Toen, op 21 september 1889: eerste steen van de Höftekerk gelegd.

Op 21 september 1889 werd ‘de eerste steen’ gelegd van de gereformeerde kerk: de Höftekerk in Hardenberg.

Op 21 september 1889 werd ‘de eerste steen’ gelegd van de gereformeerde kerk: de Höftekerk in Hardenberg.

Het Dagblad van het Oosten van 14 augustus 1942 schreef:
“Op 9 augustus 1892 werd de eerste steen gelegd van de kerk der Nederlands hervormde gemeente te Kloosterhaar-Sibculo. Zondag jl. was het dus 50 jaar geleden dat met den bouw een aanvang werd gemaakt en de tegenwoordige predikant, ds. J. Muurling Jzn. heeft dan ook in een der diensten dit feit met enkele woorden willen herdenken. Hij gedacht daarbij in waardering allen die tot den bouw hebben medegewerkt en tevens degenen die in dien tijd de taak der geestelijke verzorging met ijver en toewijding hebben vervuld. Kloosterhaar-Sibculo werd aanvankelijk van Hardenberg uit bediend door o.a. de predikanten ds. Harthoorn, ds. Westhof en ds. Hoek, die bij het werk in de buitendorpen, dus ook in Kloosterhaar-Sibculo, de steun genoten van den godsdienstonderwijzer den heer J. Fredriks die meer dan 40 jaar lang de godsdienstoefeningen in de kerk te Kloosterhaar heeft geleid. De heer Fredriks overleed op 26 december 1935. Inmiddels werd zijn werk voortgezet door den hulpprediker de heer J.J. van Zorge, die van 9 mei 1936, toen de gemeente zelfstandig werd, beroepen werd tot predikant. Op 23 maart 1941 werd deze eerste predikant opgevolgd door ds. J. Muurling Jzn. Al werd dus voor 50 jaar het kerkgebouw gesticht, de gemeente als zelfstandige gemeente telt nog slechts weinige jaren. De kerk werd eenmaal met een zijvleugel uitgebreid. Thans is er weer dringend plaatsgebrek en men besloot dan ook over te gaan tot uitvoering van een reeds aangenomen kerkbouw-plan (een vrijwel geheel nieuwe kerk met plm. 800 zitplaatsen). Helaas, door de tijdsomstandigheden, zal er voorloopig weinig gedaan kunnen worden.”

Op 2 mei 1874 werd de hoeksteen van de Maria Magdalena Bewaarschool in stad Hardenberg gelegd door de oprichtsters Maria van Ittersum en Magdalena Callenbach-Mijer. Enkele maanden later, op 19 augustus, werd de naar hen genoemde Maria Magdalena Bewaarschool feestelijk ingewijd.
Op onze website hebben we de geschiedenis van deze eerste ‘kleuterschool’ van Hardenberg in beeld gebracht in een serie van 3 artikelen:

In het Salland’s Volksblad van 19 december 1958 schreef men:
“Op een donkere, druilerige decembermiddag werd de eerste steen gelegd van de nieuwe, moderne Christelijke Landbouwhuishoudschool te Hardenberg. In een bijeenkomst vooraf waren de genodigden dinsdag samengekomen in de Chr. Technische School, waar door de heer A.J. Immink uit Lemele als voorzitter van de afdeling Overijssel van de C.B.T.B. een welkomst- en openingswoord werd gesproken. De heer Immink uitte daarin de grote blijdschap van het bondsbestuur dat het eindelijk zover is. Vooral roemde hij de vele arbeid van de aanwezige oud-secretaris, de heer Zwijnenberg, die al sinds 1947 een stuwende kracht is geweest. Het gebouw, zo ging spreker verder, zien we al in een bepaalde vorm voor ons, maar de eerste steenlegging resteert nog. De school is bevolkt door ongeveer 300 leerlingen en levert met de middelbare landbouwschool voor de jongens een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van Hardenberg. De laatste werd in 1921 gesticht. Tien jaar later volgde de school voor de meisjes, in een oud, afgekeurd gebouw. Nu komt dit fraaie gebouw tot stand. Ook deze school zal bijdragen tot de harmonische ontwikkeling van het gebied. Want ook op het gezinsleven zullen de gewijzigde omstandigheden een stempel zetten en in dat gezin vervult de vrouw een belangrijke taak.
Na de heer Immink werd het woord gevoerd door de heer E. Habers uit Gramsbergen die de eerste steenlegging zou verrichten. Daaraan was voor hem een stuk geschiedenis verbonden, die hem aanleiding gaf een ogenblik terug te duiken in het verleden. De toestanden zijn heel wat veranderd bij veertig jaar geleden. Toen had men een boterham met zeer weinig boter, er waren stenen vloeren in de meeste kamers en kamerversiering kenden velen niet. Er was algemeen lager onderwijs, enkelen uitgezonderd. Toch leefde men vreedzaam en gelukkig en kende men saamhorigheidsgevoel, misschien meer dan nu in een tijd van schijnwelvaart. Communicatiemiddelen ontbraken. In de politiek overheersten de liberale opvattingen. Toch waren er wel ontwikkelingsmogelijkheden, maar men nam niet gauw het initiatief ervoor. In 1920 kon worden gestart met een huishoudschool met 18 leerlingen, al was een christelijke leerkracht moeilijk te krijgen. In de oude, primitieve bewaarschool aan het Middenpad werd school gehouden. Altijd bleef men gehuisvest in primitieve gebouwen. Nu echter komt deze school tot stand voor de 300 leerlingen”.
De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 3 mei 1853 meldde:
“Lutten, 27 april. Heden morgen te elf uren mogten wij het genoegen smaken van den eersten steen gelegd te zien aan onze nieuw te bouwen kerk en pastorij. De weleerwaarde en zeer geleerde heer A. Hissink, predikant te Dedemsvaart, die als hoofd der commissie, benevens ds. Mouw van Heemse, zoo veel ter bevordering van de goede zaak gedaan heeft, en aan wien daarom ook de truffel [troffel] was aangeboden, schetste met de hem eigene zeggenskracht het groote voorregt, dat Lutten weldra mag te beurt vallen.