Categorie geheugenvanhardenberg

Toen, op 19 juli… Buren in Lutten strijden om bijen (1734)

Op 19 juli 1734 klaagde Albert op ’t Wolbink te Lutten zijn buurman Hendrik Wilpshaer aan. Albert vertelde dat op 10 juli een zwerm bijen uit zijn bijenstal was gevlogen. Hij had de zwerm gevolgd en gezien dat deze terechtkwam in een korf van Hendrik. Nadat hij dit aan Hendriks vrouw had gemeld, haalde hij de zwerm weer terug naar zijn eigen bijenstal. Later bleek echter dat Hendrik de bijen opnieuw had opgehaald, alsof ze van hem waren. Volgens Albert was dit onterecht, omdat een zwerm bijen zolang de eigenaar die volgt en in het oog houdt, wettelijk van hem blijft. Daarom eiste hij de bijen terug, zonder kosten of schade.

Hendrik Wilpshaar verdedigde zich door te stellen dat er diezelfde dag al een zwerm in zijn korf zat. Hij erkende dat Alberts bijen erin gevlogen waren, maar vond dat hem dan minstens de helft van de zwerm toekwam.

Albert wees dit van de hand en liet twee getuigen, Willem Hendriks en Evert Jansen, verklaren dat er vóór de komst van Alberts bijen slechts een handjevol bijen in Hendriks korf zat – beslist geen volledige zwerm. Volgens Albert was Hendriks aanspraak dus ongegrond.

De rechter Arnold Voltelen gaf Albert gelijk: Hendrik moest de betwiste zwerm bijen kosteloos en zonder schade teruggeven. Om verdere burenruzies over zulke kleinigheden te voorkomen, bepaalde Voltelen wel dat Albert aan Hendrik vijftien stuivers zou betalen voor het gebruik van diens korf.

Ruim twee eeuwen later zien we dorpsdichter Hendrik van Laar uit Lutten bij zijn iemenstal (bron: Collectie Overijssel)

Een transcriptie:
Op 19 juli 1734 verscheen Albert op ’t Wolbink te Lutten, seggende tegens heden te hebben doen citeren Henrik Wilpshaer om eijsch en aensprake te aenhoren, waerom hij comparant dan seide dat op saterdag den 10 deser hem uit sijn ijmenstal een swarm bijen was ontvlogen. Dat hij deselve nagevolgt en in ’t oog gehouden hebbende had gesien dat die swerm was gevlogen in een korf van de geciteerde, dat hij daerop die swerm na dat aan de vrouw daervan kennisse was gegeven, had weerom gehaelt en weder bij de sijne gebragt. Dat nu de geciteerde had kunnen goetvinden de swerm en korf hem weder had af te halen, en vermits na regte bekent is, dat so lang hij de swerm bijen in ’t oog houd en vervolgt de sijne blijft, so concludeerd de comparant dat de geciteerde sal worden gecondemneert om an hem sijn swerm bijen kost en schadeloos weerom te moeten brengen.

Waerop gecompareerd de geciteerde, seggende dat hij op dieselfde dag in dieselfde korf ook een swerm bijen gehad heeft, en dat het wel waar sal sijn dat die swerm bijen in die korf is gevlogen, dogh vermits hij daer ook een in gehad heeft, dat hij vermeind dat hem van die swerm de halfscheid of soo veel als ’t Gerigte sal oordelen, toe quam, waertoe bij desen concludeerde onder eijsch van kosten.

Waerop gecompareerd den aenlegger, seggende dat twee getuigen, Willem Henriks en Evert Jansen doe de swerm bijen voor de gat de korf hebben omgekeert en wel gesien dat er in de korf eenige weinige bijen waeren, dog niet so dat die op verre na voor een swerm konde gerekent worden, soals deselve getuigen praesent in den Gerigte hebben verklaart, dat dienvolgens daeruit niet kan gerekent worden dat er een swerm bijen in sat, en dat derhalven die sustime van de geciteerde ongefundeert sijnde, deselve sal worden gecondemneert, soals bij vorengenomen conclusie staat vermelt.

Decreet:
Het Gerigte verstaat dat de geciteerde gehouden is de quastieuse swerm bijen kost en schadeloos aan den aenlegger te moeten restitueren, en verstaan wijders tot voortkominge van vordre sulke geringe dispuicten tusschen de comparanten dat den aanlegger voor de korf en rente als andersins aan de geciteerde sal geven vijftien stuivers.


Kookboek van Clara Feyoena op ‘Adel in Nederland’

Drie generaties Clara Feyoena verenigd op historische familiegrond in Heemse ter gelegenheid van haar kookboek: Clara Feyoena barones van Raesfelt née barones van Sytzama (1e generatie) op haar olieverfportret, links Clara Feyoena (9e generatie) en rechts Clara Feyoena (7e generatie), die het eerste exemplaar van dit geweldige kookboek in ontvangst nam (fotograaf: Albert Bos).

Met veel plezier hebben we het prachtige en uitgebreide artikel op de website van Adel in Nederland gelezen over de presentatie van ons Kookboek van Clara Feyoena. Wat een mooi en zorgvuldig geschreven verhaal, waarin niet alleen de feestelijke boekpresentatie, maar ook de historische, culinaire en culturele betekenis van dit bijzondere project op inspirerende wijze tot leven komt. Onze hartelijke dank aan dhr. Töpfer voor deze fraaie recensie en de aandacht die aan dit unieke boek is besteed. Zulke verhalen dragen eraan bij dat ons culinaire en adellijke erfgoed een breed publiek bereikt en blijvend wordt gewaardeerd.


ZOEKPLAATJE | Wie herkent deze man?

Soms duikt er een foto op waarvan het verhaal verloren is gegaan. Een van onze volgers, dhr. Lambers uit Bergentheim, stuurde ons dit bijzondere kabinetportret van een onbekende man.

De man, gekleed in pak en stropdas, is gefotografeerd door Foto De Boer uit Coevorden. De foto komt uit de nalatenschap van Aaltje Lambers-Jans (1913-1994) en haar echtgenoot Hendrik Lambers (1904-1985).

Herkent u deze persoon, of weet u meer over de achtergrond van deze foto? Elke aanwijzing kan ons helpen om het verhaal achter dit portret te achterhalen.


Inventaris op archief Havezate Heemse en Huis Welgelegen

Zondag 7 juni jl. heeft archivaris Wim Hoogeland het ‘eerste exemplaar’ van de inventaris op het verloren gewaand huisarchief aangeboden aan eigenaresse mw. Sirtema van Grovestins-Hasseley Kirchner. Dit vond plaats in Huis Welgelegen, het huidige kantoor van Vechtstede Notarissen, ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van Stichting Historische Projecten Hardenberg.


Toen, op 14 juni… Boerenstrijd om lusten en lasten in Radewijk (1738)

In 1738 ontstond er een geschil tussen de gezamenlijke buurmannen van Radewijk en Hendrik Berends Snijders, de bewoner van ’t erve de Sniederi-je in Wielen. De Radewijker buurmannen eisten dat Snijders ging meebetalen aan de boerschapslasten (gemeenschappelijke lasten van de marke of de buurtschap), zoals herendiensten en door het kerspel opgelegde belastingen. Volgens hun berekening bedroeg zijn aandeel één gulden, naast de bijdragen die hij al betaalde aan hoorngeld en de huur van de pastoorsweeme (de pastorie).

Snijders verzette zich hiertegen. Hij stelde dat hij altijd alleen het hoorngeld en de huur van de weeme had betaald, en nooit aan de overige lasten had hoeven bijdragen. Als hij wél zou moeten bijdragen aan die lasten, vond hij dat hij ook recht had op de voordelen van de marke, zoals het mogen laten weiden van zijn beesten in het Radewijkerbroek. Hij protesteerde bovendien tegen het opleggen van proceskosten.

De buurmannen hielden vol dat het redelijk was dat Snijders, omdat hij in de marke woonde en al enkele bijdragen betaalde, óók in de andere lasten moest delen. Wat betreft het laten weiden van zijn beesten in het Broek verwezen ze echter naar de markenrichter en de gezamenlijke goedsheren: zij alleen konden daarover beslissen.

Na herhaaldelijk verweer van Snijders besloot het gerecht in Hardenberg op 16 juni 1738 dat de eis van de buurmannen voorlopig niet ontvankelijk was.


Een transcriptie:
Heemse, den 14 junij 1738. Rigter Arnold Voltelen.
Erschenen de gezamentlijke buirmannen van Radewijck, seggende Hendrik Snijders te hebben laten citeren ten fine deselve moge werden gecondemneert om mede te moeten betalen in haare boerschapslasten als heerendiensten, karspels uitgesette lasten, na quota gelijk hij jaarlijks mede is doende en betaalt in haar boerschaps hoorngelt ende huire van de pastoors wheeme, nevens haar also hij daarvan niet meer vrij kan weesen als sij comparanten komende sijn portie in desen maar te monteren volgens haar comparanten uitrekeninge der somme van eenen gulden, alles met eijsch van kosten.

Waarop erschenen Hendrik Snijder, segt dat hij noijt anders in de boerlasten heeft en nog jaarlijks betaalt als allene het hoorngelt en in de wheemehuir, en dat indien hij in de andere lasten moeste contribueren, hij dan ook mede van de profijten van de markte als weijdinge in het Broek als anders moeste en behoorde te gauderen, doende protest van kosten.

De boermannen seggen dat wat aangaet de weijdinge in ’t Broek sij daarin niet buiten de heer markenrighter en anderen goetheren konden en wilden doen en laten, sulks in ’t geheel en als voormaels en wat de andere lasten angaet dat niet anders als redelijk is dat hij dewijl in de markte of boerschap is wonende en daarin sijn hooftgelt, dienstbodegelt, hoorngelt en whemegelt betaelt, hij also in desen mede moet betalen, versoekende also nogmalen als voren, de geciteerde moge worden gecondemneert om sijn toegelegte eene gulden te moeten betalen, met de kosten.

Waerop erschenen Hendrik Snijder, seggende te persisteren bij sijn voorgaende, dat noit niet heeft gegeven in de uitsettinge van dese karspels- of buirlasten of herendiensten, als allene de herenschattingen en huire van de weeme en dat sodanige lasten niet redelijk is, dat die hem worden opgelegt en hij die soude moeten betalen, of hij moet mede van de weijdinge in ’t Broek profijteren, doende nogmalen protest van kosten.

Hierover sal op anstaende maandag en morgen met assumptie van twee bequame keurnoten worden gedecreteert.

Hardenbergh, den 16 junij 1738.
Het Gerigte vorenstaende recessen geëxamineerd hebbende, verstaat dat de aanleggeren in haeren eisch vooralsnog niet zijn ontfanckelijk.