Toen, op 27 juni 1979: hoog bezoek in ponypark Slagharen.

0627_ponypark

Op 27 juni 1979 bezochten Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhove het Ponypark Slagharen.
In haar functie van beschermvrouwe van de Federatie Paardrijden Gehandicapten kreeg de prinses van directeur Bemboom een pony aangeboden.
Mr. Pieter van Vollenhoven nam een gouden plaat in ontvangst van “Thank you for the Music”. Van deze langspeelplaat, waarop mr. Van Vollenhoven piano speelde, waren 50.000 stuks verkocht. Na het in ontvangst nemen vann zijn gouden elpee stelde Van Vollenhoven een nieuwe achtbaanattractie, de Looping Star, in gebruik.

0627_ponypark
0627_ponypark

Toen, op 31 januari 1961: gouden huwelijk meester Klooster.

0127_meester_Klooster_19610127
Meester Klooster staat afgebeeld op de groepsfoto. We zien hem helemaal links bovenaan staan, met de ‘platte pet’. De foto dateert uit 1920 en is gemaakt ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de christelijke lagere school. Naast hem staat meester Jongsma, gevolgd door juffrouw Boersma en meester Kramer. Zittend vlnr: juffrouw Peltjes, meester Schippers en juffrouw Meilink.

De lokale krant ‘De Noordoosthoek’ van 27 januari 1961 wijdde een mooie bijdrage aan het op handen zijnde 50-jarig huwelijksfeest van het echtpaar Klooster-van Hemmen. Omdat dat inmiddels ook alweer een halve eeuw geleden is, leek het ons leuk om het hier integraal over te nemen:
“Toen meester Klooster in oud Hardenberg kwam…
Nu de heer en mevrouw Klooster 50 jaar getrouwd zijn, voelen ze zich uitnemend thuis in stad Hardenberg. De vitale bruidegom is 83 jaar en zijn bruid bracht het tot 78. Samen met hun vijftal, dat met een schoonzoon en een schoondochter vermeerderde en vijf kleinkinderen, denken ze op 31 jan. het gouden huwelijksfeest te vieren. Dat betekent dat ze dan ook 50 jaar lang inwoners van stad Hardenberg zijn geweest. De bruid kwam uit Haren, het elitedorp van de provincie Groningen en de bruidegom uit Delfzijl. De stap vanuit dat hoge noorden naar de oude Saksische stad Hardenberg, die er in die jaren nog niet zo erg fortuinlijk uitzag, was wel een grote stap en het was helemaal geen wonder dat ze graag eens een fietstochtje maakten naar het nabije De Krim, waar meester Fleurke woonde, die altijd een vriend van meester Klooster is gebleven. Daar woonde ook de familie Smeenk, Leenders en anderen, waarmede nog familierelaties werden onderhouden.

Toch is het bruidspaar met dat stad Hardenberg samengegroeid. Wanneer de ouden van dagen van de gereformeerde kerk van Hardenberg hun maandelijkse samenkomsten houden, dan is het nog vaak de heer Klooster die naar voren stapt met een aardige bijdrage. Interessant is het om meester Klooster te horen vertellen over dat Hardenberg van 50 jaar geleden. De kinderkopjes in de Voorstraat, maar ook de gevolgen van het feit dat al de zakenmensen van Hardenberg koeien plachten te houden. Die werden dan ’s morgens naar de Marsch gedirigeerd en ’s avonds weer thuis gebracht. En in al die straten lieten de dieren hun visitekaartjes achter. Er was zelfs nog een mestvaalt in de Voorstraat… 50 jaar geleden!

Maar toen was er ook al woningnood. Een tijdlang heeft het jonge onderwijzerspaar zich moeten behelpen met een woning in de Voorstraat die niet zo heel erg geschikt was. Later kwamen de woningen aan de Gramsbergerweg en de eerste die klaar kwam, was voor meester Klooster. Genoeglijk is het daar, samen met hun dochter die de oude dag tot een zonnige maakt. Velen zullen zich de tijd nog weten te herinneren dat de heer Klooster redacteur van deze krant was. Dan maakte hij ook de raadsverslagen. Men genoot daarvan.

Het werk als onderwijzer aan de chr. nat. school te Hardenberg heeft de heer Klooster altijd met heel veel genoegen verricht. Maar toen had men niet die mooie scholen van tegenwoordig. En of dat nu allemaal zo nodig is. De heer Klooster heeft daar vrede mee, wanneer men de school maar volledig ten dienste laat komen van het kind, dat daar onderwijs in ontvangt. Blij en dankbaar gaan de heer en mevrouw Klooster-Hemmen hun gouden feest tegemoet.”

Jan Klooster was op 31 januari 1911 te Haren getrouwd met Jantje van Hemmen. Meester Klooster overleed op 89-jarige leeftijd, op 3 oktober 1966. Zijn weduwe stierf op 19 april 1974. Beiden liggen begraven op de begraafplaats aan de Bruchterweg in Hardenberg.


Toen, op 12 april 1960: diamanten bruiloft in Rheezerveen.

Winkels te Rheezerveen

Op de door ds. E.J. Loor gemaakte kleurendia is het echtpaar te zien, leunend tegen de voorgevel van hun bescheiden huisje op ‘het veen’. Enkele maanden later, in februari 1961, overleed Jan Winkels op 88-jarige leeftijd.

Op 12 april 1960 vierden Jan Winkels en Willemina Roelofs dat ze zestig jaar daarvoor, op 12 april 1900, in het huwelijksbootje waren gestapt. Het Salland’s Volksblad schreef over hen:

“Ruim 400 meter van de weg die zich slingert door het wijde landschap van de buurtschap Rheezerveen, staat de eenvoudige woning van de fam. Winkels-Roelofs. Zij staat er temidden van opgaand geboomte zoals vogelkers, berken en enkele sparren. Men kan er niet komen dan via een hobbelige zandweg met diepe kuilen en plassen. Binnen in de woonkamer heeft het echtpaar het royale uitzicht over de Rheezerveense landerijen, waarop de boeren bezig zijn met aardappelpoten. Met een kennersblik gluurt de oude Winkels door de ramen en zegt in zichzelf gekeerd: ‘Dat was vroeger anders, toen werden ze met de schop en hak gepoot’. Weemoedig kijkt hij door de kleine ramen waarvan het uitzicht af en toe belemmerd wordt door een op en neer wiegende tak. Ze zijn gaarne tot praten bereid. Hun leven heeft zich gekenmerkt door hard werken en vroeg opstaan. Een sober bestaan in de venen.

Met hun zwaar verdiende geld kochten zij ’n boerderijtje in Rheezerveen. Voordien woonden zij enige tijd in de gemeente Avereest aan het Ommerkanaal. Jan Winkels, zo wordt hij in de dagelijkse omgang genoemd, werd in Dedemsvaart geboren op 11 oktober 1872. De bruid aanschouwde het levenslicht op 21 januari 1877 te Rheezerveen. Te voet aanvaardden zij de tocht naar het gemeentehuis in Ommen, alwaar zij in de echt werden verbonden. Ongeveer 15km van hun woonplaats verwijderd. Iedere week fietst hij nog naar Hardenberg. Uit hun huwelijk zijn 5 kinderen geboren: twee jongens en een meisje zijn nog in leven. Veel ziekte hebben deze krasse echtgenoten niet meegemaakt, al zijn hun de stormen van het leven niet onopgemerkt voorbij gegaan. Dankbaar zijn ze echter voor hun hoge ouderdom. Ze konden dinsdag 12 april op een dankbare en rijk gezegende dag terug zien.”


Toen, op 25 maart 1960: het gouden bruidspaar op erve Beenen.

Het Noord-Oosten van 25 maart 1960 meldde:
“In hoeve Beenen op de Hanekamp vindt ieder een gul onthaal. In Radewijk zegt men het net anders dan in veel gebieden van Nederland. Daar verandert het huis naar de naam van de nieuwe eigenaar, maar in Radewijk houdt men het maar liefst bij het oude. De hoeve van het gouden bruidspaar Roelofs-Snoeijink draagt nog altijd de naam Beenen en ze zal die wel blijven dragen ook. Daar heeft men wel vrede mee, zolang de goede stijl in die hoeve maar niet verstoord wordt. Er is daar in dat huis die echte, gezellige inslag van de Radewijkers te vinden. En de stal staat tjokvol met beste koebeesten en alles daar in en om het huis getuigt van noeste vlijt en beheerste vooruitstrevendheid.

Wanneer Wolter Wassen zijn zwerftochten door Radewijk maakte, dan moest hij op koude winteravonden wel eens een onderkomen hebben. Maar dan trok hij altijd naar ‘Beenen op de Hanekamp’. Daar maakten ze dan een goed legertje voor hem klaar op de deel, maar wanneer het zo ’s winters erg koud was, dan kwam Jennegien ’s avonds ook nog wel even met een warme kruik. De man mocht het toch niet koud hebben. ‘En later ging Wolter ook naar de kerk’, vertelde de buurman er bij, alsof hij zeggen wilde dat een echt christelijk voorbeeld vaak beter is dan heel veel mooie woorden.

‘Daor mag ie nooit weer over praoten!’ Dat moet Roelofs eens een keer gezegd hebben tegen Runhaar, wiens huis verbrandde. Onvoorzichtigheid van een huisgenoot was de vermoedelijke oorzaak dat Runhaars huis totaal afbrandde. En toen ze daar met de handen in het haar stonden, toen kwam Roelofs met wagen en paard voorrijden. ‘Gaot maar met ons met. In ’t bakhoes kuj best wezen’. Ze hebben het daar heerlijk gehad. Maar toen het nieuwe huis klaar was, toen stond Runhaar erop om in elk geval de kosten van het verblijf te vergoeden. ‘Daor mag ie nooit weer over praoten. Wi’j mut mekare toch helpen…’

Frederik Roelofs was op 13 december 1884 geboren in Anerveen, maar vertrok daarna al spoedig met zijn ouders naar Radewijk, die daar een gemengd landbouwbedrijf gingen uitoefenen. Jennigje Snoeijink (Jennegien van Kling’n-Ep) is op 9 december 1889 geboren in Radewijk, als dochter van een landbouwer. Hun huwelijk werd voltrokken op 24 maart 1910 in het gemeentehuis te Heemse. Het echtpaar zou in 1970 ook nog het diamanten huwelijksfeest vieren. Beiden genoten toen nog van een goede gezondheid. Frederik overleed in 1971. Zijn weduwe in 1979, op 88-jarige leeftijd.

Hoewel de familienaam ‘Roelofs’ was (en nog is), werd de erfnaam ‘Beenen’ gebruikt. Deze naam was afkomstig van Frederiks moeder en Frederiks stiefvader: Berendina Beenen en Egbert Beenen. Het erve Beenen is nu geadresseerd aan de Hanekampsdijk 1 in Radewijk.