Toen, op 29 april… Amsink geslachtofferd

Op 29 april 1814 werd de Hardenbergse fuselier (geweerschutter) Jan Willem Amsink getroffen door een kanonskogel en verloor daarbij het leven. Hij was een van de laatste slachtoffers van de Fransen die de vesting Coevorden tot het allerlaatst met hand en tand verdedigden.

Een door zijn zusjes Margaretha Elisabeth en Anna Aleida Amsink geplaatste advertentie in de Departementale courant van de Monden van den Yssel van 6 mei 1814 herinnert aan het ongehuwde Hardenbergse oorlogsslachtoffer. Jan Willem was een zoon van logementhouder Frerik Amsink en Hermina Baerselman. Hij was op 6 juli 1777 gedoopt in de kerk in Hardenberg.


Toen, op 29 maart…

In het contentieus archief van het stadsgericht Hardenberg worden o.a. zgn. Interrogatoria bewaard. Dit zijn ondervragingen van burgers onder solemneelen (plechtige) eed. Een van die interrogatoria betreft de ondervraging van een aantal burgers betreffende de deseurteur Christiaan Strieber. Hij was gearresteerd door het stadsbestuur:

Wij H. Leuveling, Jasp(er) Zweers, G. Nijman en D.J. Santman, uitmakende het Intermediair Administratif Gemeentebestuur der Stad Hardenbergh, doen te weeten dat op heeden voor ons en ter requisitie van den sergeant C. Weber in ’t 3e bataillon Bataafsche Jaagers, Frederik Amsink, woonende alhier, onder solemneelen eede, als naar Landrechte, is verklaard, dat Christiaan Strieber, inwoonder deezer stad, en op eergisteren door ons ter requisitie van gem(elde) sergeant in civil arrest genoomen en alnog bewaard wordende, is een deserteur van de Bataafsche Armee, geevende daartoe voor reeden van wetenschap dat gem(elde) C. Strieber, bij gelegendheid dat ‘er voor eenigen tijd een generaal-pardon voor alle deserteurs was gepubliceerd, ten zijnen huize ’s morgens bij hem voor ’t bed gekomen was, en als toen gezegd: ‘de Hoere, dat Beest (: meenende daarmeede zijne tegenswoordige vrouw) wil mij nu niet hebben; wat ben ik nu een ongelukkig kaerel, als ik, nu met ’t generaal pardon, na mijn battaillon was gegaan, dan was ik een vrij man, en nu ben ik een schelm en moet agter lands loopen’.

Voorts is gecompareerd Margaretha Elisabeth Amsink, en heeft voor ons en ter requisitie van opgem(elde) sergeant, meede onder solemneelen eede verklaard dat voorschr(even) C. Strieber is een deserteur van ’t 3e battaillon Bataafsche Jagers van de 6e compagnie; geevende voor reeden van wetenschap zulks uit den mond zijner tegenswoordige vrouw Hendrikjen Haamberg, voor dezelver trouwen, te hebben gehoord.

Nog is gecompareerd Hermannus Amsink, en heeft voor ons almeede ter requisitie van voorschr(even) sergeant onder solemneelen eede verklaard dat gem(elde) C. Strieber is een deserteur van de Bataafsche Armee, geevende voor reeden van wetenschap dat hij zulks uit den mond van zijne eigen huisvrouw Hendrika ten Brinke (die thans alhier in ’t kraambed is liggende) te hebben gehoord, welke ’t zelve uit den mond van de tegenswoordige vrouw van C. Strieber, Hendrikjen Haamberg, voor derzelver trouwen, hadde gehoord.

Eindelijk zijn gecompareerd Jan Berend ten Broeke en vrouw Willemiena Raasink, dewelke almeede ter requisitie van opgemelden sergeant voor ons een ijder voor zich onder solemneelen eede hebben verklaard dat Christiaan Stieber opgem(eld) is een deserteur van ’t 3e battaillon Bataafsche jagers van de 6e compagnie, geevende voor reeden van wetenschap dat den tegenswoordige huisvrouw van C. Stieber, Hendrikjen Haambergh, voor haar trouwen met denzelven zulks aan haar hadde verklaard.

Zijnde den eersten comparant F. Amsink oud ruim 54 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant. Zijnde de tweede comparant M.E. Amsink oud 23 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant. Zijnde de derde comparant H. Amsink oud ongeveer 30 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwnat. Zijnde de vierde comparant J.B. ten Broeke oud ruim 54 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant. Zijnde de vijfde comparante W. Raasink oud ruim 54 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant.

Des ten oirkonde is deezen met onzes stads-zegel en des secretaris subscriptie bekrachtigd. Actum Hardenbergh, den 29 maart 1801, anno 7e Lib. Batavae. Ter ordonnantie, Antoni van Riemsdijk, secretaris.


Toen, op 10 maart… Lodewijk Napoleon in Hardenberg

In 1806 werd de Bataafse Republiek door de Franse keizer Napoleon afgeschaft en vervangen door een koninkrijk. Hij plaatste zijn jongere broer Lodewijk Napoleon op de troon.

De nacht van 10 op 11 maart 1809 bracht koning Lodewijk Napoleon Bonaparte door in de stad Hardenberg. Hij verbleef toen in het huis van Cornelis Soeters, de commies-collecteur van de convoyen en licenten (hoofdcommies, verantwoordelijk voor de inning …van in- en uitvoerrechten). Het huis van Soeters stond op de hoek Fortuinstraat tussen Oosteinde en het Middenpad, nu telefoonzaak BelCompany, een winkel Totaal Gemak en bloemhandel Beijer. 

Over deze historische gebeurtenis is niet heel veel bewaard gebleven op schrift. Slechts een klein aantal documenten en een kort verslag in een oude krant geven gewag van deze logeerpartij. De koning kwam met zijn gevolg van vijftien manschappen. Hij hield audiëntie in de chique kamer van het echtpaar Soeters-Borcherts en bij zijn vertrek liet hij weten zeer wel te spreken te zijn over de gastvrijheid van het Hardenbergs gezin. Curieus echter was de vermelding in een archiefstuk van de familie Soeters, waaruit blijkt dat hij een bedrag van f. 300,- naliet voor Soeters’ dienstmeid…; voor dat geld kon je in die tijd een klein huis kopen!

Na de welverdiende ‘nachtrust’, verliet de koning Hardenberg en reisde naar Gramsbergen. Daar zag hij wat het dorp te lijden had gehad van de vele overstromingen. Hij stelde geld beschikbaar om de wegen te herstellen en liet, op zijn kosten, een nieuwe brug bouwen over het stroompje De Lee bij Gramsbergen (de Koningsbrug).

Soeters echtgenote, Johanna Borcherts, schreef over het bezoek van de koning:

0310_Soeters

“1809, vrijdag den 10 van Lentemaand was het dat Zijne Majesteit Lodewijk Napoleon de 1ste Koning van Holland, de stad Hardenbergh met zijne tegenwoordigheid vereerde. Zijne Majesteit kwam des nademiddags om 3 uur aan en nam zijn intrek ten onzen huize, ging in de voorkamer alwaar ik wegens de ziekte van mijne echtgenoot C. Soeters, met mijn zoon Joan Soeters de eerste audientie bij Z.M. hadden. Z.M. was zeer vriendelijk, vraagde welke post bekleed uw man. Ik antwoordde commis collecteur der convoyen en licenten. Uw man is oud? Ik antwoordde Ja Sire! en ziek, zoude anders in persoon zijn hulde aan Z.M. komen aanbieden. Ik neem de vrijheid mijnen zoon in de gunst van U.M. te beveelen om hem tot opvolger in de post zijnes vaders te begunstigen. Vervolgens gaf mijn zoon aan Z.M. een request over waarin mijn verzoek wierd herhaald. ’t Welk Z.M. aannam en wij gingen uit de kamer. Een half uur daarna kwam den heer Minister van Binnenlandse Zaaken aan mijn zoon zeggen dat het verzoek door Z.M. was geaccordeert en tevens dat, wanneer wij iets hadden aan Z.M. te verzoeken ons direct bij Z.M. moesten vervoegen. Na aan de Regeering en Kerkenraad vervolgens audientie verleend te hebben, spijsde Z.M. in dezelve voorkamer, – de heeren van ’t gevolg benevens de heer Kwartierdrost Palland van Eerde, de postmeester A.H. Cramer, spijsden …
0310_Soeters2

… spijsden in onze eetkamer. De hofmeester, chef de cuisine en kamerdienaars in de groote kamer en de livreij bedienden in de keuken. Na dat dit alles was afgelopen, ging Z.M. in de groote kamer die tot hoogst deszelfs nagtverblijf was gereed gemaakt, bleef daar tot 10 uur en begaf zig te rust. In de voorkamer wierd de rustbank opgemaakt voor den heer Aide de Kamp Trover en 2 kamerdienaars logeerden in onze eetkamer. Voor de deur der kamer daar Z.M. logeerde stonden 2 husaaren op schildwagt. Voor ’t huis husaaren te paard. Zaturdag den 11 om 9 uur vertrok Z.M. weer van hier. Liet ons weten dat hoogst dezelve over ons en ’t logement zeer voldaan was. Door den heer prefect van ’t Paleis wierd wegens zijn M. aan mijn zoon een wissel van 300 gulden overhandigd voor onze meid”.

Misschien aardig om te weten dat 300 gulden in 1806 omgerekend nu circa € 2.200 is. Voorwaar een prijzig logement, of was de gift aan de dienstmeid bedoeld als ‘koninklijk zwijggeld’….? We zullen ’t nooit weten.


Toen, op 2 maart…

De Departementale courant van de Monden van den IJssel berichtte op 8 maart 1814:
Hardenberg, 4 maart. Ook deze Stad en Gemeente genooten eergisteren de eer den Doorluchtigen oudsten zoon van onzen geliefden Souverein in haar midden te begroeten, daar Z.D.H. den Heer Erfprins van Oranje, vergezeld van hoogstdeszelfs adjudant den heer graaf Van Limburg Styrum, op hoogstdeszelfs tour ter inspectie van de nog in ’s vijands handen zijnde vestingen dezer Landen alhier te dien dage, des achtermiddaags om vier uren, van Delden over Ootmarssum arriveerde.

Willem Frederik George Lodewijk (Den Haag, 6 december 1792 – Tilburg, 17 maart 1849), prins van Oranje-Nassau.

Z.D.H. werd buiten de stad door den heet colonel Queysen, commandeerende de blokkade der vesting Coevorden, en den heer burgemeester Van Riemsdijk, geäccompagneerd door eene commissie uit den raad der gemeente, gecomplimenteerd, en het behaagde Z.D.H. de aan hoogstdenzelven gehoudene discourssen minzaamst te beantwoorden.

Aan de barrière genaderd zijnde, vond Z.D.H. aldaar eene eerewagt uit de gewapende burgercompagnien, gecommandeerd door de heeren kapitein Scherf en 2e luitenant Hurink en voorts ter weerzijden der straat de compagnien zelve, aan het hoofd hebbende derzelver respective officieren, en haie geschaard en hoogstdezelve onder het slaan der tromde militaire honneurs bewijzende, terwijl een algemeen en levendig gejuich van Hoezee, en Vivat Oranje, gepaard met het gelui der klokken van Hardenbergh en Heemse, de lucht deed weergalmen.

De koets van Z.D.H. hield voor het huis van den heer burgemeester stil, en het behaagde hoogstdenzelven aan hetzelve af te stappen en aldaar audiëntie te verleenen aan de militaire, civiele, justitiële en kerkelijke authoriteiten en beambten, zoo als ook aan enige particulieren; waarna Z.D.H., na inmiddels ook de gemelde compagnien voorbij hetzelfde huis te hebben zien defileeren en hoogstdeszelfs genoegen over derzelver goede houding, manoeuvres en propreteit der wapenrustingen aan de heeren colonel Queysen en kapitein Ansoms, deze laatste belast met derzelver organisatie, te hebben betuigd, wederom in het rijtuig stapte en onder het herhaald paradeeren der gewapende magt en vreugde gejuich der menigte naar het Huis te Heemse in deze gemeente, toebehorende aan den heer baron van Foreest tot Petten, vertrok, hetwelk door den heer burgemeester tot hoogsdeszelfs nacbtverblijf was bestemd. Op het Huis te Heemse gekomen zijnde, vond Z.D.H. aldaar wederom ter wee zijden der stoep de voormelde eerewagt geschaard, alsmede de heeren burger officieren Hoenderken en Pruim, als dienstdoende ordonnans officieren bij Hoogstdenzelven. Uit het gemeentehuis, het huis van den heer burgemeester en van den heer baron Van Foreest waren oranje vlaggen uitgestoken; des avonds was de stad en het dorp Heemse geïllumineert, en de menigte hield niet op tot laat in den nacht de ondubbelzinnigste blijken van hunne gehechtheid aan Vaderland en Oranje te geven.

Den volgenden morgen om 9 uur nam Z.D.H. een minzaamst afscheid van den heer baron Van Foreest en familie, bedankte vriendelijkst voor het genotene onthaal en vertrok, onder paradeering der meergemelde eerewagt en der gewapende burgercompagnien, het herhaald vreugdegejuich des volks en het gelui der klokken, vergezeld van hoogstdeszelfs heer adjudant en den heer burgemeester, te paard naar de Groote Scheer voor Coevorden, wordende daar na toe mede begeleid door den heer gemeenteraad Santman, den heer Vrederegter Pruim en eenige jongelieden te paard. Onderweegs werd Z.D.H overal door de landlieden met een welmeenend Hoezee en Vivat Oranje begroet, terwijl de gewapende compagnie van Aane en het piket te Aanerveen, aan het hoofd hebbende den heer vice burgemeester van Grambergen Krikke, mede op hoogstdeszelfs doortogt aldaar onder de wapenen paradeerden. Aan de Groote Scheer genadert zijnde, werd Z.D.H. aldaar door welgemelden heer colonel Queysen ontvangen en, na aldaar de in parade staande contingenten van den Landstorm uit de gemeenten Hardenbergh, Gramsbergen, Ommen, den Ham en Dalfsen, het detachement burger artilleristen uit Zwolle en de gewapende compagnie vrijwilligers van Holthoone en Anerveen bezigtigd te hebben, vertrok Z.D.H., alleen vergezeld van hoogstdeszelfs heer adjudant, den heer Queysen, den heer kapitein ’t Hooft, kommandant der voorposten en den heer burgemeester dezer Stad, naar de voorposten, bezichtigde dezelve en, na zoo nabij mogelijk de vesting zelve geïnspecteerd te hebben, keerde hoogstdezelve na het Huis de Scheere terug, alwaar het hoogstdezelve behaagde in de wagtkamer der heeren officieren eenige ververschingen te nuttigen, die aldaar door de zorge van onzen heer burgemeester waren in gereedheid gebragt. Hierop vertrok Z.D.H., vergezeld als voormeld en van één officier van den Landstorm te Dalen, over het zoogenaamde Steenwijker Moer naar Dalen, alwaar even na den middag aankwam. Z.D.H. scheen over hoogstdeszelfs receptie alhier zeer tevreden en wij verheugen ons in de gelegenheid geweest te zijn in den oudsten zoon onzes Souvereins deszelfs van Spanje uit bekende heldendeugden met vriendelijkheid jegens allen gepaard te hebben mogen zien!  


%d bloggers liken dit: