Toen, op 10 april 1891: Peereboom benoemd tot geneesheer.

De landelijke krant ‘Het Nieuws van den Dag’ van 10 april 1891 meldde dat :

peereboom1

te Stad…

peereboom2

…en later ook te Ambt Hardenberg

In juni 1891 zou Peereboom ook worden benoemd tot gemeentegeneesheer van de veel grotere gemeente Ambt Hardenberg. Op 27 augustus van datzelfde jaar trouwde Pieter Willem Peereboom te Wormerveer met Rebecca Cornelia Schoute. In de huwelijksakte staat vermeld dat Peereboom daar geboren was, maar als arts woonde en werkte te Stad Hardenberg.
Echter, een aantal jaren later zien we dat hij alweer werkzaam is in Haarlem. In april 1894 woonde het echtpaar in de hoofdstad van Noord-Holland en in oktober 1896 liet de arts een advertentie plaatsen waarin hij kenbaar maakte praktijk te houden aan de Nieuwe Gracht 33 in Haarlem, speciaal voor huidziekten.
In 1916 herdacht Peereboom zijn 25-jarig jubileum als geneesheer. In juli 1889 had hij aan de Universiteit van Amsterdam met goed gevolg het theoretisch geneeskundig examen afgelegd en in maart 1891 was hij door de ‘geneeskundige staatscommissie’ aldaar bevorderd tot arts. Peereboom overleed op 13 augustus 1920 te Haarlem, op slechts 55-jarige leeftijd.
Hieruit kunnen we opmaken dat hij bij zijn benoeming tot gemeentegeneesheer in Stad Hardenberg een nog onervaren huisarts was. Zeer waarschijnlijk was het zelfs zijn allereerste praktijk…


Toen, op 14 juni 1838: Rheezer schoolmeester ontslagen!

0614_Dunnewind2

Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel een drastisch besluit. Ze ontnamen Egbert Dunnewind zijn onderwijsakte en aansluitend ontsloegen ze hem als schoolmeester van het kleine schooltje in Rheeze.

Het besluit werd gepubliceerd in een tijdschrift dat jaarlijks verscheen, genaamd ‘Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden’. In de editie van 1 augustus 1838 werd aldus geplaatst:

“De Gedeputeerde Staten der Provincie Overijssel, gezien de missive van de Provinciale Commissie van Onderwijs in Overijssel, van den 5 dezer, houdende voordragt, om den schoolonderwijzer te Rheeze, gemeente Ambt Hardenberg, Egbert Dunnewind, de acte van algemeene toelating in te trekken en, dien ten gevolge, uit zijnen post te ontzetten, uithoofde van pligtverzuim en weerstreving der algemeene Wet op het onderwijs.

Gelet op de berigten van den districtsschoolopziener van den 7 november en 12 december 1837, en van den burgemeester van het Ambt Hardenberg van den 6 november en 11 en 30 december 1837, en op de daarbij overgelegde verklaring van den onderwijzer van den 28 december 1837;
Overwegende dat het voldoende is gebleken dat E. Dunnewind zich heeft schuldig gemaakt:
1. Aan herhaald en voortdurend pligtverzuim, door, in den laatsten tijd, geen school te houden;
2. Aan weerstreving der algemeene Wet, door het weigeren van lager onderwijs te geven, zonder daarbij leerstelling Godsdienstig onderwijs te voegen.

Overwegende, dat E. Dunnewind reeds, bij besluit van 13 februari 1837 no. 46 op grond van pligtverzuim voor den tijd van zes weken in de uitoefening van zijne functiën is geschorst geweest. Gelet op art. 18 en 19 der Wet, en art. 23 van het Reglement op het lager onderwijs van den 3 april 1806;

De acte van algemeene toelating van den onderwijzer Egbert Dunnewind in te trekken, en, dien ten gevolge, aan denzelven het regt en genot te ontzeggen zijner speciale beroeping als onderwijzer te Rheeze, onder het Ambt Hardenberg. Zwolle, den 14 junij 1838″.

Egbert was geboren in Rheeze op 1 september 1793 op het erfje ‘Den Hulskamp’, als zoon van timmerman-landbouwer Hendrik Dunnewind en Jennigjen Kortman. Hij was per 1 december 1817 in functie getreden als schoolonderwijzer te Rheeze en tien jaar later getrouwd met Evertjen Hannink uit Brucht. In hun huis vond op 19 april 1836 een grote bijeenkomst plaats van leden die zich een maand eerder hadden afgescheiden van de hervormde kerk in Heemse. Hij werd ouderling van die ‘gemeente onzes Heeren Jezu Christi’.

Een maand na Egberts ontslag als onderwijzer van Rheeze, overleed zijn vrouw op 40-jarige leeftijd, hem en vier kinderen nalatend. Acht jaar later emigreerde Egbert met zijn kinderen naar Zuid-Holland in Michigan alwaar hij in 1860 stierf.

0614_Dunnewind
In 1982 publiceerde Seinen’s Grafische Bedrijven een boekje van de hand van H. Poelarends over het leven van Egbert Dunnewind.

Toen, op 25 november 1940: burgemeester Bramer ontslagen.

Bij schrijven van 25 november 1940 van de ‘Reichskommissar für die besetzten Niederländischen Gebiete’ werd Christiaan Frederik Bramer met onmiddellijke ingang ontslag verleend als burgemeester van de gemeente Stad Hardenberg.

Christiaan Frederik Bramer was geboren op 2 december 1875 te Boxum in de gemeente Menaldumadeel, als zoon van ds. Gerrit Bramer en Johanna Geertrui te Raa. Hij was op 2 juni 1898 te Menaldumadeel in het huwelijk getreden met Janke Tamminga.

Op donderdag 23 april 1931 was Bramer geïnstalleerd als burgemeester van de gemeente Stad Hardenberg. Hij was de opvolger van Bauke Schuite die op 21 februari van dat jaar ‘in het harnas’ was gestorven. Bramer was bij koninklijk besluit van 31 maart benoemd. Bramer behoorde tot de vooraanstaande anti-revolutionairen in dit deel van Overijssel. Hij was vele jaren lid van de raad van de gemeente Hellendoorn en vanaf 1919 wethouder aldaar. Ook was hij vanaf 1913 lid van de Provinciale Staten van Overijssel en vanaf de oprichting commissaris van de N.V. IJsselcentrale.

Bramer overleed op 28 maart 1944 te Hardenberg, in de ouderdom van 68 jaar.


Toen, op 19 mei 1922: benoeming burgemeester Schuite.

gezin Schuite

Portret van het gezin Schuite; v.l.n.r.:
Bouke Albert (burgemeester stad Hardenberg), Albert Johan Willem, Willemina Cornelia Johanna, Jan Willem Piet en Georgenetta Antonia Rudolphina Schuite-Boerrigter.

Het Sallands Volksblad van 19 mei 1922 meldde:
“Hardenberg. Donderdagavond bracht de telegraaf ons het bericht dat de heer B.A. Schuite, alhier, benoemd was tot burgemeester dezer gemeente. Door de twee muziekcorpsen werd den nieuwen burgemeester een serenade gebracht. Een groote menigte washierbij tegenwoordig.

Dr. Oldeboom was de tolk der aanwezigen toen hij den heer Schuite hartelijk feliciteerde met zijn benoeming. De heer B.A. Schuite is den 6en febr. 1888 te Ooststellingwerf geboren. Hij was 3,5 jaar volontair ter secretarie van Oldemarkt, daarna 3 jaar ambtenaar ter secretarie te IJsselstein; vervolgens vanaf 1 mei 1913 eerste ambtenaar ter secretarie te Ambt Hardenberg en vanaf 1 september 1917 secretaris dier gemeente. De heer Schuite behoort tot de Christelijk Historische partij. Moge het de gemeente Stad Hardenberg onder zijn bestuur welgaan.”
Bouke Schuite was geboren op 6 februari 1888 in het Friese Ooststellingwerf, als zoon van Albert Schuite en Pietje de Haan. Hij huwde op 30 september 1915 te Stad Hardenberg met Georgenetta Antonia Rudolphina Boerrigter. Schuite begon zijn loopbaan op de secretarie van Oldemarkt. Daarna werkte hij op de secretarie van het gemeentehuis in Heemse (Ambt Hardenberg). Op 25-jarige leeftijd volgde hij daar gemeentesecretaris Jouwstra op, die benoemd was tot burgemeester van Bedum. Gemeentesecretaris Schuite werd benoemd tot burgemeester van Stad Hardenberg. Deze plaats was opengevallen door het overlijden van burgemeester J.W.C. Bloem. Diens zoon Jacques Bloem, de bekende dichter, had voor de eer bedankt om burgemeester te worden.
Tijdens de raadsvergadering van 8 juni 1922 werd Bouke Albert Schuite geïnstalleerd als burgemeester van Stad Hardenberg. Loco-burgemeester Zweers hing hem het ambtsketen om. Bij koninklijk besluit van 25 april 1928 werd Schuite herbenoemd tot burgemeester van Stad Hardenberg.

Burgemeester Schuite was geëerd en geliefd. Niet voor niets werd in Hardenberg een straatnaam naar hem vernoemd. Veel leed heeft hij in zijn korte leven moeten ondervinden. Zijn vrouw stierf in het kraambed, slechts 27 jaar oud. Hij hertrouwde met Willemina Catharina Kroes uit Zwolle. Twee kinderen stierven op zeer jonge leeftijd (door een verkeersongeval en door ziekte). Zaterdagavond 21 februari 1931 stierf de burgemeester op 43-jarige leeftijd. In de negen jaren dat hij hoofd van de gemeente was, had hij de liefde en hoogachting van de inwoners verkregen.


%d bloggers liken dit: