Toen, op 23 april 1890: renovatie kerktoren.

Aanbesteding afbraak torenbekapping en opbouw spits van de kerk te Heemse.
Carte-de-visite van bouwkundige Jan Vis.

Op woensdag 23 april 1890 werd door kerkvoogden en notabelen de openbare aanbesteding gehouden voor het afbreken van de bestaande torenbekapping van de hervormde kerk en het weer opbouwen van een nieuwe spits, naar een ontwerp van de architect Jan Vis.


Toen, op 29 januari 1805: aanbesteding bouw stadhuis.

Op 29 januari 1805, vandaag precies 216 jaar geleden, werd de nieuwbouw van het stadhuis te Hardenberg aanbesteed. Dat blijkt uit deze advertentie in de Overijsselsche courant:

“De Magistraat der Stad Hardenbergh zal op dingsdag den 29 January 1805 aanstaande, des voormiddags om tien uuren precies, ten huize van D.J. Santman alhier, publyk aan de Minst Aannemende doen aanbesteeden het Bouwen van een nieuw Stadhuis, van twee Verdiepingen, en de Leverantie van alle daartoe benoodigde Materiaalen. Waarvan ’t Bestek en Conditien, mitsgaders de Tekeningen, agt daagen te vooren ten voorschr. Huise alhier ter leezing en bezichtiging zullen worden gelegd.”

Het in 1805 gebouwde stadhuis vormt nu een van de oudste nog bestaande panden in Hardenberg.


Toen, op 06 januari 1956: aanbesteding nieuwe Boerenleenbank.

De Vechtstreek van 6 januari 1956 meldde:
“Onder architectuur van Gebr. Boxman te Nijverdal werd in hotel Lägcher aanbesteed voor rekening van de Coöperatieve Boerenleenbank te Hardenberg het bouwen van een nieuw bankgebouw met twee woningen op een terrein op de hoek van Voorstraat en Fortuinstraat.”

Om deze nieuwbouw te kunnen realiseren, moesten eerst de panden aan de Voorstraat 8 en 10 (voorheen boekhandel Snel) worden afgebroken. De bank en de familie snel waren een ruiling aangegaan, waarbij Snel verhuisde naar het oude bankgebouw. De drukkerij en winkel van Snel werden afgebroken en op de leeggekomen locatie verrees het nieuwe bankgebouw. Op 13 november 1956 werd het nieuwe bankgebouw in gebruik genomen.


Toen, op 23 december 1931: gunning bouw watertoren Lutten.

Op 23 december 1931 werd de bouw van de watertoren in Lutten aan de Dedemsvaart bij aanbesteding gegund aan het bedrijf N.V. Delta te Den Haag, naar een ontwerp van architect Jans te Hengelo.

Watertorens vormen sinds 1839 een karakteristiek onderdeel van de gebouwde omgeving in Nederland.

De eerste torens dienden voor de watervoorziening van de stoomlocomotieven. Honderden exemplaren verrezen door het gehele land. Het meest opmerkelijk zijn de drinkwatertorens. Vanaf 1856 bouwde men ruim 260 watertorens ten behoeve van de centrale drinkwatervoorziening. Vanwege de forse afmetingen en de vaak markante situering in het vlakke Hollandse landschap, beschouwden de waterleidingbedrijven de watertoren als hun visitekaartje en besteedden veel aandacht aan het uiterlijk. Momenteel resteren er nog ongeveer 175 van deze torens, waarvan minder dan een kwart nog in gebruik is.

De eerste melding in de archieven over de bouw van een watertoren in Lutten blijkt uit de krant De Vechtstreek van 3 mei 1930:
‘Lutten. Watertoren. Voor den, in verband met de Centrale Drinkwatervoorziening voor Noord-Overijssel, te bouwen watertoren, is alhier reeds grond aangekocht van den heer J.H. Schrijver.’ De aanbesteding van de Lutter toren had plaats op 7 oktober 1931 en werd vervolgens op 23 december opgedragen aan de N.V. Delta Betonbouw Maatschappij te Den Haag voor 51.000 gulden. Op 4 januari 1932 is men met de daadwerkelijke bouw begonnen. De watertoren in Lutten is gebouwd conform de degelijke architectuur van de jaren dertig van de twintigste eeuw. Met een hoogte van 49,20 meter en een betonnen vierkant vlakbodemreservoir met een inhoud van 578 kubieke meter was het een zwaargewicht onder de Overijsselse watertorens. De toren is bovendien bijzonder, omdat het één van de twee Nederlandse watertorens is met een zadeldak.

In 2008 werd de buiten gebruik gestelde toren door de waterleidingmaatschappij verkocht aan het echtpaar Rieks uit Schuinesloot. Zij hebben het gemeentelijk monument intern verbouwd tot bed & breakfast.

In 2008 werd de buiten gebruik gestelde toren door de waterleidingmaatschappij verkocht aan het echtpaar Rieks uit Schuinesloot. Zij hebben het gemeentelijk monument intern verbouwd tot bed & breakfast…

Meer informatie vind u op onze website in de rubriek ‘Oude huisplaatsen’.


Toen, op 25 november 1903: gereformeerde kerk Heemse in gebruik genomen.

Op woensdag 25 november 1903 werd het nieuwe kerkgebouw van de gereformeerde gemeente van Heemse in gebruik genomen. Het Sallands Volksblad schreef drie dagen later:
“Heemse. Woensdagnamiddag werd het nieuwe bedehuis der Geref. Kerk A alhier in gebruik genomen. Ds. Doekes sprak over Ps. 27:4. Ter inleiding herinnerde spreker der gemeente aan de 70 jaren ballingschap van het volk Israëls in Babylon en daarnaast aan het bijna 70 jaren vertoeven in het oude kerkgebouw. Hartelijk dank werd gebracht aan allen die hadden medegewerkt aan de voltooiing van het fraaie kerkgebouw. Ten laatste betrad ds. Goris van De Krim den kansel die aangename herinneringen ten gehoore bracht betreffende het oude kerkgebouw en wees op vroegere dienaren.”

Dat ‘oude kerkgebouw’ betrof de tot kerk omgebouwde voormalige boerderij op het oude erve Veldsink in Heemse. Zoals we eerder dit jaar (op 18 juli) al zagen, was het erve in 1820 verkocht aan Jan Bruins, de toenmalige vrederechter. Hij had ‘het Velsink’ waarschijnlijk de eerste jaren verhuurd aan kleermaker Gerrit Breukelman. Deze hoorde tot de Afgescheiden Gemeente, later Christelijk Gereformeerde Gemeente genoemd. Bruins verkocht het Veldsink in 1840 aan Hendrik Lenters die ook bij de kerkelijk afgescheidenen behoorde. Het Veldsink stond toen nog in het kadaster met het kavelnummer 1198 (huis en erf). In 1868 werd het overgeschreven op geloofsgenoot Hendrik Timmerman te Rheeze. In dat jaar veranderde volgens het kadaster het huis in een kerk en kreeg het kavelnummer 1577. In 1872 was er nogmaals een wijziging. De kerk kreeg nummer 4781 en werd eigendom van de Christelijk Gereformeerde Gemeente.

Wanneer dan in 1903 de nieuwe kerk officieel in gebruik is genomen, spreekt de dominee in de openingsrede dat de oude kerk bijna 70 jaar dienst heeft gedaan. Dit zou betekenen dat meteen na de verkoop van het Veldsink door Bruins aan Lenters, het huis fungeerde als kerk en het dus 63 jaar als zodanig was gebruikt. Die oude kerk werd vervolgens verbouwd en zou nog decennialang als kosterswoning dienst doen. We zien de nieuwe kerk en de tot kosterswoning verbouwde oude kerk naast elkaar op de foto.

De nieuwe kerk was ontworpen door architect H. Witzand uit Meppel en het werk was op 4 maart 1903 aanbesteed. Bij de aanbesteding bleek aannemer K.A. Hakkert uit Dedemsvaart het goedkoopst en de bouw werd hem gegund. Een groot gedeelte van de oude kerk bleef eerst nog staan en in augustus deed men het in de verkoop. Het aanbod van de Hervormde Gemeente om gebruik te maken van hun kerk werd waarschijnlijk om die reden niet aangenomen.

Eind april meldde de krant dat de bouw gestaag vorderde. Eind mei waren de muren op hoogte en kon het dak worden geplaatst. Het plaatsen van dat dak ging moeilijk; het kostte menig zweetdruppel. In juni zat het dak erop en dacht men het nieuwe kerkgebouw op dankdag, vier november, in gebruik te kunnen nemen. Dit lukte echter niet. Eindelijk op woensdagmiddag 25 november kon dominee Gerrit Doekes zijn inwijdingspreek houden. Deze ‘Weidehuiskerk’ werd wel exact na 70 jaar afgebroken en op nagenoeg dezelfde plek verrees de huidige ‘Kandelaarkerk’.