Categorie geheugenvanhardenberg

Toen, op 11 mei…

Toen, op 11 mei…

In het archief van de Marechausseebrigade Hardenberg (toegang 014) wordt dit briefje bewaard van de opperwachtmeester en brigadecommandant J.T. den Besten te Hardenberg, gedateerd 11 mei 1939, gericht aan de kolonel, inspecteur der koninklijke marechaussee, afdeling grensbewaking:

Ik heb de eer U HoogEdelGestrenge beleefd mede te deelen, dat hedenmiddag omstreeks 2.30 uur, door den wachtmeester Van der Hoeven en een dienstplichtig soldaat, in het bewakingsgebied te Baalder gemeente Ambt-Hardenberg, zijn aangehouden, de vreemdelingen Bernard Israël Weinberg, geboren te Dortmund den 20sten april 1895, koopman, en Roeline (Rosine) Sara ten Brink, zonder beroep, geboren te Emlichheim den 29sten augustus 1890, echtelieden, wonende te Emlichheim. Na overbrenging naar de marechaussee-kazerne te Hardenberg, verklaarden zij als volgt:

Deze portretten zijn bewaard gebleven in het archief van de Kazerne Dossin bij Mechelen.

“Wij zijn Israëlieten en bezaten voor november 1938 een manufacturenzaak te Emlichheim. Tijdens de jodenvervolging in die maand, is de inventaris van onze zaak vernield en in beslag genomen, zoodat we broodeloos werden. Nadien is zonder vorm van proces ons huis verkocht en kregen we tot heden geen cent van de opbrengst uitgekeerd. Een lid van de familie (broer van de vrouw) heeft zich in die dagen uit vertwijfeling van het leven beroofd. Gisteren heeft de Geheime Staatspolitie ons opnieuw bezocht, passen en andere papieren in beslag genomen. Vermoedende, dat ons weer een vervolging te wachten stond, zijn we hedenmorgen gevlucht en in de omgeving van Radewijk over de grens gekomen. Het doel was om ons te begeven naar Amsterdam en ons te melden bij het Joodsche vluchtelingen-comité. Geld voor de reis hadden we gevraagd te Hardenberg bij een of andere Joodsche familie”.

Bij onderzoek bleek, dat deze vluchtelingen niet in het bezit waren van een paspoort of ander identiteitsbewijs, geen geld bezaten of andere middelen van bestaan hadden. Onmiddellijk heb ik mij telefonisch in verbinding gesteld met den heer luitenant-kolonel, administrateur voor de grensbewaking en den Rijksvreemdelingendienst te ‘s-Gravenhage, van wien ik de opdracht ontving, de vreemdelingen uit te leiden. Hieraan is gevolg gegeven en zijn zij dien namiddag omstreeks 4 uur te Veenebrugge over de Rijksgrens verwijderd.

Van Bernard en Rosine zijn foto’s bewaard gebleven. Ook staan hun namen vermeld op een Transportliste van de Kazerne Dossin bij Mechelen in België. Bernhard staat vermeld als ‘Strumpfstopfer’ (sokkenstopper) en Rosine was ‘Hausfrau’. Op 24 oktober 1942 werd het echtpaar op transport gesteld naar Auschwitz, alwaar ze beiden werden vermoord. Bernhard en Rolina (Rosine) worden herdacht door middel van zgn. Stolpersteine in Emlichheim. Op de website van Grafschafter Geschichte wordt meer verteld over de joodse families in Emlichheim, onder wie het echtpaar Weinberg-Ten Brink.


Kogelpotje van Brinkman : GEVONDEN!

Weet u nog? Enige tijd geleden besteedden we aandacht aan dokter Johan Willem Brinkman (1907-1945). Hij was gedurende twee jaar huisarts te Hardenberg. We kondigden toen ook aan dat we bezig zijn met het samenstellen van een nieuw boek over de geschiedenis van Hardenberg. We schreven o.a.:

En des te meer mag het op prijs gesteld worden daar, gelijk mij nu is gebleken, het vorige jaar (1936) op een aangrenzend deel der Baalder-Esch, doch ietwat oostelijker gelegen, door te werkgestelden verscheidene urnen en potten opgegraven zijn, die omdat de arbeiders geen geregelde beloning ontvingen, achteloos weggegooid en stukgesmeten zijn. Een enkele fraaie kogelpot, hoog 9 cm. en grootste horizontale diameter 10,5 cm., Saksisch of wellicht Merovingisch, is daaruit bewaard gebleven, versierd met ingedrukte stempelmotieven en nu in bezit van Dr. J.W. Brinkman te Amsterdam (deze was in 1936 hier als tijdelijke arts en is als anti-Duitsgezind in de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland weggevoerd en van daar niet teruggekomen).

Dat intrigeerde ons enorm! Waar zou het kogelpotje gebleven zijn? Bestaat het nog?
We wisten enkel en alleen dat de archeologische vondst in het midden van de jaren ’30 van de vorige eeuw in handen was van dokter Brinkman en dat hij eind 1936 Hardenberg verliet om zich te vestigen in Amsterdam. We wisten dat hij was getrouwd en dat er tenminste één dochter uit zijn huwelijk te Hardenberg was geboren. Dat was ons aanknopingspunt.

Via de gezinskaart van dokter Brinkman vonden we de voornamen van zijn dochter en door te googlen vonden we dat zij in 2019 is overleden te Eelde. In haar rouwadvertentie stond dat zij weduwe was van Huibert Kortland en in diezelfde advertentie stonden ook overige familieleden vermeld. Dankzij hedendaagse zoekmachines vonden we een (vervallen) inschrijving bij de Kamer van Koophandel met het toenmalige adres een van deze familieleden.

Onder het mom van ‘niet geschoten is altijd mis’ schreven we een brief, gericht aan het gevonden adres. In de brief hebben we uitgelegd wat het doel is van onze speurtocht en hebben we gevraagd of men heel misschien wist waar het kogelpotje van Brinkman is gebleven…

GEVONDEN!
Wat schetst onze verbazing? Kort na verzending van onze brief, ontvingen we een uitgebreide e-mail. Daarin werd ons verteld dat we niet verder hoeven te zoeken. Het kogelpotje is terecht! In de daaropvolgende correspondentie werd ons duidelijk dat het kogelpotje bij testament zou worden geschonken aan het Provinciaal Overijssels Museum in Zwolle. Echter, die instelling was ter ziele gegaan en daarom stond het kogelpotje nog altijd in de kast tussen de rest van het servies te wachten op een nieuwe bestemming…

SCHENKING!
Nóg veel groter was onze blijdschap toen de eigenaresse ons mededeelde dat zij het kogelpotje graag wilde schenken aan onze stichting. Dat hebben we vanzelfsprekend met veel dank aanvaard. Onze secretaris toog vervolgens naar Zwijndrecht om het vroegmiddeleeuwse kogelpotje in ontvangst te nemen. Dat was op vrijdag 8 maart jl.

Mw. M. Kassels-Kortland overhandigt het ‘kogelpotje van Brinkman’ aan secretaris Wolbink van de SHP.
het ‘kogelpotje van Brinkman’ (ca. 9e eeuw na Chr.)

RIJKSDIENST
De toenmalig provinciaal archeoloog, drs. A.D. Verlinde, heeft over het kogelpotje geschreven in de Archeologische Kroniek voor Overijssel over 1978/1979:

G.J. ter Kuile publiceerde in de Verslagen en Mededelingen van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 1938 een vroeg middeleeuws versierd kogelpotje uit Baalder, benevens een aantal vondsten uit een grafveld van de Trechterbekercultuur (ca. 2500 v.Chr.) uit de zuidelijke helft van de Baalder Esch. Dit vondstbericht kwam in 1978 opnieuw onder onze aandacht door de opgraving van een karolingische boerderij met toebehoren in het noorden van de Baalder Esch. Ter Kuile vermeldde in zijn publicatie de toenmalige eigenaar van het kogelpotje, dr. J.W. Brinkman te Amsterdam. Het bleek dat de heer Brinkman het potje had ontvangen van een van zijn patiënten, een landbouwer uit Baalder, die het kort tevoren had gevonden… Ons inziens vormt het ruim 40 jaar geleden gevonden kogelpotje het meest waarschijnlijk een interessant, aanvullend element op de pas gevonden Karolingische bewoning. De verschillende typen kogelpotten, te dateren tussen ca. 800 en 1200, zijn bijna altijd gebruikt als kookpotten. Het is echter zeer de vraag of dat ook het geval was met ‘ons’ kogelpotje. Niet alleen behoort het tot de kleinste exemplaren (hoogte 9,5 cm) en is de mondopening opvallend nauw (bijna 6 cm), ook het oppervlak is beter dan gewoon afgewerkt. Dit oppervlak is gladwandig in plaats van ruwwandig en de verschraling bestaat uit fijn granietgruis, terwijl in andere kogelpotten meestal grover steengruis is gebruikt. De kleur is op een donkergrijze plek na, rood (2,5 YR 4/6 volgens de Munsell charts). Verder dragen kogelpotten slechts zeer zelden versiering. ‘Ons’ bijna gave kogelpotje bezit echter een rij van 14 hangende driehoekjes hoog op de schouder. In deze driehoekige stempelindrukken zijn lijntjes in de vorm van twee (onvolledige) driehoekjes uitgespaard. Dit type stempel is uit Overijssel verder onbekend. Tussen enige lijntjes in een der stempelindrukken bevinden zich resten van een witte substantie, dat daar nauwelijks secundair terechtgekomen kan zijn. Waarschijnlijk zijn de indrukken dan ook oorspronkelijk met deze substantie opgevuld, het meest waarschijnlijk een papje van beendermeel. Het potje moet daardoor destijds een veel levendiger aanzien hebben gehad dan thans het geval is. Dergelijke witte opvullingen van ingedrukte versieringen worden sporadisch ook op prehistorisch aardewerk gevonden, het meest frequent nog bij de Trechterbekercultuur. Uit de vroege middeleeuwen was het ons echter niet bekend. Datering: ca. 9e eeuw.

Vanzelfsprekend zal het ‘kogelpotje van Brinkman’ een mooie plek krijgen in ons nieuwe boek over de geschiedenis van Hardenberg. We verwachten het boek in 2027 te kunnen uitgeven. Heeft u belangstelling voor een exemplaar? Registreer u dan nu, zonder verplichting, via onze website.


Toen, op 1 april… (1767) – geen grap!

Deze aantekening vinden we in een van de oude kerkboeken van Hardenberg. Op 1 april 1767 werd de tweeling Derk en Elisabeth gedoopt, zoon en dochter van Willem Goes en Anna Kole. De predikant tekende erbij aan:

NB. De ouders van deze twelingen waren hier gekomen om te reisen naar Barrien in Hanover, doch op reis de vrouw hier op den Hardenb(erg) in de kraam gekomen zijnde, waren voornemens nu weder na Bommel te keren. De vader heeft aan mij vertoond een attestatie dat in den huwelijken staat bevestigd waren te Bommel de 7 august(us) 1763, getekend door P. Bonte, predik(ant) te Bommel, de 10 octob(er) 1766. En teffens een attestatie getekend door P. Bonte dat twee van zijne kinderen gedoopt waren in de geref(ormeerde) kerk te Bommel, het ene Alida genaamt den 30 octob(er) 1763, het andere Willem, geboren den 26 jan(uari) en gedoopt de 2 febr(uari) 1766.


ANBI-status goedgekeurd!

Het bestuur van de Stichting Historische Projecten is verheugd te kunnen mededelen dat ons de ANBI-status is toegekend. Om het geven van een bijdrage aan de SHP aantrekkelijker te maken, hebben we de Belastingdienst gevraagd ons aan te merken als een culturele ANBI: een algemeen nut beogende instelling die zich inzet voor culturele doeleinden. Onlangs heeft de Belastingdienst aangegeven dat we voldoen aan de criteria die hiervoor gelden en dat de status van culturele ANBI is toegekend. U kunt ons terugvinden in het ANBI-register van de Belastingdienst.

Dit heeft een aantal voordelen. Zo geldt voor donateurs dat hun (jaarlijkse) bijdrage aan de SHP voortaan als gift aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Daarnaast hoeft een ANBI geen belasting te betalen voor ontvangen schenkingen en legaten, zolang deze gericht zijn op het algemeen belang.

Onze donateurs zijn gisteren persoonlijk per e-mail geïnformeerd aan de hand van onze eerste nieuwsbrief. Donateurs krijgen een voorkeursbehandeling ten opzichte van anderen die zich tot ons richten met een verzoek. We zijn aan het onderzoeken hoe we meer onderscheid kunnen aanbrengen tussen donateurs en niet-donateurs, bijvoorbeeld door bepaalde informatie op onze website enkel en alleen voor donateurs toegankelijk te maken. Dit vraagt tevens helderheid over de vraag wie wel en wie niet beschouwd kan worden als donateur. Bepaald is dat een persoon (dan wel bedrijf/organisatie) die jaarlijks een bijdrage van minimaal 25 euro aan de SHP schenkt, wordt beschouwd als donateur. Onze donateurs worden vermeld op de website, tenzij men heeft aangegeven dat liever niet te willen.

Iedereen die zich vóór 1 april aanmeldt als donateur, ontvangt ons boek ‘Hardenberg op de Kaart’ als welkomstgeschenk!