Toen, op 30 juli 1965: eeuwfeest ’tante Trui’.

Op 30 (en 31) juli 1965 werd feest gevierd in Oud-Lutten. Op die dagen herdacht men het 100-jarig bestaan van het café ‘Tante Trui’.

Café ‘Tante Trui in de Barken’ (in de berken) van de familie Hudepohl was een begrip in Oud-Lutten. Het was een zogenaamd boerencafé, omdat de eigenaar tevens landbouwer was. In 1865 moet daar (te ‘Lutterhard’, in oude akten) een Jan Hendrik Hudepohl sr. gewoond hebben die begonnen is met een tapperij. Hij was gehuwd met Johanna Elisabeth Johannink. Hun zoon, Jan Hendrik Hudepohl jr. die geboren was in 1876, trouwde in 1903 met Geertruida (Trui) van der Veen uit Coevorden. Zij kregen zes dochters. Het verhaal gaat dat er voor elke dochter een boom werd geplant. Hudepohl komt o.a. in 1905 voor op de lijst van tappers en slijters met een opgave van de hoeveelheid ingeslagen gedistilleerd over het jaar 1904 (8,31 hectoliter). De caféhouder overleed in 1956, waarna zijn weduwe Trui, de zaak voortzette.

In het café werden aanbestedingen, veilingen en vergaderingen gehouden en in de jaren ’60 werden er ook danslessen gegeven. In 1960 zette schoonzoon Johan Varweg het bedrijf voort. Op de hoek Haarweg-Korte Slagenweg, schuin tegenover het oude café, werd een nieuw pand gezet. In 1986 stopte Varweg met zijn bedrijf. De boerderij aan de Haarweg, die verbouwd is, werd voortgezet door J.H. van Leur, kleinzoon van Jan Hendrik Hudepohl.

Een paar jaar eerder schreef het Noord-Oosten:
“Café Hudepohl in de Berken. Alleen in de naaste omgeving ervan was het bestaan van dat café bekend. Het lag daar in een wereld waar alleen de boerenbevolking uit de naaste omgeving eens een keer bij elkaar kwam en waar een enkele zakenman, die juist in dat gebied moest werken, eens een keer ging opsteken. Aan die zandweg was het normale verkeer praktisch niet mogelijk. Toen kwam de ruilverkaveling De Schans. Er werden rechte lijnen getrokken door heel dat gebied. Oud-Lutten werd rechts en links met de buitenwereld verbonden en zo ging het ook met de Schans. Daar tussenin bestond dat café Hudepohl dat opeens een middelpunt werd waarvan men nooit heeft kunnen dromen.

Ja, men glimlacht een beetje van de benaming ‘de Berken’. Want hier moeten oorspronkelijk nogal berkenbomen hebben gestaan. Zoals overigens bij tientallen voorkomen op gebieden waar alles maar groeide, zoals de natuur het zaaide. Daar is men bijna honderd jaar geleden begonnen en toen Tante Trui met Hudepohl trouwde, nu langer dan 50 jaar geleden, toen hebben ze samen dat bedrijfje voortgezet. Ze hebben er iets goeds van gemaakt ook. Een café met een eigen sfeer. Wat was het toen een andere wereld. Het was er niet zo best, die eerste tijd. Rondom het café waren er tal van hutten die deels van zoden en deels van hout waren opgebouwd. Wanneer we ons niet vergissen, dan is de laatste daarvan nu helemaal verdwenen, al zijn er nog wel enkele woninkjes die er niet bepaald florissant uitzien….”

Tante Trui overleed op 85-jarige leeftijd, op 18 november 1966 in het ziekenhuis in Coevorden, anderhalf jaar na de festiviteiten rond het honderdjarig bestaan. Trui was een opmerkelijke figuur, niet door grote daden of veel woorden, maar door haar eenvoud en solide levensinslag.

(Bron, o.a. ‘Afgerekend met de schenker en de bakker (1)’, geschreven door F. Kampman-Herbert en J. Luisman-de Jonge).

Meer informatie vind u op onze website in de rubriek ‘Oude huisplaatsen’.


Toen, op tweede paasdag…

Deze foto’s zijn gemaakt, respectievelijk in Gramsbergen en Radewijk. Alleen van de tweede foto is bekend wie er zijn afgebeeld, namelijk v.l.n.r.: Willem Eggengoor, Jan Harm Eggengoor, Hendrik Jan Reefman, Hendrik Jan Wolbink, Derk Meier, Gerard Eggengoor, Henk Hakkers en Gerrit Wolbink.

Het aansteken van een paasvuur is een oud gebruik waarvan verondersteld wordt dat het een voorchristelijke oorsprong heeft. Paasvuren zijn in elk geval sinds 1559 uit schriftelijke bronnen bekend. Het paasvuur (vuur en rook) zou voor vruchtbaarheid zorgen. Mensen sprongen door het vuur of werden (net als de veestapel) tussen vuren geleid. Ook vonden wilde dansen rond het vuur plaats en werd er veel gedronken. Wilde uitspattingen vonden plaats.

Dat het met de paasvuren ook flink mis kan gaan, blijkt wel uit onderstaand bericht uit het Salland’s Volksblad van 6 april 1923:
“Dinsdagmiddag had te Sibculo een treurig ongeluk plaats. Terwijl het zevenjarig dochtertje van W. de Jager naar de overblijfselen van Paasvuur wilde zien en door de aschhoop liep, vatten haar kleertjes door het nog smeulende vuur vlam. De wind wakkerde de vlam aan, zoodat de kleine deerlijk gebrand werd opgenomen. Niet lang daarna is de kleine overleden.”

Het handelde om de zevenjarige Johanna de Jager, dochtertje van Willem de Jager en Hendrikje Strijker.


Toen, op 10 oktober 1977: jubileum van herenkapper Dekker.

Op 10 oktober 1977 vierde R. Dekker uit Bergentheim zijn 50-jarig jubileum als zelfstandig herenkapper. Hij was al op z’n zestiende begonnen!

1010_Dekker
Kapper Roelof Dekker (1911-1985).

In ‘Het Noord-Oosten’ werd deze foto geplaatst bij een groot artikel:
“In het begin kwamen de klanten nog met veenkluiten achter hun oren om een eenmalige zaterdagavond-knipbeurt vragen. Nu komen daar de heren die hun uiterlijk graag aangepast zien aan de eisen van de nieuwe tijd en het zijn niet alleen Bergentheimers die bij de altijd opgeruimde kapper komen binnenstappen.

Kapper Dekker moet in zijn tijd wel een handig joch zijn geweest, dat van meet af aan bijzonder netjes van inslag was. Zijn vader was smid. Hij werd geboren aan de oude vaart. Die typische bebouwing achter garage Merjenburgh herinnert nog een klein beetje aan die vroegere situatie. Er lag een ‘scholle’ in de toentertijd nog provinciale weg langs het kanaal en vanuit dat kanaal liep een vrij brede wijk naar de turfstrooiselfabriek van Van Roijen. Vader Dekker was daar de smid, maar dat vak interesseerde de jonge Dekker junior niet het minst. Altijd dat vuile werk van een smid leek hem niets. Zijn broer mocht dat dan maar gerust een mooi vak vinden, maar hij wilde het liever anders doen en als twaalfjarige knaap kwam hij in dienst bij kapper Jaap van der Velde. Dat werk ging hem maar wat handig af. Het bleef niet alleen bij inzepen, zoals een kappersleerling dat in eerste aanloop moest doen. Al spoedig leerde hij dat scheren en om de mensen zo pijnloos mogelijk van hun harde stoppelbaarden te verlossen moest hij zorgen voor een scherp mes. Als er geen klanten waren, dan werden de messen haarscherp gemaakt op de oliesteen en als er dan ’s zaterdagsavonds bij dat veelvuldig gebruik toch nog iets aan de scherpte ging haperen, dan was er de sterke leren riem die voor de nodige aanvulling kon worden benut.

Het ging zelfs zo goed met de kleine kapper, dat hij op 15-jarige leeftijd een aanstelling kreeg als eerste kappersbediende bij Woolthuis in Zwolle. Daar verdiende hij het respectabele loon van een rijksdaalder per week plus kost en inwoning. Dat was niet slecht voor een jochie van 15! Natuurlijk had hij toen ook al een fiets. Daarmee overbrugde hij de afstand van Zwolle naar Bergentheim, zodat hij heel vaak ’s zondags in eigen kring was. Maar ’s avonds ging hij dan ook al weer terug.

Kapper Jaap van der Velde legde zijn werk in Bergentheim neer. Er was dan helemaal geen kapper meer en dat was de kans van zijn leven. In eigen plaats een eigen kapperszaak. De Bergentheimse familie Dekker staat bekend om haar solide inslag en men vroeg aan de baas van de 16-jarige kapper ‘of ie dat wel aan zou kunnen’. Het antwoord was heel positief. Zijn baas vond zijn jeugdige knecht mans genoeg om het vakkundig te runnen en zo is het heel erg eenvoudig begonnen aan het kanaal. Het ging best. Het ging zelfs zo goed, dat Dekker vrij jong nog al ging trouwen. Hij was nog maar negentien.
Het kappersvak vond hij zo’n mooi vak, dat hij het plezier en de animo er voor overdroeg aan zijn kinderen. Van zijn zeven kinderen kwamen er vijf in het kappersvak terecht.
“In het voorjaar, dan kwamen de mannen uit de hele omgeving hier naar toe om in het veen te werken. Ze waren hier dan in het ‘kwartier’, noemden ze dat om de nare naam van ‘keet’ maar niet te hoeven gebruiken”. Het kappersvak was zo slecht nog niet. Scheren kostte 12½ cent. De halve cent was toen nog echt in ere”.

Kapper Roelof Dekker was op 11 juni 1911 geboren in Bergentheim als zoon van smid Karel Hendrik Dekker en Jantiena Margiena de Jager. Zoals gezegd trouwde de kapper op 19-jarige leeftijd, op 30 oktober 1930 te Ambt Hardenberg. Zijn echtgenote was Trijntje Manrho. Kapper Roelof Dekker is op 10 december 1985 overleden.


Toen, op 06 oktober 1906: 40-jarig huwelijk Bruins-Meijboom.

106_Bruins

Op 6 oktober 1906 werd het 40-jarig huwelijksfeest gevierd van Herman Bruins en Zwaantje Meijboom. Dit groepsportret is tijdens het feest gemaakt door fotograaf Sanders uit Coevorden. We zien het echtpaar in het midden zitten, in donkere kleding, geflankeerd door kinderen en kleinkinderen.

Herman was in 1842 geboren in Heemse als zoon van calicots-fabrikant Kars Bruins en Johanna Hermina Wandscheer. Hij trouwde op 6 oktober 1866 te Meppel met koopmansdochter Zwaantje Meijboom. Zij was daar geboren. Uit hun huwelijk zijn zes kinderen geboren, twee dochters en vier zoons. Het kleinste kindje op de foto was de in augustus geboren kleindochter Zwaantje. We zien haar op schoot bij moeder Geziena Jantina Bruins-van Tarel, rechts van opa Herman.


Toen, op 27 juni 1979: hoog bezoek in ponypark Slagharen.

0627_ponypark

Op 27 juni 1979 bezochten Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhove het Ponypark Slagharen.
In haar functie van beschermvrouwe van de Federatie Paardrijden Gehandicapten kreeg de prinses van directeur Bemboom een pony aangeboden.
Mr. Pieter van Vollenhoven nam een gouden plaat in ontvangst van “Thank you for the Music”. Van deze langspeelplaat, waarop mr. Van Vollenhoven piano speelde, waren 50.000 stuks verkocht. Na het in ontvangst nemen vann zijn gouden elpee stelde Van Vollenhoven een nieuwe achtbaanattractie, de Looping Star, in gebruik.

0627_ponypark
0627_ponypark