Toen, op 28 mei …

Aannemer Hamhuis in Heemse had in 1869 een grote klus te klaren, want in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 28 mei 1869 liet hij deze advertentie plaatsen. Hij was naarstig op zoek naar zes ervaren timmerlieden. Zij konden maar liefst twaalf centen per uur verdienen! Kom daar nu nog maar eens om…

Zeer waarschijnlijk ging het om de bouw van de nieuwe pastorie in Heemse. Op 16 september 1868 had de aanbesteding voor de nieuwbouw plaats gehad in café Kampman. Er waren acht inschrijvers, waarvan Hendrik Hamhuis Albertuszoon de laagste was. Hem werd werk gegund voor fl. 6200,-.

Hendrik stierf op 33-jarige leeftijd, op 7 november 1871 in Heemse. De aannemersfamilie Hamhuis zou nog vele decennia lang in Hardenberg werkzaam zijn. Zo zien we ze hier op de foto aan het werk voor hun zaak dat naast het notariskantoor op de Brink in Heemse stond.


Toen, op 26 april …

Het Salland’s Volksblad van 26 april 1907 meldde o.a. het volgende:
“Gramsbergen. Maandag jl. werd in het logement Kuiper alhier voor rekening van de heer G. Bolte het bouwen van een stationskoffiehuis aanbesteed, waarvoor zeven inschrijfbiljetten waren ingekomen. De laagste inschrijver was Mandema uit Avereest voor f. 3.680. Hem werd de opdracht gegund.”
Het begon in 1907 als stationskoffiehuis Spoorzicht, werd later café ’t Hoekje en is nu nog steeds bekend als ‘Jan en Gees’.


Toen, op 2 maart…

Deze foto is gemaakt op 2 maart 2006. Het was die dag koud, maar helder weer. Er was wat sneeuw gevallen, zoals te zien is op deze afbeelding van de carillontoren op het Stephanusplein in Hardenberg.

Deze carillontoren heeft van 1963 tot 2009 het stadsbeeld van Hardenberg gesierd. Op 22 mei 2007 verleende de gemeente Hardenberg zichzelf een sloopvergunning, benodigd om zowel het gemeentehuis als de carillontoren te kunnen afbreken. De sloop was nodig om ruimte te creëren voor de bouw van een nieuw raadhuis. Ruim veertig jaren lang hebben beide dienst gedaan. De bouw van de carillontoren was onlosmakelijk verbonden met de bouw van een nieuw raadhuis voor de gemeente Hardenberg. Het gemeentehuis en de precies 25 meter hoge klokkentoren waren ontworpen door de Zwolse architect H. Mastenbroek. In 1958 was er voor het eerst sprake van een bij het nieuwe gemeentehuis te bouwen ’toren’. Die zou ook benut kunnen worden voor het drogen van de brandspuitslangen. Zover kwam het echter niet. Aanvankelijk zou de klokkentoren alleen, zoals het woord al zegt, een klok bevatten. Het moest een wijzerplaat worden met een verlichte tijdsaanduiding. Voor de toren en de aanleg van een deels er omheen gelegen vijver, stelde de gemeenteraad een krediet van 105.000 gulden beschikbaar. Timmer- en aannemersbedrijf Gebr. Dijkhuis uit Hardenberg werd bij aanbesteding het bouwen van gemeentehuis, politiebureau én klokkentoren gegund.

Op initiatief van de afdeling Hardenberg van de Federatie Vrijwillige Vrouwelijke Hulpverlening werd een inzameling gehouden om de bevolking in staat te stellen aan het gemeentebestuur, ter gelegenheid van de opening van het nieuwe raadhuis, een carillon aan te bieden. De presidente van de afdeling, mevrouw C. de Goede-Mom, was de echtgenote van de toenmalige burgemeester van Hardenberg, Jacobus Hendrik de Goede. Inwoners van Lutten wensten echter geen geld te geven zolang zij nog verstoken bleven van een goede riolering. Hun credo luidde: Zolang Lutten nog schijt op de ton, betalen wij niet voor het carillon!

Het carillon werd geleverd door Van Bergen’s Carillon-, torenluidklokken- en torenuurwerkenfabriek uit Heiligerlee. Het bestond uit dertien klokken, waarvan de grootste een diameter van 40 centimeter had en de kleinste 20 centimeter. De eerste vier verzen die gespeeld werden, waren: Gelukkig is het land; O Heer, die daar des Hemels tenten spreidt; Hollands vlag, gij zijt mijn glorie en Wilt heden nu treden. In november 1963 werden sinterklaasliedjes ten hore gebracht als: Zie ginds komt de stoomboot, Hoor wie klopt daar kinderen en O, kom er eens kijken en rond de kerstdagen speelden de liederen: Stille nacht en Nu zijt wellekome.

Het plaatselijk comité ‘4 mei herdenking Hardenberg-Heemse’ kreeg in 1965 toestemming van het gemeentebestuur om aan de klokkentoren een bronzen gedenkplaat te bevestigen met de tekst 10 mei 1940 – 5 mei 1945 Hardenberg … opdat wij hen niet vergeten. Onder de plaat werd een vitrine geplaatst. Daarin werd een opengeslagen boek gelegd, met vermelding van de namen van alle slachtoffers van de oorlog en bezetting uit de gemeente Hardenberg in de jaren 1940-1945. De bronzen plaat en de vitrine werden rechts naast de deur en onder de luifel aangebracht.

Op 19 oktober 2009 viel de klokkentoren ter aarde…


Toen, op 28 februari…

Op 28 februari 1840 begon notaris Willem Swam te Gramsbergen met de openbare aanbesteding voor het vernieuwen van het inwendige van het kerkgebouw ter stede Gramsbergen. Hij deed dat in opdracht van de kerkvoogden.

Overijsselsche courant, 25 februari 1840.

Het bestek is in het notarieel archief bewaard gebleven:

Artikel 1:
De aannemer zal, nadat hem de oude banken zullen zijn opgeruimd, de vloer opgenomen en de grond met zand zal zijn verhoogd, de Bentheimer steenen doen kanthouwen en weder effen leggen, tot welk laatste hem kosteloos de nodige handlangers zullen ten dienste staan, en daarna volgens de tekening leveren vijftien vrouwenbanken in het midden der kerk, van vier duims greene deelen, met twee duims vurehouten paneelen, behoorlijk en naar den eisch in elkanderen gewerkt, aan ieder bank twee greenehouten paneelen deuren, halfrond aflopende […] Wijders zal aan ieder bank een lessenaar, van bovenaf schuins aflopende, gemaakt worden van één twee palms breede en en drie duims dikke plank, voor de oplegging der (kerk)boeken, ieder met aanbrenging van een vier duims breede lat, behoorlijk met een kraal beschaafd, tot voorkoming van het afglijden derzelven
.

Artikel 2:
De aannemer zal vanaf de beide deuren van weerkanten aan de muren tot aan het doophek volgens de tekening moeten maken en leveren twee rijen banken voor de mannen, hoog één el uit de vlakke grond en naar evenredigheid de agtersten, op vier eikenhouten ribben van twaalf en twaalf duim c.s.


Artikel 3:
De aannemer zal de tegenswoordige predikstoel, zoo ook het klankbord, verplaatsen boven in de kerke op de aan te wijzene plaats, vijfentwintig duim van de muur, hetwelk hij met een vijf duims dikke eiken plank (wagenschot) zal aanvullen […] Vervolgens zal de aannemer in het klankbord moeten maken eene ronde opening tot plaatsing van eene Engelsche lamp […] en verders zal de aannemer regts en naast de predikstoel naar den eisch moeten maken een pultrum voor de voorzanger.


Verder was de aannemer verplicht om een gaanderij aan te brengen, met daarop vier rijen losse kerkbanken die van voren naar achteren schuin opliepen. De aannemer was ook gehouden om de gemaakte banken, preekstoel, gaanderij, trappen, pilasters en zolders behoorlijk met goede olieverf te gronden en te verven: de preekstoel en bord licht gladhout kleur, de kerkbanken rood mahoniehouten kleur, de zolders blauw en de pilasters gemarmerd. Tenslotte was de aannemer gehouden om het werk uiterlijk op 1 juli van datzelfde jaar op te leveren.

Aannemer en timmerman Wolter Scheerman uit Coevorden was bereid het timmerwerk voor 1250 gulden aan te nemen en huisschilder Hendrik Kremer uit ’t Laar wilde voor 190 gulden wel verantwoordelijk worden voor het schilderwerk. Echter, toen zowel het timmerwerk als het schilderwerk in combinatie nogmaals in veiling werd gebracht, ging aannemer Johannes de Blécourt uit Coevorden er met de winst vandoor. Hij nam het werk aan voor een totaalbedrag van 1205 gulden.


Toen, op 8 februari …

De Overijsselsche Courant van 25 januari 1839 bevat deze advertentie waarin de openbare aanbesteding werd aangekondigd van een nieuw te bouwen school in de buurtschap Rheeze. De aanbesteding vond plaats op 8 februari 1839.

Burgemeester en assessoren van het Ambt Hardenbergh, zijn voornemens om op vrijdag den 8sten februarij 1839, des voordemiddags ten 11 uren, ten huize van den kastelein J. Odink Dz., op den Brink te Heemse, publiek aan den minsteischenden, onder approbatie van Hun Ed. Gr. Achtb. de Gedeputeerde Staten der Provincie, aan te besteden, het bouwen van eene nieuwe school in de buurtschap Rheeze ter dezer gemeente, met de leverancie van alle daartoe benoodigde materialen. Het bestek en teekening daaromtrent, ontworpen bij den heer Loman, stads-bouwmeester te Deventer, liggen inmiddels ter visie ten huize van den kastelein voornoemd, en zijn de verder verlangd wordende informatiën te bekomen ter secretarie der gemeente. Heemse, den 21sten januarij 1839. Burgemeester en assessoren voornoemd, Ant. van Riemsdijk. In kennisse van mij, A. Kampherbeek, ass(esso)r., loco secret(ari)s.

De nieuwe school in Rheeze werd dus gebouwd naar een ontwerp van de Deventer stadsbouwmeester Bernardus Looman (1811-1871). Deze was ook de ontwerper van de nieuwe school die een jaar eerder in Bergentheim was gebouwd. De school in Rheeze werd gerealiseerd op een stukje markegrond, gelegen aan de brink. Op de oudste kadastrale kaart van 1832 is te zien dat de oude school ook al daar gesitueerd was.