebouwen bezichtigd waren, kwamen de automobielen voor en werden de boerderijen, de bosschen, landerijen en tuinen bezichtigd. Inmiddels waren twee extra trams, een uit Dedemsvaart met gasten uit het zuiden, en een uit Meppel met gasten uit het noorden te Balkbrug aangekomen – en de verschillende gasten door een der adjunct-directeuren ontvangen en naar het kerkgebouw geleid, waar ook spoedig Z.K.H. van zijn bezichtiging terugkeerend, met gevolg binnenkwam. Hier, in dit gebouw had te 1 uur de plechtige opening plaats. Allereerst werd het woord gevoerd door den directeur, vervolgens door den heer jhr. R.H.T. Makkarée, daarna door den Minister van Justitie en ten slotte door Z.K.H. den Prins.

Te 1.45 verliet men het kerkgebouw en begaf het nu zeer talrijke gezelschap zich weder naar het gesticht, alwaar om 2 uur het dejeuner gebruikt werd. Om drie uur werden de gasten in verschillende groepen de terreinen ter bezichtiging rondgeleid en onderwijl vertrok Z.K.H. met het gevolg.

Prins Hendrik
Prins Hendrik.

Toen, op 25 mei 1821: adellijk huwelijk kerkelijk ingezegend.

0525_preek

Op 25 mei 1821 vond de kerkelijke inzegening plaats van het huwelijk tussen weduwnaar jonkheer Jacob van Foreest van Heemse en Helena Gesina barones van Coeverden.
De heer van Heemse was eerst gehuwd geweest met Maria Clara gravin van Rechteren, maar zij was op 40-jarige leeftijd gestorven op Huize Heemse.
De tekst die door ds. Sanders uit Vollenhove werd uitgesproken, is bewaard gebleven in het archief van de familie Van Dedem. Een fragment:

“Niet slechts is het geluk van beide uwe harten er aan verbonden, maar zij heeft groote betrekking tot een 7-tal kinderen, die gij nu beide de uwe noemt”.

Inderdaad waren uit het eerste huwelijk van Jacob van Foreest al de nodige kinderen geboren. Negen om precies te zijn. Echter, twee ervan waren op jonge leeftijd overleden. Uit het tweede huwelijk werden vier kindertjes geboren, maar alle stierven als baby.
0525_preek2
0525_preek3
0525_preek4
0525_preek5
0525_preek6
0525_preek7


Toen, op 01 april 1725: uit het memorieboek van baron Van Sytzama.

In het Historisch Centrum Overijssel wordt in toegang 284.1 onder inventarisnummer 3 een militair memorieboek bewaard uit het eerste kwart van de achttiende eeuw. Het boek is geschreven door Pyrrhus Wilhelmus baron van Sytzama.

Pier Willem van Sytzama was op 19 oktober 1688 geboren op de havezate ‘Blankenhemert’ op het Heemserveen. Twee dagen later was hij gedoopt in de kerk te Heemse. Hij trouwde eerst in 1726 met Ebella Juliana Aebinga van Humalda. Uit dat huwelijk werd in 1729 ‘onze’ latere dichteres Clara Feyoena geboren. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote hertrouwde Van Sytzama in 1732 met Geertruyd Foeck van Burmania.

Van Sytzama was overste-luitenant van een compagnie infanterie en ‘capitein ten dienste deser landen’. Ook was hij een aantal jaren lid van de Staten-Generaal.

De hooggeplaatste militair hield in genoemd boek al zijn reizen bij. Zo weten we nu, drie eeuwen later, precies hoe men in die tijd afstanden aflegde. Op deze pagina zien we hoe de dan 36-jarige Pier Willem op 1 april 1725 van de havezate Blankenhemert in Heemserveen naar ’t adellijk huis van zijn voorouders, ‘Beslinga State’, in Friens reisde. Hij reisde niet alleen, maar samen met zijn zusje Anna Jacoba Harmina barones van Sytzama en zijn ouders Pico Galenus baron van Sytzama en Johanna Judith baronesse Blanckvoort.

Ze reden eerst met de wagen, ongetwijfeld over de Hessenweg, naar Zwolle. Daar bleven ze een dag, mogelijk om inkopen of zaken te doen. Op de derde april reisden ze verder via Geelmuyden (Genemuiden) alwaar ze het veerpontje pakten over het Zwartewater. Vervolgens reisden ze over de ‘Gietersche weg’ (de weg richting Giethoorn) naar het dorpje Tuk bij Steenwijk. Daar overnachtte het gezelschap. De dag erop overbrugde men de laatste vijftig kilometer, ongetwijfeld via Heerenveen en Akkrum, naar de eindbestemming Stiens.

Pyrrhus Wilhelmus baron van Sytzama overleed op 26 april 1759 in Den Haag en werd begraven in de kerk te Friens.

Onze stichting is voornemens het reisboek van baron Van Sytzama t.z.t. te digitaliseren en in transcriptie uit te geven, vanwege het prachtige tijdsbeeld en de mooie verhalen die tussen de regels door worden verteld. We houden u via onze Facebookpagina op de hoogte van de vorderingen.


Toen, op 21 september 1821: verkoop havezate Gramsbergen.

Huis Gramsbergen

De Overijsselsche Courant van 21 september 1821 meldt:
De erfgenamen van wijlen den Hoogwelgeboren vrouwe J.G le Chastelain, douairière baronesse van Coeverden, in leven vrouwe van Gramsbergen, zijn voornemens om op maandag den 24 september 1821, des voordemiddags ten 10 uren ten huize van den kastelein J. Odink Dz. op den Rustenbergh te Heemse, in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, door den notaris A. van Riemsdijk, resideerende ter Steede Hardenbergh, publiek en bij perceelen te doen inzetten, en om 3 weken daarna, maandag den 15 october aanvolgende ter zelfder uure en plaatse erflijk bij parceelen of in massa aan de meestbiedende te doen verkopen:
De riddermatige havezathe en goed Gramsbergen, liggende aan de steede van dien naam, kanton Hardenbergh, kwartier van Salland, provincie Overijssel, ten zuiden de rivier de Vecht, op 1 uur afstands van de Steede Hardenbergh voormeld, 2 uuren van de Stad Coevorden en 1/2 uur van het dorp Laerwoud in de Graafschap Bentheim, koningrijk Hanover, en bestaande uit deszelfs hechte en sterke, zeer logeable en allezints voor een zomer- en winter-verblijf geschikte, heeren-huizinge en bouwhuizen met koetshuis en stallingen, gestoeltens en grafkelder in de kerk te Gramsbergen, tuinen met exquisite vruchtbomen, goudvisch-kom en vijvers, wandelingen en dreeven, zo met opgaande boomen als met akkermaalshout beplant, bouw- en gaardenlanden, groen-, weide en hooijlanden (waaronder den zogenaamden Steen, leggende aan de rivier direct achter de behuizinge en weidende ’s jaarlijks 65 a 70 stuks koebeesten) turfgrond, en de erven en plantagien Den Slingenberg, de Kooij en het Zuidermans, tezaamen (de afzonderlijke bouwlanden in de Veldinger- en Lozer Eschen hier onder begreepen), voorts met deszelfs heerlijke en andere rechten, zo van jacht (deeze meede in een gedeelte der opgemelde Graafschap Bentheim) en visscherije, als collatie enz., mitsgaders met onderscheidene grond- en andere pachten, recognitien en diensten, deeze havezathe jaarlijks aankomende en verschuldigd; van al het welk tevens met de verkoops-conditien 8 dagen voor de inzate eene naauwkeurige staat op den Rustenberg voorschreven ter leezing zal worden voorgelegd, terwijl inmiddels des ook de begeerd wordende informatien te bekomen zijn op den huize Gramsbergen voorschreven, mitsgaders bij den Hoogwelgeboren heer jonkheer J. van Foreest van Heemse op den Huize Heemse en bij den notaris Van Riemsdijk te Hardenbergh voornoemd.